‘Met de genegenheid van Christus’…

‘Ik bid dat jullie liefde steeds meer aan inzicht en fijnzinnigheid zal winnen.‘
(Uit Filippenzen 1 uit de verzen 7-11 : 9)

Geciteerd: Aandacht voor iemand die gevangen zit (of verbannen is) kan nadelig en zelfs gevaarlijk zijn wanneer je door de overheid – of van ‘hogerhand’ in een kerkelijke gemeente bijv. (1) – in de gaten wordt gehouden en desnoods vervolgt. De gemeente in Filippi en Paulus onder vinden het aan den lijve. Gelukkig brengt dat geen verwijdering tussen hen. Integendeel de band wordt juist sterker (anders dan in Korinthe en Galatië, lees zijn brieven aan die gemeenten!). Paulus verlangt naar hen met ‘de genegenheid van Christus’ – en bij hem was het t.a.v. de gemeente in Korinthe en Galatië trouwens niet anders (2).
Wij moesten die uitdrukking (en de praktijk ervan!) maar overnemen, temeer omdat die genegenheid ook voorbede inhoudt. Laten wij voor en met elkaar bidden dat onze liefde (!) zal winnen aan inzicht en fijngevoeligheid. (3)

(1) Paulus liet zich door zulke mensen niet intimideren blijkt (o.a.) wel uit zijn woorden in Galaten 2 : 1-14.
(2) Dat blijkt wel (o.m.) uit zijn woorden in 2 Korintiërs 6 : 11-13 en Galaten 4 : 12-20.
(3) Ook het op de ‘juiste manier’ voor elkaar bidden vraagt om ‘de genegenheid van Christus‘ en om inzicht en fijngevoeligheid. Om dat laatste bidden (voor jezelf) is meer nodig, dan vooral om ‘bekering’ van de ander te bidden. Met het eenvoudige maar diepe ‘Onze Vader’ gebed, bidden wij om ons dagelijks Brood, dat is de liefde en de wijsheid én de vergevingsgezindheid van onze Heer Jezus Christus door de kracht van de Heilige Geest – Lees hierbij 1 KorintIërs 4 : 19-21 en lees voor ‘stok’ (vers 21) maar ‘Herdersstaf’, de vermanende (!) woorden van het Evangelie!

Bron citaat: Dag in dag uit 2025 (!) – Meditatie van 2 augustus – Leger des Heils | Ark Media

‘Dan zullen jullie op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn, vol van de vruchten van de gerechtigheid, die jullie danken aan Jezus Christus (4), tot lof en eer van God.’ (Uit Filippenzen 1 : 7-11 : 10b-11)

(4) Dus niet aan de woorden van de apostel, niet aan de inzet van voorgangers of alles wat maar georganiseerd kan worden om ons tot geloven en daden (vruchten!) van het geloof te brengen, maar aan onze levende Heer Jezus Christus, die één is met de Vader en de Heilige Geest en dus ook onze almachtige God is.

Bron afbeelding: Bible Inspirations

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over Christelijk geloven en Christelijk Avondmaal vieren…

‘Dit is het Brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat de mens daarvan zal eten en niet sterven.’ (Uit Johannes 6 uit de verzen 25-51 : 50)

Geciteerd 1: Als wij dit Brood eten, doen wij de wil van onze hemelse Vader, die geen andere is, dan dat wij in de Zoon geloven. Christus zegt Zelf in dit Evangelie: “Dit is de wil van Hem, Die Mij gezonden heeft, dat wie de Zoon ziet en in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft (vgl. Johannes 6 : 40). Dus het is duidelijk, wie in dit Hemelbrood gelooft, in deze Christus, in dit vlees en bloed, waarvan Hij hier spreekt, die neemt Hij ook als de Zijne aan. Die mens heeft reeds de wil van God gedaan, en heeft van dit hemelbrood gegeten. Over dit geestelijk Avondmaal van het geloof spreekt het hele Nieuwe Testament en bijzonder hier in het Evangelie van Johannes.
Wanneer wij deze woorden van Christus goed ter harte zouden nemen, zouden zij ons tot troost en vreugde zijn. Je ontvangt deze troost en vreugde alleen als je dit Brood, dat uit de hemel gekomen is, de Heere Christus, door het geloof eet, namelijk als je gelooft dat Hij onze Verlosser en Zaligmaker is. Daarom wil ik jullie hierbij vragen en tegelijk waarschuwen, dat we dit woord niet zullen toepassen op het Avondmaal, want wie het op die manier uitlegt, doet het Evangelie geweld aan. Er is in dit Evangelie geen letter die het Avondmaal bedoelt. Waarom zou toch Christus hier aan het Avondmaal denken, terwijl het nog niet was ingesteld. Op die manier spreekt ook het hele hoofdstuk, waaruit dit Evangelie genomen is, over niets anders dan over het geestelijk eten van het Brood, namelijk over het geloof.

‘Dus altijd wanneer jullie dit brood eten en uit de beker drinken, verkondigen jullie de dood van de Heer, totdat Hij komt.’ (Uit 1 Korintiërs 11 uit de verzen 17-34 : 26)

Geciteerd 2: Over het geestelijk Avondmaal van het geloof (zie eerste citaat) spreekt het hele Nieuwe Testament en bijzonder hier in het Evangelie van Johannes. Het zichtbare en tastbare Avondmaal [dat we vieren in de samenkomsten van de/een gemeente] is een testament en een verzekering [of bevestiging] van dit ware Avondmaal, waarmee wij ons geloof – in gemeenschap met onze Heer en met elkaar, het is een ‘Lichaamsmaaltijd’, een maaltijd ten bate van het hele Lichaam, de gedoopte gemeente, waar ook wij gelovig dooplid van zijn, dus een concrete lokale gemeente (AJ) – zullen versterken en ervan verzekerd zullen zijn dat dit lichaam en bloed, dat wij in het sacrament ontvangen, ons [door doop en geloof, Romeinen 6] van zonde, dood, duivel en alle ongeluk heeft gered.

‘Alleen, jullie komen niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren. Van wat jullie hebben meegebracht eten jullie alleen zelf – samen met ‘partijgenoten’ (zie vers 18-19!) – zodat de een niets te eten (en drinken) heeft en misschien zelfs niet welkom is – terwijl een ander (al) dronken is. Hebben jullie dan geen eigen huis (of gelegenheden) waar jullie – met vrienden en kennissen uit eigen kring of ‘partij’ (1) – kunnen eten en drinken? Of verachten jullie de gemeente van God en willen jullie de armen onder jullie vernederen (1).’ (…) ‘Daarom maakt iemand die op onwaardige manier het Avondmaal viert en op onwaardige manier van het brood eet en uit de beker drinkt – namelijk niet in het besef het een ‘Lichaamsmaaltijd’ betreft -, zich schuldig tegenover het lichaam en bloed van de Heer.’ (…) ‘Daarom, broeders en zusters, weest gastvrij voor elkaar wanneer jullie samenkomen voor de maaltijd. Laat daarom (ook) iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij of zij van het brood eet en uit de beker drinkt, want wie eet of drinkt maar niet beseft dat het bij deze maaltijd om het lichaam van de Heer gaat, roept veroordeling af over zichzelf.’ (Uit 1 Korintiërs 11 uit de verzen 1-34 : 20-22 en 27)

(1) Lees hierbij ook 1 Korintiërs 12 : 12-27 en Jakobus 2 : 1-13!

Opgemerkt: Vanwege bovenstaande woorden en Schriftgedeelten waarnaar verwezen wordt, zal het ons toch duidelijk zijn dat het vieren van het Avondmaal thuishoort in een lokale gemeente, waar men elkaar kent en waar men met elkaar meeleeft en waar men elkaar – zo nodig – ook kan en wil vermanen en terechtwijzen (zie Kolossenzen 3 : 12-17 m.n. vers 16).

Bron citaten: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Uit meditaties van 29-31 juli – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019).

Bron afbeelding: Facebook

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gaat het om ‘theologisch’ of om ‘Pastoraal’ geschoolde predikanten?

‘De Boodschap van het Evangelie is betrouwbaar (1) en verdient onze volledige instemming. Hiervoor zwoegen en strijden wij, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God (2), Die de Redder is van alle mensen, inzonderheid voor de gelovigen.’ (Uit 1 Timoteüs 4 uit de verzen 8-16 : 9-10)

Geciteerd: De Gereformeerde Bond bepleit dat een predikant een academische vorming zal krijgen. Dat is in de gereformeerde kerken in ons land altijd de lijn geweest. Niet voor niets richtte de Reformatie overal universiteiten op. De argumentatie daarbij is dat kennis van de grondtalen van de Bijbel onmisbaar is voor een gedegen Bijbelse prediking. Daarnaast is academisch denkniveau vereist voor de hermeneutische, systematisch-theologische en filosofische vragen. Het academische niveau kenmerkt zich door een wetenschappelijke, analytische en kritische benadering. Het draait om het zelfstandig verwerven van complexe kennis, het doorgronden van theorieën en het blootleggen van de structuren erachter. Dit is ook nu essentieel binnen de complexiteit van kerk-zijn in een seculiere cultuur.

Bovenstaande stelt de Gereformeerde Bond vanuit bezorgdheid over de zeggingskracht van theologie en prediking in een complexe tijd.

Tegelijk ziet de GB dat de kerk verlangt om onder voorwaarden ook hbo-opgeleide predikant-pastores toe te laten tot het ambt. Dit verlangen is onder andere ingegeven vanwege een toenemend predikantentekort. Hun roeping, bevoegdheid en plaats in de kerk respecteert de GB ten volle. Wel blijft voor ons de academisch gevormde predikant de norm. Voor hbo-opgeleide predikanten zien wij verdere theologische vorming en voortgaande studie om een academisch gevormde predikant te worden als een noodzakelijk onderdeel van hun ambtsuitoefening.

Denk daarbij aan de vele broeders die in het verleden vanuit een niet-academische achtergrond werden geroepen, maar die zich vervolgens met grote inzet toelegden op verdere studie en zo uitgroeiden tot theologisch breed gevormde dienaren van het Woord.

We willen dan ook oproepen om in de consideraties aan te geven dat verdere scholing van hbo-geschoolde predikant-pastores geen optie is, maar een wezenlijke verplichting die uit de ernst van de bediening zelf voortvloeit. En in de opleiding is de GB bereid om mee te denken en verantwoordelijkheid te nemen bij de aanstelling van docenten.

(1) Lees hierbij ook Paulus’ woorden aan Titus in Titus 3 : 4-8.
(2) Zie Kolossenznen 1 : 12-23, Hebreeën 1 : 1-2 : en 4 : 12-13.

Opgemerkt 1: De eerste vraag die bij mij opkomt is: Zien we de Bijbel als een boek vol Pastoraat – voor de ‘eenvoudige(n)’, w.o. ook de voorgangers/predikanten zich mogen en dienen te rekenen – waarbij onze Goede Herder van elke voorganger (m/v) vraagt om daarmee ‘Zijn lammeren’ (Zijn kudde) te hoeden onder de altijd weer af te bidden leiding van de Heilige Geest of als een (moeilijk) boek vol theologie dat zo zuiver mogelijk aan de gemeente – waarvan hij/zij een dienaar is geworden (of van de kerk door/bij wie hij in dienst is genomen) – moet worden voorgehouden om ‘ongelukken’ te voorkomen. De eerste zienswijze vraagt van een (toekomstig) ambtsdrager eerst en vooral geloof (vertrouwen in God en Zijn Woord), de tweede eerst en vooral kennis (van o.a. de grondtalen). Welke opvatting door het optreden/onderwijs van onze Heer, zoals ons dat is doorgegeven in de vier evangeliën en ook in de brieven van de apostelen ons geleerd wordt, is voor mij geen vraag, maar een weet!

Opgemerkt 2: Toen wij – de latere NGK-gemeenten – in de jaren zestig ‘op straat gezet’ of ‘de deur gewezen’ waren, toen verkeerden wij in de unieke situatie van een (gereformeerde/reformatorische) kerkgemeenschap in Nederland zonder naam en zonder pretenties (en zonder groot getal). We hadden geen grote (vroegere of toentertijd huidige) ‘mannen van naam’ (een dr. Abraham Kuyper, een prof. Schilder, een prof. Kamphuis, maar ook geen Augustinus, Calvijn of Luther) waarop we ons konden of wilden beroepen of die we naar voren konden schuiven als de beste vertegenwoordigers van onze ‘eigen’ kerkgemeenschap. We waren niet meer dan een – in de ogen van mensen ‘armzalig – ‘overblijfsel’ na de vele kerkscheuringen in kerken van de reformatie cq de gereformeerde kerken in Nederland. De voorgangers van dit ‘overblijfsel’ hebben zich toen moeten bezinnen over hoe verder te gaan met elkaar als kerkgemeenschap (ook onder welke naam en met welke kerkorde) en hoe binnen dit ‘overblijfsel’ nog weer predikanten op te leiden. Het in 1976 opgerichte Nederlands Gereformeerd Seminarie heeft de taak van predikanten opleiden op zich willen nemen en zich daarover ook verantwoord binnen dat ‘overblijfsel’. Het beste is dat (m.i.) nog (weer eens) verwoord in een uitgave (getiteld ‘Om het profetische Woord’) vanwege het 25-jarig bestaan (in 2001) van dit seminarie en wel door mijn oom ds. J.C. Janse (1918-2003) in een bijdrage getiteld ‘Dingen die eerst gezegd moeten worden’. Wil (m.n.) de genoemde bijdrage van harte ter lezing en overdenking aanbevelen bij de bezinning die gaande is m.b.t. het opleiden en aanstellen (en verdere studieverplichtingen) van HBO-predikanten binnen de Gereformeerde Bond.

Opgemerkt slot: Het is in de eerste jaren van de door de inbreng van Maarten Luther in Duitsland in gang gezette reformatie van de RK toch eerder/meer het verlangen geweest om (juist ook) RK-pastores, die de reformatie toegedaan waren in hun parochies het (nieuw ontdekte) Evangelie te laten verkondigen, liever dan door hen te vervangen door (universitair) geschoolde predikanten, die opgeleid waren in de leer van de reformatie aan ‘door de Reformatie opgerichte universiteiten’.
Zie hierbij deze blog-serie: ‘Apostolische wijsheid en geduld versus dwepers en drijvers… (VII)‘.
NB. De link verwijst naar nummer VII van deze serie Lees ook de voorafgaande en nog volgende delen van deze blogserie voor een duidelijk(er) beeld van wat er speelde in die tijd.

> Lees hierbij ook nog deze blog met woorden van prof. dr. K.J. Popma: ‘Elke gelovige een exegeet bij de gratie Gods…’

Bron citaat: De Waarheidsvriend – ‘GB-advies aan kerkenraden: Doe mee aan consideraties rond hbo-predikant‘ – door Reinald Molenaar (hoofdredacteur).

‘Draag dit alles – wat je van mij gehoord hebt, maar ook al thuis je moeder en grootmoeder tot voorbeeld hebt gehad (3) – over in je onderricht. Sta niemand toe dat hij/zij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerziet, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze (4), in liefde, geloof en zuiverheid (5). In afwachting van mijn komst moet je je toeleggen op het voorlezen uit de Schrift (OT!), op de prediking en het onderricht.’ (Uit 1 Timoteüs 4 uit de verzen 11-16 : 11-13)

(3) Zie 2 Timoteüs 1 : 5.
(4) Zie 2 Korintiërs 1 : 12-14, 6 : 1-13 en 1 Tessalonicenzen 2 : 3-12.
(5) zuiverheid van motieven – zie bij (3) genoemde Schriftgedeelten).

Bron afbeelding: Bible teachings for young evangelists and pastors

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De van God gegeven middelen geannexeerd… (I)

‘Toen de ark van het Verbond met de HEER in het legerkamp kwam, barstten alle Israëlieten uit in luid gejuich, zodat de aarde ervan dreunde.’ (Uit Samuël 4 uit de verzen 1-22 : 5)

Geciteerd 1: In zijn boek Weapons of Worship gaat voormalig aanbiddingsleider Rick Pidcock in op de inhoud van de liederen. Hij karakteriseert die als een ‘viering van hiërarchie’: ‘Veel hedendaagse aanbiddingsmuziek gaat over dat Jezus de grootste is, de hoogste die boven iedereen uittorent. De taal zet Jezus neer met imperiale terminologie: de hoogste heerser, getroond boven alle andere machten. En vervolgens nodigt het aanbidders uit om zichzelf voor te stellen in dat koninkrijk.’
Bijna de hele top 25 in de aanbiddingsindustrie van de afgelopen vijftien jaar is geschreven, geproduceerd en grootgemaakt door megakerken en muzikanten die behoren tot of gelieerd zijn aan de New Apostolic Reformation (NAR), een christelijke, maar ook zeer politieke Amerikaanse stroming die gelooft dat zij door God zijn gekozen om over de wereld te heersen door alle invloedsferen van de samenleving te domineren.

Geciteerd 2: Tomlin maakt deel uit van een nauw verweven netwerk van christelijke aanbiddingsmuzikanten die constant samenwerken, samen optreden, vaak onder de vlag van Amerikaanse megakerken. Chris Tomlin is dan ook niet de enige christelijke muzikant die zich liet inlijven door MAGA. Al sinds Trumps eerste presidentstermijn worden christelijke muzikanten uitgenodigd in het Witte Huis en in de Oval Office. Inmiddels faciliteert minister van Oorlog Pete Hegseth maandelijks een worship en gebedsdienst in het Pentagon, waar christelijke aanbiddingsmuziek steevast onderdeel van is.

Geciteerd 3: Een (ongelovige) collega journalist luisterde het liefst naar ‘Our God is an Awesome God,’ een knaller van de Amerikaanse christelijke aanbiddingsmuzikant Michael W. Smith uit het jaar 2000. Ik (de schrijfster) had het als middelbare scholier grijsgedraaid op mijn slaapkamer. Voor mij was die muziek toen gekoppeld aan eerbied voor God, dus dat lijntje coke erbij zag ik niet een-twee-drie voor me.
Nu, vijftien jaar later, denk ik: natuurlijk gaan een lijntje coke en christelijke hits geweldig samen. Het geeft je het gevoel dat het machtigste wezen van het hele universum aan jouw kant staat. ‘Our God is an awesome God, he reigns from heaven above with wisdom, power, and love, our God is an awesome God.’ Denk daar een aanzwellend strijkorkest bij, met een veelkoppig achtergrondkoor en je kunt even geloven dat je de nieuwe Joris Luyendijk bent, ja.

Geciteerd slot: Ik herinner me nog het gevoel, toen ik in het Gelredome in 2007 als 18-jarige ‘Our God is an Awesome God’ stond te zingen met tienduizenden medegelovigen tijdens een liveconcert. Met Michael W. Smith op de vleugel, het orkest, dat achtergrondkoor, overal om mij heen handen in de lucht, wuivende lampjes, betraande wangen. Het was één emotioneel crescendo, het gevoel dat wij allemaal één waren en dat wij allemaal De Waarheid hadden gevonden. Alsof Gods aanwezigheid over ons heen lag als een deken. Het voelde veilig, liefdevol, machtig, verenigend. Gezegend door God zelf.

> Lees dit artikel als eye-opener in z’n geheel: ‘Christelijke powersongs uit mijn jeugd nu een politiek wapen geworden‘

Bron citaten: De Correspondent – ‘De christelijke powersongs uit mijn jeugd zijn een politiek wapen geworden’ – door Rinke Verkerk (Correspondent Omstanders)

Bij de afbeelding: Een videoboodschap van Donald Trump tijdens de Let Us Worship-bijeenkomst op de National Mall in Washington D.C., 11 september 2021. Het evenement werd georganiseerd door Sean Feucht, die als voormalig aanbiddingsleider bij Bethel Church nauw verbonden is met de NAR.

Bron afbeelding: Anna Moneymaker/Getty

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ‘de kerk’ en haar/onze lichaamsgebreken…

‘Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze Redder, de Heer Jezus Christus. Met de kracht waarmee Hij in staat is alles aan Zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijk maken aan Zijn verheerlijkt lichaam.’ (Uit Filippenzen 3 uit de verzen 12-21 : 20-21)

Geciteerd: in het scheppingsverhaal lezen we dat God de mens geformeerd heeft uit het stof van de aarde… en dat Hij de vrouw gebouwd heeft uit de rib, die Hij van Adam genomen had. Ook lezen wij, dat God zag al wat Hij gemaakt had, en zie het was zeer goed.
Wie nu in onze tijd zou beweren, dat als wij voor het aangezicht van onze God verschijnen (in gebeden of in de samenkomsten), ons lichaam eigenlijk bij God buiten beschouwing wordt gelaten, die laat een stuk schepping los. God zou dan niets meer van doen willen hebben met wat Hij toen heeft gemaakt en geprezen als zeer goed. God ziet – als wij voor Zijn aangezicht verschijnen – wel degelijk ons lichamelijk vóór Hem komen. Hij ziet ons lichamelijk aan de tafel van het Heilig Avondmaal. Hij ziet ons iedere zondag in de kerk zó als we daar lichamelijk aanwezig zijn.
Ook met het oog op onze lichamelijke gebreken en ellendigheden mogen wij wel zeggen: Als Hij met ons in het gericht wil treden (1) en vraagt , hoe wij aan de dood en verderfelijkheid onderworpen zijn geraakt (2), terwijl Hij ons toch zeer goed had gemaakt, dan is onze verzuchting: Wie zal bestaan voor Uw aangezicht. Wie is waardig om voor hem te verschijnen? (3) Wie zal voor Gods rechterstoel kunnen verschijnen zonder verschrikking? Niet één.
Christus heeft onze zonden in Zijn lichaam gedragen (1 Petrus 2 : 24). Petrus had zelf gezien, hoe de striemen van de geseling in het lichaam van de Heer werden geslagen. Hij had zelf voor ogen gezien wat de profeet Jesaja had voorzegd: ‘Door Zijn striemen is ons genezing geworden.’ In Zijn lichamelijk bestaan heeft Hij geleden (Kolossenzen 1 : 22). En dat gaat ook ons lichaam aan. Het is opdat ons vernederd lichaam, dat we nu hebben, met alle kwalen en gebreken veranderd zal worden en gelijkvormig zal gemaakt worden aan Zijn heerlijk lichaam (Filippenzen 3 : 21).
Als Hij dan tot ons zegt: Neem, eet, want dit is Mijn lichaam, dat voor jullie gebroken wordt – dan zullen wij dat aangrijpen in het geloof en dat eten met heel onze ziel [=heel ons menszijn, ons lichamelijk én geestelijk bestaan], opdat wij gevoed en gelaafd mogen worden door de Heilige Geest met Zijn hemels lichaam tot het eeuwige leven, dat wij ook naar het lichaam zullen ontvangen en beleven. Wij zullen daar nu reeds mee beginnen, in beginsel, in hoop… uitziende naar onze volkomen verlossing.
En God ziet nauwlettend toe, wat wij met onze ‘leden’, die leden zijn van Christus en tempels van de Heilige Geest, zullen doen en hoe wij ons, ook lichamelijk, voor hem gedragen als wij voor Hem verschijnen in de samenkomsten van de gemeente en elders.
Wie dit begrijpt, die zal ook geen moeite hebben met Gods rechten en inzettingen aan Israël, zoals we die lezen in Leviticus 21, waar de HEER wil geheiligd worden, ook in het lichaam van de priesters en waar Hij de gebrekkige uitsluit van de priesterdienst. Een blinde, een kreupele, een man die boven of onder de maat was, en mensen met dergelijke opvallende lichaamsgebreken, mochten die dienst niet waarnemen. Wel mochten zij met de priesters mee eten van het heilige en het wordt later als een bijzondere genade geprofeteerd, dat de heidenen en gebrekkigen, die de HEER aanroepen, ook mochten komen in de tempel voor de HEER en door Hem zullen worden aangenomen.
Men leze de ontroerende profetie van Jesaja 56 : 3-7. ‘De vreemdeling zeggen niet: “Ik ben van Gods volk gescheiden” en de ontmande zegge niet: “Ik ben een dorre boom.” Want als zij vasthouden aan Mijn Verbond, dan zal Ik hen een plaats geven in Mijn huis.’ Een betere plaats dan het afvallige Godsvolk dat er wel mocht komen… ‘en hun offers zullen Mij aangenaam wezen.’
Immers, de volkomen Priester – de naar het lichaam verheerlijkte Heere in de hemel is hun Borg, hun Advocaat. De priester-zonder-gebreken in de Oud-Testamentische tempel was maar een schaduw van Hem. In Hem ziet God ons, ook met onze lichamelijke gebreken, in Zijn huis, als hadden wij ze niet! Wat een troost voor allen, die de verzuchting kennen van de verlossing van het lichaam (Romeinen 8 : 23).

(1) Psalm 130, tweede vers, Oude Berijming.
(2) Zie Zondag 2 vraag en antwoord 7 en 8 waar (vroeger) bijna jaarlijks over gepreekt werd in de tweede dienst.
(3) Zie Openbaring 5.

Bron citaat: Boek ‘De kerk’ – door A. Janse – Drukkerij Hasekamp Schiedam 1953.

> Zie ook deze blog: ‘Over ‘de kerk’ in het Oude en Nieuwe Testament…‘

‘Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat wij kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. In deze hoop zijn wij gered.‘ (Uit Romeinen 8 uit de verzen 18-26 : 22-24a)

Bron afbeelding: GirlFriendsOfGod

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ‘de kerk’ in het Oude én Nieuwe Testament…

‘Nee, ze keken reikhalzend uit naar een beter Vaderland: het hemelse …’
(Uit Hebreeën 11 uit de verzen 13-16 : 16a)

Geciteerd 1: Het woord ‘kerk’ komt in de Bijbel niet eens voor. Wel de ‘Gemeente’, het Lichaam van Christus. Toch vinden sommige kerkmensen dat Joden zich moeten bekeren tot de kerk. Denk ik, tot welke kerk?

Opgemerkt: Mijn grootvader schreef in zijn boek ‘De kerk’ (1953): ‘De kerk’ (van het OT) heeft altijd vreemd gestaan tegenover de mensen van deze wereld, tegenover de cultuurbouwers (!), die het erop toelegden om deze wereld te maken tot de enige en blijvende en uiteindelijk zegepralende wereld – terwijl de zonde en de ongerechtigheid tegen God werden gehandhaafd. De kinderen van Seth, die in de dagen van Enos als kerk tezamen kwamen, stonden vreemd tegenover Kaïns stad en Kaïns cultuur.
Henoch stond vreemd tegenover zijn afvallige tijdgenoten, die de kerk verlieten en de wereld liefhadden. De wereld haatte hem dan ook en God nam hem weg omdat zij hem wilden doden.
Noach bouwde door het geloof een ark. En niemand voegde zich bij hem. Hoe vreemd zal de ontwerper van dat reuzenschip, dat de kerk en alle levende ziel zou bewaren, hebben gestaan tegenover zijn scheepsbouwers en tegenover zijn hele geslacht.
En zo is het voortgegaan (in de ‘kerkgeschiedenis’ van het OT).
God heeft dat vreemd zijn in de wereld nog versterkt door Abraham te doen wonen als vreemdeling in Kanaän. Daar was de kerk zeer bijzonder in vreemdelingschap.
Een man op jaren met een groot vermogen, maar kinderloos, zwervende als een vreemdeling in Kanaän, dát was het begin van een hele periode van de ‘kerk’-geschiedenis, waarin God grote wonderen van genade zou doen aan Zijn volk.
Door het geloof heeft Abraham in gehoorzaamheid de bevelen van de HEER opgevolgd. Hij bleef daar vreemdeling – want hij zocht een Vaderland, dat niet van deze wereld is – hij zocht het ‘Zaad van God’ – hij zocht het rijk van Christus – hij zocht de (eenzame) kerk van Christus, de schare die niemand tellen kan, hij zocht de vervulling (!) van de belofte van God – die historisch eerst zou brengen het volk Israël – en uit dat volk de Christus en in de Christus de kerk van het Nieuwe Testament – Hij zocht het Sion van alle eeuwen (Psalm 87), de kerk van Christus, het hemelse Jeruzalem, de Bruid van het Lam. Dát was het hemelse Kanaän, waarvan de belofte van het aardse Kanaän een schaduw (!) was.
Abram was vreemdeling, omdat hij bij die kerk thuis was. En zo zijn alle ware gelovigen vreemd in deze wereld, omdat zij levend lidmaat zijn van de kerk der eeuwen. Jullie zijn niet van de wereld, zei onze Heer tegen Zijn discipelen en dat geldt ook voor ons.
De kerk is vreemd, omdat het Nieuwe Jeruzalem van hemelse oorsprong is, omdat het neerdaalt van de hemel (zie ook Johannes 3 : 12-13 en 6 : 46-51) – en niet opkomt uit deze aarde.

Bron citaat 1: FB-bericht van Klaas Hoekstra.
Bron citaat 2: Boek ‘De kerk’ – door A. Janse – Drukkerij Hasekamp Schiedam 1953.

‘Zij allen zijn in het geloof gestorven; wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden, ze hebben slechts een glimp ervan begroet, en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten. Door zo te spreken lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een vaderland. En daarmee bedoelden ze niet het vaderland waaruit ze weggetrokken waren, anders waren ze daarheen wel teruggekeerd. Nee, ze keken reikhalzend uit naar een beter Vaderland: het hemelse. Daarom schaamt God Zich er niet voor hun God genoemd te worden en heeft Hij voor hen een stad gereedgemaakt.’ (Uit Hebreeën 11 de verzen 13-16)

Bron afbeelding: Verse of the Day

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over huidige kerkleiders alias kerkstichters gesproken…

‘Toen sprak Jezus tot de scharen en tot zijn discipelen, zeggende: De Schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich gezet op de (rechter)stoel van Mozes*. Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet. Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren. Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot, zij houden van de eerste plaats bij de maaltijden en van de erezetels in de synagogen, en van de begroetingen op de markten en om door de mensen rabbi genoemd te worden. Gij zult u niet rabbi laten noemen; want één is uw Meester en gij zijt allen broeders. En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus. Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar zijn. Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden en al wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden.’ (Uit Matteüs 23 : 1-12)
* Zij hadden de aan de priesters toegewezen taak van het volk onderwijzen overgenomen. Johannes de Doper kwam uit een priestergeslacht, zie Lukas 1 : 8-9 en 23.

Opgemerkt 1: Onze Heer Jezus heeft het optreden en de machtsuitoefening (1) van de Schriftgeleerden en Farizeeën scherp onder kritiek gesteld, zo blijkt wel heel duidelijk uit ál Zijn woorden in Matteüs 23. En toch heeft Hij in het Israël van Zijn tijd geen nieuwe synagoge(n) gesticht om daarmee een eigen (meer zuivere) ‘synagoge-lijn’ op te richten onder het Godsvolk. En ook Zijn discipelen hebben als apostelen met de verkondiging toch eerst moeten en willen beginnen onder het Godsvolk zelf en ze ‘leerden’ het volk in de tempel (Handelingen 3 : 12 en 4 : 1-4) en ze legden ook een duidelijk getuigenis af en deden een oproep aan de leden van het Sanhedrin om zich te bekeren door ook gelovige leerlingen van Jezus Christus te worden. Helaas zonder resultaat, terwijl we wel lezen van een grote groep priesters in Jeruzalem die het geloof aanvaardden. En later zal de apostel Paulus (als ex-Farizeeër) toch ook bij voorkeur steeds zijn Evangelieverkondiging beginnen in de Joodse synagogen en dat ook steeds weer ondanks alle moeite, verguizing, onderdrukking en uitwerping die hem daardoor – bijna als regel – werden aangedaan.

(1) Zie o.a. Johannes 9 : 18-23 en 12 : 42-43 waar we lezen dat mensen bang waren om door hen uit de synagoge gezet te zullen worden.

Opgemerkt 2: Zullen we ons dan niet goede navolgers van onze Heer (2) en Zijn discipelen/apostelen betonen door niet ‘op eigen houtje’ – dus niet los van de gemeente en het kerkgenootschap waar wij (doop)lid van zijn (geworden) – kerken te gaan stichten en dat daarmee dus ook los van het apostolische onderwijs en voorbeeld waardoor zo’n nieuw gemeente in feite niet meer gezien kan worden als behorende tot ‘de (apostolische) kerk’ als ‘pijler en fundament van de waarheid’ in deze wereld omdat aan haar de bediening van Gods Woord en Doop en Avondmaal zijn toevertrouwd en daar bewaard dienen te worden op een manier die overeenstemt met wat de apostelen ons daarover onderwezen hebben in m.n. de eerste vier hoofdstukken van de brief aan de Korintiërs en in de brieven aan Timoteüs en Titus, terwijl ook 2 Petrus 1 : 12-21 belangrijke aanwijzingen bevat.
(2) Ook in Zijn brieven aan de zeven gemeenten in Klein Azië lezen we geen oproep om dan maar een nieuwe gemeente te beginnen/stichten waar een gemeente ‘op sterven na dood’ is, zoals gezegd wordt van de gemeente in Sardes (Openbaring 3 : 1-2).

Opgemerkt 3: Aan het gezamenlijk Avondmaal vieren tijdens New Wine wil ik nog apart aandacht geven in een FB-bericht onder de titel ‘Danken voor New Wine?’. Die titel mee vanwege het danken voor het organiseren van en het gebeuren op de (23e!) New Wine conferentie (in Nederland) waar ook onze gemeente door heel wat leden vertegenwoordigd werd.

Bovenstaande mee n.a.v. ‘Kerkleiders zoeken balans tijdens New Wine. Hoe voorkom je dat ‘meer van de Geest’ de kerk verdeelt?’ door Hilbert Meijer (ND Geloof | Reportage) en andere aandacht voor New Wine in de media (o.a. door ‘kerkleider’ Jurjen ten Brinke die meldde dat hij dankbaar is voor het gezamenlijk vieren van het Avondmaal tijdens de New Wine conferentie).

‘Werkelijk, jullie hadden inmiddels zelf allemaal leraar kunnen/moeten zijn. In plaats daarvan hebben jullie er zelf een nodig om jullie opnieuw de grondslagen van het Woord van God bij te brengen; het is met jullie zover gekomen dat jullie weer aangewezen zijn op melk (3) in plaats van op vast voedsel.’ (Uit Hebreeën 5 uit de verzen 11-14 : 12)
(3) Lees Paulus woorden in 1 Korintiërs 3!

Bron afbeelding: Zie afbeelding.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de pauselijke rol van kerkvaders en ‘grote’ theologen…

‘Toen sprak Jezus tot de scharen en tot zijn discipelen, zeggende: De Schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich gezet op de (rechter)stoel van Mozes. Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet. Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren. Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot, zij houden van de eerste plaats bij de maaltijden en van de erezetels in de synagogen, en van de begroetingen op de markten en om door de mensen rabbi genoemd te worden. Gij zult u niet rabbi laten noemen; want één is uw Meester en gij zijt allen broeders. En gij zult op aarde niemand uw vader noemen*, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus. Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar zijn. Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden en al wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden.‘ (Uit Matteüs 23 : 1-12)
* Dus ook geen ‘kerkvader’ of ‘kerkleider’ en gebruik die woorden ook niet om een ander daarmee te ‘betitelen’ => Paulus waarschuwt de gemeenten – en dus ook ons altijd nog! – uitdrukkelijk voor het hoog opgeven van bepaalde ‘kerkleiders’ in 1 Korintiërs 3 en 4 en ook in 1 Timoteüs 4 : 12 en Titus 2 : 15.

Geciteerd 1: De kerkvader Augustinus wist het al. In zijn beroemde boek De stad van God (413-426) zet hij uiteen dat christenen allemáál in twee werelden leven: de stad van God en de aardse stad. De grens tussen die twee steden loopt niet tussen dj en dominee, maar gaat dwars door ieder mensenhart. (…) Tot hun laatste ademteug zullen christenen volgens Augustinus in deze wereld met zijn twee steden hun weg moeten vinden. De gelovige kerkganger die meent dat hij zelf in één veilige, christelijke wereld leeft en die de dj veroordeelt omdat die ‘niet kan kiezen’, heeft daardoor van beiden veruit de grootste blinde vlek.

‘Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eerste.’
(Uit Matteüs 19 uit de verzen 16-30 : 30)

Geciteerd 2: Hier is in het kort de inhoud van dit Evangelie: niemand is zo hoog, of zal ooit zó hoog komen, dat hij of zij niet hoeft te vrezen de allerlaagste te worden. Want het is niet voor niets dat ook Paulus ons waarschuwt : ‘Wie meent te staan – en neerziet op (in hun ogen) ‘gevallen’ broeders en/of zusters -, moet toezien om zelf niet ten val te komen’ (vgl. 1 Korintiërs 10 : 12).
Aan de andere kant, niemand ligt zo diep gevallen, of kan nog zó diep vallen, dat hij de hoop moet verliezen om nog tot de hoogste te worden (Lees hierbij ook Jezus woorden in Lukas 7 : 26-30). Daarom, opdat dat hier alle verdienste verworpen en alleen Gods goedheid geprezen wordt voor Zijn genade.
Het is vast en zeker besloten: ‘De eerste zal de laatste zijn en de laatste de eerste zijn.’ Hiermee dat Hij zegt: ‘De eerste zal de laatste zijn’, neemt Hij al je eigendunk en verwaandheid weg en verbiedt je om jezelf te verhogen boven welke hoer of hoerenloper dan ook, zelfs al zou je Abraham, Petrus of Paulus zijn (of een Augustinus).
En als Hij zegt: ‘De laatste zal de eerste zijn’, dan bewaart Hij je voor wanhoop en vertwijfeling. Hij verbiedt je om jezelf onder welke heilige dan ook te plaatsen, zelfs al zou je Pilatus, Herodes, Sodom of Gomorra zijn.
[Uit Preek/Woordverkondiging van Maarten Luther: WA 17.2, 140, 30-141, 8]

Opgemerkt: Hoe belangrijk is het dat wij Gods Woord niet lezen door de bril van kerkvaders, oudvaders of door ons op het schild geheven theologen, maar dat we ons oor en hart altijd weer nederig te luisteren leggen bij eenvoudige voorgangers die ons Gods Woord weer willen voorhouden en zich daarbij houden aan de raad die Paulus aan Timoteüs en Titus meegaf. Zo wil en zal de Heilige Geest ons leiden en is het niet nodig te roemen in mensenwerk. Lees het na in 1 Timoteüs 4 : 11-16 en Titus 2 : 11 t/m 3 : 8.

Bron citaat 1: ND Opinie – ‘Dj Sefa leeft in twee werelden. De kerkganger die hem veroordeelt ook. Alleen weet die het vaak niet’ – door Dick Schinkelshoek
Bron citaat 2: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 2 augustus – Den Hertog uitgeverij (2019)

‘Ik zeg jullie: van allen die geboren zijn uit een vrouw is niemand groter dan Johannes, maar in het koninkrijk van God is de kleinste nog groter dan hij.’ (Uit Lukas 7 uit de verzen 24-30 : 28)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Dit is een ongemakkelijk verhaal’…

‘Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden, zowel in overvloed als in gebrek. Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft.’ (Uit Filippenzen 4 : uit de verzen 10-14 : 12-13)

Geciteerd: Het zou meer dan twintig jaar duren voordat een radicaal-rechtse partij wél de kiesdrempel haalde bij de Bondsdagverkiezingen. Het asielrecht was inmiddels geëuropeaniseerd – de Duitse grondwettelijke beperking was niet zo relevant meer. Maar het Europese asielstelsel begon te piepen en kraken toen honderdduizenden vluchtelingen naar Europa werden gedreven door de burgeroorlog in Syrië.
Velen van hen liepen via de Balkanroute vast in Hongarije en trokken te voet richting de Duitse grens. Angela Merkel (CDU) stond voor een onmogelijke keuze: vluchtelingen met geweld terugdrijven of ze doorlaten. Ze koos het laatste. ‘Wir schaffen das’, wist zij. Een hoop Duitsers bleken daar minder van overtuigd.
Bijna 90 procent van de ondervraagden noemde ‘migratie’ in september 2015 als een van de twee voornaamste maatschappelijke problemen. Kiezers werden zich opeens pijnlijk bewust van een joekel van een vertegenwoordigingskloof. En dus stapten steeds meer kiezers over naar de AfD, de partij die het dichtst bij hen stond op het onderwerp dat zij het belangrijkst vonden.
Migratiezorgen werken daarbij als een ventiel. Ze trekken kiezers naar radicaal-rechts, maar wanneer de zorgen afnemen, keren die kiezers niet even snel weer terug naar andere partijen. Het gevolg is dat de AfD na elke nieuwe zorgengolf op een hoger plateau begint. De partij peilt inmiddels op ruim 28 procent.

>> Dit is een ongemakkelijk verhaal: radicaal-rechts verzon de onvrede over migratie niet, maar gaf er een antwoord op dat bij andere partijen niet verkrijgbaar was.

Geciteerd 2: Voor de universalist is solidariteit met nieuwkomers een vanzelfsprekende uitbreiding van de morele kring. Voor de particularist is het sociale contractbreuk: opeens blijkt hij of zij premie te betalen voor mensen met wie ze nooit een verzekering afsloten!
Voor zijn proefschrift interviewde socioloog Koen Damhuis tientallen radicaal-rechtse kiezers in Frankrijk, Duitsland en Nederland. ‘Ze zeggen dat het verkeerd is als je zegt “eigen volk eerst”, maar het is gewoon zo!’ vertelde een gepensioneerde schoonmaker hem. ‘Als mijn buurkinderen honger hebben, dan geef ik eerst mijn eigen kinderen te eten. Zo werkt dat gewoon. Je gaat toch niet eerst je buurkinderen te eten geven? Zo simpel is het toch?’
Wie in een Correspondent-redactievergadering ‘eigen volk eerst’ begint te roepen, zal toch vreemd worden aangekeken. Wij hebben een winnend lot getrokken in de geboorteloterij – wat geeft ons dan het recht om verliezers te weigeren die hetzelfde willen als wij?
De schoonmaker vindt het aanstootgevend wanneer een sociale huurwoning naar een onbekende uit Eritrea gaat in plaats van naar een onbekende uit Nederland. De universalist denkt: die onbekende uit Nederland zal het vast niet slechter hebben dan die erkende vluchteling uit Eritrea.

>> Deze discussie snijdt diep, juist omdat die niet over de droge feiten gaat, maar over diepgewortelde morele intuïties. Daarbij delen de meeste Nederlanders overigens de intuïtie van de schoonmaker. Slechts 10 procent heeft er bijvoorbeeld begrip voor dat statushouders voorrang krijgen op een sociale huurwoning.

Geciteerd slot: Ik zou willen dat iedereen het even vanzelfsprekend vond als ik dat een steenrijk land als Nederland een grote morele verplichting heeft tegenover mensen buiten zijn grenzen. Maar dat is niet zo. Wie zich werkelijk zorgen maakt over de opkomst van radicaal-rechts heeft er niets aan zichzelf daarover illusies te maken. Domheid, zo leerde ik ooit, is immers geen gebrek aan intelligentie, maar een houding van opzettelijke of nalatige onwetendheid.
Politiek is er uiteindelijk niet om mensen hetzelfde te laten denken, maar om mensen die verschillend denken hetzelfde te laten handelen. Wie particularisme pathologiseert, komt aan die vorm van politiek niet toe. Het probleem zit dan immers niet in het beleid, maar in de kiezer. Nog een factcheck, een voorlichtingscampagne en een digitale detox – en dan komt het vast goed.
Het politieke midden kan natuurlijk nog eens uitleggen dat hoe we asielmigratie organiseren nu eenmaal zo is (want: De Feiten) en zo moet (want: de rechtsstaat), maar in een democratie moet je kunnen uitleggen dat beleid werkt. En dat moet je niet alleen kunnen uitleggen aan medestanders op De Correspondent, maar aan de meerderheid van Nederland die niet per se overloopt van kosmopolitische compassie.

>> Dat is geen normalisering. Dat is democratie.

Bron citaten: De Correspondent – ‘Democratie in verval? De democratie werkt juist prima (alleen vinden progressieven dat niet leuk)’ – door Jesse Frederik (Correspondent Economie)

‘Maar wie tevreden is met wat hij/zij heeft (1), is het geloof grote winst (2). Wij hebben niets in deze wereld (aan geld of goed of persoonlijk ‘kwaliteiten’ en levensgeluk) meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn (3).’ (Uit 1 Timoteüs 6 uit de verzen 1-16 : 6-7)

(1) ‘tevreden is met wat hij/zij heeft’ lezen als: tevreden zijn met wat Gód je geschonken heeft. Laten we daarbij niet alleen denken aan geld en goed en persoonlijk geluk, maar ook aan waar God ons een plaats gegeven heeft in het samenleven, met wat Hij ons geschonken heeft in (ouderlijk en eigen) gezin, in een voor Gods aangezicht gesloten huwelijk met het ja-woord aan elkaar, en verder ook onze plaats in familie en kerkelijke gemeente waarvan wij leden/lidmaten zijn.
(2) Het geloof brengt ons dankbaarheid (lof en dank aan God!) onder alle omstandigheden. Zie Filippenzen 4 : 12-13.
(3) In modernere taal: Als wij – gedoopte en gelovige kinderen van God, leden van Christus’ gemeente – onderdak, eten, drinken en kleren hebben, zullen we daarmee tevreden zijn.

Bron afbeelding: Illustratie van Rueben Millenaar (voor De Correspondent)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarom we geen New Wine nodig hebben…

‘Gebruik je gezag (als voorganger) om het Evangelie (zie Titus 2 : 11-14 en 3 : 4-7) te verkondigen, moedig aan en wijs terecht. Laat niemand op je neerkijken.’* (Uit Titus 2 vers 15)
* Lees vergelijkbare woorden in 1 Timoteüs 4 : 11-16.

Opgemerkt (Cor Albers): Toch een beetje treurig, dat jagen (bij New Wine) op bijzondere Geestesgaven. Wie ze ontvangt ontvangt ze als een geschenk met een grote verantwoordelijkheid. Paulus wijst echter op de grootste gave, de liefde, en die komt tot uiting in vruchten van de Geest;
liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.
Zo wordt de mens weer beeld van God, waartoe hij geroepen is en waarvoor hij geschapen is, waarin Christus Jezus hem is voorgegaan.

Opgemerkt (AJ): Het gaat erom dat we net als Paulus vertrouwen hebben dat God de gemeenten waar Gods Woord, Doop en Avondmaal bediend worden niets tekort doet en dat binnen zo’n gemeente de voorganger(s) en de (gekozen) oudsten de gemeente zullen leren en erop wijzen hoe ze die geschonken gaven zullen hebben te gebruiken. We hebben dus juist helemaal geen organisatie nodig, maar binnen een gemeente zullen alle leden luisteren naar het onderwijs van Gods Woord, dus naar wat de Geest tot de gemeente(n) te zeggen heeft. Dat is naar Gods wil en daar zullen we het mee doen!
Daarom is dat aanleren van het ministry-gebed (bijv.) ook niet nodig. Binnen een gemeente zal het vertrouwen heersen dat Jakobus de bidders aanraadt (zie Jakobus 1 : 5-8 en ook Jakobus 5 : 14-16) en daar zal juist ook degene met wie gebeden wordt om herstel en heling gelovig hebben te zijn en de oudsten niet als een soort medium tussen God en hem of haar hebben te gebruiken. Wij hebben maar één Middelaar en Die luistert naar en bidt voor elke gelovige.** En het bidden van een rechtvaardige [=een gelovige!] vermag veel. En dan wijst Jakobus op de gelovige Elia, wat die bereikte met zijn bidden tot God.
** Wil hierbij nog wijzen op ‘Eén Middelaar, de Mens Jezus Christus’, daarom ook werd Hij Mens (Hebreeën 4 : 14-16!) en hebben we geen andere mensen als middelaars nog nodig (denk aan Mozes, die heeft ‘afgedaan’) en Jakobus wijst erop dat Elia een mens was zoals wij en ook Paulus benadrukt dat bij de leden van de gemeente in Galatië en dan wijst hij op zijn ziek zijn bij de eerste Evangelieverkondiging aan de gemeente – zie Galaten 4 : 12-16.

Leestip: De hierbovengenoemde Schriftgedeelten.

N.a.v. ‘Kerkleiders zoeken balans tijdens New Wine. Hoe voorkom je dat ‘meer van de Geest’ de kerk verdeelt?’ door Hilbert Meijer (ND Geloof | Reportage)

‘Uit jullie eigen kring zullen mensen voortkomen die de waarheid verdraaien om de leerlingen (de gedoopte leden van Christus gemeente In Efeze) voor zich te winnen. Wees daarom waakzaam en vergeet niet hoe ik jullie drie jaar lang dag en nacht steeds weer raad heb gegeven.’ (Uit Handelingen 20 uit de verzen 25-38 : 30-31)

Bron afbeelding: Bible Portal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie