Over ‘de enige hoop die je kunt hebben’…

Zo is de liefde bij ons werkelijkheid geworden en daardoor kunnen we op de Dag van het Oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus.’ (Uit 1 Johannes 4 uit de verzen 7-21 : 17)

Geciteerd: Hij wordt in december 67 en gaat met pensioen. Telegraaf-journalist en opiniemaker Wierd Duk. ‘De enige hoop die je kunt hebben, is dat je de angst voor de dood verliest.’

> De beste keuze die ik ooit maakte, was rond mijn dertigste. Ik vroeg me toen af wat ik verder wilde met mijn leven. Het liefst wilde ik naar het buitenland. Na aankoop van een Lada ben ik via Scandinavië naar Moskou gereden en daar als correspondent een nieuw leven begonnen. Dat heeft goed uitgepakt. Het heeft mijn leven een enorme boost gegeven waardoor ik ben geworden wie ik nu ben.

> Ik was natuurlijk nooit deze opiniemaker geweest als ik geen andere wereld had gezien, met mensen die heel anders in het leven staan dan naïeve Nederlanders, die denken dat iedereen empathisch, medemenselijk en vredelievend is. (…) Ik kan de wereld die ik koester niet redden, maar ik kan, samen met anderen, wel waarschuwen en zeggen: dit is er volgens ons aan de hand. Ik ga dus als zelfstandig journalist verder.’

> Op dit moment kan ik me moeilijk voorstellen dat er iemand zou zijn met wie ik het dagelijkse leven zou willen delen. Als je leeft zoals ik en het werk – mensen waarschuwen (AJ) – zo belangrijk vindt én al – inmiddels volwassen (AJ) – kinderen hebt, dan raakt die gedachte een beetje op de achtergrond.
NB. Mijn eerste huwelijk; als ik daar achteraf op reflecteer, denk ik dat het te redden was geweest. Terwijl ik toen dacht: we moeten ermee stoppen. Ik zou iedereen, ook mijzelf, toewensen dat zulke breuken in het leven niet zouden bestaan. Een echtscheiding is enorm ingrijpend, vooral voor de kinderen – kleinkinderen had hij toen blijkbaar nog niet (AJ).

Opgemerkt 1: Dankzij het zien van een ‘andere wereld’ (dan Nederland) behoort hij niet tot de Nederlanders die denken dat iedereen empathisch, medemenselijk en vredelievend is. Maar moet je daarvoor wekelijk in een ‘andere wereld’ zijn geweest dan die van Nederland? In de jaren zestig sneerde een leraar op de middelbare school over mijn vader, die met hem in de kerkenraad zat. En de reden daarvan was dat er mensen waren – zoals mijn vader – die niet meegingen in het denken en streven van het kerkelijk machtscentrum in Kampen, waar de vrijgemaakte kerkleiders de vrijgemaakte kerken tot een ‘ware kerk’ meenden te kunnen en moeten verheffen. Wie aan dat ideaalplaatje van hen niet wilden meewerken [=het volgens hun aanpak mee helpen verwerkelijken], het zelfs wilde/durfde tegenspreken, die mocht en moest uiteindelijk met harde hand uit de vrijgemaakte kerken verwijderd worden. Predikanten werden door hun kerkenraden ontheven uit hun ambt, directeuren en leraren van vrijgemaakte scholen werden ontslagen en gemeenteleden werd de toegang tot de Avondmaalstafel(s) ontzegd. En men was er heilig van overtuigd hiermee God en de ware kerk een dienst – de vereiste dienst – te bewijzen…

Opgemerkt 2: Helaas heb ik hetzelfde nog een keer moeten meemaken. Nu niet op kerkelijk niveau maar op gemeenste niveau. Daar had de kerkelijke leiding besloten om te streven naar het verwerkelijken van een nieuw ideaalplaatje van gemeente-zijn en ook dat streven was heilig en kon/mocht niet worden tegengesproken, laat staan tegengewerkt. Ook daar leidde het tot reprimandes van ‘hogerhand’ en uiteindelijk zelfs tot (schimmige) maatregelen vanwege de wens om alle ongewenst tegengeluid (definitief) de mond te snoeren. En ook daarmee meende men God en de gemeente een (grote) dienst te bewijzen. Dat men uiteindelijk zelfs mijn echtgenote en volwassen kinderen tegen mij heeft weten in te zetten – na het vieren van ons 35-jarig huwelijksjubileum – dat laat zien hoe de ergernis van ‘hoge/geweldige pieten’ in onze gemeente invloed kon én kan uitoefenen op gemeenteleden en zelfs dus op eigen vrouw en kinderen. En wat zijn die ‘hoge heren’ hen graag van dienst geweest met de invloed die zij konden uitoefen op mensen binnen en buiten onze kerkelijke gemeente.

Opgemerkt 3: we hoeven dus echt niet naar het buitenland om gebrek aan empathie en medemenselijkheid en vredelievendheid te ontmoeten. We hoeven slechts onze (christelijke!) kerkgeschiedenis van recente en vroeger datum in ogenschouw te nemen om te zien wat mensen elkaar kunnen en willen/durven aandoen en dat ook altijd weer met een beroep op het ‘God wil het’.

Bron citaten: ND Geloof – ‘Domineeszoon Wierd Duk hoort van christenen dat hij er bijna is. ‘Maar die ene stap zet ik niet zomaar’’ – door André Zwartbol

De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden. Wij hebben – zelfs onze vijanden (AJ) – lief omdat God ons eerst heeft liefgehad. Als iemand zegt: “Ik heb God lief, maar hij haat* zijn broeder of zuster, dan is hij of zij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij/zij nooit gezien heeft, liefhebben als hij/zij de ander, die wel gezien wordt (gezien kan worden), niet liefheeft. We hebben dan ook dit gebod van Hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.’ (Uit 1 Johannes 4 uit de verzen 7-21 : 18-21)
* Haten is de ander niet (meer) de hem of haar van God gegeven plaats in gezin, huwelijk, familie, gemeente of maatschappij/samenleving gunnen en die ook daadwerkelijk (met zorg en liefde!) geven.

Bron afbeelding: Bible Study Tools

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie