De mens en de goedertierenheid van God…

(…) 6 HEER, hoog als de hemel is Uw ​liefde,
tot in de wolken reikt Uw trouw,
7 Uw ​gerechtigheid​ is als de machtige bergen,
Uw ​rechtvaardigheid​ als de wijde oceaan:
U, HEER, bent de redder van mens en dier.
(Uit Psalm 36)

Over dwazen en goddelozen…

Citaat:
(…) Ik preekte ooit over Psalm 14 : 2De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God!” Daarin benadrukte ik dat atheïsten niet dom, onnadenkend of oppervlakkig zijn. Ik was verrast hoeveel reacties ik kreeg. Blijkbaar herkennen veel mensen de tegenwerpingen van de atheïst. Ook veel kerkgangers. Zij herkenden de onzekerheid rond atheïsme en godsbestaan in hun eigen hart.

Opgemerkt AJ:
We zullen toch eerst in rekening moeten brengen dat Psalm 14 in de tijd van het Oude Testament geschreven is en dat David geschreven heeft met het oog op ‘dwazen’ – ook wel ‘goddelozen’ genoemd in de Psalmen – onder Gods volk.

Dat soort dwazen valt niet samen met de ‘moderne atheïsten’ zoals die ‘ontstaan zijn/gevonden worden’ in de huidige post-christelijke samenleving met de moderne wetenschap als enige bron van ‘waarheidsvinding’. Het gaat daar om mensen die in hun denken (en godsdienstig leven) wel degelijk met het bestaan van (een) God rekening hielden en daarin geloofden alleen vonden zij het niet nodig om in de praktijk van het leven van alle dag daar ook werkelijk rekening mee te houden.

In Psalm 10 lezen we (ook) over zulke mensen:
De mens zonder God prijst wat hij najaagt, en als hij rijk is vervloekt en veracht hij de Heer. Hij denkt in zijn waan: Niemand vraagt mij rekenschap. Er is geen God (van recht en vergelding) maakt hij zich wijs.

Wanneer wedwazen‘ (zoals in Psalm 14 genoemd) zó zien en kenmerken (zoals o.a. in Psalm 10 gebeurd), dan komen ze al een stuk ‘dichterbij’ onszelf. Want hoe leven en handelen wij? Houden we werkelijk en eerlijk rekening met het feit dat God ons rekenschap zal vragen van ieder woord of daad. Vrezen we inderdaad zijn toorn over alle kwaad of menen we wel weg te komen met alles waar we zelf niet eerlijk en oprecht in zijn tegenover medemensen en tegenover God?

Psalm 36 (bijvoorbeeld) zullen we (eerst ook) lezen en toepassen met het oog op alle mensen, dus ook op onszelf. Zó zijn wij mensen van onszelf: ‘goddelozen’. (1) De Bijbel leert de ‘goddeloze wordt gerechtvaardigd’! En daar tegenover – die dwaasheid en goddeloosheid van ons mensen – staat de heiligheid en goedertierenheid van onze God.

We hebben in het Oude Testament dus te maken mensen die in denken en/of doen ontkennen Wie God is en hoe Hij Zichzelf heeft geopenbaard, maar die heus nog wel in Zijn bestaan geloven. De Schriftgeleerden en Farizeeën in de tijd van Johannes de Doper en in Jezus tijd waren zulke mensen. Maar dat kwam pas aan het licht toen Jezus hun eer en hun belangen in de weg liep. Toen bleek dat ze botweg het Woord van God en het werk van de heilige Geest in hun harten aan de kant durfden te zetten om de belangen die zij nastreefden en om hun eigen naam (eer) veilig te stellen. Dat ging zover dat Jezus hen waarschuwde dat ze daarmee ‘de boze tot vader hadden’.

Vraag:
Maar nu
in de tijd van het Nieuwe Testament, kunnen we daar het Godsbestaan ‘im Frage stellen’ als lid van Christus gemeente of binnen Christus gemeente in de Woordverkondiging bijvoorbeeld?

Antwoord:
Kinderen van Gods volk
en dus kinderen van het Verbond (besneden/gedoopte) kinderen die thuis in het gezin en later ook zelf dagelijks en wekelijks geluisterd hebben naar Gods Woord en sinds de eerste Pinksterdag in Jeruzalem met Christus gemeente hebben gebeden om de heilige Geest, die worden bewaard voor het worstelen met deze vraag en het bijbehorende soort twijfel en zullen deze vraag daarom niet voor zichzelf of binnen de gemeente van Jezus Christus in de verkondiging aan de orde gesteld willen zien. Daar geldt: Wie naar God horen wil moet geloven dat Hij bestaat en – zoals Hij Zelf geopenbaard heeft met en door Zijn Woord – een beloner is van wie Hem ernstig zoeken.

Besef ook dat God de heidenvolken (van na de zondvloed) – in z’n algemeenheid bezien – bewaard heeft voor deze moderne vraag en twijfel waardoor de Evangelieverkondiging deze blokkade niet hoefde te overwinnen bij de hoorders! Het ‘moderne atheïsme’ is puur een gevolg van het nu reeds eeuwenlang moedwillig weerstaan van Gods Woord en Gods werk in de harten van de hoorders en het is dus een moedwillig weerstaan geweest – en nog! – van de heilige Geest (als in de dagen van de Here Jezus, zie hieronder!). We hebben hier in de ‘westelijke wereld’ te maken met de gevolgen van een voortdurende verharding van de harten.

Behalve dat in de Bijbel gesproken wordt over verharding van hart bij de Farao van Egypte vinden we daar nog wel meer over in de Bijbel. We vinden deze verharding m.n. ook bij de Schriftgeleerden en Farizeeën en bij veel Joodse volksgenoten in Jezus tijd en in de tijd van de jonge gemeenten. Gevolg was dat hun denken verstarde en er een sluier (bedekking) kwam over het hart van een meerderheid van het Joodse volk en dat tot vandaag de dag! Toch is dat geen ‘fatum’ lezen we in Romeinen 11 en 2 Korintiërs 3.

Tot slot:

  • Niet nodig om de vraag naar het Godsbestaan in de Woordverkondiging aan de orde te stellen als een soort van geldige vraag waarvan we aannemen dat iedere gelovige er wel mee worstelen zal.
  • Niet nodig om naarstig op zoek te gaan naar allerlei ‘buiten Bijbelse bewijzen’ voor het Godsbestaan om daarmee ongelovigen/atheïsten proberen te overtuigen. Laten we maar gerust vertrouwen op de kracht van de heilige Geest die onze christelijke woorden en daden zegenen kan en wil ver boven ons bidden en denken!
  • Wel nodig om te blijven bidden om de heilige Geest met vast vertrouwen en niet twijfelende zoals ons dat o.a. wordt voorgehouden in Jakobus 1.

(1) Zie Efeziërs 2 : 1-10.

Bron citaat: ‘Is het wenselijk om soms te twijfelen aan Gods bestaan?’ van dr. G.A. van den Brink in het RD van vrijdag 22 juni 2019

Bron afbeelding:  Pinterest – Amplified Bible

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek, Wetenschap | Een reactie plaatsen

Heer, bij wie wilt U wonen?

Heer, wie mag gast zijn in Uw tent, wie mag wonen op Uw heilige berg?
(Psalm 15 : 1)

(…) 30 En bedroeft de ​Heilige​ Geest​ van God niet, door Welke gij ​verzegeld​ zijt
tot de dag der verlossing. (Uit Efeziërs 4)

Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XLII)

Het werk van het Achtste (of Negende) gebod (III)

Gij zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste

(…) “Waarom ontkennen mensen de waarheid? Om de eenvoudige reden dat ze geen geloof in God hebben en niets goeds van Hem verwachten. Want waar er werkelijk geloof en vertrouwen gevonden wordt, daar vinden we ook een dapper, manmoedig, onbevreesd hart dat alles riskeert en staat voor de waarheid, ongeacht de kosten, zoals die gevonden werd en wordt bij onze geliefde martelaren, want zo’n hart is tevreden en rustig overtuigd dat het een genadig, vriendelijk gezinde God heeft. (1)

Daarom veracht hij alle gunsten, genade, goederen en eer van mensen en hecht geen waarde aan deze voorbijgaande dingen. Zoals geschreven staat in Psalm 15 [: 4]: ‘Hij veracht hen die God verachten, en eert degenen die Hem vrezen.‘ Dat betekent dat hij niet bang is voor dictators, machthebbers, aanzienlijken, degenen die de waarheid geweld aandoen en God verachten; hij ziet hen niet aan en naar de ogen, hij veracht hen.

Aan de andere kant is hij solidair met degenen die vervolgd worden omwille van de waarheid, degenen die God meer vrezen dan mensen; hij staat aan hun kant, beschermt hen en eert hen, zonder vrees en ongeacht om wie het gaat. Van Mozes staat geschreven in Hebreeën 11 [: 24-27] dat hij zijn broeders bijstond, ongeacht de machtige koning van Egypte.

Merk op dat u in dit gebod kort en bondig ziet, dat geloof de Leidsman achter dit werk moet zijn. Zonder geloof is niemand in staat om dit werk te doen. In feite zijn alle werken volledig in het geloof opgenomen, zoals ik al vaak heb gezegd.

Daarom zijn, zonder geloof, alle werken dood, ongeacht hoe mooi ze eruit zien of welke prachtige namen ze hebben. Want zoals niemand het werk van dit gebod doet, tenzij hij standvastig en onwrikbaar is in het vertrouwen van de goddelijke gunst, zo ook verricht hij geen enkel werk van een van de andere geboden zonder ditzelfde geloof.

Daarom kan iemand op basis van dit gebod heel gemakkelijk achterhalen of hij een christen is, een echte gelovige in Christus, en dus of hij goede werken doet of niet.

We zien nu hoe de almachtige God niet alleen onze Here Jezus Christus voor ons heeft gesteld, opdat we met zoveel vertrouwen in Hem zullen geloven, maar we zien ook dat God ons in Christus een voorbeeld van hetzelfde vertrouwen en dezelfde goede werken voorhoudt. God doet dit opdat we in Hem geloven, Hem volgen en voor altijd in Hem zullen blijven, zoals hij zegt in Johannes 14 [: 6]: ‘Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven‘: de Weg, opdat we Hem volgen; de Waarheid, opdat we in Hem geloven; het Leven, opdat we voor eeuwig in Hem leven.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 275 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, p.112 / p.113

(1) Opgemerkt AJ: Is de godsverduistering waarvan men spreken wil en de twijfel bij velen niet helemaal het gevolg van het bedroeven van God en de heilige Geest door ons handelen en (niet werkelijk liefde- en respectvol en eerlijk) omgaan met onze medemensen en God? In ons persoonlijk leven, maar niet minder ook in ons kerkelijk leven? Verloochenen we – ondanks onze vrome woorden m.n. op de zondag – niet onze Heer Jezus Christus juist met en door onze dagelijkse levenspraktijk?

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

1 Een psalm van ​David.
HEER, wie mag gast zijn in Uw ​tent,
wie mag wonen op Uw ​heilige​ berg?
2 Wie de volmaakte weg gaat en doet wat goed is,
wie oprecht de waarheid spreekt.
3 Hij doet aan lasterpraat niet mee,
hij benadeelt een ander niet
en drijft niet de spot met zijn naaste.
4 Hij veracht wie geen achting waard is,
maar eert wie ​ontzag​ heeft voor de HEER.
Zijn eed breekt hij niet, al brengt het hem nadeel,
5 voor een lening vraagt hij geen ​rente,
hij verraadt geen onschuldigen voor ​geld.
Wie zo doet, komt nooit ten val.
(Psalm 15, NBV)

(…) 20 Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort
en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen
en maaltijd met hem houden en hij met Mij.

(Uit Openbaring 3)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen

Uit handen…

(…) 8 U moet weten, broeders en zusters, dat de tegenspoed die we in Asia hebben moeten doorstaan, uitzonderlijk groot was. We hadden het zwaar te verduren, zo zwaar dat het onze krachten te boven ging. We vreesden ernstig voor ons leven, 9 we waren er zelfs zeker van dat het doodvonnis al over ons was uitgesproken. Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God Die de doden opwekt, 10 Die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit eenzelfde doodsgevaar. Op Hem hebben we onze hoop gevestigd: Hij zal ons altijd redden. 11 En ook u bent ons tot steun door voor ons te ​bidden. Zo klinkt uit talloze monden de dankzegging voor de ​gunst​ die Hij ons bewezen heeft. (Uit 2 Korintiërs 1)

Controlekamer van je leven – Uit handen geven!

(…) Het goede nieuws is dat vrijheid ook zonder een overvloed aan geld en vrije tijd in het bereik ligt. (1) Vrijheid is het gevoel dat jij het leven bepaalt. De mate waarin je die vrijheid voelt, heet in de psychologie locus of control (locus is Latijn voor ‘plaats’). De bedenker van deze theorie is Amerikaanse gedragspsycholoog Julian Rotter. Zijn locus of control is vrij vertaald ‘de controlekamer van je leven’. Wanneer je het idee hebt controle te hebben over je eigen leven, dan is er sprake van een interne locus of control. Heb je het idee dat je geleefd wordt, dan heb je een externe locus of control (a).

Opgemerkt: Het goede nieuws is:Waar de Geest is (ons regeert), daar is vrijheid‘. (2) Wie de controle over eigen leven uit handen geeft en iedere dag opnieuw in de handen van onze hemelse Vader legt, die leeft in de vrijheid van Gods Geest, Die werkelijk vrij is om ons leven een zinvol bestaan te laten zijn, zodat we met dankbaarheid terugblikken op iedere dag en met lof en dank elke nieuwe dag beginnen!

Dat geldt trouwens niet alleen in eigen persoonlijk leven maar ook in het leven van Christus gemeente. Daarom hebben we daar ook geen kerkleiders nodig die leiding geven aan een gemeente, maar alleen mensen die leiding hebben te geven in een gemeente. Dat doen ze met Gods Woord en door een voorbeeldig leven (waar ze niet zelf hoog van op durven geven!), dat hen door Gods genade geschonken werd en wordt en dat door anderen werd en wordt opgemerkt – anders kon en kan hun die leiding niet worden toevertrouwd!

(a) Denk aan Petrus optreden tijdens Jezus leven hier op aarde, diverse keren overschatte hij zichzelf tegenover Jezus, Zijn Heer en Meester. Na Zijn opstanding zegt Jezus tegen hem: (…) 18 Waarachtig, ​ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je ​gordel​ om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je ​gordel​ omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’ 19 Met deze woorden duidde hij aan hoe ​Petrus​ zou sterven tot eer van God. Daarna zei Hij: ‘Volg mij.  (Uit Johannes 21). ‘Volg mijzoals Jezus ook al zei, toen Hij Petrus en de andere discipelen riep: zie Matteüs 4 : 18 – 22.

Bron citaat:  Psychologie (via Blendle) – ‘Vrijheid is een keuze’ door Manon Sikkel

(1) Dag deadlines, ochtendspits en routineklussen. Het is vakantie en dat betekent vrijheid! Zou het niet fijn zijn als we dat gevoel niet alleen die paar weken per jaar hadden, maar vrijwel altijd?

(2) (…) Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid. Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd. (2 Korintiërs 3 : 17-18)

Bron afbeelding: Everyday Servant

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen

Goed voor mij…

(…) 65 U bent goed geweest voor uw dienaar, HEER, zoals U hebt beloofd.
(Uit Psalm 119)

Vernederd

Opvallend in dit gedeelte is het woordje ‘goed‘. Het komt in dit kleine stukje (vers 65-72) zes keer voor. Daar dienen we aandacht aan te geven.

Bij tegenslag of verdriet hebben we allemaal weleens te horen gekregen dat het ‘vast wel ergens goed voor is’. Dat is nog maar zeer de vraag. Natuurlijk kan verdriet ons dichter bij God brengen, maar vaak gaat het ook anders…

Mensen keren zich voorgoed van God af, omdat ze zich in de steek gelaten voelen. De Psalmist heeft een andere ervaring: toen hij zich onrechtmatig behandeld en vernederd voelde, maakte hij kennis met de harteloosheid van de mensen. Sommige mensen gaan over lijken…

Tegen de achtergrond van deze slechtheid licht de goedheid van God opeens op. Wat is er kostbaarder in het leven dan de trouw en de goedheid van God. Ze is verre te verkiezen boven de rijkdommen van deze wereld.

Bron tekst: Meditatie van donderdag 20 juni – Bijbels dagboek “Dag in dag uit 2019” – Leger des Heils | Ark Media

Zie ook: Goddelijke omhelzing…

(…) 66 Leer mij goed oordelen en onderscheiden,
ik heb vertrouwen in Uw geboden.
67 Voor ik vernederd werd, tastte ik mis,
nu houd ik mij aan Uw woord.
68 U bent goed geweest en hebt goed gedaan,
onderwijs mij in Uw wetten.
69 Hoogmoedigen beschuldigen mij vals,
maar ik volg Uw regels, met heel mijn ​hart,
70 gevoelloos als vet is hun ​hart,
maar ik verheug mij in Uw wet.
71 Het was goed voor mij dat ik vernederd werd,
zo leerde ik Uw wetten kennen.
72 Goed voor mij is de wet uit Uw mond,
beter dan een schat aan goud en zilver.
(Uit Psalm 119)

Bron afbeelding: Versaday 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen

Goddelijke omhelzing…

Maar hij zeide: Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent
(Genesis 32:26, weergave DB 1545).

(…) Wanneer je denkt dat onze Heere God iemand heeft verworpen, dan moet je denken dat onze God hem in Zijn armen houdt en hem aan Zijn hart drukt. Wanneer je veronderstelt dat God iemand heeft verlaten, dan moet je denken dat hij bij God aan de borst ligt.

Op deze zelfde manier voelt en denkt Jakob niets anders dan dat hij verloren is en onder zal gaan. Maar wanneer hij het goed zou bezien, dan wordt hij vastgehouden in de omhelzing van de Zoon van God (vgl. Genesis 32 : 24-32). Het voorbeeld van Job in zijn vernedering en zijn aanvechtingen onderwijst ons hetzelfde.

Want op deze wonderlijke manier handelt God met Zijn gunstgenoten (Psalm 4 : 4). Namelijk wanneer wij denken dat het met ons gebeurd is, dan omhelst en kust Hij ons als Zijn liefste kinderen. Dit is wat Paulus bedoelt als hij zegt: ‘Wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk. Wanneer ik sterf, dan leef ik’ (vgl. 2 Korintiërs 12 : 10; 2 Timoteüs 2 : 11).

Maar wij kunnen dit nooit begrijpen. De reden daarvan is, dat ons vlees in de weg ligt. De mens kan de doding van zijn vlees niet verdragen en dat staat de Geest in de weg, zodat hij onmogelijk de onbegrensde liefde en genade van God tot ons kan bevatten – totdat eindelijk bij zijn laatste zucht deze strijd voorbij is en God de struikelsteen van het vlees uit de weg ruimt.”

Maarten Luther: Vorlesungen über 1. Mose von 1535-1545, vgl. WA 44, 111, 32 – 112, 4

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres: info@maartenluther-citaten.nl

(…) De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen
Hij bevrijdt hen uit de nood,
Gebroken mensen is de Heer nabij
Hij redt wie zwaar wordt getroffen.
(Psalm 34 : 18-19)

Bron afbeelding: Wikipedia – Schilderij Rembrandt

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Een reactie plaatsen

Door mensen bewerkte eenheid…

(…) 4 Want wanneer de een zegt: Ik ben van ​Paulus; en de ander: Ik van Apollos; zijt gij dan niet (onveranderde) mensen? 5 Wat is dan Apollos? Of wat is ​Paulus? ​Dienaren, door wie gij tot geloof gekomen zijt, en wel zoals de Here dit aan een ieder geschonken heeft. 6 Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de wasdom. 7 Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft. 8 Wie plant en wie begiet, staan gelijk; alleen zal elk zijn eigen loon krijgen naar zijn eigen werk. (Uit 1 Korintiërs 3)

(…) in onze eigen taal spreken over Gods grote daden… (Uit Handelingen 2 : 11)

Verwarring en verwondering lopen bij Pinksteren door elkaar. De verwarring doet denken aan de toren van Babel. Daar bouwden de mensen een middelpunt dat eenheid moest garanderen. Babel is overal waar mensen torenhoge concentratie opbouwen van macht en zekerheid en vrome zelfhandhaving.

Maar, als iedereen naar de stad trekt, wie zorgt dan voor het land? Daarom verstoort God de mensen en verstrooit Hij hen. Einde verhaal?

Nee, God gaat verder en maakt een nieuw begin, met Abram. Hij weet zich geroepen en gaat op weg naar een andere stad, naar een Jeruzalem waar gerechtigheid geleerd wordt. Het zal een stad zijn waar vrede van uitgaat, waar mensen eropuit gaan. Ze worden eropuit gestuurd om de aarde bewoonbaar te houden. Dat komt verrassend op gang op dat ene Pinksterfeest.

Bron tekst: Meditatie van dinsdag 11 juni – Bijbels dagboek “Dag in dag uit 2019” – Leger des Heils | Ark Media

(…) 6 Dit, broeders, heb ik op mijzelf en Apollos overgebracht om uwentwil, opdat gij uit ons (voorbeeld) zoudt leren niet te gaan boven hetgeen geschreven staat, opdat niet iemand uwer zich vóór de een en tegen de ander opblaze.  7 Want wie onderscheidt u? En wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt? En indien gij het dan ontvangen hebt, wat beroemt gij u, alsof gij het niet ontvangen hadt?

8 Reeds zijt gij verzadigd, reeds zijt gij rijk geworden, zonder ons hebt gij u ​koning​ gemaakt. Ja, was het maar zo, dat gij ​koning​ geworden waart; dan waren ook wij met u ​koning​ geworden. 9 Want het schijnt mij toe, dat God ons, ​apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor ​engelen​ en mensen.

10 Wij zijn dwaas om ​Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in ​Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere. (Uit 1 Korintiërs 4)

Opgemerkt AJ: Hoe is het toch mogelijk geweest dat al kort na de start van de reformatie (en de begonnen sloop van de ‘torenhoge macht’ van Rome) de ‘protestantse christenen’ verdeeld werden in Calvinisten (‘Apollianen’) en Lutheranen (‘Paulinianen’) en dat er later nog weer ‘zuiverder’ groeperingen/afsplitsingen zich vormden (Puriteinen, ‘Nadere reformatie, etc.). Zonder gêne noemde men zich calvinisten en later zelfs nog weer ‘neo-calvinsten’. Blijkbaar moeten wij mensen zelf ook altijd nog iemand of iets hebben waar we mee ‘voor de dag’ kunnen en durven komen en waarmee we kunnen laten zien wie we (eigenlijk) zijn. Blijkbaar is laten zien en horen (in die volgorde!) dat je werkelijk een (eenvoudige) discipel van Jezus Christus bent zo lastig, dat we liever een (of meer) ‘kort -door-de-bocht’/’sjibbolet’ oplossing(en) gebruiken om ons als christenen – en onderling nog weer als soorten christenen – te onderscheiden van anderen.
Wanneer de jonge en vroege gemeenten niet naar het onderwijs van Paulus in de brieven aan de Korintiërs hadden geluisterd, dan hadden ook in die kerken zich al voorname en macht uitoefenende groeperingen gevormd en was de kans groot geweest dat bij canon-vorming van onze Bijbel (1) die verschillende groeperingen – mee door het wijzen naar de namen en de woorden en werken (geschriften) van ‘hun voormannen’ – een ernstige belemmering hadden gevormd om tot een – door de heilige Geest geleid! – gezamenlijk en algemeen aanvaard besluit over de canon te komen.

(1) Zie over de canon-vorming o.a. het boek “Het kompas van het christendom” van dr. Jakob van Bruggen.

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Een reactie plaatsen

Verzekerd door de Trooster!

Ik zal u geen wezen laten; Ik kom tot u. Het is nog maar even, dan zal de wereld Mij niet meer zien. U echter zult Mij zien’ (Johannes 14 : 18, weergave DB 1545).

Weeskinderen

Wezen’ – zowel volgens de gedachte van de wereld, alsook volgens onze eigen gedachte, schijnt het kleine groepje arme verlaten christenen ‘wezen’ te moeten zijn. Zij zijn immers door God en door Christus vergeten. Dat blijkt wel als Hij het toelaat dat ze door de wereld gelasterd en gescholden, veroordeeld, vervolgd en vermoord worden. Ze zijn nu ieders voetveeg geworden! En dat niet alleen: ze worden ook door de duivel in hun harten zonder ophouden verschrikt, bedroefd en geplaagd, zodat zij in de volle zin van het woord ‘wezen’ mogen heten.

Christus zegt echter: ‘Ik wil u toch niet zó verlaten, zoals u nu denk en voelt – maar Ik zal u de Trooster geven, Die u in uw harten zal verzekeren, dat u Mijn ware christenen en gelovigen bent.

Bovendien zal Ik Zelf zeker bij u zijn en blijven met Mijn bescherming en heerschappij. Dit, ondanks dat Ik lichamelijk en zichtbaar van u heenga, zodat u nu alléén achterblijft – overgeleverd aan de duivel en de kwaadwilligheid en macht van de wereld.

Maar zo machtig zal de wereld of de duivel met al zijn aanhang niet zijn, dat zij samen met alle geleerden en wijzen tóch Mijn doop en de prediking van het Evangelie geheel en al zullen kunnen wegnemen. Bovendien zal Mijn Heilige Geest in u regeren en werken: ondanks dat u zonder ophouden wordt aangevochten, en u ook zelf zeer zwak schijnt te zijn.’

Zelfs dán in hun grootste zwakheid zullen zij zich de troost niet laten ontnemen, of zich tot vertwijfeling laten brengen – maar dwars tegen alles wat zij zien en voelen ín, zich aan de belofte houden, zoals Hij hier belooft en zegt: ‘Ik zal weer bij u terugkomen, en hoewel Ik nu voor een kleine tijd lichamelijk van u moet heengaan, dan zal Ik toch niet lang wegblijven, maar spoedig weer tot u komen, en eeuwig bij u blijven, zodat u tegen duivel, zonde en dood beschermd zult zijn, en met Mij zult leven en overwinnen.

Maarten Luther: Das XIV. Und XV. Kapitel S. Johannis, 1537, vgl. WA 45, 580, 1-20; 581, 11-18 (Dr.)

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres: info@maartenluther-citaten.nl

(…) 16 En Ik zal de Vader ​bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u zal blijven in eeuwigheid; 17 Namelijk de ​Geest​ der waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij u, en zal in u zijn. (Uit Johannes 14)

(…) 3 Geprezen zij de God en Vader van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost 4 en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven. 5 Zoals wij volop delen in het lijden van ​Christus, zo delen wij volop in de troost die God ons door ​Christus​ geeft. 6 Ondervinden we tegenspoed, dan is het opdat u bemoedigd en gered wordt. Worden we bemoedigd, dan is het opdat u de moed krijgt te volharden in hetzelfde lijden als wij ondergaan. 7 De hoop die wij voor u hebben is gegrond: we weten dat zoals u deelt in ons lijden, u ook deelt in de troost die ons gegeven wordt. (Uit 2 Korintiërs 1)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen