Luther als pleitbezorger voor zorg voor ‘mens en dier’

U Heer, bent de Redder van mens en dier…’ (Uit Psalm 36 uit vers 7)

Geciteerd: Toen Luther in het openbaar opriep zowel op het terrein van het geloof als op het terrein van de wereld weerstand te bieden aan de duivel, hem als een leugenaar te ontmaskeren en als moordenaar te brandmerken, op dat moment werd zijn eigen theologische en psychologische ommekeer voor kerk en maatschappij een doorbraak die een weg naar de toekomst opende. Het begon allemaal in de Middeleeuwen, toen Luther zich van de wereld afkeerde om voor zichzelf een genadig God te zoeken. Op het ogenblik dat hij de wereld niet naar de verdoemenis wilde laten gaan (o.a. door uit het klooster te treden – AJ), maar opriep tot de strijd voor haar behoud en verbetering, maakte hij een einde aan de Middeleeuwen. Was die wereld vóór die tijd de brede, absoluut zekere weg naar de hel en leefde ze in verbond met de duivel, zo openbaart ze zich nu, in de reformatorische duivelsspiegel’, als de door God in stand gehouden wereld waarin geleefd mag en kan worden, draagster van planten, dieren en mensen. Werd Bijbellezen, bidden en andere goede werken eerst gedaan met het oog op God, om aan zijn hoge gerechtigheid te voldoen, nu worden ze omwille van de mensen gedaan met het oog op de aarde, in dienst van het leven en het overleven tot aan de jongste dag. De Reformatie van de kerk is het werk van God – aan het einde. De verbetering van de wereld is het werk van de Reformatie – nu al.

Opgemerkt: ‘De verbetering van de wereld is het werk van de Reformatie – nu al’. Zoals hoogleraar Heiko A. Oberman het hier formuleert heeft Maarten Luther het nooit gezegd en m.i. ook niet zo willen formuleren/samenvatten. Beter lijkt het me om te zeggen dat christenen met en door het Evangelie alle reden hebben om dankbaar zorg te dragen voor ‘mens en dier’. Ze zullen niet langer naarstig – en liefst afgezonderd van de wereld – op zoek zijn naar heil verwerven voor zichzelf, maar ze zullen zich, als door God geredde en in vrijheid gezette kinderen, dankbaar wijden aan de zorg voor ‘mens en dier’. En dat niet met het oog op verbetering van deze wereld, maar omdat Gods Geest hen daartoe dringt. Zó zullen zij het werk van hun Heer en Heiland navolgen, met alle deemoed en ernst, en daarmee en daardoor – net als hun Heer* – beelddragers zijn van hun hemelse Vader.
* Zie Johannes 14 vers 9.

Leestip: Johannes 14

Ik ben ervan overtuigd dat het lijden (van hen die geloven en hun geloof met woord en daad belijden) in deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard. De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn. Want de schepping is ten prooi aan de zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft. Maar ze heeft hoop gekregen, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt.’ (Uit Romeinen 8 de verzen 18-21)

Bron citaat: ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – hoofdstuk VI ‘De aangevochten reformator’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001), verkreeg een doctoraat in de theologie in Utrecht (1957) en was hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen en Tucson (Arizona, USA).

Bron afbeelding: Biblenets-com

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Maarten Luther als mislukkeling?

Want wij vermogen niets tegen de waarheid, wel voor de waarheid.
(Uit 2 Korintiërs 13 vers 8)

Geciteerd 1: Luther ziet zichzelf als mislukkeling. Overal in Duitsland grepen vorsten de reformatie aan om een politiek slaatje te slaan uit de hevige machtsstrijd die inmiddels in heel Europa woedde.
Vorsten, keizers en paus bevochten elkaar of gingen juist verbonden aan, de kerk viel uiteen en Europa werd één grote lappendeken van katholieke en protestantse vorstendommetjes.
Ondertussen zat Luther thuis. Hij had steeds minder op met de beweging die hij zelf begonnen was. In gezelschap van zijn echtgenote Katharina, een ex-non die haar klooster had verlaten, en zijn zes kinderen schreef hij psalmen en preken en probeerde hij een nieuwe kerk van de grond te krijgen.
Maar steeds vaker draaiden Luthers pogingen uit op oeverloos gekibbel tussen hem en zijn geestverwanten. Hij maakte een enorm punt van futiliteiten als de doop of het heilig avondmaal.
Hij had het gevoel dat alles tegenzat, en hij keerde steeds meer in zichzelf. Toch ging de hervormer door met zijn werk, en hoewel hij de grip op zijn beweging kwijt was, was hij nog altijd geliefd.

Geciteerd 2: Hoewel hij zichzelf nooit Reformator genoemd en zich ook niet als zodanig gezien heeft – alleen Christus is Reformator en pas de jongste dag zal de ‘Reformatie’ brengen -, blijft toch het feit bestaan, dat hij ‘de zaak begonnen is’ en het Evangelie opnieuw ontdekt heeft. Hij ziet zichzelf als instrument van God en kan zich daarom ‘profeet’ of ‘evangelist’ noemen. Op dit ambt heeft de gemeenste – meest onthullende aanvechting van de duivel het gemunt: ‘Wil jij alleen wijs zijn?’ Zou God het werkelijk toelaten dat zoveel generaties van Christenen in onwetendheid omtrent de waarheid gestorven zijn?
Zijn ontsteltenis over deze kritiek heeft Luther open en eerlijk uitgesproken. Met als gevolg dat hij er zelf geen aanleiding voor heeft gegeven dat tijdgenoten of latere generatie van hem een imposante held konden maken, een redder van kerk en rijk die zich nooit en te nimmer heeft vergist. In een tijd, die ‘vernieuwing’ als ‘terugval’ verwerpt en ‘verandering’ als ‘ketterij’ brandmerkt, moesten de aanvechtingen die zich op zijn ambt richtten, hem tot in het diepst van zijn ziel raken. Wie ‘alleen wijs wil zijn’, wacht de hel en wordt geplaagd door schuldgevoel zijn aanhangers in de armen van de duivel gedreven te hebben. Elke keer weer als de duivel hem zo op de huid zat, restte hem slechts dit ene antwoord: Alleen God is de zekerheid, die ook dan niet aan het wankelen gebracht kan worden, wanneer Christenen sterven die verkeerd zijn voorgelicht.
Zelfs als de gelovigen in ‘Babylonische ballingschap’ gevoerd werden en te lijden hadden onder de leer en onderdrukking van het pausdom, konden zij hun toevlucht nemen tot de onvergankelijke, door God ingestelde ‘schatten van de kerk’: Schrift en sacramenten (Doop en Avondmaal), geloofsbelijdenis (zoals verwoord in de ‘twaalf artikelen’) en het Onze Vader. (…) Dit houvast is echter alleen in de Schrift te vinden – en moet ook steeds weer ‘ontdekt’, dat is: van allerlei bedekking ontdaan worden (AJ) – en daarom kan de duivel alleen bestreden worden met een ‘ondubbelzinnige tekst’. De belijdenis die Luther in Worms ten overstaan van de keizer uitsprak – ‘Hier sta ik, God helpe mij, Amen’ – is een uitdrukking van zijn zekerheid in weerwil van eigen plannen en wensen door God als instrument te zijn geroepen.

Opgemerkt: Voor Luther zijn de sacramenten Doop en Avondmaal dus beslist geen futiliteiten waar oeverloos over gekibbeld kan worden, maar behoren ze tot de onvergankelijke, door God ingestelde ‘schatten van de kerk’, die ons verzekeren van de waarheid van het Evangelie, namelijk: dat God ons om Christus’ wil een genadig en barmhartig God en Vader is.

Zie ook: ‘Een slimme en berekenende Luther te Worms?

Bron citaat 1: Historia-net – ‘Maarten Luther: Boze monnik trotseerde paus’ – door Else Christensen
Bron citaat 2: ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – hoofdstuk VI ‘De aangevochten reformator’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001), verkreeg een doctoraat in de theologie in Utrecht (1957) en was hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen en Tucson (Arizona, USA).

Bron afbeelding: HeHasPlans

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Een slimme en berekenende Luther te Worms?

Paulus, een gevangene van Christus Jezus…’ (Uit Filemon 1 uit het 1e vers)

Geciteerd 1: De afgevaardigden (op de rijksdag te Worms) moesten beseffen welke kwade krachten er vrij zouden komen als we ‘Gods woord beginnen te veroordelen. En we moeten uitkijken, want anders wordt de regeerperiode van onze jonge, nobele prins Karel – op wie na God onze hoop gevestigd is – een moeilijke tijd,’ vleide Luther.
Door Karel te associëren met het woord van God schiep Luther een afstand tussen de keizer en de paus in Rome.
Luther wist nu dat hij de keizer en de rijksdag precies had waar hij ze hebben wilde, en concludeerde dat ‘mijn geweten gevangen is in het woord van God – ik ben niet in staat en niet van zins er iets van terug te nemen’.
Tevreden met de gang van zaken verliet Maarten Luther de overvolle zaal. In de smalle straatjes buiten de rijksdag werd hij toegejuicht door de menigte.

Geciteerd 2: Luther ging zijn weg naar Worms niet als een triomfator, evenmin als een demon of als een wonderdoener. In werkelijkheid klom een zeer aangevochten man uit de reiswagen.
Op de eerste dag toen hij verscheen voor keizer en Rijk was Luther zo bedeesd dat hij nauwelijks te verstaan was. (…) Op het eind van die dag had hij nog bedenktijd gevraagd, opdat ik zonder het Woord van God geweld aan te doen en zonder gevaar voor mijn ziel het juiste antwoord kan geven’. Daarna was het (op de tweede dag) niet meer mogelijk een ontwijkend antwoord te geven of tijd te vragen om na te denken, zijn stellingen af te zwakken of opnieuw in overweging te nemen. De man die de ondervraging leidde, kon zijn spot over de aarzelende monnik niet voor zich houden: men mag toch van iedereen verwachten dat hij elk moment in staat is duidelijk en onverschrokken van zijn geloof te getuigen. En jij zeker. Jij een beroemde en ervaren professor in de theologie! De officiaal uit Trier, Johannes von der Ecken, behandelde de zaak zo soeverein en ironisch dat nuntius Aleander de curie voorstelde hem voor zijn prestatie royaal te belonen.

Geciteerd 3: Op het nageslacht heeft het beroep dat Luther deed op het geweten als de hoogste instantie bij het nemen van een beslissing buitengewoon grote indruk gemaakt. De zinsnede ‘hier sta ik, ik kan niet anders’ werd zo geïnterpreteerd dat de woorden het fundament vormen voor de vrijheid van het geweten. Dat gebeurde vanuit het begrijpelijke verlangen Luther tot een wegbereider van de Verlichting te maken. Tegen deze opvatting moeten echter ernstige bezwaren aangevoerd worden…

Geciteerd 4: Luther heeft het christelijk geweten bevrijd, bevrijd van de raadgevingen door pauselijke decreten en het kanonieke recht. Tegelijkertijd heeft hij het gevangen genomen, gevangen door het Woord van God en verantwoordelijk in dienst aan de wereld. (…) Want de wetenschap dat de gerechtigheid (om niet!) geschonken wordt, bevrijdt de mens van iedere zucht naar loon en stelt hem in staat ‘louter om niets vroom’ te zijn -, niet uit vrees voor straf en hel, maar alleen tot eer* van God en – ‘tot heil van de naaste’.
* Beter: uit louter dankbare liefde tot God.

Zie ook: ‘Luther als mislukkeling?

Bron citaat 1: Historia-net – ‘Maarten Luther: Boze monnik trotseerde paus’ – door Else Christensen
Bron citaat 2-4: ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – hoofdstuk IV ‘De aangevochten reformator’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001), verkreeg een doctoraat in de theologie in Utrecht (1957) en was hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen en Tucson (Arizona, USA).

Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Here of voor mij, zijn gevangene, maar wees mede bereid voor het Evangelie te lijden in de kracht van God, die ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is vóór eeuwige tijden, doch die nu geopenbaard is door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus, Die de dood van zijn kracht heeft beroofd en onvergankelijk leven aan het licht gebracht heeft door het Evangelie.‘ (Uit 2 Timoteüs 1 uit de verzen 1-18)

Bron afbeelding: biblenets-com

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Gods Koninkrijk kunnen zien en belijden…

Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van Zijn geliefde Zoon, Die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.‘ (Uit Kolossenzen 1 de verzen 13-14)

Geciteerd 1: Tegelijk bid ik deze woorden met het oog op de voorlopige gestalte van het Koninkrijk nu. In Christus is dat Koninkrijk op aarde gekomen. Toen de Farizeeërs vroegen waar dat was, antwoordde Hij: „Het Koninkrijk is binnen ulieden.” Dat betekent: „De Koning staat nu midden onder u.” Daar mogen we nu al uit leven.”

Opgemerkt 1: Het probleem van de Schriftgeleerden en Farizeeën was dat ze dat Koninkrijk van God niet ‘zagen’ en anderen verhinderden ze om Jezus (openlijk) te erkennen (zie Johannes 12 : 42-43).
Jezus zegt tegen Nicodemus: ‘Waarachtig (voorwaar, amen) ik zeg u, tenzij iemand wedergeboren wordt kan hij/zij het Koninkrijk van God niet zien’ En ook: ‘Niemand kan het Koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij/zij geboren wordt uit water en Geest.’

Opgemerkt 2: In Lukas 7 lezen we dat wie zich door Johannes de Doper hadden laten dopen (o.a. ook de tollenaars) hulde brachten aan God om wat Jezus hen gezegd had over het Koninkrijk van God, want zo staat er: ‘zij hadden zich immers laten dopen. Maar de Farizeeën en Schriftgeleerden verwierpen de raad van God: zij hadden zich immers niet laten dopen door Johannes.‘ Zij weerstonden het werk van de Geest door de waterdoop van Johannes niet te willen ondergaan en ook door Jezus niet te willen erkennen ondanks alles wat ze over en van Hem hoorden en zagen. Maar het begon dus al bij het minachten van de waterdoop (van Johannes).

Opgemerkt 3: We zullen ons zeker afvragen of Nicodemus na het (blijkbaar liefst geheim gehouden) gesprek met Jezus zich (mogelijk ook in het geheim) heeft laten dopen door de discipelen van Jezus (zie Johannes 3 de verzen 22-30 en 4 de verzen 1-4).
Het is toch ook niet voor niets dat de evangelist Johannes zoveel aandacht geeft in de eerste drie hoofdstukken aan woorden en werk van Johannes de Doper en ook de aandacht van de Farizeeën en Schriftgeleerden voor deze ‘doper in de woestijn’. We horen dat Jezus tegen Nicodemus zegt: ‘”Begrijpt u dit niet, terwijl u een leraar van Israël bent? Waarachtig (voorzeker, amen) ik zeg u: wij spreken over wat we weten en we getuigen van wat we gezien hebben, maar jullie accepteren ons getuigenis niet.”‘ Wanneer onze Heer hier spreekt over ‘wij’ en ‘ons’ dan zullen we zeker te denken hebben aan Johannes de Doper en wat hij getuigd heeft én gezien! – zie m.n. Johannes 1 de verzen 33-34.

Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in eeuwigheid. Amen
(Uit Matteüs 6 vers 13)

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Ds. Koppelaar (HHK) verlangt naar een ontmoeting met de Koning’ – door Maarten Stolk

Bron afbeelding: Sjaak Verboom

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘Wat bij de (kerk)mensen in hoog aanzien staat…’

Maar Jezus zei tegen hen (de Farizeeën): “U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God.“‘ (Uit 16 vers 15)

Meritocratie: misschien toch ook vrucht van platonisme en calvinisme?

Geciteerd 1: In Nederland heerst volgens Meyer het geloof in een meritocratie. ‘Alles wat je overkomt, is je eigen verdienste. Of je eigen schuld. Door dat geloof kunnen verantwoordelijken wegkijken en elke intellectuele discussie over fundamentele, essentiële, onrechtvaardige verschillen uit de weg gaan. Zelfs het kind dat vandaag geboren is in Heerlen-Noord, had er zelf voor moeten kiezen om bij de ouders weg te kruipen’, zegt Meyer.
Geciteerd 2: Meyer leerde toen twee belangrijke lessen: dat je niet voor anderen moet denken, maar ze zelf vraagt naar hun behoeften en ideeën. En dat ‘ogenschijnlijk kleine overwinningen kunnen leiden tot grote revoluties in de hoofden van mensen’.
Geciteerd 3: Die arbeidersklasse van vandaag noemt Meyer ‘de onmisbaren’. Het gaat hem om de pakketbezorger, de schoonmaker, distributiemedewerker, kassière en de thuiszorgmedewerker. De mensen die het land draaiende houden, maar die bovengemiddeld vaak weinig betaald krijgen en in slechte omstandigheden leven. Mensen die, volgens Meyer, geen toegang tot media, economie en macht hebben.
* Meritocratie (vrij vertaald: geregeerd door degenen die het verdienen) is een maatschappijmodel waarin de sociaal-economische positie van elk individu is gebaseerd op zijn of haar verdiensten (merites).

Geciteerd 4: Laat die oude verzinsels [of fabels] toch los, waardoor men in de christenheid zulke onderscheidingen heeft gemaakt, haar verdeeld heeft in allerlei geestelijke standen en werken. Vertrap ze met uw voeten! Natuurlijk weet ik ook wel dat in de wereld en in het burgerlijk leven niet iedereen gelijk kan zijn, dáár is de een hoger dan de ander. Echter in het leven en de stand van een christen is dit niet van toepassing, dat gaat daar hoog en ver bovenuit. Daarin is van dit verschil in standen geheel geen sprake. Niets op aarde kan hiermee worden gelijkgesteld. Het verkrijgen van God de Vader en van het eeuwige leven door Jezus Christus is een schat die zo groot en zo hoog verheven is, dat geen mensenhart (1) dat genoeg kan bevatten.
Daarom wordt het door de mensen – en juist ook de (intellectueel, financieel) meer bedeelden onder hen (AJ) – ook moeilijk aangenomen. Men ergert zich eraan, men valt op iets anders aan, op iets wat het verstand kan begrijpen, toestemmen en vasthouden. Voor het verstand blijft deze schat altijd vreemd en verborgen.
Het verstand kan het Evangelie niet voor waar houden en niet hoog achten. Ze kan zich er niet geheel en al op verlaten. Ze voelt en tast het niet. Ze zoekt altijd iets in zichzelf (2), om dat te maken tot haar grond. Iets van zichzelf, waarop ze zich kan beroemen. Zodat ze kan zeggen: ‘Kijk eens wat ik allemaal heb gedaan! (2) En nu hoop ik maar dat God het ook zal waarderen en bewonderen.’ (3)

Opgemerkt: Luther ziet dus geen baat van een groot verstand en een hele theologie – ook niet de ‘ethische theologie’? – (4) voor het verstaan van de boodschap van het Evangelie, dat alleen door het verkondigde Woord en het werk van de Geest in mensenharten gewerkt wordt. Blijkbaar is Maarten Luther door Gods genade een heel goed luisteraar geworden en wat hij uit het Woord (5) heeft mogen horen, dát heeft hij ons steeds weer willen voorhouden/verkondigen.

(1) Daarom zijn we ook aan elkaar gegeven in de gemeente zonder onderscheid in standen en rangen!
(2) In bepaalde gemeenten/kerken wordt je (door het curatorium) zelfs niet toegelaten tot de opleiding voor predikant, wanneer je hen niet eerst allerlei bijzonderheden over wat je bij jezelf gevonden en bevonden hebt kunt vertellen.
(3) En zelfs dit klinkt nog te bescheiden, men durft er zich op te laten voorstaan onder de broeders en zusters (voor zover men hen ook daadwerkelijk door het geloof als broeders en zusters aanvaard/beschouwd, want ook daar ontbreekt het wel/zelfs aan, dan zijn het niet meer dan ‘onbekeerde medekerkleden’ voor/van hen).
(4) Zie artikelen serie in Ecclesia: ‘De rijkdom van de ethische theologie (I-VI)’ waar je blijkbaar de genialiteit (zie VI – slot) van een Johannes Hermanus Gunning Jr. (1829-1905) voor/bij nodig hebt om wetenschap en geloof bij elkaar te houden.
(5) Maarten Luther werd op de Rijksdag van Worms (Duitsland, 1521) noodgedwongen teruggedrongen tot op het Woord en zijn hart (geweten) alleen. Calvijn maakte later op de vergaderde clerus in Lausanne (Frankrijk, 1536) indruk door zijn fenomenale kennis van de theologie van de kerkvaders…

Voor het overige broeders en zusters, laat de Heer uw vreugde blijven. Ik heb er geen moeit mee te herhalen wat ik u (al eerder) geschreven heb: het is voor uw eigen bestwil. Pas op voor die honden met hun kwalijke praktijken, pas op voor die versnijdenis (van het Evangelie) van ze! Wij zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf, hoewel ik reden genoeg zou hebben om op mezelf te vertrouwen. (6) Als anderen menen dat te kunnen, dan kan ik dat zeker.‘ (Uit Filippenzen 3 de verzen 1-4)
(6) Denk hierbij ook aan Paulus opdracht om niet uit te gaan ‘boven hetgeen geschreven is‘ en zie m.n. ook Paulus woorden in 2 Korintiërs 11-13 en ook het vervolg van het hier geciteerde tekstgedeelte uit Filippenzen 3).

Bron citaten 1-3: De Correspondent – ‘Het gaat te weinig over klasse (of: hoe een magnetron het begin van verandering kan zijn)’ – door Hizir Cengiz (Correspondent Twijfel)
Bron citaat 4: ‘Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Citaat/meditatie van 30 augustus – Dagboek samengesteld en vertaald door H.C. van Worden, sr. – Uitgeverij: Den Hertog BV (Houten)

Bron afbeelding: Biblia-com

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘Steeds het goede doende’…

Veertien vertroostingen (nr. 20)

Voor ‘de werkers’ die vermoeid en belast zijn – door Maarten Luther,
Augustijner monnik te Wittenberg (1520)

Eerder ontvangen zegeningen gedenken en overdenken…

Werp uw brood uit op het water, en ge zult het terugvinden na vele dagen.
(Uit Prediker 11 vers 1)

Geciteerd: De apostel Petrus zegt in 1 Petrus 5 [: 7]: ‘Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u.‘ Psalm 55 [: 23] zegt: ‘Leg uw last op de Heer en Hij zal u steunen.‘ En we lezen in 1 Petrus 4 [: 19], ‘Laat daarom degenen die lijden volgens de wil van God hun ziel aan de getrouwe Schepper overgeven, steeds het goede doende.

Als een mens onze God maar in dát licht kon zien! Hoe gelukkig, hoe kalm, hoe vredig en gerust zou zo iemand zijn! Zo iemand zou dan leven in het besef van een God te hebben van Wie werkelijk gezegd (beleden) kan worden: ‘al onze bronnen zijn alleen in U.’ (Psalm 87 slotvers – AJ), zodat er niet aan getwijfeld wordt dat alles hem of haar toe valt onder het bestuur van Gods meest genadige wil. Het woord van Petrus klinkt hier heel stellig: ‘Hij zorgt voor u.’ Kunnen we een zoeter en aangenamer geluid horen dan dit woord? Daarom zegt hij ook: ‘Werp al je zorgen op Hem.’

Als we dit echter niet doen en menen dat wij voor onszelf moeten opkomen en zorgen, dan is ons doen en laten in feite toch niets anders dan een belemmeren van Gods goede zorg voor ons, om daarmee een leven van verdriet en onophoudelijke inspanning voor onszelf te creëren, vol van onrust en veel angsten en zorgen? En het is zo volkomen zinloos! We bereiken daarmee niets goeds, zoals de Prediker zegt: “Het is ijdelheid der ijdelheden, en vermoeien (kwellen) van de geest.’ [Prediker 1 : 2, 14].

Inderdaad, dit hele boek [Prediker] spreekt over deze ervaring, want het is geschreven door iemand die zelf veel dingen heeft uitgeprobeerd, maar ze allemaal als niets anders bevond dan zwoegen, ijdelheid en vermoeienis (kwelling) van de geest. Hij kwam uiteindelijk tot de conclusie dat het een geschenk van God is wanneer een mens kan eten en drinken en vreugdevol met zijn vrouw leven, dat wil zeggen wanneer iemand zijn dagen doorbrengt zonder angst en zijn of haar zorgen aan God toevertrouwd.

Daarom zouden we geen andere zorg voor onszelf moeten hebben behalve dit, namelijk dat we niet op zo’n manier voor onszelf (zullen) zorgen dat we God van zijn zorg voor ons beroven.
Wat er (tenslotte) nog overblijft om te zeggen, kan eenvoudig worden afgeleid uit het hiermee corresponderende beeld van het kwaad (waarover ik eerder sprak) en ook door ons het eigen voorafgaande leven in herinnering te brengen.

Maarten Luther: Tessaradecas Consolatoria Pro Laborantibus et onerantis (Weimarer Ausgabe) WA 6, (99) 104–134. (Vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Vol. 42, p. 117 ev)]

Lees hierbij ook: Prediker: In waarheid spreken van geloof, hoop en liefde…

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Anders is er geen beginnen aan!

De Heer… Die jullie… heeft bevrijd. (Uit Exodus 20 uit vers 2)

Geciteerd 1: (…) Wat mij altijd weer raakt, is dat deze tien woorden, zoals ze ook wel worden genoemd, vooraf gegaan worden door de uitspraak dat God het volk – door de belofte aan Abraham Zijn volk! – heeft bevrijd. In die volgorde zit een groot geheim. We kunnen namelijk alleen maar volgens Gods bedoelingen leven als bevrijde mensen.

Indien jullie dan met Christus opgewekt bent, zoekt dan de dingen die boven zijn, waar Christus zit aan de rechterhand van God.’ (Uit Kolossenzen 3 vers 1)

Geciteerd 2: Als je op de goede manier wilt roemen en troost ontvangen uit deze prediking dat Christus door Zijn sterven en opstanding jou heeft verlost, dan moet je niet blijven in je oude zondige leven, maar een nieuwe huid aantrekken. Zijn sterven en opstanding heeft plaatsgevonden (zie Romeinen 6), zodat ook jij tenslotte aan de wereld zou sterven en met Hem gelijk worden in Zijn opstanding (vgl. 2 Korintiërs 5 vers 15). Dat is: dat je zou beginnen een nieuwe mens te worden, zoals Hij in de hemel is. Dit houdt in: dat je iemand wordt die geen verlangen en liefde meer heeft voor gierigheid en bedrog ten koste van de naaste, maar tevreden is met wat God je aan middelen geeft. Dan wordt je milddadig, welwillend, vriendelijk en liefdevol voor allen die je nodig hebben.

Opgemerkt 1: Begrijpt u nu waarom we – zoals het volk van God eertijds de bevrijdende doortocht door de Rode Zee ontving – we onze Doop ontvangen als bewijs van Gods reddende kracht?! En na die bevrijding mocht het volk gaan luisteren naar wat God hen te zeggen had en wat Zijn bedoeling was van de bevrijding uit de slavernij. Daarom begint God ook met die bevrijding voorop te stellen wanneer Hij tot het volk gaat spreken. En zo was en is het ook met de Doop, die ontvingen Joden en heidenen voordat ze zich stelden onder het onderwijs van de apostelen. En in gemeenten waar de kleine kinderen gedoopt worden, gaat het net zo. Ze worden eerst in Gods vrijheid gezet en dan zullen ze goed luisteren (lees het in Exodus 19) en zullen we de weg naar het ‘beloofde land’ gaan die God ons wijst, zelfs al voert die door de woestijn.

Opgemerkt 2: Lees Exodus 20 de verzen 1-11. Wat een bevrijdende woorden en wat wordt door Hem ons vooral ook rust gegund! Laten we die rust ook zoeken op de zondagen en die gebruiken om ons te laten onderwijzen, maar dat dus niet als slaven, maar als dankbare uit slavernij verloste kinderen: niemand uitgezonderd!

Bron citaat 1: Dag in dag uit 2022 – Meditatie van zaterdag 20 augustus – Leger des Heils | Ark Media
Bron citaat 2: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof’ – Citaat/meditatie van 19 augustus.

Bron afbeelding: Do not Depart
(It Matters What You Think – Memorizing the Word)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

De kunst van goed luisteren en goed preken…

Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort is de verkondiging van Christus.
(Romeinen 10 Vers 17)

Opgemerkt vooraf: We kunnen ons werkelijk wel afvragen of Maarten Luther lange tijd niet toch een heel slecht luisteraar moet zijn geweest. Waarom bleef hij zich maar aftobben? Waarom nam hij niet genoegen met de officiële kerkleer of met de woorden van zijn leermeester(s)? Waarom bleef hij maar druk met het zelf lezen van de Bijbel en conformeert hij zich niet aan wat de theologische wetenschap van die tijd er (inmiddels) over te zeggen had?

Geciteerd 1: Voorafgaand aan de eerste ondervraging in de kapittelzaal, werd de novice (kandidaat monnik) er uitdrukkelijk op gewezen dat het zoeken naar een genadig God de beslissende voorwaarde was voor toelating. De prior vroeg: ‘Wat zoekt u hier?’ en het antwoord moest luiden: ‘een genadige God en uw (Zijn?) barmhartigheid’. (1)

Geciteerd 2: Wanneer de oudere Luther over zijn tijd in het klooster nadenkt, haalt hij nadrukkelijk naar voren dat het juist dit ‘beven en kronkelen’ om de genade van God geweest is dat hem beziggehouden heeft: ‘In het klooster dacht ik niet aan vrouwen, geld of goederen, maar het hart beefde en kronkelde hoe God mij genadig zou zijn’. Het is ook een vorm van zelfkritiek wanneer hij daaraan toevoegt: ‘Want ik was van het geloof afgeweken en verbeeldde mij dat ik God toornig had gemaakt en hem door mijn goede werken opnieuw met mij diende te verzoenen.’ (2)

Geciteerd 3: Geweld (Goddelijk onweersgeweld) had hem in het klooster gedreven. Overmacht (Goddelijke overmacht) had hem er weer uitgehaald. Na vijftien jaar in de monnikspij geleefd te hebben kon hij de ervaren zielzorger van een hele generatie van nonnen en monniken worden, die weliswaar de evangelische vrijheid ontdekt hadden, zich in hun geweten echter nog aan hun gelofte gebonden voelden. Luther is in het klooster de weg van de hoogste en meest subtiele gewetensreligie gegaan, uitgerekend de weg van de ‘religieuzen’, zoals de monniken genoemd werden; hij moest hem gaan, voordat hij kon zeggen: ‘Christus is anders dan Mozes (!3!), de paus, en de gehele wereld; ja Hij is anders, Hij is meer dan ons geweten… Wanneer het geweten schuldig is bevonden, zegt Hij: Geloof!’

Geciteerd 4: Het grondbeginsel dat alleen de Schrift het fundament van de theologie is, kenden ook de middeleeuwse scholastici. Zij hebben dit inzicht methodisch beschermd en gestreden over de consequenties van dit principe voor de kerkelijke traditie. Het Schriftprincipe kon echter pas tot een Schriftpraxis worden, toen ontdekt werd dat de Bijbel niet een verzameling is van verschillende waarheden en bewijsplaatsen (4), maar dat ze een heel eigen boodschap heeft die beslist over leven en dood en daarom vanuit haarzelf, vanuit het centrum uitgelegd dient te worden.

Geciteerd 5: Wie op de goede manier wil luisteren naar de Schrift ziet zich gedwongen tussen de klippen door te varen. Enerzijds dreigt het gevaar alleen te horen wat men graag horen wil en anderzijds is de verleiding groot niet te horen wat men niet horen wil. Luther heeft dit alles eens op een niet mis te verstane wijze beschreven in een preek die hij op zijn doopdag hield:

Wie de Bijbel wil lezen, die moet er goed op letten, dat hij zich niet vergist, want dit geschrift laat zich ogenschijnlijk gemakkelijk uitbreiden en gebruiken (5), maar het leidt niemand naar zijn eigen neigingen, maar het brengt mensen naar de bron (Bron!), dat betekent naar het kruis van Christus (‘Christus en Die gekruisigd’!), dan zal het zeker goed gaan en niet fout.’

Geciteerd 6: In de eerst tien jaren – zo vertelt hij, heeft hij de Bijbel tweemaal per jaar van begin tot eind gelezen. Zijn indringend bezig zijn met de Schrift leidde tot discussies over de juiste exegese, vervolgens tot strijd met theologen en prelaten en tenslotte met strijd om de kerk. Maar het waren niet alleen de vele bedrukte bladen tussen de banden van het boek, die de botsingen der geesten veroorzaakten. De Reformatie kon in die tijd zo diep indringen in het volk, omdat Luther uit het hem al lange tijd vertrouwde Schriftprincipe een verrassende consequentie getrokken had. De Schrift moet preek worden! Onder de druk van ketterijen werd de levende apostolische verkondiging voor vervalsing beschermd (6), omdat (doordat) ze in een boek (onze Bijbel) werd vastgelegd. Dankzij de verkondiging wordt dit proces van conservering weer ongedaan gemaakt en uit de Schrift van toen ontstaat de verkondiging voor vandaag.

Geciteerd slot: De Bijbel is dus een noodzakelijk kwaad (of goed)! Noodzakelijk is ze, omdat anders de geest van mensen zich als heilig uitgeeft, zonder als on-geest ontmaskerd te kunnen worden. “Een kwaad’ wordt de Schrift, wanneer ze als een papieren paus in heiligheid verstart (7), in plaats van als levend Woord in de kerk in het openbaar gehoord te worden. Het Evangelie is weliswaar (met inktletters!) toevertrouwd aan vergeelde bladzijden (8), maar het zal met frisse woorden een vrolijke boodschap worden (‘voor ieder die oren heeft om te horen wat de Geest tot de gemeenten zegt’ – AJ).

(1) Ik heb niet meer geciteerd, maar het verdient zeker de aanbeveling om meer te lezen over wat daar gezegd en gedaan wordt bij de opnameceremonie van kandidaat-monnik. We horen daar woorden zoals die later ook weer gehoord worden in (met name) de kerken van de nadere reformatie: hoe vind ik een genadig God voordat ik vast en zeker geloven kan en mag dat ik mijzelf voor een waar kind van God kan en mag houden.
(2) Dat ” kronkelen’ deed ik tijdens mijn opnames in de psychiatrische instellingen. Alleen wist ik maar al te goed dat het doen van goede werken en veel Bijbellezen en bidden mij niets zouden helpen, al deed ik dat bidden en lezen in (en over) de Bijbel juist dáár ook. Ik durfde toen echter niet meer te geloven in een genadig God, omdat ik meende dat een waar kind van God al veel verder zou zijn geweest in het nalaten van zonden en het vol vertrouwen doen van goede werken dan zoals ik dat weer had gedaan. Ik meende dat woorden zoals te lezen zijn in Hebreeën 10 de verzen 26-31 op mij van toepassing waren.
(3) God heeft de eer aan zichzelf gehouden. Wij kunnen niet roemen in mensen. Zelfs ook niet in mensen als Mozes of Abraham of Johannes de Doper (‘meer dan een profeet’)! (Zie resp. Johannes 6 : 32-33, 8 : 53-59 en Lukas 7 : 24-28)
(4) Dit zullen we o.a. ook bij het binnen de gemeenten/kerken nadenken en spreken over huwelijk, homoseksualiteit en gender hebben te bedenken en toe te passen. M.i. zit het Bijbels Beraad M/V met hun aanpak niet op het spoor dat Gods Woord ons wijst, al gaat het niet alleen daar mis binnen de kerken.
(5) Met en door een geschrift als de Institutie van Johannes Calvijn of de geschriften van een Gisbertes Voetius bijvoorbeeld.
(6) We moeten hierbij dus niet denken aan bescherming van vroegere en/of huidige belijdenisgeschriften die dienen moeten om ketterijen te weerspreken en weren.
(7) Dat kan bijvoorbeeld door alleen nog maar een Latijnse of een Statenvertaling te willen/durven gebruiken. Dan maakt men de geschreven Schrift los van het levende werk dat de Geest kan en wil doen met en door het Woord en waartoe Hij machtig genoeg is om bij dat werk heus niet alleen van een vroegere vertaling afhankelijk te zijn.
(8) Gods Woord is toevertrouwd aan de gemeente van Jezus Christus hier op aarde. We kunnen beter niet spreken van ‘apostolische successie’, maar van het doorgeven van het getuigenis van de apostelen zoals de heilige Geest dat wil doen door de verkondiging van het Woord en de bediening van de Sacramenten in de gemeenten van Jezus Christus hier op aarde. Het getuigenis van de apostelen zal naar de belofte van onze Heer ‘doorgaan tot aan de voltooiing der wereld’ (zie slot van Matteüs 28 en Handelingen 10 : 39-43)

Bron citaten: Boek ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – van Heiko A. Oberman (1930-2001), verkreeg doctoraat in de theologie in Utrecht (1957) en was hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen en Tucson (Arizona, USA).

Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou ik graag willen dat het al brandde. Ik moet een doop ondergaan en ik wordt hevig gekweld zolang die niet volbracht is. Denken jullie dat ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen op aarde? Geenszins zeg ik jullie, ik kom verdeeldheid brengen. Vanaf heden zullen vijf in één huis verdeeld zijn: drie tegen twee en twee tegen drie. De vader zal tegenover zijn zoon staan en de zoon tegenover zijn vader, de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegenover haar moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter, en de schoondochter tegenover haar schoonmoeder.’ (Uit Lukas 12 de verzen 49-53)

Bron afbeelding: A Reason for Hope

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

De psalmisten: nooit wanhopig en toch niet stoïcijns…

Heer, God, mijn Redder, overdag schreeuw ik het uit, ’s nachts zit ik stil voor u neer.’
(uit Psalm 88 het 1e vers)

Geciteerd 1: Maar het verleden laat zich moeilijk helemaal uitwissen. Ik heb nog steeds behoefte aan een houvast. Aan een manier om om te gaan met de angsten die nog af en toe de kop opduiken. Die vond ik onlangs in een boek. Een boek over een filosofische stroming van meer dan tweeduizend jaar geleden: Hoe word je een stoïcijn? van Massimo Pigliucci.
Opgemerkt 1: ‘Nog steeds behoefte aan houvast’. Dat kan niet anders betekenen dan dat er behoefte aan houvast is die buiten jezelf ligt. Want het blijkt altijd weer – en ook de schrijver van dit artikel kan er niet omheen – dat de mens het verlangde houvast niet bij en in zichzelf vindt.

Geciteerd 2: Stel, zo schreef een van de stoïcijnen, dat een hond vastgebonden zit aan een kar. De kar vertrekt, maar de hond heeft daar weinig zin in. Dat dier heeft twee opties: hij blijft zich met alle macht verzetten of hij wandelt mee en probeert van die tocht te genieten. Aangezien de hond absoluut niets kan veranderen aan de snelheid en de richting van de kar kan hij het best voor de laatste optie kiezen.
Opgemerkt 2: Dit herinnert me aan wat Dietrich Bonhoeffer schreef over het Bijbelse profeet-zijn (1) en dat een profeet a.h.w. aan Gods wagen gebonden wordt en zich laat meevoeren, zoals vroeger een Romeinse keizer bij een triomftocht* wel overwonnen tegenstanders meevoerde…
* De door een Romeinse keizer behaalde zege moest een “rechtvaardige zege” (victoria iusta) zijn en dus in een “rechtvaardige oorlog” (bellum iustum) zijn behaald.

Geciteerd 3: Een van de centrale ideeën van het stoïcisme is dat het niet de gebeurtenissen zélf zijn die ons ongelukkig of angstig maken, maar ons oordeel erover. En dat laatste kan je wel sturen.
Opgemerkt 3: Dat is wat maakt dat de Psalmisten nooit wanhopen en ook geen vluchtweg gezocht en gevonden hebben in het stoïcisme.

Geciteerd 4: Deze stoïcijnse levenshouding wordt in het boek van Pigliucci mooi uitgewerkt. Je vindt er concrete tips die je deze manier van denken aanleren. Ik grijp er vaak naar terug. Natuurlijk is therapie vaak nuttig en ik ben al mijn therapeuten enorm dankbaar. Maar het is heel fijn om te beseffen dat ik het – mede dankzij dit boek – ook zelf kan.
Opgemerkt 4: De schrijver is blijkbaar (nog) niet stoïcijns genoeg om zijn therapeuten al te willen en kunnen afdanken: Je kunt toch niet weten of je ze alsnog weer nodig hebt als het met het stoïcijnse denken toch even niet lukt…

(1) ‘God, U voerde mij onweerstaanbaar, zodat ik me aan U overgaf. Heer, U hebt mij overgehaald en ik heb mij laten overhalen. Als een argeloze heeft u mij gegrepen en nu kom ik niet meer los van U. Nu sleept U mij weg als Uw buit, bindt ons aan Uw zegewagen en sleurt ons achter U aan, dat wij geschonden en gepijnigd aan Uw triomftocht deelnemen. Konden wij het weten, dat uw liefde zo’n pijn doet, dat Uw genade zo hard is? U bent mij te sterk geworden en U hebt overwonnen. Toen in mij de gedachte aan U sterk werd, werd ik zwak. Toen U het van mij gewonnen had, was ik verloren; daar was mijn wil gebroken, daar was mijn kracht te gering, daar moest ik de lijdensweg gaan, daar kon ik niet meer tegenstribbelen, daar kon ik niet meer terug, daar was de beslissing gevallen. Niet ik heb beslist, U heeft beslist. U hebt mij aan U gebonden in voor- en tegenspoed. God, waarom bent U ons zo verschrikkelijk nabij?’
Bovenstaande citaat is afkomstig uit ‘Bonhoeffers zelfidentificatie met Jeremia [2] – Belangstelling voor de profeten’- door A. Alderliesten (Culemborg) – in Protestants Nederland, februari 2015 (volgens Digibron)

Bron citaten 1-4: De Correspondent – ‘Deze 2000 jaar oude wijsheden helpen mij mijn moderne angsten te bedwingen’ – door Ruben Mersch (Correspondent Gezondheid)

‘Heer, Rechter van de wereld.
Doe mij recht Heer,
ik ben onschuldig, mij treft geen blaam.
Roep de goddelozen een halt toe
en wees de rechtvaardige tot steun.
U die hart en nieren doorgrondt
bent een Rechtvaardige God.’
(Uit Psalm 7 de verzen 9-10)

Bron afbeelding: YouTube (Bible Reading Psalm 7 – Geüpload door Doris S Wheeler)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Je voor een dode laten dopen…

Wat zullen anders zij doen die voor de doden gedoopt worden, als de doden helemaal niet opgewekt worden? Waarom worden zij dan nog voor de doden gedoopt?‘ (1 Korinthe 15:29)

We lezen van mensen die zich voor doden lieten dopen. Misschien wel voor hun geliefde ouders of voor een kind dat al gestorven was voordat ze van het Evangelie hoorden. Wat een liefde* en (mogelijk) ook wat een besef dat ze zelf niets aan hun eigen behoud hadden kunnen en hoeven bijdragen. Zelfs hun geloof niet. Hun Doop had hun gewezen op de enige offerande van Christus aan het kruis en dat ze in Zijn dood met Hem begraven werden en dat om ook te delen in Zijn opstanding. Laten we dat zeker altijd weer bedenken bij leven en sterven van een dopeling…
* Denk hierbij bijv. aan de vrienden van de verlamde man, die de liefde (laten we dat eerst noemen) en geloof hadden om hun verlamde vriend bij Jezus te willen brengen. Ze werden niet afgewezen…

Een dopeling (iemand aan wie de Doop bediend is) mag het volgende weten: Het Evangelie (met al Gods beloften/toezeggingen daarin) is ook voor hem of haar, geen twijfel mogelijk! Zo iemand is met Christus begraven in Zijn dood en heeft deel aan Zijn opstanding gekregen en dat om voortaan een nieuw (wedergeboren) leven te leiden door de kracht van de heilige Geest, Die ook hem of haar geschonken is en wordt.

Nu kan dat besef van wat de Doop voor ons inhoudt (denk aan een pas gedoopte heiden en/of een pas gedoopte zuigeling) nauwelijks of (nog) niet aanwezig zijn en zelfs ook het geloof hechten aan wat met en door de Doop aan ons betekend en verzegeld is kan (nog, of inmiddels) niet veel (meer) voorstellen of zelfs ongeloof vinden, waardoor de oproep (verplichting) en de zegen van onze Doop aan ons voorbij gaat in het leven van alledag. Toch kan de/onze Doop daarmee niet ongedaan gemaakt worden. Dat zullen we echt goed moeten leren begrijpen, want anders is de Blijde Boodschap van het Evangelie geen Blijde Boodschap meer voor iedereen die het horen kan en vraagt of hij of zij dan niet ook gedoopt kan/mag worden (1) maar ook niet voor degenen die mogelijk korte of langere tijd in zonden of in onverschilligheid of ongeloof geleefd hebben. De apostelen riepen hen/ons toe: ‘Laat u/jullie dopen en u/jullie zullen de heilige Geest ontvangen.‘ En ook (tot gedoopten!): ‘In naam van Christus vragen wij u: Laat u met God verzoenen‘; en: ‘laat de goedheid die Hij U bewijst niet tevergeefs zijn.‘ (Zie 2 Korintiërs 5 en 6).

Wat de (door de apostelen en hun medewerkers) gedoopten op grond van hun Doop zichzelf mochten toerekenen, dat zou hun pas later (helemaal) duidelijk (gemaakt) worden d.m.v. het onderwijs van de apostelen. En dat is ook vandaag nog niet anders in gemeenten/kerken waar men ook de pasgeboren kinderen (al) doopt of ook die mensen doopt die aangeven (graag) gedoopt te willen worden (1), zonder het Evangelie al (goed) te hebben begrepen en/of – in onze ogen – voldoende onderwijs daarover hebben ontvangen.

(1) Zie Handelingen 2 de verzen 37-40 en 8 de verzen 35-38 (deze dus zonder de tussen haken later toegevoegde woorden!) en denk bijvoorbeeld ook aan alle mensen die behoorden tot het huis van de gevangenbewaarder en ook mee gedoopt werden, tenzij ze dat expliciet geweigerd zouden hebben, maar daar horen/lezen we niet van. (Zie Handelingen 16 de verzen 30-34).

N.a.v. Galaten 5 de verzen 19-21 nog dit: Gedoopt zijn wil ons zeggen dat we delen in Christus dood én in Zijn opstanding om een nieuw leven te leiden. Juist die zekerheid van onze Doop (een onmiskenbaar feit!) mag ons elke dag de rust en de moed geven om lof en dank te brengen aan onze God en Vader van onze Heer Jezus Christus door de kracht van de heilige Geest. We moeten niet zien op onszelf, maar op Hem Die Zich aan en voor ons gaf. Dan worden we niet moedeloos (vanwege vroegere zonden en ook altijd nog dagelijkse zonden) maar ontvangen we steeds weer hoop en nieuwe moed om ook vandaag weer de goede strijd te willen en kunnen strijden. Niet omdat we menen het al gegrepen/verkregen te hebben (een rein en smetteloos leven), maar, net als Paulus, jagen we ernaar omdat we door Christus gegrepen zijn.
NB. Ook Paulus werd – ondanks zijn bijzondere roeping en handoplegging door Ananias – gedoopt (zie Handelingen 9 vers 18-19)

Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen. En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening der verzoening gegeven heeft, welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord der verzoening heeft toevertrouwd. Wij zijn dus gezanten van Christus (2), alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen. Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.’ (Uit 2 Korintiërs 5 de verzen 17-21)

(2) Let erop dat ook wij (en iedereen die het hoort of leest) hier nog altijd door de apostel(en) – en niet door onze voorgangers of broeders en zusters – vermaand worden. Onze Heer beloofde met Zijn discipelen en met hun getuigenis te zullen zijn – door de kracht van Zijn Geest – tot aan de voltooiing der wereld.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen