Als Godsgezanten (IV): geen mensenvrees…

Weest niet bevreesd voor hen, die het lichaam doden. (Uit Mattheüs 10 : 26-33)

Wie God vreest, vreest mensen niet.

De bode blijft bij het Woord en het Woord blijft bij de bode, nu en in eeuwigheid. Drie maal sterkt Jezus zijn boden met de woorden: ‘Vreest niet!‘ Wat hun nu in het verborgen overkomt, zal niet verborgen blijven, maar aan het licht komen voor God en de mensen. Het verborgenste lijden dat men hun aandoet, heeft de belofte, dat het eens aan het licht zal komen tot een oordeel over de vervolgers, tot verheerlijking van de boden.

Maar ook het getuigenis van de boden zal niet in het duister blijven, maar een openlijk getuigenis Worden. Geen heimelijk sektarisme, maar openlijke prediking moet het evangelie zijn. Ook al moet het heden ten dage hier en daar in verborgen hoeken leven, toch zal in de laatste tijden deze prediking de hele aarde vervullen tot heil en tot verwerping.

Voor de mensen behoeft men niet bevreesd te zijn. Die kunnen de discipelen van Jezus niet veel doen. Hun macht houdt op met de lichamelijke dood. Vrees voor de dood moeten de discipelen echter overwinnen door vreze Gods. Niet het gericht van mensen maar Gods gericht, niet de ondergang van het lichaam, maar de eeuwige ondergang van lichaam en ziel is een gevaar voor de discipel. Wie nog voor mensen vreest, kent niet de vreze Gods. Wie echter God vreest, vreest de mensen niet meer.

De macht die de mensen voor korte tijd op deze aarde gegeven is, gaat niet buiten Gods weten en willen om. Vallen wij in de handen der mensen, treft ons lijden en dood door menselijk geweld, dan zijn wij er toch zeker van dat alles van God komt. Hij die geen mus ter aarde laat vallen zonder zijn willen en weten, Hij laat de zijnen niets overkomen dan wat hun en de zaak waarvoor zij staan, goed en nuttig is. Wij zijn in Gods hand. Daarom: ‘Vreest niet!

De tijd is kort. De eeuwigheid is lang. Het is beslissingstijd. Wie hier bij het woord en de belijdenis blijft, bij hem zal in het uur van het oordeel Jezus Christus staan. Hij zal hem kennen en naast hem gaan staan, wanneer de aanklager zijn recht zal opeisen. Wie zich echter schaamt voor deze Heer en deze naam, wie Hem verloochent, voor hem zal zich ook Jezus in de eeuwigheid schamen, die zal Hij verloochenen.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De  boden” – “De grenzen van de macht” (3 mei) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 4 In mijn bangste uur vertrouw ik op U.
5 Op God, wiens Woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een schepsel mij aandoen?
(Uit Psalm 56)

Zie ook:
– Als Godsgezanten (I) – Geen ruimte voor menselijke overwegingen…
– Als Godsgezanten (II) – Wanneer de Liefde ons dringt…
– Als Godsgezanten (III) – nuchter en volhardend

Bron afbeelding:  Asian Baptist Women’s Fellowship

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s