Geen moment verliest Hij ons uit het oog…

‘Riep en roep ik in mijn nood tot de HEER, Hij geeft mij antwoord’
‘Mijn hulp komt van de HEER, Die hemel en aarde gemaakt heeft.’
‘Verheugd was ik, toen men mij zei: “Wij gaan naar het huis van de HEER.”
(Versregels uit resp. Psalm 120, 121 en 122)

Geciteerd 1: Deze Psalm (120) is de eerste van vijftien pelgrimsliederen. Ze werden gezongen tijdens de reis naar de tempel voor de jaarfeesten. Bij deze eerste Psalm waren de reizigers nog ver van Jeruzalem vandaan en vaak nog in vijandig gebied, bij mensen die ‘vrede haten’.

Opgemerkt 1: Dit moet toch wel een versimpeling van de inhoud van deze Psalm genoemd worden. De Psalmdichter zegt te wonen tussen mensen die de vrede haten. Mensen die zich niet met hem willen verzoenen, ondanks dat Hij woorden van vrede spreekt. Was de ervaring van onze Heer in Zijn geboortestad(je) en geboortestreek niet net zo? En vonden Zijn woorden van vrede wel gehoor bij de de ‘kerkleiders’ in Jeruzalem?

Geciteerd 2: De reis naar Jeruzalem was beslist geen makkelijke reis, maar de pelgrims werd voorgehouden en geleerd om zich te blijven focussen op de hulp van God. Geen moment verliest Hij ons uit het oog, geen moment bevinden we ons buiten Zijn liefde en zorg en buiten Zijn almacht. Alle reden voor elke pelgrim om dankbaar sámen Gods lof te zingen.

Geciteerd 3: Heerlijk tóch, deze diepe vreugde en de blijdschap van David. In een berijmde versie staat het zo: ‘Ik ben verblijd, wanneer men mij godvruchtig opwekt: “Zie wij staan gereed om naar Gods huis te gaan. Kom ga met ons en doe als wij.”‘
Doe als wij… Geloven in je eentje is niet eenvoudig (in feite onmogelijk!), we zijn aan elkaar gegeven – door geboorte alleen al onlosmakelijk verbonden aan en met beide ouders! – en hebben elkaar nodig als broers en zussen – daarin zijn we allemaal elkaars gelijken onder één Heer en Heiland en één Heilige Geest, Die ons dopelingen naar Gods belofte geschonken is en wordt – en daarom behoren we als gelovigen tot één en hetzelfde Lichaam, het Lichaam van onze Heer Jezus Christus, zoals dat zichtbaar is en wordt in de samenkomsten – met bediening van Woord en Doop en Avondmaal aan álle leden – en in het samenleven [=het omzien naar en zorg dragen voor elkaar] van een christelijke gemeente.
We mogen en zullen elkaar in het samenleven van een gemeente bemoedigen, leren, aanscherpen, troosten, kort gezegd: elkaar liefhebben en elkaar daadwerkelijk liefde bewijzen – met alle nederigheid, bescheidenheid en vergeving- en verzoeningsbereidheid die dat van ons – zondaren! – vraagt.
Samen op weg naar het nieuwe Jeruzalem. En zolang dat er nog niet is, kunnen en zullen we elkaar aanmoedigen om, zolang ons vrijheid, gezondheid en levenstijd daarvoor geschonken wordt, naar het huis van onze HEER te gaan.
“Kom ga met ons, en doe als wij!” Samen bidden, samen zingen, samen zoeken en nog veel meer. Worden wij daar ook vandaag weer niet toe opgewekt en blije en dankbare broeders en zusters van?

Bron citaten*: Dag in dag uit 2026 – Meditaties van 29, 30 en 31 augustus – Leger des Heils | Ark Media * Citaten zijn wat aangepast en uitgebreid.

‘Om vriend en broed’ren spreek ik nu:
de vrede zij en blijv’ in u,
nooit moet haar nijd of twist verkloeken.
Om ’s Heeren huis in u/jullie gebouwd,
waar onze God Zijn woning houdt**,
zal ik het goede voor u/jullie zoeken.’
(Uit Psalm 122, uit het 3e vers, berijming 1773)

** Zie hierbij 1 Korintiërs 3 : 16-22.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de Weg van Gods gerechtigheid …

‘Zonde, dood en hel (duivel en wie dan ook), laat mij met rust’…

‘Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon mens geworden net als zij om door Zijn dood definitief af te rekenen met (de macht te ontnemen aan) de heerser over de dood, de duivel.’ (Uit Hebreeën 2 uit de verzen 5-18 : 14)

Geciteerd 1: Wanneer je aan Christus toebehoort, in Hem bent gedoopt en in Hem gelooft, heeft de dood geen recht op je. Veel minder kan hij je schade toebrengen, want hij is voor eeuwig verslonden tot overwinning (1 Korintiërs 15 : 54, Kolossenzen 2 : 15). Maar de duivel doet nog altijd zijn uiterste best om ervoor te zorgen dat ons in aanvechtingen geen enkele troostrijke gedachte over God kan invallen. Of hij geeft een andere wending aan de beloften van God (en daar weet hij vrome mensen – w.o. voorgangers – voor/bij te gebruiken!). Want het hart van een gelovige die wordt aangevochten, is op dat moment zó hevig bezet met zware gedachten over wet, zonde en (eeuwige) dood dat hij/zij de artikelen van het geloof (‘Ik geloof in Jezus Christus’) niet kan aangrijpen, nog minder zich ermee vertroosten.
Tóch komen vreugde, troost, vrede, dankbaarheid en blijdschap en zekerheid weer in het hart van Gods kind terug. Hoe kan dat? De Heilige Geest is in de harten van de gelovigen onverschrokken en onbevreesd. Ja, Hij is in de aanvechtingen van dood en duivel de Moed en Troost Zelf. Zodoende roept Hij in de (verslagen) harten van de gelovigen moedig uit (ook als ze het zelf nog niet horen kunnen): Wel, zonde, dood en hel, – en ook broeders en zusters die je (daartoe) willen (ver)oordelen – laat dit kind van God met rust. Jullie hebben hem/haar niets te maken. Willen jullie hem of haar niet laten leven – en Avondmaal laten meevieren – dan sterft dit kind van God – ondanks alles en dankzij Mijn hulp – in de Naam van (zijn of haar) God. Het zal jullie niet lukken hem of haar het (eeuwige) leven te benemen. Sla zijn of haar hoofd eraf, dat schaadt hen niet; Er is Eén Die het er weer op zal zetten.
[Maarten Luther: Tischreden aaus Veit Dietrichs und Nicolas Medlers Sammlung, WATR 1, Nr. 832]

Leestips: Matteüs 21 : 21-32 en Lukas 7 : 24-30.

Aanvullend:
Geciteerd 2: (Klaas Hoekstra): Wie wil er nu werkelijk zijn helwaardigheid horen verklaren? Wie wil in zijn totale verlorenheid voor God neervallen. Wie wil er werkelijk beleven onbekwaam te zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad en dus geheel verloren.
Opgemerkt 1: Het is toch niet zo dat het onderwijs van Gods Woord van ons vraagt dat wij onszelf eerst maar eens helwaardig voelen/verklaren. Dat wil de boze wel graag en die fluistert het ons ook in. Werd de angst (en schaamte) – waardoor Adam&Eva zich verborgen voor God – hen ook nog mee door de boze ingefluisterd? Maar dat was Gods bedoeling helemaal niet en daarom zette Hij ons in strijd met de boze en beloofde Hij ons een Verlosser: het Zaad van de vrouw. Laten we daarom leren al onze verwachting van God te hebben en door onze Doop bevestigde Hij al aan ons/mij dat die verwachting niet tevergeefs zal zijn.

Leestips: Psalm 50 en 51 en 111 en Romeinen 5.

Bron citaat 1: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 27 augustus – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Want Johannes koos (bewandelde) de Weg van Gods gerechtigheid toen hij naar jullie toekwam. Jullie geloofden hem niet, de tollenaars en de hoeren wel. En ook al zagen jullie dat, jullie hebben je niet willen bedenken (en je bekeren) en hem (zijn getuigenis) alsnog willen geloven.’ (Uit Matteüs 21 uit de verzen 28-32 : 32)

Bron afbeelding: An Informed Faith

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ‘de enige hoop die je kunt hebben’…

‘Zo is de liefde bij ons werkelijkheid geworden en daardoor kunnen we op de Dag van het Oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus.’ (Uit 1 Johannes 4 uit de verzen 7-21 : 17)

Geciteerd: Hij wordt in december 67 en gaat met pensioen. Telegraaf-journalist en opiniemaker Wierd Duk. ‘De enige hoop die je kunt hebben, is dat je de angst voor de dood verliest.’

> De beste keuze die ik ooit maakte, was rond mijn dertigste. Ik vroeg me toen af wat ik verder wilde met mijn leven. Het liefst wilde ik naar het buitenland. Na aankoop van een Lada ben ik via Scandinavië naar Moskou gereden en daar als correspondent een nieuw leven begonnen. Dat heeft goed uitgepakt. Het heeft mijn leven een enorme boost gegeven waardoor ik ben geworden wie ik nu ben.

> Ik was natuurlijk nooit deze opiniemaker geweest als ik geen andere wereld had gezien, met mensen die heel anders in het leven staan dan naïeve Nederlanders, die denken dat iedereen empathisch, medemenselijk en vredelievend is. (…) Ik kan de wereld die ik koester niet redden, maar ik kan, samen met anderen, wel waarschuwen en zeggen: dit is er volgens ons aan de hand. Ik ga dus als zelfstandig journalist verder.’

> Op dit moment kan ik me moeilijk voorstellen dat er iemand zou zijn met wie ik het dagelijkse leven zou willen delen. Als je leeft zoals ik en het werk – mensen waarschuwen (AJ) – zo belangrijk vindt én al – inmiddels volwassen (AJ) – kinderen hebt, dan raakt die gedachte een beetje op de achtergrond.
NB. Mijn eerste huwelijk; als ik daar achteraf op reflecteer, denk ik dat het te redden was geweest. Terwijl ik toen dacht: we moeten ermee stoppen. Ik zou iedereen, ook mijzelf, toewensen dat zulke breuken in het leven niet zouden bestaan. Een echtscheiding is enorm ingrijpend, vooral voor de kinderen – kleinkinderen had hij toen blijkbaar nog niet (AJ).

Opgemerkt 1: Dankzij het zien van een ‘andere wereld’ (dan Nederland) behoort hij niet tot de Nederlanders die denken dat iedereen empathisch, medemenselijk en vredelievend is. Maar moet je daarvoor wekelijk in een ‘andere wereld’ zijn geweest dan die van Nederland? In de jaren zestig sneerde een leraar op de middelbare school over mijn vader, die met hem in de kerkenraad zat. En de reden daarvan was dat er mensen waren – zoals mijn vader – die niet meegingen in het denken en streven van het kerkelijk machtscentrum in Kampen, waar de vrijgemaakte kerkleiders de vrijgemaakte kerken tot een ‘ware kerk’ meenden te kunnen en moeten verheffen. Wie aan dat ideaalplaatje van hen niet wilden meewerken [=het volgens hun aanpak mee helpen verwerkelijken], het zelfs wilde/durfde tegenspreken, die mocht en moest uiteindelijk met harde hand uit de vrijgemaakte kerken verwijderd worden. Predikanten werden door hun kerkenraden ontheven uit hun ambt, directeuren en leraren van vrijgemaakte scholen werden ontslagen en gemeenteleden werd de toegang tot de Avondmaalstafel(s) ontzegd. En men was er heilig van overtuigd hiermee God en de ware kerk een dienst – de vereiste dienst – te bewijzen…

Opgemerkt 2: Helaas heb ik hetzelfde nog een keer moeten meemaken. Nu niet op kerkelijk niveau maar op gemeenste niveau. Daar had de kerkelijke leiding besloten om te streven naar het verwerkelijken van een nieuw ideaalplaatje van gemeente-zijn en ook dat streven was heilig en kon/mocht niet worden tegengesproken, laat staan tegengewerkt. Ook daar leidde het tot reprimandes van ‘hogerhand’ en uiteindelijk zelfs tot (schimmige) maatregelen vanwege de wens om alle ongewenst tegengeluid (definitief) de mond te snoeren. En ook daarmee meende men God en de gemeente een (grote) dienst te bewijzen. Dat men uiteindelijk zelfs mijn echtgenote en volwassen kinderen tegen mij heeft weten in te zetten – na het vieren van ons 35-jarig huwelijksjubileum – dat laat zien hoe de ergernis van ‘hoge/geweldige pieten’ in onze gemeente invloed kon én kan uitoefenen op gemeenteleden en zelfs dus op eigen vrouw en kinderen. En wat zijn die ‘hoge heren’ hen graag van dienst geweest met de invloed die zij konden uitoefen op mensen binnen en buiten onze kerkelijke gemeente.

Opgemerkt 3: we hoeven dus echt niet naar het buitenland om gebrek aan empathie en medemenselijkheid en vredelievendheid te ontmoeten. We hoeven slechts onze (christelijke!) kerkgeschiedenis van recente en vroeger datum in ogenschouw te nemen om te zien wat mensen elkaar kunnen en willen/durven aandoen en dat ook altijd weer met een beroep op het ‘God wil het’.

Bron citaten: ND Geloof – ‘Domineeszoon Wierd Duk hoort van christenen dat hij er bijna is. ‘Maar die ene stap zet ik niet zomaar’’ – door André Zwartbol

‘De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden. Wij hebben – zelfs onze vijanden (AJ) – lief omdat God ons eerst heeft liefgehad. Als iemand zegt: “Ik heb God lief, maar hij haat* zijn broeder of zuster, dan is hij of zij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij/zij nooit gezien heeft, liefhebben als hij/zij de ander, die wel gezien wordt (gezien kan worden), niet liefheeft. We hebben dan ook dit gebod van Hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.’ (Uit 1 Johannes 4 uit de verzen 7-21 : 18-21)
* Haten is de ander niet (meer) de hem of haar van God gegeven plaats in gezin, huwelijk, familie, gemeente of maatschappij/samenleving gunnen en die ook daadwerkelijk (met zorg en liefde!) geven.

Bron afbeelding: Bible Study Tools

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zelfs in kerken…

‘De goddeloze* smeedt boze plannen tegen de rechtvaardige
en knarst de tanden tegen hem, de HEER belacht hem,
want Hij ziet, dat zijn (Zijn!) dag komt’
(Uit Psalm 37 uit de verzen 7-19 : 12-13)

* In de Bijbel is een goddeloze die, alhoewel hij gelooft dat God bestaat, toch leeft alsof God geen rekenschap van hem of haar zal vragen.

Geciteerd: ‘Wie dwingende controle of psychische mishandeling heeft meegemaakt, weet dat juist het voortdurende patroon van intimidatie, manipulatie, vernedering en controle iemands vrijheid en identiteit kan afbreken’, lees ik.
Ook schrijven mensen dat het niet alleen binnen gezinnen strafbaar zou moeten zijn, maar overal waar het voorkomt, in zorginstellingen, op het werk en waar dan ook.
Dat zou een terechte uitbreiding zijn. Hoe vaak lees je niet dat er in zorginstellingen iets misgaat, of zelfs in kerken? Als het pas strafbaar zou zijn als er fysiek geweld plaatsvindt, ben je eigenlijk al te laat.

Opgemerkt: Daarom wordt het hoog tijd dat mijn levens/huwelijksverhaal en wat mij door broeders en pastoraat en uiteindelijk ook door vrouw en kinderen is aangedaan – van alle feiten voorzien (en wat heb ik veel controleerbare feiten tot mijn beschikking!) – officieel opgetekend wordt, zodat er een reëel beeld kan ontstaan van wat er is gebeurd en van wat mij is aangerekend en aangedaan. Voor niemand hoef ik weg te lopen en durf voor het gerecht mijn klachten te verdedigen met alles wat mij aan feitenmateriaal ter beschikking staat. Maar daar zullen heel wat mensen niet blij mee zijn, want wat mij is aangerekend en aangedaan, dat valt zeker onder de noemer crimineel/criminaliteit!

Bron citaat: ND Opinie | Column – ‘Er komt een wet tegen psychisch geweld. Reacties van burgers op het concept zijn schrijnend om te lezen’ – door Margriet Hidding (Docent N2 en Bioloog)

‘De goddeloze loert op de rechtvaardige
en zoekt hem te doden;
de HEER geeft hem in zijn hand niet over,
Hij laat niet toe dat hij veroordeeld wordt,
als hij voor het gerecht/gericht** komt.’
(Uit Psalm 37 uit de verzen 24-40 : 32-33)

** Bij een echtscheiding kan een rechter (ook bij Hoger Beroep) wel een van de partners het recht tot echtscheiding toekennen, maar daarmee is nog geen oordeel en veroordeling uitgesproken op basis van alles wat is opgevoerd om het verzoek tot echtscheiding (zogenaamd) te onderbouwen. De rechters hebben geen onderzoek ingesteld (laten instellen) om de feitelijkheid van wat is opgevoerd door een onafhankelijke instantie te (laten) onderzoeken en controleren om op grond daarvan de rechtbank/rechters te informeren.
NB. Uiteindelijk zullen wij ons allen moeten verantwoorden voor het hemels gericht [=de hemelse Rechter, zie Romeinen 14 : 10-12] en zal Hij het zijn die een oordeel uitspreekt over wat mensen gezegd en ondernomen hebben tegen hun broeders en/of zusters of andere medemensen.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De vraag van (om) een goed geweten (III)

‘Want de voornaamste inhoud van het gebod is: Liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten*, en uit een ongeveinsd geloof.’ (1 Timoteüs 1 : 15)
* Zie 1 Petrus 3 : 21-22 en Hebreeën 10 : 21-23.

Geciteerd: Ik ondervind dat mijn vlees door en door verkeerd is (1). Wat moet ik nu. Ik moet mijzelf in tweeën delen: namelijk het vlees of de oude Adam én de Geest of de nieuwe mens. In mijn hart heb ik Christus door het geloof. Als ik nu met de wet moet onderhandelen heb ik al verloren, want ik kan haar niet tevreden stellen. Ja, ik val nog dieper in de zonde, en ik houd mijn kwade geweten en verdorven hart; ik kan niet aan de wet ontkomen.
Als ik echter Christus aangrijp en mij aan Hem vastklamp, kan de wet mij niets doen. Want Christus is immers geen zondaar. Hij heeft alles gedaan wat de hele wet wilde hebben, zodat de wet Hem niets kan verbieden of gebieden of iets van Hem kan eisen. Christus is helemaal vol goedheid en barmhartigheid. Hij heeft ook geen wet en is boven alle wetten, en is volkomen aan de wet gestorven.
Omdat nu Christus Mijn eigendom is door het geloof en ik ook Zijn eigendom ben, daarom is er geen wet die mij kan beschuldigen, net zomin als hij Christus kan beschuldigen. En of ook de wet op mij wil aanvallen, dan gooi ik haar dit voor de voeten, en zeg: Ik heb alles en meer dan je kunt eisen en als ik in mijn vlees nog verkeerde begeerten heb, dan hef ik mijn ogen op tot Christus. ‘Want Hij is mijn en ik ben Zijn’ (Hooglied 2 : 16). Wat Hij heeft, heb ik ook: Zijn reinheid is ook mijn reinheid!
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1525, WA 17.1, 110 ff]

(1) ‘Door en door verkeerd’. Denk hierbij beslist niet in de eerste plaats aan (verkeerde) seksuele lusten, maar eerder aan egoïsme, eerzucht, afgunst, jaloezie, haat en (dus) gebrek aan liefde en barmhartigheid waardoor we aan het gebod om nederig God lief te hebben boven alles door onze naasten lief te hebben als onszelf niet toekomen. Onze Heer heeft veel meer gefulmineerd tegen liefdeloze vrome mannen van Zijn tijd dan tegen de zondaren. Toch heeft Luther hier blijkbaar bij ‘begeerten’ zelf ook (eerste en) vooral aan verkeerde – hij wist ook van goede! – seksuele verlangens en lusten gedacht. En daar kan een mens inderdaad van jongs af aan en zijn of haar leven lang mee en tegen te strijden hebben.

(Wordt vervolgd!)

Link naar de voorgaande blog: ‘De vraag om een goed geweten (II)‘

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 23 augustus – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Dat niemand door de wet rechtvaardig wordt (verklaard), is volkomen duidelijk, want er staat geschreven: “De rechtvaardige zal leven door geloof.” De wet daarentegen is niet gegrond op geloof, want er staat: “Wie doet wat de wet voorschrijft, zal leven.” Maar Christus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: “Vervloekt is de mens die aan een paal hangt.“‘ (Uit Galaten 3 uit de verzen 6-14 : 11-13)

Bron afbeelding: Joyful Moments in Christ

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de ‘ware schat van de kerk’…

Geciteerd 1: Eén van Luthers 95 stellingen luidt: ‘De ware schat van de kerk is het evangelie van Gods eer en genade.’ Met deze stelling houdt de reformatorische en voluit Bijbelse gedachte verband dat de kerk in haar zichtbare vorm overal te vinden is waar het Woord van God recht wordt bediend. De rechte bediening van het Woord maakt de kerk tot kerk. Waar die te vinden is, is het wezen van de kerk aanwezig en waar die ontbreekt, ontbreekt het wezen van de kerk.

Opgemerkt 1: Niet alleen waar het Woord van God ‘recht bediend wordt’, maar ook waar Doop en Avondmaal ‘recht [=naar het onderwijs van Gods Woord] bediend worden aan Christus’ gemeente en dat (dus) in de samenkomsten van de/een gemeente. Waar men geen kinderen doopt of waar men de doop die men aan kinderen bediend niet op ‘Bijbelse’ waarde weet te schatten, daar ontbreekt dat ‘recht bedienen’ ervan en dat heeft ook consequenties voor het ‘recht bedienen’ van en ‘recht deelnemen’ aan het Avondmaal.

Opgemerkt 2: ‘De ere Gods is dat we Zijn weldaden met een gelovig en dankbaar hart aannemen’. (Uitspraak van Maarten Luther). God wil/verlangt een dankbare gemeente (1) vanwege de redding die Hij ons als gedoopte gemeente geschonken heeft en waardoor de doopleden van Christus’ gemeente zeker kunnen zijn van het heil dat hen ten deel is gevallen. Dat is m.i. toch een andere invulling van ‘de ere Gods’ dan veel calvinisten, puriteinen en de nadere reformatie theologen er aan hebben gegeven (2). Het is daarom niet toevallig dat hun leerboeken, anders dan de Heidelbergse Catechismus – niet beginnen met een dankbare belijdenis, maar met het voorop stellen van de ‘ere Gods’, waaraan wij dan moeten bijdragen.

(1) Net zoals God een dankbaar volk verwachtte vanwege de redding die Hij hen geschonken had uit het slavenbestaan in Egypte: Zie o.a. Psalm 50, 78, 105 en 106.

(2) Geciteerd 2: Het meest in het oog lopende verschil met onze Heidelbergse Catechismus is, dat de Westminster geen Lutherse invloeden kent. Zonder de twee reformatoren tegen elkaar uit te spelen weten we dat het levensdevies van Calvijn was: Hoe komt God aan Zijn eer? Terwijl Luther meer de nadruk legde op: Hoe krijg ik een genadig God? (3) Bij de opzet van onze Heidelberger is deze Lutherse invloed duidelijk te merken. Dat is al zo bij de eerste vraag: Wat is uw enige troost beide in het leven en in het sterven? In de Westminster catechismus (klein en groot) lezen we als eerste vraag: ‘Wat is het hoofddoel van de mens? ‘ God te verheerlijken en zich in Hem te verblijden. Deze theologische onderbouwing komen we in heel deze catechismus tegen. De volle nadruk valt op het eenzijdig werk van God: zalig worden gaat van Hem uit en verloren gaan is honderd procent* eigen schuld. De volle verantwoordelijkheid wordt bij de mens gelegd.
* Dat is helemaal geen Bijbelse uitspraak! En het is zelfs ‘Bijbels’ gezien [=volgens het onderwijs van Gods Woord] beslist niet waar.

(3) Het droevige is dat Luther helemaal niet in de gemeente de vraag ‘Hoe krijg ik een genadig God?’ centraal wil stellen. Nee, hij had juist ontdekt dat de gedoopte gemeente een genadig God heeft en dat wij daarom heel de gemeente zullen leren hoe een dankbaar leven te leiden voor Gods vriendelijk aangezicht.
Met name bij de puriteinen en nadere reformatie theologen wordt die zekerheid van een genadig God hebben je eerst afgenomen en dan moet je eerst maar zien te ontdekken of je ook kunt zeggen dat je een genadig God hebt. In die tussentijd (of misschien wordt het wel nooit wat) wordt er wel van je verwacht dat je God verheerlijkt en dat door je nauwgezet aan de wet te houden, en dat niet eens uit dankbaarheid, maar omdat God dat nou eenmaal van iedereen verlangd en verlangen mag…

Leestip: Titus 2 : 11 t/m 3 : 8

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De Schat van de Kerk is…

‘Wanneer Hij komt zal Hij – door het eendrachtig samenleven van Christus’ gemeente(n)! – de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is: zonde – dat ze niet in Mij geloven (1), gerechtigheid – dat ik naar de Vader ga (2) en jullie Me niet meer zien, oordeel – dat de heerser over deze wereld is veroordeeld.‘ (3) (Uit Johannes

‘Ik bid niet alleen voor hen (Mijn discipelen), maar voor allen die door hún verkondiging (zoals wij die nu bezitten in onze Bijbelvertalingen) in Mij geloven. Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen ook in Ons zijn (door de Heilige Geest!) opdat de wereld gelooft dat U mij hebt gezonden. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen (4) dat U Mij hebt gezonden, en dat U hen liefhad zoals U Mij liefhad.’ (Uit Johannes 17

(1) Zie de woorden van onze Heer in Johannes 6 : 25-29.
(2) ‘Opgewekt omwille van onze rechtvaardiging’ – Zie Romeinen 4 : 15-25.
(3) Zie o.a. Kolossenzen 2 : 13-15.
(4) Lees hierbij 1 Petrus 2 : 12-17.

Geciteerd: De scriba van de PKN vroeg verder aandacht voor de doorwerking van kwade machten in de samenleving. Had Buijs daar niet meer over kunnen zeggen?, vroeg Van Ekris zich af. Hij verwees naar Rowan Williams, tot 2012 aartsbisschop van Canterbury, die niet schroomde om van de opkomst van ”Merlijnkrachten” te spreken. „Moet de kerk, juist ook in een tijd van polarisatie, de kracht van het kwaad en van de zonde niet méér onderkennen en benoemen?”
Buijs beaamde dat. „De schat van de kerk is haar onderwijs over de zeven deugden en ondeugden (5). Dat wij erkennen dat wij, wij allen, jaloezie, woede, en al die kwade krachten in ons hebben zitten. De kerk behoort ervoor te waarschuwen dat mensen in de greep raken van deze ondeugden. Uiteindelijk is het concept van de zonde het meest bevrijdende concept dat we hebben”, stelde de Amsterdamse wetenschapper.

Opgemerkt: Wat moet de kerk (de Kerk) met dit betoog van prof. dr. Govert BuijsAA over de schat van de kerk? Dat wij allen wij allen, jaloezie, woede, en al die kwade krachten in ons hebben zitten, dat wil/moet de wereld ook inzien en wel erkennen, daarvoor hebben ze de Heilige Geest en Gods Woord heus niet nodig. Wanneer dát de schat van de kerk is, dan zijn wij als ‘kerkelingen’ in feite niet meer dan vrome praters, die met een eigen concept – waarop we ons beroemen als kerk – de wereld willen overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. Maar op die manier missen we zelfs binnen de kerk de geloofskracht – zoals de Heilige Geest alleen ons die kan schenken – die nodig is om mensen daarvan te overtuigen.
* Hoogleraar filosofie aan de VU: ‘Als kerken iets willen doen tegen polarisatie in samenleving en kerk en tegen de groei van extreemrechts, moeten ze „leiderschap in de samenleving aanpakken”’.

(5) Eén van Luthers 95 stellingen luidt: ‘De ware schat van de kerk is het evangelie van Gods eer en genade.’ Met deze stelling houdt de reformatorische en voluit Bijbelse gedachte verband dat de kerk in haar zichtbare vorm overal te vinden is waar het Woord van God recht wordt bediend (6). De rechte bediening van het Woord maakt de kerk tot kerk. Waar die te vinden is, is het wezen van de kerk aanwezig en waar die ontbreekt, ontbreekt het wezen van de kerk.
(6) Lees hierbij 1 Timoteüs 4 : 6-10, 2 Timoteüs 3 : 10 t/m 45 en Titus 3 : 1-8.

Bron citaat: RD Kerk en religie | Verslag -‘Govert Buijs: Kerken moeten „leiderschap in de samenleving aanpakken”’ – door Addy de Jong

‘Allen die vroom en in eenheid met Christus willen leven, zullen worden vervolgd. Slechte mensen en oplichters zullen van kwaad tot erger vervallen; het zijn bedriegers die zelf bedrogen worden. Maar jij, blijf bij alles wat je geleerd hebt en met overtuiging hebt aangenomen. Je weet wie je leraren waren en bent van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Christus Jezus. Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden – binnen de gemeenten van Christus – om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om – anderen en elkaar (7) op te voeden tot een God welgevallig leven, zodat een (elke) dienaar van God voor zijn/haar taak berekend is – door de Heilige Geest Die hem of haar gegeven is – en voor elk goed doel volledig is toegerust.’ – namelijk door de woorden van God die ons zijn toevertrouwd (8) en het dagelijks gebed om de liefde en de wijsheid die nodig zijn voor ons ‘leven bij de dag’ (9). (Uit 2 Timoteüs 3 : 12-17)

(7) Lees hierover in o.a. Romeinen 15 : 14-16 en Kolossenzen 3 : 16-17.
(8) Lees hierbij 1 Timoteüs 3 : 14-16 en 4 : 11-16.
(9) Lees hierbij Matteüs 6 : 30-34, Lukas 11 : 1-13 en Jakobus 1 : 5-8.

Bron afbeelding: Heartlight-org (Mom’s Instruction, Heartlight Gallery – zie 2 Tim. 1 : 5)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De vraag van (om) een goed geweten (II)

‘Want de voornaamste inhoud van het gebod is: Liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten*, en uit een ongeveinsd geloof.‘ (1 Timoteüs 1 : 15)
* Zie 1 Petrus 3 : 21-22 en Hebreeën 10 : 21-23.

Geciteerd: Hier moet je twee soorten mensen duidelijk onderscheiden: die de Heilige Geest hebben en die de Heilige Geest niet hebben. Degenen die de Geest niet hebben, gaat deze leer niet aan (?1); het wordt ook niet aan hen gepredikt (?1). Daardoor kunnen ze geen rein hart of een goed geweten hebben. Die echter – gedoopt zijn en (AJ) – de Heilige Geest hebben, de mensen – jongeren en ouderen (2) – over wie we nu spreken, hebben daarbij toch iets hogers en beters dan de wet, hoewel ze ook zonde doen en voelen. Hier moet de wet ophouden: niet dat ze wordt weggenomen of niet meer zal gelden of gehouden moet worden, zoals de wetten van de paus en mensengeboden ophouden. Maar, zoals gezegd, er wordt iets hogers gegeven, waardoor de wet tevreden moet zwijgen en tevreden zijn.
Ik zal het met een voorbeeld duidelijk maken: wanneer ik tegen Gods gebod heb gezondigd, komt de wet er spoedig aan, en wil mij een kwaad geweten geven en een toornig God voor ogen stellen. Maar nu komt het geloof, en dat houdt mij Gods Woord en Christus mijn Heiland voor; God heeft Hem aan mij geschonken met alles wat Hij is en bezit (3). Dan zeg ik door hetzelfde geloof: Het is waar dat ik zonde heb gedaan – dat zullen we eerlijk bekennen en zo nodig elkaar belijden (AJ) (4). En de wet zegt: Je moet rein zijn en geen kwade gedachten en begeerten hebben. Ik ondervind daarentegen dat mijn vlees (menselijke natuur) door en door verkeerd is.
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1525, WA 17.1, 110 ff]

(Wordt vervolgd!)

(?1) Dan moet Luther het (dus) hebben over mensen die niet gedoopt zijn en buiten de gedoopte gemeente leven, want die hebben niet de belofte van de Heilige Geest – dat Die ook hen geschonken is en wordt – en zij leven niet onder de prediking van het Woord en de bediening van Doop en Avondmaal. Het is trouwen onmogelijk dat een gedoopt en gelovig iemand, die ook gelovig leeft onder de bediening van Gods Woord en ook eerbiedig deelneemt aan de vieringen van het Heilig Avondmaal, door zijn of haar zonden demonisch bezet (‘bezeten’) zou raken en dat we die dan – ten einde raad – zouden moeten brengen bij iemand die duivelen kan uitwerpen. Zo’n dopeling kan door zijn of haar (werkelijke of vermeende) zonden wel zwaar aangevochten worden en de boze kan zijn of haar zonden aangrijpen om die persoon mee door zijn influisteringen in de diepste (helse) vertwijfeling te brengen. Toch mogen we weten dat de Heilige Geest machtiger is en een dopeling niet in de steek laat – zie o.a. (en met name) 2 Timoteüs 2 : 11-13 – en daarom zullen we zo iemand altijd weer overeind helpen door hem of haar de hemelse en blijde vertroosting van het Evangelie voor te houden. Zie hierbij o.a. Galaten 6 : 1-5, Jakobus 2 : 12-13 en 5 : 19-20 en 1 Johannes 3 : 13-21.
(2) Zie 1 Johannes 2 : 12 t/m 3 : 29.
(3) Dat mogen (behoren) we in het geloof voor vast en zeker (te) houden vanwege onze doop! Lees 1 Korintiërs 3.
(4) Zie Jakobus 5 : 15-20.

Zie hierbij ook het eerdere citaat: ‘De vraag van (om) een goed geweten (I)‘

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 22 augustus – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Innerlijk stem ik vol vreugde in met de wet van God (5), maar in alles wat ik doe zie ik die andere wet. Hij voert strijd tegen de wet waarmee ik met mijn verstand instem en maakt van mij een gevangene van de wet van de zonde, die in mij leeft. Wie zal mij ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat – vanwege onze zonden – beheerst wordt door de dood? God zij gedankt, door Jezus Christus onze Heer. Met mijn verstand onderwerp ik me aan de wet van God (5), maar door mijn natuur onderwerp ik me aan de wet van de zonde.’ (Uit Romeinen 7 uit de verzen 19-25 : 22-25)
(5) Zie hierbij Jakobus 2 : 8-13.

Bron afbeelding: A Reason For Hope

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De vraag van (om) een goed geweten (I)

‘Want de voornaamste inhoud van het gebod is: Liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten*, en uit een ongeveinsd geloof’ (1 Timoteüs 1 : 15)
* Zie 1 Petrus 3 : 21-22 en Hebreeën 10 : 21-23.

Geciteerd: Deze tekst bevat in het kort de goede christelijke leer, waaraan alles gelegen is. Alles wat God gebiedt en wil hebben, is liefde. En wel zo’n liefde die komt uit een rein hart, uit een goed geweten en uit een ongeveinsd geloof. Men heeft ons geleerd een rein hart te maken: en dat door je onreine gedachten weg te slaan (o.a. door een vroom en streng kloosterleven). Mooi gezegd, maar nog niet gedaan! Daarmee ben je er nog niet vrij van zoals de ervaring leert: dat als je er één verkeerde gedachte (1) uitslaat, sla je er tien in; jaag je er tien uit, dan vallen er honderd binnen (2), zodat het niet mogelijk is een rein hart te verkrijgen door ons eigen boenen en dweilen. Vlees en bloed borrelen door (laten zich niet het zwijgen opleggen), hoe meer je het wilt stoppen, hoe meer er van bovenkomt. (3)
Daarom legt Paulus het zó uit: dat je er geen geweten van maakt, zoals hij zegt in Titus 1 (vers 15) (4): ‘Voor de reinen is alles rein.’ en Christus zegt in Matteüs 5 (vers 8): ‘Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.‘ Zodat een rein hart hebben niet maar is dat we geen onreine gedachten (meer) hebben en in ons opkomen, maar juist dat door het onderwijs van Gods Woord onze gewetens stil en gerust worden (5), en niet meer verontrust door de wet – van Mozes (6). Dat een christen weet dat het hem of haar niet schaden kan, of hij/zij de wet houdt of niet. Want zijn of haar hart is rein (7). Aan de andere kant, een onrein hart verontreinigt en verzondigt zich aan alle dingen, omdat het vol zit met wetten en geboden. (8)
[Maarten Luther: Predigten** des Jahres 1525, WA 17.1, 110 ff]
** Let er op dat het citaat genomen is uit de Woordverkondiging van Luther. Niet uit een door hem voor studenten of gemeente opgesteld ‘theologie-dictaat’!

(1) En dan zullen we ook goed moeten leren onderscheiden wat we dan onder ‘verkeerde (onreine) gedachten dienen te verstaan en wat niet. Daar wil de Heilige Geest ons – ook onze gedoopte kinderen/jongeren! – bij helpen door het dagelijks gebed waarin we met geloofsvertrouwen bidden om de liefde en de wijsheid van onze Heer zoals we die vast en zeker ontvangen zullen wanneer we daarom bidden – persoonlijk, gezamenlijk en ook voor elkaar – met een vast geloofsvertrouwen: zie het gebedsonderwijs van onze Heer in Lukas 11 : 1-13 en het onderwijs van Jakobus in Jakobus 1 : 5-8.
(2) Denk hierbij aan het vaak (als regel zelfs!) verkeerd toegepaste woord van onze Heer uit Matteüs 5 (vers 27-28): ‘Maar Ik zeg jullie: Ieder die naar een vrouw kijkt om haar te begeren heeft in zijn hart al overspel gepleegd‘. We kunnen hierbij ook denken aan de woorden van Job 31 (vers 1): ‘Ik heb een verbond gesloten met mijn ogen: hoe zou ik dan begerig naar een jonge vrouw kijken?‘ We moeten hierbij niet denken aan het bewonderend en verlangend kijken naar een jonge/andere vrouw, maar aan het bewust vermijden van elke gedachte om zo’n vrouw (zelf) in de verleiding te willen brengen haar verlangen en verwachting op jou te richten en dat met de mogelijkheid dat ten koste van je beloften aan God en je eigen echtgenote. We moeten ze niet van toepassing maken op de verlangens die ongetrouwde jongeren hebben wanneer ze verlangend kijken naar (en dromen van het straks – DV – samenleven met) de aantrekkelijkheid en schoonheid van de lichamelijkheid van het andere geslacht. Wanneer ze opgevoed zijn bij het onderwijs van Gods Woord en dagelijks bidden om een christelijke levenspraktijk – zie de tekstverwijzingen bij (1) – dan zullen ze – door alles heen (net als een koning David) hun geloofsvertrouwen mogen behouden en weer opstaan – met gebed en hulp van hun broeders en zusters – wanneer ze in zonde(n) gevallen zijn. Zie de Psalmen 32, 38-40, 51 en m.n. ook de woorden in Jakobus 5 : 13-20.
(3) Vandaar dat en vroom en streng kloosterleven niet aangeprezen en gebruikt kan worden als remedie! Zie het nuchtere onderwijs in 1 Korintiërs 7!
(4) Zie hierbij ook Kolossenzen 20-23 en Romeinen 14 : 7-12 woorden die alle gedoopte gemeenteleden in praktijk dienen te brengen voor zichzelf en naar elkaar.
(5) Psalm 131.
(6) Zie hierbij ook 2 Korintiërs 3 : 1-18 en Romeinen 7 : 21 t/m 8 : 1.
(7) Zie hierbij ook Johannes 13 : 6-21 en m.n. vers 10.
(8) En dan kijkt men neer op ‘de schare die de wet niet kent’ [=nu heel de gedoopte gemeente], maar men verlangt wel dat deze ‘schare’ met eerbied en ontzag naar deze vrome wetsbetrachters (die zich er vaak ook naar kleden!) opziet en zich door hen laat gebruiken: Lees Jezus woorden in Matteüs 23 en Paulus woorden in 2 Korintiërs 11 : 19-21 en Galaten 4 : 12-20.

Zie hierbij ook deze (voorafgaande) blog: ‘Dát is wat het betekent om aan de wereld te sterven’…

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 21 augustus – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Als Christus in jullie leeft, zijn jullie door de zonde weliswaar sterfelijk, maar de Geest schenkt jullie leven, omdat jullie door God – in Christus – als rechtvaardigen zijn aangenomen. Want als de Geest van Hem Die Jezus uit de dood heeft opgewekt in jullie woont, zal Hij Die Christus heeft opgewekt ook jullie die sterfelijk zijn, levend maken door Zijn Geest Die in jullie woont***.’ (Uit het onderwijs aan de gedoopte gemeente zoals te lezen in Romeinen 6 t/m 8 de verzen 10-11 van hoofdstuk 8)
*** Sta Hem dus toe dat levendmakende werk in je te (blijven) doen door dagelijks en wekelijks gelovig, eerbiedig en trouw gebruik te maken van de ons door God geschonken middelen. Dát is onze verantwoordelijkheid en daar mogen anderen ons – en mogen we elkaar – niet van afhouden om dat – gelovig, niet bijgelovig – volhardend te (blijven) doen!

Bron afbeelding: The Bible-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Dát is wat het betekent om aan de wereld te sterven’…

‘Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Here Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik aan de wereld.’ (Uit Galaten 6 uit verzen 11-18 vers 14)

Geciteerd: Wanneer een christen (ook) door (eigen) zonden wordt neergedrukt, wanneer de dood hem/haar in de ogen kijkt en de wereld hem belastert en smaadt, dan sluit hij daar de ogen voor en zegt met Paulus: wereld, dood, zonde (en hel)! – jullie zijn voor mij dood en ik ben voor jullie gestorven. Nu leeft er op aarde niets voor mij dan alleen God en ik zelf.
De wereld is voor mij gekruisigd en ik ben voor haar gestorven (1) dat wil zeggen ‘de wereld’ geeft niets om mij, niet om wat ik belijd en verkondig, en niet om hoe ik leef (2); ze bespot me. Maar let op: met welke maat jij mij meet, meet ik jou terug. Veracht je mij? Dan veracht ik jou. Jij geeft niet om mij? Ik niet om jou! (3) Wat kan het mij schelen dat de (kerk)wereld mij haat, al duurt die haat maar voort en houdt hij maar aan – zolang Hij Die boven mij is, maar een welgevallen aan mij heeft.
Laat de zonde maar razen (tegen mij), laat de (kerk)wereld maar praten (oordelen) en de dingen op haar eigen manier uitleggen – tot ze er moe van wordt. Ik ga gewoon door en doe alsof ik het niet hoor. Dát is wat het betekent om aan de wereld te sterven en zonder angst (mensenvrees en vrees voor de boze) te leven: je om niets bekommeren dan om wat God wil, niets zeggen dan wat Hem behaagt en waarvan je weet [=in geweten overtuigd ben] dat het Zijn woorden zijn [=naar het onderwijs van Gods Woord is]. Zo leven en die dingen doen waarvan je weet dat het Zijn werk is (4) – en dat op zo’n manier dat ik mijn hele leven, met alles wat ik van binnen en van buiten ervaar, er zeker van ben dat ik voor Hem leef.
Zo ben ik van de wereld afgezonderd en ben toch in de wereld. Niemand is minder in de wereld dan een christen en niemand heeft meer te doen in de wereld dan een christen. Ik bedoel: de wereld let méér op hem en de duivel strijd harder tegen hem, dan tegen de heidenen [=ongelovigen]. De hele wereld wil iets van hem (dat toch niet van hem verwacht kan en mag worden!). Aan de andere kant is een christen ook niet in de wereld: hoe gruwelijk ze soms ook tegen hem tekeer gaat, hij spreekt: Here! ik ben van U, U zult het goed met mij maken. U zult hen ook wel weten te vinden (5). Laat het met me gaan, zoals U wilt [=’Uw wil geschiede’], wanneer ik maar weet dat U tevreden bent.

(1) Zie Romeinen 6 : 3-11.
(2) Zie 1 Korintiërs 4 : 17. Blijkbaar was dat nog weer nodig in deze gemeente, om hen daaraan te herinneren.
(3) Vliegt Maarten Luther hier toch niet wat uit de bocht? We zouden bij deze woorden van hem kunnen denken aan de woorden uit Psalm 139 waar David zijn afschuw uitspreekt over de bloedvergieters (moordenaars) – zie hierbij het onderwijs van onze Heer in Matteüs 5 : 21-26 – onder het Godsvolk. Maar we horen Paulus toch anders spreken over zijn Joodse broeders waarvan velen hem naar het leven stonden – zie Romeinen 9 : 1-5 en 10 : 1-4.
(4) Zie hierbij de woorden over het dagelijkse nodige bidden om liefde en wijsheid in Jakobus 1 : 5-8.
(5) Denk hierbij (bij dat ‘vinden’) toch ook aan Jezus bidden aan het kruis (voor Zijn moordenaars) en Stephanus gebed voor degenen die hem stenigden.

Opgemerkt: Vanaf morgen wordt er in de meditaties van 21 t/m 24 augustus in Bijbels dagboek ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ aandacht besteedt aan ‘Want de voornaamste inhoud van het gebod is: Liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof‘ (1 Timoteüs 1 : 15) onder de titel/kop ‘De vraag van een goed geweten (1 t/m 4)’. Mijn gebed (en hoop en verwachting) is dat mijn kinderen en (ex)echtgenote die dagopeningen met mij mee willen lezen en overdenken en met mij in praktijk zullen brengen.

Leestips: Galaten 6 : 11-18 en 1 Timoteüs 1 : 12-17.

Bron citaat: Eclessia nr. 17, augustus 2026 – ‘Hoe met de wereld om te gaan’ – Meditatie Maarten Luther.

‘Want de voornaamste inhoud van het gebod is: Liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof.’ (Uit 1 Timoteüs 1 vers 15).

Bron afbeelding: christine’s bible study

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie