‘Het rechte geloof en het rechte leven’…

Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!‘ (Matteüs 7 : 21-23)

Geciteerd 1: Het rechte geloof en het rechte leven kunnen dus nooit van elkaar gescheiden worden. Het is niet zo dat zij met elkaar in verbinding staan en op elkaar invloed uitoefenen, maar zij zijn ten allen tijde één; zij zijn twee zijden van één en dezelfde religie, wortelende in de levendmakende openbaring van God.
De brieven van de apostelen maken dat wel zeer duidelijk. Want zij zijn vol vermaningen en vermaningen willen niet alleen geloofd worden, maar ook opgevolgd en gehoorzaamd.

Kuyper en de wezen, proeve van ambtstrouw.

Geciteerd 2: Als predikant van de Hervormde Kerk in Amsterdam had Kuyper ook ambtelijke werkzaamheid in het ‘Weeshuis der Gemeente’. Wat hij daar vond en hoe hij zijn werk opvatte, schrijft hij in “Confidentie”, 1873. Hier treft ons zijn praktische zin en zijn opvatting van grondbeginselen en levenspraktijk zoals die beiden bijeen horen.
Er zijn weinig deelen van mijn ambtelijke werkzaamheid”, zo schrijft hij, “waarbij ik zoo zichtbaren zegen van mijn God ervaren mocht, als ik op dit terrein telkens ondervond, en ik acht het ook te dier oorzake openbaarmaking schier (bijna) heilige plicht.
Bij mijn komst in dat huis vond ik deze stichting in moderne handen… Een vluchtige blik in de organisatie van dat huis toonde dan ook, dat uitnemendheid van materiële verzorging, helaas, gepaard ging met volstrekte afwezigheid van dat hogere beginsel, dat slechts daar werkt, waar de levende Christus zelf middelpunt is van alle levensuiting.
(…) ‘Uitstekende orde, maar meer door strenge tucht dan liefdekracht verkregen. Een orthodoxe school, maar een stel ietwes Groninger gebeden. Veel voorlezen uit de Bijbel, maar een Deugden-alphabet in de zalen prijkend.
(…) ‘Uit dien hoofde stond mijn besluit van meet af aan vast: alle macht die den Kerkenraad wettig ten dienste stond, moest te hulp geroepen om den Christus naar de Schrift tot bezielend element te maken van dit Godshuis. Aan dat beginsel toetse men mijn gedrag.’

Opgemerkt: Kuyper wordt dan in de gelegenheid gesteld om de jongens van het weeshuis catechisatie te geven, maar door omstandigheden werd hem later ook gegund om ieder die bij hem op catechisatie wilde gaan (ook de meisjes dus) les te geven. De predikant die eerder de meisjes catechisatie gaf liet toen heel zijn klas gaan en liet Kuyper op minder vriendelijke manier weten dat hij ze op tegenstand had voorbereid…

Geciteerd 3: Alras bleek van dit beweren de droeve waarheid. Het catechiseren met deze kinderen was letterlijk niet te doen. De schriftelijke antwoorden, die ik ontving, vloeiden over van bitterheid tegen de orthodoxie en van smaad tegen de Kerkenraad. Eindelijk was er zelfs ééne, die mij openlijk brutaliseerde en hiermee het sein gaf tot een tegenmaatregel, dien ik reeds lang in den zin had.
Ik wilde vrijheid geen dwang, en verzocht daarom den Regenten slechts de zodanigen op mijn catechisatie te plaatsen, die dit vrijwillig verkozen. De uitslag was gelijk ik voorzien had, dat de grootere helft terugging.
Sindsdien heb ik met niet ééne van die meisjes een enkel woord gewisseld, tot ze zich uit eigen initiatief weer aanmeldden. Slechts wie uit eigen beweging terugkwam zou mijn leerling zijn, en zoo heel heerlijk heeft de Heer het stelsel van vrijheid ook ten dezen bekroond, dat ik nu onlangs het aandoenlijk oogenblik beleefde, om ze op enkele na alle op den belijdenis van den Christus te kunnen aannemen.
Achtereenvolgens waren ze met het verzoek tot toelating bij mij gekomen, en bij de meesten bespeurde ik, dat de herinnering uit het ouderlijk huis de macht was geweest, die tenleste een betere stem in de consciëntie (geweten) had doen klinken.
(…) Voeg daar nog bij, dat ook het meisje, dat door haar brutaliteit de stoot tot de splitsing gaf, sinds het huis verliet, maar na een diepe weg in zonde te zijn doorgegeaan, door moderne ervaring van het modernisme genezen, tenleste verootmoedigd tot den Christus is teruggekeerd, en ge zult begrijpen, gij die geestelijke dingen geestelijk weet te kennen, met wat dankbare vreugd aan Hem, Die alleen de harten bewerkt, ik mijn taak in deze stichting neerleg.’

Geciteerd 4: Tot zover Kuypers verhaal. Hoe krachtig komt hier zijn strijd des geloofs uit. Tenslotte staan al die kleine dingen, als kindervreugd op het Kerstfeest, en goed ingerichte slaapzalen, en afkeer van het ‘Deugden-alphabet’ en de ‘Groninger gebeden’, in dat ene grote verband van de herderlijke zorg, dat de Christus der Schriften hier in dat Weeshuis der Gemeente groot gemaakt zou worden.

Geciteerd 5: Kuyper had niet al de Orthodoxen in deze strijd des geloofs aan zijn zijde. Bij lange na niet. Daarover verwonderde hij zich terecht. Dat de modernen niet geloofden, “dat verloren gaat, wie uit den Zoon het leven niet ontving”, dat begrijpt Kuyper. “Maar”, zegt hij, “wat ik niet begrijp en nooit begrijpen zal, het is, dat men (de Orthodoxen) deze waarheid belijdt, deze waarheid aan anderen verkondigd, en nochtans eer berisping dan toejuiching veil heeft, zo men (zoals Kuyper deed) ook de ‘Kinderen der Gemeente’ voor een kiezen tegen dien Zoon zoekt te behoeden.”

Bron citaat 1: woorden geciteerd uit de inleiding van ‘Uit de practijk der Godzaligheid‘ door dr. J.G. Woelderink.
(1956, Uitgeverij Guido de Brès – ’s Gravenhage)

Bron citaten 2-5:  woorden geciteerd uit hoofdstukKuyper en de wezen, proeve van ambtstrouw‘ van ‘Uit de geschiedenis der kerk‘ door A. Janse
(1966, Uitgeverij “De Vuurbaak” – Groningen)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Een reactie plaatsen

Wet en Evangelie…

De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.*
(Psalm 23 : 1)

Van dr. Maarten Luther (1536)
Op een avond na gebed aan de eettafel uiteengezet.

Psalm 23 (14)

Hij herstelt mijn ziel, Hij leidt mij op het rechte pad omwille van Zijn naam.
(Psalm 25 : 3)

Geciteerd:  Hier legt de profeet zelf uit over wat voor soort weide en fris water hij heeft gesproken, namelijk dat soort waardoor de ziel wordt gesterkt en hersteld. Dat kan echter niets anders zijn dan het Woord van God. Maar omdat onze Here God een tweevoudig Woord heeft, de Wet en het Evangelie, maakt de profeet het voldoende duidelijk dat hij hier niet over de Wet maar over het Evangelie spreekt als hij zegt: “Hij herstelt mijn ziel.” De wet kan de ziel niet herstellen, want het is een Woord dat eisen aan ons stelt en ons gebiedt dat we God liefhebben met heel ons hart, enz., En onze naasten als onszelf (Matteüs 22 : 37, 39).

De Wet veroordeelt iemand die anders doet en spreekt deze woorden over hem of haar uit (Galaten 3 : 10; Deuteronmium 27 : 26): “Vervloekt is een ieder die niet alles doet wat in het boek van de wet staat geschreven.” Nu is het zeker dat niemand op aarde dat doet; daarom komt de Wet te zijner tijd met zijn vonnis en bedroeft en beangstigt alleen maar de zielen. Waar geen hulp wordt geboden, worden ze onder druk gezet, zodat ze moeten wanhopen en voor altijd verloren gaan. Paulus zegt daarom (Romeinen 3 : 20): “Door de wet komt alleen kennis van zonde“, en (Romeinen 4 : 15): “De wet brengt alleen toorn.

Het Evangelie is echter een gezegend Woord. Het vraagt ​​niets van ons, maar kondigt al het goede aan, namelijk dat God ons, arme zondaars, Zijn enige Zoon heeft gegeven en dat Hij onze Herder zal zijn; Hij zal ons uitgehongerde en verstrooide schapen zoeken en zijn leven voor ons geven, om ons te verlossen van zonde, van de eeuwige dood en van de macht van de duivel. Dat is het groene gras en het frisse water waarmee de Heer onze ziel herstelt. Zo zijn we verlost van ons slechte geweten en onze droevige gedachten. Daarover meer in het vierde vers.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 51, S. 271 ff (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 12, p. 147 ev)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Zie eventueel ook:  Psalmen en de Wet

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  Bible Verse Images

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Een reactie plaatsen

Het begon niet pas met/bij de ‘Founding Fathers’… (III)

Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg, ook wanneer hij oud geworden is,
zal hij daarvan niet afwijken.
Leer een kind van jongs af aan de juiste weg, en het zal er niet van afwijken
wanneer het oud geworden is.
(Uit Spreuken 22 vers 6)

Tijdens het leven van Willem van Oranje waren het vooral zijn broers die samen met hem gestreden hebben voor gewetensvrijheid en vrije kerken in de Nederlanden. Zijn opvoeding en eerste jaren van opleiding op de Dillenburg en de blijvende band met zijn ouders en verdere familie zijn bepalend en doorslaggevend geweest bij zijn latere ontwikkeling/opleiding en in zijn levensjaren daarna.
Na zijn elfde levensjaar wordt zijn opvoeding en opleiding voortgezet aan het Rooms Katholieke keizerlijke hof in Brussel met tussendoor bezoek van familie of ook weer een bezoek aan de Dillenburg.
Later keert hij zelfs noodgedwongen voor langere tijd terug naar de Dillenburg m.n. vanwege verlies (in beslag name) van zijn bezittingen in Brabant. Ook zijn vrouw Anna van Saksen laat hij naar de Dillenburg komen, tevens met de hoop dat zijn moeder en zussen een goede invloed op haar zouden hebben, maar dat bleek helaas niet het geval.

Geciteerd 1: De jonge Willem van Oranje (geboren 1533) krijgt een uitstekende, maar eenvoudige opvoeding aan de hofschool (op de Dillenburg), waar ook adellijke kinderen van elders onderwijs ontvangen. Eén van de leermeesters is magister Jos Hun.
Willem de Rijke (de vader van Willem) laat al in 1526 de prediking in de geest van Luther (1) toe in zijn graafschap. Hij vraagt Luther persoonlijk om advies voor zijn bibliotheek. In 1529 stelt hij een Wittenbergse geestelijke aan als hofkapelaan. De Hervorming voert hij geleidelijk in. Juliana van Stolberg (moeder van Willem) is de Hervorming ook van harte toegedaan en heeft van zich doen spreken als een vrouw met een levend en krachtig geloof en een diep gemoedsleven (2)

Geciteerd 2: Over zijn opvoeding aan de Dillenburg (tot zijn elfde levensjaar) getuigt Willem van Oranje het volgende: “Daar wij van jongsaf in de voorsz. protestantse religie waren opgetrokken (opgevoed) en ook onze heer vader daarbij heeft willen leven en sterven, hebbende de abuizen (verkeerde gebruiken) der roomsche kerk uit zijne heerlijkheid uitgeroeid (3), wien kan het dan vreemd schijnen, dat deze leeringen zoo diep in ons hart ingegraveerd en ingeworteld, dat zij ter rechter tijd begonnen hunne vrucht te dragen?” (4)

Geciteerd 3: Op 6 september 1544 verschijnt zijn vader met de elfjarige prins aan het hof te Brussel. Op 10 november brengt zijn vader hem naar Breda. Zijn vader blijft daar tot het voorjaar 1545. Twee jonge Duitse gravenzonen, een Isenburg en een Westerburg, mogen bij hem blijven. De prins krijgt nu ook onderwijs in vreemde talen: Frans, Spaans, Italiaans, Latijn en ook Nederlands. De hoftaal Frans wordt hem zo eigen, dat hij daarin voortaan het meest uit. Zijn vader stuurt hem Duitse boeken om zijn moedertaal niet te verleren. Hij klaagt dat zijn jongen “In die Niederlanden gewendet worden war” (een Nederlander geworden is).

Geciteerd 4: Op 8 juli 1551 trouwt de prins met Anna van Buren. (5) Al in 1553 zijn de drie jongste zusjes van de prins, Katharina, Juliana en Magdalena in Breda. Ze worden daar op verzoek van de vrouw van de prins opgevoed. Op 10 november 1556 trouwt zijn zuster Maria met graaf Willem van den Bergh te Meurs. De hele familie komt daar bijeen. Voor het eerst ziet de prins zijn moeder weer sinds 1544. Hij sluit dan ook een financiële overeenkomst met zijn vader, waarin hij verplichtingen op zich neemt voor zijn broers en zusters. (…) In 1556 is zijn broer Lodewijk (geboren 1538) bij hem aan het hof gekomen en daar voortdurend gebleven. Lodewijk staat zijn broer in alles terzijde, ook bij het besturen van zijn bezittingen. Zeer nauw is de prins sinds die tijd aan zijn broer verbonden.

Geciteerd 5: Zijn moeder schrijft hem op 24 januari 1560 (zijn vader overleed vrij plotseling in 1559): “Nevens God zijt gij mijn grootste troost“. De prins is tegenwoordig bij de doop van de oudste zoon van Jan van Nassau op 14 mei 1560 te Siegen. De prins blijft dan de hele maand bij zijn familie. In hetzelfde jaar woont hij ook de bruiloft bij van zijn zuster Katharina op 17 november 1560 te Arnstadt. Hij keert pas eind januari terug naar Breda. Zijn jongste broer Hendrik komt bij hem wonen, Die wordt student in Leuven.

Geciteerd 6: In de jaren na het overlijden van zijn eerste vrouw Anna (maart 1558) leeft hij als ‘grand seigneur’, een man van van hoge adel uit die tijd. (…) In zijn apologie noemt hij zich later zelf ‘een man van de wereld’, die zich weinig om de godsdienst bekommert, al komt hij zijn Roomse godsdienstplichten nauwgezet na. Toch is zijn opvoeding uit zijn kinderjaren beslist niet weg.
Zo zegt hij in zijn apologie:

Want hoewel wij door een lang verblijf aan ’s keizers hof en door de krijgsdienst en ook omdat wij zo weinig middelen hadden om in de religie recht onderwezen te worden, veel meer aan de jacht en aan de wapenen en andere oefening van de jonge heren gedachten en die naarder ter harte namen dan ’t geen tot onze zaligheid was belangende, hebben wij nochtans grote oorzaak (reden) God te danken, dat Hij dit heilig zaad, ’t welk Hij zelf in ons gezaaid hadde, niet en heeft laten verstikken.

(1) Het ‘Magnificat’ werd door Maarten Luther in 1521 geschreven. Zie deze serie blogs.
(2) Zie de blog over de moeder van de prins: Juliana van Stolberg
(3) Door prediking en onderwijs en mogelijk werden bepaalde praktijken ook verboden.
(4) Wat een bemoediging voor ouders die hun kinderen geen (niet meer) christelijk onderwijs kunnen laten volgen!
(5) Anna was een dochter van de schatrijke veldoverste Maximiliaan, graaf van Buren (Brabant) met veel Duitse verwanten, waaronder ook die de Hervorming waren toegedaan.

Bron citaten:  ‘Een Prince van Orangien – Portret van Willem van Oranje‘ door A.P. Bijl – Uitgeverij de Groot Goudriaan – Kampen

Zie ook: 

NB. Deze blog serie werd geschreven om het belang en de invloed aan te geven van het Bijbelonderwijs van Luther (en hier in dit geval m.n. ook wat hij schreef in het ‘Magnificat’) voor de mensen (overheidspersonen, maar ook burgers en boeren) in Duitsland en andere landen in Europa. Het Bijbelonderwijs van Luther is bij de ontwikkelingen in Europa na het begin van de Reformatie en later ook in Amerika van niet te onderschatten betekenis geweest en heeft meer mensen bereikt en beïnvloed en daardoor ontwikkelingen in gang gezet dan het (toch meer status quo behoudende / conserverende) (Bijbel)onderwijs/leringen en levenspraktijk van (bijvoorbeeld) Erasmus.
Ook in het leven en bij het optreden van Willem Oranje en latere leden van het Oranjehuis in Nederland mogen/kunnen we de betekenis van het Bijbelonderwijs van Luther niet onderschatten. En het optreden van Willem van Oranje en ook dat van latere leden van het Oranjehuis zijn een voorbeeld en inspiratiebron geweest en gebleven voor velen tot ver buiten onze landsgrenzen toe.

Bron afbeeldingDe Dillenburg – Wilhelmsturm | Historiek

Geplaatst in Bijbel, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Een reactie plaatsen

‘Laat de doden hun doden begraven’*…

Maar, broeders en zusters, ik kon tot u niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb u melk gegeven, geen vast voedsel; daar was u nog niet aan toe. En ook nu nog niet.
Wanneer u afgunstig en verdeeld bent, dan bent u toch gebonden aan de wereld, dan leeft u toch als ieder ander? Wanneer de een zegt: “Ik ben van Paulus,” en een ander: “Ik van Apollos,” bent u dan niet als alle andere mensen?‘ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 1-4)

* Uit Matteüs 8 : 18-22 vers 22b.

Kan een dode aan lijkschouwing doen?

Geciteerd:Ben ik dood als mijn hart stopt, mijn adem stokt en spieren verstijven? Nee, dood betekent iets heel anders. Je kunt springlevend en toch dood zijn.” Een inspirerende boodschap van dr. G. A. van den Brink!

Opgemerkt 1: Dit artikel niet gelezen. Toch lijkt het me dat we onszelf niet de vraag hebben te stellen of we misschien nog dood zijn. (1) Veel belangrijker is de oproep tot bekering en het volgen van Jezus, waarbij Gods Woord ons doet horen dat we de oude mens hebben te doden en dat we de nieuwe mens hebben aan te trekken. Waar het Woord is (gelezen en verkondigd wordt) daar werkt de Geest, want Hij wil het niet zonder de middelen doen.
Waar het Woord klinkt en wij gehoor geven aan dat Woord, daar komt onze oude mens – die hier op aarde nooit helemaal sterft – in opstand.  Maar dan mogen we weten dat die oude mens toch door onze Heer Jezus Christus overwonnen en gedood is. In Hem mogen wij daar zeker van zijn en er steeds weer van verzekerd worden.
Dat gebeurd in de weg van het gelovig horen en dus in het gebruik van de middelen. Ben je nog niet gedoopt, laat je dan dopen. Want dat middel laat de Geest niet ongebruikt en werkeloos in je leven. Net als de verkondiging van Gods Woord niet, net als het samenleven in een gemeente niet, net als het gebruikt van de Sacramenten niet. Of wil je soms meer dan de ‘gewone’ menselijk begaanbare weg die Gods Woord ons wijst?

(1) Hoe zou een dode ooit aan zelfbeschouwing/lijkschouwing kunnen doen? Een dode kan zelfs niet luisteren naar en meekijken met een lijkschouwer!

Opgemerkt 2: Er zijn predikanten/gemeenten die menen dat we in de gemeente van Jezus Christus deels tegen levenden en deels tegen doden (s)preken. En voor die doden spelen ze dan de lijkschouwer.
Dat onderscheid maken in een gedoopte gemeente is niet naar Gods Woord! Paulus spreekt de woorden van 1 Korintiërs 2 in de verzen 10-16 in/aan een gedoopte gemeente, waarvoor hij aan het begin van zijn brief God hartelijk gedankt heeft.
In zijn Evangelie verkondiging aan de heidenen spreekt hij de mensen niet aan als doden maar als medemensen die ook mogen delen in de genade van God zoals die gebleken is bij en door de kruisiging en opstanding van onze Heer Jezus Christus.
Zie hoe nabij hij hen komt wanneer hij spreekt tot belangstellende wijsgeren in Athene (Lees Handelingen 17 : 22-31).

Bron citaat: CIP-NL – ‘Dr. G.A. van den Brink: “Je kunt springlevend en toch dood zijn

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Een reactie plaatsen

Het begon niet pas met/bij de ‘Founding Fathers’… (II)

Geciteerd 1: Vanuit het niets, met gezond verstand en tomeloze energie schiepen de Founding Fathers een nieuw land met een uniek bestuur: de Verenigde Staten van Amerika.
Geciteerd 2: Ze waren bekend met Plato en Aristoteles, Cicero en Livius, met Machiavelli en Montesquieu. Ze hadden verlichtingsdenkers als John Locke en David Hume niet alleen gelezen, maar ze hadden hun ideeën ook vertaald naar hun eigen situatie.

Regeren laat zien, wat voor mens iemand is*

Geciteerd 3: Aangezien ik echter Uw Vorstelijke Genade (1) reeds voor geruime tijd beloofd heb en dus schuldig ben, het “Magnificat” uit te leggen, waarvan de onaangename praktijken van vele tegenstanders mij zo dikwijls hebben afgehouden, heb ik mij voorgenomen Uwer Vorstelijke Genades brief tegelijk met dit boekje te beantwoorden, bedenkende, dat mijn uitstel op den duur mij wel het schaamrood op de kaken zou kunnen brengen en het mij niet zou betamen, tot verdere voorwendsels mijn toevlucht te nemen, opdat ik het jeugdig gemoed van Uwe Vorstelijke Genade niet zou bezwaren, dat liefde heeft voor de goddelijke Schrift en door verdere beoefening daarvan meer aangevuurd en versterkt zou worden, waartoe ik Uwe Vorstelijke Genade Gods genade en bijstand toewens. Zoals ook ten zeerste nodig is, aangezien van de persoon van zulk een groot vorst het welzijn afhangt van vele mensen, indien hij, aan zijn eigen wil ontheven, door God genadig geleid wordt, daarentegen veler verderf, indien hij aan zichzelf wordt overgelaten en zonder genade wordt geleid.

> Want ofschoon de harten van alle mensen zich in de Hand van de almachtige God bevinden, is er toch niet voor niets van de koningen en vorsten gezegd: Het hart van de koning is in Gods Hand; Hij kan het keren, waarheen Hij wil; daarmede wil God Zijn vrees de grote heren inboezemen, opdat zij mogen leren, dat het hun niet past, iets te willen bedenken, dat hun niet speciaal door God ingegeven wordt. Wat andere mensen doen brengt alleen hunzelf of maar weinigen voordeel of schade aan; maar overheden zijn slechts daartoe ingesteld, dat zij voor anderen tot schade of tot voordeel zijn, en dit te meer, naarmate hun gebied zich verder uitstrekt. Daarom noemt ook de Schrift vrome, godvrezende vorsten engelen Gods, ja zelfs goden; slechte vorsten daarentegen noemt zij leeuwen, draken en wilde dieren, die God Zelf als één van Zijn vier plagen vermeldt, waartoe Hij pest, hongersnood, oorlog en wilde dieren rekent.

> Aangezien nu het hart van een mens, van nature vlees en bloed, uit zichzelf reeds licht hoogmoedig wordt, maar vooral wanneer hij over macht, goed en eer beschikt, komt het er, als er zulk een sterke aanleiding tot vermetelheid en een vals gevoel van zekerheid aanwezig is, nog eerder toe, om God te vergeten en zich om zijn onderdanen niet te bekommeren, en omdat het gelegenheid heeft om zonder straf kwaad te doen, gaat het zijn gang en wordt een dier, doet slechts wat hem behaagt, en is in naam een heer, maar inderdaad een boze geest, zodat ook terecht de wijze Bias heeft gezegd: “Magistratus virum ostendit“, regeren laat zien, wat iemand voor een man is.* Want de onderdanen mogen zich niet verzetten, uit vrees voor de overheid.

> Derhalve is het voor alle overheden noodzakelijk, dat zij, omdat zij niet bang behoeven te zijn voor mensen, God nog meer vrezen dan anderen, Hem en Zijn werken goed leren kennen en met zorgvuldigheid wandelen, zoals Paulus zegt in Romeinen 12: “Regeert iemand, zo zij hij zorgvuldig“.

> Nu is mij in de gehele Schrift niets bekend, dat hiertoe zo uitnemend dienstig is, als dit heilige lied van de hooggebenedijde (aanbeden) Moeder Gods, dat werkelijk al diegenen, die naar behoren zouden willen regeren tot zegen voor het land en voor zichzelf, zich goed mogen inprenten en onthouden. Hierin zingt zij inderdaad allerliefelijkst van de godsvruchten van wat God voor een Heere is, in het bijzonder welke Zijn werken zijn voor hoog en laag. Laat een ander naar zijn liefje luisteren, dat een werelds lied voor hem zingt, deze zedige maagd is bij een vorst en heer in een sfeer, die haar past; hem zingt zij een geestelijk, rein en heilzaam lied. Het is dan ook geen verkeerde gewoonte, dat dit lied dagelijks in alle kerken bij de vesper, in onderscheiding van andere liederen, op bijzonder plechtige wijze wordt gezongen.

* Of anders gezegd: door wie en door wat een mens gevormd is en zich heeft willen laten vormen.

(1) Johan Frederik, Hertog van Saksen, Landgraaf van Thüringen en Markgraaf van Meissen – Beschermheer van Luther, ook wel ‘Johan de Standvastige’ genoemd (zie afbeelding).

(Wordt vervolgd!)

Zie ook:

Bron citaat 1+2: Historisch Nieuwsblad 10/2016 – ‘Founding Fathers – De mannen die Amerika groot maakten‘ – door Frans Verhagen

Bron citaat 3:  maartenluther-nl-com/Luther ‘Lofzang van Maria’ (pdf)

NB. Deze blog serie werd geschreven om het belang en de invloed aan te geven van het Bijbelonderwijs van Luther (en hier in dit geval m.n. ook wat hij schreef in het ‘Magnificat’) voor de mensen (overheidspersonen, maar ook burgers en boeren) in Duitsland en andere landen in Europa. Het Bijbelonderwijs van Luther is bij de ontwikkelingen in Europa na het begin van de Reformatie en later ook in Amerika van niet te onderschatten betekenis geweest en heeft meer mensen bereikt en beïnvloed en daardoor ontwikkelingen in gang gezet dan het (toch meer status quo behoudende /conserverende) (Bijbel)onderwijs en leringen en levenspraktijk van (bijvoorbeeld) Erasmus.
Ook in het leven en bij het optreden van Willem Oranje en latere leden van het Oranjehuis in Nederland mogen/kunnen we de betekenis en invloed van het Bijbelonderwijs van Luther niet onderschatten. En het optreden van Willem van Oranje en ook dat van latere leden van het Oranjehuis zijn een voorbeeld en inspiratiebron geweest en gebleven voor velen tot ver buiten onze landsgrenzen toe.

Bron afbeelding:  Wikipedia – Johan de Standvastige

 

Geplaatst in Bijbel, Geschiedenis, Politiek | Een reactie plaatsen

Het begon niet pas met/bij de ‘Founding Fathers’… (I)

NB. Deze blog serie werd geschreven om het belang en de invloed aan te geven van het Bijbelonderwijs van Luther (en hier in dit geval m.n. ook wat hij schreef in het ‘Magnificat’) voor de mensen (overheidspersonen, maar ook burgers en boeren) in Duitsland en andere landen in Europa. Het Bijbelonderwijs van Luther is bij de ontwikkelingen in Europa na het begin van de Reformatie en later ook in Amerika van niet te onderschatten betekenis geweest en heeft meer mensen bereikt en beïnvloed en daardoor ontwikkelingen in gang gezet dan het (toch meer status quo behoudende /conserverende) (Bijbel)onderwijs en leringen en levenspraktijk van (bijvoorbeeld) Erasmus.
Ook in het leven en bij het optreden van Willem Oranje en latere leden van het Oranjehuis in Nederland mogen/kunnen we de betekenis en invloed van het Bijbelonderwijs van Luther niet onderschatten. En het optreden van Willem van Oranje en ook dat van latere leden van het Oranjehuis zijn een voorbeeld en inspiratiebron geweest en gebleven voor velen tot ver buiten onze landsgrenzen toe.

Geciteerd 1: Vanuit het niets, met gezond verstand en tomeloze energie schiepen de Founding Fathers een nieuw land met een uniek bestuur: de Verenigde Staten van Amerika.
De toentertijd opgestelde grondwet was het sluitstuk van een periode waarin de Amerikaanse kolonisten de confrontatie aangingen met Engeland, zich afscheidden en daarna hun eigen vorm van bestuur moesten bedenken.
Het is niet minder dan een wonder dat in die dertien kolonies, een smalle strook aan de Atlantische Oceaan ver van de toenmalige beschaafde wereld, de mensen rondliepen met de eruditie, beschaving en creatieve intelligentie die nodig waren om deze klus te klaren.
Ze waren bekend met Plato en Aristoteles, Cicero en Livius, met Machiavelli en Montesquieu. Ze hadden verlichtingsdenkers als John Locke en David Hume niet alleen gelezen, maar ze hadden hun ideeën ook vertaald naar hun eigen situatie. We noemen hen de Founding Fathers.
Deze mannen, op zich geen opruiende types, begonnen een revolutie. Ze verwierpen niet alleen de dominante macht, maar vervingen die door iets wat nog nooit vertoond was: een republiek gegrondvest op de soevereiniteit van het volk, met een regeringssysteem dat voorzag in een regelmatige vredige machtswisseling. Een systeem dat zo ingenieus was dat het al 230 jaar ononderbroken functioneert.

Opgemerkt: Hier wordt te veel toegeschreven en lof gebracht aan de ‘Founding Fathers’ en aan de wijsgeren die ze bestudeerd hadden! Wanneer we Luthers Magnificat (1521) lezen, dan horen we hoe Luther, geleerd door Gods Woord, weet door te geven hoe er vanuit Gods Woord gezien gesproken dient te worden over plaats en taak van overheden en hun dienstbaarheid aan het (gewone) volk.
Het kan niet anders of Willem van Oranje heeft in zijn jonge jaren thuis van zijn vader en moeder dit Bijbelonderwijs van Luther al gehoord en ‘meegekregen’ en daar ook later gebruik en praktijk van gemaakt. Aan het hof van Brussel werden de jonge hovelingen heel anders onderwezen* over de taak van de overheid en hun zorg voor en luisteren naar de wensen van het gewone volk.
We zullen dus beslist de ‘geest/begeestering van Luther’ die door Europa waaide en ook in het leven van Willem van Oranje en zijn familie – met wie hij zeer nauwe betrekkingen onderhield – niet buiten beschouwing kunnen en mogen laten. Hoe Willem van Oranje zijn laatste jaren in Delft leefde was ongekend voor een man van zijn stand en de functie en taak die hem was toebedeeld door de Staten van Holland en Zeeland.

*  O.a. Machiavelli’s werk.

(Wordt vervolgd!)

Zie ook:

Bron citaat 1+2: Historisch Nieuwsblad 10/2016 – ‘Founding Fathers De mannen die Amerika groot maakten‘ – door Frans Verhagen

Bron afbeelding:  IsGeschiedenis

Geplaatst in Bijbel, Geschiedenis, Politiek | Een reactie plaatsen

‘Buiten Mij niemand die redt’…

In Bethel (Bethlehem) vond God hem, daar sprak Hij al tot ons.*
(Uit Hosea 12 vers 5)

Geciteerd: (…) 3 De HEER voert een (rechts)geding tegen Juda; hij zal Jakob om zijn wangedrag bestraffen, zijn misdaden zal hij hem vergelden. 4 Al in de moederschoot heeft hij zijn broer beetgenomen, en in de kracht van zijn leven worstelde hij met God. 5 Hij worstelde met een engel en overwon; onder tranen smeekte hij Hem om een gunst. In Bethel vond God hem, daar sprak hij al tot ons. 6 Hij is de HEER, de God van de hemelse machten; HEER is zijn naam! 7 Keer voorgoed terug naar die God. Laat je leiden door liefde en recht. Blijf voortdurend hopen op je God.

(…) 9 Hoor Efraïm zeggen: ‘Maar ik ben toch rijk geworden? Heb ik mij geen aanzien verworven? Wijst mijn winst soms op iets kwalijks dat de naam van zonde verdient?’

10 Maar ik, de HEER, ben je God al sinds Egypte, en ik laat je opnieuw in tenten wonen, als in de tijd van onze ontmoeting. 11 Ik heb tot de profeten gesproken en talrijke visioenen geschonken; door mijn profeten heb ik je een spiegel voorgehouden.

(…) 13 Jakob vluchtte naar Aram; Israël werd knecht om een vrouw te krijgen, om een vrouw hoedde hij de schapen. 14 Door een profeet leidde de HEER Israël uit Egypte weg, door een profeet werd Israël gehoed. 15 Hoe diep heeft dit volk zijn Heer gekrenkt! Maar het bloed aan Efraïms handen zal de HEER hem aanrekenen, en de smaad die Efraïm Hem aandeed zal hij vergelden.

(…) 1 Als de stam Efraïm zich liet horen, beefde iedereen; hij had groot gezag in Israël. Toen maakte hij zich schuldig aan de verering van Baäl, en daarmee tekende hij zijn doodvonnis. 2 Toch bleven ze zondigen: ze maakten een godenbeeld. En met hun zilver maakten ze nog meer beelden, naar eigen smaak, niet meer dan het werk van ambachtslieden.

(…) 4 Maar ik, de HEER, ben je God al sinds Egypte, en met andere goden mag je je niet inlaten; buiten Mij is er niemand die je redt. 5 Ik heb naar je omgezien in de woestijn, in de dorre woestenij. 6 Ik heb hen op weidegrond gebracht en ze raakten verzadigd. Maar toen ze eenmaal verzadigd waren, werden ze hoogmoedig en keerden mij de rug toe.

7 Daarom ben ik naar hen op jacht gegaan als een leeuw, als een panter lig ik langs de weg op de loer. 8 Ik val hen aan als een berin die van haar jongen beroofd is. Ik rijt hun borstkas open, als een leeuwin verslind ik hen. Wilde dieren zullen hen verscheuren.

9 Het wordt je noodlottig, Israël, dat je op Mij aangewezen bent! 10 Waar is die koning van je nu? Hij zou je toch redden, je steden beschermen? En je heersers? Je hebt toch om een koning en om leiders gevraagd? 11 Ik heb je koningen gegeven in mijn woede – en in mijn toorn nam ik ze weer weg.

(…) 14 Waarom zou ik hen dan vrijkopen uit de macht van het dodenrijk of verlossen van de dood? Dood, zaai de pest om je heen! Dodenrijk, waar zijn je kwellingen? Ik ken geen medelijden meer.

(…) 2 Keer terug, Israël, naar de HEER, je God! Door je eigen wandaden ben je ten val gekomen. 3 Kom met woorden van berouw en keer terug naar de HEER. Zeg tegen Hem: ‘Vergeef ons al onze misdaden. Neem wat goed is van ons aan. Als offer brengen wij U oprechte woorden. 4 Onze redding verwachten we niet langer van Assyrië, op paarden en strijdwagens zullen wij niet meer vertrouwen, wat we zelf gemaakt hebben niet meer onze god noemen. Immers, bij U vindt een wees ontferming!’

(…) 10 Wie inzicht heeft doorgrondt deze woorden, wie wijs is neemt ze ter harte. Want de wegen van de HEER zijn recht: wie rechtvaardig is verlaat ze niet, maar wie zich verzet komt ten val.

* Opgemerkt:  Het komt er toch altijd weer op neer dat Gód ons vindt en dat wij ons laten vinden. Dat was al zo toen Adam en Eva zich verborgen in de Paradijstuin en God hen opzocht en riep.

Bron Bijbelcitaten:  Hosea 12-14 (NBV)

Zie ook:  ‘Geweld in de (hoofd)stad…

Bron afbeelding:  DWELLING in the Word

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Een reactie plaatsen

Er blijft geen spaan van onszelf heel en over…

Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing.‘ (1 Korinthe 1:30)

Geciteerd: Deze woorden begrijp je niet eerder, dan wanneer je erkent dat je hele wijsheid een vervloekte dwaasheid is, dat je gerechtigheid een vervloekte ongerechtigheid is, dat je heiligheid een vervloekte onreinheid is, dat je verlossing een ellendige vervloeking is. En dan ervaar je dat je voor God en alle schepselen een dwaas bent, een zondaar, een onrein en vervloekt mens. En, niet alleen woorden, maar je hele hart en je werken bewijzen dat er voor jou geen troost en heil overblijft, behalve dat Christus aan jou door God gegeven is, Hem Die je moet geloven en genieten, opdat je alleen behouden blijft door Zijn gerechtigheid.

Opgemerkt: De apostel Paulus is hier nog het beste voorbeeld van. Als in de ‘hoger kringen’ van Israël verkerende jongeman, opgeleid tot Schriftgeleerde, moest hij eerst (dat) alles kwijtraken en toen hij het Evangelie moest gaan verkondigen kon hij bij de christengemeenten en bij de Joden en heidenen niet aankomen met ‘altijd in het gevolg van Jezus geweest’. Hij had zelfs de eerste gemeente te Jeruzalem ‘te vuur en te zwaard’ vervolgd…
Toch werd juist Paulus uitgekozen om het meest te mogen ijveren voor de verkondiging van het Evangelie. En hij – en de andere apostelen met hem – moesten wel erkennen dat zoiets alleen maar Goddelijke liefde en genade en (dus) vergevingsgezindheid én ook Zijn almacht, blijkend uit dit werk van de heilige Geest, onderstreepte.
Wij mensen brengen niets van onszelf mee en we houden anderen niets van onszelf voor wanneer wij hen het Evangelie voorleven en verkondigen.
Dat ook wij het dan elke dag van onze Drie-enige God verwachten en elke verwachting en hoog opgeven van onszelf – van welke kwaliteit dan ook – nalaten om met Paulus te belijden: ‘Alleen dankzij zijn genade ben ik wat ik ben. En Zijn genade is bij mij niet zonder uitwerking gebleven. Integendeel, ik heb harder gezwoegd dan alle andere apostelen, niet op eigen kracht maar dankzij Gods genade‘ (1 Korintiërs 15 : 10).

Bron citaat: checkluther-comMeditatie 16 januari 2021 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Bible Verses)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Een reactie plaatsen

Ons leven is een Geestelijke (wed)strijd!

Strijd de goede strijd des geloofs.
(1 Timotheus 6 : 12)

Geciteerd: ‘‘Nee, ik strijd niet tegen de zonde.’

Opgemerkt: We moeten wel goed opletten met wat we beweren over onszelf, namelijk of we onszelf niet tegenspreken, maar meer nog dat we Gods Woord niet tegenspreken. In het stukje dat CIP-nl op Facebook gepubliceerd heeft, lijkt het erop dat beiden gebeurd: de schrijver spreekt zichzelf tegen én de schrijver spreekt Gods Woord tegen.

Wij gelovigen strijden – als het goed is tenminste – tegen de zonde en wel elke dag van ons leven. Dat doen we natuurlijk al door de dag dankend en Bijbellezend en biddend te beginnen. En daarmee trekken we de wapenrusting (weer) aan die de Geest ons geven wil om als goed soldaat van Jezus Christus (zie 2 Timoteüs 2 : 3-4) in zijn leger te functioneren (=inzetbaar zijn voor de strijd en strijden).

Bij dat strijden laten we ons leiden door de Geest en Zijn we in het strijden tegen onze eigen wil en tegen de wereld en de duivel niet onderworpen aan het ons (angstvallig) houden aan wetsregels, maar onderwerpen we ons aan het verlangen van de Geest (zie Galaten 5 en m.n. de verzen 13-26).

De Geest wil dat verlangen wekken en Gods wet in onze harten schrijven door ons gebruik te laten maken van heel Gods Woord. Alle woorden in onze Bijbel zijn door de Geest geïnspireerd opgeschreven en aan ons gegeven om ons geschikt te maken voor de dienst aan onze Heer Jezus Christus en daarmee aan het liefhebben en dienen van onze naasten.

De apostel Paulus schrijft de Korintiërs: Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden. (Uit 1 Korintiërs 9 : 16-27). Paulus heeft het daar over atleten die zich aan de wedstrijdregels hebben te houden om niet gediskwalificeerd te worden.

Een wedstrijd is beslist ook een strijd te noemen! Een strijd met jezelf, om niet toe te geven aan zaken die ja afleiden en je conditie bedreigen en waar het bijvoorbeeld een sport als vuistvechten (boksen) betreft, moet je ook heel goed letten op je tegenstander, waar hij zich bevindt (om geen slag in de lucht te slaan) en waar hij je bedreigt, om niet knockout te gaan…

Slot: Ga eens na hoe in de Heidelbergse Catechismus de Tien Geboden/wetsregels worden uitgelegd en toegepast op grond van wat heel Gods Woord ons leert*. Dan zien we dat we niet alleen maar strijd hebben te voeren tegen zonden als overspel, abortus en euthanasie (bij en door anderen), maar dat we we leren om niet alleen God maar juist ook onze naasten (medemensen)  lief te hebben en zorg voor hen te hebben en te dragen, niet in de laatste plaats door ook altijd weer vergevingsgezind en vergevend met hen te willen omgaan. Dan dienen we de onderlinge vrede in huwelijk en gezin, in de gemeente(n) en kerken en in onze samenleving.

* Zie HC Zondag 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44

Bron citaat: CIP-NL (13 januari 2021) – ‘’Een wettisch leven leidt tot schuldgevoelens’ – door Peter Overduin

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen

De wet dringt/dwingt ons naar de ‘binnenkamer’…

Alles wat vroeger geschreven is*, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. Moge God die ons doet volharden én ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan God de Vader van onze Heer Jezus Christus.’ (Uit Romeinen 15 de verzen 4-6)
* In ‘de Wet en de profeten’.

Geciteerd: Wat zal ik dan doen als de wet mij verdrukt en mijn geweten mij belast, als ik voel dat ik niet doe wat de wet van mij eist?* Antwoord: leer nu eenvoudigweg tegen de wet zeggen: Lieve wet, houd maar op met praten en bemoei je niet met mij. Want ik heb niets met je te maken. Ja, ik wil zelfs niet op je vraag ingaan: of ik vroom of niet vroom ben. Want het maakt mij niet uit wat ik ben, of wat ik doen moet of niet doen moet. Voor mij geldt alleen Christus – wat Hij aan mij geeft en wat Hij voor mij doet. Wij zijn nu in het slaapkamertje, waar de bruid en de Bruidegom samen zijn, daar hoor jij niet te komen en daar heb jij niets te vertellen.
Dan klopt de wet weer op de deur en zegt: Ja, maar je moet toch goede werken doen en Gods gebod houden – je wilt toch zalig worden?* Luister nu goed, wet: het is nu niet meer nodig daarover te praten, want ik heb reeds mijn gerechtigheid en mijn volkomen zaligheid zonder enig werk in mijn Heere Christus en ik ben ook nu al zalig in Hem – daar heb ik jou niet bij nodig. Want waar geen werken gelden, daar geldt ook geen wet, en waar de wet niet is, daar is ook geen zonde. Daarom moeten daar geen andere dingen dan alleen de bruid in haar kamertje met Christus regeren, in Wie zij alles en alles heeft, en verder niets nodig heeft wat tot haar geluk en zaligheid moet dienen.

* Opgemerkt AJ: Daarom – vanwege dit op de deur van ons hart kloppen – blijven we ‘de wet’ lezen en beluisteren en overdenken, thuis, in huwelijk en gezin en ook in de zondagse samenkomsten. Een van God gegeven middel om dagelijks ‘in de binnenkamer’ en zondags in ‘Gods huis’ te willen verkeren om ons te verzekeren van de vergevende genade zoals die ons door God de Vader om Christus’ wil geschonken wordt en zoals wij die aanvaarden mogen en kunnen op grond van Gods Woord door de kracht van de heilige Geest. Dan ontvangen en ondervinden wij steeds weer ‘een vrede die alle verstand te boven gaat’!

Bron citaat:  maartenluther-com – wo 13 januari 2021 – Maarten Luther: Predigten des Jahres 1532, WA 36, 278, 16-37

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen