Kerst vieren in 2018…

Laat niemand iets u voorschrijven op het gebied van eten en drinken
of het vieren van feestdagen
(Uit Kolossenzen 2)

Ook wij christenen zijn druk, druk, druk, maar we maken (straks) twee dagen even tijd voor God en dan is er “God die even de tijd voor je heeft als je Hem die tijd dan maar weer even gunt” (1)…

Opgemerkt: Wij leerden thuis van onze ouders (2) – en ook mee dankzij het toentertijd doorgaande onderwijs dat gegeven is in/met de Heidelbergse catechismus – dat wij elke dag vanuit de door onze Heer en Heiland Jezus Christus voor ons verworven sabbatsrust mogen en hebben te leven en een heel belangrijk punt daarin is dat we rusten van onze zonden. Wat zou dat op allerlei manier al ontzettend veel drukte schelen! (3)

Leestip: Kolossenzen 2 en 3.

(1) Stukje tekst tussen aanhalingstekens een citaat uit een Facebook publicatie met gedachten over Kerst.
(2) Die maakten liever niet zo veel drukte van en met Kerst (ook in/met de kerkdiensten niet).
(3) Uit Jezus woorden en optreden blijkt dat nalatigheid op het gebied van barmhartigheid en vergevingsgezindheid ons nog het meest worden aangerekend. Die zonde mag ons niet met rust laten…

(…) 12 Omdat God u heeft ​uitgekozen, omdat u zijn ​heiligen​ bent en Hij u liefheeft,
moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid,
zachtmoedigheid en geduld.
(Uit Kolossenzen 3)

Bron afbeelding:  Our Joyous Rejoicing

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Gemeente | Een reactie plaatsen

Alles van en door Hem…

Door zijn ​genade​ bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God. (Efeziërs 2 : 8)

Alles dankbaarheid…

Wie gelooft en gedoopt wordt, die zal zalig worden, wie echter niet gelooft, die zal verdoemd worden’ (Markus 16 : 16, weergave DB 1545).

(…) “Wat hoort er dan bij deze prediking? Dit hoort erbij, dat u gelooft! Want zonder geloof kunt u het niet ontvangen. Wanneer u het in een boek schrijft, dan is dat op zich nutteloos, ook dat u er veel over nadenkt. Idem, dat u daarover preekt en spreekt, of dat u het hoortdit alles help niets, want u moet het (verkondigde en gehoorde Woord – AJ) geloven en zonder enige twijfel daarop vertrouwen.

U moet geloven dat het zo is als het evangelie ons zegt: dat niet uw werk, maar het werk van de Heere Christus, Zijn sterven en opstanding, uw zonde en dood wegneemt én dat u daartoe niet kunt komen, dan alleen door het geloof. Daarom zegt Christus verder: ‘Wie echter niet gelooft – al zou hij ook gedoopt zijn – die wordt verdoemd.’ (1)

Hier moet u de woorden laten staan zoals ze staan, want Hij zegt niet: ‘Wie niet gelooft en daarbij goddeloze werken doet …’, maar platweg: ‘Als u zelfs de kuisheid van alle maagden had, al het lijden van alle martelaren, en in het kort: alle goede werken die alle heiligen ooit gedaan hebben op één hoop, als er geen geloof is, dan is dit allemaal verloren moeite.”

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1523, vgl. WA 12, 558, 12-25

(1) (…) maar wie niet in Hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon. (Uit Johannes 3)

Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage)

(…) 27 Kunnen wij ons dan nog ergens op laten voorstaan? Dat is uitgesloten. En door welke wet komt dat? Door de wet die eist dat u hem naleeft? Nee, door de wet die eist dat u gelooft. (Uit Romeinen 3)

Vraag 116: Waarom is het gebed voor de christenen (dan nog) noodzakelijk?
Antwoord: Omdat het gebed het voornaamste is in de dankbaarheid aan God; bovendien wil God zijn genade en zijn Heilige Geest alleen geven aan hen die van harte en zonder ophouden Hem daarom bidden én daarvoor danken.
(Uit de Heidelbergse Catechismus, Zondag 45)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Een reactie plaatsen

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXIV)

(…) 1 De HEER heb ik lief, Hij hoort mijn stem, mijn smeken,
2 Hij luistert naar mij, ik roep Hem aan, mijn leven lang.
(Uit Psalm 116)

Het werk van het derde gebod (I)

(…) “We behoren te bidden, niet zoals bij ons gewoon geworden is, namelijk met veel (herhaling van) woorden en het tellen van kralen (1), maar door ons te richten op wat werkelijk onze nood is, en de leniging (2) daarvan met alle ernst te verlangen met vast geloof en vertrouwen op God, niet twijfelend dat we door Hem worden gehoord en verhoord.

Zoals de heilige Bernardus (3) zijn broeders onderwijst en zegt: Geliefde broeders, u zult uw gebeden beslist niet verachten alsof het tevergeefse moeite zou zijn (geweest), want ik zeg jullie dat voordat jullie die woorden konden uitspreken, jullie gebed al in de hemel geschreven werd; en u zult vol vertrouwen van God één van twee dingen verwachten: namelijk dat uw gebed zeker zal worden verhoord en uw daarin uitgesproken wens vervuld, en ingeval uw wens niet wordt vervuld dat dit dan ook niet goed en nuttig zou zijn geweest.

Gebed is dus een bijzondere (uit)oefening van ons geloof; geloof maakt het gebed zo aannemelijk dat uw wens óf zeker wordt vervuld, óf we zullen iets beters ontvangen dan waarom we vroegen. De apostel Jakobus zegt: ‘Hij die van God vraagt, mag niet twijfelen in geloof; want als hij twijfelt, laat die mens dan niet menen dat hij ook maar iets van God ontvangen zal‘ [Jakobus. 1 : 6-8]. Dit is een uitspraak, die zonder omwegen verklaart: de mens die niet vertrouwt, ontvangt niets, noch waarom gevraagd werd en ook niets beters.

Christus zelf zegt, om dat vertrouwen (geloof) bij ons te wekken, in Marcus 11 [: 24]: ‘Daarom zeg ik jullie: waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt en het wordt je geschonken.‘ En Lucas 11 [: 9-13] : ‘Vraag, en er zal je gegeven worden; zoek en je zult vinden; klop, en er zal voor je worden opengedaan. Want ieder die vraagt, ontvangt en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om brood vraagt een steen geven? Of als het om een vis vraagt een slang zal geven? Of een schorpioen als het om een ei vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie van nature slecht, je kinderen al goede gaven weet te schenken, hoeveel te meer zal uw hemelse Vader Zijn heilige Geest geven aan allen die Hem erom vragen!‘”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 232/233 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 58)

(1) Zoals gebruikelijk bij het ‘rozenkrans bidden’.
(2) Opheffen van deze nood
(3) Bernardus van Clervaux (1090-1153)

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 8 Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw ​hart, weifelaars. 9 Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid. 10 Verneder u voor de ​Heer, dan zal hij u verheffen. (Uit Jakobus 4)

Bron afbeelding:  Pinterest (KJV Verse of the Day)

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Een reactie plaatsen

Pastorale bemoediging en aanmoediging…

(…)  omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt. Daarover hebt u gehoord toen aan u de Waarheid verkondigd werd en het ​Evangelie​ u bereikte.
(Uit Kolossenzen 1 : 5-6)
(…) Die ons de verlossing heeft gebracht, de ​vergeving​ van onze ​zonden.
(Uit Kolossenzen 1 : 14)

Pastorale zendbrief (1)

(…) “Christus alleen is onze Heere, Priester, Leraar, Herder, Vader, Heiland, Helper, Troost en Toeverlaat voor eeuwig. Dat is Hij in onze zonden, in onze dood en in onze nood en verder in alles wat ons ontbreekt, zowel voor de tijd als voor de eeuwigheid.

Want zó hebt u het gehoord en geleerd, dat, wie gelooft dat Jezus Christus door Zijn bloed – zonder onze verdienste en naar de wil en het welbehagen van God de Vader – onze Heiland en de Herder van onze zielen is geworden, dat dan dit geloof, ons Christus ook eigen maakt en schenkt. Want het bloed van Christus is zeker niet van mij of van u, omdat we vasten en bidden, maar alleen omdat we geloven.

Zoals Paulus zegt: ‘Wij weten, dat de mens door het geloof rechtvaardig wordt, zonder de werken der wet’ (vgl. Romeinen 3 : 28).

Dit geloof geeft ons een blijmoedig en gelukkig hart, vol liefde tot God, omdat het ziet dat het ook Gods wil en welbehagen is, dat Christus zo liefdevol met ons omgaat. Dit wil het zeggen: door Christus tot de Vader komen en tot de Vader getrokken worden, vrede met God hebben, en gerust en vrolijk de dood en alle ongeluk tegemoet zien (a). Waar nu dit geloof niet is, daar is blindheid, geen christen, of ergens een vonkje van enig Goddelijk werk of Goddelijk welbehagen.”

Maarten Luther: Brief an die Christen in Riga, Reval und Dorpat (1523),vgl. WA 12, 148, 18 – 149, 2

(a) (…) 23 Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het ​Evangelie​ brengt, het ​Evangelie​ dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is (Uit Kolossenzen 1)

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com

(1) Reeds sinds 1521 waren de geschriften van Luther ook doorgedrongen in Lijfland [= nu Republiek Letland] aan de noordoostelijke kust van de Botnische Golf. Dit mede door studenten die aan de Universiteit van Wittenberg studeerden en bij terugkeer in hun vaderland deze ‘nieuwe leer’ verbreidden. Ondanks de tegenstand uit de traditionele kerk ontstonden toch bloeiende christelijke gemeenten. In 1523 schrijft Luther een pastorale zendbrief aan de ‘uitverkoren lieve vrienden van God, alle Christenen in Riga, Reval en Dorpat in Lijfland, mijn lieve heren en broeders in Christus’. Het bovenstaande citaat komt uit deze zendbrief.

Bron afbeelding:  BiblePic.com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Een reactie plaatsen

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XXIII)

Niet ons, HEER, niet ons, geef Uw naam alle ​eer, om Uw ​liefde, Uw trouw.
(Psalm 115 : 1)

Het werk van het tweede gebod (IX)

Het derde werk van dit gebod is Gods naam aanroepen onder alles en in alle omstandigheden. God beschouwt Zijn naam als door ons geheiligd en geëerd als we Die noemen en daarop een beroep doen in alle tegenspoed en nood. En de slotsom bij dit alles is: dit is precies de reden waarom Hij ons mensen veel problemen, leed, tegenspoed en zelfs de dood stuurt.

Hij laat ons leven met en in allerlei slechte, zondige genegenheden, zodat Hij daardoor ons kan aansporen en alle reden geeft om naar Hem toe vluchten, tot Hem te kermen, onder het aanroepen van Zijn heilige naam, en om zo dit werk van het tweede gebod te vervullen, zoals hij zegt in Psalm 50 [: 15-14]: ‘Roep mij aan in tijden van nood en benauwdheid, en Ik zal u redden; en zo zult U mij eren, want Ik verlang een dankoffer vol lofprijzing.

Dit is de manier waarop je gered en behouden zult worden, want door zo te doen ontdekken en leren wij mensen wat Gods naam betekent, hoe krachtig Hij is om al diegenen te helpen die Hem aanroepen, en hoe hierdoor vertrouwen en geloof machtig toenemen. Het eerste en belangrijkste gebod wordt vervuld door dit werk te doen.

Dat is ook de ervaring van David lezen we in Psalm 54 [: 7-6]: ‘U hebt mij uit alle nood gered, daarom zal ik Uw naam van harte loven en erkennen dat deze mooi en liefelijk is.‘ En in Psalm 91 [: 14] God zegt: ‘Ik zal hem bevrijden omdat hij zijn hoop op mij vestigt: Ik zal hem helpen omdat hij Mijn naam heeft erkend.

Zeg nu zelf, wie op aarde zal er niet genoeg hebben om zijn hele leven te vullen met het doen van dit werk? Want wie leeft er een uur zonder beproevingen? Ik zal maar geen melding maken van de vele soorten van beproevingen in dagen van van tegenspoed want die zijn ontelbaar. De meest gevaarlijke beproeving die wel genoemd moet worden, dat is de tijd wanneer er (schijnbaar) helemaal geen beproevingen zijn, wanneer alles met en om ons in orde lijkt te zijn en goed verloopt.

In zulke omstandigheden is de mens nog het meest geneigd om God te vergeten, zich onafhankelijk te voelen en om deze tijd van voorspoed verkeerd te benutten. In werkelijkheid heeft zo iemand het aanroepen van Gods Naam dan tien keer meer nodig dan in dagen van tegenspoed. Zoals (van zulk aanroepen en vertrouwen) geschreven staat in Psalm 91 [: 7]: ‘Duizend vallen er aan uw zijde, tienduizend aan uw rechterkant.‘” (1)

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 223/224 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 46/47)

(1) Psalm 91 : 7bmaar jou zal het geen kwaad doen.

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  The Fellowship Site

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen

Leven vanuit verwachting…

En na de dood van Abraham zegende God Izak zijn zoon, en Izak woonde bij de bron van de Levende en Ziende (Genesis 25 : 11, weergave DB 1545).

(…) ‘Het verstand laat zich wijsmaken [lett.: dromen] dat je God moet dienen en verzoenen met zichtbare offers, of andere oefeningen, die door mensen verzonnen zijn. De voorbeelden van de aartsvaders laten echter zien dat dit de voornaamste en hoogste godsdienst is, dat je op God wacht.

Dát is immers het goede nut en doel en de eigenlijke oefening van het geloof. Want het geloof wil ons in de eerste plaats richten op het onzichtbare, namelijk dat het ons voorhoudt om die dingen te geloven, die je met ogen niet kunt zien.

Dat kunnen wij op zich nog wel enigermate dulden en verdragen, maar het wordt moeilijker als de hulp die het verwacht, wordt vertraagd en uitgesteld. Zoals Abraham vijfentwintig jaar heeft gewacht voor aan hem de beloofde zoon werd geboren, en zoals Izak twintig jaar zonder kinderen bleef.

Het aller-bezwaarlijkste is echter dit: wanneer op het uitstel en het lange wachten ook nog volgt dat alles wat gebeurt, ongerijmd en onbegrijpelijk schijnt te zijn voor de ogen van het verstand.

Wie dán nog kan verwachten en vertrouwen, en op datgene kan hopen, dat uitgesteld wordt, en dát kan liefhebben, dat met alles in tegenspraak is – die zal tenslotte ervaren dat God waarachtig is en Zijn belofte getrouw houdt.

Maarten Luther:  Vorlesungen über 1. Mose von 1535 – 1545, vgl. WA 43, 367, 25-37

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com

Zie ook: Buiten zichzelf (van verwachting)…

(…) 6 Zie, Gij hebt mijn dagen als enige handbreedten gesteld,
mijn levensduur is als niets voor U;
ja, ieder mens staat daar, enkel een ademtocht. sela
7 Ja, de mens gaat daarheen als een schaduw,
ja, als een ademtocht suizen zij weg,
zij garen bijeen en weten niet, wie het tot zich nemen zal.
8 En nu, wat verwacht ik, Here?
Mijn hoop, die is op U.
(Uit Psalm 39)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Een reactie plaatsen

Buiten zichzelf (van verwachting)…

Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE” (Genesis 49 : 18)

En de zaligheid is in geen ander; want er is onder de hemel geen andere Naam,
Die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden

(Handelingen 4 : 12)

(…) Daarom verwachtte Jakob het niet van mensen. Hij noemde de naam van Abraham en van zijn vader Izak niet. Hij wendde zich tot niemand van het volk van God, en ook zocht hij de zaligheid niet in zijn eigen goede werken. Hij wist dat er alleen gerechtigheid en sterkte te vinden is in deze Messias, en dat God geen andere Naam bekend gemaakt had waardoor wij kunnen zalig worden.

Daarom klinkt het:Op Uw zaligheid – dit is Uw Zaligmakerwacht ik, HEERE!’ ‘Uw Zaligmaker’ betekent dat het de HEERE Zelf is Die Hem als Zaligmaker heeft aangesteld. In de eeuwigheid was Hij daartoe al uitverkoren. God heeft direct na de zondeval deze Zaligmaker al beloofd aan Adam en Eva, en deze moederbelofte werd later herhaald aan Abraham en Izak. Jakob heeft de belofte ook zelf ontvangen (door het geloof – AJ) dat deze Zaligmaker door de Vader tot een Heere en Christus gemaakt is en naar de wereld gezonden zal worden.

Jakob heeft met zijn woorden ook kunnen bedoelen dat hij de zaligheid tegemoet zag die God Zelf voor hem had bereid. Wie zal zo’n grote zaligheid kunnen schenken anders dan God Zelf? Jakob erkende de Zaligmaker Die de Vader gegeven heeft voor de ware God en uit Zijn volheid verwachtte hij ook genade voor genade. Jakob had in zijn leven al veel zaligheid van Hem genoten (a), maar nu hij gaat sterven, heeft hij nog een andere zaligheid in het oog. Daarom voeg ik die twee dingen bij elkaar: de Zaligmaker en de zaligheid.

(…) Daarom worden de verwachting en de hoop in Hebreeën 11 samengevoegd. Maar omdat het geloof de voornaamste grond van de hoop is, was hun verwachting een geloofsverwachting. Ze waren ervan verzekerd dat Hij, van Wie beloofd was dat Hij komen zou, het ook echt zou doen. Dit stond bij hen zó vast dat ze er zich in verheugden alsof het al gebeurd was. Jakob zag op het genadeverbond, dat vast en onveranderlijk was. Dit verbond was opgericht met de Middelaar in Wie alle geslachten van de aarde gezegend zullen worden. Deze Borg was de almachtige en onveranderlijke God Zelf. (b)

Bovendien waren de offers voor Jakob als levende schilderijen van Christus’ toekomstige borgtocht. Zijn verwachting werd nog versterkt omdat hij zijn voorouders naar de hemel heeft zien afreizen in het vaste vertrouwen op hun God. Omdat deze zaak voor hen zó zeker was, zagen ze deze verwachting als een profetie en een aankondiging van de komst van de Messias. (c)

Maar omdat het de tijd nog niet was en de Messias nog op Zich liet wachten, ging het verwachten van de vaderen gepaard met een geduldig afwachten. Ze brachten de les van Habakuk (2 : 3) in praktijk: ‘Zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewis komen, Hij zal niet achterblijven.’ Dit is het juiste wachten op iemand als men de zaak niet opgeeft, maar volhoudt totdat hij komt. Jesaja (8 : 17) laat zien waarin het juiste verwachten bestaat als hij zegt: ‘Daarom zal ik de Heere verbeiden, (..) en ik zal Hem verwachten.

Dit verwachten ging ook over de zaligheid zelf. De Bijbel spreekt op veel plaatsen over de toestand van een gelovige die verlangend uitziet naar de zaligheid. Paulus zegt over Abraham: ‘Want hij verwachtte de stad, die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is’ (Hebreeën 11 : 10). Van de gelovigen wordt gezegd dat zij de toekomende stad zoeken (Hebreeën 13 : 14), en dat zij begerig zijn naar een beter vaderland, dat is, naar het hemelse (Hebreeën 11 : 16).

Bron tekst:  Reveil-serie – “Hebt u Christus in uw hart ontvangen“, preek van Jacobus de Groot (1696-1750), Uitgave Stichting “Smytegelt-Fonds” (No 549, november 2018)

(a) (…) 9 Jakob​ zei tegen de ​farao: Het aantal van de jaren van mijn ​vreemdelingschap​ is honderddertig jaar. Weinig in getal en vol kwaad zijn mijn levensjaren geweest, en zij hebben het aantal van de levensjaren van mijn vaderen in de dagen van hun ​vreemdelingschap​ niet bereikt. 10 En ​Jakob​ zegende de ​farao​ en ging weer bij de ​farao​ weg. (Uit Genesis 47)

(b) Zie Hebreeën 6 : 16-20.

(c) … opdat wij vermaand worden, een mishagen aan onszelf te hebben, ons voor God te verootmoedigen, en onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelf te zoeken. (Uit het Doopformulier)

Bron afbeelding:  Pastorale Hulpverlening Jongeren

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen