‘Die schare die het zelfonderzoek niet kent, vervloekt zijn zij!’…

Waar is de wijze, waar de Schriftgeleerde*, waar de (welbespraakte) redenaar van deze wereld?‘ (Uit 1 Korintiërs 1 : 18-31 : 20)
* Zie Johannes 7 : 31-32 en 45-49.

Onderstaande citaten komen uit de toepassing aan het slot van een preek van Bernardus Smijtegelt (a).

Geciteerd 1: Wij hebben nog een woord voor u tot waarschuwing: onderzoek uzelf of u verlost bent. Wij hebben verschillende redenen om dit op uw hart te binden.
a. In de eerste plaats is het een uitdrukkelijk bevel van God: ‘Onderzoek uzelf, of gij in het geloof zijt. Beproef uzelf (2 Korintiërs 13 : 5). Als u dat niet doet, bent u ongehoorzaam en dat is een zonde van toverij, zei Samuël tegen Saul. Gehoorzamen is beter dan slachtoffer (1 Samuël 15 : 22-23). De Heere zal met een vlammend vuur wraak doen over hen die God niet kennen en het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn, en die zich daarom niet onderzoeken (2 Thessalonicenzen 1 : 8 ). De toorn van God blijft op hem die de Zoon ongehoorzaam is (Johannes 3 : 36). Er zitten hier wellicht veel mensen die deze gehoorzaamheid nooit beoefend hebben.

Opgemerkt 1: Hoe durft een predikant zijn mond zó open te doen tegen een gedoopte gemeente en wat een misinterpretatie en daardoor een vreselijk gebruik van Gods Woord tegen de leden van een gemeente die door de Doop toch allen lidmaten zijn van het Lichaam van Christus en die naar Gods belofte onder bearbeiding staan van de Heilige Geest en dat al hun leven lang, niet alleen thuis wanneer daar gebeden en uit Gods Woord (voor)gelezen werd en wordt, maar ook in de samenkomsten van de gemeente met haar gebeden en bediening van het Evangelie en Doop en Avondmaal.
Wanneer de voorgangers in de samenkomsten (en in de huizen, zie Handelingen 20 : 20-21) trouw Gods Woord voorlezen en verkondigen aan de gemeente, dan gelden ook voor hun inzet en werk de woorden die Paulus aan Timoteüs schrijft in 1 Timoteüs 4 : 11-16 en aan Titus in Titus 3 : 1-8.
En wanneer we aan de woorden over zelfonderzoek in 2 Korintiërs 13 : 5 aandacht geven, dan begrijpen we toch wel dat die ook nog weer gericht zijn tegen de mensen in de gemeente te Korinthe die hoog van zichzelf durfden opgeven (en anderen daarmee onder de indruk brachten) en die vonden dat de wijze waarop Paulus het Evangelie gebracht en verkondigd had in feite niet meer dan een vertoon van zwakheid was geweest en dat Paulus zich in feite niet kon meten met hen. Zij durfden hoog van zichzelf opgeven en wisten de gemeente daarmee onder de indruk en ook onder de knoet te brengen van hún manier van doen en laten: zie 2 Korintiërs 10 : 12 t/m 11 : 21vv. Ze stelden hun vertrouwen niet op Christus alleen, maar op allerlei bijzondere zaken waarmee ze bij anderen de indruk konden wekken, dat dát pas volle zekerheid gaf, maar het nam de onderlinge liefde en zorg voor elkaar weg: zie 2 Korintiërs 12 : 18-21.
En lezen we nu dat Paulus vanwege deze hoogmoedige mensen (w.o. voorgangers, zie 1 Korintiërs 4 : 1-21) in de gemeente te Korinthe een groot deel van de gemeente nu zó onder de toorn van God over hardnekkig ongeloof stelt als dat ‘nadere reformatie predikant’ Bernardus Smytegelt hier meent te moeten en kunnen doen? Nee, hij schrijft daar aan het slot van de brief: ‘Tot slot, broeders en zusters, groet ik jullie. Beter jullie leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de liefde en vrede met jullie zijn. Groet elkaar met een heilige kus. Alle heiligen die hier zijn laten jullie groeten. De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid met de Heilige Geest zij met jullie allen.’ (Uit 2 Korintiërs 13 de verzen 11-13).

Geciteerd 2a: b. In de tweede plaats: wie we ook zijn, we zijn zeker van een van beide: Verlost of niet verlost.
Geciteerd 2b: c. (…) We hebben het Woord vlakbij ons; de kenmerken zijn helder en de ervaring is beslissend.

Opgemerkt 2: ‘De ervaring is beslissend’… Hoe anders spraken de apostelen en ook de (niet ‘nadere reformatie’) reformator Maarten Luther! Niet onze ervaring, maar in de waarheid van het ons verkondigde Woord van God – en dat werd ons al bij de Doop verkondigd en aan ons bevestigd – ligt onze verlossing vast. Wij zijn gekocht en betaald. Ons leven is dankbaarheidsleven of het is ‘geen leven’!

Geciteerd 3: d. In de vierde plaats vraag ik waarom Gods kinderen zo schuchter zijn en waarom ze steeds wankelen. Is het niet omdat ze niet (op basis van hun ervaringen – AJ) tot zekerheid kunnen komen. Waarom durft de zondaar zo vrijmoedig in de zonde te leven? De oorzaak is een gebrek aan zelf onderzoek (! – AJ). Hij weet wel dat zelfonderzoek (! – AJ) hem zal leren dat zijn leven niet deugt (1) en dat hij dan dikwijls bedroefd zal zijn. Zo iemand heeft dus geen reden goedsmoeds te zijn. Maar de mensen die weten dat ze verlost zijn (op basis van bepaalde kenmerken en ervaringen – AJ), en voor wie God het licht in hun hart laat schijnen, die zijn goedsmoeds en vrolijk. Zij hebben een vrolijk hart waarvan Salomo zegt dat het een gedurige maaltijd is (Spreuken 15 : 15). Deze mensen zijn in uw ogen als helden (? is dat zo binnen ‘nadere reformatie’ kerken? – AJ), maar hun getal is niet groot (? Aan de Avondmaalstafel? – AJ). Twee werken op het veld, de een heeft het, de ander niet. Twaalf mensen zijn in een huis: een of twee hebben het, en dikwijls tien of elf niet.

(1) Zelfonderzoek – zoals Paulus het vraagt in 2 Korintiërs 13 : 5 – moest niet dienen om te bepalen of ons leven al of niet deugt, maar of wij werkelijk leven uit het geloof, het gaat om Godsvertrouwen, dat we vertrouwen dat God om Christus’ wil ons genadig is, ook wanneer we nog altijd weer ontdekken en moeten vaststellen dat er nog van alles niet deugt in ons leven en samenleven – ook in Christus’ gemeente(n). Die hoogmoedige mensen in de gemeente van Korinthe meenden de juiste kenmerken en (bijzondere) ervaringen te hebben die hen aangenaam en aannemelijk maakten in de ogen van God.

Opgemerkt 3: Vinden we deze voorstelling van zaken ook bij de apostelen? Is juist niet het door Smytegelt aanbevolen soort zelfonderzoek dat de gedoopte leden van de gemeente onzeker en schuchter maakt en gedoopte en belijdende leden afhoudt van de Avondmaalstafels?

Geciteerd 4: e. Uitstel is heel gevaarlijk. De tijd gaat snel, ze wacht op niemand. We kunnen onszelf geen dag zekerheid beloven, en daarom mogen we het niet uitstellen tot het sterfbed. We weten niet of we ons verstand dan nog wel hebben. We kunnen ook niet naar de eeuwigheid gaan met een ongegronde hoop; dan zou blijken dat alles bedrog geweest is en dan wordt de onbetrouwbare bepleistering afgerukt.

Opgemerkt 4: Dit is weer zo’n voorbeeld van toepassingswoorden na de verkondiging van Gods Woord waarvan we zeggen moeten dat ze zijn als de benen van een verlamde: ze zien er van de buitenkant uit alsof je ermee lopen kunt, maar ze missen de kracht van het verkondigde Woord zoals de Heilige Geest die aan Gods eigen Woord schenkt. En zo gaat het helaas nog wel een poosje verder met de woorden in de toepassing van deze preek.

> Leestip: 1 Tessalonicenzen 2 : 13-17 en 3 : 1-5.

> Zie ook aanvullend deze blogs:

Opgemerkt slot: Je zou kunnen zeggen dat men in de ‘nadere reformatie’ kerken de leden met dit soort prediking een bepaald soort masochisme [bedoeld wordt: zelfkastijding/zelfverwerping] heeft aangeleerd. Men wil nu zelfs graag altijd weer horen dat een heel deel van de gemeente afgeschreven wordt, zelfs al moeten ze zichzelf daar ook toe rekenen. Maar de voorgangers zullen juist alle leden aansporen om te leven naar de genade en de hoge roeping die hen ten deel gevallen is: zie Efeziërs 4 : 1-6).

(a) Bernardus Smytegelt (1665-1739) is een van de bekendste predikanten uit de tijd van de ‘Nadere Reformatie’. Smytegelt studeerde theologie in Utrecht. Zijn medestudenten achtten hem hoog vanwege zijn godsvrucht en heel zijn houding. Hij had veel contact met de hoogleraar Melchior Leydekker. In 1686 verdedigde hij een aantal stellingen over Augustinus en diens werk “Over de eenheid der kerk”. Hij droeg deze op aan zijn vader, en aan zijn oom Petrus Smytegelt, predikant te Middelburg. Hij was op en top Zeeuw: zijn studiejaren te Utrecht waren de enige die hij doorbracht buiten Zeeland. Smytegelt bleef ongehuwd.

Bron citaat: Reveilserie – Preek: ‘Jezus’ bloed brengt verlossing’ – No. 624, April 2026.

De Zoon van God, Jezus Christus, Die wij, Silvanus, Timoteüs en ik, aan jullie verkondigd hebben, was immers ook niet iemand Die ja zei en nee bedoelde. Hij belichaamt het ja. In Hem worden alle beloften van God ingelost. Het is God Die jullie en ons Christus als fundament geeft, Die ons allen heeft gezalfd **, heeft gewaarmerkt als Zijn eigendom en als voorschot de Geest gegeven heeft.‘ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 19-22)
** Zie hierbij ook 1 Johannes 2 : 27.

Bron afbeelding: Facebook (Diva’s Den Fashion, LCC)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hier(bij) moeten zelfs de theologen zwijgen… (II)

Maar Sion* zegt: de Heere heeft mij verlaten; de Heere heeft mij vergeten. Kan een vrouw haar kindje vergeten, dat zij zich niet ontfermt over de zoon of dochter van haar lichaam?’ (Uit Jesaja 49 uit de verzen 8-20 : 14-15)
* Abrahams kinderen door het geloof – zie o.a. Galaten 3 : 27-29.

‘Want Hij is als een lieve moeder, die ons liefdevol verzorgt en draagt’…

Geciteerd: Kan ook een vrouw haar kindje vergeten… Dit voorbeeld kent het natuurlijk verstand van een gedoopt kind van God (1) vast wel, maar het gelooft niet dat het zelf zo’n kind in de moederschoot is (2). Het denkt niet dat het wordt gedragen, maar dat het wordt weggeworpen, ja gruwelijk wordt heen en weer gesmeten. Hier is geen raad of hulp, dan dat we met uitsluiting van alle zinnen (3), ons alleen op het Woord verlaten. Dat we in eenvoudig en kinderlijk geloof, tegen ons gevoel en tegen onze verwachting in (4) geloven dat het waar is wat Gods Woord ons laat horen. Want alles wat buiten Gods Woord is, is alleen angst en nood (5).
Als we nu op deze manier onze uitwendige gevoelens en natuurlijke gedachten overwinnen en als naakte zondaren aan Gods Woord hangen – zó, dat we geloven: God heeft ons niet verlaten (6) – dan is het met ons gebeurd (7). Want Hij is als als een lieve moeder, die ons liefdevol verzorgt en draagt. Dáárom heeft Hij ons Zijn Woord toch niet gegeven (en ons ‘vlees’ laten aannemen), omdat Hij ons wil verlaten, maar juist door alle droefenissen heen, de kracht en de macht van Zijn Woord en Zijn Verlosser en Verlossing te laten zien. Wat nu naar het aanzien een verlaten schijnt, dat is veel meer een bewaren, waarin en waardoor we de kracht van het Woord meer en meer leren kennen. Zulke beloften moeten slechts worden geloofd; ze kunnen niet met de handen getast en gegrepen worden (8).
[Maarten Luther: Luthers Vorlesung über Jesaja (1527/30), WA 25, 89 ff; WA 31,2, 1 ff]

(1) Luther schreef: kind van God (zelf was hij zo’n nog in de RK gedoopt kind van God).
(2) Er zijn gemeenten/kerken waar men dat de gedoopte kinderen van God liefst eerst dat geloof afneemt. Er moet toch wel wat meer bijkomen dan dat je gedoopt bent om zeker te mogen weten dat je door God geliefd en in Jezus Christus aangenomen bent.
(3/4) Dus ook allerlei bijzondere bevindingen en ervaringen geven ons niet de vaste grond van/voor het Godsvertrouwen, zoals Doop en het Evangelie dat ons (onlosmakelijk!) bij de Doop verkondigd wordt, biedt.
(5) Daarom zal geen mens (geen theoloog of voorganger of wie dan ook) een gedoopt kind van God het Evangelie (eerst maar eens) afnemen!
(6) Jesaja mag dit het volk Israël voorhouden en God vroeg ook toen van Zijn volk dat ze Hem op Zijn Woord zouden geloven.
(7) Dan zijn we overgeleverd aan onze eigen gevoelens en het oordeel van de mensen om ons heen. Door Gods genade ben ik daar (weer) bovenuit getild en dat juist door weer (!) te gaan ontdekken/beseffen en geloven wat mij door en bij de Doop verkondigd was.
(8) Al waren het wel mensenhanden en mensenmond(en) die ons met het Doopwater overgoten en Gods Woord (dat Evangelie is) daarbij verkondigden – en dat ook mee door danken en lofprijzing na het bedienen van de Doop.

Leestips: Jesaja , Handelingen 10 : 44 t/m 11 : 18** en Galaten 3 : 15-29.
** Hoe de Heilige Geest ons altijd al voor is geweest bij het bedienen van de Doop, ook bij het dopen van pasgeboren babies.

Zie ook: ‘Hierbij moeten zelfs de theologen zwijgen… (I)

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 9 mei – Den Hertog Uitgeverij (2022)

En hij gaf opdracht hen te dopen in de naam van Jezus Christus.’ (Uit Handelingen 10 : 48a)

Bron afbeelding: Bible verse of the Day

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hier(bij) moeten zelfs de theologen zwijgen… (I)

En zie, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, In Wie Ik Mijn welbehagen heb.’ (Uit Matteüs 3 uit de verzen 7-17 : 17)

Geciteerd: Ik vraag je: ‘Is dat geen blijde, zalige, genadevolle stem, de stem van de almachtige eeuwige God?’ Het is de stem van de Schepper van hemel en aarde, Die alle dingen geschapen heeft en nog onderhoud. Hij spreekt hier Zelf en is de hoogste Prediker. Vanaf de hoogste Preekstoel houdt Hij Zijn preek: van de hemel naar de aarde.
Omdat Hij de hoogste Prediker is, daarom is ook deze preek de hoogste preek en er is ook geen hogere preek ooit in de wereld gehouden. Want dát is alleen deze preek, die de almachtige, eeuwige, barmhartige God hier over Zijn even almachtige, eeuwige, barmhartige lieve Zoon houdt: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.’ Want alles hangt alleen af van deze geliefde Zoon en alles is alleen om deze hartelijk geliefde Zoon te doen (zie ook de bevestiging daarvan in Kolossenzen 1 : 12-23). Over Hem preekt God de Vader!
Daaruit blijkt dat er nooit een hogere preek gehouden kan worden dan deze preek over de Zoon van God, Jezus Christus.
Hier is ook de hoogste Luisteraar en Toehoorder van deze preek aanwezig, de Heilige Geest Zelf, de derde Persoon van de Goddelijke Majesteit. Alles is hier oneindig hoog: Prediker, Preek en Toehoorder; hoger en heerlijker kan het niet.
Daarom zwijgen hier de lieve engelen. Zij laten zich niet horen, maar luisteren alleen naar wat de allerhoogste Prediker, God de almachtige Vader, zegt over Zijn enige lieve Zoon, in wie Hij een hartelijk welbehagen heeft.
[Maarten Luther: WA 51, 110,33-111,7]

Opgemerkt 1: En de op één na hoogste preek, dat zijn de woorden die klinken wanneer iemand gedoopt wordt. Dan hebben we ook eerbiedig te zwijgen en erkennen dat daar niet ‘onze’ predikant/voorganger doopt en spreekt, maar dat onze Drie-enige God daar handelt en spreekt. Wanneer de theologen van de Dordtse synode dat beseft hadden, dan hadden ze het opstellen van de Dordtse Leerregels overbodig verklaard en beseft dat God ons mensen altijd voor is. En ook de huidige discussie over het aanbod van de genade kan (dient!) daarom onmiddellijk (te) worden stil(!)gelegd.
Opgemerkt 2: Zijn we in onze huidige NGK-gemeenten er (inmiddels en helaas) niet aan gewend geraakt om allerlei eigen woorden te willen en laten spreken bij de Doop? Zoals we kunnen begrijpen uit bovenstaande, past dat juist niet bij de Doop en zelfs bij het doen van belijdenis van ons geloof in het midden van de Christus’ gemeente past (daarom) in feite niet meer dan een ‘ja en amen’ op wat God ons te geloven gaf en geeft.

Leestips: Jesaja 42 en 43 t/m vers 13 en Lukas 9 : 28-36 en Kolossenzen 1 : 12-23.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie 5 mei: ‘De hoogste Preekstoel’ – Den Hertog Uitgeverij (2019)

‘Ik, ík ben de HEER!
Buiten Mij is er niemand Die redt.
Ik heb de redding aangekondigd en redding gebracht,
jullie hoorden het van Mij, niet van een vreemde.
Jullie zijn Mijn getuige(n) – spreekt de HEER -,
dat Ik werkelijk God ben
en dat Ik blijf wat Ik ben.*
Niemand kan Zich aan Mijn macht onttrekken.
Wat Mijn hand doet, wie maakt het ongedaan?’
(Uit Jesaja 43 uit de verzen 8-13 : 11-13)

*Zie hierbij Hebreeën 13 : 8-9.

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Mijn schild ende betrouwen… (I)

Daarom ben ik van goede moed, in zwakheden, in smadingen, in noden, in vervolgingen, in angsten, om Christus’ wil. Want als ik zwak ben, dan ben ik machtig.’ (Uit 2 Korintiërs 12 uit de verzen 1-13 : 10)

Geciteerd: De Heere onze God is de God van de nederigen en de bekommerden, van hen die in noden, aanvechtingen, vervolgingen en gevaar zijn. Juist in hen bewijst God Zijn kracht en macht. Want als we sterk zouden zijn, dan zouden we trots en hoogmoedig worden. God kan immers Zijn macht niet betonen en bewijzen dan in onze zwakheid (1). Hij dooft het smeulende lampenpitje niet uit. Ook wil Hij het geknakte riet niet verbreken. Maar de duivel wil de smeulende lampenpitjes wél graag uitdoven en de geknakte rietjes onder zijn voeten vertrappen (2).
Aan de ene kant heeft God de aanvechting lief, aan de andere kant is Hij ze vijandig gezind. Hoe kan dat? Lief heeft Hij ze, wanneer we daardoor aangezet en uitgelokt worden om tot Hem te bidden en op Hem te vertrouwen. Vijandig is Hij ze gezind wanneer we vanwege de aanvechtingen bevreesd en moedeloos worden. Daarom, gaat het goed met je? Zing een lied en loof Hem; gaat het slecht met je? Roep God aan en bid (3). ‘Want de Heere heeft een welgevallen aan hen die Hem vrezen en op Zijn goedheid wachten’ (Psalm 147 : 11).
Vrede heeft z’n tijd, oorlog heeft z’n tijd, wijsheid heeft z’n tijd, dwaasheid heeft z’n tijd (4), gezondheid en ziekte hebben hun tijd, vrolijkheid heeft z’n tijd en droefheid heeft z’n tijd. Op deze manier is er steeds weer een tijd van beproeving en een tijd van verademing. Het gaat met ons leven als met het weer in april: het is altijd onzeker en wisselvallig.
[Maarten Luther: Tischreden aus Veit Dietrichs und Nicolas Medlers Sammlung, WATR 1, Nr. 956)

(1) Onze Heer zette niet een (inmiddels) stelletje knappe theologen (voorzien van een dik theologisch boekwerk) aan het werk na Zijn opstanding, maar Zijn eenvoudige discipelen en met ‘hun’ dopelingen vormden ze toen een gemeenschap, die zich door hen laten onderwijzen en die met elkaar het brood breken en zich wijden aan het gebed (zie Handelingen 2 : 41-47 en 6 : 2-4).
(2) Moeten we daar niet ook altijd weer voor oppassen binnen onze gemeenten en kerkelijke gemeenschappen? Zie 2 Korintiërs 1 : 23-24 en 2 : 11.
(3) Zie bijv. de aanmaning van God in Psalm 50.
(4) Ook bij regeringen en de volken zien we die wisselende tijden.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 3 mei – Den Hertog Uitgeverij (2022)

Wij verkondigen niet onszelf – door hoog op te geven van onze ‘kwaliteiten’ en ook als gemeente zullen we dat niet doen -, wij verkondigen dat Jezus Christus de Heer is en dat wij (apostelen) omwille van Hém jullie dienaren* zijn. Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze harten geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus.’ (Uit 2 Korintiërs 4 de verzen 1-6 : 6)
* Paulus zegt niet: omwille van Hem jullie leidsmannen zijn…

Bron afbeelding: Knowledge of Him (WordPress-com)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Niet alleen paarden maar ook Augustinus ‘van stal’ halen?

Ook zei God tegen Noach en zijn zonen: ‘Hierbij sluit Ik een verbond met jullie en met je nakomelingen, en met alle levende wezens die bij jullie zijn: vogels, vee en wilde dieren, met alles wat uit de ark is gekomen, alle dieren op aarde. Ik sluit met jullie dit verbond: nooit weer zal alles wat leeft door het water van een vloed worden uitgeroeid, nooit weer zal er een zondvloed komen om de aarde te vernietigen. En dit,’ zei God, ‘zal voor alle komende generaties het teken zijn van het verbond tussen Mij en jullie en alle levende wezens bij jullie: Ik plaats mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen Mij en de aarde.’ (Uit Genesis 9 de verzen 8-13)

‘HEER, hoog als de hemel is uw liefde,
tot in de wolken reikt uw trouw,
uw gerechtigheid is als de machtige bergen,
uw rechtvaardigheid als de wijde oceaan:
U, HEER, bent de redder van mens en dier.’
(Uit Psalm 36 : 6-7)

Geciteerd: Onlangs verschenen er berichten dat het Russische leger de cavalerie weer inzet na decennia van afwezigheid: Rusland heeft letterlijk het paard van stal gehaald en dit edele dier teruggebracht op het gevechtsveld. Militairen en strategen gaven bij radiozender BNR commentaar op wat dit zegt over de staat van het Russische leger. Mogelijk zijn er onvoldoende tanks, is het terrein te uitdagend voor de beschikbare voertuigen of moest er een logistieke puzzel opgelost worden waarvoor op de gevraagde termijn geen alternatieven voorhanden waren.

Te midden van al deze strategische beschouwingen las ik een opmerkelijke toevoeging, namelijk dat de Oekraïense dronepiloten „aanvankelijk veel moeite hadden met het doden van de paarden”. Er stonden ter illustratie filmpjes bij. Ervan uitgaande dat die echt zijn, lijkt het er inderdaad op dat de Oekraïense dronepiloten eerst hun drones op de paarden afsturen, zodat de dieren onrustig worden en hun ruiters van zich afgooien. Daarna opent de dronepiloot in een tweede aanval het vuur op de ruiters. De paarden laat hij ongedeerd wegkomen.

Van dieren blijf je af, daar lijkt iedereen het over eens te zijn. Enerzijds is het hoopvol dat er gedeelde zorg bestaat over het lot van paarden. Anderzijds is het zorgelijk, hypocriet of zelfs decadente moraalridderij dat onze bekommernis zich richt tot dieren.

Aquino verwijst in zijn betoog over een rechtvaardige oorlog niet alleen naar de Bijbel maar ook vaak naar Augustinus. Die zegt: „Wees dus vredelievend terwijl je oorlog voert, zodat je degenen tegen wie je vecht tot de voorspoed van de vrede brengt als je hen overwint.” Was het sparen van de paarden door dronepiloten mogelijk het gefluister van Augustinus in het heetst van de strijd? In een tijdperk waarin het Westen zich niet meer unaniem achter hetzelfde morele kader schaart, zou het mooi zijn als we niet alleen onze bekommernis over het lot van dieren delen, maar het ook over Augustinus’ wijsheid eens worden.

Opgemerkt 1: Theologen zullen altijd weer hun best doen zich belangrijk te maken door naar voren te schuiven wat andere theologen gezegd hebben, terwijl Gods Woord voldoende argumentatie biedt om allerlei standpunten (keuzes), zoals bijvoorbeeld m.b.t. een rechtvaardige oorlog, te onderbouwen.

Opgemerkt 2: Alleen al het leed dat Augustinus veroorzaakt heeft door de menselijke lust als ‘niet van God’ – geen gave van God aan de mens (1) – te kwalificeren heeft ‘de kerk’ en daarmee de mensheid zó onnoemelijk veel leed bezorgd, dat dát alleen al ons reden moet geven om hem niet altijd maar weer ten voorbeeld te stellen. Hoeveel mensen hebben – uit onbegrip en wanhoop! – God niet aan de kant geschoven, alleen al omdat ze meenden dat je als christen je daarover heel schuldig en zondig dient te voelen. Mee door Augustinus werk heeft de RKK zich altijd beroepen op het grote belang van de traditie zoals de clerus die in de loop der eeuwen heeft vastgesteld. Ook dat heeft veel ellende veroorzaakt.

(1) Om lust als gave van God te zien en waarderen en die te leren gebruiken en beheersen, mee door al de van God geschonken middelen daarbij en daarvoor te gebruiken.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Is de bekommernis om Russische paarden in Oekraïne een hoopvol signaal?’ – door Christine Boshuijzen-van Burken (Ethicus aan de Nederlandse Defensie Academie en verbonden aan de leerstoel christelijke filosofie aan de TU Eindhoven).

Toen zei de HEER: “Als jij al verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een plant die in één nacht opkwam en in één nacht verging, zou ik dan geen verdriet hebben om Ninevé, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen en dan nog al die dieren?”‘ (Uit Jona 4 uit de verzen 1-11 : 10-11)

Bron afbeelding: Christian Family Church Centurion

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de nood van de rechtvaardigen…

Maar Sion zegt: De Heere heeft mij verlaten, en de Heere heeft mij vergeten‘ (Uit Jesaja 49 vers 14)

Geciteerd 1: Het blijkt uit deze tekst wel dat de Heilige Geest – zoals in feite altijd (Psalm 139 : 4) – onze gedachten en woorden vóór is. Het is alsof Hij ons hier wil zeggen: ‘Jullie horen Mijn vertroostingen en Mijn beloften en ook over de bevrijding en de verlichting die Ik geef. Maar ik weet al wat jullie daartegen zullen inbrengen, want jullie voelen dat je je in duisternis bevind, gebonden en vervolgd bent door de satan, door de zonden, door de toorn van God – die zich keert tegen alle ongerechtigheid van de mensen hier op aarde – en door de vrees voor de dood; in het kort: Jullie ervaren op allerlei manier dat je verlaten bent.’
‘Maar luister nu toch weer naar het Woord en laat je eigen ervaringen je gedachten niet bepalen. Bekommer je dus niet over wat je overkomt en voelt, maar grijp in het geloof Mijn beloften aan. Want Ik zal je niet bedriegen! Je zult zien – hoe tegenstrijdig het uitwendige en zichtbare ook is (en wat anderen reden geeft tot hoon en spot en laster) – dat alles wat Ik beloof, onwankelbaar is en vast en zeker volbracht zal worden.
In deze woorden ‘de Heere heeft mij verlaten…’ horen de gelovigen het zuchten van de Geest, Die in ons zucht met onuitsprekelijke zuchten (Romeinen 8 : 26).
‘Maar Sion zegt’, dat betekent: zij die de ware kerk zijn, zij die het Evangelie en de volle rijkdom van de beloften hebben ontvangen – en alle gedoopte leden van de gemeenten zullen zich daartoe rekenen, en niemand zal hen eerst een minderwaardigheidscomplex mogen aanpraten of aanpreken! (1) – roepen dat God hen heeft verlaten. Dit moet men wel met alle aandacht – en met een gelovig hart – (leren zien en) opmerken! Want deze tekst dient aangevochten en bestreden mensen (zie ook Jesaja 50 : 10!) namelijk dat de vrees en schrik die zij voelen – ook vanwege zichzelf – géén kwade tekenen zijn. En ook: dat zij niet de enigen zijn die dit lijden ondergaan, maar dat het juist kenmerken van de leden van Christus (gedoopte) gemeenten zijn, zoals dat indertijd ook voor de ‘zevenduizend’ onder het Godsvolk gold (1 Koningen 19 : 18 (2)).
[Maarten Luther: WA 25, 308, 25-37]

De Heere heeft behagen aan degenen die Hem vrezen, die op Zijn goedheid hopen.’ (Uit Psalm 147 vers 11)

Geciteerd 2: Ik vertrouw dat de lieve Heere God je genadig zal helpen en aan je aanvechtingen een einde maakt: Want Hij maakt doden levend, troost de treurenden, en roept de dingen die niet zijn, alsof zij waren. Ook is het niet zó dat jij de enige bent die in dit ziekenhuis ligt. Alle uitverkoren kinderen van God krijgen een kruis te dragen, worden door de duivel aangevochten, voor zover Gód dat toelaat (denk aan Job). Paulus zegt dat allen die godzalig willen leven, in Christus Jezus vervolgingen moeten ondergaan (3). En ook, dat we door veel verdrukking het Rijk van God moeten ingaan. Wees dus niet kleinmoedig en vreesachtig en/of wanhopig, maar neem de beproevingen aan als een zeker teken dat je een genadige God hebt. Want daarin ben je het evenbeeld van Zijn Zoon gelijk gemaakt. Twijfel er dus niet aan dat je behoort tot die grote broederschap van alle heiligen. Petrus zegt: ‘Weersta de duivel, sta vast in het geloof, en weet dat jullie broeders en zusters in de wereld hetzelfde lijden ondergaan.’ (1 Petrus 5 : 9).
Maar het is goed dat je mij – als je broeder, die ook herder en leraar mag/kan zijn – om raad en troost hebt gevraagd, want niemand van ons is zo sterk dat hij of zij helemaal alleen de duivel zou kunnen weerstaan. Ik heb dit versje – deze Psalmversregels! – ook door ervaring (en met hulp van anderen!) moeten leren: ‘Ik ben zo moe van mijn zuchten; ik maak mijn bed de hele nacht nat met mijn tranen‘ (Psalm 6 : 7). Evenwel heeft de satan mij nog nooit helemaal overwonnen. Trouwens, vaak genoeg heeft hij mij het angstzweet uitgeperst.
[Maarten Luther: Tischreden aus Veit Dietrichs und Nicolas Medlers Samlung, WATR 1, Nr.977]

> Leestips: Jesaja 49 : 14 -20, 50 : 10 en 51 : 12-16, Psalm 140 en 1 Korintiërs 4 : 6-21 (kerntekst vers 13).

(1) Of hen daarin bevestigen, zoals zogenaamde ‘opwekkingspredikers’ wel graag doen!
(2) Wat is het van groot belang dat de gemeenten van onze Heer ook thuis zijn (altijd weer thuisraken, mee door de zondagse Woordverkondiging) in het Oude Testament – zie o.a. 2 Timoteüs 3 : 10 t/m 4 : 8 .
(3) En die vervolging kan ook komen door broeders en zusters, zoals Job ook door zijn gelovige vrienden in de beklaagdenbank* werd gezet.
* De beklaagdenbank (of het beklaagdenbankje) is de specifieke zitplaats in een rechtszaal waar de verdachte plaatsneemt tijdens een strafzitting. Het is de fysieke plek waar de aangeklaagde tijdens het proces zit ten overstaan van de rechter en het publiek.

Bron citaat 1: ‘Vrees niet, geloof alleen – Meditatie van 2 mei – Den Hertog uitgeverij (2019)
Bron citaat 2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 22 april – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Dit weet ik: de HEER doet recht aan de zwakken en de armen.
De rechtvaardigen zullen Uw Naam prijzen
de oprechten wonen in Uw nabijheid.’
(Uit Psalm 140 de verzen 13-14)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarover we blij en getroost kunnen zijn…

Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld.’
(Uit Romeinen 8 vers 1)

Geciteerd 1: Het tweede (1) is, dat Christus de overheden en de machten heeft ontwapend (2). Dat is, Hij heeft de duivel zijn macht ontnomen, zodat de duivel de christenen niet meer tot zonden zal drijven en verleiden, zoals hij dat kon voordat zij tot Christus waren/zijn gekomen door de verkondiging van het Evangelie en de uitstorting van de Heilige Geest.
Christenen kunnen immers – dagelijks en iedere zondag – met hulp van de Heilige Geest de boze geest weerstaan en zich tegen hem door het Woord en het geloof verzetten en verweren, zodat hij hen in rust en vrede moet laten. Want dáárom geeft Christus ons – de gedoopte gemeente, dus ook onze kinderen! – Zijn Heilige Geest.
Zoals nu de duivel is ontwapend, zó zijn al de machten ontwapend. Daarmee wordt ook de dood bedoeld, die ons allen wegneemt. Hem heeft Christus ook gedood, zodat nu de christenen van de duivel en de dood een spot en hoon kunnen maken (vgl. 1 Korintiërs 15 : 55).
Want hoewel zij beiden kwaad en toornig zijn en met alle macht tegen de gelovigen tekeer gaan, kunnen zij toch niets uitrichten, zoals Paulus zegt: ‘Aan degenen die in Christus Jezus zijn, is niets verdoemelijks‘ (vgl. Romeinen 8 : 1).

Geciteerd 2: Tegen een vriend die zeer bevreesd was en door de duivel werd aangevochten, zei Maarten Luther: Het is beter voor een christen om bevreesd te zijn, dan om zelf verzekerd te zijn, zoals het in de wereld (zelfs ook de ‘kerkwereld’) gewoonlijk toegaat. Dat kunnen we lezen in Spreuken 28 (vers 14): “Welzalig de mens die gedurig vreest, maar wie zijn hart verhardt, valt in het onheil.”. Maar dat vrezen dan wel zó, dat hij of zij toch weten mag en zal (en moet!) op grond van het Evangelie, dat we in de hemel een genadig en barmhartig God hebben in Christus Jezus, onze Heer en Hogepriester (3). Dat zingt Psalm 147 (vers 11) ook: ‘De Heere heeft een welgevallen aan degenen die Hem vrezen en op Zijn goedheid hopen.’
Er zijn echter twee aanvechtingen: de ene is van de geest; de andere van het lichaam. De satan plaagt en beangst het geweten [of de geest] met leugens, zodat hij ook datgene verdraait wat in geloof en overeenkomstig Gods Woord is verricht.
Het lichaam plaagt hij op een andere manier. Let nu goed op! Niemand mag voor zichzelf een kruis of een aanvechting uitkiezen, zoals in het pausdom gebeurt. Gebeurt het echter dat het kruis naar jou komt, verdraag en draag het dan en weet dat dit goed en nuttig voor je is. We moeten tenslotte allemaal zélf ondervinden dat de satan een leugenaar en een moordenaar is, en dat een zwaarmoedige geest van de duivel komt. Maar wees dan toch getroost en gesterkt in de Heere, het zal beter worden! Christus zal zijn beloften getrouw nakomen: ‘Ik leef, en (ook) jij zult leven’, idem: ‘Ik zal jullie niet als wezen – alleen, aan jezelf en/of aan medemensen die het laten afweten overgeleverd – laten; Ik kom weer bij jullie terug‘ (Johannes 14 : 18vv).

(1) Het eerste was de vernietiging van het ‘handschrift’ dat tegen ons getuigde door de wet, want als er geen wet was, dan was er ook geen overtreding (vgl. Romeinen 4 : 15) en zie ook Kolossenzen 2 : 13-15.
(2) Over ontwapening gesproken! Wij zullen daarom altijd weer – dagelijks en wekelijks – de geestelijke wapenrusting aantrekken en onderhouden, en dat door alle macht en kracht die de boze tegen ons in het geweer brengt heen. Zie Hebreeën 10 : 25-25 en 13 : 1-3 en 10. Onze (vroegere) ochtend én middag of avonddiensten waren en zijn geen luxe!!
(3) Zie Hebreeën 10 : 19-25.

Bron citaat 1: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 18 april – Den Hertog uitgeverij (2019)
Bron citaat 2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’- Meditatie van 20 april – Den Hertog uitgevrij (2022)

‘Een steun is de Heer voor wie is gevallen
wie gebukt gaat richt Hij op.
Allen zien hoopvol naar U uit,
U geeft brood, op de juiste tijd.’
(Uit Psalm 145 de verzen 14-15)

Bron afbeelding: Daily-Bible-Verse-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over balk en splinter…

Op zondagavond kijken mijn vrouw en ik met veel plezier naar ‘Rust en Vreugd’. Een vermakelijke televisieserie over een groep mensen met een volkstuin, waar zij niet alleen naar hartenlust tuinieren, maar samen ook in allerlei verwikkelingen belanden.

Die toestanden hebben vooral te maken met de vereniging ‘Rust en Vreugd’ die de tuinen exploiteert. Er is een kantine, een opslag met gezamenlijk gereedschap, en er zijn statuten met allerlei regels waaraan iedereen zich moet houden.

De vereniging heeft een bestuur dat alle touwtjes strak in handen houdt. Het bepaalt aan welke regels tuinhuisjes en bloemenkasjes moeten voldoen, wie er een tuin krijgt toegewezen en wie de tuin af moet. Machts- en vriendjespolitiek zijn daarbij strijk en zet.

De ‘gewone leden’ komen daartegen in opstand, en daar wordt het leuk. Bestuursleden ontpoppen zich tot ware dwingelanden, en vriendelijke dames groeien uit tot slimme rebellen. U begrijpt, de rust en de vreugde op de volkstuin is ver te zoeken. Gelukkig is het allemaal verzonnen.

Maar op maandagmorgen lees ik de Leeuwarder Courant over de verwikkelingen bij volkstuinvereniging ‘Ons Genot’ in een Fries dorp. Welk dorp doet er niet toe, het zou overal in onze provincie kunnen zijn.

Veel van wat ik in de serie zie, lees ik de volgende dag in de krant. Problemen over bloemenkasjes, een bestuur dat volgens de leden te veel naar zich toetrekt, en leden die er volgens het bestuur een potje van maken. ‘Rust en Vreugd’ en ‘Ons Genot’ lijken op elkaar.

Er is één verschil. Op televisie bestaat het bestuur voornamelijk uit boosaardige dictators en zijn de opstandelingen vooral aardige helden. In de krant bestaan beide groepen uit mensen van goede wil. Alleen zijn ze in conflict gekomen en elkaar onderweg kwijtgeraakt.

Bij goede verhoudingen worden de dingen meestal ten goede uitgelegd, ook de dingen die mis zijn gegaan. Wanneer verhoudingen zijn verstoord worden zelfs goedbedoelde daden en woorden ten kwade ervaren en worden dan zomaar nieuwe splijtzwammen.

Dit soort strubbelingen komen overal tussen mensen voor. In partijen, verenigingen, families, organisaties en gemeenschappen. Ook in kerkelijke gemeenschappen helaas. Veertig jaar kerkenwerk hebben mij geleerd dat gelovigen heel gewone mensen zijn.

In de kerk zijn wij niet beter dan de anderen, misschien zouden wij wel beter kunnen weten. Van jongs af aan is ons daar geleerd over onze fouten en zonden na te denken. Je mag verwachten dat gelovigen wat meer vooraan hebben gestaan toen de lieve Heer het zelfinzicht uitdeelde. ‘Wat ziet u de splinter in het oog van de ander, en merkt u de balk in eigen oog niet op!’

En zeker in de kerk zouden we ons minder kunnen laten leiden door boosheid. Boosheid richt veel schade aan tussen mensen, in het klein en in het groot. Niet voor niets behoort ‘toorn’ tot de zeven hoofdzonden.

Daarentegen hoort mildheid tot de grote christelijke deugden. En barmhartigheid ook. Het zou mooi zijn als gelovigen die deugden makkelijker zouden vinden. Juist wanneer zij in conflicten verzeild raken.

Dat zou voor meer rust en vreugde zorgen, en helpen van genade te leven.

Lees hierbij ook dit onderwijs uit de Bergrede: ‘Parels moet je zelf dragen…’

Bron overdenking: Petrus magazine – Column: Volkstuinders, kerkgangers en de balk in eigen oog – door voormalig classispredikant Fryslân Wim Beekman

Bron afbeelding: Got Questions

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Belangrijk is dat men een nieuwe schepping is’…

Aanvullend op:Niemand meer beoordelen naar zijn of haar menselijke natuur… (I)

Het is volkomen onbelangrijk of men besneden is of niet, belangrijk is dat men een nieuwe schepping is. Laat er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf (1) blijven.’ (Uit het slot van de Galaten brief, uit de verzen 11-18 : 15)

‘Galaten, jullie hebben je verstand verloren. Wie heeft jullie in zijn ban gekregen. Ik heb jullie Jezus toch openlijk en duidelijk als de gekruisigde bekendgemaakt? Ik wil maar één ding van jullie weten: hebben jullie de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven (en je daarom toen laten dopen, zie o.a. Handelingen 10 : 44-48). Zijn jullie werkelijk zo dwaas toch weer op je eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest? Is dan alles wat jullie hebben meegemaakt voor niets geweest? Dat kan toch niet! Geeft God jullie de Geest en Goddelijke krachten omdat jullie (zo trouw) de wet naleven? Of geeft Hij ze omdat jullie naar Hem luisteren en op Hem vertrouwen?’ (Uit Galaten 3 : 1-5)

‘Broeders en zusters, ik smeek jullie, wees zoals ik, want ik ben zoals jullie. Herinneren jullie je niet de eerste keer dat ik jullie het Evangelie heb verkondigd? Ik kwam bij jullie toen ik ziek was, en hoewel mijn ziekte jullie er alle aanleiding toe gaf, hebben jullie mij toch niet veracht of verstoten. Jullie hebben mij opgenomen als een engel van God, als Christus Jezus Zelf. Toen prezen jullie je gelukkig (en terecht!!!). Wat is daar nu nog van over (na die invloed van de Wetspredikers). Ik kan van jullie getuigen dat jullie zelfs je eigen ogen zouden hebben uitgerukt om ze mij te geven. Ben ik dan ineens jullie vijand geworden nu ik jullie de waarheid zeg? Die anderen, die doen alles voor jullie, maar hun bedoelingen zijn slecht: ze drijven een wig tussen jullie en mij, en dan moeten jullie alles voor hen doen. Het is goed dat jullie je inspannen maar doe het dan ook voor de goede zaak, en doe het bovendien altijd, dus niet alleen wanneer ik bij jullie ben.
Kinderen zolang Christus geen gestalte in jullie krijgt – omdat jullie blijkbaar nog geestelijk moeten leren denken (zie 1 Korintiërs 3 : 1-3) – doorsta ik telkens weer barensweeën om jullie. Hoe graag zou ik bij jullie zijn en op een andere toon met jullie spreken, want ik maak me zorgen over jullie.’ (Uit Galaten 4 uit de verzen 17-31 : 12-20)

‘Als Gods medewerkers sporen wij jullie – gedoopte Korintiërs en Galaten -: laat de goedheid die God jullie bewezen heeft en bewijst niet tevergeefs zijn. God zegt: “Wanneer de tijd daarvoor gekomen is, luister ik naar je, op de dag van de redding help ik je.” Nu is de tijd daarvoor gekomen, nu is de dag van je redding.’ (…) ‘Wij spreken tot jullie zonder blad voor de mond, want wij hebben jullie – als onze broeders en zusters in de Heer – in ons hart gesloten. Niet wij schieten in onze genegenheid voor jullie tekort, maar jullie in je genegenheid voor ons. Nu dan, ik vraag jullie alsof jullie mijn eigen kinderen zijn: sluit op jullie beurt ons in jullie hart.'(Uit 2 Korintiërs 6 uit de verzen 1-13 : 1-2 en 11-13)

(1) Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld (en/of de godsdienstige wereld); ook Christus niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden. Daarom ook is iemand die één met Christus is geworden, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. (Uit 2 Korintiërs 5 uit de verzen 14-21 : 16-17)

‘Kortom, de Wet hield toezicht op ons totdat Christus kwam, zodat we door ons vertrouwen op God als rechtvaardigen konden worden aangenomen. Maar nu het geloof gekomen is, staan we niet langer onder toezicht, want door het geloof in Christus Jezus zijn jullie allen kinderen van God. Jullie allemaal, jullie die door de Doop één met Christus – met Zijn dood én met zijn opstanding – zijn geworden, hebben jullie met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – juliie zijn allen één in Christus. En omdat jullie Christus toebehoren, zijn jullie nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.’ (2) (Uit Galaten 3 uit de verzen 22-29 : 24-29)

N.a.v. ‘De gereformeerde gezindte kan wel wat ‘refoschool’ gebruiken’ – Column van Johan Smits (RD Opinie).

> Zie ook de voorgaande blog: ‘Niemand meer beoordelen naar zijn of haar menselijke natuur… (I)

(2) Erfgenamen: Oftewel 1 Korintiërs 3 : 22-23: ‘- álles is van jullie. Maar jullie zijn van Christus en Christus is van God

Bron afbeelding: rogerfarnworth-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Niemand meer beoordelen naar zijn of haar menselijke natuur… (I)

‘(…) ‘Daarom kennen (beoordelen) we vanaf nu niemand naar het vlees [=naar zijn of haar menselijke/oude natuur] (1). Indien wij vroeger Christus naar het vlees gekend (beoordeeld) hebben – voor Zijn opstanding (2) -, dat is nu (zeker) niet meer het geval. Zo is dan wie in Christus is, een nieuwe schepping; het oude is voorbij gegaan, zie het nieuwe is gekomen.’
(Woorden van Paulus aan de gedoopte gemeente te Korinthe zoals we die lezen in 2 Korintiërs 5 t/m 6 : 13 en hieruit geciteerd 5 de verzen 16-17)

(1) Zie 1 Korintiërs 15 : 46-50 en bedenk dat wij dopelingen ‘in Christus’! een nieuwe schepping zijn. (zie hierbij ook Titus 3 : 4-7 en Jakobus 1 : 18).
(2) Zie 2 Korintiërs 13 : 3-4.

Geciteerd 1: Juist daarom houd ik* zo van het reformatorisch onderwijs. Niet omdat de jongeren christelijker en toegewijder zijn dan in de wereld. Niet omdat waarheid er altijd voor het oprapen ligt. Maar omdat het een voortdurende oefenschool is voor nederig en bescheiden naar die waarheid zoeken.
Ook de gereformeerde gezindte in het groot valt in rap tempo verder uiteen. Het is vele malen makkelijker om met gelijkgestemden bij elkaar te kruipen in een al dan niet reformatorische belangengroep. En voor we het weten maken we zelfs in – of van – de kerk ons eigen knusse hoekje, zonder tegenspraak.
* Johan Smits is docent godsdienst en coach meer- en hoogbegaafdheid aan het Van Lodenstein College in Amersfoort.

Geciteerd 2: Die luxe (van een ‘knus hoekje’) heeft de refoschool niet. In het klaslokaal heb je ze bij elkaar, uit alle hoeken van wat zo eenduidig ”de achterban” heet. Dat klaslokaal is een trappenhuis waar je de eerste stapjes zet, uit het gezin en naar de wijde (refo)wereld toe. In zo’n trapportaal is nog niet de drukte van de straat, maar kom je wel opeens de ander tegen. Als conciërge van het grote huis bewaakt de docent dat het er leefbaar blijft. Daarom houden we de meningenkakofonie van de straat buiten. Alleen dan is er een goed gesprek mogelijk.
(…) Niet alleen de jongeren, maar ook de ouderen van de gereformeerde gezindte hebben dringend behoefte aan zo’n trapportaal. Als reformatorische christenen van allerlei pluimage leven we samen in één appartementengebouw. Onze buurtgenoten zien het verschil niet tussen de bewoners van tweehoog of van vierachter. En juist daarom is het belangrijk dat we elkaar tegen blijven komen en in gesprek blijven gaan.

Geciteerd 3: Met deze column begint voor mij een klein nieuw avontuur. Want ik zal het maar bekennen: die rol van ”meningenconciërge” ligt mij wel. Bij elk van de bewoners van ons grote gebouw zie ik stukjes van gelijk. Ik ben dan ook op mijn best als ik die allemaal kan voegen in een groot, alomvattend perspectief. Maar dat gaat natuurlijk geen spannende columns opleveren. En daarom bent u getuige van mijn oefeningen in uitgesprokenheid: soms vanuit mijn eigen visie, soms om het onderlinge gesprek een stapje verder te brengen.

Opgemerkt 1: Mooi, wanneer we die bewoners van dat ‘grote huis’ (laten we het houden op dat refo-schoolgebouw) nu eens bezien als toch ook een gedoopte gemeente van Jezus Christus, onze Heer, waarvan Paulus in 1 Korintiërs 3 : 9 zegt: ‘Jullie zijn een bouwwerk van God.’ En dat we daarom tegen al die gedoopte leerlingen en docenten ook (kunnen/moeten) zeggen dat we hen niet meer zullen beoordelen naar ‘het vlees’, maar alleen nog naar wat Paulus de gedoopte gemeente(n) voorhoudt in 1 Korintiërs 3, een hoofdstuk dat hij afsluit met deze woorden: ‘Laat niemand zich bedriegen. Wanneer iemand van jullie meent dat hij in deze wereld wijs is, moet hij of zij eerst dwaas worden. Wat namelijk in deze wereld wijsheid is, is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: “Hij vangt de wijzen – en volgens 1 Korintiërs 1 : 20 kunnen dat zelfs ook ‘Schriftgeleerden’ zijn – in hun eigen sluwheid.’ En er staat ook geschreven: “De Heer kent de gedachten van de wijzen; Hij weet dat ze niet meer dan lucht zijn.” Niemand van jullie moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van jullie; of het nu Paulus, Apollos of Petrus is – of Augustinus, Luther, Calvijn, of de een of andere puritein of moeder Theresa, Martin Luther King of Henri Nouwen – wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van jullie. Maar jullie zijn van Christus en Christus is van God.’

Opgemerkt 2: Wat een rijk stelletje leerlingen (en docenten) daar in dat gebouw! Zie wat de leerlingen betreft: Jakobus 2 : 5.

Leestips: 1 Korintiërs 1 t/m 4, 2 Korintiërs 5, 6 + 13 en Titus 3.

Zie ook de vervolg blog: ‘Niemand meer beoordelen…(II)

Bron citaat: RD Opinie – ‘De gereformeerde gezindte kan wel wat ‘refoschool’ gebruiken’ – Column van Johan Smits.

Hij die werd prijsgegeven om onze zonden, werd opgewekt omwille van onze rechtvaardiging.’ (Uit Romeinen 4 : 25)

Bron afbeelding: Free Grace Free Speech

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie