Prediker: God oefent gericht…

Ik zei tegen mezelf: Over de rechtvaardige en de onrechtvaardige zal God gericht oefenen, want er is voor elke zaak en voor elk werk een bestemde tijd.‘ (Uit Prediker 3 vers 17)

Geciteerd: Over de rechtvaardige en onrechtvaardige oefent God gericht; Hij is daarmee bezig en zet dat voort, en Hij brengt dat ten einde. Dit is een uitspraak van het geloof: het is niet te zien, de feiten onthullen zich nog niet. Het gericht is pas openbaar als eindgericht. Maar alle feiten gaan naar het eindgericht heen en lopen daarop uit: daarom is er in elk van de feiten een begin van eindgericht.

Wie aan dat geloof niet toekomt…

Zo kan het geloof de zin van de feiten onthullen. Wie aan dat geloof niet toekomt, kan niet meer zien dan dat er onrecht gebeurt op de plaats van het recht, en onrecht op de plaats van de gerechtigheid. Deze beide verschillen; voor de aandacht van de Qohèleth-gemeenschap mogelijk minder dan voor ons; maar ook haar leden zagen verschil – en verband. (1)

Dat wat kleiner wordt en óndergaat…

Het gericht Gods doortrekt de geschiedenis, Zijn ogen doorlopen de hele aarde. Deze belijdenis is tegengesteld aande mening van Hegel, dat de geschiedenis een gericht zou zijn omdat wat daarin ondergaat ook logisch verdient onder te gaan. Logisch en redelijk gezien verdiende Jezus Christus niet onder te gaan; en het heeft er veel van, dat wat in de geschiedenis kleiner wordt en óndergaat, dat meestal niet verdient: de grofheid van de grote macht doet al te vaak ondergaan wat verdiende voort te bestaan.

In de grote geschiedenis…

Het volk Israël wordt platgedrukt tussen de grootmachten. Het kleine Hellas wordt vertrapt door de soldatenlaars van Rome. De Roomse kerk blijft een wereldmacht, terwijl de kerken uit de reformatie niet alleen verdeeld zijn in landelijke kerken zonder veel samenhang, maar bovendien schisma op schisma beleven. Vaak is het een kleine rest die de geschiedenis voortzet.

Vandaag zijn de grote politieke machten, Rusland, Amerika en China, verzamelingen van volksverbanden die niet tot eenheid komen. Macht wint het verre van recht, en als er een historisch gevormde ondergaat, is dat niet redelijk of logisch en spreekt daarin geenszins een logica van de geschiedenis. Als er over enkele jaren alle politieke machten van de wereld een belangengemeenschap worden, spreekt daarin een logica van macht, waarbij kleine gemeenschappen vermalen worden. Het is geen logica van redelijkheid en menselijkheid.

Maar ook in de kleine geschiedenis…

Dit gaat door tot in de kleine geschiedenis van personen. In wetenschappelijke en artistieke scholen heerst niet minder tirannie dan in staten en imperia. De erkende leider gaat over lijken. Krampachtig houdt hij eenmaal gevormde macht vast, ten koste van anderen, van wie de wettige macht gering blijft of systematisch wordt afgebroken.

Daarin zien we voortdurend het werk van de onrechtvaardige; maar ook het werk van de verdrukte rechtvaardige. En door dit alles heen handhaaft zich Gods gericht. God oefent onophoudelijk en onvermoeibaar Zijn gericht dwars door het werk van onrechtvaardigen en rechtvaardigen, van onrechtvaardigen tégen rechtvaardigen heen. Want er is voor elke zaak en voor elk werk een bestemde tijd.

De onrechtvaardige machtgrijper moge menen, dat hij dan toch maar succes heeft; hij moge zijn dynastie of een school vestigen; maar hij vergist zich in zijn machtsbegeerte: hij doet precies wat God hem toestaat om te doen. De verdrukte en van zijn wettige plaats verdrongen rechtvaardige moge menen dat hem de ruimte voor zijn roeping ontgaat, maar ook hij vergist zich, want voor alle werk en elke zaak is er een bestemde tijd.

(Wordt vervolgd!)

(1) De werkhypothese, waarvan de schrijver gebruik heeft gemaakt, namelijk dat het boek Prediker een verslag is van een discussie waaraan vele en in overtuiging uiteenlopende sprekers deelnamen, ligt zó voor de hand, dat we moeilijk kunnen aannemen dat ze nooit eerder geopperd zou zijn. In de ons bereikbare literatuur hebben we haar echter niet aangetroffen.

Bron citaat: Boek – ‘Heersende te Jeruzalem‘ – door prof. dr. K.J. Popma (1903-1986)

Zie ook:

In hun hoogmoed vervolgen goddelozen de zwakken –
maak hen gevangenen van hun eigen plannen

De mens zonder God prijst wat hij najaagt,
als hij rijk is vervloekt hij de HEER.
Hij denkt in zijn waan: Niemand vraagt mij rekenschap.
Er is geen God maakt hij zich wijs.

Het gaat hem goed, wat hij ook onderneemt,
maar Uw verheven oordelen raken hem niet.
Zijn tegenstanders beticht hij van leugens,
Hij denkt bij zichzelf: Ik kom niet ten val,
nooit kan het kwaad mij deren.

(Uit Psalm 10 de verzen 2-6)

Bron afbeelding: SlideShare

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s