‘Gezegend worden voorbij je mooiste dromen’…

‘Ik vrees namelijk dat ik jullie bij mijn komst anders zou aantreffen dan ik zou wensen, en dat onze ontmoeting anders zal uitpakken dan jullie willen.’ (Paulus in 2 Korintiërs 12 vers 20)

Geciteerd 1: ‘Dit is het eerste vliegtuig dat ik heb gekocht voor de Heer’, zegt de Amerikaanse evangelist Jesse Duplantis (1949), terwijl hij naar de foto van een Cessna 500 Citation I wijst.
‘Dat was in 1994.’ Op de beige muur achter hem hangen vier foto’s. Duplantis gaat naar het volgende vliegtuig, opnieuw een straalvliegtuig. ‘Deze heb ik gekocht in 2004.’
Toch volstaat ook de Dassault Falcon 50, zijn derde, niet meer. ‘Ik brand ze op voor de Heer Jezus Christus’, lacht Duplantis, in het filmpje dat hij op 21 mei 2018 op Twitter deelt.
Dus wil hij graag een nieuw privévliegtuig. God heeft hem duidelijk gemaakt dat dit een Dassault Falcon 7X moet worden. Aanschafprijs: zo’n 54 miljoen dollar.
Duplantis roept volgers op om te ‘bidden om partner te worden’. Want ja, een goed privévliegtuig is onmisbaar. ‘Als de Heer Jezus Christus fysiek op aarde zou zijn vandaag (1), zou hij niet op een ezel rijden. Hij zou met een vliegtuig de wereld overvliegen.’

(1) Een evangelist kan zich maar beter op de apostelen beroepen en die kochten geen eigen rijtuigen met paarden (denk aan de hoge ambtenaar van de koning uit Ethiopie, Handelingen 8 : 26-40*) of eigen schepen (met bemanning) om zich naar de toenmalige havensteden te laten brengen…
* Filippus had hem wel kunnen vragen om het geld voor ook zo’n reiswagen als waarmee deze ambtenaar onderweg was.

Geciteerd 2: In plaats daarvan moeten we kijken naar ‘de vruchten’. En die zijn er, ziet De Wal. Hij kent Duplantis niet persoonlijk, geeft hij toe, maar kent getuigenissen.
Hij somt op: mensen die ‘Jezus leren kennen, genezen worden, hersteld worden, zich bekeren van zonden’. Het zijn de vruchten van de bediening van Duplantis, aldus De Wal, waarvan ‘de meeste mensen mogen hopen’ dat ze daarbij ‘in de buurt komen’.
Die vruchten kun je waarderen, legt De Wal uit. Ook als je het niet met alles eens bent. Plus: Duplantis vraagt niet om een vergoeding. ‘Niet om een gift, of een offer, of te betalen voor zijn brandstofkosten.’
Aan het eind van de video is er ook een korte videoboodschap van Duplantis. Hij licht zijn komst naar Nederland toe: ‘Je zult gezegend worden, voorbij je grootste dromen. Ik wil dat je komt. Neem een vriend mee. Samen zullen we een wonder beleven. De zalving van vermeerdering rust op mij. En ik zeg je: God gaat je zegenen.’

Geciteerd (uit 2 Korintiërs 12): ‘Ik sta klaar om jullie nu voor de derde keer te bezoeken, en ik zal jullie niets kosten. Het gaat mij niet om jullie geld, maar om jullie zelf. Niet de kinderen moeten voor de ouders sparen, maar de ouders voor de kinderen. Ik wil graag alles wat ik bezit aan jullie geven, tot mezelf toe (2). Maar neemt jullie liefde soms af naarmate mijn liefde voor jullie toeneemt? Jullie geven toe dat ik geen (financieel) beroep op jullie heb gedaan (3), maar ik zou volgens jullie wel zo geslepen zijn geweest dat ik jullie bedrogen heb. Is er ook maar iemand die ik naar jullie toegestuurd heb om jullie geld afhandig te maken? Ik heb Titus aangespoord opnieuw naar jullie toe te gaan en een broeder met hem meegestuurd. Heeft Titus bij jullie om geld gevraagd? Hebben hij en ik niet in dezelfde geest gehandeld? Hebben wij niet hetzelfde spoor (van onze Heer) gevolgd?
Jullie denken natuurlijk dat wij ons tegenover jullie aan het verdedigen zijn. Maar wij spreken ten overstaan van God en in eenheid met Christus, en alles wat we zeggen broeders en zusters is – niet om onze eigen belangen te dienen – maar in jullie belang. Ik vrees namelijk dat ik jullie bij mijn komst anders zou aantreffen dan ik zou wensen, en dat onze ontmoeting anders zal uitpakken dan jullie willen. Ik ben beducht voor tweespalt, jaloezie, woede, gekonkel, kwaadsprekerij, geroddel, arrogantie, en wanorde. Ik vrees dat God mij bij mijn bezoek opnieuw zal vernederen en ik opnieuw verdriet zal hebben om al die broeders en zusters die zijn blijven zondigen en zich niet bekeerd hebben van zedeloosheid, ontucht en losbandigheid. (de verzen 14-21)

(2) Wat heeft Paulus zijn leven gewaagd voor de verkondiging van het Evangelie aan volksgenoten en aan heidenen en ook vanwege de (extra) reizen (met alle risico’s daaraan verbonden) die hij ondernam om de gemeenten opnieuw te bezoeken.
(3) Indertijd hadden de apostelen en hun medewerkers geen eigen bankrekeningen of die van hun zendingsorganisaties waar dan alsnog geld op gestort zou kunnen worden, zodat ze dat geld ook later/elders nemen konden opnemen om het evangelisatiewerk ervan te bekostigen.

Leestips: 1 Korintiërs 10 : 12 t/m 13 : 11 en Romeinen 15 : 17-33.

Bron citaat: ND Geloof – ‘Tom de Wal haalt Jesse Duplantis**, evangelist met privévliegtuig, naar Nederland. Wat is zijn boodschap?’ – door Timon Beeftink
** Jesse Duplantis, een spraakmakende Amerikaanse evangelist, komt naar Nederland. Hij spreekt op een conferentie in Dussen. Tom de Wal, die naast Duplantis op het podium staat, verdedigt diens komst. ‘God vraagt niet aan jou wat je van het vliegtuig van Duplantis vindt.’

‘Ik heb er altijd voor gewaakt jullie iets te kosten, en zal dat blijven doen. Zo zeker als de waarheid van Christus in mij is, die roem zal ik mij nergens in Achaje laten ontnemen. En waarom niet? Omdat ik jullie niet lief zou hebben? God weet dat ik dat wel doe. Ik zal mijn werk op dezelfde manier blijven doen om die apostelen de kans te ontnemen met hun gewichtigdoenerij dezelfde roem te oogsten als wij.’ (Uit 2 Korintiërs 11 uit de verzen 5-21 : 10-12)

Bron afbeelding: In Christ I am SHE {Saved. Hopeful. Empowered.}

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zij die hoog te paard zitten’…

(…) ‘Nederig komt Hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van een ezelin.
Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen
en de paarden uit Jeruzalem;
de bogen worden gebroken.
Hij zal vrede stichten tussen de volken.
Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee,
van de Rivier tot de einden der aarde.
Want, Sion omwille van Mijn Verbond met jou,
met offerbloed bekrachtigd,
zal ik de gevangenen weer vrijlaten
uit de put zonder water.’

‘Wanneer het voorjaar wordt, vraag dan de HEER om regen.
Hij is het die de onweerswolken maakt,
Hij schenkt de mensen stortregens
en gewas op het veld.
Orakels zijn bedrog
en waarzeggers vertellen leugens;
wat zij dromen komt niet uit,
hun troost bestaat uit holle woorden
De mensen dolen rond als schapen,
ontredderd, want een herder is er niet.

Woedend ben ik op de herders,
en de bokken zal ik weten te vinden.
De Heer van de hemelse machten
zal Zich ontfermen over het volk van Juda,
Zijn kudde,
en het tot Zijn prachtige strijdros maken.
Uit dit volk komt de Hoeksteen voort,
de Tentpin en de Oorlogsboog,
Uit dit volk komen alle overwinnaars.
Ze zullen overwinnen want de HEER staat hen bij,
maar zij die hoog te paard zitten
gaan roemloos ten onder.’

(Uit Zacharia 9 : 9b-11 en 10 : 1-5)

Bron afbeelding: Scripture Media – Savior Connect

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe (en waarom) diagnosticeren wij onze medemensen…

‘De HEER hoort de (nood)kreten van de rechtvaardigenAA,
Zijn oor luistert naar hun hulpgeroep.’
(Uit Psalm 34 uit de verzen 12-23 : 16; AA Psalm 116!)

Geciteerd 1: Therapie is meer en meer om het individu gaan draaien. Maar de oorzaken van veel psychische klachten, van werkdruk tot de wooncrisis tot excessieve schermtijd, vinden juist hun oorsprong in de wereld om ons heen. Hoe wordt geestelijke gezondheid weer een kwestie van vólksgezondheid? (1)

(1) En christenen dienen dan zeker ook te denken aan: een kwestie van gemeentelijke en kerkelijke gezondheid.

Geciteerd 2: De enige die vervolgens de zelfgerapporteerde klachten beoordeelt, is de diagnosticus (2). En dat is vreemd. Want waarom hechten we bij het vaststellen van ADHD en autisme zoveel waarde aan die second opinion en zorgvuldige diagnostiek, maar niet bij andere diagnoses? Waarom vragen we bij juridisch onderzoek naar getuigen, vragen we bij sollicitaties naar referenties, maar berusten we bij zoiets groots als een psychische diagnose slechts op de beoordeling van de diagnosticus en die van de patiënt?

(2) In mijn geval was er een ‘diagnost’ die zichzelf de rol van ‘diagnost/therapist’ had toebedeeld en die mij zelfs naar een alcoholverslavingskliniek – ook gedreven door zelfbenoemde ‘therapeuten’! – stuurde om van mijn ‘seksverslaving’ af te komen (en dat ook nog als ‘enkele reis’ zonder ‘retourticket’!*) en later heeft deze diagnost/therapist me een zwijgplicht opgelegd (jaren 2011 t/m 2013) tijdens de bijeenkomsten van onze Bijbelkring (waar wij vanaf 1983 lid van waren, hij vanaf 2005) en hij heeft – blijkbaar knarsetandend! – moeten toezien hoe ons huwelijk en gezin weer herstelden en wij ons 35-jarig huwelijk (20 maart 2014) samen met kinderen en kleinkinderen hebben gevierd…
* Hoe (om welke redenen) ik na twee maanden weer vrijkwam en zelfs naar huis kon, dat is nog weer een bijzonder verhaal op zich. Het liet me inzien dat wanneer mensen je de rug toekeren Gód Zich niet van je afwendt en je roepen om hulp (noodkreten) niet naast zich heeft neergelegd (o.a. Psalm 34)

Geciteerd 3: (…) Ook vraagt Verhaeghe zich af: ‘Wanneer beslist een diagnosticus dat bepaald gedrag te veel of te weinig optreedt?’ (3). Het gevaar schuilt erin dat de psycholoog – of een (of meer) ‘zelfbenoemde diagnost(en) – bepaalt (bepalen) wat ‘normaal’ en adequaat is – maar ggz-professionals (en genoemde ‘diagnosten’) zijn zelf eigenlijk helemaal niet zo gemiddeld. Ze zijn bovengemiddeld vaak hoogopgeleid, wit, werken acht uur per dag aan een bureau en komen opvallend vaak uit een familie met ten minste één topinkomen.

(3) In mijn geval werd door de (zelfbenoemde) diagnost een seksverslaving gediagnostiseerd (lees: mij opgelegd).

Geciteerd 4: Als we met de superzoomlens van de therapie uitzoomen en kijken naar het wij-niveau, dan zien we dat daar heel veel veranderd is. Collectieve, op het ‘wij’ gerichte oplossingen tegen stress, somberheid en angst zijn sinds de eeuwwisseling uit de mode geraakt. Als je ziek werd, hoefde je voor 2008 geen eigen risico te betalen. Je werd, als je niet van de zorg gebruikmaakte, juist beloond met een terugbetaling.
Er was een zorgsysteem zonder marktwerking, en de kosten voor de gemeenschappelijke pot, de zorgpremies, waren een stuk minder hoog. Vrijwel elke uitkering of vangnetregeling was een stuk minder sober en de voorwaarden waren minder hard. Studeren was en bleef toegankelijk met een basisbeurs. Tijdelijke contracten, uitzendwerk en oproepcontracten waren niet toegestaan, of gebonden aan strenge regels.
Klinkt dat duur? Bereken dan maar eens wat we tegenwoordig kwijt zijn aan mentale klachten: tot 51 miljard euro aan maatschappelijke kosten, per jaar. (4)

(4) In mijn geval was de door de zelfbenoemde diagnosten/therapisten, daar eerdere verbanning naar een alcoholverslavingskliniek niet succesvol (afdoende) was gebleken, een totaal isolement van deze echtgenoot en vader en broeder nog de enige remedie. En volgens deze (zelfbenoemde) ‘deskundigen’ moest dit uiteindelijk – na een in het geheim ten huize van de ‘opperdiagnost’ opgestelde ‘huwelijksdwangbrief’ – volgens hen onvermijdelijk – om te voorkomen dat vrouw en kinderen te gronde zouden gaan – leiden tot een totale verbanning: echtscheiding, huisuitzetting en zijn heil maar zoeken in een andere kerkelijke gemeente (5).
(5) Dat werd me letterlijk door de voorzitter van de kerkenraad gezegd, nadat tot hun grote verwondering en teleurstelling (verbijstering) eerder gebleken was dat alle tegen mij genomen maatregelen, een door hen georganiseerde/georkestreerde echtscheiding (met beïnvloeding van advocaten, gemeenteambtenaren en zelfs ontzegging van Avondmaal mogen meevieren) en uithuiszetting niet tot vertrek uit eigen beweging hadden geleid.

Geciteerd slot: De ggz is geen duizenddingendoekje. (6)
(6) Op de door de diagnosten/therapisten georganiseerde geheime zitting in het gemeentehuis waren niet alleen een ‘ingehuurde’ politieagent en een huisarts (7), maar ook nog een ggz-man (van Eleos?) aanwezig, en dat alles om bij te dragen aan de gedachte/beeldvorming dat men toch wel heel deskundig te werk was gegaan.
NB. Deze broeders (van het pastoraat) waren slimmer dan het Sanhedrin. Ze hadden vooraf ervoor gezorgd dat ‘Pilatus’ [lees: de burgemeester/burgervader] vakkundig buitenspel was gezet.

(7) Deze huisarts was eerder al tot medewerking bewogen (geprest) door de bewering dat ‘de patiënt’ mogelijk iemand zou willen vermoorden. Deze absurde vrees zal wel geuit zijn door de ‘opperdiagnost’, die daarmee de projectie van zichzelf (!)* op mijn persoon tot het uiterst toe heeft doorgevoerd. Zijn verontruste geweten zal hem wel tot die absurde uitspraak gebracht hebben.
* Hij bleek bereid en in staat om iemand uit de weg te (laten) ruimen

Opgemerkt slot: Het ging de betreffende broeder (diagnost+therapist), later bijgestaan door de broeders van het pastoraat (in de rol van diagnosten/therapisten) erom mij het zwijgen op te leggen, in het eerste geval op de Bijbelkring en later ook in de kerkelijke gemeente waar wij lid van waren sinds 1983 en waar wij trouwe kerkgangers, Bijbelkring- en Bijbelcursusleden waren) en waar onze zes kinderen belijdenis van hun geloof hebben afgelegd.

Bron citaat: De Correspondent – ‘Het is de maatschappij, stupid! Waarom we voor psychische klachten niet bij onszelf moeten zijn’ – door Marthe van Bronkhorst (schrijver en psycholoog).

‘Al blijft de rechtvaardige* niet bespaard,
de HEER zal hem steeds weer bevrijden.’
(Uit Psalm 34 uit de verzen 12-23 : 20)
* Bij deze Psalm denken we ook aan dé Rechtvaardige, Die om onze zonden niets bespaard werd in Zijn leven hier op aarde.

Bron afbeelding: Echoes From Sunday

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Karikaturen helpen ons niet om de eenheid te zoeken!

“Eén lichaam is het, en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt tot één hoop uwer roeping; één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen” (Efeziërs 4 : 4 – 6).

Geciteerd 1: Rond 1900 voltrok zich een vrij geruisloze scheiding onder gereformeerden in Nederland. Aan de ene kant bevonden zich de volgelingen van Abraham Kuyper. Zij waren vooral te vinden in de Gereformeerde Kerken. In navolging van Kuyper gingen zij ervan uit, dat ze wedergeboren en waren en na hun dood naar de hemel zouden gaan. Ze waren zelfverzekerd (1), hun blik was naar buiten gericht (2).
Aan de andere kant vond men de gereformeerden die minder zeker waren van hun uitverkiezing. Zij richtten de blik naar binnen en zochten in hun zielenleven naar kenmerken van de ware gelovige. Zij lazen liever bekeringsgeschiedenissen dan de boeken van Kuyper.

(1) ‘Zelfverzekerd’? Beter is om te zeggen ze waren ‘Doopverzekerd’. Wij geloven één doop!
(2) ‘Blik naar buiten gericht’. Omdat ze niet voortdurend bezig waren met zelf onderzoek (of ze zich al of niet al ‘wedergeborenen’ konden noemen), konden zij hun ogen dankbaar opheffen naar de hemel én liefdevol en dankbaar richten op hun medemensen. God liefhebben boven alles en dat laten blijken door je naaste lief te hebben als jezelf en dat door de kracht van de Heilige Geest, die aan elke dopeling geschonken is en wordt op het gelovig gebed. Wanneer echter je eigen behoud voortdurend aan twijfel onderhevig is en onder twijfel gesteld wordt door de prediking, dan moet je voortdurend jezelf in het middelpunt stellen. Je komt dan ook niet toe aan een daadwerkelijk dankbaarheidsleven. De gereformeerde waren dus bevoorrecht met het goede verstaan van het onderwijs van Gods Woord bij de Doop. Of ze die bevoorrechting ook altijd goed – tot heil van hun naasten en tot zegen voor de kerk – hebben weten te gebruiken, dat is nog weer een ander verhaal.

Geciteerd 2: “Zo dikwijls dus de heilige Doop in het midden der gemeente bediend wordt, hebt ge te verstaan, dat op hetzelfde ogenblik waarop de dienaar het water van de Doop toedient, Uw Middelaar en Heiland van de hemel, waar Hij aan de rechterhand van God verhoogd is, een genadewerking werkt in de ziel van het kind of de persoon, die gedoopt wordt…”. Dr. A. Kuyper, E Voto, II, 543.
Mede op basis van dit citaat wordt de doopleer van Kuyper wel de ‘veronderstelde wedergeboorte’ genoemd. Anders gezegd, je kunt er van uitgaan dat het kind wedergeboren is, tenzij later het tegendeel blijkt.

Opgemerkt: Het is niet Kuyper zelf die het woord/begrip ‘veronderstelde werking/wedergeboorte’ heeft gebruikt en ingevoerd bij (of later n.a.v.) zijn woorden over de Doop. Ik neem aan dat hij zelfs verbaasd zou zijn geweest dit te hebben moeten horen, want hij zal de geciteerde woorden als een belijden van een vaststaande waarheid hebben bedoeld en opgeschreven. Toch is wat Kuyper met bovenstaande woorden belijdt zó ook niet naar het onderwijs van Gods Woord!

Lees verder/meer in deze blogs:

Bron citaat 1: ND Geloof – ‘Volgens Van Stempvoort maakten de kuyperianen zich schuldig aan ‘het eenzijdig drijven der verbondsleer’.’ – door Willem Bouwman.

‘Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? We zijn door de doop in Zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij delen in Zijn dood, zullen wij ook delen in Zijn opstanding. Immers, we weten dat ons oude bestaan met Hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn. Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.‘ (Uit Romeinen 6 uit de verzen 1-14 : 3-7)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wanneer we theologen hun gang laten gaan in de kerk…

Geciteerd 1: Als we vandaag, morgen of later onomstotelijk bewijs vinden voor buitenaards leven, zal dat leiden tot ‘een fundamentele breuk in het menselijk bewustzijn’, waarna niets meer hetzelfde zal zijn. Dat zegt de Amerikaanse hoogleraar Carlos Eire in het jongste nummer van Time Magazine. (…) Volgens de hoogleraar aan Yale University zullen vooral jodendom, christendom en islam het moeilijk krijgen na zo’n ontdekking.

Geciteerd 2: Als christenen geloven dat de mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, kan zoiets dan ook voor andere, buitenaardse schepselen gelden? De vraag wordt vanzelfsprekend helemaal acuut als deze wezens slimmer dan mensen blijken te zijn.
Kan de mens dan nog als kroon op de schepping gelden, zoals het christendom altijd geleerd heeft?
En sterker nog: is het voorstelbaar dat God zich ook aan buitenaards leven geopenbaard heeft?
Het zijn duizelingwekkende, maar ondertussen bijster interessante vragen, waarover theologen in gesprek zouden moeten.

Geciteerd 3: De kerkvader Origenes (184-253) dacht na over de mogelijkheid van een opeenvolging van werelden in de tijd. Gods creativiteit beperkte zich mogelijk niet tot een specifieke kosmos, vond hij. Grote theologen als Augustinus (354-430) en Thomas van Aquino (1225-1275) waren zeer terughoudend over zulke ideeën.
Maar in 1277 veroordeelde de bisschop van Parijs de gedachte dat God verschillende werelden niet kon scheppen, zelfs als Hij dat zou willen. Deze op de Griekse filosoof Aristoteles gebaseerde gedachte beperkte namelijk de almacht van God.
Dus konden theologen hun gang gaan.

Opgemerkt 1: Christelijke theologen zullen niet uitgaan boven hetgeen geschreven is en zich houden aan de aan ons geopenbaarde dingen. Dan kunnen ze dienend en opbouwend bezig zijn in de kerk, met name om de voorgangers te helpen hun taak naar het in Gods Woord gegeven onderwijs uit te oefenen binnen de gemeenten van onze Heer. Dat betekent dat de verkondiging in dienst staat van het God leren liefhebben boven alles en dat in praktijk te brengen – en daarmee tonen dat we God werkelijk liefhebben boven alles – door onze naaste(n) lief te hebben als onszelf: Micha 6 : 8.

Opgemerkt 2: Wanneer God de mens geschapen heeft naar Zijn bedoeling, namelijk om Hem te kennen mee door al het geschapene te bewonderen en te onderzoeken, dan heeft God geen reden (gehad) om ergens nog slimmere wezens te scheppen. In Genesis 11 zegt God van de (gevallen) mensheid van die tijd (de torenbouwers van Babel, die één taal spraken): ‘Dit is één volk en ze spreken allemaal een en dezelfde taal, wat ze nu doen is nog maar het begin. Alles wat ze verder nog van plan zijn, ligt nu binnen hun bereik.’ (Uit Genesis 11 : 6)

Opgemerkt 3: We zullen bij de onvoorstelbare ‘omvang’ van de sterrenstelsels in het heelal beseffen dat voor God 1000 lichtjaar nog minder is dan een oogwenk en dat God zowel in het onvoorstelbaar grote als in het onvoorstelbaar kleine Zijn scheppingsmacht aan de mens toont. Iedere nanoseconde van een chip in een supercomputer wordt door Hem beheerst.

Opgemerkt slot: Laten we Psalm 111 nog eens in z’n geheel lezen, dan weten wij gelovige christenen – net als eerder de gelovige Joden van het OT – waar wij met onze kinderen aandacht aan zullen geven en aan toe zullen willen komen in ons bestaan onder de zon.

Bron citaat: ND Geloof- ‘Kan het christendom het idee van buitenaardse wezens aan? ‘Misschien wel superieur aan mensen’’ – door Hendro Munsterman

Bron afbeelding: ND artikel – ANP / Mauritius Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe wij God overwinnen…

‘Nu sla ik mijn ogen op,
naar U Die in de hemel troont,
zoals de ogen van een slaaf
de hand van zijn heer volgen,

en de ogen van een slavin
de hand van haar meesteres,
zo volgen onze ogen
de HEER, onze God
tot Hij ons genadig wil zijn.’
(Uit Psalm 123 de verzen 1-2)

‘En Hij sprak: Laat Mij gaan, want het morgenrood breekt aan. Maar hij antwoordde: Ik laat U niet los, alleen als U mij zegent.‘ (Uit Genesis uit de verzen 23-33 : 26)

Geciteerd 1: God is getrouw in al Zijn beloften en toezeggingen. Paulus zegt tegen Timoteüs in zijn tweede brief (2 : 13): ‘Wanneer wij evenwel ontrouw zijn [letterlijk: niet geloven], dan blijft Hij getrouw en waarachtig; ‘Hij kan Zichzelf niet verloochenen.’ Daarom is deze Goddelijke waarheid en belofte een heel overvloedige, kostbare, uitgebreide en machtige garantie dat God niemand laat zinken of aan zichzelf overgeeft. Want wie op de belofte staat, die moet voor elke macht standhouden, zowel op aarde, alsook in de hel en in de hemel, zodat ook God Zichzelf daarin moet wegschenken en Zich door Zijn belofte moet laten overwinnen.
Dat is prachtig uitgebeeld in Genesis (32 : 24), toen Jakob in die nacht met de Engel streed en worstelde totdat het morgen werd. De Schrift zegt het zelf dat Jakob voor God te sterk is geweest, en dat de Engel hem niets heeft kunnen weigeren. Daarom heeft Hij ook zijn naam veranderd en noemde Hij hem Israël, dat is een vorst Gods of die machtig is bij God. Daarom zei Hij: ‘Jij zult voortaan Israël heten: want als je bij God machtig bent geweest, hoeveel te meer zul je machtig zijn bij de mensen‘ (32 : 28). Op dezelfde manier moeten wij allen Israëlieten zijn of worden, zodat ook wij God overwinnen.

Geciteerd 2: Wij moeten dus allen Israëlieten zijn of worden, zodat ook wij God overwinnen. Hoe gaat dat toe? Niet anders dan op deze manier: Gods gericht en ons geweten kunnen elkaar onmogelijk verdragen. Gods gericht is rechtvaardig en ons geweten is [=weet ons] zondig en strafbaar. Wanneer die twee elkaar ontmoeten, begint er een strijd op leven en dood en van angst der hel (Psalm 116 : 3). Dat is een worsteling en zware strijd. Tenminste als het geweten de overhand moet behouden en een Israël worden.
Het geweten moet God aangrijpen, waarin Hij overwonnen en gevangen kan worden: dat gebeurt alleen door Zijn belofte, waaraan het geweten zich stevig moet vastklampen en daaraan ook moet vasthouden. Totdat het gericht moet wijken en de beloofde genade alleen overblijft.
Daar wordt dan het geweten vrolijk, daar is God voor een aangevochten mens wat deze zo graag wil: vol van genade en waarheid! Want God kan niet liegen en wordt op deze manier door Zijn eigen waarheid overwonnen, die Hij Zelf al genadig had beloofd en toegezegd.

Geciteerd 3: De Engel heeft Jakob gezegend, en Jakob sprak: ‘Ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, maar mijn ziel is verlost geworden‘ (vers 30). Wat laat hij hiermee anders zien, dan dat zijn ziel (herhaaldelijk) in grote noden en angsten geweest is en dat hij Gods gericht tegen zich heeft gevoeld? Hij had tevoren de genadige belofte van God, dat Hij zijn God zou zijn en in zijn Zaad [Christus] de hele wereld zou zegenen. Daaraan klemde hij zich vast; hij liet zichzelf niet toe een andere gedachte over God te hebben. God, Die hem de belofte had gedaan, zou die houden en waarachtig zijn! Daarvan kreeg hij de naam van een mens die God overwonnen had. Dat is Israël, waarvan Hosea (12 : 4-5vv) zegt: ‘In zijn kracht heeft hij met God geworsteld; hij heeft met de Engel geworsteld en overwonnen; hij weende en smeekte Hem.’
Op dezelfde manier moeten wij God ook overwinnen. In deze strijd hebben wij geen andere sterkte dan Zijn Goddelijke belofte en waarheid, die Hij Zelf niet loochenen kan of wil. Daarom, wie Hem aangrijpt in de belofte, die heeft Hem en zal Hem houden.
Dat zegt ook de bruid in het Hooglied: toen ze Hem lange tijd had gezocht en niet had gevonden, en spoedig nadat ze de wachters had ontmoet vond ze Hem, en ze zei: ‘Nu heb ik Hem gevonden en zal Hem niet loslaten‘ (Hooglied 3 : 4)

[Maarten Luther: Von der Beicht, ob die der Bapst macht haben zu gebieten (1521), WA 8, 178-179, 13 ff]

Leestips: Genesis 32 : 24-22 (28!)AA, Matteüs 11 : 7-19 (12!), Hosea 12 (4+5!) en 2 Timoteüs 2 : 8-13 (11-13!).
AA* Lees hierbij ook Genesis 47 : 7-10!

Bron citaten: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditaties van 11-13 augustus – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog Uitgeverij (2022)

‘Wees genadig, HEER, wees ons genadig,
wij worden veracht, meer dan te dragen is.
Meer dan onze ziel kan dragen
raakt ons de achteloze spot,
de hoogmoed van onverschilligen.’
(Uit Psalm 123 de verzen 3-4)

Bron afbeelding: Lift Up Your Eyes (WordPress-com)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Rituelen die het heil bemiddelen, werden verdacht’…

‘Er kwamen een paar mannen met een verlamde op een draagbed, die ze naar binnen wilden brengen om hem voor Jezus neer te leggen. Maar ze zagen geen kans om door de mensenmassa heen te komen, en dus gingen ze het dak op en lieten hem op het bed door een opening in het tegeldak naar beneden zakken tot vlak voor Jezus. Toen Hij hún geloof zag – van de vier vrienden of toch ook van de verlamde? (1) – zei Hij tegen de verlamde: “Jouw zonden zijn je vergeven.”‘ (Uit Lukas 5 uit de verzen 1-26 : 18-20, het verhaal is ook te lezen in Marcus 2 : 1-12)

Geciteerd 1: Genezing is volgens haar (Miranda Klaver*) een teken, een glimp van Gods koninkrijk dat nog moet komen. Geen gesloten systeem van oorzaak en gevolg. Denk vooral niet: ik bid, dus genees ik, en als ik niet genees, ligt dat aan mij. Dan had ik misschien te weinig geloof, een onbeleden zonde … Dat leidt tot een tragisch godsbeeld, zegt Klaver. (…) Naar een gebedsgenezer zou Klaver zelf nooit gaan, denkt ze. Met ziekenzalving heeft ze geen moeite. Ze vertelt over een vrouw die voor een zwaar medisch traject stond, en zei: ‘Ik geloof niet dat ik genezen word, daar heb ik het geloof niet voor. Maar bid voor mij, nu ik het zelf niet kan.’
* Godsdienstsocioloog aan de VU en kenner van de evangelische wereld.

Geciteerd 2: Op Witte donderdag had Luther in een preek over de juiste voorbereiding op het Avondmaal een grondprincipe uitgesproken dat veel aandacht kreeg: ‘Zoveel zul je ontvangen als je gelooft te ontvangen… Het geloof alleen is de beste en enige voorwaarde, omdat het niet op onze krachten of werken (of rituelen) bouwt, maar op het absoluut zuivere en bestendige woord van Christus: ‘Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijn. (…) Luther heeft niet alleen voor Zwingli in Zürich, maar voor zijn hele tijdperk de religieuze grondvragen geformuleerd en ook beantwoord. Het geloof bevrijdt van de ondraaglijke last die bestaat uit dwang van binnen en van buiten. (2)
Luther laat op zijn ‘geloofsprincipe’ in zijn preek nog een voor velen van ons vreemde zin volgen, die – als gevolg van de betekenis van de eerste zin – nauwelijks aandacht heeft gekregen. Wanneer het geloof u/jou ontbreekt, grijp dan het laatste reddingsanker (of laat het je in de handen duwen – AJ). Laat je als dopeling, als een kind (dat zichzelf niet redden kan, als een verlamde) naar de kerk dragen en spreek dan zonder (of nog met – AJ) angst tot Christus onze Heer: ‘Ik ben onwaardig, ik verlaat me echter op het geloof van de kerk – of (beter: AJ) op het geloof van mijn broeders en zusters. Hoe het ook met mij gesteld is, o Heer, ik moet gehoorzaam zijn aan Uw kerk (gemeente), die mij – op grond van Uw Woord (AJ) – gebied ter communie te gaan (geen dopeling kan/mag zichzelf uitsluiten, dat komt hem of haar en ook zijn broeders en zusters niet toe!). Als het zo moet, dan betuig ik op deze manier (toch) mijn gehoorzaamheid. En dan, zo vervolgt Luther, besef en geloof dan vast en zeker dat je niet onwaardig naar het Avondmaal gaat. Christus zal jou de gehoorzaamheid die je aan de kerk (in de gemeente) bewezen hebt, toerekenen als geloofsgehoorzaamheid. Het geloof van de kerk – Christus’ gemeente, waar je ook een lidmaat van bent – zal jou volwassene, net zo min in de steek laten ‘als het kleine kind (of medevolwassene) dat op geloof van een ander (ouders of huisgenoot) gedoopt en gered wordt.’
Dit ‘vreemde geloof’, dat is de stevige brug tussen de kinderdoop (en huisgenotendoop) en de aanwezigheid van Christus in brood en wijn. De sacramenten zijn alleen in het geloof heilzaam en nuttig, ze zijn echter ook zonder geloof waar.
Dit ‘vreemde geloof’ scheidt Luther niet alleen van Zwingli en zijn aanhangers, maar ook van zijn eigen erfgenamen. Het moderne Protestantisme legt wel de nadruk op het geloof als de vervulling van de eigen persoonlijkheid, maar de gedachte aan het ‘vreemde geloof’ buiten de persoon om ligt in deze tijd allesbehalve voor de hand.

Geciteerd slot: De winst van de (toenmalige) Avondmaalsstrijd (1-3 oktober 1529 in Marburg) mag niet veronachtzaamd worden. Het geloof in Gods Woord is onontbeerlijk. Het doorbreekt echter de geestelijke-psychologische beperking tot de innerlijkheid van het vrome genot. De betekenis van deze ontgrenzing is nu juist dat de duivel, kenner van de ziel en vijand van het lichaam (!), tegengesproken wordt. Hij kan de psyche binnendringen en haar totaal beheersen en ook de gelovige Christen zo in zichzelf laten kromgroeien en in de analyse van zichzelf misvormen dat hij twijfelt aan (een genadig) God en aan de wereld. Een ding kan de boze echter niet: Hij kan niet aanwezig zijn in het vlees. De oproep van de instellingswoorden van het Avondmaal trekt de mens uit het vangnet van de zelfanalyse.

(1) Het is heel goed mogelijk dat de verlamde er ‘weinig heil’ in zag en tegensputterde, doe maar geen moeite voor mij (en dat later nog weer toen hij van de mensenmenigte voor dat huis hoorde en zelf ook zag, maar dat het geloof en het aandringen van z’n vrienden uiteindelijk de doorslag gaf en hij zich toch tot voor Jezus liet dragen.
(2) Denk aan de woorden verlossende woorden van onze Heer tot de verlamde en de verontwaardiging van de Schriftgeleerden en Farizeeën.

Opgemerkt: Bovenstaande Bijbelgedeelte citaten (2 en slot) zijn wel heel toepasselijk op de geloofsstrijd die ik heb moeten voeren en de hulp die nodig was om mij los te maken uit het ‘vangnet van de zelfanalyse’. Stel je nu eens voor, dat de vrienden van de verlamde, wat later na die woorden van Jezus en na zijn genezing niet blij en dankbaar meer waren samen met hem – ondenkbaar toch?! Of toch niet?** Maar dat is mij wel overkomen!
** Mogelijk werden ze even later jaloers op de gezonde en sterke benen die de verlamde nu weer had (terwijl aan de benen van hen nog wel wat mankeerden, pijnlijke spataders oid) en hij had toch maar persoonlijk uit de mond van Jezus vergeving van zonden ontvangen, terwijl hij toch wel wat op z’n kerfstok had. Eigenlijk best onverdiend en zelfs onverdraaglijk achteraf bezien…

Zie ook: ‘Recht doen aan Gods Woord én aan de geschiedenis van de kerk…‘

Bron citaat 1: ND Geloof -‘Zijn christenen werkelijk eeuwenlang gebedsgenezing vergeten? ‘Zoek God niet alleen in het spectaculaire’’ – door Dick Schinkelshoek.
Bron citaat 2 en slot: ‘Luther – mens tussen God en duivel – Heiko A. Oberman (1930-2001, hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen en in Tucson (VS)).

‘Daarom zeg ik je: “haar zonden zijn haar vergeven, al waren het er vele, want ze heeft veel liefde betoond; maar wie weinig wordt vergeven, betoont ook weinig liefde.” Toen zei Hij tegen haar: “Jouw zonden zijn je vergeven.” Zijn tafelgenoten dachten bij zichzelf: Wie is Hij dat Hij zelfs zonden vergeeft? Hij zei tegen de vrouw: ‘Jouw geloof heeft je gered; ga in vrede“.’ (uit Lukas 7 uit de verzen 36-50 : 47-50)

Bron afbeelding: Facebook

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Recht doen aan Gods Woord én aan de geschiedenis van de kerk…

‘Broeders en zusters, ik smeek jullie, wees zoals ik, want ik ben zoals jullie. Jullie hebben mij nooit enig kwaad gedaan (of een kwaad hart toegedragen). Herinneren jullie je niet de eerste keer dat ik jullie het Evangelie heb verkondigd? Ik kwam bij jullie toen ik ziek was, en alhoewel mijn ziekte jullie er alle aanleiding toe gaf, hebben jullie mij toch niet veracht of verstoten. Jullie hebben mij in jullie midden opgenomen als een engel van God, als Christus Jezus Zelf. Toen prezen jullie je nog gelukkig (vanwege jullie redding). Wat is daar nog van over? Ik kan van jullie getuigen dat jullie zelfs jullie eigen ogen zouden hebben uitgerukt om ze mij te geven. Ben ik dan ineens jullie vijand geworden, omdat ik jullie de waarheid zeg?‘ (Uit Galaten 4 uit de verzen 12-20 : 12-16)

Geciteerd 1: In de Vroege Kerk was gebed voor de zieken zelfs een kerntaak. Ziekte hoorde bij de kwade machten, die Christus had overwonnen. In de middeleeuwen verschoof – met het laatste sacrament – de nadruk van genezing naar voorbereiding op de dood.

De Reformatie nam daar afstand van. Rituelen die het heil bemiddelen, werden verdacht: het moest om het Woord draaien. Ook raakte lichamelijke genezing steeds verder op de achtergrond: het ging om de ziel.

Zonde, schuld en vergeving kwamen centraal te staan.

Opgemerkt: Misschien zijn bovenstaande woorden over ‘De Reformatie’ waar voor de ontwikkelingen binnen de kerken van de ‘nadere reformatie’, maar ze zijn zeker niet waar voor de ‘Luther reformatie’, die ons weer terugbracht bij het luisteren naar heel Gods Woord in de samenkomsten van de gemeente en daarmee kwam ook het gewone concrete lichamelijke mensenleven (w.o. onze seksualiteit) weer in beeld als gave van God waarvan wij goede beheerders dienen te zijn.

Geciteerd 2: Voor Luther is vergeestelijking, het streven naar het ‘hogere’, juist het ‘on-wezen’ van het Christendom. De rechtvaardige vergeestelijkt zich niet in het geloof, maar lééft uit het geloof., en dit leven (en daarmee ook de seksuele lusten en seksuele aantrekkingskracht) is door God geschapen en bedoeld. Om de eerste regel van de geloofsbelijdenis te kunnen funderen is de ervaring van een mensenleven noodzakelijk: ‘Wat bedoel je’, vraagt hij in de Grote Catechismus, met het woord ‘Ik geloof in God de Vader, Almachtige, Schepper…?’ Antwoord: ‘Dat bedoel en geloof ik dat ik schepsel van God ben, dat betekent dat Hij mij gegeven heeft en onophoudelijk onderhoudt lichaam, ziel en leven, ledematen klein en groot, alle zinnen (!), inzicht en verstand…’
Ook deze ondubbelzinnige belijdenis ontkwam (helaas!) niet aan toespitsing op inzicht en verstand. Het zinnelijke werd samen met de zinnen als onbelangrijk weggestreept. De adel van de mens is hoog verheven boven de nederige schepping van God – boven eten, drinken, kleding, voedsel, vrouw en kind. Niet alleen de nieuwe leek, maar ook de door de cultuur gevormde burger van de Verlichting ontpopte zich als de oude monnik. In die monnik ziet Luther de duivel aan het werk. ‘Wie zich schaamt voor huwelijk en seksualiteit, schaamt zich er ook voor dat hij/zij mens is, dat was Luthers afscheid van de gewoonte om lichaam, zinnen en zinnelijkheid in een kwaad daglicht te stellen.
(…) Men behoeft zich slechts te houden aan het geschrift van Luther ‘Wider den falsch genannten geistlichen Stand’ (1522) om te kunnen vaststellen dat de Reformator zich er niet voor schaamt om ondubbelzinnig over de gezonde oerkracht van de lust te spreken.
(…) Wat tegenwoordig als ‘traditionele rolverdeling’ overgeleverd en gekritiseerd wordt, is eerder afkomstig uit de Middeleeuwen en heeft zich ondanks Luther nog lang kunnen handhaven in grote delen van Europa. Hij beschouwde het niet als onmanlijk wanneer een vader de luiers wast en een bed opmaakt. Dan spotten de mensen wel, maar God lacht (vriendelijk, vrolijk) samen met alle engelen en creaturen’. En omgekeerd vertrouwt hij aan zijn vrouw met een gerust hart het beheer van de financiën en het bezit toe. Zelfs wanneer mannen kinderen konden baren dan nog zou de wereld zonder vrouwen ten ondergaan, want zij weten heel goed ‘te bewaren en te sparen’ – en daarop berusten politiek en staat!

‘Rituelen die het heil bemiddelen, werden verdacht’…

Geciteerd: God heeft de doop ingesteld en bevolen – daaruit alleen al kan afgeleid worden, dat het geen ‘lichtvaardige zaak’ is, ‘zoals het aantrekken van een nieuwe rode jas’. Gods eigen werk wordt voltrokken door de hand van de mens, want er wordt gedoopt in de naam van God, in de naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest. Op dat moment wordt een onuitsprekelijke schat ontvangen, namelijk de verlsosing van zonden, dood en duivel’. (…) God geeft houvast door datgene wat lijflijk is en door de zintuigen waargenomen kan worden. (…) De ‘onnozele’ natuur (of het rationele verstand) kan (wil) het niet begrijpen. Enkel en alleen dankzij de doop kan zij de aanvechting en het verstand tegenspreken: Ik zal zalig worden aan lichaam en ziel. (…) Nauw verbonden met de doop is de boete. Zij is daarom geen afzonderlijk sacrament, ze bewerkt geen herstel van de verloren genade van de doop, maar ze is terugkeer tot de doop en toewending naar het begin dat God gemaakt heeft! (…) De kinderdoop is het rijke sacrament voor lege handen. Niet pas aan het sterfbed geldt het woord: ‘Wij zijn bedelaars, dat is waar‘. Het leven begint ermee.

Zie ook deze blog: ‘Rituelen die het heil bemiddelen, werden verdacht…‘

Bron citaat 1: ND Geloof -‘Zijn christenen werkelijk eeuwenlang gebedsgenezing vergeten? ‘Zoek God niet alleen in het spectaculaire’’ – door Dick Schinkelshoek.
Bron citaat 2-3: ‘Luther – mens tussen God en duivel – Heiko A. Oberman (1930-2001, hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen en in Tucson (VS)).

‘Wees de Rots waarop ik kan wonen,
waar ik altijd weer heen kan gaan.
U hebt mijn redding bevolen,
mijn Rots en mijn Burcht, dat ben U.
(…)
U bent mijn enige hoop,
HEER, mijn God,
van jongs af vertrouw ik op U.
Al vanaf mijn geboorte steun ik op U,
al in de moederschoot was U het die mij droeg,
U wil ik altijd loven.’
(Uit Psalm 71 uit de verzen 1-8 : 3 en 5-6)

Bron afbeelding: Bible Verse Wall Art.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wie heeft het voor het zeggen in ons (levens/kerkelijk) huis?

‘Jezus antwoordde en zei tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn Woord bewaren; en Mijn Vader zal hem/haar liefhebben, en Wij zullen tot hem/haar komen en zullen woning bij hem/haar maken.’ (Uit Johannes 14 uit de verzen 18-26 : 23*)
* Zie hierbij ook Openbaring 3 de verzen 14-23 en dan m.n. vers 20.

Geciteerd: Er zijn twee zaken die de christenen van God ontvangen, zoals Paulus ze ook afzonderlijk noemt ‘genade en gave’ (vgl. Romeinen 5 : 15).
Genade vergeeft de zonde, maakt troost en vrede in het geweten en zet de mensen over in het ‘Rijk van Gods genade en waarheid’, zoals het Genaderijk genoemd wordt in de psalm: ‘Zijn genade en waarheid regeren machtig over ons tot in eeuwigheid’ (vgl. Psalm 117).
De gave echter, of het geschenk, is dat de Heilige Geest in de mens nieuwe gedachten, een nieuwe zin, troost, kracht, ja een volkomen nieuw hart en een nieuw leven geeft. Dat bedoelt Hij nu in de tekst, waar Hij zegt: ‘Wij zullen woning bij hem/haar maken.’ (1a)
Dit moet (!) volgen op de genade en de liefde van God, dat het hart van de mens nu een troon en stoel van de hoge Majesteit wordt, hoger en beter (2) dan de (door de zonde en de boze aangetaste) aarde/wereld/mensdom, zoals Paulus zegt: ‘De tempel van God is heilig, en jullie zijn (zelf) die tempel’ (vgl. 1 Korintiërs 3 : 17). En: ‘Jullie (als gemeente) zijn de tempel van de levende God, zoals God zegt: Ik zal in hen wonen en in hen wandelen’ (vgl. 2 Korintiërs 6 : 16). (1b)

(1a) Bedenk hierbij dat gezegd wordt dat man en vrouw door het huwelijk tot ‘één vlees/lichaam’ (onafscheidelijk, niet meer te scheiden geheel) geworden zijn volgens Gods Woord – zie o.a. Matteüs 19 : 4-6.
(1b) Bedenk hierbij dat we als gemeente ook één lichaam vormen (met Christus als ons Hoofd) en daarmee een onverbrekelijke eenheid. Door onze Doop werden we ‘ingelijfd’ en aan het Avondmaal mogen we die gezamenlijke gemeenschap met/aan het lichaam van Christus met elkaar (oud én jong) vieren en verkondigen wij daar de dood van onze Heer – aan elkaar, dat die – Zijn kruisdood – voor ons allen, ook voor mij, nodig was/is – totdat Hij komt.
(2) Bedenk wel dat wij dat ‘hoger en beter’ hier en nu ontvangen en ‘uitdragen’ (verkondigen) in de ‘vernederde gestalte’ van onze Heer, zoals (bijvoorbeeld) Petrus dat beschrijft in 1 Petrus 2 : 20-25 en Paulus in 2 Korintiërs 6 : 4-13.

Leestip: Efeziërs 4 : 25-32 en 5 : 13-20.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 7 augustus – Den Hertog uitgeverij (2019)

‘Maak (daarom, vanwege die eenheid) Gods Heilige Geest niet bedroefd, want Hij is het stempel waarmee jullie (door de Doop) gemerkt zijn voor de dag van de verlossing. Laat (daarom) alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw (gescheld) en gevloek en alle kwaadaardigheid (jegens elkaar). Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God jullie in Christus vergeven heeft.’ (Uit Efeziërs 4 de verzen 25-32 : 30-32)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over Het ‘(dienst)werk van het Godsvolk’ gesproken…

‘Sommigen doen het weliswaar uit afgunst en rivaliteit (1), maar anderen verkondigen Christus vanuit en met goede motieven en bedoelingen.’ (…) ‘Maar wat doet het er eigenlijk toe – die verachting en benadeling van mijn persoon -, dat Christus – ook door hen – verkondigd wordt dáár verheug ik me over.’ (Uit Filippenzen uit de verzen 12-21 : 15 en 18)

‘Jullie die zo verstandig zijn, verdragen dwazen* (onder jullie voorgangers en ‘geestelijke leiders’) toch met het grootste gemak [=zonder verzet (2)]. Tenslotte verdragen jullie het ook dat jullie worden getiranniseerd: namelijk doordat jullie toestaan dat men jullie (financieel) uitzuigt, onderwerpt (met geestelijke redeneringen en jullie leren vragen/verlangen ‘om/naar meer’ dan wat jullie ‘om niet’ geschonken is en wordt), zich – geestelijk! (3) – boven jullie verheft en (daarmee) beledigt.’ (Uit 2 Korintiërs 11 uit de verzen 16-21 : 19-20)

* Dwazen zijn in Gods Woord mensen die meer met mensen en hun oordeel en veroordeling rekening houden dan met God, Die toch alle mensenharten kent en doorgrondt (o.a. Psalm 19 : 13-15 en Psalm 139 : 1-6 en 23-24)

Geciteerd: Paulus schrijft aan de leden van Christus’ gemeente in Filippi waar hij blij van wordt: dat het Evangelie voortgang (en ingang) vindt. Hij heeft daar wel bedenkingen bij; sommigen laten blijken dat ze Paulus niet (meer) hoeven. Zijn ze jaloers op wat hij heeft mogen bereiken? Zien ze hem – vanwege hun eerzucht en geldingsdrang – als een concurrent? Paulus staat daarboven – Nee! Paulus kent zichzelf en weet van de hoogmoed en geldingsdrang bij zichzelf! (4) – en daarom kan hij het opbrengen – Nee! Paulus leeft in ootmoed door de kracht van de Heilige Geest – en (Bijbels) nuchter vaststellen dat de Blijde Boodschap ondanks allerlei menselijke ‘ruis’ de wereld in gaat. Dat stemt hem tot dankbaarheid en blijdschap. Hij concentreert zich – door Gods genade – op Jezus Christus en zoekt niet zichzelf.
De zondagse eredienst (5) is voor ons een kans om Paulus’ verwondering te delen met elkaar (6). Liturgie betekent letterlijk: werk van het volk (7). Maak er (dáár???) werk van en bid voor jouw voorganger.

(1) Of ook vanwege financieel gewin, waarvoor ik hen en jullie gewaarschuwd heb en dat ook zal blijven doen (zie o.a. 2 Korintiërs 2 : 17 en Galaten 4 : 17).
(2) Onze Heer en later de apostelen hebben zich tegen het leiderschap in het Israël van hun dagen in Jeruzalem (m.n. de Farizeeën en Schriftgeleerden en hoge priesters, in Jeruzalem verenigd in het Sanhedrin) verzet en we weten wel wat hen dit gekost heeft.
(3) We horen in de vier evangeliën en in het boek Handelingen genoeg over dat geestelijk zich verheffen boven medegelovigen. Zie/lees ook het vandaag (maandag 3 augustus 2026) toegezonden Luthercitaat met woorden n.a.v. de biddende Farizeeër en tollenaar.
(4) Die geldingsdrang en dat je boven een ander verheffen dat moest ook bij hem nog beteugeld worden: lees het na in 2 Korintiërs 12 : 6-10.
(5) Laten we de zondag maar zien en benoemen als ‘Góds dienst aan ons’ (dus daar juist niet: ‘de godsdienst aan óns’), want juist dáár wil Hij aan ons werken door Woord en Geest en het gezamenlijk gebed dat ten bate van iedereen en voor ieder te horen wordt uitgesproken door een voorganger of oudste. En laat ook een voorganger/oudste het gebedsonderwijs van onze Heer daarbij ter harte nemen (zie o.a. Matteüs 6 : 7-8 vv, Lukas 7 : 1-13) en dat van Paulus (zie m.n. 1 Timoteüs 2 : 1-8).
(6) Laten we ons idd verwonderen wanneer het Evangelie ons onderwezen wordt in de zondagse samenkomst, waar wij toch eerst en vooral samenkomen om samen te luisteren naar wat de Geest – niet onze (ingehuurde) voorgangers en/of organisatoren – tot de gemeente waartoe wij behoren (dooplid van zijn) te zeggen heeft. En wel om ons te laten toerusten tot het christelijk samenleven als gemeente in de dagelijkse praktijk (dus direct na de zondagse ‘eredienst’ op zondag en verder alle dagen in ‘de rest’ van de week) en dus als toerusting die nodig is voor het vervullen van onze ‘ware eredienst’ (zie respectievelijk 1 Korintiërs 12 en Romeinen 12).

Bron citaat (bewerkt!): Dag in dag uit 2026 – Meditatie van maandag 3 augustus – Leger des heils | Ark Media

‘Hij (!) heeft ons geschikt gemaakt (!) om het Nieuwe Verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van Zijn Geest. Want de letter doodt (de wet brengt ons het leven niet, maar veroordeelt!), maar de Geest maak levend.’ (Uit 2 Korintiërs 3 uit de verzen 1-6 : 6)

Bron afbeelding: BiblePortal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie