‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XVIII)

(…) 2 Elke dag opnieuw wil ik U prijzen
Uw Naam loven tot in eeuwigheid. 

(Uit Psalm 145)

Het werk van het eerste en tweede gebod (IV)

(…) “Het is altijd weer zo dat hoe hoger en beter de werken zijn, met des te minder vertoning ze gepaard gaan. Het is duidelijk dat iedereen denkt dat dergelijke werken gemakkelijk gedaan kunnen worden, omdat men al gauw meent dat Gods naam en eer niet meer geprezen kunnen worden dan door wat men ervan terecht brengt vooral bij vergelijk met mensen die het nooit doen.

De mensen maken er graag een indrukwekkende vertoning van, maar toch is hun hart zonder geloof en dat leidt ertoe dat dit kostbare werk wordt veracht, zodat de apostel Paulus kortweg durft te zeggen in Romeinen 2 [: 23] dat degenen die zich beroemen op de wet van God Zijn naam nog het meest lasteren.

(…) “Want het is heus zo niet moeilijk niet om de naam van God te noemen en zijn eer op papier of op een muur te schrijven; maar oprecht Hem prijzen en zegenen om Zijn goede daden en vol vertrouwen Hem aan te roepen in alle tegenspoed, deze werken zijn, naast geloof, werkelijk de minst gevonden en meest hoge (verheven) werken, zodat, als we zouden zien hoe weinig hiervan gevonden wordt bij de christenheid, wij wanhopig zouden kunnen worden vanwege het verdriet daarover.

Toch valt er ondertussen een constante toename van hoge, knappe en glorieuze werken, die mensen hebben bedacht, waar te nemen, of anders gezegd we zien veel werken met de schijn van waarlijk goede werken, maar die uiteindelijk geheel zonder geloof en vertrouwen werden en worden verricht, en waarin, eerlijk gezegd, werkelijk niets goeds te vinden valt.

Aldus berispt Jesaja het volk van Israël in Jesaja 48 [: 1-2]: ‘Hoor dit, jij die de naam Israël draagt ​​alsof je het volk van Israël (daadwerkelijk) bent, jij die zweert bij de naam van God en meent dat je nog steeds staat in waarheid en gerechtigheid.

Met die woorden maakte Jesaja duidelijk dat zij niet handelden in waarachtig geloof en vertrouwen, wat echte waarheid en gerechtigheid is, maar dat ze een vertrouwen hadden in zichzelf, ze vertrouwden op hun werken en op hun eigen kunnen, terwijl ze daarbij ook nog Gods naam wilden aanroepen en loven. Deze twee dingen gaan echter niet samen.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 219 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 41/42)

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) Het is echter een blijk van Gods ​genade​ wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook ​Christus​ heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22 die geen enkele ​zonde​ beging en over wiens lippen geen leugen kwam. 23 Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die ​rechtvaardig​ oordeelt. 24 Hij heeft in Zijn lichaam onze ​zonden​ het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de ​zonde, ​rechtvaardig​ zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. 25 Eens dwaalde u als schapen, nu bent u teruggekeerd naar Hem die de ​herder​ is, naar Hem die uw ziel behoedt. (Uit 1 Petrus 2)

Bron afbeelding:   International Full Gospel Church

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Een reactie plaatsen

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XVII)

(…) 17 Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen.
(Uit Psalm 51)

Het werk van het tweede gebod (III)

(…) “Het wonderbaarlijke en rechtvaardige oordeel van God is hierop gebaseerd, dat in de privésfeer van zijn huis een eenvoudige arme man, aan wie men geen grote geloofswerken toe zal schrijven, met vaste regelmaat God vreugdevol prijst wanneer het hem goed gaat, of vol vertrouwen tot Hem roept wanneer hij tegenspoed ondervindt.

Hij doet hiermee een groter en aangenamer werk voor God dan een ander die vast en veel bidt, kerken begunstigd met z’n geld, bedevaarten aflegt en zichzelf belast met het her en der verrichten van (vooral ook bij anderen) indrukwekkende daden. Zo’n dwaas zet een grote mond op (over zichzelf) en zoekt ijverig naar nog groter werken om te doen.

Hij is zo verblind dat hij aan dat grootste werk om te doen helemaal voorbij ziet, want voor hem is het loven van God maar een heel kleine zaak vergeleken met de grootse voorstelling die hij zich gemaakt heeft van de werken naar eigen ontwerp, en waarin en waarmee hij zichzelf misschien wel meer prijst en lof toebrengt (ook uit/door de mond van anderen) dan aan God, en waarin hij meer vermaak vindt dan dat hij vreugde vindt in God. Zo weerstreeft hij het tweede gebod en de goede werken daarvan met zijn eigen(dunkelijke) goede werken.

In het evangelie vinden we in de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar [Lukas 18 : 10-14] een treffend voorbeeld hiervan. De tollenaar roept vanuit zijn zonden en zondig bestaan (om genade) tot God, en prijst en eert Hem (daarmee) en vervult zo de twee grootste geboden: God geloven en eren. De Farizeeër blijkt bij beide van die geboden in gebreke te blijven. Hij komt aanzetten met (heel) andere goede werken (die hij eerder verricht heeft en) waarmee hij zichzelf prijst, en niet God, en hij toont daarmee meer vertrouwen te hebben in zichzelf en op wat hijzelf heeft kunnen en mogen verrichten dan dat hij vertrouwen heeft in (de genadevolle vergevende aanneming van) God. Daarom wordt hij terecht afgewezen en de ander aangenomen.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 218/119 (translation used: Luthers Works, American Edition, vol. 44, p. 41)

NB. Deze Luther-quote is een (wat vrije) vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 14 Ik zeg jullie: Deze man ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling tot die andere. Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden. (Uit Lukas 18)

Bron afbeelding:  Presbydestrian

 

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen

De ware dienst aan God…

Opdat u eendrachtig [als] met één mond God en de Vader van onze Heere Jezus Christus prijst’ (Romeinen 15 : 6, weergave DB 1545).

(…) “Al het goede dat we God kunnen geven, is lof en dank, wat de enige echte en ware godsdienst is. Zoals Hij Zelf zegt: ‘Het dankoffer prijst Mij, en dat is de weg waardoor Ik hem Gods heil doe zien’ (vgl. Psalm 50 : 23). Al het andere ontvangen we van Hem, om Hem daarvoor dank- en lofoffers te brengen. En wanneer iemand je een andere godsdienst voorstelt, weet dan dat het dwaling en bedrog is.

Godsdienst is God loven – meer niet! Het moet echter wel vrijwillig en ongedwongen uit het hart komen. God loven en prijzen mag je aan tafel doen, in de kamer, in de kelder, op de zolder, in huis of op het veld, op alle plaatsen, bij alle mensen en op alle tijden. Wie zegt dat het anders is, die liegt alsof hij de duivel zelf is.

Maar hoe kan nu Gods lof en dank – de echte godsdienst – bij ons zijn, als we Hem niet liefhebben en Zijn weldaden [of: genade] niet willen ontvangen? Hoe zullen we Hem kunnen liefhebben, als we Hem niet kennen en ook Zijn weldaden niet kennen? Hoe zullen we Zijn weldaden kennen, als men daarover niet preekt en het evangelie onder de bank laat liggen?

Want waar het evangelie niet wordt verkondigd, daar is het onmogelijk dat God wordt gekend, daarom is het ook onmogelijk dat daar liefde en dank zou zijn. Wel, dan is het ook onmogelijk dat God daar wordt gediend – al zou je de bekwaamste koorleider [of: dirigent] van alle koorleiders hebben, het mooiste orgel van alle orgels, de beste prediker van alle predikers, de mooiste kerk van alle kerken, de klinkendste klok van alle klokken. Om kort te zijn: als al deze dwaze godsdienst in gewijde plaatsen en kerken nog honderdduizend maal meer en groter zou zijn… Wat dan nog? Vraagt God naar dat klucht- en goochelspel?”

Maarten Luther: Adventspostille, 1522, vgl. WA 10.1.2, 80, 18 – 81, 17 (verkort)

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com

(…) U, mijn God en ​koning, wil ik roemen,
Uw naam prijzen tot in eeuwigheid.
2 Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
Uw naam loven tot in eeuwigheid:
3 ‘Groot is de HEER, Hem komt alle lof toe,
Zijn grootheid is niet te doorgronden.’

4 Laat geslacht na geslacht van Uw schepping verhalen,
Uw machtige daden verkondigen.
5 Laten zij spreken over de ​glorie​ van Uw majesteit,
ook ik wil Uw wonderen bekendmaken.

(…) 8 ‘Genadig​ en liefdevol is de HEER,
Hij blijft geduldig en groot is Zijn trouw.
9 Goed is de HEER voor alles en allen,
Hij ontfermt zich over heel Zijn schepping.’

(…) 17 Rechtvaardig​ is de HEER in alles wat Hij doet,
Zijn schepselen blijft Hij trouw.
18 Allen die Hem aanroepen is de HEER nabij,
die Hem roepen in vast vertrouwen. 
(…)

(Uit Psalm 145)

Bron afbeelding:  Bible Verses

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Een reactie plaatsen

Drink liever uit de Bron zelf…

Op 22 juni 1522 houdt Luther een preek over de rijke man en de arme Lazarus. Vervolgens werd deze preek in druk uitgeven met een klein voorwoord van Luther. Daarin keert hij zich tegen de piraten-drukkers die zijn boeken ‘onzorgvuldig en incorrect’ uitgeven. Verder zegt Luther: ‘Wat helpt het, dat men veel boeken maakt en toch altijd weer het goede en voornaamste Boek voorbijloopt. Drink toch liever uit de Bron zelf, dan uit de beekjes die u naar de Bron hebben geleid! Kan het dan toch niet anders zijn, laat dan onder mijn naam geen boeken uitgeven zonder mijn weten en tegen mijn wil. Dat God mocht geven, dat ik mijn boeken voor het merendeel weer thuis zou hebben! Vooral die, waarin ik de paus en de concilies nog teveel heb toegegeven. God, geef ons Uw genade! Amen.’

In lijden en sterven aangenaam voor God
en dienstbaar aan God en mensen… 

‘En er was een rijke man die zich kleedde met purper en kostbare linnen kleding, en hij leefde alle dagen heerlijk en in vreugde. Er was echter ook een arme man, met de naam Lazarus, die lag voor zijn deur, vol zweren, en hij verlangde zich te voeden met de kruimels die van de tafel van de rijke vielen – maar de honden kwamen en likten zijn zweren’ (Lukas 16 : 19-21, weergave DB 1545).

(…) “De arme Lazarus moeten wij niet alleen uitwendig bezien met zijn zweren, armoede en ellende. Er zijn immers genoeg mensen die ook in ellende en nood verkeren en toch daarmee niets gewinnen. Net als koning Herodes in jammer en nood verkeerde [zie Handelingen 12:23], maar daardoor toch niet beter werd voor God. Want armoede en lijden maken niemand aangenaam voor God.

Echter wie tevoren aangenaam is voor God [door het geloof], diens armoede en lijden is ook aangenaam voor God – zoals Psalm 116 vers 15 zegt: ‘De dood van Zijn heiligen wordt kostbaar gehouden bij de HEERE.’ Daarom moeten wij Lazarus in het hart zien, en daar zoeken naar de schat die zijn zweren zo kostbaar heeft gemaakt. Dat echter is zonder twijfel zijn geloof en liefde geweest, zoals Hebreeën 11 vers 6 ons zegt: ‘Zonder geloof kan men God niet behagen.’ Het geloof van Lazarus maakt dus zijn lijden tot zaligheid en aangenaam voor God.

In zijn hart was het zo gesteld dat hij graag anderen gediend zou hebben, als hij dat had gekund. Maar omdat hij dat toen niet kon, beschikte God het zo, dat hij tot op heden met zijn zweren, naaktheid en honger de hele wereld dient en tot troost is. Dat is een kunst- en meesterstuk door God gewerkt – zoiets geweldigs is het als een mens in het geloof staat. Lazarus heeft ons met zijn honger gevoed, met zijn naaktheid gekleed, en met zijn lijden vertroost – zozeer duister en verborgen is de regering van God!”

Maarten Luther:  Predigten des Jahres 1522, vgl. WA 10.3, 185, 14-23; 185, 5 – 186, 2

Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com

En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is‘ (2 Petrus 1 : 19).

Bron afbeelding:  HolyBibleVerse

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Een reactie plaatsen

Het heerlijk Evangelie… (Slot)

Wel Hem, die Gij verkiest en tot U toelaat, opdat hij in Uw hoven wone.
Die heeft de rijke troost van Uw huis, de heilige tempel.
(Psalm 65 : 5)

(…) Bij ons echter ontbreekt het eraan, zoals ik al heb gezegd, dat we het Woord dat we horen en verkondigen, niet als zodanig beschouwen en aanvaarden dat het niet het woord van een mens, maar het Woord van God is. Het komt immers niet van de mens, maar het komt op Gods bevel.

Als het dus door de mond van een predikant of door de mond van iemand anders wordt gesproken – al liet God het door een ezel zeggen – dan heeft Gód het gesproken. Daarom is de kracht daarin gelegen, dat we niet naar het masker moeten kijken, dat wil zeggen naar de mond en de neus van een mens, maar eerbiedig moeten zijn en bedenken waar het vandaan komt en op wiens bevel het is en waarom het Gods Woord heet.

Dan kan eenieder wel bedenken dat het niet uit of door de mens komt, niet door een mens is uitgedacht. Als het van de mens was, dan hadden de anderen, zoals Turken en de heidenen, het net zo goed als wij. Maar ons is het Woord gegeven, opdat we het zullen bezitten en begrijpen. (1) Het wordt ons in de mond gelegd om het te verkondigen.

God onderwijst en verkondigt het ons dus, en wij zijn niet meer dan Zijn mond en Zijn tong. Daarom moeten we het Woord net zo eren en ernaar luisteren als naar God Zelf.

Maarten Luther:Loflied op Gods goedheid – Psalm 65” – Uit het Duits vertaald door N.A. Eikelboom – Den Hertog Uitgeverij.

(1) (…) 18 Wie het raadsbesluit van de HEER kreeg toevertrouwd, moet Zijn woorden in zich opnemen en gehoorzamen. Wie goed naar Zijn woorden geluisterd heeft, heeft ze ook begrepen. (Uit Jeremia 23)

(…) 22 Hadden ze* Mijn raadsbesluit vernomen,
dan hadden ze Mijn volk Mijn woorden laten horen,
het opgeroepen zijn verdorven levenswandel op te geven,
te breken met zijn kwalijke praktijken.
23 Ben Ik alleen een God van dichtbij,
ben Ik niet ook een God van ver? – ​spreekt de HEER.
24 Als iemand zich verbergt,
zou Ik hem dan niet zien? – ​spreekt de HEER.
Ben Ik niet overal,
in de hemel en op aarde? – ​spreekt de HEER.

(Uit Jeremia 23)
* De ‘populaire profeten’ in de tijd van Jeremia.

Bron afbeelding:  Pinterest

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XIV)

(…) 17 Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen.
(Uit Psalm 51)

Het werk van het tweede gebod (II)

(…) “Het eerste gebod verbiedt ons om andere goden te hebben, dit betekent dat we in één God moeten geloven, de ware God, met een vast geloof en vast vertrouwen, met vrijmoedigheid, hoop en liefde. Dit zijn de enige werken waardoor een mens de enige God kan (lief)hebben, eren en houden.

Een mens kan God vinden door geen ander werk dan geloven en vertrouwen; een mens kan God verliezen door geen ander werk dan door ongeloof en twijfel (Gods Woord wantrouwen!). Geen enkel ander werk kan een mens tot God brengen.

Het is om deze reden dat het tweede gebod ons verbiedt Gods naam ijdel (te onpas) te gebruiken. Maar dit zal niet genoeg zijn. We hebben ook de opdracht om zijn naam te eren, aan te roepen, te prijzen, te prediken en te verheerlijken.

En inderdaad, het is onmogelijk dat Gods naam niet wordt onteerd waar deze niet (op de juiste wijze) wordt geëerd. Want hoewel Zijn naam al geëerd wordt met de lippen, het buigen van de knieën, het kussen en meer van dergelijke handelingen, als dit niet met een gelovig hart wordt gedaan, met een vast overtuigd zijn van en met vast vertrouwen op Gods genade, dan is het niets meer dan een hypocriete vertoning en valse schijn.

Begrijp nu hoeveel soorten werken een mens overal en te allen tijde onder dit gebod kan doen! Men hoeft nooit – wanneer men dat maar wil! – zonder de goede werken van dit gebod te zijn. Het is dus helemaal niet nodig om daarvoor een ​​verre pelgrimstocht te maken of om heilige plaatsen te bezoeken.

Want zeg me, is er ook maar enig moment in ons bestaan waarin we niet onophoudelijk Gods zegeningen ontvangen, of juist tegenspoed ondervinden? Maar wat zijn Gods zegeningen en tegenspoed anders dan een voortdurend aandringen en opwekken (onderwijzing!) om God te prijzen, te eren en te zegenen, en om Hem en Zijn naam aan te roepen?

Stel dat u niets anders te doen zou hebben, zou u dan niet uw handen al vol hebben aan dit gebod, gewoon door Gods naam te zegenen, te zingen, te prijzen en te eren zonder ophouden? En voor welk ander doel zijn tong, stem, taal en mond gecreëerd? Zoals Psalm 51 zegt: ‘Ontsluit mijn lippen, Heer, en mijn mond zal uw lof verkondigen.‘ [vs. 17]. En nogmaals: ‘bevrijd (red) mij, God, van de dreigende dood, en ik zal juichen om uw ​gerechtigheid.‘ [vers 16]

Maarten Luther:  Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 217/218 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 39/40)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 28 Van uw ​gerechtigheid​ zal mijn tong spreken,
van uw roem wil ik zingen, dag aan dag.
(Uit Psalm 35)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen

Het heerlijk Evangelie… (IV)

Wel Hem, die Gij verkiest en tot U toelaat, opdat hij in Uw hoven wone.
Die heeft de rijke troost van Uw huis, de heilige tempel.
(Psalm 65 : 5)

(…) Nu hebben wij de genade dat we elke dag en zonder onderbreking tot God kunnen gaan, en daar kunnen zijn waar Hij is. Maar waar is Hij? Nergens anders dan waar Zijn Woord en Zijn sacrament zijn. Maar waar zijn die? Nergens anders dan overal in de wereld. Daarom kunnen we Hem overal vinden en tot Hem gaan. Het ontbreekt er echter alleen aan dat wij niet kunnen zeggen, zoals de dichter dat wel kan, dat God daar woont, en dat dít het komen tot Hem betekent.

Wij hebben net zulke ogen als een koe wanneer ze naar een nieuw hek staat te kijken. Zo kijken wij ook als de voorganger doopt of het Avondmaal bedient. Maar wij zijn niet zo verstandig dat we kunnen zeggen: Dan ga ik tot God! Dát is het ware komen tot God. Want wie is het die de Doop en het Avondmaal heeft ingesteld?

Geen mens of een ander schepsel. God Zelf heeft ze ingesteld en er bevel van gegeven. En dus, als ik me daarheen begeef, ga ik heel zeker naar God Zelf toe, Die daar doopt. Maar omdat de mensen niet méér zien dan water en de hand van een mens, gaan we af op wat we zien en denken niet verder.

Deze heilige profeet doet dat echter niet, ook al zag hij niets. De tabernakel was immers met dierenhuiden bedekt en door het gordijn en de schotten van ceder- en sparrenhout omgeven. Dus hij had ook kunnen zeggen: Zeg wat is dat? Dat heb ik toch wel vaker gezien. Nee, hij zegt: Daar zie ik het huis van God, de tempel. Hier kom ik tot U.

Hij ziet Gods Woord en voorschriften met ware geestelijk ogen, zoals Hij dat heeft bepaald. Als David dan ook de priesters en levieten hoorde, heeft hij niet naar hun mond of hun neus gekeken, zoals wij dat doen. Evenmin heeft hij gedacht dat het iets menselijks was, maar wel heeft hij naar het Woord van God geluisterd dat door hen werd onderwezen.

Hij beschouwde het zo, dat waar Mozes of het Woord van God werd gelezen of verkondigd, het niet het woord van Mozes of Aäron was, maar het Woord van God. Dat noemt hij ook het ‘komen tot God Zelf’, en dat hij het van God heeft gehoord.

(wordt vervolgd)

Maarten Luther:Loflied op Gods goedheid – Psalm 65” – Uit het Duits vertaald door N.A. Eikelboom – Den Hertog Uitgeverij.

(…) 17 God, U onderwees mij van jongs af aan,
en steeds nog vertel ik uw wonderen.
18 Nu ik oud en grijs ben,
verlaat mij niet, o God,
zodat ik het nageslacht, elk nieuw ​kind,
kan verhalen van de macht van uw arm.
(Uit Psalm 71)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen