Marsmannetje Dawkins en de steenvergruizer…

Het groene marsmannetje Dawkins zat bij zijn zelf bedachte en door hem geconstrueerde steenvergruizer te malen (dat is nodig voor het kunnen nuttigen van de voor marsmannetjes “broodnodige” (1) mineralen), toen een marsvrouwtje hem het bericht kwam brengen dat er, bijna aan de andere kant van mars, een buitenmars voertuig was geland. En ook dat de deuren van dat voertuig waren open gegaan en dat er toen een voorwerp op de marsbodem was neergelegd.

Daarna was het voertuig weer opgestegen en verdwenen. Nieuwsgierige marsvrouwtjes en -mannetjes waren toen voorzichtig naar dat gedeponeerde voorwerp toegegaan. Het bleek om een voorwerp te gaan met daarin afbeeldingen van zeer bijzondere wezens en allerlei voorwerpen van ongekende vorm en met de meest schitterende kleuren.

Het marsvrouwtje had bij en na het bekijken van dit gevonden voorwerp direct al aan marsmannetje Dawkins gedacht en reden gezien om dit naar hem toe te brengen en door hem te laten beoordelen, m.n. omdat hij doorgaat voor één van de meest wijze en verstandige marsmannetjes.

Marsmannetje Dawkins keek echter argwanend naar het voorwerp en even later in het voorwerp. Het begon met een afbeelding van een planeet in heel prachtige kleuren en verder daarop volgend afbeeldingen van allerlei mooie wezens en gebouwen…

Na het ingezien te hebben, schudde Dawkins echter met zijn hoofd en keek het marsvrouwtje wat meewarig aan. Wat een onzin zei hij, dit voorwerp  verdient het om verbrand te worden. Dit alles kan niet bestaan en waar zijn. Ik kan het me niet eens voorstellen, dat er door het heelal zo’n door mij geconstrueerde steenvergruizer zou vliegen (2), en moet ik nu gaan geloven, dat er zo’n bijzondere vorm van mars met zulke bijzondere wezens en voorwerpen door ons heelal vliegt, zoals dit voorwerp ons laat zien?

Het spijt me, maar met zulke onzin wil en kan ik me niet bezig houden (3). Kom dus niet weer met zo’n onzin verhaal over een buitenmars voertuig bij mij aanzetten, en doe dat voorwerp maar weg en verbrand het, want wij marsmannetjes hebben wel beter en belangrijker zaken om druk mee te zijn… (4)

N.a.v. Richard Dawkins verhaal over een door het heelal vliegende theepot, waarvoor “Aardmannetje Dawkins aan het malen bij zijn theepot” als passende titel gebruikt zou kunnen worden.
(1) Dawkins geeft ons stenen voor Brood.
(2) Theedrinken en theepotten zijn toch zo’n beetje het summum van de Engelse beschaving (en juist daarmee steken ze ver boven de andere Europese wijn- en bierdrinkers uit), en daarom is het mijn voorstel, dat de Britten een porseleinen theepot in de ruimte brengen en wel in een vrije baan zodat deze ver het heelal in zal reizen en zo mogelijk ooit nog eens ontdekt zal worden door een andere beschaving…
(3) Herkomst en ontstaan en het doel van dit “buitenmarse” voorwerp gaat blijkbaar ver boven het (beperkte) bevattingsvermogen van deze marsbewoner en daarom wil hij het niet aanvaarden en erover na- en doordenken, maar hij wil er vanaf.
(4)
Marsmannetje Dawkins droom is namelijk om zijn primitieve steenvergruizer verder te ontwikkelen om daarmee – ten bate van de marsbewoners – de enorme rotssteen uit de grote Marswoestijn te kunnen vergruizen… (onder de marsbewoners gaat het verhaal dat een grote rotssteen eenmaal de hele marsbewonersmaatschappij omver zal werpen).
Verder opgemerkt door AJ:
– De mogelijkheid van bijzondere door het heelal vliegende voorwerpen werd en wordt juist door de aanhangers van de evolutie-theorie ondersteund en in hun verhalen en theorieën ingebouwd. Voorbeelden daarvan zijn 1) het opperen van de mogelijkheid dat de aarde “bevrucht” werd met “leven” vanuit elders in het heelal en 2) het aannemen van het bestaan van buitenaardse beschavingen, die ook doen aan ruimtevaart – en (dus) rommel/voorwerpen achterlaten in het heelal.
– Wanneer we letten op hoeveel fantasie wetenschappers willen en moeten toevoegen aan hun theorieën over hoe de evolutie begonnen en verlopen is, dan zijn de Bijbelverhalen in vergelijking daarmee (in meerderheid) door en door nuchtere verslagen van oog- en oorgetuigen.

(Jezus aan het woord in Johannes 3)
12 Wanneer jullie me niet geloven als ik over aardse dingen spreek, hoe zouden jullie me dan geloven als ik over hemelse dingen spreek? 13 Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon.