De vraag van (om) een goed geweten (I)

‘Want de voornaamste inhoud van het gebod is: Liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten*, en uit een ongeveinsd geloof’ (1 Timoteüs 1 : 15)
* Zie 1 Petrus 3 : 21-22 en Hebreeën 10 : 21-23.

Geciteerd: Deze tekst bevat in het kort de goede christelijke leer, waaraan alles gelegen is. Alles wat God gebiedt en wil hebben, is liefde. En wel zo’n liefde die komt uit een rein hart, uit een goed geweten en uit een ongeveinsd geloof. Men heeft ons geleerd een rein hart te maken: en dat door je onreine gedachten weg te slaan (o.a. door een vroom en streng kloosterleven). Mooi gezegd, maar nog niet gedaan! Daarmee ben je er nog niet vrij van zoals de ervaring leert: dat als je er één verkeerde gedachte (1) uitslaat, sla je er tien in; jaag je er tien uit, dan vallen er honderd binnen (2), zodat het niet mogelijk is een rein hart te verkrijgen door ons eigen boenen en dweilen. Vlees en bloed borrelen door (laten zich niet het zwijgen opleggen), hoe meer je het wilt stoppen, hoe meer er van bovenkomt. (3)
Daarom legt Paulus het zó uit: dat je er geen geweten van maakt, zoals hij zegt in Titus 1 (vers 15) (4): ‘Voor de reinen is alles rein.’ en Christus zegt in Matteüs 5 (vers 8): ‘Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.‘ Zodat een rein hart hebben niet maar is dat we geen onreine gedachten (meer) hebben en in ons opkomen, maar juist dat door het onderwijs van Gods Woord onze gewetens stil en gerust worden (5), en niet meer verontrust door de wet – van Mozes (6). Dat een christen weet dat het hem of haar niet schaden kan, of hij/zij de wet houdt of niet. Want zijn of haar hart is rein (7). Aan de andere kant, een onrein hart verontreinigt en verzondigt zich aan alle dingen, omdat het vol zit met wetten en geboden. (8)
[Maarten Luther: Predigten** des Jahres 1525, WA 17.1, 110 ff]
** Let er op dat het citaat genomen is uit de Woordverkondiging van Luther. Niet uit een door hem voor studenten of gemeente opgesteld ‘theologie-dictaat’!

(1) En dan zullen we ook goed moeten leren onderscheiden wat we dan onder ‘verkeerde (onreine) gedachten dienen te verstaan en wat niet. Daar wil de Heilige Geest ons – ook onze gedoopte kinderen/jongeren! – bij helpen door het dagelijks gebed waarin we met geloofsvertrouwen bidden om de liefde en de wijsheid van onze Heer zoals we die vast en zeker ontvangen zullen wanneer we daarom bidden – persoonlijk, gezamenlijk en ook voor elkaar – met een vast geloofsvertrouwen: zie het gebedsonderwijs van onze Heer in Lukas 11 : 1-13 en het onderwijs van Jakobus in Jakobus 1 : 5-8.
(2) Denk hierbij aan het vaak (als regel zelfs!) verkeerd toegepaste woord van onze Heer uit Matteüs 5 (vers 27-28): ‘Maar Ik zeg jullie: Ieder die naar een vrouw kijkt om haar te begeren heeft in zijn hart al overspel gepleegd‘. We kunnen hierbij ook denken aan de woorden van Job 31 (vers 1): ‘Ik heb een verbond gesloten met mijn ogen: hoe zou ik dan begerig naar een jonge vrouw kijken?‘ We moeten hierbij niet denken aan het bewonderend en verlangend kijken naar een jonge/andere vrouw, maar aan het bewust vermijden van elke gedachte om zo’n vrouw (zelf) in de verleiding te willen brengen haar verlangen en verwachting op jou te richten en dat met de mogelijkheid dat ten koste van je beloften aan God en je eigen echtgenote. We moeten ze niet van toepassing maken op de verlangens die ongetrouwde jongeren hebben wanneer ze verlangend kijken naar (en dromen van het straks – DV – samenleven met) de aantrekkelijkheid en schoonheid van de lichamelijkheid van het andere geslacht. Wanneer ze opgevoed zijn bij het onderwijs van Gods Woord en dagelijks bidden om een christelijke levenspraktijk – zie de tekstverwijzingen bij (1) – dan zullen ze – door alles heen (net als een koning David) hun geloofsvertrouwen mogen behouden en weer opstaan – met gebed en hulp van hun broeders en zusters – wanneer ze in zonde(n) gevallen zijn. Zie de Psalmen 32, 38-40, 51 en m.n. ook de woorden in Jakobus 5 : 13-20.
(3) Vandaar dat en vroom en streng kloosterleven niet aangeprezen en gebruikt kan worden als remedie! Zie het nuchtere onderwijs in 1 Korintiërs 7!
(4) Zie hierbij ook Kolossenzen 20-23 en Romeinen 14 : 7-12 woorden die alle gedoopte gemeenteleden in praktijk dienen te brengen voor zichzelf en naar elkaar.
(5) Psalm 131.
(6) Zie hierbij ook 2 Korintiërs 3 : 1-18 en Romeinen 7 : 21 t/m 8 : 1.
(7) Zie hierbij ook Johannes 13 : 6-21 en m.n. vers 10.
(8) En dan kijkt men neer op ‘de schare die de wet niet kent’ [=nu heel de gedoopte gemeente], maar men verlangt wel dat deze ‘schare’ met eerbied en ontzag naar deze vrome wetsbetrachters (die zich er vaak ook naar kleden!) opziet en zich door hen laat gebruiken: Lees Jezus woorden in Matteüs 23 en Paulus woorden in 2 Korintiërs 11 : 19-21 en Galaten 4 : 12-20.

Zie hierbij ook deze (voorafgaande) blog: ‘Dát is wat het betekent om aan de wereld te sterven’…

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 21 augustus – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Als Christus in jullie leeft, zijn jullie door de zonde weliswaar sterfelijk, maar de Geest schenkt jullie leven, omdat jullie door God – in Christus – als rechtvaardigen zijn aangenomen. Want als de Geest van Hem Die Jezus uit de dood heeft opgewekt in jullie woont, zal Hij Die Christus heeft opgewekt ook jullie die sterfelijk zijn, levend maken door Zijn Geest Die in jullie woont***.’ (Uit het onderwijs aan de gedoopte gemeente zoals te lezen in Romeinen 6 t/m 8 de verzen 10-11 van hoofdstuk 8)
*** Sta Hem dus toe dat levendmakende werk in je te (blijven) doen door dagelijks en wekelijks gelovig, eerbiedig en trouw gebruik te maken van de ons door God geschonken middelen. Dát is onze verantwoordelijkheid en daar mogen anderen ons – en mogen we elkaar – niet van afhouden om dat – gelovig, niet bijgelovig – volhardend te (blijven) doen!

Bron afbeelding: The Bible-com

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie