‘Plaatsvervangende kleine schare’…

Indien het huis het waard is, zo kome uw vrede daarover.
(Uit Matteüs 10 : 11-15)

De arbeid in de gemeente zal zijn uitgangspunt nemen in de huizen ‘die het waard zijn‘ Jezus boden te herbergen. God heeft nog overal een biddende en wachtende gemeente.

Hier worden de discipelen in naam van hun Heer deemoedig en gewillig opgenomen. Hier zal hun werk in het gebed meegedragen worden, hier is een kleine schare die er plaatsvervangend is voor de hele gemeente.

(…) Niets is onbarmhartiger dan de mensen voor te spiegelen dat ze nog tijd genoeg hebben voor omkeer. Niets is barmhartiger, niets is blijder boodschap dan dit, dat de zaak haast heeft, dat het Rijk zeer nabij is.

De bode kan niet wachten, tot het ieder afzonderlijk en in zijn eigen taal gezegd is. Gods taal is duidelijk genoeg. De bode kan er ook niet over beschikken, wie horen zal en wie niet. God alleen kent degenen ‘die het waard zijn‘. Die zullen echter het Woord horen en aannemen zoals het hen door de discipelen gezegd wordt (1).

De vrijheid van de boden moet blijken uit hun armoede. (…) Daarmee zullen zij de boodschap die ze verkondigen geloofwaardig maken, namelijk de aanbrekende heerschappij van God op aarde.

In dezelfde vrijheid waarin zij hun dienst doen, moeten zij ook onderdak en voedsel aannemen, niet als genadebrood, maar als voedsel waarop de arbeider recht heeft. ‘Arbeiders‘ noemt Jezus zijn boden. Wie traag is heeft geen recht op voedsel.

Wat verdient meer de naam van arbeid dan deze strijd met de machten van de satan, deze strijd om de harten van de mensen, dit prijsgeven van eigen roem, van de goederen en de vreugden van deze wereld, ter wille van de dienst aan de armen, de mishandelden, de ellendigen?

Opgemerkt AJ:
(1) Later meent Bonhoeffer te moeten zeggen en schrijven dat de huidige/nieuwe generatie(s) in een ‘nieuwe taal’ moeten worden aangesproken, maar we kunnen hem beter volgen in en eren om wat hij hier (eerder dus!) geschreven heeft!

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De boden” – “De tijd is kort en kostbaar” (30 april) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 16Het is zoals geschreven staat: ‘Welkom zijn zij die goed nieuws verkondigen.’ 16 Toch hebben slechts weinigen aan het ​evangelie​ gehoor gegeven, want ​Jesaja​ vraagt: ‘Heer, heeft iemand geloofd wat wij hebben gezegd?’ 17 Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort is de verkondiging van ​Christus. (Uit Romeinen 10)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

…All day long I have stretched forth my hands unto a disobedient and gainsaying people Romans 10:21. His hand is still stretched out even when we refuse His Invitation. Even when.

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Een reactie plaatsen

Wacht u voor de mensen…

(…) Pas op voor de mensen, want ze zullen je voor het gerecht brengen
(Uit Matteüs 10 : 17-22)

Nuchter worden

Van het Woord uit zullen de boden ook het juiste inzicht in mensen krijgen. Geen vrees voor de mensen, geen wantrouwen, vóór alles geen mensenhaat, maar ook geen lichtvaardige goedgelovigheid, geen geloof aan het goede in alle mensen, maar juist inzicht in de verhouding van het woord tot de mens en de mens tot het woord moeten de discipelen tonen.

Wanneer zij op dit punt nuchter zijn geworden, dan kunnen zij het ook verdragen wanneer Jezus hun voorzegt, dat hun weg onder de mensen een lijdensweg zal zijn. Maar een wonderbaarlijke kracht schuilt in het lijden van de discipelen. Door lijden zal de boodschap verder gedragen worden.

Omdat dit Gods plan en Jezus’ wil is, daarom zal ook in het uur van verantwoording afleggen voor gerichten en tronen de discipelen de kracht geschonken worden tot een goede belijdenis, tot een onbevreesd getuigenis.

De Heilige Geest zelf zal hen bij staan. Hij zal hen onoverwinnelijk maken. Hij zal hun een ‘wijsheid geven, welke al uw tegenstanders niet zullen kunnen weerstaan of weerleggen‘ (Lukas 21 : 15).

Omdat de discipelen in het lijden zich aan het Woord houden, daarom zal het Woord ook bij hen blijven. Voor een gezocht martelaarschap geldt deze belofte niet. Maar het lijden om wille van het Woord is er ten volle van verzekerd.

De haat tegen het woord van de boden van Jezus zal tot het einde blijven. Het zal de discipelen de schuld geven van alle tweedracht die over steden en huizen zal komen. Jezus volgelingen zullen als de verstoorders van het gezin, als de verleiders van het volk, als waanzinnige dwepers en oproermakers door allen veroordeeld worden.

Dan is de verzoeking om afvallig te worden voor de discipelen nabij gekomen. Maar het einde is ook nabij. Het gaat erom, nog tot dan trouw te blijven, door te zetten, te volharden.

Zalig zal alleen die discipel zijn, die tot het laatste toe
aan Jezus en Zijn woord vasthoudt.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De boden” – “Nuchter worden” (2 mei) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Een reactie plaatsen

Barmhartigheid roemt tegen het oordeel…

Daag uw dienaar niet voor het gerecht, voor U is geen sterveling onschuldig.
(Uit Psalm 143)

Zo wij ooit iets goeds gedaan hebben…

Kort gezegd is dit de waarheid: ‘Wij allen – net als David, Petrus en Paulus – worden als zondaren geboren, als zondaren leven, als zondaren sterven wij!’

Dit is echter onze enige roem, ons heil en onze zaligheid, dat wij nu onderwezen over de barmhartigheid van God en de verdienste van Christus, ontkomen aan de wet en onze werken.

Wij gaan – als het ware – een andere wereld en een ander licht binnen en mogen zonder vrees tot God treden en tot Hem spreken: ‘Here, wij kunnen met U in het gericht niet strijden, wij kunnen over onze ongerechtigheden met U niet redetwisten. Als U de zonden wilt toerekenen en U – zoals in een rechtszaak – wilt onderzoeken of wij rechtvaardig zijn, dan zijn we verloren.  Daarom beroepen wij ons van dit gericht op de troon van Uw barmhartigheid.

Zo wij ooit iets goeds gedaan hebben

zo hebben wij het dankzij Uw genade en barmhartigheid
en door Uw gave en kracht gedaan.

U hebt ons ook  de moed en de gelegenheid
daarvoor moeten en willen schenken!

Het is alles van U en door U

Daarom, zie ons aan met de ogen van Uw barmhartigheid en niet met de ogen van Uw rechtvaardigheid. Want tenzij dat U onze zonden niet wilt gadeslaan en aanschouwen en Uw ogen ervoor sluiten wilt – zodat U ze niet ziet – zo zullen wij niet kunnen zalig worden.’

Maarten Luther: In XV Psalmos graduum, 1532/1533 (1540), vgl. WA 40.3,346,34 – 347,22

Lees advies:  Lezen Psalmen 38-40, 130

Zie ook:  tijdmetJezus.nl | dagelijks bijbelmoment – Kleed u zich in geduld

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (24 december – “Als U de zonde ziet)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Want onbarmhartig zal het oordeel zijn over hem, die geen ​barmhartigheid
bewezen heeft; ​barmhartigheid (echter) roemt tegen het oordeel.

(Jakobus 2 : 13)

Bron afbeelding:  Memorizing James

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Een reactie plaatsen

Waarheid en leugen… (IV)

(…) 5 Hij stelde rechters aan in het land, in alle vestingsteden van Juda, niet één uitgezonderd, 6 en droeg hun op: ‘Besef goed welke taak u op u neemt, want u oordeelt niet op menselijk gezag, maar op gezag van de HEER, die u bij het rechtspreken terzijde staat. 7 Laat u leiden door vrees voor de HEER en neem u in acht, want de HEER, onze God, duldt geen ​onrecht, partijdigheid of corruptie.’ (Uit 2 kronieken 19)

De waarheid spreken moet geleerd worden.

De waarheid sprekenbetekent al naar gelang de situatie, waarin men zich bevindt iets verschillends. Een gesprek tussen ouders en kinderen is, gezien het wezen van de gesprekpartners, anders dan een gesprek tussen man en vrouw, tussen vrienden, tussen leraar en leerling, tussen overheid en onderdaan, tussen vriend en vijand; zo is ook de waarheid die in dat spreken besloten ligt verschillend.

De waarheid sprekenis dus niet alleen een kwestie van gezindheid, maar ook van een goed en verantwoord inzicht in de concrete verhoudingen. Hoe gevarieerder de verhoudingen zijn waarin iemand leeft, hoe moeilijker het voor hem wordt ‘de waarheid te spreken’.

De waarheid spreken moet dus geleerd worden. (1)

Dat klinkt onbegrijpelijk voor iemand die meent, dat het alleen van de gezindheid afhangt en dat, wanneer deze onberispelijk is, de rest kinderspel zou zijn. Maar omdat het ethische nu eenmaal niet van de concrete werkelijkheid kan worden losgemaakt, is een steeds beter inzicht in de werkelijkheid een noodzakelijk bestanddeel van het ethisch handelen.

Het rechte woord ter rechter tijdte vinden en te spreken is een zaak van lange, ernstige en constante inspanning op grond van ervaring en van inzicht in de werkelijkheid.

Het is oppervlakkig, dit probleem van het waarheidsgetrouwe spreken te beperken tot enkele conflictsituaties. Ieder woord dat ik spreek dient waar te zijn; af gezien van de inhoudelijke waarheid is reeds de daarin uitgedrukte relatie van mij tot een ander mens waar of onwaar.

Ik kan vleien, en ik kan mij zelf opblazen of huichelen zonder één inhoudelijke onwaarheid uit te spreken; dan is mijn spreken toch onwaar, omdat ik de werkelijkheid van de relatie, van man tot vrouw, van leidinggevende tot ondergeschikte, enz. geweld aandoe en ontwricht.

De woorden op zich maken altijd deel uit van een werkelijkheids-geheel, dat in het spreken tot uitdrukking wil komen. Al naar gelang, tot wie ik spreek, door wie ik word aangesproken, waarover ik spreek, moet mijn spreken, wil het waarheidsgetrouw zijn, verschillen.

Het waarheidsgetrouwe spreken is geen constante grootheid,
maar is zo levend als het leven zelf.

Wanneer het zich van het leven en van de concrete relatie tot de andere mens losmaakt, wanneer ‘de waarheid gesproken‘ wordt ongeacht degene tot wie ik spreek, dan bezit het alleen de schijn van waarheid, niet de waarheid zelf.

Opgemerkt AJ:
(1) Bij dat leren spreken van de waarheid over een aan de orde zijnde werkelijkheid (een huwelijk- en gezinssituatie bijvoorbeeld) hebben we niet alleen Gods Woord, niet alleen (partijdige) broeders en zusters of wereldse rechters te betrekken, maar allen die belang hebben bij die aan de orde zijnde (gestelde) werkelijkheid. Wij mogen daarin de éne partij niet bevoordelen boven de andere ‘partij’ of een ‘partij’ oordelen op basis van een (eenzijdige) meerderheid van (eensluidende) stemmen! Men dient ‘door Gods Woord geleerd’ tot een eerlijk en mens- en waarheidlievend en waarheidsgetrouw oordeel te komen over de ‘partijen’ die met elkaar in conflict zijn geraakt en moeite hebben met het vinden en spreken van  ‘de waarheid’ met en over elkaar.

Zie ook de eerdere blogs:
Waarheid en leugen… (III)
Waarheid en leugen… (II)
Waarheid en leugen… (I)

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Wat betekent waarheid spreken” – “Het rechte woord ter rechter tijd” (20 juni) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  Bible Verses KJV on Twitter

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

Zijn Naam is Jezus…

Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren,
en je moet hem ​Jezus​ noemen.

(Lukas 1 : 31)

Zaligmaker

Waar is die liegende duivel, die altijd weer in onze harten die afschuwelijke gedachten inwerpt dat God niet genadig zou zijn? Dat God ons zal laten vallen en verzocht worden en niet meer helpen wil?

Hoe zouden zulke gedachten en deze Naam ooit samen passen? Als de engel op bevel van God dit Kindje JEZUS noemt, dan moet deze Naam goed en waar zijn!

Daarom kan het Gods wil en waarheid niet zijn dat Hij lust heeft aan ons verderf. Zijn wil is dat wij gered en zalig worden!

Daarom is deze Naam ons lief, en in allerlei verzoekingen te vertrouwen. Daaraan houden wij vast dat onze Heere Christus – de Zoon van God – JEZUS heet, dat is Zaligmaker, Redder, Verlosser en Heiland.

Zo spoedig al – in het paradijs reeds – is van Hem gezegd dat Hij de kop van de slang zou vermorzelen. Dat betekent: ons redden van de duivel en zijn rijk.

O God, Vader van alle barmhartigheid, wilt U dit geloof en vertrouwen elke dag in ons vermeerderen en ons door deze Heiland voor eeuwig behouden. Amen.

Maarten Luther: Auf den Newen Jahrstag, 1531, vgl. WA 52,87,32 – 88,6

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (24 december – “Zaligmaker“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

(…) 11 Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd,
maar Die de ​hoeksteen​ geworden is.
12 En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel
geen andere Naam onder de mensen gegeven
waardoor wij zalig (gered, behouden) moeten worden.
(Uit Handelingen 4)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek | Een reactie plaatsen

Waarheid en leugen… (III)

Hij die is overgeleverd om onze overtredingen en
​opgewekt​ om
 onze rechtvaardiging.

(Romeinen 4 : 25)

Liegen is de van God gegeven werkelijkheid ontkennen (1)

De gebruikelijke definitie, volgens welke de bewuste tegenspraak tussen denken en spreken leugen is, is volledig ontoereikend.

Hieronder zou b.v. een onschuldige aprilgrap vallen. Zegt men, dat een leugen de bewuste misleiding van een ander is met de bedoeling deze schade te berokkenen, dan zou b.v. ook de noodzakelijke misleiding van de tegenstander in een oorlog of een daaraan analoge situatie daaronder vallen.

Kant heeft wel verklaard, dat hij te trots was om ooit een onwaarheid te spreken, maar hij heeft ook ongewild het absurde van deze stelling getoond door te verklaren, dat hij zich zelfs tegenover een misdadiger, als deze zou vragen naar een vriend die zich bij hem verborgen hield, verplicht zou voelen tot waarheidsgetrouwe informatie.

Uit het voorgaande blijkt in de eerste plaats, dat de leugen niet formeel te definiëren valt als de tegenspraak tussen denken en spreken. Deze tegenspraak is niet eens een noodzakelijk bestanddeel van de leugen.

Er bestaat een in dit opzicht volstrekt correct, onaanvechtbaar spreken, dat toch leugen is; b.v. wanneer een notoire leugenaar om te misleiden eens een keer de ‘waarheid’ spreekt. Ook bewust verzwijgen kan leugen zijn, hoewel het anderzijds geen leugen hoeft te zijn.

Deze overwegingen dwingen ons tot de erkenning, dat het wezen van de leugen veel dieper gaat dan de tegenspraak tussen denken en spreken. ‘Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is?‘ (1 Johannes 2 : 22).

Liegen is Gods Woord weerspreken, zoals Hij dat in Jezus Christus
gesproken heeft en waarop de schepping berust. (a)

Een leugen is derhalve de ontkenning, de loochening en het willens en wetens vernielen van de werkelijkheid, zoals deze door God is geschapen en in God bestaat. (1)

>>> Ons woord is bestemd, in eenheid met Gods Woord te zijn en dus om de werkelijke toedracht, zoals deze van Godswege is, uit te spreken. Het menselijke woord, wil het waar zijn, mag evenmin de zondeval loochenen als het scheppende en verzoenende woord van God, waarin alle verdeeldheid overwonnen is. <<<

De cynische mens meent de waarheid te spreken (2) door, zonder rekening te houden met de totale werkelijkheid, een oordeel uit te spreken over een detail dat hij meent te kennen, en juist daardoor vernielt hij de werkelijkheid volledig (a), en wordt zijn woord, al lijkt het oppervlakkig beschouwd juist, onwaar.

Opgemerkt AJ:
(1) Bijvoorbeeld dat David’s koningschap in Israël van God gegeven was en dat dit – ook na zijn overspel met Batseba en de moord op Uria – niet van hem afgenomen mocht worden.
(2) Denk hierbij bijvoorbeeld aan het oordeel over de Chinezen dat Albert Einstein optekende in zijn dagboek tijdens zijn reis door Azië en de woorden die Hudson Taylor schreef aan ‘zijn achterban’ vanwege zijn wens om de mensen in China te dienen met het Evangelie.
(a) Ook het ‘door mensen niet te verbreken’ huwelijk berust op het Woord van God (zie o.a. Malechi 2 : 16 en Jezus woord in Matteüs 19 : 6).
NB. Laten we de tussen ‘>>> <<<‘ geplaatste woorden goed overdenken en diep tot ons laten doordringen zodat ‘deze belijdenis’ werkelijk ons spreken en handelen zal bepalen.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Wat betekent waarheid spreken” – “Liegen is Gods werkelijkheid loochenen” (23 juni) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | 1 reactie

Waarheid en leugen… (II)

De HEER behoedt de waarheid, hij logenstraft de woorden van bedriegers.
(Spreuken 22 :12)

Ieder woord leeft en is thuis in een bepaald milieu. Het woord in de familiekring is een ander dan dat op kantoor of in het openbare leven. Het woord, dat in de warmte van de persoonlijke relatie geboren is, bevriest in de koude lucht van de openbaarheid.

Het bevel, dat stamt uit de sfeer van de overheid, zou in het gezin de vertrouwensbanden doorsnijden. Ieder woord moet zijn eigen plaats hebben en houden. Maar wanneer de grenzen tussen de verschillende woordsferen vervagen, wanneer de woorden ontworteld raken, geen thuis meer hebben, dan verliest het woord aan waarheid, ja, dan ontstaat bijna automatisch de leugen.

Wanneer de verschillende levenssferen elkaar niet meer eerbiedigen,
dan worden de woorden onwaar.

Een voorbeeld: Een kind wordt door zijn onderwijzer in de klas gevraagd, of het waar is, dat zijn vader dikwijls dronken thuis komt. Het is waar, maar het kind ontkent het. Het voelt, dat dit een onrechtmatige inbreuk is op de sfeer van het gezin, een inbreuk die het moet afweren. Wat er in het gezin voorvalt, hoort niet thuis in de school. De onderwijzer heeft de werkelijkheid van deze orde geminacht.

Het kind moet nu in zijn antwoord de weg vinden, waarop de sfeer van het gezin en die van de school op gelijke wijze geëerbiedigd blijft. Het kan dat nog niet, daarvoor ontbreekt hem de ervaring, het inzicht en de mogelijkheid om zich goed uit te drukken.

Door de vraag van de onderwijzer eenvoudig met nee te beantwoorden, wordt het antwoord wel onwaar, maar geeft tegelijkertijd uitdrukking aan de waarheid, dat het gezin een sfeer is, waarin de onderwijzer niet het recht had binnen te dringen.

Men kan nu natuurlijk het antwoord van het kind een leugen noemen; toch bevat deze leugen meer waarheid, d.w.z. zij doet de werkelijkheid meer recht, dan wanneer het kind de zwakheid van de vader zou hebben prijsgegeven.

Naar de mate van zijn inzicht heeft het kind juist gehandeld.
De schuld aan de leugen valt uitsluitend terug op de onderwijzer.

Het is daarom zeer de vraag, of het zinvol is, de ‘leugen’ die terecht beschouwd wordt als volstrekt verwerpelijk, zo te generaliseren en uit te breiden, dat ze gelijkgesteld wordt met een uitspraak, die formeel met de waarheid in strijd is.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Wat betekent waarheid spreken” – “Als woorden geen thuis meer hebben” (22 juni) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  Flickr Daily Bible Verse

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Politiek | Een reactie plaatsen