Het leven een (toneel)spel? (1)

Ons geloven en werken, ons theologiseren en filosoferen is ook “doorbreken van en breken met het (toneel)spel van de wereld”!

1. (…) Wees op uw hoede voor het zuurdeeg van de Farizeeën, dat is de huichelarij (1).
(…)
49 Ik ben gekomen om vuur te werpen op de aarde en wat wil Ik nog meer, nu het al ontstoken is!
50 Maar Ik moet met een doop gedoopt worden, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is.
51 Denkt u dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde? Nee, zeg Ik u, maar eerder verdeeldheid.
52 Want van nu aan zullen er vijf in één huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie.
53 Zij zullen tegen elkaar verdeeld zijn: vader tegen zoon, en zoon tegen vader, moeder tegen dochter, en dochter tegen moeder, schoonmoeder tegen haar schoondochter, en schoondochter tegen haar schoonmoeder.
(…)
56 Huichelaars (2), de aanblik van de aarde en van de hemel weet u te duiden. Hoe kan het dan dat u deze tijd niet weet te duiden?
(Uit Lukas 12)
(1) toneelspel en (2) toneelspelers!

In het spel vergeet men de werkelijkheid, want men dringt er de waarheid ten onder. Is het spel een wereldbeschouwing, een speltheorie, dan kan het zijn, dat men al spelende de theorie maakt. Soms wordt de theorie ontworpen door een geleerde op zijn stille studeerkamer, en de tijd komt dat de mensen het gaan spelen. Dan is de geleerde een profeet, en is hij een vals profeet, dan is hij een van degenen, door wie de ergernissen komen.

Wie de zin van het spel zal verstaan, moet het breken. Een mens kan dat niet. Maar wie gelooft, dat Jezus is de Christus, die heeft de wereld overwonnen: die heeft het spel gebroken. En het wordt funest, wanneer men het christelijk geloof wil verbinden met een spel; dan krijgt men de synthese tussen de zuurdesem van het Koninkrijk van God en dat van de Farizeeën of Sadduceeën — er zijn vele combinaties geprobeerd. De Roomse kerk heeft de zuurdesem van het Koninkrijk der hemelen willen verbinden met die van Aristoteles. Vele reformatoren zijn er gebrekkig in geslaagd, de Roomse zuurdesem uit te zuiveren. En wel zeer jammerlijk is de synthese, waarin geleerd wordt dat het Evangelie van het Koninkrijk niet een zuurdesem is: dan geeft men den strijd reeds bij voorbaat op.

Reformatorisch werk wordt daardoor gekenmerkt, dat het poogt de vreemde zuurdesem uit te zuiveren. Daarom komt het op den duur steeds met een leer, een wereldbeschouwing. De spelers begrijpen gewoonlijk zeer goed, dat deze naar consequentie staande Christus-gelovigen hoogst gevaarlijk zijn voor het spel. Men tracht hen dan ook met alle denkbare middelen te weren. Een van die middelen is, star te ontkennen, dat een christelijke levens- en wereldbeschouwing mogelijk is.

Wie het spel meespeelt, kan een geoefend speler worden. Hij kan wijs en verstandig worden in het spel. Zijn menselijke ontwikkeling ontvouwt zich in dat spelen. Hij kan een ernstig werker zijn. Zijn arbeid en de resultaten zijn niet onzinnig. Integendeel, hij vergadert schatten; maar God geeft hem de macht niet om daarvan te eten. Wie het spel leerde breken, verstaat het. Hij is een onbedrevene in het spel geworden, maar hij verstaat het, hij kan scherp zien omdat hij de balk en de splinter uit eigen oog heeft weggedaan. Dit schijnt onbereikbaar, maar wat onmogelijk is bij de mensen, is mogelijk bij God. Want de Christus-gelovige concurreert niet met de spelers; hij is van het spel verlost. Hij zoekt echter geen heil in mijding: ook dat is een spel. Hij mijdt het spel niet, integendeel, hij neemt er met intense belangstelling kennis van. Want een belangrijk deel van de historie wordt door dat spel ingenomen, en wil de Christen zijn tijd en zijn vijanden verstaan, dan moet hij het spel grondig bestuderen.

Bron: “Eerst de Jood maar ook de Griek” van prof. dr. K.J. Popma

Zie ook:
– Jezus waarschuwingen tegen toneelspel…
– Het leven een (toneel)spel? (2)