Woord van vrede…

(…) 9 Ik wil horen wat God, de HERE, spreekt: want Hij zal van vrede spreken tot zijn volk en tot zijn gunstgenoten; maar laten zij niet terugkeren tot dwaasheid.
(Uit Psalm 85)

Toespraak van Dietrich Bonhoeffer (a)

Tussen de twee klippen van het nationalisme en het internationalisme roept de oecumenische christenheid haar Heer aan en vraagt Hem om leiding. Nationalisme en internationalisme zijn vragen van politieke noodzakelijkheden en mogelijkheden. De oecumenische kerk houdt zich niet bezig met deze dingen, echter wel met de geboden van God. En wat de consequenties ook zijn, zij betrekt deze geboden op de wereld.

Onze theologische taak bestaat dan ook hierin deze geboden als bindend te accepteren, en niet als een open vraag om over te discussiëren. ‘Vrede op aarde’ is geen probleem, maar een gebod, dat met Christus’ geboorte is gegeven. Er zijn twee manieren om te reageren op dit gebod van God: met de onvoorwaardelijke, blinde gehoorzaamheid, of met de schijnheilige vraag van de slang: ‘God heeft zeker wel gezegd…’(Genesis 3:1). Deze vraag is de dodelijke vijand van gehoorzaamheid, en daarom de dodelijke vijand van iedere echte vrede.

Heeft God de menselijke natuur niet goed genoeg begrepen om te weten dat oorlogen nu eenmaal plaatsvinden in deze wereld, zoals de wetten der natuur?

Bedoelde God soms dat wij over vrede zouden spreken, maar dat dit niet betekent dat er letterlijk daden aan verbonden zijn? Heeft God soms echt gezegd dat we moeten werken voor de vrede, maar tegelijkertijd tanks en gifgas moeten fabriceren voor onze veiligheid? En dan misschien wel de ernstigste vraag: heeft God soms gezegd dat wij ons eigen volk niet mogen beschermen? Heeft God gezegd dat je een prooi voor de vijand moet zijn? Nee, God heeft dat níet gezegd. Wat hij wél heeft gezegd is dat er vrede onder elkaar moet zijn, dat wij hem moeten gehoorzamen zonder vragen te stellen.

Dat is wat hij bedoeltHij die het gebod van God in twijfel trekt vóór het te hebben gehoorzaamd, heeft hem al ontkend.

Er zal vrede zijn vanwege de kerk van Christus, waardoor de wereld nog bestaat. En deze kerk van Christus leeft te allen tijde in alle volken, en overstijgt alle grenzen, zowel nationaal als politiek, sociaal of raciaal. En de broeders van deze kerk zijn door het gebod van de Heer Christus, waarnaar zij horen, sterker verbonden met elkaar dan alle banden van de geschiedenis, het bloed, de klasse of de taal.

Al deze bindingen, die een deel zijn van onze wereld, zijn geldige bindingen, beslist niet onbelangrijk. Maar in de tegenwoordigheid van Christus zijn ze ook niet definitief.

Voor de leden van de oecumenische kerk, voor zover ze vasthouden aan Christus!, is zijn Woord, zijn gebod van vrede heiliger, onverbrekelijker dan de meest heilige woorden en werken van de natuurlijke wereld. Want zij weten dat wie niet haat zijn vader en moeder om zijnentwil, Hem niet waardig is, en liegt als hij zichzelf christen noemt.

Deze broeders in Christus gehoorzamen zijn Woord; zij betwijfelen het niet, maar houden zich aan zijn gebod van vrede. Zij schamen zich er niet voor zelfs te spreken van een eeuwige vrede, wat de wereld er ook van denkt. Ze kunnen de wapens niet opnemen tegen Christus zelf – en toch doen ze dat als ze de wapens opnemen tegen elkaar! Zelfs in de angst en de benauwdheid van het geweten is er geen uitvlucht voor het gebod van Christus dat er vréde zal zijn.

Hoe komt die vrede er? Door een systeem van politieke verdragen? Door investeringen van internationaal kapitaal in verschillende landen? Door grote banken, door geld? Of door een universele, vreedzame herbewapening die vrede garandeert? Door geen van alle, om de eenvoudige reden dat in alle opties vrede wordt verward met veiligheid. Vrede zal nooit bereikt worden als alles draait om veiligheid. Want vrede moet gewáágd worden. Het is een groot waagstuk. Het kan nooit veilig gemaakt worden.

Vrede is het tegenovergestelde van veiligheid. Garanties geven is hetzelfde als wantrouwen, en dit wantrouwen brengt oorlog voort. Het eisen van garanties is hetzelfde als jezelf beschermen. Vrede betekent jezelf overgeven aan de wet van God, dat je geen veiligheid wilt, maar dat je in geloof en gehoorzaamheid het lot van de naties in de handen van de almachtige God legt, en niet egoïstisch over ze wilt beschikken.

Oorlogen zijn gewonnen, niet met wapens, maar met Gód.  Zij zijn gewonnen omdat de weg leidde naar het kruis.

Wie van ons kan zeggen wat het zou kunnen betekenen voor de wereld als één natie de agressor tegemoet treedt, niet met wapens in de hand, maar biddend, weerloos en juist daarom beschermd door ‘een wal die ’t kwaad zal keren’?

Nog een keer: hoe komt er vrede? Wie roept ons op tot vrede zodat de wereld zal horen, zal móeten horen, opdat alle volkeren zullen jubelen? De individuele christen kan dat niet. Als iedereen zijn mond houdt, kan hij natuurlijk best zijn stem verheffen en getuigen, maar de machten van deze wereld walsen over hem heen, zonder een woord te zeggen. De afzonderlijke kerk kan eveneens getuigen en lijden – ach, als ze dat eens zou doen! – maar ook zij wordt verstikt  door de machten van de haat. Alleen het grote oecumenische concilie van de heilige Kerk van Christus over de hele wereld kan zo spreken zodat de wereld, tandenknarsend, zal luisteren, zodat de volken zullen jubelen omdat de Kerk van
Christus de wapens, in de naam van Christus, uit de handen van haar zonen heeft genomen, en hun de oorlog heeft verboden en de vrede van Christus heeft uitgeroepen over een op drift geraakte wereld. (1)

Waarom zijn we bang voor de razernij van de wereldmachten? Waarom nemen we de macht niet van hen over en geven die terug aan Christus? We kunnen het vandaag nog steeds doen. We zijn toch bij elkaar op deze oecumenische conferentie? We kunnen naar al onze gelovigen een radicale oproep van vrede doen uitgaan. De naties wachten hierop in het Oosten en in het Westen. Moeten we ons te schande maken bij niet-christenen in het Oosten? Zullen we van die mensen deserteren, die hun levens op het spel zetten voor deze boodschap?

Het is twee voor twaalf. De wereld stikt van de wapens, en de wanhoop in de ogen van alle mensen is vreselijk om te zien. De trompetten van de oorlog kunnen morgen al blazen. Waar wachten we nog op? Willen we zelf medeschuldig worden als nooit tevoren? Claudius (2) zei:

Wat zou mij helpen
kroon en land en goud en eer
die ik niet begeer.
Het is oorlog, helaas,
daaraan niet schuldig te zijn
is wat ik verlang!

Wij willen de wereld een heel woord geven, niet een half – een moedig woord, een christelijk woord. En we bidden dat dit woord vandaag aan ons mag worden gegeven. Want wie zal het zeggen of we elkaar volgend jaar nog wel zullen zien?

Bron toespraak:Mijn ziel keert zich stil tot God – meditaties bij de Psalmen

(1) Ondanks zijn profetische blik op wat er in Duitsland en de wereld – ook onder christenen en dus in de kerken – zich aan het ontwikkelen was, wilde Bonhoeffer toen toch nog (te) hoge verwachtingen hebben van wat nog bereikt kon worden via de oecumene van christenen en kerken in de wereld – toentertijd ‘de Wereldbond’, na de oorlog ‘de Wereldraad van Kerken’. Maar wat via de oecumenische beweging te bereiken viel bleek ook teleurstellend. We horen in zijn woorden hier vooral oproep tot actie en geen oproep tot in de eerste plaats verootmoediging, schuld belijden en bekering* zoals we die bij de Bijbelse profeten wel steeds vinden. We vinden dat laatste later wel weer en meer in zijn meditaties en preken (bijvoorbeeld in zijn meditatie over Psalm 58 in 1937)
* Dan wil God – ondanks wat er in de wereld gebeurd aan onrecht en alsmaar toenemende bewapening – omwille van Zijn gehoorzame volk misschien nog een (nieuwe wereld)oorlog afwenden!

(2) Matthias Claudius (1740-1815) was theoloog en jurist en werd later een gevierd schrijver en dichter. Gezang 391 is van hem. Het bovengenoemde gedicht is te vinden in: J. Henkys, Bonhoeffers Gefängnisgedichte. Beiträge zu ihrer Interpretation, München 1986, p. 15.

(a) Het jaar 1933 was een gevaarlijk jaar voor Bonhoeffer. Een paar dagen nadat Hitler aan de macht was gekomen, waarschuwde hij openlijk voor het ‘leiderschapsprincipe’ dat zo centraal stond in de nazi-doctrine. Kort hierop liet hij een document circuleren over ‘Het joodse probleem’ waarin hij de wijze waarop de Nazi’s in hun campagne tegen de joden gebruikmaakten van de denkbeelden van Maarten Luther, heftig kritiseerde. In hetzelfde jaar hielp hij mee een geloofsverklaring samen te stellen voor de Belijdende Kerk, waarin een scherpe aanval op de behandeling van de joden door de nazi’s te lezen stond. Later zou deze paragraaf niet geaccepteerd worden in de uiteindelijke versie van de Verklaring van Barmen. Bonhoeffer raakte daardoor teleurgesteld in de Belijdende Kerk.
Bonhoeffer was in Engeland toen de eerste synode van de Belijdende Kerk in het Duitse Barmen werd gehouden, aan het einde van mei 1934. Hij volgde deze synode nauwgezet en wist ook de bisschop van Chichester te interesseren voor het belang van deze synode voor het Britse volk, The House of Lords en The Times.
In augustus woonde hij in Denemarken een bijeenkomst van de Wereldbond bij. Hij was uitgenodigd te spreken. Als thema voor zijn lezing koos hij voor: ‘De Kerk en de wereld der volkeren.’ Hij sprak in het Engels en baseerde zijn boodschap op Psalm 85, met name vers 9.

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Een reactie plaatsen

Laten we niet moe worden goed te doen…

(…) 7 Ik zou immers niet weten wat begeerte was als de wet niet zei: ‘Zet uw zinnen niet op wat van een ander is.’ 8 Maar de zonde heeft van het gebod gebruikgemaakt om begeerten in mij op te wekken, want zonder de wet is de zonde krachteloos. (Uit Romeinen 7)

Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XLII)

Het werk van het tiende gebod

Gij zult niet begeren het huis van uw naaste;
gij zult niet begeren de vrouw van uw naaste,
noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd,
noch zijn rund, noch zijn ezel,
noch iets dat van uw naaste is.

Dit tiende gebod is volkomen duidelijk. Ze verbiedt de zondige lusten van het vlees en het begeren van tijdelijke goederen. Deze kwade verlangens doen (lijken op zich) onze naaste geen kwaad (te doen) (1), en ze blijven ze tot het graf bestaan. En de strijd in ons tegen deze verlangens gaat (daarom) door tot de dood.

Daarom wordt heel dit gebod door Paulus samengevoegd tot één in Romeinen 7 [: 7]. En alles wat valt onder dit gebod en ermee wordt bedoeld is een doel dat we niet bereiken, en we reiken er alleen in gedachten tot aan de dood naar uit. Want niemand is ooit zo heilig geweest dat hij nooit enige kwade neiging in zichzelf voelde, vooral wanneer gelegenheid en verleiding samen aanwezig waren.

Want de zonde is vanwege onze natuur ons aangeboren (2): we kunnen het (met Gods hulp leren) beheersen (3), maar het kan door ons niet volledig worden ontworteld, behalve door de dood . Het is om deze reden dat de dood zowel winstgevend als wenselijk is. “

“Moge God ons hierin helpen, Amen”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 276 (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, deel 44, p. 114

(1) We kunnen door aan ‘kwade verlangens’ tijd en aandacht te geven en/of zelfs door erdoor verteerd te worden onszelf en anderen kwaad doen, namelijk door onze tijd en energie niet te besteden aan het (vele) goede werk dat God ons te doen geeft. (a)
(2) 1 Korintiërs 15 : 35-49.
(3) (…) 6 En de HEERE zei tegen Kaïn: Waarom bent u in woede ontstoken en waarom heeft u uw hoofd laten zakken? 7 Is het niet zo dat u, als u het goede doet, uw hoofd kunt opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar ú moet over hem heersen. (Uit Genesis 4)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(a) “Laten wij niet moe worden goed te doen, want, wanneer het eenmaal tijd is, zullen wij oogsten, als wij niet verslappen.” (Galaten 6 : 9)

Citaat: Deze aansporing van Paulus herhaalt hij letterlijk in 2 Tessalonicenzen 3 : 13. Blijkbaar was de verleiding om te stoppen met het goede ook toen al bij hen aanwezig. Als je het goede gaat doen, voor Gods waarheid gaat opkomen, komt er gegarandeerd strijd in je leven. En de verleiding is om dan maar weer mee te gaan op het brede spoor, met de stroom mee. Een comfortabel christenleven, met helaas maar weinig uitwerking in deze wereld. (Bron citaat: Christian Verwoerd, Facebook)

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen

DWDD : onze authenticiteit en nieuwe collectiviteit…

(…) 24 En een zekere Jood, genaamd Apollos, geboortig uit Alexandrië, een geleerd man, doorkneed in de Schriften, kwam te Efeze. 25 Deze was ingelicht omtrent de weg des Heren en, vurig van geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had, ofschoon hij alleen wist van de doop van Johannes. 26 En deze begon vrijmoedig op te treden in de synagoge. En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg Gods nauwkeuriger uit. 27 En toen hij naar Achaje wilde oversteken, moedigden de broeders hem daartoe aan en schreven aan de discipelen, dat zij hem vriendelijk moesten ontvangen. Deze, daar aangekomen, was door (Gods) genade van veel nut voor hen, die geloofden. 28 Want onvermoeid bestreed hij de Joden in het openbaar en bewees uit de Schriften, dat Jezus de Christus is. (Uit Handelingen 18)

Dagelijks onderwezen door DWDD…

Citaat: “Hoe voelt het om individu te (moeten) zijn? Wat voor mens moet je zijn om in een geïndividualiseerde samenleving te overleven? Welk mens wordt je in een dergelijke samenleving? Wat voor menstype komt hier uit voort? Want hoe geïndividualiseerd we ook denken te zijn, de samenleving blijft ons altijd in hoge mate beïnvloeden. Net als vroeger samenlevingen met harde hand het gebod oplegden ‘conformeer je aan de groep’, wordt nu, met even harde hand opgelegd ‘je zult jezelf zijn, een individu’. Dat is de nieuwe collectiviteit.
Wat hebben al die ‘ikken’ van tegenwoordig voor gemeenschappelijke mentaliteit. Heel kort kunnen we die als volgt omschrijven: Ik ben zelf de maatstaf voor alle dingen. Als iets voor mij goed voelt, is het ook goed – of beter, dan kan het niet fout zijn. Als het erop aankomt, kan ik, mag ik, niet mezelf en mijn eigen gevoelens aan de kant zetten. Ik zou dan mijn authenticiteit verliezen – en dat is het hoogste, het meest dierbare dat ik heb.
Boven alles moet ik dus hoeder zijn van mijn diepere zelf, mijn authentieke ik. Dat moet ik dus ook zoeken – wie ben ik eigenlijk? Heb ik dat ‘zelf’ eenmaal gevonden, dan heb ik de plicht het te beschermen. Achter het individualisme ligt dus een hoog moreel ideaal, een ideaal dat ook breed gedeeld wordt.
Filosoof Charles  Taylor spreekt dan ook over onze eeuw als ‘the age of authenticity’. In praatprogramma’s wordt door iedereen instemmend geknikt als iemand onder tranen vertelt dat hij of zij in een moeilijke situatie ‘voor zichzelf gekozen’ heeft. Iemand die dit niet gedaan heeft, wantrouwen we in morele zin. Die deugt niet, of is nog niet eerlijk tegenover zichzelf, zit nog in de ontkenningsfase.”

Bron citaat:Individualisering: het plotselinge einde van een uniek experiment (1) door Govert Buijs in Soφie (uitgave van Stichting voor Christelijke Filosofie) 9e jaargang nr. 4 – augustus 2019.

(…) 1 Ik wil dat u weet hoe zwaar de strijd is die ik voor u en de gelovigen in Laodicea* voer, en voor alle anderen die mij nog nooit in levenden lijve hebben gezien. 2 Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus, 3 in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.
4 Dit alles schrijf ik opdat niemand u met fraaie redeneringen op een dwaalspoor brengt. 5 Want hoewel ik lijfelijk niet aanwezig ben, ben ik in de geest wel bij u, en ik zie met vreugde hoe hecht u met elkaar verbonden bent en hoe onwrikbaar uw geloof in Christus is.
6 Volg de weg van Christus Jezus, nu u hem als uw Heer aanvaard hebt. 7 Blijf in hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid. (Uit Kolossenzen 2)

* (…) 14 Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: “Dit zegt Amen, de trouwe en betrouwbare getuige, het begin van Gods schepping: 15 Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! 16 Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal ik u uitspuwen. 17 U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, blind en naakt. (Uit Openbaring 3)

Bron afbeelding:  BibleWordings.com

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Israëlzondag…

(…) 1 Zie, de hand des Heren is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen; 2 maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw ​zonden​ doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.
3 Want uw handen zijn met ​bloed​ bezoedeld en uw vingers met ongerechtigheid; uw lippen spreken leugen, uw tong prevelt ​onrecht.
4 Er
is niemand die een gegronde aanklacht indient, en niemand die naar waarheid richt; zij vertrouwen op ijdelheid, spreken valsheid, gaan zwanger van moeite en baren onheil.
(…) 8 De weg van de vrede kennen zij niet, en er is geen recht in hun sporen; zij gaan langs kronkelpaden; niemand die ze betreedt, kent ​vrede.
(Uit Jesaja 59)

Zij kúnnen de wapens niet opnemen tegen elkaar…

Citaat: Heeft God de menselijke natuur niet goed genoeg begrepen om te weten dat oorlogen nu eenmaal plaatsvinden in deze wereld, zoals de wetten der natuur? Bedoelde God soms dat wij over vrede zouden spreken, maar dat dit niet betekent dat er letterlijk daden aan verbonden zijn?

Heeft God soms echt gezegd dat we moeten werken voor de vrede, maar tegelijkertijd tanks en gifgas moeten fabriceren voor onze veiligheid? En dan misschien wel de ernstigste vraag: heeft God soms gezegd dat wij ons eigen volk niet mogen beschermen? Heeft God gezegd dat je een prooi voor de vijand moet zijn?

Nee, God heeft dat níet gezegd. Wat hij wél heeft gezegd is dat er vrede onder elkaar moet zijn, dat wij hem moeten gehoorzamen zonder vragen te stellen. Dat is wat hij bedoelt. Wie het gebod van God in twijfel trekt vóór het te hebben gehoorzaamd, heeft hem al ontkend.

Er zal vrede zijn vanwege de kerk van Christus, waardoor de wereld nog bestaat. En deze kerk van Christus leeft te allen tijde in alle volken, en overstijgt alle grenzen, zowel nationaal als politiek, sociaal of raciaal.

En de broeders van deze kerk zijn door het gebod van de Heer Christus, waarnaar zij horen, sterker verbonden met elkaar dan alle banden van de geschiedenis, het bloed, de klasse of de taal. Al deze bindingen, die een deel zijn van onze wereld, zijn geldige bindingen, beslist niet onbelangrijk. Maar in de tegenwoordigheid van Christus zijn ze ook niet definitief.

Voor de leden van de oecumenische kerk, voor zover ze vasthouden aan Christus, is zijn Woord, zijn gebod van vrede heiliger, onverbrekelijker dan de meest heilige woorden en werken van de natuurlijke wereld. Want zij weten dat wie niet haat zijn vader en moeder om zijnentwil, Hem niet waardig is, en liegt als hij zichzelf christen noemt.

Deze broeders in Christus gehoorzamen zijn Woord; zij betwijfelen het niet, maar houden zich aan zijn gebod van vrede. Zij schamen zich er niet voor zelfs te spreken van een eeuwige vrede, wat de wereld er ook van denkt.

Ze kunnen de wapens niet opnemen tegen Christus zelf – en toch doen ze dat als ze de wapens opnemen tegen elkaar! Zelfs in de angst en de benauwdheid van het geweten is er geen uitvlucht voor het gebod van Christus dat er vréde zal zijn.

Bron citaat: Morgentoespraak (dagopening) van Dietrich Bonhoeffer gehouden op op 28 augustus 1934 tijdens de Oecumenische Conferentie in Fanö (Denemarken) gepubliceerd in ‘Mijn ziel keert zich stil tot God – meditaties bij de Psalmen van Dietrich Bonhoeffer’

Zie verder ook:  Wacht u voor teleurstellingen en ongeduld…

Vervolg citaten uit Jesaja 59:

(…) 12 Want onze ​overtredingen​ zijn talrijk voor U en onze ​zonden​ getuigen tegen ons; van onze ​overtredingen​ zijn wij ons bewust en onze ongerechtigheden kennen wij: 13 overtreden, verloochenen van de Here, afvallen van onze God, spreken van onderdrukking en afwijking, zwanger gaan van leugentaal en die uit het binnenste voortbrengen. 14 Het recht wordt teruggedrongen en de ​gerechtigheid​ blijft verre staan, want de waarheid struikelt op het plein en oprechtheid vindt geen ingang. 15 Zo ontbreekt de waarheid en wie wijkt van het kwade, wordt het slachtoffer van uitbuiting.

(…) 20 Hij zal als Bevrijder naar ​Sion​ komen,
naar allen uit ​Jakobs​ nageslacht
die met de ​misdaad​ breken – ​spreekt de HEER.

21 Dit ​verbond​ sluit Ik met hen – zegt de HEER:
Mijn Geest, die op jou rust,
en de woorden die Ik je in de mond heb gelegd,
zullen uit jouw mond niet wijken,
noch uit de mond van je ​kinderen,
noch uit de mond van je kindskinderen,
van nu tot in eeuwigheid – zegt de HEER.

Bron afbeelding:  Student Devos

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Een reactie plaatsen

Als wij de goede Herder toch niet kenden en hebben…

Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.
(Johannes 10 : 11)

Als wij graag zouden geloven en wij versterkt en vertroost willen worden, dan is het echter wel nodig om de stem van onze Herder te leren kennen en alle andere stemmen te laten varen. Stemmen die ons laten dwalen en ons heen en weer jagen en drijven. Wij moeten alleen de Geloofsartikelen horen en bewaren. Die schilderen Christus in ons hart vriendelijk en troostrijk af, zo schoon als je Hem maar schilderen kan, zodat ons hart met een volkomen vertrouwen kan zeggen: ‘Mijn Heere Jezus Christus!

Heere Jezus, U bent immers de enige Herder en helaas ben ik het verloren schaap dat jammerlijk verdwaald is, daarom ben ik bevreesd en bang en zou zo graag een genadige God en vrede in mijn geweten hebben… Nu hoor ik hier in deze gelijkenis, dat het U zo bang is om mij, als dat het mij bang is om U. Ik ben angstig en bezorgd hoe ik tot U kom, zodat ik veilig ben. U bent – in deze gelijkenis – ook vol angst en zorg en U begeert niet anders dan dat U mij weer tot U brengt en ik U daarvoor loof en dank in eeuwigheid.’

Maarten Luther: Predigten des Jahres, 1532, vgl. WA 36, 292, 29-40

Lezen: Johannes 10 : 1-21, tekstvers voor meditatie: vers 11

Bron tekst: Maarten Luther, Uit de diepten roep ik tot U. Dagboek bij de Bijbel (uitg. Den Hertog, Houten) – (nu via checkluther.com)

Bron afbeelding: Den Burg, Nationaal Comité 4 en 5 mei

Het monument symboliseert ‘de onschuld van het lam in nood, het zoeken van bescherming bij de herder en het uiteindelijk vinden van bevrijding der verschrikking in de dood’. De oorlogsslachtoffers op Texel waren voor het grootste deel geen verzetsmensen, maar onschuldige mensen die aan het oorlogsgeweld ten offer vielen. Het monument is onthuld op 4 mei 1961 door mevrouw M. Jullens-Lenting en mevrouw A.W. Timmer-Witte (weduwen van in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Texelaars). De onthulling vond plaats onder het toeziend oog van vertegenwoordigers van vele organisaties en instellingen, een aantal weduwen en de toenmalige burgemeester De Koning.
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen

Zelfredzaamheid? Je Redder komt naar jou toe!

Zegt tot de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong van een jukdragende ezelin.‘ (Mattheüs 21 : 5)

Als het gaat over Gods Koninkrijk zijn er in deze wereld grote dwalingen! De grootste is wel: je uiterste best doen vroom te worden en daardoor zelf tot Gods Koninkrijk komen om zalig te worden! De een gaat naar Rome de ander naar St. Jakob, deze bouwt een kapel, die sticht weer een gewijde plaats.

Helaas, waar het om gaat kunnen zij niet begrijpen! Dat is: dat zijzelf hun hart aan God geven en zelf Gods Koninkrijk moeten worden. Zij doen wel heel veel uitwendige dingen en kunnen mooi doen alsof, maar ze blijven in hun hart toch vol verkeerde streken, drift, haat, hoogmoed, ongeduld, onkuisheid en ga zo maar door.

Het was tot hen dat Jezus – toen Hem gevraagd werd wanneer Gods Rijk zou komen – zegt: Het Koninkrijk van God komt niet met uiterlijk gelaat en is niet gelegen in uitwendige dingen. Alsof Hij zegt: ‘Als je wilt weten waar Gods Koninkrijk is, dan hoef je het niet ver te zoeken.

Het Koninkrijk is dichtbij, het is niet alleen dichtbij, maar…, als tucht, nederigheid, waarheid, eerbaarheid, oprechtheid, en alle deugden – want dat is het echte Koninkrijk van God – in je hart zijn, dan ben je in het Koninkrijk van God en het Koninkrijk is binnen in je.

Niemand hoeft dat Koninkrijk over zee en land te zoeken, want het moet in je hart komen.’ Daarom bidden wij niet: ‘Lieve Vader, laat ons komen tot Uw Rijk’ – want dan moesten wij er zelf heen lopen – maar: Uw Rijk kome tot ons!

Maarten Luther: Auslegung des Vaterunsers für die einfältigen Laien, 1519, vgl. WA 2, 98, 4-28

Lezen: Jesaja 62, tekstvers voor meditatie: vers 11

Bron tekst: Maarten Luther, Uit de diepten roep ik tot U. Dagboek bij de Bijbel (uitg. Den Hertog, Houten)

Bron afbeelding: Daily-Bible-Verse.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen

Het was de Geest van de Heer…

(…) 3 Nog nooit is zoiets gehoord,
niet eerder zoiets vernomen.
Geen oog zag ooit een god buiten U,
Die opkomt voor wie op Hem wacht.

4 U komt ieder tegemoet
die van harte ​rechtvaardig​ handelt,
die Uw weg gaat, met U voor ogen.
Maar nu bent U in toorn ontstoken,
omdat wij gezondigd hebben.
Hadden we maar de oude weg gevolgd,
dan zouden we worden gered.

5 Wij allen zijn ​onrein​ geworden,
onze ​gerechtigheid​ is als het kleed
van een menstruerende vrouw.
Wij allen zijn als verwelkte bladeren,
verwaaid op de wind van ons wangedrag.

6 Er is niemand die Uw naam aanroept,
die zich ertoe zet Uw hand te grijpen.
U hebt uw gelaat voor ons verborgen,
U hebt ons moedeloos gemaakt
en ons overgeleverd aan ons eigen wangedrag…

(Uit Jesaja 64)

~~~

Ik dring er bij u op aan eensgezind te zijn… (Uit Filippenzen 4 de verzen 1-3)

Gedoe onder elkaar. Wat kost dat een energie! Onder Gods volk, in de kerk zou je wat anders verwachten, maar we blijven mensen. Eensgezind zijn, het lukte ook al niet in de eerste christelijke gemeenten. Maar met de juiste mensen erbij (die hun ‘Bijbelse roeping en taak’ en de begrensdheid daarvan hebben leren verstaan – AJ) worden vaak problemen voorkomen.

Was die (zo iemand) maar hier (beschikbaar, in ons midden) geweest!’ Daarom roept de apostel ons op om ‘in de Heer‘ te blijven. Als er plek is voor Christus te midden van de meningsverschillen (en allerlei soorten van verschil tussen mensen – AJ) dan bewaar je de eenheid. Want Hij is erbij.

De twee (in Filippenzen 4 : 1-3) genoemde vrouwen (!), Eudochia en Syntyche, hadden allebei hun sporen verdiend naast (!) Paulus. Maar hier verprutsten ze het zomaar. Ze staan er in één zin gekleurd op. Hoe staan wij bekend? Of hoe wil jij bekend staan?

Bron meditatie:  Dag in Dag uit 2019 – 27 september – Leger des Heils | Ark Media

~~~

(…) 7 Ik zal de ​liefde​ van de HEER gedenken
en Zijn roemrijke daden bezingen:
alles wat de HEER voor ons heeft gedaan,
de ​goedheid​ die hij het volk van Israël bewees
in zijn ontferming en onbegrensde ​liefde.

8 Hij zei: ‘Natuurlijk, het is mijn volk!
Mijn ​kinderen​ zijn te vertrouwen.’
Daarom wilde Hij hun redder zijn.

9 In al hun nood was ook Hijzelf in nood:
zij werden gered door de ​Engel​ van Zijn tegenwoordigheid.
In zijn ​liefde​ en mededogen heeft hij Hen zelf verlost,
Hij tilde hen op en heeft hen gedragen, alle jaren door.

10 Maar zij zijn in opstand gekomen
en hebben zijn ​heilige​ Geest​ gekrenkt.
Daarom werd hij hun tot vijand
en bond Hij de strijd met hen aan…

(…) 14 …Het was de ​Geest van de HEER​ die hun rust gaf.
Ja, U hebt Zelf uw volk geleid
om U een luisterrijke naam te verwerven…

(Uit Jesaja 63)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Een reactie plaatsen