Het leven van de mens één lange aanvechting… (III)

‘Ik sprak in mijn moedeloosheid: Ik ben van voor Uw ogen verstoten,
tóch hoorde en hoort U naar de stem van mijn smeken, toen ik tot u riep.’
(Uit Psalm 31 vers 23)

Geciteerd: Ja, ik hoor het goed! Maar wat valt er dan te zeggen over deze tekst van Paulus: dat wij vrede hebben bij God door onze Heer Jezus Christus. Antwoord: Het is waar, we hebben vrede door het geloof in Christus; deze vrede is echter onzichtbaar en gaat alle verstand te boven (Filippenzen 4 : 7). – Die van Christus ontvangen vrede valt ook niet door mensen aannemelijk en overdraagbaar te maken! (AJ) – Maar wat het vlees en het gevoel aangaat, leeft een aangevochtene [=gelovige!] in grote ellende en treurigheid – of hij/zij moet een bekwaam toneelspeler geworden zijn, en die zijn er helaas heel wat, zoals onze Heer hen ons al aanwees juist onder de Schriftgeleerden en Farizeeën (AJ) – , zoals ook David klaagt: ‘Ik heb geen vrede in mijn gebeente‘ (Psalm 38 : 4). Zo voelde Christus aan het kruis ook geen vrede.
Bovendien, wanneer de christenen, die nu door het geloof rechtvaardig zijn geworden, geen aanvechtingen zouden voelen, wat zou dan het nut zijn van zoveel rijke troost in de beloften van het Evangelie en in de prediking van de genade? Bijvoorbeeld als Christus zegt: ‘Aan de armen wordt het Evangelie verkondigd.’ (Lukas 7 : 22).
Omdat nu de ware christenen in dit leven steeds weer treurigheid en droefheid voelen, daarom leert ons de samenvatting van de Tien Geboden ook dat we niet alleen God, maar ook onze naasten moeten liefhebben. Dat wil zeggen dat we onze broeders en zusters in hun droefheid en aanvechtingen moet oprichten en troosten – in plaats van hen te verachten en te verbannen (door echtscheiding bijvoorbeeld) uit onze omgeving en van de Avondmaalstafel (AJ). Andersom: degenen die in zulke aanvechtingen zitten, zullen zich ook láten troosten – en daar niet van/voor weglopen (AJ), én Gods genade in Christus meer geloven dan hun eigen gedachten – ook al menen ze dat die ongenade en verwerping, die ze wél voelen, door Gods Woord geleerd worden (AJ) – en daarbij dan ook nog de ingevingen van de boze – die ook Gods Woord weet te gebruiken voor zijn plannen (AJ) – met zijn vurige pijlen – die daarmee uit is op de mentale/geestelijke en fysieke ondergang van de aangevochtene (AJ). Laat zo’n aangevochtene dus trouw en volhardend alle van God gegeven middelen blijven gebruiken, zodat de boze wel wegvluchten moet, want tegen die middelen is hij niet bestand.
[Maarten Luther: Tischreden aus Veit Dietrichs und Nicolaus Medlers Sammlung, WATR 1, Nr. 865]

Leestips: Psalm 38 en 39.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 7 juni – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr. – Den Hertog Uitgeverij (2022)

‘Mijn liefste vrienden ontlopen mijn leed,
wie mij na staan, houden zich ver van mij.
Mijn belagers lokken mij in de val,
wie mijn ongeluk willen, spreken dreigende taal,
dag in dag uit verspreiden ze leugens.’
(Uit Psalm 38 : 12-13, een dringend gebed van een aangevochten en belaagd mens, bij monde van koning David).

Bron afbeelding: Bible Hub

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Gedreven door het grote Doel’?

Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit woorden, maar uit kracht.’
(Uit 1 Korintiërs 4 uit de verzen 6-21 : 20)

Geciteerd 1: Dáárom zal iemand predikant of kerkenraadslid willen worden. Gedreven door een innerlijk verlangen om mensen tot Christus te brengen, hen aan te sporen om in te gaan (Lukas 14:23). Om in woorden en daden bij te dragen aan de komst van Gods Koninkrijk. Want er is geen betere boodschap in een wereld vol onrust en verwarring. Dat drijft predikanten en kerkenraden. Toch?
In de kerk draait alles om dit grote Doel. Het klinkt door in prediking, keuzes en gedrag. Want wie gelooft in deze boodschap laat zich erdoor corrigeren en sturen. Dat geldt voor ieder kerklid en ieder kerkenraadslid. Niemand staat boven wat de Bijbel ons voorhoudt. Ook niet degene met de meeste verantwoordelijkheid. En daar wringt het vaak.

Geciteerd 2: Leiderschapsmodellen, zoals dr. Both die inbrengt, kunnen hierin behulpzaam zijn. Ze verdiepen communicatie en begrip. Het zijn waardevolle middelen voor betere samenwerking. Maar daarmee is het diepere probleem niet opgelost. Want een kerk is geen organisatie die draait om visie of resultaat. Een kerkenraad draagt geestelijk leiderschap. En dat vraagt meer dan modellen of structuren kunnen bieden. Wat dan wel?

Opgemerkt 1: In een gedoopte gemeente is niet het doel mensen tot Christus te brengen, dat is al gebeurd en daarin was de Heilige Geest ons mensen reeds lang voor! Dat de gemeente wordt aangespoord om in te gaan dat doet een predikant door uitgaande van een of meer Bijbelgedeelten Gods Woord te bedienen (verkondigen) in/aan de gemeente, het is ook hier weer de Heilige Geest die het zich laten aansporen bewerkt. De dominee hoeft aan het eind heus niet nog eens een hele eigen toepassing aan de Woordverkondiging toevoegen om de mensen alsnog met en door zijn woorden en toepassingen aan te sporen. Dus in de gemeente draait niet alles om het ‘grote Doel’ (zoals door de schrijfster aangeduid) maar om Christus Zelf, namelijk dat geloofd wordt dat in en door het Woord en ook door de Woordbediening van de predikant het Christus Zelf is die tot ons spreekt en Zelf ook tot ons komt in en door de bediening van Doop en Avondmaal. Dus er gebeurt in de samenkomsten veel meer door God Zelf, namelijk door wat de Heilige Geest daar wil doen, dan door wat wij mensen allemaal menen te moeten doen. Wanneer we dat zien, dan kan de ‘hogere weg’, die Paulus ons wijst, door ieder bewandeld worden, niet aan de hand van een of meer kerkleiders, maar aan de hand van Christus Zelf, zoals Hij dat wil doen door Zijn Geest.

Opgemerkt 2: ‘Kerkleiders’ hebben niet dezelfde taak als de apostelen hadden, zelfs voor evangelisten ligt het ook anders – zie 2 Korintiërs 6 : 1-13 en ook en 1 Korintiërs 3 : 10-15.

Bron citaten: RD Opinie – ‘In consistorie is meer nodig dan leiderschapsmodellen of gezamenlijke Bijbelstudies’ – door Netty Baan (1)

(1) De auteur begeleidt scholen en organisaties bij verandering van binnenuit, in Nederland en daarbuiten. Ze is oprichter van Yayasan Kristen Wamena op Papoea (Indonesië) en eigenaar van NewMasters en werkt aan het boek Junglelessen voor leiders.

Maar voor jullie, (gedoopte) broeders en zusters, geliefden van de Heer (!!!), moeten wij God altijd danken. Hij heeft jullie als eersten uitgekozen om te worden gered door de Geest (!!!) Die heilig maakt en door het geloof (dat Hij bewerkt heeft!) in de waarheid.
Hij heeft jullie daartoe geroepen door de verkondiging van het Evangelie dat wij jullie verkondigd hebben – en in feite nog altijd doen! – en waardoor jullie zullen delen in de luister van onze Heer Jezus Christus. Wees (daarom) standvastig, broeders en zusters, en blijf bij de traditie waarin jullie door ons – apostelen en hun directe medewerkers – (inmiddels) onderwezen zijn, in woord en geschrift. Moge onze Heer Jezus Christus en God, onze Vader, Die ons Zijn liefde heeft getoond en ons door Zijn genade blijvende (!!!) steun en goede hoop gegeven heeft, jullie aanmoedigen en sterken in al het goede wat jullie doen en zeggen – in het samenleven met broeders en zusters van de gemeente en ook met mensen ‘daarbuiten’. (Uit 2 Tessalonicenzen 2 vers 13-17).

Bron afbeelding: Zie afbeelding.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het leven van de mens één lange aanvechting… (II)

‘Ik sprak in mijn moedeloosheid: Ik ben van voor Uw ogen verstoten,
tóch hoorde en hoort U naar de stem van mijn smeken, toen/als ik tot u riep/roep.’
(Uit Psalm 31 vers 23)

Geciteerd: Iemand vroeg aan Maarten Luther: ‘Op welke gronden moet je iemand vertroosten die twijfelt, of hij ook één van de uitverkorenen zou zijn die zalig worden?’ Immers hij of zij voelt niet de vrede die de godzalige christenen hebben, zoals Paulus zegt: ‘Nu wij dan rechtvaardig zijn geworden door het geloof, hebben wij vrede bij God door onze Heer Jezus Christus.’ (1)
Antwoord: Zo iemand moet je in de eerste plaats zeggen en vermanen dat het leven van een christen midden aanvechtingen, treurigheid, droefenis, ellende, jammer, ongeluk en dood staat. Daarom moet je degenen die door satan met zulke zware gedachten verontrust en gepijnigd worden, met deze woorden uit de brief aan de Hebreeën troosten: ‘Mijn zoon (of dochter), acht niet klein de kastijding (tuchtiging) van de HEER, en wanhoop niet als je door Hem bestraft wordt; want wie de Heere lief heeft die kastijdt Hij; Hij tuchtigt iedere zoon (of dochter) die Hij aanneemt‘ (Zie Hebreeën 12 : 5-6). (2)
Omdat nu deze mensen, die hier in de tekst door de satan zo geplaagd en gemarteld worden, (gedoopte) kinderen van God zijn, volgt daaruit onweerlegbaar, dat God voor hen, als voor Zijn lieve kinderen, zal zorgen en hen niet zal verachten en verwerpen. Daarom moeten zij ook midden in de aanvechtingen, tegenslagen en ongelukken, vrolijk, gewis en zeker zijn dat God hen liefheeft. (3)

(1) Bij deze tekst zullen dus niet in de eerste plaats denken aan een gevoel dat in ons (over)heerst, maar aan het geloof dat Christus onze vrede is, zoals Paulus zegt: ‘Als jullie nu met Christus uit de dood zijn opgewekt (zie Dooponderwijs in Romeinen 6 : 5-11!), streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt je dus op wat boven is, niet op wat op aarde is. Jullie zijn immers gestorven (zie Romeinen 6 : 3-4), en je leven ligt met Christus verborgen in God. En wanneer Christus, uw/jouw leven verschijnt, zullen we ook samen met Hem, in luister verschijnen.’ (Uit Kolossenzen 3 : 1-4 en lees hierbij de voorafgaande verzen 2 : 16-23).
(2) Lees wat Paulus uit eigen ervaring hierover schrijft in 2 Korintiërs 12 : 7-10 en 11 : 23-38, 1 : 8-11 en 1 Korintiërs 4 : 9-13 en 2 Timoteüs 2 : 16-18.
(3) Juist daarom is de Doop en het dooponderwijs de Gemeente(n) van Jezus Christus geschonken. Want als de Prediker ons dit al kan voorhouden “Welaan dan, eet uw brood met vreugde en drink uw wijn met een vrolijk hart, want als gij dit doet, dan heeft God dit reeds lang zo gewild.” (Prediker 9 : 7), hoeveel temeer zullen wij dan erkennen en beseffen dat God ons geboren en/of opgenomen (‘ingelijfd’!) worden in Christus’ gemeente door de Doop reeds lang zo gewild heeft. Hij heeft ervoor gezorgd dat u/jij gedoopt zou worden. Lees hierbij wat Paulus de gedoopte gemeente schrijft in 2 Korintiërs 5 : 14 t/m 6 : 13.

> Leestips: Zie bovengenoemde en onderstaande verwijzingen naar Bijbelgedeelten.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 5 juni – Den Hertog Uitgeverij (2022)

‘Getrouwen van de Heer, heb Hém lief.
De HEER behoedt de standvastigen,
voorgoed rekent Hij af met de hoogmoedigen*.
Allen die uw hoop vestigt op de HEER
wees sterk en houd moed.’
(Uit Psalm 31 de verzen 24-25)

* Zie hierbij ook Psalm 4 : 3-4!

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het leven van de mens één lange aanvechting…

Moet de mens niet altijd strijd hebben op aarde, en zijn zijn dagen niet als die van een dagloner?‘ (Uit Job 7 vers 1)

Geciteerd: Hoewel zielenlijden in het binnenste verborgen is, draagt het zijn vrucht duidelijk naar buiten. Dat zijn vrees en twijfel uit een bevreesd en angstig geweten, waardoor het geloof – dat er wel is -wordt aangevochten. Namelijk dat de mens niet weet of eraan twijfelt , of hij wel een genadig God heeft. Deze vrees is zwaarder en bitterder, naarmate het geloof – in Gods genade – zwakker is en/of meer aangevochten wordt (1). Dit geestelijk lijden weegt oneindig zwaarder dan elke zwakheid van het lichaam, waarvan het gewicht vergeleken bij de geestelijke nood zo licht is als een veer. De ware nood die we hebben, is immers niet een lichamelijke, maar een geestelijke nood.
Verder horen bij ons geestelijk verdriet ook alle trieste (levens)ervaringen die beschreven staan in het boek Prediker, als de prediker zo dikwijls spreekt over de ijdelheid en kwelling van de geest (o.a. 1 : 14). Want hoeveel plannen hebben we al tevergeefs gemaakt? Hoeveel verlangens bleven onvervuld? O, hoeveel horen en zien we en overkomt ons tegen onze wil? Hoeveel dingen die we wél graag wilden, liepen op een teleurstelling uit. Hier op aarde is niets volmaakt. Hoeveel hoger iemands verwachtingen zijn, des te groter is ook zijn beproeving. Zodat de Psalmdichter terecht zegt: ‘In de zee van deze wereld leven grote en kleine dieren zonder getal’ (Psalm 104 : 25) (2). Dat betekent in deze wereld zijn ontelbare soorten van aanvechtingen en beproevingen. Ook Job noemt in hoofdstuk 7 (vers 1) het leven van de mens één lange aanvechting. (3)
[Maarten Luther: Tesseradecas consolatoria pro laborantibus et oneratis* (1520, WA 6, 104 ff]

* Tesseradecas consolatoria pro laborantibus et oneratis is een Latijnse titel van een troostschrift geschreven door Maarten Luther in 1519.
> Zie hierbij ook dit proefschrift (ook als boek verkrijgbaar!) ‘Troost bij Luther en Bach – Theologie-Kerklied-Cantate‘ van Lydia Vroegindeweij.

(1) “Ein schwacher Glaube ist auch ein Glaube” – Martin Luther; En zien we niet dat juist Gods liefste kinderen (w.o. Job, Jakob en David) het zwaar te verduren krijgen?! En zie ook Jezus woorden (o.a.) in Lukas 9 : 23-25.
(2) Zie ook de woorden van de Psalmdichters in veel andere Psalmen en wat Paulus schrijft in 2 Korintiërs 11 : 23-29 en 30-33.
(3) Die aanvechtingen van Gods kinderen – waarin ook de boze een rol speelt/krijgt (zie o.a. Job en David) – kunnen zo zwaar zijn dat zelfs iemand als Job z’n geboortedag kon vervloeken en dat z’n vrouw, bij het aanzien van al dat leed dat hem en haar overkwam, Job aanraadde om dan maar de hand aan zichzelf te slaan (Zie Job 2 : 9) en dan moet God zo iemand ervoor bewaren om dat niet te (gaan/kunnen) doen. Zie hierbij ook Jakobs woorden tot de Farao in Genesis 47 : 9.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 5 juni – Den Hertog Uitgeverij (2022)

‘Want als ik zeg: “In mijn bed vind ik troost,
mijn slaap zal mijn verdriet verzachten”,
dan schrikt U mij met dromen op,
en beelden die ik zie, jagen mij angst aan.
Liever zou ik gewurgd worden en sterven
dan in dit lichaam blijven.’
(Uit Job 7 de verzen 1-21 : 13-15)

Bron afbeelding: Scripture Media (Powered by Saviorconnect-com)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Ieder heeft iets van goud’?

Of er op dit Fundament (dat er al ligt) nu verder gebouwd wordt met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is.‘ (Uit 1 Korintiërs uit de verzen 9-15 : 12-13)

Geciteerd: Dat dominee Jaco de Heer van de Gereformeerde Gemeenten niet positief zou zijn over de Pinksterconferentie kon je raden. Daarvoor staan die twee geloofsbelevingen te ver bij elkaar vandaan. Maar wat betekent het heftige verwijt van ‘remonstrantisme’?

Opgemerkt (MM): Mijn ervaring met gelovigen van “zwaar” tot “licht” is: ieder heeft iets wat goud is en waarvan we kunnen leren. En ieder heeft een dwaling/ verkeerde opvatting over iets. Wie bepaalt wat goed en niet goed is? Ik niet. We zijn nl niet volmaakt op aarde. Daarom vind ik het lastig als er zulk soort opmerkingen geplaatst worden, omdat men weet dat er een discussie van zal komen. Wie meent te staan…

Opgemerkt (AJ): We hebben het Woord van God dat goud is (zie 1 Korintiërs 3 : 12-16), van onszelf brengen wij geen goud mee, en dienaars van het Woord hebben niet op conferenties het ‘hoge woord’ te voeren, maar in de samenkomsten van een gemeente (1) waarin zij een aanstelling ontvingen om daar Gods Woord te verkondigen – en wanneer zij dat profetisch doen – dan krijgen ze het moeilijk genoeg. Paulus schreef dat het hem leek dat de apostelen de laagste plaats in deze wereld aangewezen kregen (1 Korintiërs 4 : 6-14) en in de gemeente van Korinthe waren er voorgangers die meenden dat ze Paulus en zijn verkondiging al langen breed waren gepasseerd. Wat moest de gemeente van zo’n zwakkeling en ellendeling verder nog verwachten, nee, dan moest je hen hebben, zij waanden zich inmiddels koningen (1 Korintiërs 4 : 8 ) en gedroegen zich er ook naar (zie 2 Korintiërs 11 : 5-21).

(1) Een gedoopte gemeente die naar 1 Korintiërs 3 : 9b-23 een bouwwerk van God genoemd kan worden en waarvan geldt dat de doopleden afzonderlijk maar ook tezamen (als ingelijfde leden van het lichaam van Christus, dus jong en oud) een tempel van God zijn/vormen waar de Geest van God in hun midden woont. Alle reden dus om God te danken, zoals Paulus dat ook doet – en onze voorgangers daarin een voorbeeld geeft – in 1 Korintiërs 1 4-9. Die oproep tot eenheid die daarin klinkt, die kan terecht aan een gedoopte gemeente voorgehouden worden, maar op zo’n opwekkingsconferentie zijn het slechts loze opdrachten.

Leestips: De genoemde Bijbelgedeelten.

Bron citaat: ND Geloof – ‘Reformatorische dominee verwijt Opwekking een ‘remonstrantse boodschap’. Maar wat betekent dat verwijt nog?’ – door Dick Schinkelshoek.

Weten jullie niet dat jullie een tempel van God zijn en dat de Geest in jullie midden woont? Indien iemand de tempel van God vernietigt, zal God hem of haar vernietigen – en die tempel zijn jullie zelf.’ (Uit 1 Korintiërs 3 uit de verzen 16-23 : 16-17).

Bron afbeelding: Bible-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat te doen als je met innerlijke ontferming bewogen bent?

En Jezus riep Zijn discipelen bij Zich en zei: Ik ben innerlijk met ontferming bewogen over de menigte, omdat zij al drie dagen bij Mij gebleven zijn, en zij hebben niets wat zij kunnen eten; Ik wil hen niet nuchter wegsturen, opdat zij onderweg niet bezwijken.’ (Uit Mattheüs 15 uit de verzen 29-39 : 32, HSV)

Geciteerd 1: In de nacht van zondag op maandag gaan de bidders tegen de ochtend uiteen, om alleen te zijn met God. Elizabeth zoekt haar bed op en sluit de gordijnen eromheen, zodat ze privacy heeft. Een man komt de kamer binnen en hoort de smekende toon in haar gebed. Hij vraagt haar om haar gebeden hardop uit te spreken, zodat hij ze kan horen. Dat doet ze, en de deur van de kamer wordt opengezet zodat ook anderen mee komen luisteren. Drie uur lang bidt Elizabeth…

Opgemerkt: Onze Heer leerde zijn discipelen niet bidden door ze mee te nemen wanneer Hij Zich terugtrok om te bidden en ze dan te laten meeluisteren naar wat Hij met Zijn Vader in de hemel te bespreken had. De discipelen moesten Hem zelfs om gebedsonderwijs vragen – zie Lukas 11 : 1. En dan geeft onze Heer hen het nodige gebedsonderwijs en leert hen daarbij dat ze er zeker van mogen zijn dat God – meer nog dan aardse ouders – de gebeden van Zijn kinderen hoort en verhoort. (Lukas 11 : 1-3 en Matteüs 6 : 5-14)

En Jezus trok rond in al de steden en dorpen en gaf onderwijs in hun synagogen, en Hij predikte het Evangelie van het Koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk. Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, zoals schapen die geen herder hebben. Toen zei Hij tegen Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt.’ (Uit Mattheüs 9 : 35-38, HSV)

Opgemerkt: Toch waren er in het Israël van die tijd niet alleen veel schapen maar ook veel ‘herders’, althans die zich daarvoor uitgaven en zich door ‘het volk’ lieten betalen/onderhouden, deze herders hadden ook hun eigen leerscholen en daar leerden ze vast ook veel en lang te bidden en hoe je dat ook in het openbaar kon doen – zie Matteüs 6 : 5-8 vv.

Geciteerd 2: Anderhalf uur preekt hij over Ezechiel 36:25 en 26. Dan begint het te regenen. Mensen worden onrustig en willen beschutting zoeken. Livingstone grijpt dat beeld aan en zegt dat als enkele regendruppels hen al zo in verwarring brengen, zij moeten bedenken hoe ontzet zij zouden zijn als de regen van Gods oordeel over hen komt. God kan vuur en zwavel op u regenen, zoals in Sodom en Gomorra! Maar, gezegend is Zijn Naam! De deur van genade staat nog voor u open (1). De Zoon van God, Die onze natuur aannam, gehoorzaam is geweest en geleden heeft, is de enige schuilplaats voor de storm van Gods toorn over onze zonde. Alleen achter Zijn verdienste en middelaarschap kunnen we schuilen voor die storm. Alleen diegenen die komen tot Christus zoals ze zijn, leeg van zichzelf, alleen zij die de aangeboden genade uit zijn hand aannemen, zullen veilig zijn …
Ongeveer 500 mensen komen die dag tot Christus. Er zijn intens doorleefde emoties: mensen huilen, roepen tot God om genade en spreken later over die dag als het moment van hun bekering of geestelijke doorbraak.

Opgemerkt: Hij stuurt ze dus met de angst voor een ‘Sodomitische’ regen van vuur en zwavel naar huis. Hoe anders was dan de Herderlijke zorg van onze Heer en Heiland voor zo’n grote schare schapen (schapen!)… En ach, wat is die ‘opwekking’ tot onderwerp van gesprek gemaakt. Dáár was nu werkelijk weer eens wat gebeurd. Al dat gewone kerkelijke leven, wie kan daar nou nog echt enthousiast van en over worden? Maar als een prediker zoiets teweeg weet te brengen, dan verdient hij nationaal en internationaal de aandacht en dat geslachtenlang en de boekdrukkers krijgen er ook geen genoeg van. En ook RD-journalisten worden er nog weer op uitgestuurd om die namen onder de aandacht te brengen. Want je moet het geloof dat een ‘opwekking’ nog altijd mogelijk is toch maar levend zien te houden, want aan de gewone bediening van Gods Woord en de sacramenten in de zondagse samenkomsten hebben (m.n.) de ‘herders’ (maar ook) de schapen heus niet genoeg…

Geciteerd slot: Voor dit artikel werd dankbaar gebruikgemaakt van ”Schotse Geloofshelden” van John Howie (W.H. den Hertog – Utrecht), van ”Het leven van John Livingstone” van B. Florijn (Van den Tol, 1973) en van bronnen die we via internet konden raadplegen. Onder andere de autobiografie van Livingstone (”Memoirs of rev. John Livingstone”) is geheel online te vinden.

Opgemerkt: Laten wij het maar eenvoudig houden bij de geloofshelden die Gods Woord ons onder de aandacht heeft gebracht en altijd weer brengen wil. Van de geloofshelden die wij menen te kunnen aanwijzen en aanprijzen moeten we maar de woorden uit 1 Korintiërs 4 : 1-5 en 1 Korintiërs 13 : 1-4 in gedachten houden.

Leestips: 1 Korintiërs 4 en 13 en 2 Korintiërs 10 : 12-18.

(1) In Rijssen wist een GG-predikant tijdens een huwelijksdienst (1982) alle aandacht te vragen voor/geven aan een opa en oma van het bruidspaar, waarvan de oma blijkbaar al ‘binnen’ was, en voor de opa (z.i. !) ‘de deur nog altijd op een kier stond’.

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Tijdens een preek van John Livingstone komen 500 mensen tot bekering’ – door Christine Stam-van Gent en Sytse van der Veen.

Toch waren er ook veel leiders die wel in Hem geloofden, maar vanwege de kerkleiders (m.n. de Farizeeën en Schriftgeleerden) kwamen ze daar niet openlijk voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden. Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God.’ (Uit Johannes 12 uit de verzen 37-50 : 42-43)

Bron afbeelding: A Clay Jar

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Johannes doopte met water’…

Toen Hij (Jezus) naar de tempel was gegaan en daar onderricht gaf, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk naar Hem toe. Ze vroegen Hem: “Op grond van welke bevoegdheid doet U deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven?” Jezus gaf hun ten antwoord: “Ik zal jullie ook een vraag stellen, en als jullie Mij daarop antwoord geven, zal Ik zeggen op grond van welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. In wiens opdracht doopte Johannes? Kwam die opdracht van de hemel of van de mensen?”‘ (Uit Matteüs 21 uit de verzen 23-27 : 23-25)

Korte inhoud van Johannes 1 : 19-28 waar we lezen over het getuigenis van Johannes de Doper:

Geciteerd: In de eerste plaats: Een waar en oprecht geloof zoekt niet het zijne, maar belijdt en beschermt de waarheid. Het acht alles voor vuil en drek, opdat het alleen Christus mag gewinnen, zoals Paulus zegt in zijn brief aan de Filippenzen (3:8).
In de tweede plaats: Wanneer de Farizeeën tegen Johannes zeggen (v.25): ‘Waarom doopt u dan?’ – dan willen zij niet beschouwd worden als mensen die Gods werk veroordelen. Zij vragen Johannes daarom alleen waar hij de macht vandaan heeft om te dopen, en wie hem bevolen heeft dat te doen. Want uit de profeten Jesaja en Ezechiël wisten zij heel goed dat er in de Schrift over een komende doop gesproken wordt (o.a. Ezechiël 36:25-27; Jesaja 44:3; 52:15).
In de derde plaats: De doop van Christus is niet alleen water, zoals de doop van Johannes, die slechts een uiterlijk teken was. Maar zij is ook vuur en de Heilige Geest. Wanneer wij niet vóór onze dood daarmee gedoopt worden, dan is het water vergeefs en nutteloos; u bent dan ook geen christen, want u bent niet met de doop van Christus gedoopt (Mattheüs 3:1; Johannes 1:33).
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1522-1527 – Druck Winterpostille 1528 – Evangelium am Vierten Sonntage des Advents, Joh. 1:19-28, WA 21, 36ff]

Opgemerkt: De vraag bij de woorden van Maarten Luther over de doop dient te zijn of het Bijbelonderwijs en de praktijk van de apostelen dit onderscheid op déze manier rechtvaardigen en dat gedoopte kinderen dus nog (maar) moeten afwachten of de Heilige Geest na hun Doop op een later moment ook aan hen geschonken wordt en dan in hen het vuur van het (Pinkster)geloof ontsteekt.
We kunnen weten uit het onderwijs van Gods Woord dat dit niet zo ligt (1). Ook de waterdoop van Johannes stond niet los van het werk van de Heilige Geest in de harten van de hoorders van zijn prediking en dat gold zowel voor degenen die zich lieten dopen als voor hen die zijn waterdoop niet wilden ontvangen. De laatsten weerstonden het werk van de Heilige Geest. En onze Heer ontving bij de waterdoop van Johannes ‘zichtbaar’ de Heilige Geest (Matteüs 3 : 16).
Dat er door onze Heer en de apostelen wel onderscheid gemaakt wordt, dat moet niet leiden tot de gedachte dat God niet Zelf spreekt en belooft bij de waterdoop en dat de Heilige Geest daarmee niet ook vast en zeker aan de dopeling geschonken is en wordt. Dit uiterlijk teken werd door de apostelen niet zo gescheiden van Gods woord en werk door de Heilige Geest zoals dat hier nu wel gebeurd, daarom liet Petrus het huis van Cornelius alsnog dopen (2) en doopte Paulus Lydia en haar huis. Ook de huisgenoten van Lydia mochten op grond van hun waterdoop zeker weten dat de Heilige Geest ook aan hen geschonken en in hun harten uitgestort was en daarmee hun waterdoop – door het latere onderwijs leren – zien als het bad der wedergeboorte (3).

(1) Dat er door Petrus gezegd wordt ‘Ik herinnerde mij dat de Heer tegen ons zei: “Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden met de Heilige Geest’ heeft te maken met het feit dat Johannes niet zelf de Heilige Geest kon zenden, maar van Zijn aanwezigheid en werk afhankelijk was, maar na de kruisdood, opstanding en hemelvaart onze Heer lezen we in Handelingen 2 in de verzen 32-33: ‘Deze Jezus – Die jullie gekruisigd hebben – is door God tot leven gewekt, dáárvan getuigen wij allen. Hij is door God verheven, zit aan Zijn rechterhand, en heeft van de Vader de Heilige Geest, Die ook ons beloofd is, ontvangen (Matteüs 3 : 16, Johannes 16 : 7). Die Geest heeft Hij op ons doen neerdalen, en dat is wat jullie zien en horen.’
(2) Nu konden Cornelius en zijn huisgenoten zich met hun ‘doopattest’ melden bij een gemeente. De uitstorting van de Heilige Geest op hen was maar niet een onverwachte plotselinge ‘bevlieging’ geweest, maar deze was ook officieel door de apostel Petrus bevestigd met en door de waterdoop. De heidenen ontvingen geen andere uitstorting van de Heilige Geest dan de apostelen zelf en de leden van de eerste gemeente te Jeruzalem hadden ontvangen.
(3) Romeinen 6 : 4.

Bron citaat: maartenluther-com – Toezending via email op maandag 24 mei

Maak Gods Heilige Geest niet bedroefd, want Hij is het stempel waarmee jullie gemerkt zijn voor de dag van de verlossing.’ (Uit Efeziërs 4 uit de verzen 25-32 : 30)

Bron afbeelding: only.bible

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Van zulke mensen en hun geschriften moeten we het toch maar hebben…

De boodschap die wij verkondigen overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, want jullie geloof moest niet op menselijke wijsheid (in woord of geschrift) steunen, maar op de kracht van God.’ (Uit 1 Korintiërs 2 uit de verzen 1-10 : 4-5)

Geciteerd 1: Pinksteren is het feest van de heilige Geest. Christenen geloven dat zij Hem ontvangen hebben. Maar wordt de Geest door hen ook werkzaam gemaakt? Paus Franciscus zette in de Rooms-Katholieke Kerk een nieuwe vernieuwingsstap die ook voor protestantse christenen perspectief kan bieden.

Geciteerd 2: Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Een van de belangrijkste is de reformator Johannes Calvijn. Die zette in de 16e eeuw, als reactie op vormen van formalistische en geïnstitutionaliseerde religie uit zijn tijd, de heilige Geest veel centraler dan gebruikelijk was. De Geest werkt direct in het hart, vond de prediker uit Genève, die een deel van de inspiratie daarvoor bij de kerkvader Augustinus vond. Binnen de rooms-katholieke traditie bleef de heilige Geest ook na de 16e eeuw onderbelicht. Hij was veelal aan het kerkelijk instituut en de gewijde ambten gebonden.

Opgemerkt: Het is heel begrijpelijk dat een RK-geestelijke de kerkgeschiedenis voorstelt zoals in dit artikel wordt gedaan. Want Calvijn was sterk onder de indruk van en beïnvloed door het werk van Augustinus en met zijn lijvige werk ‘Institutie’ hadden de reformatorische kerken’ bijna direct toch weer een ‘encycliek’ in handen. Van zúlke mensen en van hún geschriften moeten we het toch maar hebben in de kerken, de Heilige Geest en Zijn werk ten spijt.

Een encycliek (littera encyclica) is een belangrijke, officiële rondzendbrief van de paus, gericht aan de bisschoppen en gelovigen van de Katholieke Kerk, en vaak ook aan alle mensen van goede wil. Het document behandelt geloofszaken, moraal, of actuele maatschappelijke vraagstukken om zo de leer van de kerk uiteen te zetten.

Lees aanvullend deze blog: ‘Luther bracht ons geen nieuwe theologie…

Bron citaten: ND Geloof – ‘Katholieken waren lang de heilige Geest vergeten. Sinds paus Franciscus luisteren ze weer actief naar Hem’ – door Hendro Munsterman (1).

(1) Hendro Munsterman is Vaticaan-correspondent. Hij schrijft over de wereldwijde Katholieke Kerk en geldt als de best ingevoerde Vaticaankenner in het Nederlands taalgebied. Daarnaast volgt hij de ontwikkelingen in de Orthodoxe Kerken.

Een lichaam is een eenheid die uit veel delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.’ (Uit 1 Korintiërs 12 de verzen 12-13)

Bron afbeelding: Bible Portal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Laten we maar weer danken voor wat de Heilige Geest ons schonk en schenkt…

Ik dank God altijd voor jullie, omdat Hij jullie in Christus Jezus Zijn genade heeft geschonken.‘ (…) ‘Hij (!) is het ook Die jullie tot het einde toe de zekerheid geeft dat jullie geen blaam zal treffen op de dag van onze Heer Jezus Christus. Gód door Wie jullie geroepen zijn (en dus niet door mij als apostel) om één te zijn (een eenheid die door de Geest gewerkt wordt!) met Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer, is trouw*.’ (Uit 1 Korintiërs 1 uit de verzen 4-9)
* Hij laat niet varen wat Zijn hand begon, toen jullie je lieten dopen vanwege onze oproep daartoe.

Geciteerd: We moeten het van de Heilige Geest verwachten! Het is Zijn liefste werk om een zondaar tot Christus te brengen. Maar, is er ook werk voor Hem? Ooit hoorde ik een predikant zeggen: „Als het aanbod van genade niet rijk wordt gepreekt, is er weinig werk voor de Heilige Geest.”
Na Pinksteren blinkt het gezicht van Stefanus als van een engel. „U wederstaat áltijd de Heilige Geest,” zegt hij. En dan beuken de veroordelende stenen van de oppervlakkige godsdienst tegen zijn lichaam.
De Heilige Geest kan op allerlei manieren weerstaan worden. Bijvoorbeeld door elkaar met vrome woorden te stenigen. Helaas hebben we dan niet in de gaten hoe blij we de duivel maken. Het is de boze weer gelukt de mens op te hitsen: „Verdeel en heers.” Om over de geslagen wonden nog maar te zwijgen.
Zullen we de stenen laten vallen? Zullen we ervoor waken dat we de Heilige Geest bedroeven, tegenstaan en uiteindelijk uitblussen? Zullen we – vanuit álle kerkelijke denominaties – eendrachtig en vurig bidden om de vervulling met de Heilige Geest? Zullen we zoeken naar liefde en eenheid in Hem? Zullen we voor elkaar bidden?
Dan zouden we zomaar Brood in plaats van stenen kunnen verwachten. Genadebrood.

Opgemerkt 1: „Als het aanbod van genade niet rijk wordt gepreekt, is er weinig werk voor de Heilige Geest.” Geen predikant kan het Evangelie rijker prediken dan dat de Doop dat doet wanneer er een pasgeboren baby wordt gedoopt of wanneer een buitenstaander gehoor geeft aan de oproep ‘Laat je dopen, dan zal je de Heilige Geest ontvangen, want ook voor jou/u is de belofte en zelfs ook voor je vrouw en kinderen (mocht je die hebben). Maar in heel wat gemeenten/kerken worden de gedoopte leden dit heerlijk Evangelie eerst maar eens afgenomen om ze maken (degraderen!) tot kanshebbers op de beloften van het Evangelie. En dan mag je nog van geluk spreken wanneer de predikanten het dan rijk (gul) preken.

Opgemerkt 2: ‘En dan beuken de veroordelende stenen van de oppervlakkige godsdienst tegen zijn lichaam.’ Nee, dan beuken de veroordelende stenen van de meest diepe en vrome Joodse (en inmiddels traditionele) godsdienstigheid zoals die geleerd en in praktijk gebracht werd door de Schriftgeleerden en Farizeeën (met hun leerscholen) die de priesters van de leerstoel van Mozes (Jezus noemt het zelfs de rechterstoel van Mozes) verdreven hebben.
We lezen in Handelingen 6 : 7 wel dat een grote groep priesters het Evangelie aanvaardde, dat lezen we van de Schriftgeleerden en Farizeeën niet. Toch ging Gods genade en barmhartigheid nog altijd naar deze mensen uit, daar lezen we over in Handelingen 9, waar Saulus – die toch instemde met de steniging van Stefanus en een heftige vervolger van de jonge gemeente in Jeruzalem werd – door onze Heer Zelf geroepen wordt en zich mag laten dopen door een gelovig lid uit de gemeente van Damaskus – Lees over die doop van hem in Handelingen 22 : 12-16.

Opgemerkt 3: ‘Dan zouden we zomaar Brood in plaats van stenen kunnen verwachten. Genadebrood.’ Is het niet bijzonder dat zulke woorden klinken uit de mond van gelovigen die toch altijd nog alle vrijheid hebben om elke zondag weer samen te komen en daar onder de bediening van Gods Woord en Doop en Avondmaal mogen verkeren met de zekerheid dat de Heilige Geest daar in hun midden is en alle leden het Genadebrood schenkt. Dat is dat zij daar op het gelovig gebed en door het gebruik van de geschonken middelen het geloof, de liefde en de wijsheid van hun Heer zullen ontvangen door de kracht van de Heilige Geest – lees wat Paulus de gemeente(n) en ook ons schrijft in 1 Tessalonicenzen 4 : 9-18.

Leestips: 1 Korintiërs 1 : 4-9, Handelingen 6 : 5-7, 22 : 12-16 en 1 Tessalonicenzen 4.

Bron citaat: RD opinie – ‘De oppervlakkige godsdienst geeft stenen in plaats van brood’ – Column van Monica Nieuwenhuijse-Thijsen (auteur en spreekster)

Zaai het van God ontvangen zaad in de morgen en laat je hand tegen de avond niet rusten**, want je weet niet of het ene ontkiemen zal of het andere, dan wel of beiden zullen ontkiemen.‘ (Uit Prediker 11 vers 6)
** Zie hierbij ook Paulus’ woorden in 1 Korintiërs 3 : 5-9.

Bron afbeelding: ABConcepts

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over wie je bent volgens de psychologie en theologie…

Broeders en zusters, ik kon tot jullie niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb jullie melk gegeven, geen vast voedsel; daar waren jullie nog niet aan toe. En (blijkbaar, zelfs) ook nu nog niet, want jullie zijn nog gebonden aan deze wereld.’ (Uit 1 Korintiërs 3 uit de verzen 1-9 : 1-3)

Geciteerd 1: Als iemand vertelt dat hij echt in de put zit, is het dan passend om te reageren met ‘je identiteit ligt in Christus’? Dat ligt helemaal aan de context, concluderen Christine en Gerjanne in hun podcast. Gerjanne: ‘De zin op zichzelf is mooi, maar we moeten ons trainen in timing en momenten.’ Christine: ‘Je moet er mensen niet psychologisch een kopje kleiner mee maken.’ (…) Dat je identiteit in Christus ligt, kan dus ‘geestelijk gezien een helpende gedachte zijn’, merkt Christine op. Maar dat betekent niet dat je die opmerking te pas en te onpas kunt maken als iemand laat merken het op dat moment psychisch moeilijk te hebben.
Zo gauw (dus: altijd? AJ) je in een pastorale setting de zin ‘Maar je identiteit ligt in Christus’ gebruikt, sla je het gesprek lam en sla je ook een innerlijk proces lam, stellen ze.
De vriendinnen onderscheiden in hun podcast twee soorten identiteit: je psychologische identiteit en je theologische identiteit. Bij het eerste gaat het om je zelfbeeld, karakter en levensverhaal, bij het tweede om wie je bent in je relatie tot God. (a)
Gerjanne: ‘Als iemand in een gesprek vertelt hoe moeilijk hij het heeft, praat diegene vanuit zijn psychologische identiteit. En als jij dan gaat antwoorden vanuit de theologische identiteit, doe je geen recht aan die psychologische identiteit van die persoon. Dan zijn het maar zalvende woorden.’
Christine: ‘Je psychologische identiteit is iets waar groei en ontwikkeling in zit, soms moet je er daarvoor ook echt over praten. Terwijl je theologische identiteit je is geschonken [? (1)]. Je hebt de psychologische identiteit nodig om die theologische identiteit te kunnen grijpen. Dus als je bijvoorbeeld heel onzeker bent of een moeilijke hechting hebt gehad, kun je die theologische identiteit in Christus soms helemaal niet vatten, niet pakken, niet verinnerlijken.’

Geciteerd 2: In de eerste plaats: theologie is wetenschap, het theologisch denken is wetenschappelijk denken, dat zich op typische wijze van het niet-wetenschappelijke onderscheidt. Iets dergelijks kan men niet zeggen van de exegese: exegese is de verklaring, uitlegging, en oorspronkelijk ook toepassing van Gods Woord op een bepaalde tijd, een bepaalde situatie en een bepaalde taak.
Ongetwijfeld heeft de theologische wetenschap veel met de (geloofs)kennis van God te maken. Maar er is groot bezwaar tegen, deze wetenschappelijke kennis met geloofskennis te vereenzelvigen. (…) Want de geloofskennis wordt slechts daar verworven, waar we de wil van de Vader ten opzichte van Zijn kinderen leren verstaan en kennen. We kunnen de wil van de Vader alleen leren kennen uit Gods Woord. ‘De ogen houdt mijn stil gemoed opwaarts om op God te letten‘, dat is: Op Zijn Woord te letten. En als we op Zijn Woord letten, op de manier zoals Hij dat wil, dán zijn we bezig met Schrift-exegese. Daarom is Christus onze grote Exegeet: Hij heeft ons de wil van de Vader volkomen bekend gemaakt.
De exegese is daarom allereerst een geloofswerkzaamheid die plaatsvindt waar wij in geloof ons oor te luisteren leggen bij wat Gods Woord ons te zeggen heeft, en daarbij met het oog van het geloof ontdekken dat Hij een Beloner is van wie Hem ernstig zoeken, en met de hand van het geloof Zijn beloften aangrijpen, dat is gehoorzaam zijn aan Zijn bevel, waarin Hij ons beveelt wat we hebben te geloven (1), – dán zijn we bezig met het vergaren van geloofskennis.

(1) Denk hierbij eerst en vooral aan wat onze Heer zegt in Johannes 3 de verzen 16-19, en aan Zijn onderwijs over het bidden in Lukas 11 : 1-13 en aan wat de kerk over dat wat Gods Woord ons te geloven geeft heeft samengevat in de Twaalf Artikelen en het geloofsvertrouwen dat ons m.n. ook ‘geleerd’ en geschonken wordt door en onder de bediening van Gods Woord en Doop en Avondmaal in de samenkomsten van de gemeenten van onze Heer.

Opgemerkt: In het geheel van de blog waaruit citaat 2 werd genomen komt ook het pastorale [=broederlijke/zusterlijke!] (of juist niet pastorale gesprek) gesprek aan de orde: blog

NB. Net zo goed als dat we geen (wetenschappelijk) psychologisch boek moeten gebruiken om iemands* psychologische identiteit vast te stellen (of zelfs vast te leggen) zullen we ook geen theologisch boek gebruiken om iemands* identiteit in Christus vast te stellen (of vast te leggen).
* Of het nu een ander of jezelf betreft.

Bron citaat 1: ND Mensen – ‘Waarom ‘je identiteit ligt in Christus’ zowel een dooddoener als helpende opmerking kan zijn’ – door Machteld Meerkerk
Bron citaat 2: ‘De vrijheid der exegese’ – door dr. K.J. Popma (1903-1986) – Uitgave van Oosterbaan & Le Cointre N.V. Goes (1944)

(a) ‘Niemand van jullie moet zich laten voorstaan op een ander mens, want alles is van jullie; of het nu de apostelen Paulus, Apollos of Petrus is (of theologen en oudvaders als Augustinus, Calvijn, Smytegelt, etc., etc.) wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van jullie.** Maar jullie zijn van Christus en Christus is van God. (Uit 1 Korintiërs 3 uit de verzen 16-23 : 21-22)
** Zie Galaten 3 : 25-29.

Bron afbeelding: HeartsToChrist

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie