Het Onze Vader uitgelegd voor de eenvoudigen, 1519 (17)

Daag uw dienaar niet voor het gerecht, voor U is geen sterveling onschuldig.
(Uit Psalm 143)

Geen bidder kan het hart ‘hoog dragen’!

De derde bede: Uw wil geschiede.

Deze smeekbede heeft hetzelfde tweevoudige effect als de vorige, dat wil zeggen, het vernedert én verheft – het maakt zondaars en het maakt rechtschapen mensen. Want het Woord van God werkt altijd zowel oordeel als rechtvaardigheid. Oordeel bestaat uit niets anders dan dat de mens zijn toestand oordeelt en erkent en zichzelf schuldig verklaard. Dat is werkelijke ootmoedigheid en zelfvernedering voor God én mensen. Gerechtigheid is niets anders dan erkennen wie wij van en uit onszelf zijn, gevolgd door een beroep doen op en bidden om Gods genade en hulp, waardoor een mens voor en door God wordt verheven.

We zullen de twee genoemde punten in deze bede nu nog verder onze aandacht geven.

In de eerste plaats beoordelen en beschuldigen we onszelf met ons eigen spreken, we verklaren dat we ongehoorzaam zijn aan God en Zijn wil niet doen. Want als we echt zijn wil zouden doen, zou deze bede niet nodig zijn. Het moet ons vrees inboezemen wanneer we onszelf horen zeggen: ‘Uw wil geschiede.’ Want wat kan schrikwekkender voor ons mensen zijn dan onze openlijke erkenning dat Gods wil niet wordt gedaan en dat Zijn gebod wordt versmaad.

Omdat we deze woorden hebben te bidden, is het kennelijk waar dat we Gods wil niet doen en niet hebben gedaan. Voor Gods ogen hebben schijn en huichelarij geen enkel nut, en we zullen dus steeds weer bidden in overeenstemming met de feiten zoals ze werkelijk zijn.

Aangezien het nodig is om deze bede te blijven bidden tot onze dood, volgt daaruit dat we ook (steeds weer) schuldig zullen worden bevonden aan ongehoorzaamheid aan Gods wil, en wel tot het eind van ons leven. Wie zal, overtuigd door het ook zelf mee moeten bidden van deze bede, nog zo arrogant willen en durven zijn te ontkennen, dat, wanneer God ons zou behandelen volgens Zijn rechtvaardigheid, Hij redelijkerwijs ons op elk moment moet veroordelen, en wel op grond van de belijdenis van onze ongehoorzaamheid, zoals we die hier met deze bede op onze lippen nemen?!

Dus deze bede brengt bij ons ware ootmoedigheid en vrees voor God en voor Zijn oordeel teweeg en we verheugen ons omdat we aan het oordeel van God ontkomen doordat we gered worden alleen vanwege pure barmhartigheid en genade van God’s kant. Zichzelf grondig kennen en daarom onze toestand betreuren, betekent, zoals deze bede laat zien, dat we onszelf schuldig verklaren en onszelf veroordelen voor  God.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 99, 12 – 100, 9 (translation used: Luthers Works, American Edition, vol. 42, p. 42/43)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, you can use the web-form located on the homepage of the website www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Het overwinnend geloof…(II)

En zie, een Kananese vrouw uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere, Gij Zone Davids, ontferm U mijner! Mijn dochter is deerlijk van de duivel bezeten. (Matteüs 15 : 22)

Je niet laten afwijzen of weglopen!

‘Ja, HEERE; maar de hondjes eten ook van de brokjes, die er vallen van de tafel van hun meesters.’ Zij vangt Hem in Zijn eigen Woord! Nu is de goede tijd gekomen dat Hij Zich graag laat vangen. Dit antwoord is wel een echt meesterstuk van het geloof, een zonderling en zeldzaam voorbeeld.

Het is daarom opgeschreven, om ons te onderwijzen dat wij ons
door deze Man
niet zullen laten afwijzen.

God mocht geven dat Hij ons honden en heidenen zou noemen! Honden hebben een meester nodig en moeten hun eten krijgen, en heidenen moeten een God hebben. Met dit sterke en vaste geloof is de Heere gevangen en verwondert Zich dat deze vrouw zulke geweldige stormen in haar ziel kan verduren!

Christus verhoort haar en spreekt: ‘O vrouw, groot is uw geloof; u geschiede zoals u wilt.’

Dit geloof is voor Hem ook een zeldzaam schouwspel!

Hij zag dat anderen zich spoedig aan Zijn Woord ergerden, toen Hij zei: ‘Tenzij u Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, zo hebt u geen leven in uzelf,’ en dat zij Hem allen verlaten hadden. Deze vrouw echter gelooft zo vast in Hem, dat zij niet van Hem wil weggaan.

Maarten Luther: Evangelion Mattei am 15. Amo 1534, vgl. WA 52,180,30 – 181,2

Zie ook:  Het overwinnend geloof…(I)

Bron afbeelding:  Kingdom Perspectives

 

Geplaatst in Gemeente | Plaats een reactie

Het overwinnend geloof…(I)

En zie, een Kananese vrouw uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere, Gij Zone Davids, ontferm U mijner! Mijn dochter is deerlijk van de duivel bezeten. (Matteüs 15 : 22)

Brood van de kinderen

‘Het is niet betamelijk het brood van de kinderen (1) te nemen en de hondjes voor te werpen.’ Hoor nu eens wat Hij tegen deze vrouw zegt; denk er eens over na wat dat voor deze vrouw geweest moet zijn, als Christus tegen haar zegt dat ze niet meer dan een hond is. Als Hij dat tegen mij gezegd had, dan had ik gelopen alsof er duizend duivels achter mij aanzaten!

Dit is een zeer hard woord dat Hij haar hier voor de voeten werpt. Daaraan kunnen wij zien hoe machtig en geweldig het geloof is. Het geloof grijpt Christus aan, zelfs als Hij toornig is. Zij keert Zijn harde antwoord om in een prachtig woordenspel.

‘Als U zegt’ – antwoordt ze – ‘dat ik een hond ben, dan is dat waar! Ik wil graag een hondje zijn en mij ook als een hondje gedragen. Geef het brood maar aan Uw kinderen, laat hen maar aan Uw tafel zitten, want daar vraag ik niet om. Laat mij ónder de tafel de broodkruimels oplezen en geef mij maar wat de kinderen niet nodig hebben, wat van de tafel op de grond valt; daarmee ben ik al tevreden.’

Zo grijpt zij de Heere Christus aan bij Zijn eigen Woord. Ja, wat wonderlijk is, door om het recht van een hond te vragen, ontvangt zij het recht van een kind. Wat kunt U anders, lieve Jezus, U hebt U laten vangen en moet helpen; maar ook Uw tijd is nu gekomen en U laat Zich met liefde vangen.

Maarten Luther: Evangelion Matthei am 15. Anno 1534, vgl. WA 52,180,8-32

(1) Opgemerkt AJ: Niet brood voor, maar brood van de kinderen noemt Jezus Zich liefdevol hier! Hij gaf en geeft Zich als ‘het Brood’ (dat gebroken werd en wordt) aan ‘Vader’s kinderen’.

Bron afbeelding:  Wisdom and Instruction

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Biddag 1525-2018… (II)

Is Mijn hand dan werkelijk te kort, dat zij niet verlossen kan?
Of is er in Mij geen kracht om uit te redden? (Jesaja 50 : 2)

(…) 7 De ooievaar aan de hemel, de tortelduif en de gierzwaluw kennen de tijd
van hun trek, maar Mijn volk kent niet de orde van de HEER.
(Uit Jeremia 8)

Schoenmaker en Kleermaker

Dat is nog een een Wonderlijke Schoenmaker en zeldzame Kleermaker! Hij zorgt ervoor dat je schoenen en kleren veertig jaar nieuw blijven. (1)  Die moeten wij Huisvader en Proviandmeester maken! Hij heeft altijd volle graanzolders en korenschuren.

Hij kan als het nodig is brood uit de hemel laten regenen en water uit steenrotsen laten stromen. Je zou – als je met je verstand te rade gaat – brood en koren bij de bakker of op de graanzolder zoeken, maar God doet brood uit de hemel regenen!

Waar geen ambacht, werk of voorraad is, daar moet toch genoeg water en brood zijn. Dat is een meesterstuk waar wij goed op moeten letten, want God kan dat nu nog ieder ogenblik doen.

Dit voorbeeld waarvan Mozes hier spreekt, (1) is wel heel treffend en opmerkelijk! God laat dagelijks brood uit de hemel regenen en water uit de steenrots stromen. Hij gaat hier veertig jaar mee door om het volk Israël in de woestijn eten en drinken te geven! Dit alles is vooral geschreven om ons geloof te versterken en om het eerste gebod naarstig te bestuderen en onszelf in te prenten.

O Heere God, dat wij toch bij het lieve Woord blijven en met hartelijke gebeden aanhouden! Want door de gebeden van Uw kinderen geeft en helpt U steeds alle gelovigen met alles wat zij in dit leven nodig hebben. Amen.

Maarten Luther: Predigten über das 5. Buch Mose, 1529, vgl. WA 28,720,14-23 en 724,32-39

(1) (…) 5 Ik heb u veertig jaar door de woestijn laten gaan; uw kleren zijn bij u niet versleten, en uw schoenen zijn niet versleten aan uw voeten; 6 brood hebt u niet gegeten, en ​wijn​ en sterke drank hebt u niet gedronken, opdat u zou weten dat Ik de HEERE, uw God, ben. (Uit Deuteronomium 29)

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Zie ook: Biddag 1525-2018…(I) 

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Biddag 1525-2018… (I)

God wil al ’t vee steeds spijzen, laven;
Hij hoort de stem der jonge raven.
Hij heeft geen lust aan ’s mensen krachten,
Aan hen, die daaruit heil verwachten.
(Psalm 147, uit vers 5, OB)

Van alle zorgen ontslagen

(a) (…) “De Heere wil zeggen: ‘Je hebt toch nooit een vogel gezien met een sikkel (1), die oogstte en in schuren verzamelde?’ Ja, de vogels werken niet zoals wij, toch worden zij gevoed. Daarmee wil de Heere natuurlijk niet zeggen dat wij niet moeten werken – met dit voorbeeld wil Hij ons alleen van alle zorgen ontslaan.

Een vogel kan immers niet, zoals wij, op de akker werken, toch zijn de vogels niet zonder werk, maar doen altijd waartoe ze geschapen zijn. Namelijk: hun jongen grootbrengen en voedsel geven, en bovendien uit dank voor onze Heere God een liedje zingen. Had God ze meer werk gegeven, dan zouden ze ook meer doen.

Vroeg in de morgen staat het vogeltje op, gaat op een takje zitten en zingt het liedje dat het geleerd heeft. Het weet van geen voedsel en maakt zich ook geen zorgen. Daarna als het honger krijgt, vliegt het weg en zoekt een graankorreltje. De lieve God heeft het al ergens neergelegd! Daaraan heeft het niet gedacht toen het zat te zingen – toch had dat vogeltje reden genoeg om zich daarover zorgen te maken.

Wel, schaam je nu, omdat de vogels vromer en geloviger zijn dan jij! Die zijn vrolijk en zingen met blijdschap, en weten niet wat ze te eten hebben. Dat is tot onze ontzaglijk grote schande gezegd, dat wij niet hetzelfde kunnen doen als de vogeltjes. Daarom moet een christen zich schamen voor een vogeltje. Wanneer je in de lente, als vogeltjes het mooist zingen, tegen één van hen zou zeggen: ‘Waarom zing je zo vrolijk? Je hebt toch geen graan in de schuur!’ Dan zou het je uitlachen.

Dit is een machtig voorbeeld – het moet ons werkelijk opwekken om God meer te vertrouwen dan we doen! De vogels doen wat ze moeten doen, maar wij doen dat niet! God maakt ons tot dwazen en maakt de vogeltjes tot onze leermeesters om ons te laten zien dat wij de mammon dienen en de ware God verlaten.”

Maarten Luther: Sommerpostille 1526 (Druck), Evangelium am 15. Sonntag nach Trinitatis. Matth. 6:24-34. Vgl. WA 10.1.2, 379, 21 – 380, 18

(1) Sikkel: halfrond gesmeed mes dat gebruikt werd in de oogsttijd om halmen van graangewassen te snijden.

(a) Het bovenstaande preekfragment is afkomstig uit een preek over Mattheüs 6 vers 24 tot 34 uit de Bergrede van onze Zaligmaker. Luther heeft deze preek gehouden rond september 1525. Het behandelde tekstdeel waaruit het citaat is genomen, is: Mattheüs 6 vers 26, over de vogels die niet zaaien of maaien.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website:www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Zie ook:  Biddag 1525-2018…(II)

Bron afbeelding:  Bible Verse Hoodle

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Politiek | Plaats een reactie

Als Godsgezanten (IV): geen mensenvrees…

Weest niet bevreesd voor hen, die het lichaam doden. (Uit Mattheüs 10 : 26-33)

Wie God vreest, vreest mensen niet.

De bode blijft bij het Woord en het Woord blijft bij de bode, nu en in eeuwigheid. Drie maal sterkt Jezus zijn boden met de woorden: ‘Vreest niet!‘ Wat hun nu in het verborgen overkomt, zal niet verborgen blijven, maar aan het licht komen voor God en de mensen. Het verborgenste lijden dat men hun aandoet, heeft de belofte, dat het eens aan het licht zal komen tot een oordeel over de vervolgers, tot verheerlijking van de boden.

Maar ook het getuigenis van de boden zal niet in het duister blijven, maar een openlijk getuigenis Worden. Geen heimelijk sektarisme, maar openlijke prediking moet het evangelie zijn. Ook al moet het heden ten dage hier en daar in verborgen hoeken leven, toch zal in de laatste tijden deze prediking de hele aarde vervullen tot heil en tot verwerping.

Voor de mensen behoeft men niet bevreesd te zijn. Die kunnen de discipelen van Jezus niet veel doen. Hun macht houdt op met de lichamelijke dood. Vrees voor de dood moeten de discipelen echter overwinnen door vreze Gods. Niet het gericht van mensen maar Gods gericht, niet de ondergang van het lichaam, maar de eeuwige ondergang van lichaam en ziel is een gevaar voor de discipel. Wie nog voor mensen vreest, kent niet de vreze Gods. Wie echter God vreest, vreest de mensen niet meer.

De macht die de mensen voor korte tijd op deze aarde gegeven is, gaat niet buiten Gods weten en willen om. Vallen wij in de handen der mensen, treft ons lijden en dood door menselijk geweld, dan zijn wij er toch zeker van dat alles van God komt. Hij die geen mus ter aarde laat vallen zonder zijn willen en weten, Hij laat de zijnen niets overkomen dan wat hun en de zaak waarvoor zij staan, goed en nuttig is. Wij zijn in Gods hand. Daarom: ‘Vreest niet!‘

De tijd is kort. De eeuwigheid is lang. Het is beslissingstijd. Wie hier bij het woord en de belijdenis blijft, bij hem zal in het uur van het oordeel Jezus Christus staan. Hij zal hem kennen en naast hem gaan staan, wanneer de aanklager zijn recht zal opeisen. Wie zich echter schaamt voor deze Heer en deze naam, wie Hem verloochent, voor hem zal zich ook Jezus in de eeuwigheid schamen, die zal Hij verloochenen.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De  boden” – “De grenzen van de macht” (3 mei) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 4 In mijn bangste uur vertrouw ik op U.
5 Op God, wiens Woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een schepsel mij aandoen?
(Uit Psalm 56)

Zie ook:
– Als Godsgezanten (I) – Geen ruimte voor menselijke overwegingen…
– Als Godsgezanten (II) – Wanneer de Liefde ons dringt…
– Als Godsgezanten (III) – nuchter en volhardend

Bron afbeelding:  Asian Baptist Women’s Fellowship

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Als Godsgezanten (III): nuchter en volhardend…

Wacht u voor de mensen. (Uit: Mattheüs 10 : 17-22)

Van het Woord uit zullen de boden ook het juiste inzicht in mensen krijgen. Geen vrees voor de mensen, geen wantrouwen, vóór alles geen mensenhaat, maar ook geen lichtvaardige goedgelovigheid, geen geloof aan het goede in alle mensen, maar juist inzicht in de verhouding van het Woord tot de mens en de mens tot het Woord moeten de discipelen tonen.

Wanneer zij op dit punt nuchter zijn geworden, dan kunnen zij het ook verdragen wanneer Jezus hun voorzegt, dat hun weg onder de mensen een lijdensweg zal zijn. Maar een wonderbaarlijke kracht schuilt in het lijden van de discipelen. Door lijden zal de boodschap verder gedragen worden.

Omdat dit Gods plan en Jezus’ wil is, daarom zal ook in het uur van verantwoording afleggen voor gerichten en tronen de discipelen de kracht geschonken worden tot een goede belijdenis, tot een onbevreesd getuigenis. De Heilige Geest zelf zal hen bij staan. Hij zal hen onoverwinnelijk maken. Hij zal hun een ‘wijsheid geven, welke al uw tegenstanders niet zullen kunnen weerstaan of weerleggen’ (Lucas 21 : 15).

Omdat de discipelen in het lijden zich aan het Woord houden, daarom zal het Woord ook bij hen blijven. Voor een gezocht martelaarschap geldt deze belofte niet. Maar het lijden om wille van het Woord is er ten volle van verzekerd.

De haat tegen het Woord van de boden van Jezus zal tot het einde blijven. Het zal de discipelen de schuld geven van alle tweedracht die over steden en huizen zal komen. Jezus en zijn discipelen zullen als de verstoorders van het gezin, als de verleiders van het volk, als waanzinnige dwepers en oproermakers door allen veroordeeld worden.

Dan is de verzoeking om afvallig te worden voor de discipelen nabij gekomen. Maar het einde is ook nabij. Het gaat erom, nog tot dan trouw te blijven, door te zetten, te volharden. Zalig zal alleen hij zijn, die tot het laatste toe aan Jezus en Zijn Woord vasthoudt.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De  boden” – “Nuchter worden” (2 mei) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 7 God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, ​liefde​ en bezonnenheid. 8 Schaam je er dus niet voor om van onze ​Heer​ te getuigen; schaam je ook niet voor mij, die omwille van hem gevangen zit, maar deel in het lijden voor het ​evangelie, met de kracht die God je geeft. 9 Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een ​heilige​ taak, niet op grond van onze daden, maar omdat hij daartoe uit ​genade​ besloten had. (Uit 2 Timoteüs 1)

Zie ook:
– Als Godsgezanten (I) – Geen ruimte voor menselijke overwegingen…
– Als Godsgezanten (II) – Wanneer de Liefde ons dringt…

Bron afbeelding:  Pinterest

2 Timoteüs 1 8-9 - So do not be ashamed - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Dienst in een christelijke gemeenschap…(IV)

Verdraagt elkanders moeilijkheden; zó zult gij de wet van Christus vervullen.
(Galaten 6 : 2)

Broeders of zusters (maar) mijden?

De broeder is voor de christen, en juist voor de christen, een last. De heiden heeft van de ander niet zo veel last. Elke hinder van de ander gaat hij uit de weg, maar de christen moet de last van de broeder verdragen.

Alleen als last is de ander werkelijk zijn broeder en geen object waarover hij heerst. De last der mensen is voor God zelf zo zwaar geweest, dat Hij onder deze last aan het kruis moest worden geslagen. God heeft in het lichaam van Jezus Christus werkelijk aan de mensen geleden, maar juist zo heeft Hij ze gedragen en verdragen als een moeder haar kind, als een herder het verloren schaap.

Het is de wet van Christus, die aan het kruis in vervulling ging.
Aan deze wet krijgen de christenen deel.

Om te beginnen is het de vrijheid van de ander, die voor de christen een last is. Ze gaat in tegen zijn neiging om zich zelf als norm te stellen en toch moet hij die vrijheid respecteren. Tot de vrijheid van de ander hoort alles wat wij verstaan onder: structuur der persoonlijkheid, karakter, individuele eigenschappen, bijzondere aanleg; ook de zwakheden en eigenaardige trekken, die ons geduld zo sterk op de proef stellen, behoren ertoe; en ook alles, wat de talrijke wrijvingen, tegenstellingen en botsingen tussen mij en de ander veroorzaakt.

De last van de ander dragen betekent hier, de werkelijkheid van de ander verdragen, er positief op reageren en, er aan lijdend, er toch vreugde in leren scheppen.

Bij de vrijheid van de ander komt nog het misbruiken van die vrijheid door de zonde. De zonde van de ander is nog moeilijker te verdragen dan zijn vrijheid, want door de zonde wordt de gemeenschap met God en met de broeder verbroken…

Maar hier treedt ook in het verdragen daarvan de grote genade van God pas duidelijk aan de dag. De zondaar niet verachten, maar hem verdragen, betekent immers, hem niet los behoeven te laten, hem mogen accepteren en de gemeenschap voor hem open mogen houden door de vergeving.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Dient elkaar” – “De ander is een last” – (27 oktober) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Samenkomst gemeente geen “Tupperware-party”…

(…) 15 Maar voor het geval dat ik langer wegblijf, dan weet je nu hoe men
zich behoort te gedragen in het huis van God, dat is de ​gemeente​ van de levende God, pijler en fundament van de waarheid. (Uit 1 Timoteüs 3)

(…) De oorspronkelijke praktijk van de disciplina arcani brengt ons echter bij de vroeg-christelijke kerk van de derde eeuw. Pas wanneer alle mensen die geen lid waren van de gemeente de bijeenkomst hadden verlaten en de gelovigen onder elkaar waren, werd de geloofsbelijdenis gezongen, het Avondmaal gevierd en het Onze Vader gebeden.

Bonhoeffer wijst er op dat deze geheimhouding nodig was onder druk van christenvervolging (DBW 14,526 en 549). Het ging de kerkvaders in het arcanum om de bescherming en bewaring van het geheim, als ‘maatregel’ tegen het spotten van de onverstandige wereld (DBW 14,525).

Op deze traditie grijpt Bonhoeffer terug tijdens colleges in 1932 en 1935. Hij stelt dat de belijdenis thuis hoort binnen de samenkomsten van de gelovigen. De belijdenis is geen reclamemateriaal, maar moet als heilig goed in de gemeente worden bewaard. De auteur van “Levend geloven” wijst daarom terecht op Bonhoeffers Navolging waarin aspecten van de disciplina arcani naar voren komen. Genade is dure genade en moet niet te grabbel worden gegooid. Zij is een zaak tussen God en de gemeente, niet tussen de gemeente en de wereld.

Er is meer over te zeggen, juist in het kader van de verhouding kerk en wereld, maar dat voert te ver voor een boekbespreking. Bos noemt de kerk wel, maar is deze weer uit het oog verloren wanneer hij verder gaat. De auteur vertaalt in Levend geloven de disciplina arcani via geloofsgeheim in de genoemde leef- en leesregel. Daarom schrijft hij op bladzijde 141 logischerwijs over de zuiverheid van de ziel. Het ging Bonhoeffer bij de disciplina arcani om het zuiver houden van de kerk.

Die notie gaat in “Levend geloven” verloren. Dat is spijtig omdat de auteur ook een dam wil opwerpen tegen het individualisme van deze tijd (blz. 139). Waar kan dat beter dan juist binnen de Sanctorum Communio, de gemeenschap van heiligen?

Het beroep dat Bos doet op Bonhoeffers disciplina arcani doet daarom geen recht aan de manier zoals het Bonhoeffer het zelf te berde heeft gebracht. Het lijkt erop dat Bos Bonhoeffer op dit punt niet goed heeft verstaan.

Maar daarmee is niet alles gezegd. Het laatste deel van “Levend Geloven” is prachtig. Daarin klopt het hart van pastor Bos. (…)

Bron tekst:  Boekbespreking van boekje “Levend geloven – Dietrich Bonhoeffers disciplina arcani als leef- en leesregel” van ds. C. Bos, predikant te Benschop, door Arthur Anderliesten, Meteren, in Ecclesia nr. 5, maart 2018.

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Het Godsrijk verwachten… (VI)

Weest niet bezorgd. (Uit: Mattheüs 6 : 24-25)

De praktische kant van: Uw koninkrijk kome.

Zorgen voor morgen

De goederen spiegelen het menselijk hart zekerheid en zorgeloosheid voor; maar in waarheid veroorzaken ze juist zorg. De bezorgdheid zoekt schatten en de schatten brengen weer bezorgdheid. Wij willen ons leven door de goederen veilig stellen, wij willen door bezorgdheid zorgeloos worden; maar in waarheid blijkt het tegendeel.

Het misbruik van de goederen bestaat daarin, dat wij ze gebruiken om de volgende dag veilig te stellen. Zorg is altijd op morgen gericht. De goederen zijn in strikte zin alleen voor het heden bestemd. Juist het zich zeker stellen voor de dag van morgen maakt mij vandaag zo onzeker.

Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen leed. Wie de dag van morgen geheel in Gods hand legt en vandaag ontvangt wat hij voor het leven nodig heeft, die alleen is veilig. Het dagelijks ontvangen maakt mij vrij van morgen. De gedachte aan morgen geeft mij prijs aan oneindige bezorgdheid.

‘Maakt u geen zorgen voor de volgende morgen‘: hier wordt ofwel gespot met de armen en ellendigen, tot wie Jezus juist spreekt, met al diegenen die – menselijk gesproken – morgen verhongeren, wanneer zij vandaag niet zorgen; en dan is dit een ondraaglijke wet, die de mens vol afkeer van zich stoot; óf het is de unieke verkondiging van het evangelie zelf van de vrijheid van de kinderen Gods, die een Vader in de hemel hebben, die hun zijn geliefde Zoon geschonken heeft. Hoe zou Hij ons met Hem niet alles geven? (1)

‘Maakt u geen zorgen voor de dag van morgen.‘ Als wijsheid of wet is dit onbegrijpelijk. Het is alleen te begrijpen als het evangelie van Jezus Christus. Alleen de volgeling die Jezus heeft leren kennen, ontvangt uit dit woord de toezegging van de liefde van de Vader van Jezus Christus en de vrijheid van alle dingen.

Wij kunnen dus helemaal niet zorgen (v. 27 – zie hieronder). De volgende dag, het volgende uur ligt geheel buiten ons gezichtsveld. God alleen kan zorgen, omdat Hij de wereld regeert.

Omdat wij niet kunnen zorgen, mogen we ook niet zorgen.
Wij matigen ons daarmee de heerschappij van God aan.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Zoekt eerst het rijk van God” – “Het lijkt bijna cynisme” – (18 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978 

(…) 26 Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven? 27 Wie van u kan door bezorgd te zijn één ​el​ aan zijn lengte toevoegen? (Uit Matteüs 6)

(1) (…) 8 Ik zeg u: Al zou hij niet opstaan en ze hem geven, omdat hij zijn vriend is, dan zou hij toch om zijn onbeschaamdheid opstaan en hem er zoveel geven als hij nodig heeft. 9 En Ik zeg u: ​Bid, en u zal gegeven worden;… (Uit Lukas 11)

Zie ook:
– Het Godsrijk verwachten…(I)
– Het Godsrijk verwachten…(II)
– Het Godsrijk verwachten…(III)
– Het Godsrijk verwachten…(IV)
– ‘Het onze vader uitgelegd voor de eenvoudigen’, 1519 (15)

Bron afbeelding:  Christian Pictures Blog

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie