‘Ouders laten hun kinderen weten hoe trouw U bent’…

‘Met geloken ogen roep ik naar omhoog:
“Ach HEER, sta in mijn nood voor mij in.

Wat zal ik nog zeggen?
Wat Hij mij beloofd heeft, doet Hij ook.
Ik zou mijn levensweg hebben vervolgd,
gebukt onder mijn bitter lot.
Maar mijn HEER zei: “Tijd om te leven!”
U geeft mij nieuwe kracht, U doet mij herleven.
Zo heeft mijn bitter lot mij vrede gebracht.
U hebt mij behoed voor het zinloze graf,
U hebt mijn zonden weggedaan.

Nee, het dodenrijk zal U niet loven,
de dood prijst U niet,
zij die in het graf zijn afgedaald
verlaten zich niet op Uw trouw,
Maar hij/zij die leeft – leeft! – zal U loven,
zoals ik doe op deze dag.
Ouders laten hun kinderen weten
hoe trouw U bent. *

De HEER is mij te hulp gekomen.
Laten wij op de snaren spelen
in de tempel van de HEER
alle dagen van ons leven.’

(Uit het gebed van koning Hizkia in Jesaja 38 uit de verzen 8-20 : 14-20)

* En hoe kunnen ouders dat beter laten blijken door ook elkaar trouw te zijn en te blijven in Gods kracht! Daarom wordt er zo’n nadruk gelegd op ‘hij/zij die leeft – leeft!’ (vers 19). Want werkelijk leven is leven van/uit de kracht die God ons verleent door Zijn Geest Die ons (dopelingen) om Christus’ wil ‘om niet’ – niet vanwege vroomheid en verdiensten van onze kant! – geschonken is.

Bron afbeelding: creatingagreatday-com/mom-sacrificial-love

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Floreren als ambitie…

‘Spreek voor hen die weerloos zijn,
bescherm het recht van de vertrapten.
Spreek, oordeel rechtvaardig,
geef de armen en behoeftigen hun recht.’
(Onderwijs/raadgevingen van de moeder van koning Lemuël te vinden in Spreuken 31 de verzen 1-9 : 8-9)

Geciteerd: In recente EU-beleidsstukken wordt een sterker Europa vooral voorgesteld als een Europa dat toegang tot grondstoffen veiligstelt, grenzen harder bewaakt en defensie opschaalt. Dat klinkt rationeel en op sommige punten ook begrijpelijk. Natuurlijk is het onverstandig om cruciale sectoren, zoals energie en defensie, volledig afhankelijk te maken van autoritaire staten of grillige bondgenoten. Maar zodra die reactie de vorm aanneemt van een nieuw Europees machtsproject, herhalen we vooral een oude reflex: macht door uitbreiding.

Europa heeft namelijk al eeuwenlang gefloreerd, als we daarmee bedoelen: invloed over de wereld uitbreiden, Europese ideeën over democratie, marktwerking en vooruitgang als universele norm presenteren en welvaart opbouwen in een mondiale orde die niet voor iedereen gelijk is.

Europese bloei is historisch gezien niet alleen een verhaal van verlichting, vooruitgang en samenwerking. Het is ook een verhaal van kolonialisme, grensgeweld en het zich toe-eigenen van de positie van moreel middelpunt: het idee dat Europa de maatstaf mocht zijn voor vooruitgang en goed bestuur.

Daarom vertrouw ik het woord ‘floreren’ niet wanneer het op Europa wordt geplakt alsof het om een onschuldige ambitie gaat. De vraag is niet alleen hoe Europa weer kan floreren, maar ook wat dat floreren of opbloeien in het verleden voor anderen heeft betekend. Europese bloei klinkt misschien als vooruitgang, maar de kosten blijven buiten beeld.

Opgemerkt 1: Hierbij moest ik denken aan woorden van ds. M. Klaassen (Bijbels Beraad M/V), die stelde dat de vrouw in huis/thuis ervoor moet zorgen dat de man kan floreren in en op z’n werk. Dat is ook al lange tijd (eeuwenlang) de ambitie geweest van mannen, maar ook hierbij is altijd weer gebleken dat het geen onschuldige ambitie was. De kosten ervan – voor vrouw en kinderen – bleven buiten beeld. Heb bij begrafenissen de afgelopen jaren nogal eens de verzuchting gehoord (en niet alleen daar) dat de vrouw thuis het toch in feite allemaal alleen had moeten doen, terwijl de man zich positie en eer verwierf met wat hij allemaal buiten huwelijk en gezin presteerde in kerk en maatschappij. En de vrouw kon zich daarbij het beste maar vergenoegen met het feit dat ze toch maar bereikt had dat haar man, dankzij haar trouw en inzet, zich die positie en eer kon verwerven in de ogen van mensen.

Opgemerkt 2: Wil hierbij nog eens benadrukken dat in ons huwelijk de rollen in feite van het begin af aan juist andersom hebben gelegen. Dat begon al met het feit dat mijn ouders het huwelijk met mijn echtgenote alleen maar aanbevolen en gestimuleerd hebben. Een gelovig meisje dat graag ook een gezin wilde stichten. Wat kon een christenman zich beter wensen. In de aanloop naar veel (christelijke) huwelijken, o.a. ook die van een jongere broer bijv., werd de vrouw juist gestimuleerd om het huwelijk aan te gaan en om van verdere studie (kunstacademie) af te zien.
Vanwege deze huwelijksaanbevelingen/stimulansen heb ik van verdere studie afgezien en ben ik gaan werken om vrouw en kinderen in het huwelijk te kunnen laten floreren en dat is zeer gezegend. Dat mijn echtgenote en kinderen ook wat aan mij ten koste hebben moeten legggen is vanuit dat oogpunt, en vanwege ons christelijk geloof, toch echt niet teveel gevraagd geweest. Zoals ik terugkijkend – met de door onze God en Vader hiervoor geopende ogen van het geloof! – kan zeggen en belijden dat God mij altijd weer daartoe de wil en de kracht en de liefde en zorg heeft willen schenken (voor het onderhouden en laten floreren van mijn echtgenote en kinderen) en ook dat Hij mij in heel moeilijke dagen (van mentale en geestelijke inzinkingen) altijd weer de liefde en de zorg heeft willen schenken – van echtgenote en kinderen, van familie, van broeders en zusters en werkgevers en collega’s! – die nodig was om mij in zo’n periode te laten overleven en die (mentaal/geestelijk) te overwinnen. En toen die liefde en zorg (en trouw!) wegviel, toen heeft God mij willen schenken dat ik elke dag weer met dankbaarheid en vreugde de dag en het leven tegemoet kon zien en aan kon.
Soli Deo Gloria!

Opgemerkt slot: Bij de kop van dit artikel en titel van het essay: ‘Een sterkere man? Laten we geen fouten uit het verleden herhalen’.

Bron citaat: De Correspondent – ‘Een sterker Europa? Laten we geen fouten uit het verleden herhalen’ – door Marwa Bouazzati (Student politicologie die het winnende essay over Europa onder deze titel schreef)

‘Gelukkig de man
wiens koker is gevuld
met pijlen zoals zij.
Hij staat niet te schande
als hij zijn vijanden aanklaagt in de poort.’
(Uit Psalm 127 uit de verzen 3-5 : 5)

Bron afbeelding: Treasures for Heaven

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ten hemel schreiend moorden en bloedvergieten…

Al het onschuldige bloed dat op aarde vergoten is zal jullie worden aangerekend, vanaf het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zecharja, de zoon van Berechja, die jullie vermoord hebben tussen het heiligdom en het brandofferaltaar.’ (Woorden van Jezus tegen de ‘kerkleiders’ van die tijd, zoals we die lezen in Matteüs 23 : 29-39 en Lukas 11 : 45-54). *
* Lees hierbij ook Matteüs 5 : 21-26 en Jakobus 2 : 1-13.

Geciteerd 1: Op een conferentie eerder dit jaar in Berlijn werd 1,8 miljard euro ingezameld voor Soedan. Is dat niet een druppel op een gloeiende plaat? ‘Wij waarderen alles wat er voor ons wordt gedaan, want dat laat zien dat de wereld ons niet negeert. Natuurlijk is de internationale hulpverlening verstoord, mede door het beleid van president Trump en zijn besluit om USAID uit te hollen. En daarnaast: iets is beter dan niets. Zeker omdat er zoveel andere conflicten zijn. Oekraïne, Gaza, het Midden-Oosten… Deze vragen allemaal aandacht. Maar nu is de wereld eraan herinnerd dat de grootste humanitaire crisis zich in Soedan afspeelt. En dat er geld is gegeven, is goed, want het spoort anderen aan om hetzelfde te doen.’
Geciteerd 2: Wilt u niet dat een van beide partijen wint? ‘Ja. In een normale situatie zou je het officiële leger willen steunen in de strijd tegen een andere gewapende groep. Ik wil niet dat het leger ophoudt te bestaan, want de gevolgen daarvan zijn niet te overzien. Want het leger is nodig als een instituut voor het land.
Geciteerd 3: ‘Ik heb hoop. Die is ingegeven door de wetenschap dat een situatie als deze niet eeuwig door kan gaan. En in één opzicht ben ik een optimist. Want vanaf de eerste dag van de burgeroorlog hebben beide strijdende partijen geprobeerd om Soedanese burgers te beïnvloeden via stammenpolitiek, godsdienst en met haatdragende taal (laster!).
De meerderheid van de Soedanezen heeft zich echter afzijdig gehouden en heeft geen partij gekozen. Zij geloven niet dat dit hun oorlog is. Dus als er een wapenstilstand komt, dan geloof ik dat het Soedanese volk weer snel kan herstellen. Zij geloven in vrede, democratie en vrijheid.’

Opgemerkt 1 (bij citaat 1): Wanneer we over dat niet te stoppen van elkaar bestrijden en het bijbehorende bloedvergieten in zo’n land als Soedan horen, dan zijn de meeste christenen nog wel in staat om daarachter en daarin de macht van de boze – die een mensenmoorder is ‘vanaf den beginne’ – en zijn engelen aan het werk te zien. Maar hoe staat het met dat onderkennen van het werk van de boze binnen eigen kerkelijke gemeente en/of binnen de eigen kerk(en). Het leven van onze Heer heeft laten zien dat Hij juist strijd heeft moeten voeren met de machtige ‘kerkleiders’ onder het Godsvolk en dat tot in de (hun?) synagogen toe.

Opgemerkt 2 (bij citaat 2): Wanneer we nu eens de kerkenraad beschouwen als ‘het leger’ binnen een gemeente (land), dan zouden we dus van de kerkenraad mogen verlangen dat ze geen partij kiezen voor één van de elkaar bestrijdende partijen (wanneer die er zijn), maar dat ze hen helpen (zo nodig met ‘dwingende hand’) om weer samen te werken en om weer samen aan tafel te gaan voor vreedzaam overleg en dat ten bate van heel de ‘burgerbevolking’. Of die ‘burgerbevolking’ nu partijen binnen de gemeente(n) of een kerkgenootschap betreft (denk aan de scheuringen van gereformeerd vrijgemaakte gemeenten/kerk in de jaren zestig) of dat het gaat om strijd binnen huwelijk, gezin en familie, de kerkenraad is er om de vrede te helpen handhaven of om die te herstellen. En wanneer die vrede weer bereikt is, gaat het leger (de kerkenraad) niet op de stoel zitten van de partijen die weer tot vrede bereid zijn en voortaan weer vreedzaam samenleven en samenwerken. Die ‘partijen’ worden dan ook onmiddellijk weer in hun eigen zelfstandigheid en verantwoordelijkheid erkend en door het leger met rust gelaten. Het leger heeft een dienende – niet heersende – taak!

Opgemerkt slot: Dat het in onze gemeente t.a.v. ons huwelijk en gezin zo gruwelijk mis heeft kunnen gaan – wat de rol/inbreng van de leden van de kerkenraad betreft, vanwege partij kiezen (op basis van beïnvloeding en laster door één van de partijen) en de machtsmiddelen die zij daarna hebben ingezet om één van de partijen te bevoordelen en de andere partij (mijn persoon) te benadelen – daar zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen. Maar laat ik het nu bij één belangrijke oorzaak laten: Onze gemeente is – mee met de trend van de tijd – een ‘management-gemeente’ geworden en dat vanwege het hoofddoel dat men zich stelde: wij moeten een aantrekkelijke en groeiende gemeente worden. En dat je dat inderdaad met hulp van een goed samengesteld ‘managementteam’ kunt bereiken, daar hebben Ad de Boer en Eric van Ommen in het verleden op een gemeente vergadering aan de hand van statistieken verslag van gedaan. Emeritus predikant ds. F. Van Deursen heeft toen in die betreffende gemeentevergadering nog aan kerkenraad en gemeente willen duidelijk maken – aan de hand van een door hem opgesteld stuk op basis van wat ons vooraf aan die gemeentevergadering was toegezonden of in handen gegeven – dat we hiermee op een verkeerde weg/spoor waren terechtgekomen, maar dat leidde toen alleen maar tot grote droefheid bij de genoemde personen en tot heel wat verbolgenheid binnen de gemeente. Zulke mannen met zo’n goede reputatie en zoveel verdiensten in onze gemeente en elders, die stel je niet op zo’n manier onder kritiek. Dát was ‘uit de boze’ (1).

(1) Wanneer iets uit den boze is, dan is iets totaal niet geschikt en ongepast.

Leestips: Matteüs 5 : 21-26, 1 Korintiërs 6 : 1-11 en Jakobus 2 : 1-13.

Bron citaat: ND Nieuws – ‘Dit ex-regeringslid legt uit hoe Soedan in een burgeroorlog belandde. En hoe het weer goed kan komen’ – door Alexander Dommerholt.

Bron afbeelding: LastDodo

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het einde van de wet is Christus!

‘Want het einde van de wet is Christus,
tot rechtvaardiging van ieder die gelooft.’
(Uit Romeinen 10 uit de verzen 1-13 : 4)

Geciteerd: Buiten Christus is geen zegen of rechtvaardiging, niet alleen vanwege de wet (1), maar ook omdat er geen ander geloof is dat ons kan zalig maken en verlossen. God wil Zijn belofte aan Abraham houden, aan wie Hij de zegen voor de hele wereld (alle volken en heel Gods schepping) in Zijn Zaad heeft beloofd en dat met uitsluiting van enig ander zaad op aarde (vgl. Genesis 22 : 18, Galaten 3 : 15-18).
Dat is de reden dat Hij geen nieuw en ander geloof wil toestaan voor wie dan ook, want óf noodwendig verklaart Hij dan Zijn belofte een leugen te zijn, of Hij herroept die. Daarom alleen het geloof in – en het geloof van (2) – Christus rechtvaardigt de mens, zoals Paulus zegt: ‘Christus is het einde van de wet, tot rechtvaardigheid van allen die in Hem geloven’ (vgl. Romeinen 10 : 4).
Wat betekent dit? Niets anders dan dat allen die in Christus geloven (en daarom gedoopt behoren te zijn/worden), door het geloof gerechtvaardigd zijn en Zijn Geest uit en door genade ontvangen (3). Hiermee is er een eind gekomen aan de wet, zodat hij/zij die gelooft nooit meer onder de wet is (4). Dit alles komt overeen met het doel van de wet (4).
[Maarten Luther: WA 10.1.1, 465, 15-466,4]

Die geen mens volmaakt houden kan (ook niet bij benadering!), want wie heeft in en onder alles God lief boven alles en de naaste als zichzelf? (Zie Jakobus 2 : 8-13).
(2) Ons geloof is onvolmaakt, maar het geloof van onze Heer Jezus Christus was wel volmaakt. De Vader zei van Hem: ‘In Hem vind Ik vreugde’ (zie Matteüs 3 : 17). Abraham mocht/mag de vader van alle gelovigen genoemd worden, onze Heer Jezus Christus is Degene die alle gelovigen – ook Abraham – rechtvaardigt om hun geloof (zie Galaten 3)
(3) Ons geloof is een werk van de Geest. Daarom klinkt het ook ‘Maak alle volken tot mijn discipelen door hen te dopen en hen te onderwijzen in wat Ik jullie geboden heb’ (zie hierbij Johannes 15 : 9-17, Handelingen 10 : 44-48, Jakobus 2 : 8-13 en 1 Johannes 4 : 11-21)
(4) Zie Jezus woorden in Johannes 6 : 25-29 en bedenk dat wij dus altijd weer in ons samenleven binnen en met de gemeenten van onze Heer de ander(en) zullen bevragen/onderzoeken op zijn of haar of hun gezamenlijk beleden geloof. Dat zullen we dan toch zeker ook toepassen op onze omgang met medegelovigen die anders denken over de vrouw in het ambt of over hoe om te gaan met (gedoopte en gelovige) homofiele broeders en zusters die samenleven of willen gaan samenleven.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 23 juni – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019).

> Leestips: Romeinen 10 : 1-15 en de hierboven genoemde Bijbelgedeelten.

Broeders en zusters, ik wens uit de grond van mijn hart en bid tot God – net als Stefanus eerder deed (zie Handelingen 7 : 54 t/m 8 : 1) voor die “ijveraars voor de wet”, die hem stenigden of daarbij toezagen en dat goedkeurden – dat ze zullen worden gered. Ik kan van hen getuigen dat ze God vol toewijding dienen, maar het ontbreekt hen aan inzicht (net zoals ook eerder bij mij het geval was).’ (Uit Romeinen 10 de verzen 1-15 : 1-2)

Bron afbeelding: KJV Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Voorzichtig afstand nemen van de sprekende slang’…

Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid. Johannes heeft van Hem getuigd en heeft groepen zeggende: Deze was het van wie ik zei: Die na mij komt, is vóór mij geweest, want Hij was eer dan ik. Immers uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, zelfs genade op genade, want de Wet is door Mozes gegeven, de Genade en de Waarheid zijn door Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren Zoon, Die aan het hart van de Vader rsut, Die heeft Hem doen kennen.’ (Uit Johannes 1 uit de verzen 1-18 : 14-18)

Geciteerd: ‘De sprekende slang’ gaat over een van de belangrijkste onderdelen uit de gereformeerde geloofsleer: de oorsprong van het kwaad. Volgens het bijbelboek Genesis, hoofdstuk 3, is het kwaad in de wereld gekomen doordat Eva had gegeten van de boom van kennis van goed en kwaad. God had dat verboden, maar de slang, ‘het listigste van alle dieren des velds’, verleidde Eva, waarna zij at van de verboden vrucht.

Opgemerkt: Wie de Bijbel in vertrouwen aanvaard heeft als het Woord van God en het werk van de Heilige Geest en dat het Woord ons vlees heeft aangenomen en onder ons gewoond, dan vraag je je af waarom predikanten en theologen, die dat Woord altijd weer Pastoraal mogen meelezen met en verkondigen aan de leden van de gemeente, dus jong en oud, eenvoudig of hooggeleerd, behoefte hebben om de verhalen, waarvan we dus zeker mogen weten dat de Heilige Geest het nodig vond om ze op die manier aan ons te schenken, te voorzien van allerlei commentaar en opvattingen die niet zomaar uit die verhalen af te leiden zijn en die ons ook nog eens afbrengen van het goed luisteren naar wat de Heilige Geest ons daar te zeggen en te melden heeft en met welk doel dat gebeurd.
Een reden zou kunnen zijn dat men niet goed kan meekomen met de gangbare orthodoxe theologische (!) lezing en uitleg van het Genesisverhaal over het paradijs en de zondeval. En daar kan ik wel inkomen, want die moeite heb ik ook. Niet vanwege de tijdgeest en ook niet vanwege de evolutieleer, maar omdat Gods Woord Zelf ons een andere lezing en uitleg van die hoofdstukken aanreikt. Want wanneer we (door)lezen in Gods Woord, dan kunnen we heel goed begrijpen dat het in het paradijs gaat over het ons geheel toevertrouwen aan God en Zijn Woord. God, Die als een Vader Zijn kinderen aan elkaar gegeven heeft en geplaatst heeft in een hof die Hij Zelf voor ze heeft aangelegd. En daar mogen ze alle vruchten eten behalve van die ene boom waarvan God zegt dat als ze daarvan eten, dat ze dan zullen sterven. En dan is het van groot belang te geloven en te beseffen dat het de boze is die Adam&Eva verleidt om Gods Woord niet te geloven. Daarom staat in het paradijs verhaal niet het overtreden van een gebod centraal, maar het wantrouwen van de mens van God en Zijn Woord en het wel door vertrouwen geven aan de woorden van de boze, een medeschepsel, niet eens in de gedaante van een (hemelse) engel (boodschapper), maar in de gedaante van een slang. Dát is de oorzaak van het eten van de vrucht van de boom waarvan God gezegd had dat ze daarvan niet mochten eten. De ongehoorzaamheid is gevolg van ongeloof, niet in de eerste plaats van een moedwillige opstand tegen en overtreden van een gebod (wetsregel) van God.
Wanneer we in Genesis verder lezen, dan kunnen we te/nog meer lezen en begrijpen dat God wil dat we Hem vertrouwen en dat niet door wetsbetrachting en grote ijver in de dienst aan God (bijv. door het ijverig in cultuur brengen van de aarde). We zien dat al bij Kaïn en Abel, waar God de eerstgeboren en sterkere Kaïn laat merken dat Hij het offer van de zwakkere Abel wel aanneemt, maar dat van Kaïn niet. Kaïn (en z’n ouders) moesten leren de verwachting van de mens bij te stellen en hun hoop te stellen op de beloften en woorden van God. Later wordt dat na de zondvloed nog veel duidelijker bij de roeping van Abraham. God vraagt van hem te vertrouwen op Zijn Woord en de belofte(n) die Hij hem en Sarah gedaan heeft. En door zijn geloofsvertrouwen – niet door zijn wetsbetrachting en godsdienstigheid – wordt Abraham de vader van alle gelovigen genoemd.
Later zal onze Heer Jezus Christus nog duidelijker openbaren dat Hij en wij het niet van de theologen en de Wetsbetrachting (1) die zij voorstaan en prediken moeten hebben. Zijn prediking en omgaan met mensen is voluit Pastoraal en komt voort uit een volmaakt vertrouwen op Zijn hemelse Vader, zoals Hij dat ontvangt van en door de Heilige Geest, Die (in al Zijn volheid) op Hem uitgestort is bij Zijn Doop in de Jordaan. Naar Hem zullen we luisteren in opdracht van de Vader. En de apostelen hebben dat voorbeeldig gedaan en aan ons doorgegeven wat Hij ons wilde schenken (openbaren) door Zijn Woord en Werk en lijden en sterven hier op aarde. En dat Pastorale onderwijs dat ons geschonken is en dat levend en krachtig is door het werk van de Heilige Geest, dat zal altijd gelezen en verkondigd worden in het midden van Christus’ gemeente en daar Zijn werk doen in de harten van de gelovigen. Daarom is het schrijven van dikke theologische/dogmatische boekwerken naast de Bijbel een overbodig werk en die hebben dan ook beslist niet de levenwekkende kracht van het Woord van God en de verkondiging daarvan!
De kerk had zich dus heel wat werk en discussies van theologen kunnen besparen wanneer ze nederig waren gebleven bij de verkondiging van Gods Woord in en aan de gemeente en de moeite die daar gedaan en de strijd die daar gevoerd mag worden om Gods Woord zuiver te verkondigen, te bewaren en om dat verkondigde Woord ook in praktijk te brengen – zie voor een korte samenvatting van wat hier gezegd wordt 2 Timoteüs 3 : 16-17 en Titus 3 (in z’n geheel).

(1) Het is heus niet voor niets dat de Bijbel spreekt over dat ‘de Wet – met al haar regels: ‘de tuchtmeester tot Christus’ – ons door Mozes gegeven is’ maar dat ‘de Genade en de Waarheid door Jezus Christus zijn gekomen’ (Johannes 1 : 17). De Wet met haar bedoeling ‘God liefhebben boven alles en dat waar maken door je naaste lief te hebben als jezelf’ (naar o.a. Matteüs 22 : 36-40 en 1 Johannes 4 : 7-21) dat is de volmaakte Wet van God waarvan geen ‘jota of tittel’ afgedaan kan en zal worden. De liefde en wijsheid die wij nodig hebben om dat dagelijks waar te maken in ons samenleven (met God en mensen), die ontvangen wij door te luisteren naar wat de Geest tot de gemeenten te zeggen heeft en door ons gebed, zoals we dat gelovig biddend elke dag persoonlijk maar ook – zeker in gemeentelijke samenkomsten (op de zondag) – samen met anderen mogen en zullen doen.

Bron citaat: ND Geloof | Achtergrond – ‘Voorzichtig namen de gereformeerden afstand van de sprekende slang. ‘Ze wilden geen enkel risico lopen’’ – door Willem Bouwman.

‘Want Hij ontving van God, de Vader, eer en luister, toen de stem van de Majesteitelijke luister tegen Hem zei: “Dit is Mijn geliefde Zoon, luister naar Hem, in Hem vind ik vreugde.”. Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met Hem op de heilige berg waren. Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. Jullie doen er goed aan je aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de morgenster opgaat in jullie hart.‘ (Uit 2 Petrus 3 uit de verzen 12-21 : 17-19)

Bron afbeelding: Facebook

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

“Wat denkt u over de Christus?”

En Hij zei: Wat dunkt u van den Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids Zoon.‘ (Uit Matthéüs 22:42, weergave SV)

Geciteerd: Ik heb vaak gezegd: Ik kan zover niet komen, dat ik dadelijk weet te antwoorden op de vraag wie Christus is, zoals anderen dat doen. Zeker, wij kunnen de Tien Geboden, het Christelijke Geloof en het Onze Vader uit het hoofd opzeggen, maar daarmee hebben wij het nog niet werkelijk geleerd. Deze vraag zal zeker blijven tot aan het einde van de wereld: Wie is Christus?

Men moet daarop wel antwoorden zoals de Twaalf Artikelen luiden, maar toch is men daarmee niet uitgeleerd. Mensen die slechts letters leren, worden ten slotte zelfverzekerde geesten, die de Schrift slechts zover geleerd hebben, dat zij nu menen haar te kennen en anderen te kunnen beoordelen. Het is een schandelijke verzoeking wanneer iemand denkt alles te weten. Men is echter genoodzaakt te zeggen: Zo luiden wel de woorden, maar ik heb ze nog niet begrepen zoals ik zou moeten.

Er is namelijk een hogere kennis van Christus. Die bestaat hierin, dat Hij uw zonden gedragen heeft, en dat u erkent dat u daarvan verlost bent. Maar alle grove zonden zitten nog in u, en toch vreest u niet voor God en meent u wel over Christus te kunnen spreken. Maar u hebt van Christus niets begrepen dan de hulzen en de schillen; de kern echter hebt u nog niet. Want u weet nog steeds niet hoe u een vijand van uw zonden moet worden en de dood moet overwinnen.

Daarom blijft die vraag voor altijd onbeantwoord: Wie is Christus? Hij is zeker onze Heiland, Die ons van dood, zonde en duivel heeft verlost, en van Wie wij gerechtigheid, vrede en zaligheid hebben ontvangen.

Onderzoek nu eens uw hart en vraag uzelf af of u in uzelf zonde of vrede hebt. Dan zult u in uzelf grote klompen van zonden vinden, die u als het ware met haken moet uittrekken. Dan kent u Christus nog niet goed, wanneer u zulke zonden in uzelf vindt en daarover toch nog gerust en zeker bent. Het is een grote genade wanneer iemand in zonden vastzit en dat ook zelf voelt. Maar u merkt het niet eens op en bent er nooit bedroefd over.

Onderzoek daarom of u de dood niet vreest, of de wereld of de duivel, en of u werkelijk kunt zeggen: ik ben nergens bevreesd voor! Vindt u echter schrik en angst in uzelf, leer dan wie Christus is. Hij is de Heiland. Maar waar is Hij? Ja, meer dan honderdduizend mijlen ver weg! Ik vind in mijzelf een verslagen zondaar, die voor alles vreest.

Daarom is het met deze kunst zo gesteld, dat zij wel vlug gepredikt en in het oor gegoten wordt, maar nooit volledig uitgeleerd raakt. Want waar zult u anders vandaan halen dat u van de zonde verlost bent, gerechtigheid ontvangt en goede moed hebt, en het voor u niet uitmaakt of de wereld en de duivel u nu toelachen of bedreigen? Daarvoor is nodig dat u weet wie en wat Christus is.

Hij is niet ergens in een verborgen hoek, niet ver weg, maar Hij moet u nader zijn dan uw eigen lichaam en ziel. Wanneer de zonde aanwezig is en aan u knaagt, zie dan toe dat u niet wanhoopt, maar een vast en verzekerd hart verkrijgt. Dan hebt u de kern en niet alleen de schil.

[Maarten Luther: Predigt am 18. Sonntag nach Trinitatis, 16. Oktober 1530, Matth. 22:34 ff, WA 32, 131, 7-20 (Rörer). Weergave: Predigten Dr. Martin Luthers, 2. Band, S. 4-5, Georg Buchwald, Ausgabe: Gütersloh 1926]

Opgemerkt: Schreef deze dankbare woorden: Hartelijk dank voor dit gekozen citaat (van maandag 15 juni 2026) en altijd weer te overdenken woorden, want deze zullen DV ons helpen om niet te leven uit eigen kracht, veel theologische of wereldwijsheid en de goede werken die we daardoor menen te kunnen doen, maar om te leven uit de kracht die God ons verlenen wil. Hoe meer we (dagelijks) onze eigen zwakheid en de kracht van de oude mens beseffen en nog altijd voelen, dan zullen we die kracht niet zoeken bij mensenwoorden en menskracht maar willen ontvangen door het werk en de kracht van de Heilige Geest zoals Hij wil werken met en door het onderwijs van het (dagelijks en wekelijks) Woord. Dat moet ons ook helpen om bescheiden te zijn tegenover onze gedoopte broeders en zusters, want die zullen we juist helpen om dat ook steeds weer te zien en te beseffen en dan ook mee met ons de goede strijd te strijden van het geloof. Zoals Paulus dat ook altijd weer doet, zich niet boven de gemeente verheft – zoals heel wat anderen blijkbaar al wel gauw deden – maar laat zien hoe de strijd van het geloof niet uit eigen kracht en werken (en daarop wijzen en roemen) maar in zwakheid volbracht wordt, opdat we ons niet zullen verheffen.

Bron citaat: maartenluther-com – Meditatie maandag 15 juni – wekelijks toegezonden Nederlands-talig citaat

Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt. Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, in nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.‘ (Uit 1 Korintiërs 12 de verzen 1-13 : 9-10)
NB. Die vreugde weerhield hem niet om zich te verweren tegen het soort ‘apostelen’ dat zich juist wel wilde laten gelden in en zich verheffen boven de gemeente op grond van allerlei kwaliteiten die ze zichzelf toedichtten en waarmee ze zich een (hoge) plaats wisten te verwerven binnen de gemeente(n) waarvan ze ook wilden/durfden leven op kosten van de gemeente(n) – zie 1 Korintiërs 4, en 2 Korintiërs 10 t/m 13.

Bron afbeelding: Tumblr

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Veel geblaat en weinig wol?

* In de praktijk komt de variant ‘Veel geblaat en weinig wol’ vaak voor. Deze variant klinkt op zichzelf natuurlijk veel logischer – wol komt immers van schapen. In sommige delen van Nederland en Vlaanderen wordt ook de variant ‘Veel gescheer en weinig wol’ gebruikt. Deze varianten komen inmiddels ook voor in het woordenboek van Van Dale. Soms hoor je ook ‘Veel gespin en weinig wol’, maar die variant staat niet in de (spreek)woordenboeken. Op zichzelf is het natuurlijk niet ondenkbaar dat iemand veel spint en maar weinig wol produceert.

Geciteerd 1: De hoofdpersoon van het conflict in 1926, Johannes Gerardus Geelkerken, had in zijn karakter iets ambivalents, paste qua persoonlijkheid niet helemaal in de GKN, was strijdbaar en „erg gevoelig voor aantasting van zijn goede naam”, zei de predikant. Door dat alles kreeg Geelkerkens optreden en uitlatingen in de kwestie „ontegenzeggelijk iets van het glibberige van de slang waar het om draaide, en kreeg hij ook iets ongrijpbaars”, aldus dr. Bas op het congres over dr. Geelkerken en het Schriftgezag, dat in ’t Harde was belegd door de Academie voor Gereformeerde Theologie (AVGT), waar predikanten voor de Gereformeerde Kerken (GK) worden opgeleid.

Opgemerkt 1: ‘strijdbaar en “erg gevoelig voor aantasting van zijn goede naam”‘. Oeps, welke predikant (1) kan zich van dat soort ‘kenmerken’ vrij weten/voelen? Maar de toon is daarmee gezet op het congres.
(1) Mijn ervaring is dat juist de – in hún kring – veel ‘geprezen’ predikanten – elk op hun eigen manier en onder bepaalde omstandigheden – daarmee en daartegen te strijden hebben en niet zulke voorbeeldige (ootmoedige) (mede)strijders blijken te zijn als waar ze voor aangezien willen worden.

Geciteerd 2: In een lezing over Genesis 2 en 3 wierp ds. L. Heres de vraag op „of het voor uw en mijn geloof werkelijk nodig is om vast te houden aan de zintuiglijke waarneembaarheid van al die dingen die in deze hoofdstukken beschreven zijn?” Zijn antwoord: Ja, dat is nodig, want wie loslaat dat het hier om historische werkelijkheden gaat, kan nog wel „indrukwekkende woorden spreken over de mens die in de macht van het kwaad is gekomen door eigen schuld, maar zodra het zou aankomen op waar dat concreet wordt in ons leven, zal blijken dat er geen consequentie aan vastzit. Het hoeft nooit concreet te worden in de werkelijkheid van ons geschapen leven. Dan krijg je een werkelijk prachtige ethiek, maar zonder aanknopingspunt voor de tucht. (…) Wat ten diepste onder vuur ligt, is dat het Woord van God de kracht heeft om ons te raken en heel concreet te herscheppen”, aldus ds. Heres.

Opgemerkt 2a: Dit zijn veel te grote woorden van deze ds. L. Heres te midden van zijn ambtgenoten. Het gaat er in de eerste plaats om dat we samen aanvaarden dat Gods Woord ons geschonken is door het werk van de Heilige Geest en dat door Zijn kracht het onderwijs van Gods Woord ons tot zegen strekt. En dat wordt door de ambtgenoten van deze predikant heus niet ontkend. We zullen toch eerder vrezen voor dit soort hoogmoed van betreffende predikant – die juist op synodes en congressen naar een toppunt gedreven worden door de deelnemers die elkaar bestoken – wat er altijd weer toe leidt dat men ontkent toch altijd nog met elkaar te staan op het fundament dat de apostelen gelegd hebben: Jezus Christus. En hoe men daarop verder bouwt in een gemeente, daar zal onze Heer eenmaal een oordeel over vellen – zie 1 Korintiërs 3 : 5-23.

Opgemerkt 2b: Daarom past een veel groter bescheidenheid in het spreken met en over elkaar (blaten naar elkaar). We zullen beseffen dat Paulus ook de Schriftgeleerden, naast de(wereld)wijzen en (welbespraakte) redenaars noemt en ook in 3 : 18-23 staan zeer waarschuwende woorden die de leden van synodes en ook journalisten (als een Addy de Jong bijv.) zullen verdisconteren in hoe zij over anderen en andere (vroegere) kerkgenootschappen spreken en oordelen en dat mee laten bepalen door de eigen doelstellingen die zij daarmee hebben. Die vertonen vaak ‘doperse trekken’: Een nieuwe uitzuivering zodat we met een gezuiverd/zuiver smaldeel (deels nog weer samengesmeed uit andere smaldelen) verder voorwaarts kunnen trekken. Want wie er uit dat geblaat naar elkaar – dat de stem van de Goede Herder overstemt – vooral garen spint, dat is toch altijd weer de boze.

Bron citaat: RD Kerk & religie | Verslag: – ‘Dr. Bas: Spreken van Geelkerken had iets van de slang’ – door Addy de Jong.

Met onze tong zegenen we onze Heer en Vader, en we vervloeken (en banvloeken) er mensen mee die God heeft geschapen als Zijn evenbeeld. Uit de zelfde mond klinkt zegen en vervloeking. Dat kan toch niet goed zijn broeders en zusters?‘ (Uit Jakobus 3 uit de verzen 7-18 : 9-10)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kenden Adam&Eva God al zoals Hij gekend wilde worden?

“Jullie zullen helemaal niet sterven”, zei de slang. “Integendeel, God weet dat jullie ogen open zullen gaan zodra je daarvan eet, dat jullie als God zullen zijn, kennende goed en kwaad”.’ (Uit Genesis 3 uit de verzen 1-7 : 4-5)

Geciteerd (uit een uitgebreidere opmerking van Paul Dekerf): U suggereert dat Adam God nog niet “zo kende als wij Hem kennen”. Maar Genesis tekent Adam niet als iemand op afstand, maar als iemand in directe omgang met God. Juist daarom wordt de ernst van de ongehoorzaamheid zichtbaar: niet onwetendheid, maar handelen tegen een gekend gebod in Gods nabijheid. De val komt niet voort uit gebrek aan inzicht, maar uit het loslaten van wat reeds bekend was.

Opgemerkt (AJ): Vertrouw op uw eigen inzicht niet. Dat deden Adam&Eva op aanstichten van de boze wel. Paulus schrijft in 1 Korintiërs 15 dat de natuurlijke mens – die goed geschapen was – het Koninkrijk van God niet kon beërven. Helaas hebben veel theologen het voorgesteld alsof de mens (Adam&Eva in het paradijs) zo bekwaam en zo begiftigd waren met de kennis en de Geest van God dat zij dat wel hadden gekund. Maar met het licht van het NT weten we zeker dat dit niet waar is, zelfs tegen de waarheid in. Uit de woorden in 1 Kolossenzen 1 kunnen we weten en begrijpen dat het van meet af aan Gods bedoeling was om Zich in en door de Mens Jezus Christus te (laten) verheerlijken. Hij behield door de Geest – Die Hij in Zijn volheid ontvangen had – Zijn Godsvertrouwen tot aan de dood aan het kruis. De rol van de wet en een wettisch leven zoals de Schriftgeleerden en Farizeeën dat leerden is overgenomen door de puriteinen en de theologen van de ‘nadere reformatie’ (en je vind bij hen dezelfde soort hoogmoed), maar onze Heer en de apostelen wijzen ons beslist een andere Weg.

Leestips Efeziërs 2, Kolossenzen 1 : 9-23+13-15 en 1 Korintiërs 15 : 35-58.

Hij is het Hoofd van het Lichaam, de Kerk. Oorsprong is Hij, Eerstgeborene van de doden, om in alles de Eerste te zijn: in Hem heeft de volheid willen wonen en door Hem en voor Hem alles met Zich willen verzoenen, alles op aarde en in de hemel door vrede te brengen met Zijn bloed aan het kruis.’

Bron afbeelding: Biblia

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Het profetische Woord, dat zeer vast is’…*

Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren, totdat ik (IK) kom.’
(Uit 1 Timoteüs 4 de verzen 11-16 : 13)

Geciteerd: In Romeinen 15 : 4 is het Paulus’ wens: ‘Dat wij door geduld en troost van de Schrift zullen hopen.‘ In en van onszelf hebben wij vrees, beving en duisternis (zie Genesis 8-10). Vandaar dat Johannes wil dat wij niet langer twijfelen en vrezen, maar dat wij een zekere [=vaste] kennis zullen hebben, zodat wij in het geloof zullen leven en groeien. Want aan het einde van zijn Evangelie zegt Johannes: ‘Deze dingen heb ik jullie geschreven, opdat jullie geloven dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat jullie door te geloven het leven hebt in Zijn Naam.’ (vgl. Johannes 20 : 31). Daardoor kunnen we weten dat Gods getuigenis niet tot ons komt zonder het gesproken Woord of zonder de Schriften (zelfs de Doop wordt ons niet ‘Woord-loos’ bediend!).
‘Alle Schrift is door God ingegeven [=geïnspireerd] en is tot ons behoud …’ (vgl. 2 Timoteüs 3 : 16). En: ‘Van je jeugd af aan ben je bekend geweest met de Heilige Schriften …’ (vgl. 2 Timoteüs 3 : 16). Of: ‘Houd aan in het lezen …’ (vgl. 1 Timoteüs 4 : 13). En luister naar Christus: ‘Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die zullen geloven door hun woord‘ (vgl. Johannes 17 : 20).
Dat wil zeker zeggen: dóór het gesproken of geschreven Woord. Niet door een inwendig woord of door een inwendige stem. Daarom moet je vóór alle dingen het Woord horen en lezen. Dát is het voertuig van de Heilige Geest. Wanneer het Woord wordt gelezen, is de Heilige Geest – naar Gods belofte! – aanwezig (werkzaam in de oren en harten van gedoopte gemeente en in elke dopeling!), dan is het onmogelijk dat je de Schrift zonder vrucht hoort of leest (tenzij de gemeente en/of de dopelingen het werk van de Geest willen weerstaan, bedroeven en uitblussen).
[Maarten Luther: WA 20, 789,1 – 790,5]

* Zie 2 Petrus 1 de verzen 12-21 : 19.

Leestips: Romeinen 15 : 4-13, 1 Timoteüs 4 : 6-16 of 2 Timoteüs 3 : 10-17.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 9 juni – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019)

Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en (zonder ophouden) troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. Moge God, Die ons doet volharden en ons troost geeft, jullie de eensgezindheid (!) geven Die Christus Jezus (!) van ons vraagt. Dan zullen jullie eendrachtig en eenstemmig lof en dank brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.’ (Uit Romeinen 15 uit de verzen 1-13 : 4-6)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De Bijbel een moeilijk en alleen samen met theologen te lezen/begrijpen boek…

Voor wijzen en verstandigen verborgen, maar aan kinderkens geopenbaard
(Zie Matteüs 11 : 25-26, Lukas 10 vers 21 en 1 Kor. 1 : 18-31)

Geciteerd 1a: Als de Bijbel bedoeld is om tal van verschillende mensen tot Christus te leiden, waarom is het dan zo ingewikkeld om Gods Woord goed te begrijpen? Of, met andere woorden: als de Bijbel een Boek is voor iedereen, waarom hebben we dan theologen nodig om de Bijbel aan ons uit te leggen?

Geciteerd 1b: Pas na ons overlijden zullen we God zonder moeite kunnen zien „van aangezicht tot aangezicht”, en Hem kennen zoals Hij ons heeft gekend (1 Korinthe 13:12). Tot die tijd belooft God dat wij Hem kunnen vinden in Zijn Woord. En geeft Hij ons tijd, energie, verstand, hulp van theologenAA en het licht van Zijn Geest om ervoor te zorgen dat wij genoeg van de Bijbel kunnen begrijpen om zalig te kunnen worden.
AA* Moeten die geleerde mannen werkelijk nog voor de Heilige Geest genoemd worden? Lees meer hieronder.

Opgemerkt 1a: Volgens Paulus was de verkondiging van ‘Christus en Die gekruisigd’ – en die verkondiging was alleen van nut omdat Hij ook weer is opgestaan – voor de Heilige Geest voldoende om mensen te bewegen gehoor te geven aan de oproep om zich te laten dopen. We hebben dus niet eerst heel de Bijbel door te gaan en te begrijpen om mensen tot Christus te kunnen leiden. En in een gemeente waar kinderen gedoopt worden, is het niet eens nodig om jongeren en ouderen eerst nog tot Christus te leiden, daar is het zelfs schadelijk voor hun geloof wanneer predikant, gemeente en ouders menen dat dit eerst nog eens moet gebeuren. Nee, Christus is door de Heilige Geest Zelf tot alle gedoopte leden van de gemeente gekomen en naar Zijn belofte zal Hij het geloof werken in de harten van alle gedoopte leden, wanneer zij trouw de van God geschonken middelen gebruiken en dat in de samenkomsten van de gemeente, maar ook in de huizen en in de gezinnen.

Opgemerkt 1b: Voor de gedoopte Joden en hun gezinnen en de met heel hun huis gedoopte heidenen lag/ligt het in feite niet anders. De Heilige Geest had ervoor gezorgd dat het Evangelie via de apostelen en hun medewerkers ook hen bereikt had. Heel treffend zien we dat geïllustreerd bij de doop van Cornelius met al zijn huisgenoten. De Heilige Geest begon Zijn werk al veel eerder dan dat Petrus eraan kon beginnen – zie m.n. de verzen 4-8, 19-23 en 44-48. Maar ook bij Philippus en de Ethiopiër die gedoopt werd lezen we dat de Heilige Geest al het voorbereidende werk al had gedaan.

Opgemerkt 1c: We lezen toch dat Paulus benadrukt dat in Korinthe het merendeel van de gedoopte leden naar menselijke maatstaven niet tot een goed opgeleide elite behoorden (zie 1 Korintiërs 1 : 26-31) en we moeten dan ook beslist niet menen dat we goed onderlegde theologen nodig hebben om mensen tot geloof te brengen of om ze bij het geloof op te voeden.

Geciteerd 2: Dus ja, de Bijbel is complex en niet geschikt om losjes, zonder inspanning, af en toe te lezen. Het vereist studie en doorzettingsvermogen om de boodschap van de Bijbel in al zijn facetten te doorgronden. Daar kunnen theologen ons bij helpen. Maar er zijn ook veel dingen die je zelf kunt doen. Bid allereerst om de leiding van de Heilige Geest bij het Bijbellezen. Download daarna bijvoorbeeld een Bijbelapp met verwijzingen naar de brontekst, lees ook eens twee verschillende vertalingen naast elkaar, volg een cursus over de geloofsleer, of beluister een podcast. En wil je meer duiding, of hulp bij het zoeken van een betrouwbare bron? Dan is dat inderdaad een perfecte vraag voor je predikant.

Opgemerkt 2: Of is de Bijbel eerst en vooral een Pastoraal boek en daarom eerste vooral bruikbaar voor het gewone dagelijkse leven. Dat we daaruit leren om dagelijks de liefde en de wijsheid van onze Heer Jezus Christus te mogen ontvangen door de kracht van de Heilige Geest en het dagelijks gebed en het vaste vertrouwen dat ons dat ook elke dag weer geschonken zal worden. Wanneer we de Bijbel – Gods Woord! – zo biddend gaan beluisteren, dan zullen we allerlei (ingewikkelde) theologische vragen niet meer van zulk groot belang vinden, maar veel meer zoeken naar bemoediging en bevestiging van ons geloof en die zullen we daaruit ook zeker ontvangen.
NB. Daarbij was/is zeker ook het (latere) onderwijs van de Heidelbergse Catechismus – zoals daarin het onderwijs van Gods Woord aan de orde komt en aan de orde gesteld kan worden in de zondagse prediking – zo nuttig geweest en ook altijd weer nuttig te maken. En wij NGK-jongeren (jaren zeventig/tachtig vorige eeuw) maakten graag gebruik van de eenvoudige maar leerzame boekjes van ds. M.R. van den Berg (1928-2001)

Opgemerkt slot: Bedenk dat veel leden van de eerste christengemeenten geen Bijbel in huis hadden en afhankelijk waren van betrouwbaar onderwijs door mensen die daartoe bekwaam werden geacht en bevonden. Met name in Handenlingen 20 : 13-38 en in de brieven aan Timoteüs en Titus vinden we de richtlijnen voor wat we van deze mensen verwacht mag worden. Lees hoe Paulus dat samenvat in 1 Timoteüs 4 : 11-16 en in Titus 3 : 1-8.

Bron citaten: RD Opinie | Wat zeg je dan? – ‘Waarom is de Bijbel zo ingewikkeld om uit te leggen?’ – door Pieternel Spaan-Van Braak (1)
(1) Pieternel Spaan-Van Braak is eerstegraads docent Engels op een middelbare school in Culemborg en studeerde Engels en Taalwetenschappen.

Omdat God jullie heeft uitgekozen, omdat jullie Zijn heiligen zijn en Hij jullie liefheeft, moeten jullie je kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer jullie vergeven heeft, moeten jullie elkaar vergeven. En bovenal, kleed je in de liefde, dát is de band die jullie tot een volmaakte eenheid maakt. Laat in jullie hart de vrede van Christus heersen, want daartoe zijn jullie geroepen als leden van één Lichaam. Wees ook dankbaar (onder alles). Laat Christus woorden in al hun rijkdom in jullie wonen, onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel je hart Psalmen, en lofzangen voor God en liederen die de Geest jullie vol genade ingeeft. Doe alles wat jullie zeggen of doen in de Naam van onze Heer Jezus, terwijl jullie God, de Vader, danken door Hem.’ (Uit Kolossenzen 3 de verzen 12-17)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie