Biddag 1525-2018… (I)

God wil al ’t vee steeds spijzen, laven;
Hij hoort de stem der jonge raven.
Hij heeft geen lust aan ’s mensen krachten,
Aan hen, die daaruit heil verwachten.
(Psalm 147, uit vers 5, OB)

Van alle zorgen ontslagen

(a) (…) “De Heere wil zeggen: ‘Je hebt toch nooit een vogel gezien met een sikkel (1), die oogstte en in schuren verzamelde?’ Ja, de vogels werken niet zoals wij, toch worden zij gevoed. Daarmee wil de Heere natuurlijk niet zeggen dat wij niet moeten werken – met dit voorbeeld wil Hij ons alleen van alle zorgen ontslaan.

Een vogel kan immers niet, zoals wij, op de akker werken, toch zijn de vogels niet zonder werk, maar doen altijd waartoe ze geschapen zijn. Namelijk: hun jongen grootbrengen en voedsel geven, en bovendien uit dank voor onze Heere God een liedje zingen. Had God ze meer werk gegeven, dan zouden ze ook meer doen.

Vroeg in de morgen staat het vogeltje op, gaat op een takje zitten en zingt het liedje dat het geleerd heeft. Het weet van geen voedsel en maakt zich ook geen zorgen. Daarna als het honger krijgt, vliegt het weg en zoekt een graankorreltje. De lieve God heeft het al ergens neergelegd! Daaraan heeft het niet gedacht toen het zat te zingen – toch had dat vogeltje reden genoeg om zich daarover zorgen te maken.

Wel, schaam je nu, omdat de vogels vromer en geloviger zijn dan jij! Die zijn vrolijk en zingen met blijdschap, en weten niet wat ze te eten hebben. Dat is tot onze ontzaglijk grote schande gezegd, dat wij niet hetzelfde kunnen doen als de vogeltjes. Daarom moet een christen zich schamen voor een vogeltje. Wanneer je in de lente, als vogeltjes het mooist zingen, tegen één van hen zou zeggen: ‘Waarom zing je zo vrolijk? Je hebt toch geen graan in de schuur!’ Dan zou het je uitlachen.

Dit is een machtig voorbeeld – het moet ons werkelijk opwekken om God meer te vertrouwen dan we doen! De vogels doen wat ze moeten doen, maar wij doen dat niet! God maakt ons tot dwazen en maakt de vogeltjes tot onze leermeesters om ons te laten zien dat wij de mammon dienen en de ware God verlaten.”

Maarten Luther: Sommerpostille 1526 (Druck), Evangelium am 15. Sonntag nach Trinitatis. Matth. 6:24-34. Vgl. WA 10.1.2, 379, 21 – 380, 18

(1) Sikkel: halfrond gesmeed mes dat gebruikt werd in de oogsttijd om halmen van graangewassen te snijden.

(a) Het bovenstaande preekfragment is afkomstig uit een preek over Mattheüs 6 vers 24 tot 34 uit de Bergrede van onze Zaligmaker. Luther heeft deze preek gehouden rond september 1525. Het behandelde tekstdeel waaruit het citaat is genomen, is: Mattheüs 6 vers 26, over de vogels die niet zaaien of maaien.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website:www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Zie ook:  Biddag 1525-2018…(II)

Bron afbeelding:  Bible Verse Hoodle

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s