Psalmen zingen? Met alle geweld?

De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht.‘ (Uit Genesis 6 vers 5)

Geciteerd: Kan je uitleggen waarom de Psalmen zo belangrijk zijn. Er wordt veel gezongen uit volle borst over vernietigen van vijanden. God groot maken is goed, maar niet met het oud-testamentische doel de vijand te vernietigen. De wraak is niet aan ons. Heb uw vijand lief. Zing dat es. Of verzin een NIEUW lied voor de Heer. Zing en hef je handen op.

God geeft eenzamen een thuis
en gevangenen vrijheid en voorspoed.
Maar opstandigen zullen wonen op dorre grond.
… U liet een milde regen neerdalen, God,
en schonk Uw uitgeput land nieuwe kracht.
Uw kleine kudde ging er wonen,
in Uw goedheid, God, gaf U het aan de zwakken.
…Vaar uit tegen het gedierte in het riet,
die troep stieren, die kalveren van volken.
Vertrap wie zilver begeren,
verstrooi de volken die belust zijn op strijd.
Laten de gezanten uit Egypte zich aandienen,
de Nubiërs met geschenken zich haasten naar God.
Koninkrijken der aarde, zing voor God, zing een lied voor de Heer, sela
voor Hem die rijdt door de hoogste, eeuwige hemel.
Hoor, Zijn stem is een machtige stem.

(Uit Psalm 68 de verzen 7, 10-11, 31-34)

Opgemerkt: Lees en overdenk heel Psalm 68 nog weer eens goed. Het is een sleutel tot het verstaan van het geweld in het OT. Aan wie geeft God het land aan wie denkt Hij? De Bijbel is geen vroom boek over God voor godsdienstige mensen, maar voor mensen die willen luisteren naar wat God te zeggen heeft over wie wij zijn, en waarom we Hem vrezen moeten als we niet luisteren willen, maar onze eigen gang gaan. Het boek Genesis begint dat al direct duidelijk te maken.
Goed luisteren naar de Psalmen – en daarbij helpt het ze altijd weer ook te zingen! – en naar heel het Oude Testament brengt ons Godskennis en mensenkennis bij, die wij niet – geen dag! – ontberen kunnen!
NB. Wij durven Russische tanks nu toch ook te vernietigen met bemanning en al, en we zijn blij met al de verliezen die de Russen lijden aan materieel én mensen… (al moet dat laatste ons altijd tot verdriet stemmen, en we leren uit OT en NT hoe deze wereld met haar bewoners (mens en dier en ook de plantenwereld) God aan het hart gaan.

Leestips: Psalm 68 en Psalm 18.

Geprezen zij de HEER, dag aan dag,
deze God draagt ons en redt ons, sela
onze God is een reddende God.
Bij God, de HEER, is bevrijding uit de dood.

(Uit Psalm 68 de verzen 20-21)

Bron citaat: Laurens de Vries in een opmerking bij mijn FB-bericht: ‘Het verlangen van een pake’…

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘Over het kwaad van vandaag heenglijden’…

Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.’ (Uit Matteüs 6 de verzen 28-34 vers 34)

Geciteerd (bewerkt): In dit nieuwe jaar dan zou een ieder er weer bovenop komen. Het geleden leed zou vergeten zijn. Lofliederen zouden uit de verdroogde kelen opstijgen. En nu reeds, nog te midden van tegenspoed, werd men staande gehouden, door de hoop dat het welhaast daartoe komen moest; een hoop waarvan men wel niet leven kon, maar die toch de levensmoed ophield…

Maar wie kan er het oog voor sluiten, dat ook het jaar 1895 (alsook 2022) ons het eerste uitbotten van die hoop niet gebracht heeft. Gevorderd is men op geen enkel punt. Niet één knoop in het grote maatschappelijk vraagstuk is ontward. Het bleef heel Europa door, en tot zelfs over zee, gespannen staan. En de moeilijkheid om een eerlijk stuk brood te verdienen, werd al groter; de concurrentie met haar onheilige hartstocht, al straffer; we hebben voor een dozijn en meer jaren een tijdperk van welstand gekend, maar die welstand is weg.

En nu kunt ge daar wel tegenin roepen: “Wees toch niet bezorgd, lieve broeder, Die zorgt is de Heere”; maar uit het Evangelie blijkt dan toch, dat Christus zelf ons menselijk hart in zijn angst en in zijn nood heel anders aangrijpt. Want zeker, ook de Heere riep: “Wees niet bezorgd”, maar bij dat zeggen deed Hij ook die heel andere snaar in ons hart trillen: “Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”.

Uw leven is (dus) niet een keten van draaglijke dagen, nu en dan door een dag van tegenspoed afgebroken; heel uw leven is tegenspoedig, op elke dag is er een drinkbeker te drinken…
Dat ge met het kwaad van morgen en van overmorgen nu reeds bezig zijt, toont dat ge over het kwaad van vandaag heenglijdt, dat niet doorziet, dat niet peilt in zijn diepte. En daarom: Vervul thans uw hoofd en hart niet met het kwaad, dat bij morgen hoort. Dat komt eerst aan de orde als het morgen zijn zal.

En nu roept Jezus u op eenmaal naar uw hart terug, en klaagt u aan over uw ongevoeligheid. Dat ge ’s avonds bij het naar bed gaan zeggen kunt: “Goddank, vandaag is alles wel gelopen. Geen kwaad is er geweest, onderwijl toch, bij heiliger licht bezien, niets goed liep, noch in uw eigen hart, noch in uw gezin, noch in uw omgang, en niet alleen uw innerlijk leven, maar uw betrekking tot anderen, en uw levenstoestand zo heel anders was en bleef, dan dit zijn moest in het Paradijs, terwijl gij toch als Gods kind al wat minder dan het Paradijs is, een kwaad moest weten te noemen. Maar daar zijt ge over heen. Ge zit in den kerker en zijt er door afgestompt. Ge draagt boeien en het ergert u niet meer als het ruwe ijzer in uw vlees snijdt.

En zeg nu niet, dat dit woord van Jezus u nog ongelukkiger maakt. Dat schijnt wel zoo, maar het is zo niet. Dan verwijt men u: Met mijn zorgen voor de toekomst heb ik het al zoo zielsbenauwd; en nu wilt ge me nog het hart bezwaren met allerlei kwaad in het heden, waaraan ik gelukkig gewend was geraakt, en dat me deswege niet meer beklemde…

Lees heel deze meditatie uit 1895: ‘Nieuwejaar

Bron citaten: digibron-nl* – ‘Nieuwejaar’ (1895) – De Heraut (29-12-1895) – Pagina’s 1-2
* Artikel aangeboden door de Vrije Universiteit van Amsterdam

Bron afbeelding: BibliaToDo

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Voor wie kwam en stierf Jezus (eigenlijk)?

Alleen voor Zijn beste vertegenwoordigers hier op aarde?

Zing voor de HEER, prijs Zijn naam, verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.
(Psalm 96 vers 2)

Geciteerd: De profeet Jesaja heeft het al voorspeld: Jezus, de Messias, de dienaar van de HEER, zal er voor zorgen dat het recht overwint. Niet door alle schijnwerpers op zichzelf te richten of op de toenmalige kerkleiders of door hen juist met veel bravoure de loef af te steken, maar door op een rustige manier onderwijs te geven (1), mensen die het moeilijk hebben (het geknakte riet, met een gebroken geest) of die kampen met geloofstwijfel (de kwijnende vlam) te helpen, en uiteindelijk te sterven aan het kruis. Ook voor ons. Danken wij Hem daar dagelijks voor?

Grote mensenmassa’s volgden Hem en Hij genas hen allen. Hij verbood hun uitdrukkelijk bekend te maken wie Hij was. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: Hij is de dienaar Die Ik Mij gekozen heb, Die Ik liefheb en in Wie Ik vreugde vind. Ik zal Hem vervullen met Mijn Geest, aan alle volken zal Hij het recht verkondigen. Hij zal geen woordenstrijd aangaan en op straat Zijn stem niet verheffen. (1) Het geknakte riet breekt Hij niet af, noch dooft Hij de walmende vlaspit, totdat het recht dankzij Hem overwint. Op Zijn Naam zullen alle volken hun hoop vestigen.‘ (Uit Matteüs 12 uit de verzen 15-21)

Opgemerkt: Matteüs merkt op dat Jezus voorging in hun (!) synagoge(n) (zie o.a. Matteüs 12 vers 9). Anders dan de tempel beschouwden de kerkleiders de synagoge(n) als hún terrein.* En ze wilden Jezus daar niet meer hebben o.a. omdat Hij de door hen vastgestelde tradities en regels overtrad. Ze wilden Hem ‘opruimen’ zo staat er. En daarom moest Jezus ‘uitwijken naar elders’.

* En is dat binnen de kerken en gemeenten in onze tijd anders? De ‘kerkleiders’ gedragen zich daar als regel als de beste vertegenwoordigers van God, die het daar voor het zeggen hebben en niet als (alleen maar) dienaars van het Woord, die zich liever laten verbannen, dan dat ze anderen ‘de synagoge’ uitzetten.

(1) Vandaar, in navolging van Zijn optreden, die heel gewone zondagse samenkomsten van de gemeente waar het Evangelie verkondigd en de sacramenten bediend (uitgedeeld) mogen worden! Dus zonder allerlei kerkelijk vertoon op straat of brieven aan de overheden of ‘Nashville-verklaringen’.

Leestip: Psalm 96 en Matteüs 12.

N.a.v. dagopeningen vandaag (zaterdag 7 mei 2022) en ook het besluit dat de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) op 22 april op hun generale synode namen, namelijk dat ook in samenwerkingsgemeenten vrouwen geen diaken, ouderling of dominee kunnen/mogen zijn.’

Bron citaat: Dag in Dag uit 2022 – Meditatie zaterdag 7 mei – Leger des Heils | Ark Media
Eerste Bijbeltekst (uit Psalm 96): Tijd met Jezus – Meditatie zaterdag 7 mei – ds. Jos Douma

Bron afbeelding: Prayerdemic Prayers – Penny Cook

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Er is maar één fundament ons gegeven…

Breng dus met vreugde dank aan de Vader. Hij stelt u/jullie in staat om te delen in de erfenis die alle heiligen wacht in het licht. Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van Zijn geliefde Zoon, Die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.’ (Uit Kolossenzen 1 de verzen 12-14)

Geciteerd: Als je al iets gaat verzinnen wat niet in de bijbel staat, zoals kinderdoop, tja dan moet je er nog meer bij verzinnen, zoals belijdenis. Terwijl de echte doop juist een belijdenis is. Net als de toren van Pisa. Als het fundament krom is, wordt het bouwsel gaandeweg steeds schever. Zoals je nu ook al niet aan het avondmaal mag zonder belijdenis. Erg jammer. Vooral voor de mensen die onder dat juk leven. Bekeer je en laat je dopen!

Opgemerkt: Er is voor christenen maar één fundament en dat is Christus. In Hem zijn al Gods beloften ‘ja en amen’ voor jong en oud (zie 2 Korintiërs 1 de verzen 19-22 en (1)).
Op dát fundament is ook de Doop (het dopen) van onze kinderen gevestigd. Niet hun (of jouw of mijn) geloof is het fundament, zelfs ook niet het geloof van de ouders, maar dat wat in het heilig Evangelie ons wordt toegezegd – en dat Evangelie is aan de Gemeente/gemeenten van Jezus Christus toevertrouwd en wordt daar verkondigd (zie 1 Timoteüs 3 de verzen 15-16) – en die toezeggingen worden aan ons bij/door de Doop bevestigd en bij het vieren van het Avondmaal beleden en ontvangen. Ook onze kinderen ontvangen de heilige Geest, Die, overal waar twee of drie vergaderd zijn in Jezus Naam – en dat is dus ook het geval in christelijke gezinnen – en overal waar mensen in Zijn Naam bijeenkomen om te luisteren naar Gods Woord en om te bidden, ons nabij is en helpt.

(1) ‘Het is God Die u/jullie en ons Christus als fundament geeft, Die ons allen heeft gezalfd*, heeft gewaarmerkt als Zijn eigendom en ons als voorschot de Geest gegeven heeft.‘ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 21-22)
* Zie 1 Johannes 2 de verzen 13-14 en 26-27.

Hij is het hoofd van het lichaam de Kerk. Oorsprong is Hij, eerstgeborene van de doden, om in alles de Eerste te zijn: in Hem heeft de volheid willen wonen en door Hem en voor Hem alles met Zich te willen verzoenen, alles op aarde en in de hemel, door vrede te brengen met Zijn bloed aan het kruis.‘ (Uit Kolossenzen 1 de verzen 18-20)

Bron citaat: Opmerking van Laurens de Vries bij mijn FB-bericht ‘Vragen van Voetius…

Bron afbeelding: Biblia-com

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Vragen van Voetius…*

* Die brengen een cruciaal (!) verschil aan het licht…

De rechtvaardige zal door zijn geloof leven
(Uit Habakuk 2 vers 4b)

Geciteerd 1: Het feit dat de vragen van Voetius, waarin het avondmaal niet ter sprake komt, soms ook gebruikt worden bij het belijdenis doen wordt door dr. Verboom niet genoemd. Maar uit wat hij schrijft, kan ik alleen maar concluderen dat daar bij hem helemaal geen plaats voor is.
Eigenlijk vind ik het jammer dat de belijdenisvragen zoals die zijn vastgesteld door de generale synode 1959 van de Christelijke Gereformeerde Kerken – vragen die oorspronkelijk een voorstel waren van wijlen prof. L. H. van der Meiden – niet genoemd worden. Daar luidt de vraag met betrekking tot het avondmaal: „Of gij ook begeert ’s Heeren dood te verkondigen tot versterking van uw geloof.” Daar wordt enerzijds aangegeven dat er een verband is tussen belijdenis en avondmaal en anderzijds dat er ruimte kan zitten tussen die twee: iemand is nog niet aan het avondmaal toe, om welke reden dan ook; maar er is wel een begeerte om de dood des Heeren te verkondigen.

Opgemerkt 1: De schrijver wil degene die zijn geloof belijdt toch nog ruimte geven om te zien op zichzelf en niet op Christus alleen*, maar die ruimte geeft Gods Woord de (aarzelende) belijders niet. Gelukkig niet!

Geciteerd 2: Zij achten zich „een licht voor degenen die in duisternis zijn”: zo wordt ons duidelijk de houding geschilderd van de Judaïst in zijn verhouding tot de heidenen; de Jood steunt op zijn Jood-zijn, op zijn kennis van de wet, dat is op zijn subjectief geloofsleven: ook hij eert dus het schepsel boven den Schepper. En nu wijst Paulus het zwakke punt aan in dit geloof: als iemand op zijn eigen geloofsleven vertrouwt, dan steunt hij op een wankel fundament; dan bouwt hij zelfs op een ondeugdelijk fundament. Wánt het leven zelfs van de gelovige Jood is niet zo, dat hij er op steunen kan – en de gelovige Jood zal zich dan ook vroeg of laat van die zonde bekeren. Indien het geloofsleven als leidend element in heel het leven volmaakt was, dan zou hij er op kunnen steunen, bij wijze van spreken. Natuurlijk zou hij het juist dan niet doen, want de volmaaktheid van het geloof komt juist daarin uit, dat het niet op zich zelf vertrouwt.

Opgemerkt 2: Aangaan aan het Avondmaal is belijden ‘ik vind niets bij mijzelf, dan geloof’!

Geciteerd slot: Wanneer we ons geloof belijden dan zeggen we: Ik geloof niets minder, hoewel ik een zondaar ben. Want mijn geloof moet verheven zijn boven alles wat is en niet is boven zonde en deugd en boven alles. Opdat ik mij puur en zuiver alleen aan God houd, zoals het eerste gebod mij duidelijk leert.

* Nog opgemerkt: “Of gij ook begeert ’s Heeren dood te verkondigen tot versterking van uw geloof.” Stel je voor dat je een anorexia-lijder zegt graag in leven te blijven en ook wil erkennen/verklaren dat hij of zij dan wel moet eten (gezonde maaltijden gebruiken) om in leven te blijven en dat hij/zij daarna de ruimte vraagt om toch niet te eten en gebruik te maken van gezonde maaltijden. Dan ga je zo iemand toch niet de ruimte geven om tegen z’n eigen verklaring(en) in te gaan. Nee, dan ga je die – om levenswil! – helpen om die te houden!

Bron citaat: RD Cultuur & boeken – ‘Van doopvont naar avondmaal’ – Ds. J. Westerink
Bron citaat 2: “Evangelie contra evangelie – Joden en Grieken in het Nieuwe Testament” van prof. dr. K.J. Popma (1903-1986) – Zie blog: Paulus strijd tegen de “Judaïstische interpretatie” van het OT… (II)
Bron citaat slot: Woorden van Maarten Luther (uit een Luthercitaat van http://www.maartenluther-com – Betbüchlein, 1522, vgl. WA 10.2, 389, 24 – 391, 6)

Bron afbeelding: RZayKLiu – WordPress-com

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Blijven (s)preken over verzoening…

‘Ik ken mijn wandaden, ik ben mij steeds van mijn zonden bewust, tegen U, tegen U alleen heb ik gezondigd*, ik heb gedaan wat slecht is in Uw ogen. (…) maar U wilt dat waarheid mij vervult, U leert mij wijsheid diep in het hart. (…) ‘De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God.‘ (David in Psalm 51 daaruit de verzen 5-6, 8 en 19)

Wie onder de verkondiging van Gods Woord komt – ook (al) bij de Doop – krijg te horen dat er geen zelfrechtvaardiging mogelijk is en dat vergeving een genadige weldaad is, die God ons bewezen heeft in en door Zijn Zoon Jezus Christus (zie o.a Romeinen 3 de verzen 19-31).

Geciteerd: De verzoening met God is onlosmakelijk verbonden aan de verzoening met onze naaste(n). We zullen dan in het aangezicht van de ander God ontdekken. In dit artikel beschrijf ik (dr. M.J. Kater) een praktisch voorbeeld van hoe dit thema uitgewerkt kan worden in de verkondiging.

Ongehoord

Het is wel een heel bijzondere uitdrukking die de aandacht trekt in de geschiedenis van Jakobs terugkeer naar het land van de belofte. Jakob zegt namelijk iets ongehoords tegen Ezau: ‘Ik heb uw aangezicht gezien als het aangezicht van God.‘ (Genesis 33 vers 10). Dat is een uitdrukking waarbij je jezelf afvraagt: Lees ik het wel goed? Juist dat verrassende mag doorklinken in de prediking.

Hoe preken we over de verzoening in het licht van deze ontmoeting van deze twee broers. Samenvatting: door met andere ogen te leren kijken naar de ander. Of iets minder suggestief en dichter bij de tekst: Het aangezicht van de ander zien als het aangezicht van God. Daarbij zijn er twee hoofdlijnen vanuit deze geschiedenis uit te werken: 1. wanneer ik jou aankijk, klaag je me aan. 2. wanneer jij mij aanziet voel ik me bevrijd. Enkele aandachtspunten voor het reflecteren en mediteren.

Rode draad

Het is zaak om vanuit de tekst te beginnen. Als Jakob immers speekt over ‘als het aangezicht van God’, dan roept dat de vraag op hoe Jakob dan weet wat het aangezicht van God is. Zo komen we via Pniël bij de ontmoeting tussen de broers. Het centrale woord in de tekst is het woord ‘aangezicht‘. Dat woord vormt een rode draad in deze geschiedenis. Het verdient de aanbeveling om de Schriftlezing te beginnen bij Genesis 32 vers 20 en dan door te lezen tot Genesis 33 vers 11. Voorafgaand aan de Schriftlezing is het aan te raden om even de voorafgaande geschiedenis met enkele woorden te typeren: het abnormaal grote geschenk dat Jakob in drie porties vooruitstuurt om Ezau gunstig te stemmen.

Ik heb uw aangezicht gezien alsof ik het aangezicht van God zag.
(Genesis 33 vers 10)

De belijdenis in de tekst is een wonder. Wat is de situatie waarin God Jakob tegenkomt en hem als Jakob in de houdgreep neemt bij de Jabbok? Dát is de situatie waarin de verkondiging mag klinken: daar waar een mens bezig is het aangezicht van de ander te bedekken (verzoenen!). Zo staat het er letterlijk (32 vers 20).
De bedoeling van dit bedekken van het aangezicht van Ezau? Dat Ezau het ‘aangezicht van Jakob’ zal aannemen. Dat is de Hebreeuwse uitdrukking voor: hem wil vergeven.

Ontlopen

Dat brengt ons bij het ontmaskerende van de Pniëlgeschiedenis, waarin Jakob het aangezicht van God ontmoet. Jakob is bezig het aangezicht van Ezau te ontlopen. Hij wil Ezau niet in de ogen kijken. Die ogen klagen hem aan en hij probeert deze aanklacht het zwijgen op te leggen door een vracht cadeaus. Iemand monddood maken door geschenken en als die ander je dan toch niet wil vergeven, dan ligt de schuld… bij de ander.

Worsteling

Ontmaskering in de ontmoeting met God maakt de weg vrij naar de ander. God was hem verrassend genadig in Pniël en zo ervaart hij in Ezau’s handelen, niet in het minst door de omhelzing van zijn broer, iets van Gods aanwezigheid (aangezicht). Het mooie is dat de Hebreeuwse stam voor ‘worsteling’ (met God) en ‘omhelzing’ (door Ezau) dezelfde is. Zo komen twee aangezichten bij elkaar. Vijf werkwoorden typeren Ezau’s handelen (33 vers 4). ‘Als het aangezicht van God‘: we herkennen er de vader in de gelijkenis van de verloren zoon in, wanneer deze zijn zoon ziet. Als Ezau hem zo genadig aanziet is Jakob bevrijd van een loden last.

Geef aandacht aan de context van de hoorders. Is er iemand onder u die u liever ontloopt, die u liever niet (meer) onder ogen komt? Voeg daaraan toe dat het niet gaat om iemand die ons bedreigt, maar om iemand die wij beschadigd hebben. Die vraag kan terugkeren aan het eind van de preek, maar dan gepaard gaan met de verkondiging: ‘om naar hem of haar toe te gaan met het besef dat verzoening geen recht meer is, kwam God u nu tegemoet’? De klem? De onmogelijkheid dat het liefhebben van God samengaat met het haten (ontlopen en mijden) van een broeder (1 Johannes 4 vers 20).
NB. Zie haten als iemand die plaats niet gunnen en geven die hij of zij volgens Gods Woord in huwelijk, gezin, familie, gemeente en/of op werk en in samenleving behoort te hebben of weer te krijgen. En daarmee zijn we dan tegelijk ook haters van God.

Bron citaat: De Waarheidsvriend – ‘De verzoening verkondigen blijft noodzakelijk (2) – Gods aangezicht in de ander’ – door dr. M.J. Kater

* Graag geef ik hier nog ter overdenking waarom David hier zegt ‘tegen U alleen heb ik gezondigd‘ en daarin niet ook andere mensen betrekt bij wie hij ‘in de schuld stond’. Romeinen 3 de verzen 19-31 kunnen ons m.i. daarbij helpen.

Persoonlijke notitie: onderstaande schreef ik op 1 januari 2018 (nog voordat in februari 2018 de echtscheiding officieel zou worden ingeschreven bij de gemeente Rijswijk (ZH)):

In dit nieuwe jaar wil ik je graag begroeten met deze nieuwjaarsbede/-wens al zou ik het natuurlijk liever in persoonlijke ontmoeting met jou en de kinderen en kleinkinderen hebben gedaan. Zoals je hebt kunnen opmerken heb ik de afgelopen tijd en ook nu nog weer gestreden voor het behoud van ons huwelijk, op mijn manier…
Maar, zeker ook zoals jij eerder gestreden hebt voor ons huwelijk, namelijk door te luisteren naar Gods Woord, door gebed en door mij en de kinderen op te wekken om (weer) samen naar Gods huis te gaan…
Zondagmiddag heb ik de Oudjaarsdienst bijgewoond in de Oude Kerk hier in Barneveld en daar preekte ds. P. Molenaar over Jakob te Pniël: Wij ontvangen een andere identiteit een andere naam: Jakob wordt Israël.
Genesis 32 vers 28: ‘Toen zei Hij: Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël, want u hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen.’
Zoals je weet hangt dat schilderij van Jakob te Pniël nog steeds in ons nieuwe huis…
Jakob’s strijd wordt gevoerd in het nachtelijk duister, maar wanneer in het ochtendschemer de opgaande zon zich aankondigt, zegt Jakob: ‘
Ik laat u niet gaan tenzij dat Gij mij zegent.
Laten we de goede strijd om Gods zegen over ons persoonlijk leven en over dat van ons samenleven in huwelijk en dat van ons gezin van onze kinderen en kleinkinderen en familie en broeders en zusters niet opgeven!
Ook dit jaar niet! Laten we elkaar toch zegenen door het behoud van ons huwelijk! (maar zie het PS).

PS. Deze geloofsbelijdenis uit het nieuwjaar-Luthercitaat van vandaag wens ik ons/jullie allen toe!
(…) Ik geloof niets minder in God, als ik ook door alle mensen verlaten en vervolgd zou worden.
– Ik geloof niets minder, als ik ook arm, onwetend, ongeleerd, veracht zou zijn en ik ook aan alles gebrek zou hebben.
– Ik geloof niets minder, hoewel ik een zondaar ben. Want mijn geloof moet verheven zijn boven alles wat is en niet is – boven zonde en deugd en boven alles. Opdat ik mij puur en zuiver alleen aan God houd, zoals het eerste gebod mij duidelijk leert.
– Ik begeer van Hem ook geen teken om Hem te verzoeken.
– Ik vertrouw onveranderlijk op Hem, hoelang Hij ook uitstelt. En ik schrijf Hem geen doel, tijd, maat of manier [van verhoring] voor, maar geef alles over aan Zijn Goddelijke wil met een vrijwillig en oprecht geloof. (…)

Bij de afbeelding: Uitspraak van Ad de Boer tijdens laatste gemeentevergadering: ‘Verzoening is core-business van de kerk.’

Bron afbeelding: Ad de Boer on Twitter

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘Ouders tijdens lockdown jeugdleider en catecheet’?

Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God in Zijn goedheid ons heeft geschonken.’ (Uit 1 Korintiërs 2 vers 12)

Geciteerd 1: Wat Erika van Nes betreft, kan geloofsopvoeding niet vroeg genoeg beginnen. ‘Zie de geloofsopvoeding niet lós van het dagelijkse, als een extra onderdeel van je toch al drukke leven met een jong gezin, maar juist verweven met het dagelijks leven: God eren, ontdekken en ontmoeten in het leven van alledag. Er is een heel aantal redenen te noemen, waarom jong starten met de geloofsopvoeding zo waardevol is.
Geloofsopvoeding lijkt soms zo onbeduidend, zo klein, maar het is misschien wel net als een mosterdzaadje: klein en kwetsbaar, maar met een onvoorstelbare kiemkracht!

Opgemerkt: 1 Niet geloofsopvoeding is (misschien) ‘als een mosterdzaadje’, maar het koninkrijk van God is dat en dat zelfs vast en zeker! En dat zullen we zoeken, persoonlijk, maar ook als gezin, en dat dus naar Jezus opdracht: Zoekt eerst het koninkrijk van God… En wanneer we dat doen dan zijn daar machtige beloften aan verbonden. Of beter: dan zullen we zien dat de daarbij behorende beloften vervuld worden. Dat ‘zien’ vraagt natuurlijk wel om de ogen van het geloof! Zo zullen we ook altijd naar onze kinderen kijken: met geloofsogen. Daar hoort geen misschien bij, maar: amen.

Geciteerd 2: Gemeenten kunnen allereerst een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van de geloofsopvoeding door ouders. Tijdens de lockdowns waren zij opeens ook jeugdleider en catecheet. Velen voelden zich daar onvoldoende toe in staat, omdat zij voor de godsdienstige vorming sterk leunen op de kerk (en school). Op hun beurt besteden kerken vaak minimaal aandacht aan het toerusten van ouders voor deze taak. Bezinning, onderling contact en ondersteuning helpen ouders om hier concreet vorm en inhoud aan te geven.

Opgemerkt 2: In de gemeente kunnen ouders en jongeren niet beter opgebouwd worden in het geloof, dan door een goede Woordverkondiging! En in een gezin mogen ouders en jongeren dagelijks tijd nemen voor het (eenvoudig en ook samen, aan tafel bijvoorbeeld) luisteren naar Gods Woord en om te bidden om kracht en wijsheid van de heilige Geest voor het (samen)leven en (samen)werken op een betreffende dag. Voor mij is het onvoorstelbaar dat ouders daarbij zouden optreden als ‘jeugdleider en/of catecheet’! Ook in een tijd van lockdown wordt dat niet van hen gevraagd!

Bron citaat 1: geloofinhet gezin-nl – ‘Kleine gewoonten in een gezinsleven met God’ – door Erika van Nes
Bron citaat 2: RD Opinie – ‘Kerk na corona vraagt om sterke relaties met jongeren’ – door Niek Bakker

Kom kinderen*, luister naar mij,
ik leer je ontzag voor de HEER.
Hebben jullie het leven lief,
wil je goede jaren genieten
?

Behoed dan je tong voor het kwaad,
je lippen voor woorden van bedrog.
Mijd het kwade, doe wat goed is,
streef naar vrede, jaag die na
.’

(Uit Psalm 34 de verzen 12-15)

* Jong en oud worden hier door de heilige Geest opgeroepen om te luisteren.

Bron afbeelding: Missio Dei Fellowship

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘De dwaasheid van onze verkondiging’…

Want zoals God in Zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld Hem niet door haar wijsheid gekend, en heeft Hij besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging.‘ (Uit 1 Korintiërs 1 vers 21)

Geciteerd: ‘Komt er een robot-dominee die beter preekt dan een mens ooit kan? Nog even en robots kunnen door hun bijna oneindige toegang tot de kennis en de wijsheid van eeuwen, doeltreffendere antwoorden geven dan mensen ooit kunnen.’

Opgemerkt 1: Dan krijgen we dus een robot-voorganger (die in serie gemaakt kan worden) die al onze predikanten en theologen met een hoogwaardige academische opleiding vervangt. En dan kan en mag die robot natuurlijk direct ook overal als prediker worden ingezet, want elke gemeente verdient natuurlijk niet minder dan de hoogst gekwalificeerde predikant/voorganger op kansel of podium. (1) Het predikantentekort is daarmee dan straks ook in één klap opgelost en ook de discussie over vrouwen op de kansels/podia is er mee afgelopen. Tel uit je winst!

De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God. Er staat namelijk geschreven: ‘Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen, het verstand van de verstandigen zal ik tenietdoen. Waar is de wijze, waar is de Schriftgeleerde, waar de redenaar van deze wereld? Heeft God de wijsheid van de wereld niet in dwaasheid veranderd? Want zoals God in Zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld Hem niet door haar wijsheid gekend, en heeft Hij besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging. De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas. Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid, want het dwaze van God is wijzer dan de mensen, en het zwakke van God is sterker dan de mensen.‘ (Uit 1 Korintiërs 1 de verzen 18-25)

Opgemerkt 2: De centrale boodschap van het Evangelie is zo eenvoudig dat een kind het kan begrijpen en ook ongeschoolde heidenen konden die vatten (zie 1 Korintiërs 1 de verzen 26-31). En God wil het doorgaande onderwijs van zijn Woord zegenen en dat niet met behulp van de meest knappe Schriftgeleerden en allerlei door hen opgestelde geschriften, want dan zou de eer voor Gods werk zoals Hij dat wil werken door Zijn Woord en Geest toch nog weer naar mensen gaan. Van zowel Timoteüs en Titus lezen we dat ze zich niet konden laten voorstaan op hun grote belezenheid en geleerdheid. Het onderwijzen van Gods Woord en het leiden van een gemeente hadden ze geleerd in de praktijk van de apostelen en hun medewerkers en Paulus roept de gemeenten op hen daarvoor de erkenning te geven die daar ‘Bijbels gezien’ bij past en hij roept Timoteüs en Titus op om zich niet te laten wegzetten door mensen die vinden dat ze niet genoeg ‘in hun mars’ hebben (zie 1 Timoteüs 4 de verzen 11-16 en Titus 2 vers 15)

(1) ‘De toekomst van de universiteit én de kerk als geheel is gebaat bij een draagkrachtige en toekomstbestendige theologie. Bovendien vragen maatschappelijke vraagstukken om theologische doordenking en beantwoording van existentiële vragen en problemen. Daarvoor zijn predikanten en theologen nodig met een hoogwaardige academische opleiding.’ Door zich op een nieuwe plek te vestigen wil de PthU hieraan een extra impuls geven.
(Bron citaat (1): De Waarheidsvriend – ‘PthU besluit tot het voornemen Utrecht als nieuwe vestigingsplaats te kiezen’ – Kerknieuws)

Bron citaat: ND – ‘Een robot-dominee die beter preekt dan een mens ooit kan. Dat is de toekomst. Maar willen we dat?’ – door ds. Dick Schinkelshoek

Bron afbeelding: Cartoon | Lectrr

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Mountainbikende millennials…

Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God in Zijn goedheid ons heeft geschonken.‘ (Uit 1 Korintiërs 2 vers 12)

Geciteerd 1: Wat heeft de kerk millennials nog te bieden? Deze vraag stond donderdagavond centraal tijdens een symposium van de Evangelische Omroep. (…) Millennials zoeken een positieve verbinding met de wereld om zich heen, stelde Abrahamse. In hun kerkelijke omgeving lopen ze dan vast. „Als ze met vragen komen en hun twijfels uiten, is daar geen plek voor. Millennials willen een authentiek geloof, waar je recht gedaan wordt als mens.”

Geciteerd 2: Wat kan een dorpskerk doen waar millennials gaan mountainbiken op zondagochtend?

Opgemerkt 1: Het gesprek ging/gaat over millennials die nog opgegroeid zijn in gezinnen waar het de gewoonte was om ’s zondags naar de kerk te gaan. En blijkbaar vragen die van anderen een authentiek geloof, maar wat er van hun eigen geloof gevraagd wordt, dat hebben ze (blijkbaar) niet leren begrijpen?

Opgemerkt 2: Zo’n beetje het eerste wat zichzelf als ‘kerkleiders’ opwerpende lieden in de gemeente van Korinthe deden was de authenticiteit van het geloof en werk van de apostel Paulus ter discussie stellen… (zie 2 Korintiërs 10 de verzen 12-17 en die woorden waren helaas niet alleen nodig in die gemeente!)

Opgemerkt 3: Gods Woord en de heilige Geest die bezitten Authenticiteit! En dan horen/leren/weten we dat we dus niet hoeven af te gaan op wat voor ogen/oren is waar het mensenwerk betreft! Paulus heeft dat zeer benadrukt en hij schreef toch niet voor niets deze woorden: Maar hoe u of een menselijke instelling over mij oordeelt interesseert me niet, en hoe ik over mezelf oordeel telt evenmin. Ik ben me weliswaar van geen kwaad bewust, maar dat betekent niet dat mij niets ten laste kan worden gelegd (1). Het is de Heer Die over mij oordeelt. Houd dus op te oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat Hij het is Die aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat mensen heimelijk beweegt. En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem of haar toekomt.’ (Uit Korintiërs 4 de verzen 3-5)

(1) Paulus meent oprecht dat hij steeds uit/met goede motieven heeft gehandeld bij zijn optredens in de gemeenten, maar dat betekent nog niet dat mensen hem – al of niet terecht – geen verwijt zouden kunnen of mogen maken en/of zijn optreden ter discussie stellen. Wanneer dat laatste gebeurd, dan is/blijkt Paulus zeker bereid om daarover gesprek te voeren. En we zien hem dat in zijn brieven ook doen. Maar uiteindelijk komt het er dan toch op neer dat ieder zichzelf moet toetsen, en daarom sluit Paulus zijn tweede brief af met deze woorden: ‘Onderzoekt bij uzelf of u vast op God vertrouwt, stel uzelf op de proef. U weet toch van uzelf dat Jezus Christus in u is? Als dat niet zo is, hebt u de proef niet doorstaan. Hopelijk begrijpt u dat dit wel voor ons geldt. Wij bidden God dat u het kwade nalaat, niet om te bewijzen dat wij geslaagd (betrouwbaar) zijn, maar omdat u het goede moet doen, ook al zouden wij mislukt (verwerpelijk) zijn.‘ (Uit 2 Korintiërs 13 de verzen 5-7)

Bron afbeelding: NPO Radio 5

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘What would Jesus do?’

‘Ondanks de mishandelingen en beledigingen die wij, zoals u bekend is, in Filippi te verduren hadden, vonden we in vertrouwen op onze God de moed u bekend te maken met het Evangelie. Onze oproep berust niet op een dwaling, op oneerlijkheid of bedrog. Wij spreken alleen omdat God ons daartoe waardig heeft gekeurd en ons het Evangelie heeft toevertrouwd – niet om mensen te behagen, maar God, Die de mensen doorgrondt.
U weet dat we u nooit naar de mond hebben gesproken en dat onze woorden nooit een dekmantel voor onze hebzucht waren. God is onze Getuige. We hebben ook niet geprobeerd de gunst van mensen af te dwingen, niet bij u en niet bij anderen. Hoewel we ons als apostelen van Jezus Christus hadden kunnen laten gelden, zijn we u tegemoet getreden met de tederheid van een voedster die haar kinderen koestert.‘ (Uit 1 Tessalonicenzen 2 de verzen 2-7)

Geciteerd: Zou Jezus korte metten maken met het spektakel dat The Passion heet? Volgens Reina Wiskerke kun je dat niet uitsluiten. En dat levert haar een dilemma op.

Opgemerkt: Bij het spektakel rond De Passion ons de vraag voorleggen ‘What would Jesus do?’ daar komen we geen stap verder mee. Wat we weten uit Gods Woord, dat is dat geen van de apostelen ook maar iets in die richting de gemeenten hebben voorgesteld en ook onze Heer Jezus Christus geeft in Zijn brieven aan de zeven gemeenten geen enkel advies om iets op touw te gaan zetten waarmee in de Romeinse steden aandacht gevraagd kan worden voor Zijn kruisweg en kruisiging in Jeruzalem.
Waar de gemeenten wel toe aangespoord worden dat is om ‘vervuld te worden van de heilige Geest’. Dus leden van de gemeente van Jezus Christus, die de heilige Geest als zeker ‘onderpand’ (1) ontvangen hebben, moeten zich ook nog laten vervullen – vol worden! – van de heilige Geest. En dat is beslist nog wat anders dan het hebben van een verlangen naar meer van de heilige Geest! (2)
De enige weg om vervuld te worden van de heilige Geest is de weg die de apostelen de gemeenten hebben gewezen en voorgeleefd! En dat is de weg van de trouwe ‘kerkgang’, van het je wekelijks stellen onder de bediening van het Woord en van de Sacramenten. Alleen via die weg geven wij de heilige Geest de gelegenheid om steeds meer vervuld te worden van Hem. Beetje bij beetje moet hij heel ons hart en leven veroveren. Allerlei schotten en dammen en sluiswanden en andere obstakels, die dat vervuld worden van Hem in de weg staan, daar moeten we door Hem aan ontdekt worden en we zullen Zijn werk daarin niet tegenstaan door onverschilligheid, door liefde tot de wereld, maar we zullen ons met vreugde begeven naar Gods huis en ons ook dagelijks geven aan Woord en gebed om Hem dat werk in ons te laten doen.
Dat klinkt helemaal niet groots en dat is het ook niet en dat hoort het ook helemaal niet te zijn. Wij moeten juist kleiner en zwakker worden om Gods kracht door te laten werken in onze levens. En daar kunnen we zeker geen spektakel van of over maken!

(1) Zie o.a. 2 Korintiërs 1 vers 21.
(2) Dat ‘verlangen naar meer van de Geest’ daar kunnen we zelf nog weer goede sier mee maken en bewegingen voor oprichten en conferenties mee vullen. Maar als er Iemand is die niet nalatig is in Zijn werk, dan is het de heilige Geest. We lezen over gemeenten waarvan de leden in de tijd van hun ‘eerste liefde’ de Geest veel ruimte gaven in hun leven (zie o.a. wat daarover geschreven staat in Hebreeën 10 de verzen 32-39) , maar dan kunnen er allerlei moeiten en tegenslagen of verleidingen komen die maken dat we toch weer allerlei obstakels gaan opwerpen en dat de heilige Geest niet meer die ruimte krijgt als voorheen. In Hebreeën 12 en 13 en ook in de brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring (m.n. Openbaring 2 de verzen 4-5, 3 de verzen 1-5 en 1-21 ) kunnen we lezen en leren hoe de gemeenten dan aangespoord worden om vol te houden en dat gebeurd met diep ernstige woorden!

Herinner allen eraan dat ze overheid en gezag moeten erkennen en gehoorzaam moeten zijn, bereid om altijd het goede te doen, dat ze van niemand mogen kwaadspreken, vredelievend en vriendelijk moeten zijn en zich tegenover iedereen zachtmoedig moeten gedragen. Ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, op de verkeerde weg, slaaf van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar. Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze Redder, openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige Geest, die Hij door Jezus Christus onze Redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. Zo zijn wij door zijn genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven.
Deze boodschap is betrouwbaar. Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt, opdat zij die op God vertrouwen zich er op toe leggen om het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij.
‘ (Uit Titus 3 de verzen 1-8)

Bron citaat: ND – ‘Zou Jezus korte metten maken met het spektakel dat The Passion heet?’ – door Rina Wiskerke

Bron afbeelding: JeffRandleman-com

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen