‘Want de voornaamste inhoud van het gebod is: Liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten*, en uit een ongeveinsd geloof.’ (1 Timoteüs 1 : 15)
* Zie 1 Petrus 3 : 21-22 en Hebreeën 10 : 21-23.
Geciteerd: Ik ondervind dat mijn vlees door en door verkeerd is (1). Wat moet ik nu. Ik moet mijzelf in tweeën delen: namelijk het vlees of de oude Adam én de Geest of de nieuwe mens. In mijn hart heb ik Christus door het geloof. Als ik nu met de wet moet onderhandelen heb ik al verloren, want ik kan haar niet tevreden stellen. Ja, ik val nog dieper in de zonde, en ik houd mijn kwade geweten en verdorven hart; ik kan niet aan de wet ontkomen.
Als ik echter Christus aangrijp en mij aan Hem vastklamp, kan de wet mij niets doen. Want Christus is immers geen zondaar. Hij heeft alles gedaan wat de hele wet wilde hebben, zodat de wet Hem niets kan verbieden of gebieden of iets van Hem kan eisen. Christus is helemaal vol goedheid en barmhartigheid. Hij heeft ook geen wet en is boven alle wetten, en is volkomen aan de wet gestorven.
Omdat nu Christus Mijn eigendom is door het geloof en ik ook Zijn eigendom ben, daarom is er geen wet die mij kan beschuldigen, net zomin als hij Christus kan beschuldigen. En of ook de wet op mij wil aanvallen, dan gooi ik haar dit voor de voeten, en zeg: Ik heb alles en meer dan je kunt eisen en als ik in mijn vlees nog verkeerde begeerten heb, dan hef ik mijn ogen op tot Christus. ‘Want Hij is mijn en ik ben Zijn’ (Hooglied 2 : 16). Wat Hij heeft, heb ik ook: Zijn reinheid is ook mijn reinheid!
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1525, WA 17.1, 110 ff]
(1) ‘Door en door verkeerd’. Denk hierbij beslist niet in de eerste plaats aan (verkeerde) seksuele lusten, maar eerder aan egoïsme, eerzucht, afgunst, jaloezie, haat en (dus) gebrek aan liefde en barmhartigheid waardoor we aan het gebod om nederig God lief te hebben boven alles door onze naasten lief te hebben als onszelf niet toekomen. Onze Heer heeft veel meer gefulmineerd tegen liefdeloze vrome mannen van Zijn tijd dan tegen de zondaren. Toch heeft Luther hier blijkbaar bij ‘begeerten’ zelf ook (eerste en) vooral aan verkeerde – hij wist ook van goede! – seksuele verlangens en lusten gedacht. En daar kan een mens inderdaad van jongs af aan en zijn of haar leven lang mee en tegen te strijden hebben.
(Wordt vervolgd!)
Link naar de voorgaande blog: ‘De vraag om een goed geweten (II)‘
Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 23 augustus – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)
‘Dat niemand door de wet rechtvaardig wordt (verklaard), is volkomen duidelijk, want er staat geschreven: “De rechtvaardige zal leven door geloof.” De wet daarentegen is niet gegrond op geloof, want er staat: “Wie doet wat de wet voorschrijft, zal leven.” Maar Christus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: “Vervloekt is de mens die aan een paal hangt.“‘ (Uit Galaten 3 uit de verzen 6-14 : 11-13)
Bron afbeelding: Joyful Moments in Christ