Wij moeten allen openbaar worden… (II)

Wij hebben gezondigd zoals onze voorouders, wij hebben gefaald en kwaad bedreven.
(Psalm 106 : 6)

Waarover een gemeente/kerk schuld te belijden heeft…

De kerk belijdt, het willekeurig gebruikmaken van bruut geweld, het lichamelijke en psychische lijden van talloze onschuldigen, onderdrukking, haat en moord te hebben aangezien, zonder haar stem te verheffen, zonder wegen gevonden te hebben om hun te hulp te snellen. Zij is schuldig geworden aan de dood van de zwakste en meest weerloze broeders van Jezus Christus.

De kerk belijdt, niet in staat te zijn geweest enig wegwijzend en helpend woord te spreken ten aanzien van het verdwijnen van iedere orde en regel in de relatie tussen de seksen. Zij is niet in staat geweest een overtuigend en krachtig tegenwicht te bieden tegen het ridiculiseren van de kuisheid en de proclamatie van een aan geen norm gebonden seksualiteit. Zij is niet boven een incidentele morele verontwaardiging uitgekomen. Zij heeft het toebehoren van ons lichaam aan het lichaam van Jezus Christus niet krachtig weten te verkondigen.

De kerk belijdt, de beroving en uitbuiting van de zwakken en de verrijking en corruptie van de sterken zonder één woord van protest te hebben aangezien.

De kerk belijdt, schuldig geworden te zijn tegenover de tallozen, wier leven door valse beschuldigingen, denunciatie, eerroof vernietigd is. Zij heeft de schuldigen niet aan de kaak gesteld en heeft zo het slachtoffer aan zijn lot overgelaten.

Wordt vervolgd…

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Wij moeten allen openbaar worden” – “Zonder een zijdelingse blik op medeschuldigen” (25 november) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Zie ook:
– Wij moeten allen openbaar worden…(I)
– wij moeten allen openbaar worden…(III)

Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het ​kruis​ van ​Jezus​ ​Christus, onze ​Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.
(Galaten 6 : 14)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Zo blijven dan…(III)

Maar de meeste van deze is de liefde. (Uit 1 Korintiërs 13 : 13)

Voleinding is liefde.
Het teken van de voleinding hier op aarde is het kruis.

Nog één keer resoneren hier de eerste verzen van dit hoofdstuk: ‘en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar had de liefde niet, ik ware niets’

Is er iets groters denkbaar dan een leven in geloof en hoop? Geloof aan God en hoop op God? Groter is de liefde, die in God leeft. ‘…En wie in de liefde blijft, blijft in God‘.

Wat is groter dan de deemoed van het geloof, die nooit de oneindige afstand vergeet tussen Schepper en schepsel; wat is groter dan het onwankelbare vertrouwen van de hoop, die verlangend uitziet naar het komen van God en het aanschouwen van zijn heerlijkheid? Groter is de liefde, die zich reeds hier overal verzekerd weet van zijn nabijheid en tegenwoordigheid, die alleen met Zijn liefde rekent en weet dat Zijn liefde niets wil dan onze liefde.

Wat is er groter dan het geloof, dat aan zijn heil in Christus vasthoudt en door Hem gerechtvaardigd wordt; wat is groter dan de hoop, die zich elk uur van de dag verheugt op de komst van Christus? Groter is de dienende liefde die alles vergeet ter wille van de ander, die zelfs het eigen heil opgeeft om het de broeder te brengen. ‘Want wie zijn leven verliest om mijnentwil, zal het vinden.‘

Geloof en hoop blijven. Laat niemand denken, dat hij de liefde zou kunnen hebben zonder geloof en hoop. Liefde zonder geloof is als een rivier zonder bron. Het zou immers betekenen, dat wij de liefde zouden kunnen hebben zonder Christus. Het geloof alleen rechtvaardigt voor God, de hoop richt ons op de toekomst, de liefde voleindigt.

Geloof en hoop gaan de eeuwigheid binnen veranderd in de gestalte van de liefde. Ten slotte moet alles liefde worden. Voleinding is liefde. Maar het teken van de voleinding in deze wereld is het kruis. Dat is de weg, die de voleindigde liefde in de wereld gaan moet en steeds weer gaan zal.

Wij spreken hier over dingen, waar de wereld verlangend naar uitziet. De mensheid, al duizend keer bedrogen en teleurgesteld, heeft geloof nodig. De mensheid, gewond en in lijden, heeft hoop nodig. De mensheid, uiteengevallen in tweespalt en wantrouwen, heeft liefde nodig. Zij wil van ons leren, opnieuw te geloven, te hopen en lief te hebben.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Geloof-Hoop-Liefde” – “Tenslotte moet alles liefde worden.” (28 november) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978.

(…) 16 Hieraan leerden wij de ​liefde​ kennen, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven. Ook wij moeten voor de broeders het leven geven. 17 Wie dan de goederen van de wereld heeft, en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn ​hart voor hem toesluit, hoe kan de ​liefde​ van God in hem blijven?
(…) 23 En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, ​Jezus​ ​Christus, en dat wij elkaar ​liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft. 24 En wie Zijn geboden in acht neemt, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft, namelijk aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft.
(Uit 1 Johannes 3)

Bron afbeelding:  SlideShare (The Litmus test/De lakmoes proef)

1 Johannes 3 16-18 - What love is - Litmus test - SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Zo blijven dan…(II)

Zo blijven dan: …hoop… (1 Korintiërs 13 :13)

Een geloof, dat blijft vasthouden aan wat onzichtbaar is en daarvan leeft, als was het reeds zichtbare realiteit, hoopt tevens op de tijd van de vervulling, van het aanschouwen en bezitten. Het hoopt daarop even vast, als een hongerig kind, aan wie de vader brood heeft beloofd; het kan wel een tijd lang wachten, omdat het gelooft, maar het wil ten slotte het brood toch ook krijgen.

Of als iemand, die naar muziek luistert; hij volgt gewillig een duistere mengeling van disharmonieën, maar doet dat in de zekerheid, dat deze disharmonieën op een gegeven moment weer moeten overgaan in een welluidende melodie. Of als een zieke, die een bittere medicijn slikt, opdat eindelijk de pijn hem zal verlaten.

Een geloof, dat niet hoopt, is ziek.

Het is als een hongerig kind dat niet eten wil, of als iemand die moe is maar niet wil slapen. Gelooft de mens, dan hoopt hij ook. En het is geen schande te hopen, grenzeloos te hopen. Wie kan spreken over God, zonder te hopen Hem eenmaal te aanschouwen? Wie kan spreken over vrede en liefde tussen de mensen, zonder dat eenmaal in de eeuwigheid te willen meemaken? Wie kan spreken over een nieuwe wereld en een nieuwe mensheid, zonder te hopen, dat hij daaraan deel zal hebben?

En waarom zouden wij ons voor deze hoop schamen? Niet voor wat wij hoopten zullen wij ons eens te schamen hebben, maar voor ons armelijk en bangelijk gebrek aan hoop, dat van God iets durft verwachten, dat in een verkeerd begrepen deemoed de beloften, die God gegeven heeft, niet met beide handen aangrijpt, dat berust in het leven, zoals het is en zich niet verblijden kan in Gods eeuwige macht en heerlijkheid.

Wij zeggen u: hoop!

Hoop maakt niet beschaamd. Hoe meer een mens durft hopen, hoe groter hij wordt, met zijn hoop. De mens groeit met de hoop, die in hem is – op voorwaarde dat het de hoop op God en op zijn macht alleen is. Deze hoop blijft.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Geloof-Hoop-Liefde” – “De mens groeit met de hooop, die in hem is” (27 november) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 5 Wie bij U hun geluk zoeken zullen lachen en vrolijk zijn,
wie van U hun redding verwachten zullen steeds weer zeggen:
‘God is groot!’
6 Ik ben arm en zwak, God, kom haastig,
U bent mijn Helper, mijn Bevrijder,
HEER, wacht niet langer.
(Uit Psalm 70)

Bron afbeelding:  YouTube

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Arme of rijke bedelaar…

That is the question!

De arme, wandelende in zijn oprechtheid, is beter
dan die verkeerd is van wegen, al is hij rijk. (Spreuken 28 : 6)

Om echter goed te begrijpen hoe God zondaars haat en oprechten liefheeft, moeten wij een onderscheid maken tussen de zondaren die zich hun zonden bewust zijn en zondaren die zich hun zonden niet bewust zijn.

Het gebed van de zondaar die zijn zonden niet voelt kan God niet liefhebben, want deze begrijpt zelf niet eens waarom hij bidt. Al bidt en zingt iemand nog zo vaak: ‘God, ontferm U over mij‘ dan kan hem dat niets helpen als hij toch nog gelijk vertrouwen heeft in zijn eigengerechtigheid.

Als hij de zonde in zijn hart niet voelt, dan spreekt of zingt hij alleen lege lettergrepen! De zaak zelf kan hij niet bevatten en hij wil eigenlijk niet eens ontvangen waarom hij bidt. Zo iemand voegt altijd dingen toe die zijn eigen gebed tegenspreken. Hij bidt wel om vergeving en barmhartigheid, maar ondertussen probeert hij op een of andere manier zichzelf met God te verzoenen en voor zijn zonden te betalen.

Is dit bidden dan iets anders dan God in Zijn aangezicht bespotten? Hetzelfde zou gebeuren wanneer een bedelaar zou kermen en smeken om wat geld, maar tegelijk over zijn eigen bezittingen en bedelkunst zou opscheppen. Zo’n rijke bedelaar laat daarmee toch alleen maar duidelijk zien dat hij helemaal niets nodig heeft!

Maarten Luther: Enarratio Psalmi LI, 1532 (1538), vgl. WA 40.2,333,30 – 334,22

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

(…) 8 Wat heb ik dan te verwachten, Heer?
Mijn hoop is alleen op U gevestigd.
9 Bevrijd mij van al mijn ​zonden,
bespaar mij de hoon van dwazen.
(Uit Psalm 39)

Bron afbeelding:  Getwallpapers.com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Zou blijven dan…(I)

Zo blijven dan: geloof… (Uit 1 Korintiërs 13 : 13)

Hij zie sterven, maar…

Geen mens en geen kerk kan leven van de grootheid van eigen werken. Zij kunnen alleen leven van het grote werk, dat God zelf gedaan heeft, van het kruis van Jezus Christus.

Dat betekent echter, dat de mens moet leven van wat onzichtbaar is, van een werk dat in deze wereld ongezien, verborgen blijft. Hij ziet dwaling en gelooft waarheid; hij ziet sterven en gelooft eeuwig leven; hij ziet niets – en hij gelooft in het werk en de genade van God; ‘… Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid‘ (2 Korintiërs 12: 19).

Niet anders is het met de kerk, die het Evangelie verkondigt. Zij leeft nooit en te nimmer van wat zij zelf doet, ook niet van wat zij uit liefde doet, maar zij leeft van wat zij niet ziet en toch gelooft: zij ziet verdrukking en gelooft in redding; zij ziet dwaalleer en zij gelooft Gods waarheid; zij ziet verraad aan het evangelie en zij gelooft Gods trouw.

De kerk van het evangelie is nooit de zichtbare gemeenschap der heiligen, maar de kerk van zondaars, die tegen alle schijn in gelooft in de genade en alleen van de genade leeft.

‘Wie een heilige zijn wil, moet de kerk uit‘, riep Luther eens uit.

Kerk van zondaars – Kerk van de genade – Kerk van het geloof – dat is het.

Zo blijft dan geloof – omdat het leeft van God en van God alleen. Er bestaat maar één zonde, en dat is zonder geloof te leven.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Geloof-Hoop-Liefde” – “Hij ziet sterven en gelooft eeuwig leven” (26 november) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 10 Wie in de ​Zoon van God​ gelooft, draagt het getuigenis in zich. Wie God niet gelooft, maakt hem tot leugenaar, omdat hij geen geloof hecht aan het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft. 11 Dit getuigenis luidt: God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in zijn Zoon. 12 Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de ​Zoon van God​ niet heeft, heeft het leven niet. (1 Johannes 5 : 10)

Bron afbeelding:  Signage Eternity

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Lofprijzing…

Heere, Uw goedheid strekt zo ver de hemel is, en Uw waarheid zo wijd de wolken gaan;
Uw gerechtigheid staat als de bergen Gods, en Uw recht als de diepe afgrond;
Heere, Gij helpt beiden, mensen en vee.
(Psalm 36 : 6-7) (1)

Gods goedheid niet aards, maar in de hemel gevestigd

Heere, God en Vader, Uw barmhartigheid en genade, die U in Christus hebt beloofd, is in de hemel: zij is hemels en geestelijk, en bestaat niet in aardse goederen. Uw waarheid en Uw trouw, in het vervullen van Uw beloften in Christus, is tot aan de wolken: zij is in de hoogte, door God in de hemel bevestigd en komt niet van deze wereld.

Uw gerechtigheid, de gerechtigheid van het geloof, waardoor wij voor U rechtvaardig zijn, staat als de bergen Gods: hoog, heerlijk en machtig. Uw gerichten zijn als een onmetelijke afgrond: onbegrijpelijk en verborgen als diepe wateren. Heere, U behoudt mensen en beesten: jood en heiden, ziel en lichaam, geleerden en onwetenden.

U wilt Uw goedertierenheid, Uw barmhartigheid en Uw genade in Christus over allen uitbreiden. O God, dat de mensenkinderen onder de schaduw van Uw vleugelen toevlucht nemen: door de genade van de Heilige Geest zouden vertrouwen en hopen, want door vertrouwen en hopen worden wij zalig.

Maarten Luther: Glossa: Psalmus XXXVI, 1513/1515, vgl. WA 3,199,3 -200,8

(1) Luther maakte voor en rond 1517 nog steeds gebruik van de Vulgaat en andere Latijnse vertalingen.

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij
onze Redder, de Heer Jezus Christus.
(Filippenzen 3 : 20)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | 1 reactie

Wij moeten allen openbaar worden… (I)

(…) 7 Wij ​bidden​ God dat u het kwade nalaat, niet om te bewijzen dat wij geslaagd zijn, maar omdat u het goede moet doen, ook al zouden wij mislukt zijn. 8 Wij kunnen ons niet tegen de waarheid verzetten, we kunnen ons er slechts voor inzetten. 9 Het verheugt ons werkelijk dat wanneer wij zwak zijn, u zo sterk bent; we ​bidden​ ervoor dat u zich zult beteren. (Paulus woorden tot de gemeente in 2 Korintiërs 13)

Waarover een gemeente/kerk schuld te belijden heeft…

De kerk belijdt, niet openlijk en duidelijk genoeg te hebben getuigd van de ene God. Zij belijdt haar vreesachtigheid, haar dwalen, haar gevaarlijke concessies.

Zij heeft daardoor de verstotenen en verachten dikwijls de verschuldigde barmhartigheid geweigerd. Zij bleef stom, waar zij had moeten schreeuwen, omdat het bloed van de onschuldigen ten hemel schreeuwde. Zij heeft de juiste woorden op het juiste moment niet gevonden.
Zij heeft zich niet tot bloedens toe verzet tegen de afval van het geloof en is schuldig geworden aan het atheïsme van de massa’s.

De kerk belijdt, de naam van Jezus Christus te hebben misbruikt, omdat zij zich tegenover de wereld voor Hem geschaamd heeft en zich niet krachtig genoeg geweerd heeft tegen het misbruik van deze naam voor slechte doeleinden: zij heeft werkeloos toegezien, hoe onder de dekmantel van de naam van Christus geweld en onrecht werd bedreven.

De kerk belijdt, schuldig te zijn aan het verloren gaan van de zondag, aan de uitholling van haar eredienst, aan de verachting voor de zondag als de dag van de rust. Zij draagt schuld aan de gejaagdheid en onrust van deze tijd, omdat haar prediking van Jezus Christus zwak en haar eredienst mat was.

De kerk belijdt, schuldig te zijn aan de ineenstorting van het ouderlijk gezag. De kerk is niet opgetreden tegen de verachting voor de ouderen en de verafgoding van de jeugd uit angst de jeugd en daarmee de toekomst te verliezen, alsof de jeugd haar toekomst zou zijn! Daarom is zij schuldig aan de verwoesting van talloze gezinnen, aan het verraad van kinderen aan hun vader en aan de zelfvergoddelijking van de jeugd.

Wordt vervolgd…

NB. Opgemerkt AJ:  Zulk schuld belijden ‘horen’ we natuurlijk liever niet en we zetten het zeker niet op ‘onze websites’. Want natuurlijk is ‘de schone schijn’ – net als het effect van de reclame voor de bedrijfswereld –  aantoonbaar aantrekkelijker en meer wervend dan woorden over tekort schieten en van schuld belijden, dat laten ‘harde (groei)cijfers’ toch onomstotelijk zien…

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Wij moeten allen openbaar worden” – “Zonder een zijdelingse blik op medeschuldigen” (25 november) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Zie ook:
– wij moeten allen openbaar worden…(II)
– wij moeten allen openbaar worden…(III)

(…) 8 Deze boodschap is betrouwbaar. Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt, opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij. (Uit Titus 3)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Want Hij zorgt voor u…

Doe mij recht, o God, en voer mijn rechtszaak;
bevrijd mij van het volk zonder goedertierenheid,
van de man van bedrog en ​onrecht.
(Uit Psalm 43)

Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. (1 Petrus 5 : 7)

Als God zorgt voor Zijn gelovigen – zoals Petrus hier uit de Psalm (55 : 23) aanhaalt – hoe komt het dan dat zij, meer dan andere mensen op aarde, met zoveel ongeluk, verdriet, angst en nood bezwaard en bedrukt zijn? Zowel de duivel als de wereld plagen hen zonder ophouden. Zij tasten met list en geweld hun lichaam, eer en goed aan, en wensen alle uren alleen hun dood!

Deze aanvallen van de boze maken dat het wel schijnt en voelt alsof God Zelf hun vijand is en hen verlaten heeft en of de duivel macht heeft over alles. Laat staan dat God hen nog zou aannemen of vaderlijk voor hen zou zorgen!

Dit echter, dat God voor ons zorgt en ons als Zijn kinderen liefheeft, om dat voor waar en zeker te houden, is een zaak van het geloof, die alleen de meester is, die Gods Woord en werk goed ziet en grondig verstaat. Nu zegt het Woord duidelijk, dat God tuchtigt die Hij liefheeft, en iedere zoon die Hij aanneemt straft, zoals de Schrift overal spreekt.

Aan dit Woord houdt zich het geloof en vertroost zich daarmee, en laat God besturen en zorgen. Het geloof zegt met Job: ‘Al zou Hij mij zelfs doden, dan nog zal ik op Hem hopen en mij op Zijn genade verlaten‘ (vgl. Job 13 : 15).

Maarten Luther: Bibel- und Bucheinzeichnungen Luthers, vgl. WA 48,221,1 – 222,22

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Bron afbeelding:  YouTube

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het overwinnend geloof… (IV, slot)

Ik hef mijn ogen op tot U, die in de hemel troont.
(Psalm 123 : 1)

Nog nooit op de juiste manier gebeden?

(1) Ja, werkelijk, God is een hoge Majesteit! Je moet Die echter niet zo hoog voorstellen dat je daarom niet tot Hem zou bidden. Want als je deze Majesteit werkelijk zo verheven acht, waarom hoor je dan niet dat deze Majesteit Zelf geboden heeft dat je moet bidden? Je bent beslist niet te onwaardig, te gering of te onbeduidend dat jou dit gebod van God niet zou verplichten. Kijk naar dit gebod en vraag genade aan Hem Die het je geboden heeft.

Zeg tegen Hem: ‘Heere, ik heb zelf geen keuze of ik graag bid of niet. U hebt het geboden! Daarom weet ik dat ik U moet gehoorzamen, ook als ik het bidden onwaardig ben, dan is toch Uw gebod en wil waardig genoeg om te gehoorzamen. Uw beloften zijn waardig genoeg dat ik U vertrouw. Daarom bid ik niet op grond van mijn waardigheid, niet om de waardigheid van Maria, niet om die van Petrus, maar alleen om de waardigheid van de Naam Jezus en (dus) in de Naam van God, Die het geboden en bevolen heeft.’

Toen ik nog monnik was, heb ik nooit een Onze Vader op de juiste manier gebeden, zoals tot de dag van vandaag de werkheiligen ook niet eenmaal één enkele letter in het geloof bidden. Dat God mij wél heeft verhoord, is misschien gebeurd omdat Hij naar het onuitsprekelijke zuchten van de Heilige Geest in mijn hart heeft geluisterd.

Ik geloof dat ook anderen in die tijd dit zuchten van de Geest in zich hadden, hoewel zij dat zelf niet wisten. Echter, zonder deze Zuchter, Die in ons zucht met een onuitsprekelijk zuchten, kan geen stukje van het Onze Vader op de goede manier verstaan of uitgesproken worden zoals het behoort (vgl. Romeinen 8 : 26).

Er is een uitspraak van een beroemde kluizenaar, die zei dat er geen arbeid zo groot en zwaar is als bidden. Dit is mogelijk waar als men op de plicht en regel ziet om onophoudelijk te bidden, waaraan hij was gebonden. Maar dit wordt nog méér waar als wij over het gelovige gebed spreken, als het hart moet strijden tegen het geweten en de wanhoop, maar het toch waagt om te vertrouwen op de grote barmhartigheid en de zekere beloften van God.

(1) Behandelde tekst: Psalm 120.

Ik riep tot de HEERE in mijn benauwdheid,
en Hij verhoorde mij. (Uit Psalm 120)

Maarten Luther: In XV Psalmos graduum, 1532/1533 (1540), vgl. WA 40.3,23,28 – 24,29

Bron tekst: “Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelberger – Maarten Luther”  – samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.
(HC Zondag 46 – Vraag: Waarom wordt hier bijgevoegd: Die in de hemelen zijt?)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | 1 reactie

Het overwinnend geloof…(III)

En zie, een Kananese vrouw uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere, Gij Zone Davids, ontferm U mijner! Mijn dochter is deerlijk van de duivel bezeten. (Matteüs 15 : 22)

Geen bidden zonder strijd!

En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: ‘Heere, help mij!’ Deze vrouw laat zich niet van de wijs brengen. Zij redeneert niet bij zichzelf: ‘Je hoort niet bij Israël, je bent een verworpene en niet waard dat de aarde je draagt.’

Dit is een hevige en zware bestrijding, als de duivel in je hart zó tekeergaat dat hij zegt: ‘Wil je nog langer bidden? Jij bent toch van mij, stop er maar mee en begin nu maar alvast God te vloeken; het maakt allemaal toch niets meer uit, jij wordt toch niet zalig.’

Zulke duivelse gedachten kunnen een ongeoefend hart zo kwellen en pijnigen, dat je helemaal niet meer bidden kan en in radeloosheid en wanhoop terechtkomt.

Daarom is deze geschiedenis omwille van ons geschreven, zodat wij ons er niet aan stoten als de duivel ons voorhoudt en zegt: ‘Jij bent geen christen, jouw bidden helpt toch niet.’ Nee, onder geen beding, luister er niet naar!

Maar spreek als deze vrouw:
‘Heere, ik mag zo slecht (‘onwaardig‘) zijn als ik ben, toch vraag ik daar niet naar; hoewel ik ook nu een zondaar ben, weet ik toch dat mijn Heere Christus geen zondaar is, maar rechtvaardig en genadig blijft, daarom wil ik getroost tot Hem roepen en schreeuwen, en mij verder tot niemand of niets wenden.’

Maarten Luther: Evangelion Matthei am 15. Anno 1534, vgl. WA 52,178,28 – 179,2

(…) 3 U die ons ​bidden​ hoort – tot u komt de sterveling. (Uit Psalm 65)

Zie ook:
– Het overwinnend geloof…(I)
– Het overwinnend geloof…(II)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Geen categorie, Persoonlijk | 1 reactie