Het overwinnend geloof… (IV, slot)

Ik hef mijn ogen op tot U, die in de hemel troont.
(Psalm 123 : 1)

Nog nooit op de juiste manier gebeden?

(1) Ja, werkelijk, God is een hoge Majesteit! Je moet Die echter niet zo hoog voorstellen dat je daarom niet tot Hem zou bidden. Want als je deze Majesteit werkelijk zo verheven acht, waarom hoor je dan niet dat deze Majesteit Zelf geboden heeft dat je moet bidden? Je bent beslist niet te onwaardig, te gering of te onbeduidend dat jou dit gebod van God niet zou verplichten. Kijk naar dit gebod en vraag genade aan Hem Die het je geboden heeft.

Zeg tegen Hem: ‘Heere, ik heb zelf geen keuze of ik graag bid of niet. U hebt het geboden! Daarom weet ik dat ik U moet gehoorzamen, ook als ik het bidden onwaardig ben, dan is toch Uw gebod en wil waardig genoeg om te gehoorzamen. Uw beloften zijn waardig genoeg dat ik U vertrouw. Daarom bid ik niet op grond van mijn waardigheid, niet om de waardigheid van Maria, niet om die van Petrus, maar alleen om de waardigheid van de Naam Jezus en (dus) in de Naam van God, Die het geboden en bevolen heeft.’

Toen ik nog monnik was, heb ik nooit een Onze Vader op de juiste manier gebeden, zoals tot de dag van vandaag de werkheiligen ook niet eenmaal één enkele letter in het geloof bidden. Dat God mij wél heeft verhoord, is misschien gebeurd omdat Hij naar het onuitsprekelijke zuchten van de Heilige Geest in mijn hart heeft geluisterd.

Ik geloof dat ook anderen in die tijd dit zuchten van de Geest in zich hadden, hoewel zij dat zelf niet wisten. Echter, zonder deze Zuchter, Die in ons zucht met een onuitsprekelijk zuchten, kan geen stukje van het Onze Vader op de goede manier verstaan of uitgesproken worden zoals het behoort (vgl. Romeinen 8 : 26).

Er is een uitspraak van een beroemde kluizenaar, die zei dat er geen arbeid zo groot en zwaar is als bidden. Dit is mogelijk waar als men op de plicht en regel ziet om onophoudelijk te bidden, waaraan hij was gebonden. Maar dit wordt nog méér waar als wij over het gelovige gebed spreken, als het hart moet strijden tegen het geweten en de wanhoop, maar het toch waagt om te vertrouwen op de grote barmhartigheid en de zekere beloften van God.

(1) Behandelde tekst: Psalm 120.

Ik riep tot de HEERE in mijn benauwdheid,
en Hij verhoorde mij. (Uit Psalm 120)

Maarten Luther: In XV Psalmos graduum, 1532/1533 (1540), vgl. WA 40.3,23,28 – 24,29

Bron tekst: “Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelberger – Maarten Luther”  – samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.
(HC Zondag 46 – Vraag: Waarom wordt hier bijgevoegd: Die in de hemelen zijt?)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Een reactie op Het overwinnend geloof… (IV, slot)

  1. Pingback: geloof je in Jezus dan is het goed. – Sitetitel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s