‘Dát is wat het betekent om aan de wereld te sterven’…

Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Here Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik aan de wereld.’ (Uit Galaten 6 uit verzen 11-18 vers 14)

Geciteerd: Wanneer een christen (ook) door (eigen) zonden wordt neergedrukt, wanneer de dood hem/haar in de ogen kijkt en de wereld hem belastert en smaadt, dan sluit hij daar de ogen voor en zegt met Paulus: wereld, dood, zonde (en hel)! – jullie zijn voor mij dood en ik ben voor jullie gestorven. Nu leeft er op aarde niets voor mij dan alleen God en ik zelf.
De wereld is voor mij gekruisigd en ik ben voor haar gestorven (1) dat wil zeggen ‘de wereld’ geeft niets om mij, niet om wat ik belijd en verkondig, en niet om hoe ik leef (2); ze bespot me. Maar let op: met welke maat jij mij meet, meet ik jou terug. Veracht je mij? Dan veracht ik jou. Jij geeft niet om mij? Ik niet om jou! (3) Wat kan het mij schelen dat de (kerk)wereld mij haat, al duurt die haat maar voort en houdt hij maar aan – zolang Hij Die boven mij is, maar een welgevallen aan mij heeft.
Laat de zonde maar razen (tegen mij), laat de (kerk)wereld maar praten (oordelen) en de dingen op haar eigen manier uitleggen – tot ze er moe van wordt. Ik ga gewoon door en doe alsof ik het niet hoor. Dát is wat het betekent om aan de wereld te sterven en zonder angst (mensenvrees en vrees voor de boze) te leven: je om niets bekommeren dan om wat God wil, niets zeggen dan wat Hem behaagt en waarvan je weet [=in geweten overtuigd ben] dat het Zijn woorden zijn [=naar het onderwijs van Gods Woord is]. Zo leven en die dingen doen waarvan je weet dat het Zijn werk is (4) – en dat op zo’n manier dat ik mijn hele leven, met alles wat ik van binnen en van buiten ervaar, er zeker van ben dat ik voor Hem leef.
Zo ben ik van de wereld afgezonderd en ben toch in de wereld. Niemand is minder in de wereld dan een christen en niemand heeft meer te doen in de wereld dan een christen. Ik bedoel: de wereld let méér op hem en de duivel strijd harder tegen hem, dan tegen de heidenen [=ongelovigen]. De hele wereld wil iets van hem (dat toch niet van hem verwacht kan en mag worden!). Aan de andere kant is een christen ook niet in de wereld: hoe gruwelijk ze soms ook tegen hem tekeer gaat, hij spreekt: Here! ik ben van U, U zult het goed met mij maken. U zult hen ook wel weten te vinden (5). Laat het met me gaan, zoals U wilt [=’Uw wil geschiede’], wanneer ik maar weet dat U tevreden bent.

(1) Zie Romeinen 6 : 3-11.
(2) Zie 1 Korintiërs 4 : 17. Blijkbaar was dat nog weer nodig in deze gemeente, om hen daaraan te herinneren.
(3) Vliegt Maarten Luther hier toch niet wat uit de bocht? We zouden bij deze woorden van hem kunnen denken aan de woorden uit Psalm 139 waar David zijn afschuw uitspreekt over de bloedvergieters (moordenaars) – zie hierbij het onderwijs van onze Heer in Matteüs 5 : 21-26 – onder het Godsvolk. Maar we horen Paulus toch anders spreken over zijn Joodse broeders waarvan velen hem naar het leven stonden – zie Romeinen 9 : 1-5 en 10 : 1-4.
(4) Zie hierbij de woorden over het dagelijkse nodige bidden om liefde en wijsheid in Jakobus 1 : 5-8.
(5) Denk hierbij (bij dat ‘vinden’) toch ook aan Jezus bidden aan het kruis (voor Zijn moordenaars) en Stephanus gebed voor degenen die hem stenigden.

Opgemerkt: Vanaf morgen wordt er in de meditaties van 21 t/m 24 augustus in Bijbels dagboek ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ aandacht besteedt aan ‘Want de voornaamste inhoud van het gebod is: Liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof‘ (1 Timoteüs 1 : 15) onder de titel/kop ‘De vraag van een goed geweten (1 t/m 4). Mijn gebed (en hoop en verwachting) is dat mijn kinderen en (ex)echtgenote die dagopeningen met mij mee willen lezen en overdenken en met mij in praktijk zullen brengen.

Leestips: Galaten 6 : 11-18 en 1 Timoteüs 1 : 12-17.

Bron citaat: Eclessia nr. 17, augustus 2026 – ‘Hoe met de wereld om te gaan’ – Meditatie Maarten Luther.

Want de voornaamste inhoud van het gebod is: Liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof.’ (Uit 1 Timoteüs 1 vers 15).

Bron afbeelding: christine’s bible study

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie