Hoe ontvankelijk zijn we in onze (zondagse) dienst aan God?

‘Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zoeken de toekomstige.’
(Uit Hebreeën 13 uit de verzen 9-16 : 14)

Geciteerd: Maar zoals elke goede preek niet eindigt met wat mensen moeten gaan doen, maar met wat de Heere God deed en doen zal, wil ik ook deze brochure niet eindigen met mensenwerk. De Hebreeënschrijver besluit: “De God nu van de vrede, Die de grote Herder van de schapen, onze Heer Jezus Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van een eeuwig verbond, moge jullie toerusten tot elk goed werk om Zijn wil te doen, en in jullie werken wat in Zijn ogen welbehaaglijk is, door Jezus Christus, Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.”
Zie je wat dit is? Een gebed. En dat is precies de kern. Ons leven met de Heere God is antwoord op het gebed. Het is niet wat wij (allemaal) doen voor Hem, maar wat Hij doet voor ons (1). In en door onze Heer Jezus Christus is het leven radicaal veranderd. Voor ons verleden is er vergeving (2). Voor onze toekomst is er redding door het oordeel heen (3). En ook voor het heden is er kracht voor moedige keuzes (4). Want de Geest neemt wat van Christus is om er ons mee tot leven te brengen. Daarom is alledaags (en zondags) geloven niet allereerst een zaak van bewijsdrang, maar van ontvankelijkheid (4). Heiliging is gave, voor het opgave wordt. Wij leven van genade, zelfs (of: juist) in het doen van het goede. God Zelf leidt ons door Zijn Geest de wereld door. Dat sluit menselijk werk niet uit, maar zet het in het juiste perspectief. Doorleeft geloof dat kunnen we niet; dat krijgen we. Dat is ons gebed: dat Hij ons zal toerusten tot elk goed werk, zodat Hij alle eer en heerlijkheid (daarvoor) ontvangt.

(1) Vandaar dat de kerken kunnen volstaan met een eenvoudige geloofsbelijdenis, zoals we die bezitten in de twaalf artikelen van het geloof. Dan ontdekken we misschien ook weer hoeveel eenheid er kan zijn, wanneer we ons tot die gezamenlijke en gezamenlijk te belijden belijdenis beperken. Dat kan helpen om allerlei pretenties, die we voeren onder en tegen elkaar, te laten vallen en om ons dan gezamenlijk te verheugen in wat we samen gelovig hebben te belijden over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en de christelijke kerk hier op aarde.
(2) Denk aan het verleden van Paulus, hoe hij de gemeente ten dode toe vervolgd heeft en toch mocht hij uit de mond van een Joodse broeder het Evangelie horen en gedoopt worden. Lees het na in Handelingen 22 : 12-16.
(3) Lees het na in 2 Korintiërs 12 : 6-13.
(4) Lees het na in 2 Korintiërs 6 : 1-13.
(5) Daarom benadruk ik graag dat de zondagse samenkomsten een dienst van God zijn aan ons en niet onze (‘ere’)dienst aan God. En buiten die samenkomsten mogen wij ons inzetten voor de ‘ware eredienst’, zoals die (o.a.) ons voorgehouden wordt met en door de woorden in Romeinen 12.

Bron citaat: Bijlage bij De Waarheidsvriend – Brochure: ‘De (op)gave van heiliging – Anders kijken, anders leven’ – door ds. A.J. Mouw – Uitgave van de Gereformeerde Bond.

‘Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik jullie allen dat jullie jezelf niet hoger moeten aanslaan dan jullie/je kunt verantwoorden, maar verstandig over jullie/jezelf moet denken. Denk overeenkomstig het geloof, dat is de maatstaf die God ons heeft gegeven.’ (Uit Romeinen 12 uit de verzen 1-21 : 3).

Bron afbeelding: A Reason for Hope

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het Evangelie maakt geen vrome, wel lieve en zorgzame mensen!

‘Maar nu is de rechtvaardigheid van God geopenbaard zonder de wet, (en toch) hebbende de getuigenis van de Wet en de Profeten. Namelijk de rechtvaardigheid van het geloof van Jezus Christus.’ (Uit Romeinen 3 uit de verzen 19-31 : 21-22)

Geciteerd: Dat moet nu in de hele wereld gepredikt (1) en verkondigd worden, opdat je zou leren de Mensenzoon (het Zaad van de vrouw) in waarheid te kennen, én dat we weten hoe we christenen zullen worden, niet hoe we vroom [=rechtschapen] zullen worden. Andere leringen die afwijken van het Evangelie, dringen er altijd op aan dat de mensen vroom moeten worden, zoals de boeken van de heidense filosofen (en van kerk- en oudvaders? zie hierna) en die van de wereldlijke wetten doen. Idem: de levensbeschrijvingen van de heiligen, die wel in het bijzonder aansporen, dat wij ook moeten leven zoals de heiligen geleefd hebben (2). Bovendien doen de leraars der wet hun uiterste best om mensen (eerst) vroom te maken (voor ze aan mogen gaan bij het Avondmaal, bijvoorbeeld). Vrome mensen maken is echter niet iets wat bij het Evangelie hoort, want het Evangelie maakt alleen christenen (3).
Het is veel méér om christen te zijn, dan om vroom te zijn (4). Iemand kan wel vroom zijn, maar een christen niet (4). Een christen weet over vroomheid niets te zeggen (anderen voor te houden hoe hij of zij dat zou kunnen en/of moeten zijn). Hij/zij vindt immers bij zichzelf niet goed of vrooms! (5) Als gedoopte christenen rechtvaardig willen zijn, dan moeten ze naar een andere vreemde gerechtigheid omzien.
Daartoe is Christus nu aan ons voorgesteld als een onuitputtelijke Bron, Die altijd overvloeit van pure goedheid en genade en voor deze goedheid en genade hoeft Hij niets te hebben, dan alleen dat de mensen deze goedheid en genade erkennen, Hem daarvoor danken, Hem daarvoor loven en lieven.
[Maarten Luther: WA 10.1.2, 430, 24-39]

(1) Dat is nu eerst en vooral de opdracht voor Christus’ gemeenten hier op aarde, dat daar het Evangelie trouw en naar waarheid verkondigd wordt. Zó zullen de leden van Christus’ gemeente toegerust worden om een zoutend zout te zijn en het licht van het Evangelie te verspreiden in het samenleven (als gemeente en in de familie en gezinsverbanden) en in de samenleving (maatschappij) waarin zij mogen leven en werken.
(2) Zit dat niet ook heel sterk in de boeken van en over de geschiedenis van Augustinus?
(3) Zie hoe de apostelen bereid waren om de dopelingen uit de heidenen – Paulus was voor hen als een vader! – op te voeden tot christenen. Ze waren bereid om hen van zuigeling tot volwassenheid te brengen met alle inspanning en moeiten (en tegenspraak en tegenwerking ook) die dat gaf! Lees 1 Korintiërs 3 en wat Paulus schrijft in 2 Korintiërs 6 : 3-13 en ook nog weer in Galaten 4 : 19 en 1 Tessalonicenzen 2 : 8-13; in Handelingen 20 : 17-38 roept hij de oudsten op om, naar het voorbeeld dat hijzelf gaf, de kudde van Christus te hoeden (=>Johannes 21 : 15-19).
(4) Dat moeten we (dus) leren uit het Evangelie (zelf), anders blijft de Islam ook op christenen aantrekkingskracht uitoefenen.
(5) Dát is mijn worsteling en dat zijn mijn (heftige) aanvechtingen geweest, want ik zag bij anderen zoveel goeds en vrooms waaraan ik niet tippen kon in mijn leven en in de omstandigheden (familie, huwelijk en gezin, gemeente, etc.) waarin ik als gedoopt en gelovig christen te leven had. En de boze houdt je dan ook nog eens voor – mee door de inzet van vrome broeders en zusters – dat jij er in vergelijking met hen werkelijk niets van hebt gemaakt en dat alle hoop voor jou verloren is – en dat het terecht is dat anderen je ‘niet meer moeten’.

Leestips: De Bijbelgedeelten waarnaar hierboven en hieronder verwezen wordt.

‘Hoewel we ons als apostelen van Christus hadden kunnen laten gelden, zijn we jullie tegemoet getreden met de tederheid van een voedster (vrouwelijk/moederlijk!) die haar kinderen koestert. In die gezindheid, vol liefde voor jullie, waren we niet alleen bereid jullie te laten delen in Gods Evangelie, maar ook in ons eigen leven (mannelijk/vaderlijk!). Zo dierbaar waren jullie ons geworden! Jullie herinneren je wel, broeders en zusters, hoe we ons ingezet en ingespannen hebben, hoe we dag en nacht hebben gewerkt (zoals ouders dat doen) om niemand van jullie tot last te zijn. Op dié manier hebben we jullie het Evangelie van God verkondigd. Jullie kunnen getuigen – dat ontgaat geliefde kinderen toch niet? -, én God Zelf, hoe toegewijd, oprecht en zuiver we bij jullie, die tot geloof gekomen waren, hebben geleefd. Jullie weten dat we voor ieder van jullie (geen uitzonderingen dus) waren als een vader voor zijn kinderen. We hebben jullie aangespoord en bemoedigd en jullie op het hart gedrukt zo te leven – in liefde en zorg voor elkaar – dat jullie dáármee en dáárdoor God eer zouden bewijzen. Hij (!) roept jullie tot Zijn Koninkrijk en luister‘ (Uit 1 Tessalonicenzen 2 uit de verzen 1-20 : 7-12)

Bron afbeelding: Zie afbeelding.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Dagelijks het tempelgebed van de tollenaar bidden…

‘Zo heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft...’ (Uit het gesprek van onze Heer met Nicodemus in Johannes 3, uit het 16e vers)

Geciteerd: Christenen moet op het punt komen – en de gedoopte tollenaars kwamen zover, zie Lukas 7 : 29-30! – dat zij God en de Heere Christus de eer geven. Te geloven dat Zijn Woord de waarheid is (1) en eigen ongeloof als zonde te beschouwen. Waar dit gebeurt, is de Heilige Geest al (eerder/daarvoor) begonnen met Zijn kracht en werk van geloof (2). Het hart wordt door Hem zover geopend dat het deze Schat, Die groter is dan hemel en aarde, kan bevatten (3). Toch gebeurt dit nog in grote zwakheid, en op aarde kan het geloof nooit [die maat] bereiken, of het hart zó vervullen als het behoorde. Maar het blijft nog altijd in het verlangen en zuchten van de Geest, iets wat voor de mens onuitsprekelijk is (Romeinen 8 : 26). Zodat het hart zegt: O, dat dit waar zou zijn! en: Ach, wie zou het kunnen geloven.
Niettemin doet dit zuchten en een vonkje geloof zoveel, dat God het als een volkomen geloof rekent, en zegt: ‘U/jou geschiede naar uw/jouw geloof’ (Matteüs 29 : 29). Omdat je dit gelooft, ben je zeker zalig. Want dit Woord is een kracht en macht, sterker dan alle angst voor zonden (die we begaan hebben of nog weer zullen begaan) en verdoemenis. Dit Geschenk is zo groot, dat het zonde, dood en hel verzwelgt, net zoals een druppeltje water in een gloeiende oven valt of een vuurvonkje aan een strohalm in de diepe oceaan uitblust.
[Maarten Luther: Crucigers Sommerpostille 1530/35 (Druck 1544), WA 21, 479 ff]

(1) Zie Johannes 6 : 28-29
(2) Zie Handelingen 16 : 14-15.
(3) ‘Opdat we zouden weten wat God ons in Zijn goedheid heeft geschonken’ – 1 Korintiërs 2 : 12.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 24 september – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik op de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God wees mij zondaar genadig.” Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander – de dankbare en God dankende Farizeeër – niet. Want wie zichzelf verhoogd zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernederd zal verhoogd worden.’ (Uit Lukas 18 uit de verzen 1-17 : 13-14)
NB. Denk hierbij aan het bidden en gebed van Daniël zoals we daarover lezen in Daniël 9 en m.n. daarvan ook de verzen 20-23.

Bron afbeelding: Bible Hub

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gods liefde niet (eerst) waard te maken…

‘Zó heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft...’ (Uit het gesprek van onze Heer met Nicodemus in Johannes 3, daarvan uit het 16e vers)

Geciteerd: Waarom zouden we nog langer willen roemen over onze daden (en theologie) als we horen dat onze situatie zodanig is dat we onherroepelijk en voor altijd verloren zouden moeten gaan als deze Schat niet voor ons was geofferd? Dit neemt niet alleen de roem weg van alle menselijke werken, maar ook van de hele wet van God, zodat, zelfs als iemand alles heeft en doet naar zijn vermogen (1), dan heeft hij/zij nog steeds niet het punt bereikt dat hij of zij verloren zou moeten gaan. Wat zouden anders de woorden betekenen: ‘Op dat allen die in Hem geloven niet verloren gaan’ (2). Zo laat Hij daarmee immers zien dat geen Mozes, ook niet de heiligheid van alle mensen tezamen, van de dood kunnen verlossen of leven kunnen geven. Het hang allemaal af van deze enige Zoon van God.
Nu zien we welke grote en voortreffelijke daden in deze tekst zijn samen gevat. De Gever, Die zo groot en machtig is, de Schepper van alle schepselen, zegt niet alleen goedemorgen of lacht ons vriendelijk toe, maar Hij heeft ons zó hartelijk lief, dat Hij ons niet alleen een bedelaarsdeel geeft van vergankelijke goederen, maar ook Zijn hoogste, liefste Schat, Zijn Zoon, die ook Heere is van hemel en aarde (3). Hij toont deze liefde niet aan Zijn vrienden, maar aan degenen die Zijn vijanden zijn, en geen enkel schepsel (met uitzondering van de duivel zelf) is die liefde minder waard dan wij (4).
[Maarten Luther: Curciger Sommerpostille 1530/35 (Druck 1544), WA 21, 479 ff]

(1) Denk aan de rijke jongeling (Marcus 10 : 17-22) of aan de dankbare en dankende Farizeeër in de tempel, die zich toch nog verheffen wilde t.o.v. zijn gelovige en zich dagelijks bekerende broeder, die tollenaar was en zich nederig door Johannes de Doper had laten gezeggen en dopen (zie Lukas 18 : 9-14 en Lukas 7 : 29-30).
(2) Johannes 3 : 16b en zie ook Johannes 6 : 28-29.
(3) Zie Kolossenzen 1 : 15-20.
(4) Zie o.a. Titus 3 : 3-8.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 23 september – Samengesteld en vertaald door H.c. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

Leestips: Galaten 5 en 6 en Kolossenzen 2.

‘Maar ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld. Het is volkomen onbelangrijk of men (volgens de wet van Mozes) besneden is, belangrijk is dat we – door doop en geloof! (a) – een nieuwe schepping zijn. Laat er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf (5) blijven en voor het Israël van God (6). En laat voortaan niemand mij meer tegenwerken, want ik draag de littekens van Christus in mijn lichaam (7).’ (Uit Galaten 6 : uit de verzen 1-18 : 14-17)

(a) Zie Hebreeën 10 : 21-23.
(5) Zie Romeinen 12 : 3.
(6) Zie o.a. Openbaring 2 : 9 en 3 : 9.
(7) Zie Kolossenzen 1 : 24-29.

‘Wij waren dood door onze zonden en door ons onbesneden hart, maar God heeft ons samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften vernietigd door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft Zich ontdaan van de machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.’ (Uit Kolossenzen 2 uit de verzen 6-23 : 13-15)

Bron afbeelding: Last Message of Mercy (Zie hierbij ook Hebreeën 1 : 1-4).

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zalig zij die vervolgd worden…

‘Zalig zij die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.’ (Uit Matteüs 5 : 10)

Geciteerd: Dit is dan het laatste merkteken waaraan christenen zijn te herkennen. Wat hun leven betreft, zijn het ongevaarlijke mensen, die geen kwaad in de zin hebben en voor hun naasten (broeders en zusters en medemensen) juist het goede op het oog hebben. De wereld (ook de kerkwereld, of de wereld in de kerk) kan hun prediking – naar het Woord van God, en ook zichtbaar in hun daden – niet verdragen en uithouden. Dat is dan ook de reden dat ze door ‘de wereld’ vervolgd worden.
Het schijnen in de ogen van ‘de wereld’ maar armzalige en onbetekenende mensen/gelovigen, waaraan niets te verliezen is wanneer die veracht en vervolgd en zo mogelijk uitgebannen en geëlimineerd worden. Daarom kunnen de gelovigen hun geloof voor de (kerk)wereld niet anders belijden dan dat men hen daarbij allerlei ellende aandoet, hen verjaagt, hun eigendommen steelt (desnoods via de rechter en deurwaarder) en hen zo mogelijk vermoordt (en dat kan ook met en door woorden gebeuren, zie Matteüs 5 : 21-26 en Jakobus 2 : 6-13).
‘Maar’, zegt Christus, ‘laat je/jullie daardoor niet in de war brengen. Je/jullie zijn zalig, want je/jullie lijden in deze wereld als voor Mij onschuldige mensen. Jullie lijden is omwille van Mij. Weest gerust. Ik zal het jou/jullie wel vergelden en rijk vergoeden in de hemel. Alles wat je/jullie op aarde moeten verduren, staat in geen verhouding tot wat jullie geschonken zal worden. Zo is het toch ook gegaan met de lieve profeten die vóór jullie geleefd hebben. Jullie houden hen toch voor zalige en heilige mensen [heilig in de zin van: apart gezet voor de dienst aan God]? Daarom zullen de gelovigen in hun voetstappen wandelen, zodat ze ook op de plaats komen waar zij zijn.
[Maarten Luther: WA 52, 562, 23-34]

Opgemerkt: Wil hier dan toch nog weer aandacht vragen voor wat mijn grootvader aan het einde van WO II is aangedaan. Direct na de bevrijding werd bij de razzia’s, die tegen mensen die met de vijand geheuld hadden of waarvan men meende dat ze dat gedaan hadden, ook hij door zijn (nu dappere) gereformeerde broeders aangewezen als iemand die opgepakt diende te worden. Hij werd uit z’n huis gehaald en over straat afgevoerd naar een plaats waar de landverraders zouden worden getransporteerd naar een interneringskamp. Een inderhaast meegenomen Bijbel werd hem op straat door een broeder afgenomen met de woorden: ‘Daar heb jij wel genoeg in gelezen.’ Dat verblijf in een NSB-kamp heeft hij moedig gedragen en hij heeft ook daar nog van z’n vertrouwen op God mogen getuigen. Z’n gezondheid werd er echter wel danig en blijvend door aangetast. En daarna heeft hij ook nog een hele rechtszaak tegen zich moeten doorstaan alsof ons (kerkelijk) Nederland door hem tot heulen met de vijand was aangezet. Z’n ridderorde werd hem afgenomen en hij kreeg oneervol ontslag uit het onderwijs. En zo nam (gereformeerd) Nederland na WO II wraak op haar vijanden. Voor de teruggekeerde Joden en wat hen was aangedaan, en welke goederen hen ontnomen waren en hoe dat via de rechter/rechtbanken kon worden ‘rechtgezet’ was minder tot geen aandacht, maar zo’n broeder die met de hem gegeven wijsheid z’n broeders en zusters met Bijbelse raad had bij willen staan, die moest – met hulp van de rechterlijke macht – tot de grond toe afgebroken worden. Gelukkig namen/deden z’n vrouw en kinderen (en kleinkinderen) geen afstand van hem. Maar veel gereformeerde broeders lieten hem sindsdien links liggen.

Leestips: Psalm 43, 59, Matteüs 23 : 29-39, Lukas 12 : 13-32 en 2 Korintiërs 4 : 7-18.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 22 september – Den Hertog uitgeverij (2019)

‘Vrees niet, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.‘
(Uit Lukas 12 uit de verzen 13-32 : 32)

Bron afbeelding: Prayables

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over het ‘wie weet wil God ons nog genadig zijn’…

‘Daarom – spreekt de HEER – , keer nu terug naar Mij met heel je hart en begin te vasten, te treuren en te rouwen. Scheur je hart en niet je kleren en bekeer je tot de HEERE, jullie God. Want genadig en barmhartig is Hij, lankmoedig en groot van goedertierenheid, berouw hebbende over het onheil. Wie weet (1), of Hij Zich niet wendt en berouw heeft en een zegen achter Zich laat overblijven…’ (Uit Joël 2 : 13-14)

Geciteerd (uit eerdere blog van AJ):
(…) In de jaren voor en tijdens WO II is er geen sprake geweest van een “algemene geest van verootmoediging en bekering” die door de kerken waaide. In de jaren 40-45 laaide er in de Gereformeerde kerken zelfs een kerk-twist op, die aan het einde van WO II tot een hoogtepunt kwam en leidde tot een breuk in deze kerken…

“Wie weet” (1) was er vanwege (veel) meer verootmoediging en bekering in de kerken een eerdere overwinning “afgeroepen” voor de troepen van de geallieerden, die in 1944 door een zeer strenge winter en onverwacht sterke tegenstand lange tijd werden gehinderd in de Ardennen en eerder werd een sterke troepenmacht teruggeslagen bij Arnhem, waardoor het doorstoten van geallieerde leger verder Duitsland en Nederland in maandenlang werd vertraagd. In Nederland leidde dat in de hongerwinter tot verzwakking van de gezondheid van veel mensen (soms met levenslange gevolgen) en er vielen veel doden en hoeveel duizenden (misschien zelfs wel meer dan een miljoen?!) Joden hadden nog kunnen worden gered uit de concentratiekampen, wanneer deze maanden eerder al waren bereikt. En hoeveel minder ver hadden de Russen hun macht kunnen uitbreiden met alle kwalijke gevolgen voor veel mensenlevens van dien…
En wanneer we die (mogelijke/denkbare aantallen) nu eens afzetten tegen het aantal levens die door het optreden van het verzet zijn gered… (2)

(1) “Wie weet…“, wat een opmerkelijke zinswending, aldus ds. De Jong. Hij ging zoeken in de Schrift en vond nog andere plaatsen in de Bijbel waar je een dergelijk woordgebruik tegenkomt en waar het is of Gods genade onder een voorbehoud geplaatst wordt: wie weet… of ook: misschien. Ze staan alleen in het Oude Testament: Exodus 32 : 30, Klaagliederen 3 : 29, Amos 5 : 15, Joël 2 : 14 en Zefanja 2:3. Ook in het boekje Jona komt genoemd woordgebruik tweemaal voor maar dan in de mond van de heidenen. Die waren gewend aan de willekeur van hun goden. Ds. De Jong schrijft: “Ik vind het nogal wat dat de Bijbel bij zijn aansporing om de Here te zoeken in gebed en verootmoediging niet royaal zegt dat de Here God zich dan onder alle omstandigheden laat vinden, maar dat hij situaties kent waarin het zuinig klinkt: wie weet… of: misschien”.
(Bron: Artikel van ds. J. Maasland, maart 2004, waarin ds. H. de Jong wordt geciteerd)
(2) Natuurlijk wordt de vergelijking hier niet gemaakt om het (goede) verzet in WO II in diskrediet te brengen.

“Haat het kwade en hebt het goede lief, en bestelt het recht in de poort; misschien zal de HEERE, de God van de legermachten, het overblijfsel van Jozef genadig zijn.” (Amos 5 : 15)

Bij de afbeelding: Gebed: Dat er in onze kerkenraadskamers en rechtszalen nog rechtvaardige vonnissen geveld zullen (mogen) worden.

Bron afbeelding: Prayables

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Woord blijft belangrijkste wapen van de Geest…

NGK-predikant ds. H. de Jong geeft brochure uit: “De zondagse preek: spitsuur van de Heilige Geest”

NB. Henk de Jong (8 februari 1932 – 21 maart 2023) was een vooraanstaand Nederlands predikant en theoloog binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK). Hij gold jarenlang als een van de belangrijkste theologen en opinieleiders binnen dit kerkgenootschap.

Opgemerkt vooraf: Van deze predikant hoorde ik eens een preek waarin hij nadruk legde op de woorden van een profeet – die zijn tijdgenoten opriep tot verootmoediging en bekering – ‘Wie weet wil God ons nog genadig zijn’. De profeet kon het dus niet beloven [=namens God zeggen] dat dit ook vast en zeker Gods antwoord zou zijn op die verootmoediging en bekering van het Godsvolk in de tijd waarin de profeet leefde…
Wij hebben na WO II nog zo’n tijd van genade (van ‘verademing’) mogen meemaken in West Europa. Ook in de aanloop naar en tijdens WO II was dat geen garantie, maar dat mag voor de kinderen van het Godsvolk hier op aarde toch nooit reden zijn om de oproep tot verootmoediging en bekering te negeren/kleineren en/of de noodzaak daarvan te weerspreken omdat er ‘nú’ wel andere zaken te doen zijn.
Zal nog moeite doen om die preek van ds. de Jong terug te vinden. Meende dat ik er eerder – in een van mijn blogs – ook al aandacht aan besteed heb.

ZEIST – Terug naar de vreemdheid van de kerk in de wereld. Dat is wat ds. H. de Jong, Nederlands gereformeerd emeritus predikant te Zeist, wil. “En eigenlijk wil ik nog verder terug: naar de vreemdheid van God en Zijn Woord in de wereld.”

Daarom, schrijft hij in de brochure “De zondagse preek: spitsuur van de Heilige Geest”, “haal ik de prediking van de straat en plaats haar terug in de gemeente.”

De brochure, die hij in eigen beheer uitgaf, bevat de lezing die ds. De Jong onlangs hield op een predikantenconferentie van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Een kritische lezing, schrijft hij. Kritisch “naar aanleiding van het preken in het algemeen van jongere predikanten in de orthodoxe wereld.”

Zijn belangrijkste bezwaar is “dat men bij alle aandacht die tegenwoordig aan de Heilige Geest wordt besteed dreigt te vergeten dat de prediking het belangrijkste middel is waardoor de Geest in deze wereld werkzaam wil zijn. Met name het Woord is Zijn wapen. Voor velen lijkt het evenwel alsof de Geest andere dingen aan Zijn hoofd heeft, wat de aandacht voor het Woord niet ten goede komt.”

Een ander bezwaar dat de predikant tegen de huidige prediking heeft, is dat zij “te zeer gefocust is op de secularisatie. In die zin dat de zucht om voor de geseculariseerde wereld door aanpassing verstaanbaar te zijn de tegenwoordige verkondiging te veel beheerst. De nadruk komt daardoor meer op communicatieve vaardigheden te liggen dan op tekstbehandeling. Ik weet wel dat daar de bezorgdheid achter zit om het wel en wee van al die mensen die zonder het evangelie voor eeuwig verloren dreigen te gaan en die zorg is prijzenswaardig, maar om daarvoor nu van de preek een instrument van evangelisatie te maken, gaat mij te ver. Het geloof wordt er te goedkoop van. In onze houding tegenover het komende geslacht werkt dit door.”

In het vervolg van de dertig bladzijden tellende brochure bespreekt de Zeister emeritus predikant tien stellingen. “De zondagse preek is voor de gemeente”, luidt er een.

Over de kindernevendienst: “Wordt daarin voorbereid op het luisteren naar de onversneden prediking van Gods Woord?” Volgens ds. De Jong is het zijn onder de preek voor kinderen “uitermate vormend” – al sluit dat de kindernevendienst voor hem niet uit.

Kritisch staat de predikant ook tegenover de Nieuwe Bijbelvertaling. “Wij gebruiken in de kerk een Bijbelvertaling die niet de bijbel bij de mensen maar de mensen bij de bijbel brengt. () We behoeven de moeilijkheidsgraad van de bijbel niet te verdoezelen door vertalingen die de suggestie voeren dat de bijbel een hedendaags taalproduct is. De bijbel is een boek uit lang vervlogen tijden en ver gelegen streken. Dat mag aan een vertaling te merken zijn.” Laat, raadt hij aan, “in ieder geval de tekstlezing voor de preek in de gebruikelijke NBG-vertaling van 1951 gedaan worden.”

De zondagse preek is ook hantering van de sleutelmacht, zo luidt stelling 5. Dat besef is binnen de NGK goeddeels verdwenen, constateert ds. De Jong. “Gebruik – misbruik – onbruik, onthoud die trits maar! Veel goede dingen verdwijnen op die manier.”

Preken, stelt de predikant, vergt voorbereiding. “Een voorbereiding die in de ogen van de wereld verloren tijd is. Je verdiepen in een boek dat duizenden jaren oud is en daar ook nog rendement voor vandaag van verwachten – het lijkt absurd. En toch, het geloof zegt dat het het enige is dat de kerk heeft.”

Aarzelingen heeft hij bij de “opkomende gewoonte” om samen met de gemeente (of een deel daarvan) de preek voor te bereiden. “De preek is geen zelfbediening en de kerk is geen supermarkt waar de dominee met zijn schapen langs de schappen loopt om ze te adviseren bij hun keuze voor wat van hun gading is.”

Stelling 10, ten slotte, luidt: “Bij aanpassing van de zondagse preek aan de hoorders is het einde zoek.” Ds. De Jong: “Tegenwoordige kerkdiensten maken op mij wel eens de indruk van een etalage waarmee we op de wereld indruk willen maken. De preek moet vooral aantrekkelijk zijn en daaromheen moet de glans van de charismatische gaven het bewijs naar buiten toe leveren dat God in ons midden is. Moet dat bewijs niet op andere wijze geleverd worden? is mijn vraag.” Regel moet volgens hem zijn dat de gemeente haar diensten houdt en naar de prediking luistert om “haar eigen band met Christus te verversen en aan te halen en zo toegerust te worden voor haar plaats en taak in de wereld. Natuurlijk samen met buitenstaanders die daar uit belangstelling bij willen zijn.”

Zijn benadering heeft wel iets van die van prof. dr. A. van de Beek, schrijft hij. “Men heeft het vandaag over grote kansen voor het evangelie en de massaliteit van sommige jeugdmanifestaties lijkt dat te bevestigen. Toch blijven de cijfers dalen. Ook plaatselijke successen hier en daar zijn, hoe hartverwarmend ook, te uitzonderlijk dan dat we er een trend van kunnen maken.”

Ik ervaar onze tijd anders, zo merkt ds. De Jong op. “Het maakt op mij de indruk dat God in onze dagen bezig is de kandelaar van Zijn Woord bij ons weg te nemen. Om die op andere plaatsen weer neer te zetten, dat wel. Maar wat ons betreft heb ik het toekomstvisioen van een schuilkerk. Echter, ook die schuilkerk zal uit het Woord gevoed moeten worden.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Bron artikel: Digibron – RD (01-07-2005) – ‘NGK-predikant ds. H. de Jong geeft brochure uit’ – Redactie kerk.

Aanvullend: Pastorale benadering versus dogma. Henk de Jong zijn theologie werd sterk gekenmerkt door een pastorale bewogenheid. De Jong legde de nadruk op de relatie tussen God en de individuele gelovige. Hij verzette zich tegen het star toepassen van dogmatische regels die homoseksuele christenen in een isolement brachten of dwongen tot een celibatair leven waar zij de gaven niet voor hadden.
Zijn vernieuwende standpunten over homoseksualiteit, maar ook over de vrouw in het ambt en zijn visie op Israël, leidden in de jaren zeventig en tachtig tot spanningen binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv), waar hij destijds predikant was. Mede door deze progressieve koers raakte hij destijds los van de GKv en sloot hij zich aan bij de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK).Zijn publicaties en standpunten hebben achteraf gezien een grote pioniersrol gespeeld in de geleidelijke verschuiving en opening van het gesprek over homoseksualiteit binnen de bredere gereformeerde wereld.

Bron afbeelding: Foto RD

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Geen “doop-to-go” praktijk (gewenst)’?

‘Ga dus heen en maak alle volken (te beginnen met het Joodse volk in Jeruzalem) tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader, en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen, Ik ben met jullie – en met jullie verkondiging (ook na jullie dood) – tot aan de voleinding van de wereld.’ (Uit Matteüs 28 uit de verzen 16-20 : 19-20)
‘Na Petrus verkondiging op de eerste Pinksterdag vroegen de Joodse hoorders aan Petrus en de andere apostelen: ‘”Wat moeten we doen broeders?” “Keer jullie af van je huidige leven en laat je dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving voor jullie zonden te krijgen. Dan zal de Heilige Geest jullie geschonken worden, want voor jullie geldt deze belofte (van het de Heilige Geest ontvangen), evenals voor jullie kinderen en voor allen die (nog) ver weg zijn en die de Heer – door onze voortgaande verkondiging – nog tot zich zal roepen.“‘
‘Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich – nog diezelfde dag, in Jeruzalem – dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend.’
‘Ze bleven trouw (onder en) aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan gebed.’ (Uit Handelingen 2 uit de verzen 37-42 resp. : 37-39, 41 en 42.

Geciteerd: Hoewel het iets van deze tijd lijkt te zijn, kom je het ”to go”-concept al in de Bijbel tegen. Als het volk Israël Egypte verlaat, viert het het eerste Pascha en dat is een ”Pascha to go”: „Aldus zult gij het eten: uw lendenen omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand; overhaast zult gij het eten” (Exodus 12:11).
In Handelingen 8 lezen we over een ”doop to go”, bediend door Filippus aan de Ethiopische kamerling (…). Sommigen vonden dit te snel gaan en maakten eerst melding van de belijdenis van het geloof door de kamerling, voordat de doop plaatsvond: een ”geloofsbelijdenis to go”. Maar het gaat in deze twee Bijbelse geschiedenissen om dusdanig bijzondere omstandigheden, dat ze moeilijk als grond voor de huidige doop-to-go-praktijk kunnen dienen. (…)
Doop en onderwijs zijn door de kerk altijd bij elkaar gehouden. In de vroege kerk moesten nieuwe toetreders eerst een intensief traject van onderwijs volgen, voordat ze werden gedoopt. Wij, die onze kleine kinderen dopen, laten hen catechisatie volgen. Bij alle haast bij de uittocht uit Egypte in Exodus 12 valt de uitgebreide instructie op hoe het Pascha gevierd moet worden. De kamerling uit Ethiopië was reeds aanbidder van Israëls God en werd door Filippus onderwezen wie Jezus is, alvorens hij werd gedoopt.
De christelijke doop is een afsterven van de zonde en opgewekt worden tot een nieuw leven achter Jezus (Romeinen 6), en dat betekent kruisdragen. Het lijkt me dat deze dingen in een kort gesprek voor een doop to go niet voldoende ter sprake kunnen komen. Zonder inbedding in een christelijke leergemeenschap levert de doop oppervlakkige gelovigen op. Dat geldt overigens ook van de doop als ze niet ”to go” is.”
[Redactielid ds. A. Hakvoort schrijft in De Wekker, orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken, over ”doop to go”.]

Opgemerkt 1: In het boek Handelingen en in de brieven van de apostelen blijkt dat “doop to go” regel was. Bij de Joden in Jeruzalem, bij de dopelingen in Samaria, bij de doop van de kamerling, bij de doop van Cornelius en zijn huisgenoten en genodigden, bij de doop van Lydia en haar huisgenoten, bij de doop van de gevangenbewaarder en zijn huisgenoten, en ook bij de doop van de Korintiërs was het niet anders. Het beste bewijs daarvoor is nog wel wat Paulus hen schrijft in 1 Korintiërs 3. Dus al die dopelingen (hun huisgenoten en kinderen) kregen een ‘doop to go’. En wat hun doop en wat dat ‘to go’ inhield dat moesten ze – oud en jong! – leren door zich in de gestichte gemeente te stellen onder het onderwijs van de apostelen en hun medewerkers (en later ook de oudsten, zie o.a. Handelingen 14 : 22-23 en 20 : 25-35) en daar dienden alle dopelingen ook deel te nemen aan ‘het breken van het brood’ (en het drinken uit de beker, zie 1 Korintiërs 11 : 23-26).

Opgemerkt 2: Het volk kreeg pas na de uittocht en hun ‘doop’ in de wolk en in de zee (zie 1 Korintiërs 10 : 1-4) het nodige onderwijs en Filippus verkondigde aan de kamerling het Evangelie van Jezus Christus (en Die gekruisigd), en God opende zijn hart voor de waarheid van deze verkondiging (zoals er in Athene ook enkelen waren die ‘het geloof’ aanvaardden na Paulus woorden tot de leden van de Areopagus), en dat was blijkbaar genoeg om hem zijn reis vol vreugde – gewerkt door de Heilige Geest – te laten voortzetten.

Opgemerkt slot: Laten we dus het ‘to go’ maar invullen door alle dopelingen (oud en jong, dus alle leden van het lichaam van Christus) gebruik te laten maken van al de middelen die Christus Zijn gemeente(n) ter beschikking heeft gesteld. Met minder kunnen ze/we niet toe!

Leestip: 1 Korintiërs 3.

Bron citaat: RD Opinie| Achtergrond – ‘Wekelijks een blik op de kerkelijke bladen, aangevuld met citaten uit de kerkelijke wereld.’ – door Redactie kerk

‘Maar, broeders en zusters, ik kon tot jullie niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb jullie melk gegeven, geen vast voedsel; daar waren jullie niet aan toe. En ook nu nog niet, want jullie zijn nog gebonden aan de(ze) wereld. Wanneer jullie afgunstig en verdeeld zijn, dan zijn jullie nog gebonden aan de wereld, dan leven jullie toch als ieder ander? Wanneer de een zegt: “Ik ben van Paulus”, en de ander: “Ik ben er eentje van Apollos”, zijn jullie dan niet als alle andere mensen?‘ (Uit 1 Korintiërs 3 uit de verzen 1-23 : 1-4)

Bron afbeelding: A Reson for Hope by John Patterson

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Hier gaat Hij nog een stapje (?) verder’…

‘Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.‘ (Uit het onderwijs van onze Heer in de Bergrede, Matteüs 5 t/m 7, uit 5 : 7)

Geciteerd: Eerder heeft onze Heer Zijn leerlingen al zó getroost: als we nu een zachtmoedig hart hebben en ons niet willen wreken, maar alles in Gods hand overgeven, dat Hij dit dan wil vergelden met rijke zegen en genadige bescherming. Hier gaat Hij nog een stapje (1) verder: Hij wil hier niet alleen dat we vergeven, maar Hij wil ook dat wij het kwaad dat ons is aangedaan – of waarvan we menen of misschien zelfs voorwenden dat het ons door een ander is aangedaan, de al of niet vermeende kwaaddoener(s) – met goed(doen) vergelden.
Dat wil zeggen: dat wij mensen die ons bedreigen en kwaad aandoen, als zij hulp nodig hebben, hen naar ons vermogen zullen helpen en bijstaan. Hij voegt daar de (genoemde) belofte aan toe: zoals wij barmhartig zijn voor onze vrienden in nood, zó zullen wij ook barmhartigheid bewijzen aan onze ergste vijanden. Dán wil God ook zo met ons doen en al het kwaad dat we tegen Hem bedreven hebben, vergeven en vergeten en ons in genade en barmhartigheid aannemen (vgl. Matteüs 6 : 12).
Zeg nu eens of dat geen zalige mensen zijn aan wie Gód Zijn genade en goedheid wil bewijzen? Nu, wie dit begeert, die begint een christen te worden. Zo’n leerling gelooft in Christus en daarna is hij/zij barmhartig voor zijn of haar naaste. God zal dan voor hem of haar ook zeker barmhartig zijn. Maar dubbel ongelukkig [lett: onzalig] zijn de mensen die deze belofte en troost verachten, en bovendien ook nog het kwaad begaan dat ze de armen, ellendigen en vertrapten die ze wel zouden kúnnen helpen (2), toch niet willen helpen.
[Maarten Luther: WA 52, 559, 27-560, 4]

(1) Voor zo’n levenshouding hebben we de ‘overweldigende kracht’ van de Heilige Geest nodig en die ontvangen we op het ootmoedig gebed.
(2) Lees hierbij o.a. Psalm 41.

> Lees hierbij ook de woorden van Dietrich Bonhoeffer in deze blog: ‘Navolging en de vijand…‘

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 17 september – Den Hertog uitgeverij (2019)

‘Wie de hele wet onderhoudt (3) maar op één punt struikelt, blijft ten aanzien van alle geboden in gebreke. Want Hij Die gezegd heeft: “Pleeg geen overspel”, heeft ook gezegd: ‘Pleeg geen moord’. Als jullie geen overspel plegen maar wel een moord (4), overtreden jullie toch de wet. Zorg ervoor dat jullie spreken en jullie handelen (waaronder zwijgen, mijden en negeren) de toets kunnen doorstaan van de wet die vrijheid brengt. Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen: maar de barmhartigheid – die we anderen bewezen hebben – roemt tegen het oordeel.’ (Uit Jakobus 2 uit de verzen 8-26 : 10-13)

(3) Zie Matteüs 19 : 16-30.
(4) Zie Matteüs 5 : 21-26!

Bron afbeelding: An Informed Faith

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over het tekortschieten van ‘de kerk’…

‘HEER, God van onze voorouders, u bent God in de hemel en u heerst over de koninkrijken van alle volken. In uw hand liggen macht en kracht besloten, niemand kan zich tegen u verzetten.‘ (Uit 2 Kronieken 20 vers 6)

Geciteerd (FB-bericht van Klaas Hoekstra): Predikant Oscar Lohuis roept christenen op om morgenagavond naar De Dam in Amsterdam te komen voor een landelijke Israëlmanifestatie. Hij maakt zich grote zorgen over de toename van antisemitisme in Nederland en vindt dat christenen daar niet over mogen zwijgen. ‘Laat uw stem horen en blijf niet weg uit angst’, schrijft Lohuis op Facebook. (…) Lohuis, die tijdens de manifestatie kort spreekt namens Christenen voor Israël, behoort tot de aangekondigde sprekers. In zijn oproep trekt hij een historische parallel met de houding van kerken tegenover het nationaalsocialisme in de vorige eeuw. ‘Het is bijna niet te geloven, maar we leven in een tijd waarin de Jodenhaat opnieuw enorm de kop opsteekt in Nederland’, schrijft Lohuis. Hij verwijst vervolgens naar de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer, die zich verzette tegen het naziregime en kritiek had op het tekortschieten van de kerk in die periode.
Die geschiedenis vormt voor Lohuis een aansporing om zich nu uit te spreken. (…) Hij richt zich daarbij nadrukkelijk tot christenen. ‘Ik roep iedereen op, in het bijzonder christenen, om hier donderdag bij aanwezig te zijn.’ Met de manifestatie willen de initiatiefnemers twee boodschappen uitdragen: steun voor het bestaan van de staat Israël en afwijzing van antisemitisme. Lohuis denkt daarmee ook namens veel Nederlanders te spreken die zich niet altijd publiekelijk uitspreken. ‘Ik ben ervan overtuigd dat wij met het statement dat wij hiermee maken, dat wij het bestaan van de staat Israël steunen en antisemitisme afwijzen, de stem van een heel grote (soms zwijgende) groep in Nederland verwoorden.’
(…) Naast Lohuis zullen onder anderen SGP-leider Chris Stoffer, Jacques Brunt van Op de bres voor Israël, Shanna Vink-Meijer en opperrabbijn Binyomin Jacobs het woord voeren. Er is daarnaast ruimte voor gezamenlijk gebed, samenzang en Hebreeuwse liederen. Tijdens de avond wordt ook een Israëlische vlag van ongeveer 600 vierkante meter uitgerold. Het Israëlische volkslied Hatikva staat eveneens op het programma.
Vanuit verschillende plaatsen worden bussen naar Amsterdam georganiseerd. (…)

Opgemerkt: Lees hierbij Handelingen 4 : 23-35 en bedenk dat alleen de Boodschap van het Evangelie (vers 31) ons door de Heilige Geest de kracht en de moed geeft om allen die samenspannen tegen de Heer en Zijn Gezalfde (en die vinden we onder alle heersers maar ook gewone medemensen en als God het niet verhoed ook bij onszelf! (1) te weerstaan door vrijmoedig over de Boodschap van het Evangelie – dat mensen bevrijd van zichzelf (m.n. ook eerzucht, jaloezie, geldingsdrang en jezelf eerst veilig willen stellen met alle middelen die mensen daarvoor willen inzetten) en van het najagen van eigen idealen hoe vroom die ook mogen schijnen – te kunnen spreken en ernaar te handelen.

(1) Titus 3 : 1-4! Leven in navolging van onze Heer gaat zo tegen onze menselijke natuur in dat wij dat niet kunnen zonder dagelijks gebed om Zijn liefde, barmhartigheid en wijsheid, zoals we die ontvangen mogen door de kracht van de Heilige Geest wanneer we dagelijks (en ’s zondags!) leven van gebed en bij het onderwijs van Gods Woord.

‘Jezus antwoordde: “Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, dan zouden mijn dienaren wel gestreden hebben om te voorkomen dat ik aan de Joodse leiders* (en aan hun moordzucht) overgeleverd zou worden.”‘ (Uit Johannes 18 uit de verzen 33-40 : 36)
* De Joodse (‘kerk’)leiders, die wel een aards koningschap van de Messias verwachtten, en dat itt de tollenaars, die in navolging van het geloof en de nalatenschap van Daniël de Romeinse overheid durfden/wilden dienen. Later – tot vlak voor de val van Jeruzalem – zouden deze ‘kerk’leiders elkaar nog te vuur en te zwaard blijven bestrijden, tot de Romeinen daar een eind aan maakten door Jeruzalem in te nemen en te verwoesten.

Opgemerkt slot: Vanwege Oscar Lohuis’ beroep op Dietrich Bonhoeffer verwijs ik naar de zeer behartenswaardige woorden in deze blog: ‘Navolging en de vijand…‘

‘Verlos mij van mijn vijanden, HEER,
bij U zoek ik bescherming.
Leer mij Uw wil te volbrengen,
U bent mijn God,
laat Uw goede Geest mij leiden
over geëffende grond.’
(Uit Psalm 143 de verzen 9-10)

Bron afbeelding: Facebook

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie