Geloven in tijden van God- en kerkverlating en wereldnood…

‘Ongelukkige die ik ben, het is als bij de late oogst, als bij de laatste pluk: geen volle druiventros meer om te eten, geen vroege vijg meer waarnaar ik smacht. Zij die trouw waren zijn verdwenen uit het land, niemand is nog rechtschapen. Allen zijn op bloed belust, iedereen belaagt zijn naaste. Ze bekwamen zich in het kwaad: alleen voor geld stellen leiders een onderzoek in, rechters spreken recht tegen betaling, hooggeplaatsten zeggen wat hun het beste uitkomt en zo houden ze het recht op afstand. De deugzaamste onder hen is als een doornstuik, de oprechtste is erger dan een stekelhaag.
De dag van straf, door uw wachters aangekondigd, is gekomen, en het volk is in beroering. Geloof je naaste niet, vertrouw je vriend niet, let op je woorden, ook bij wie er in je armen ligt. De zoon veracht zijn vader, de dochter verzet zich tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder, en huisgenoten blijken vijanden.
Maar ik blijf uitzien naar de HEER, ik blijf hopen op de God Die mij redding zal brengen. Hij zal mij horen, mijn God.’ (Uit Micha 7 de verzen 1-7)

Geciteerd: Als je gelooft, dan is het onmogelijk dat je hart niet zou lachen van vreugde in God en vrij, veilig en moedig zou worden. Daarom breekt je liefde tevoorschijn en help je iedereen zo goed je maar kunt. Je preekt en verkondigt de waarheid aan iedereen die het maar wil horen. Je verwerpt ook alles wat niet gepreekt of geleefd wordt volgens de leer van het geloof.
De duivel en de wereld willen zulke dingen niet horen of zien, en willen niet dat hún leven en leer door jou verworpen wordt. Dan zullen allen die groot, geleerd, rijk en machtig zijn van jou een ketter maken en je voor gek verklaren. Kijk, dan kom je precies zoals jouw Heere Christus aan het kruis omwille van de waarheid. Je moet zo verschrikkelijk mogelijk gelasterd worden…

Geciteerd 2: Ondanks dit alles moet je van jouw kant goed voor hen zijn. Herinner je altijd dat jij eerst was wat zij nu zijn voor God. Geloof en liefde zullen dit zeker doen. Dát is het leven van een christen: dat hij voor anderen doet wat God voor hem of haar doet.

Geciteerd 3 (bewerkt): Als kind kwamen de woorden van Psalm 130 al bij me binnen. De woorden van de Psalm gaven me vertrouwen. Ze leerden me dat je in alle nood tot God kunt roepen en dat Hij je dan zal redden. Wat er allemaal voor diepten van ellende zouden komen in mijn leven wist ik toen nog niet, maar met die woorden leerde ik God kennen als genadig en barmhartig…

‘Israël, hoop op de HEER!
Bij de HEER is genade, bij HEM
is bevrijding, altijd weer.
Hij zal Israël bevrijden
uit al zijn zonden.’
(Uit Psalm 130 de slotverzen 7-8)

Leestips: Micha 7 en Psalm 130.

N.a.v. dagopeningen vandaag (19 juli) in ‘Vrees niet, geloof alleen’ en Dag in dag uit 2022.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Artikel dr. M. Klaassen geen ‘herderlijk schrijven’… (I)

‘Ik ben de Goede Herder, de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.’
(Uit Johannes 10 vers 11)

Geciteerd 1: Het zevende gebod luidt in de Statenvertaling “Gij zult niet echtbreken”. Op het eerste gezicht lijkt dit te slaan op echtscheiding. Dat is echter niet helemaal juist. Het heeft er wel mee te maken, maar wat dit gebod in de eerste plaats verbiedt is de zonde van overspel. “Gij zult geen overspel plegen”. Overspel – seksuele gemeenschap hebben terwijl je zelf getrouwd bent – of de ander – is een dermate ernstige zonde dat God er speciaal een gebod in de Tien Geboden aan wijdt. Het is een zonde die zo ingrijpend is dat Jezus in Matth. 19 dít als enige reden ziet waarom je een huwelijk mag ontbinden. Overspel is zo verwoestend en destructief dat God in zo’n geval mensen toestaat uit elkaar te gaan.

Opgemerkt 1: We moeten hier heel goed lezen en dan zullen we beseffen dat wat hier boven geschreven staat toch niet overeenkomt met wat onze Heer bedoelde te zeggen in Matteüs 19 de verzen 7-9. Onze Heer heeft het over de hardheid van onze mensenharten. Wanneer het aan God gelegen had, zo maakt Hij duidelijk, dan was zelfs ook overspel geen reden (of zelfs recht) tot echtscheiding geweest. Onze God had veel liever gezien dat er weer verzoening tot stand gebracht zou worden en dat was ook altijd Zijn wens gebleven. Maar omdat God bij Mozes nog rekening wilde (‘moest’!) houden met hoe wij mensen allen van nature zijn, had hij mannen(!) het ‘(voor?)recht’ gegeven om hun vrouw een scheidbrief te overhandigen en haar te verstoten in geval van ‘hoererij’. En dan zegt onze Heer vervolgens, maar als een man dan toch – ondanks dat God het zo graag anders zag en ziet verlopen, namelijk dat de schuldige schuld belijdt en dat de beide echtgenoten zich weer verzoenen met elkaar – van die ‘ontsnappingsregel’ in Gods wet gebruik wil maken, dan moest het wel echt om een ‘ongeoorloofde verbintenis’ (‘hoererij’) gaan. En dat woord ‘hoererij’ moeten we zwaar laten wegen. Wanneer kon een man zijn vrouw die – eens of vaker misschien – op overspel betrapt was dan ook werkelijk beschuldigen van hoererij en dat ze zich naar anderen toe als een hoer gedroeg of dat ze werkelijk wilde of was gaan samenleven met een andere man?

Opgemerkt 2: Maar beter is dat we hier – bij al het nieuwe onderwijs van onze Heer – tot het besef komen dat onze Heer ons een heel andere weg kwam wijzen. En dat was niet de weg van heel goed de wetsregels leren kennen en toepassen (waar de Schriftgeleerden en Farizeeën zo goed in meenden te zijn en ‘hun vak’ van hadden gemaakt), maar dat was de weg (de aanpak/werkwijze) van de Goede Herder, die Zijn schapen kent en die verdwaalde en verloren schapen niet in de steek laat, maar opzoekt en op Zijn schouders neemt en weer terug draagt naar de kudde! We lezen daarvan in o.a. Johannes 8 wanneer de Schriftgeleerden en Farizeeën een op overspel betrapte vrouw bij Hem brengen. Maar het klinkt ook duidelijk in Zijn woorden in de Bergrede, m.n. de verzen 27-32 en in Paulus woorden in m.n. die van Romeinen 2 de verzen 17-29 en in de brief van Jakobus de verzen 10-13 van hoofdstuk 2.

Opgemerkt 3: Ook het woord ‘desastreus’* is verre van Bijbels en pastoraal. We lezen bij het overspel van David met Batseba – hadden we Uria moeten aanraden om zijn vrouw hierom te verstoten, bijv. wanneer ze bekend had dat ze vrijwillig op Davids aanzoek tijdens de gesprekken in het paleis was ingegaan?, – dat dit ‘kwaad was in de ogen van de HEER’. Maar we zullen hier toch niet het woord ‘desastreus’ gebruiken. Ook de profeet Nathan komt niet met zo’n zwaar/naar woord aanzetten. Dat werkt als ‘self-fulfilling prophecy’ en heeft op daders en slachtoffers beslist geen heilzame werking. En het is al helemaal niet waar voor Gods kinderen. Die mogen zelfs weten en horen van ‘hun Pastor/pastor’ dat God zo machtig is dat Hij zelfs ook het kwaad hen ten beste keren kan en zal! We zien dat niet alleen in het leven van Jozef (zoon van Jakob) maar ook duidelijk geïllustreerd in het leven van David en Batseba en het leven van de uit hun relatie voortgekomen nakomeling Salomo, die een tempel voor God mocht bouwen.
Maar ook voor ons is die geschiedenis van het overspel van David – de man naar Gods hart! – met Batseba gevolgd door de georganiseerde moord op Uria (en als gevolg ook een aantal medestrijders!) nog tot zegen. Want die geschiedenis zal ons allen (!) allereerst heel ootmoedig en nederig van hart maken en daarnaast ook heel dankbaar en blij: wat een genadig en barmhartig God hebben wij! Zie Exodus 34 de verzen 6-8 en de uitroep van de apostel Johannes aan het begin van zijn evangelie de verzen 16-18.
* Woord ‘desastreus’ wordt gebruikt in de inleiding van het artikel, maar ook de woorden ‘destructief’ en ‘verwoestend’ zijn hier beter niet te gebruiken!

(Wordt vervolgd!)

Zie ook: ‘Artikel dr. M. Klaassen geen ‘herderlijk schrijven’… (II), (III) en (IV)

Bron citaat: Protestants Nederland (jrg 86/24/juli 2022) – ‘Huwelijk een verbond, geen contract’ – door dr. Maarten Klaassen (1)

(1) Dr. M. Klaassen is werkzaam voor de stichting Bijbels beraad M/V. Zijn artikel is ook hier te lezen: https://www.bijbelsberaadmv.nl/2022/07/14/huwelijk-een-verbond-geen-contract/

‘Uit Zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, Die Zelf God is, Die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.’ (Uit Johannes 1 de verzen 16-18)

Bron afbeelding: SlideToDoc-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Veel ouders overschatten hoe belangrijk ze zijn’…

‘Vergeefs is het dat je vroeg opstaat…’ (Uit Psalm 127 uit vers 2)

Geciteerd: ‘Afgelopen zaterdag zaten Maartje en ik (1) al om tien uur ’s ochtends in de auto. “Zo hé, wij zijn vroeg op pad,” zeiden we tegen elkaar. Voordat onze dochter Kaat werd geboren, waren we al trots als we om twee uur ’s middags iets gingen doen. Tot een jaar geleden leefden we als kunstenaars; we hadden schijt aan het conventionele ritme van het bestaan, gingen laat naar bed en stonden laat op.
Sinds ik vader ben, is tijd ontzettend schaars geworden. Dat is zoeken. Ik denk soms over mijn kind: jij bent echt het leukste en mooiste in mijn leven, maar kan iemand je nú even komen ophalen?
In het begin hadden Maartje en ik allebei een mama- en papadag en ging Kaat drie dagen naar de opvang. Pfff, wat duurde die papadag lang. De eerste paar uur vond ik wel leuk, maar op een gegeven moment wilde ik ook graag weer iets anders doen. Nu gaat Kaat vier dagen naar de opvang en hebben we samen een ‘papamamadag’.
Ik zie om me heen nog weleens dat het hele leven van de ouders om het kind draait; het moet zoveel mogelijk beschermd worden en aandacht krijgen en het mag vooral niet verdrietig zijn. Zelf voel ik meer voor een iets andere aanpak. Als ons kind begint te huilen, willen we de babyfoon eerst nog weleens wat zachter zetten in plaats van haar meteen te gaan troosten. Ongemak en verdriet horen toch ook bij het leven?
Een vriendin haalde laatst een mooie uitspraak aan waarmee ik het erg eens ben: “Een kind is geen bonsaiboompje dat je heel voorzichtig moet opkweken omdat het iets heel kwetsbaars is. Een kind is meer als bamboe: geef het voeding, slaap en heel veel liefde en dan groeit het wel.” Ik denk echt niet dat je voortdurend met je kind bezig hoeft te zijn omdat het anders verkeerd gaat. Veel ouders overschatten hoe belangrijk ze zijn.

(1) Misschien deugen de meeste mensen toch niet. In elk geval mag de lat wel wat hoger, vindt historicus en bestseller­auteur Rutger Bregman. ‘We moeten niet denken: het is wel goed zo. Het kan radicaal beter.’

‘Kinderen zijn een geschenk van de HEER,
de vrucht van de schoot is een beloning van God…’
(Uit Psalm 127 het 3e vers)

Leestip: Psalm 127 én 27

Bron citaat: Psychologie Magazine (via Blendle) – ‘Ik wil grotere vragen stellen’ – door Vivian de Gier

‘Mag ik niet verwachten*
de goedheid van de HEER te zien
in het land der levenden?
Wacht op de HEER,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de HEER.
(Uit Psalm 27 de verzen 13-14)
* Nooit kan ’t geloof teveel verwachten… (Gezang 291, Liedboek van de kerken, 2001)

Bron afbeelding: Knowing-Jesus-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over kinderen aan het Avondmaal en verondersteld geloof…

‘Ik spreek tot verstandige mensen, dus u kunt wat ik nu zeg naar waarde schatten. Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het Lichaam van Christus? Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één Lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene Brood.’ (Uit 1 Korintiërs 10 de verzen 15-17)

Geciteerd 1: Waarom wil men dan toch kinderen aan het avondmaal? De hervormde predikant H. Visser uit Katwijk aan Zee merkte daarover in 1989 in het Gereformeerd Weekblad op: „Eigenlijk op grond van een verondersteld geloof. Een uiterst gevaarlijke weg.” Een weg waarin het volgens hem uiteindelijk alleen nog om de verbroedering onder de mensen onderling gaat, maar waarbij het wezenlijke van het offer van Christus om zondaren te verzoenen uit het zicht verdwijnt. En zal dat geen gemis zijn voor degenen die zichzelf vanwege hun zonden mishagen, maar begeren hoe langer hoe meer hun door de Heilige Geest geschonken geloof te sterken en hun leven te beteren?

Opgemerkt 1: Wij gelovigen uit de Reformatie hebben uit Gods Woord begrepen dat we niets hebben te veronderstellen. Veronderstellen vraagt om oordelen of beter: om ons oordeel voorlopig maar uit te stellen. Maar Gods Woord vraagt ons niet om te oordelen (vroeg of laat), maar vraagt ons om geloof. En dat begint al bij de Doop van onze kinderen. Wij nemen bij de Doop Gods Woord en Gods beloften voor waar aan, vandaar dat we ook zeker weten – het geloof is toch het zekere weten van de dingen die we niet zien! – dat onze kinderen de heilige Geest geschonken is en wordt en daarom kunnen we ook (even later) hun heel prille geloofsuitingen zien en aanvaarden als het werk van Gods Geest in hun hart en (kinder)leven.

Opgemerkt 1b: Het is juist het (ongeloofs!) werk van de nadere reformatie theologen om ouders en de gemeente vanuit hún theologie los te weken/preken van Gods beloften en om daar dan het oordelen van de mens over zichzelf en over anderen voor in de plaats te stellen. En daarmee is en wordt de gemeente van Jezus Christus weer helemaal teruggeplaatst in de onzekerheid zoals we die ook vonden en vinden in de Rooms Katholieke kerk. Niet Gods Woord en de ons in en om Christus’ wil daarin toegezegde beloften vormen dan het ene Fundament van ons geloof, maar allerlei bevindingen waar wij verhaal van en over kunnen doen. Als we dan ook nog eens intellectueel begaafd en welbespraakt zijn dan kan en wil dat best indruk maken. We lazen daar onlangs nog weer over in het vakantieverhaal van ds. D. E. van de Kieft (GerGem Urk) in het RD.

Geciteerd 2: In zijn Institutie wijst Johannes Calvijn in paragraaf 16.30 in dat kader op het grote onderscheid tussen doop en avondmaal. Uit alle nieuwtestamentische gegevens, zoals 1 Korinthe 11, blijkt daarbij dat alleen zij aan het avondmaal mogen deelnemen die in staat zijn om het lichaam en het bloed van Christus te onderscheiden, hun geweten te onderzoeken, de dood van de Heere te verkondigen en te bedenken wat de kracht daarvan is. Willen we het nog duidelijker gezegd hebben dan de apostel doet? vraagt Calvijn zich af: „De besnijdenis, die zoals bekend correspondeert met onze doop, was voor kinderen bedoeld. Het Pascha, waarvoor bij ons het avondmaal in de plaats gekomen is, liet niet iedereen zonder onderscheid als deelnemer aan de maaltijd toe.”

Opgemerkt 2a: Toch weerspreekt het vieren van de maaltijden, zoals het daar toeging bij de Korintiërs, Calvijn’s conclusie. Men was daar blijkbaar als pas bekeerde en gedoopte leden direct al gaan meedoen aan de vieringen van de maaltijden en dat blijkbaar zonder dat men het onderwijs over het op gepaste wijze vieren van het Avondmaal al helemaal goed ontvangen en begrepen had. In deze ‘zuigelingengemeente’ liet men dus pas bekeerde en gedoopte leden al toe om het Avondmaal mee te vieren, en men vroeg aan Paulus om hen hier nog maar (weer een keer) nader onderwijs over te geven. En dat doet Paulus dan ook in 1 Korintiërs 11. Maar ook in de eerste gemeente te Jeruzalem en elders zal de praktijk niet anders geweest zijn. Ook daar moesten de apostelen en hun medewerkers de gemeenten nader onderwijs geven over hoe het Avondmaal op een gepaste wijze te vieren met elkaar, al had men direct iedereen toegestaan om aan de maaltijden mee te doen.

Opgemerkt 2b: Dat ‘nader onderwijs’ van Paulus in 1 Korintiërs 11 geeft ons wel aanleiding om het beslist geen verkeerd, maar juist een goed en terecht, kerkelijk gebruik te vinden/noemen om kinderen/jongeren – hoewel ze op grond van hun Doop en geloof een zeker Bijbels(!) recht hebben op deelname aan de Avondmaalsvieringen – eerst nog nader te onderwijzen en belijdenis van hun geloof te laten afleggen in het midden van de gemeente, alvorens ze ook deel te laten nemen aan de viering van het Avondmaal.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Waarom kunnen kinderen niet aan het heilig avondmaal deelnemen?’ – door ds. W.L. van der Staaij (1)

(1) De auteur is predikant van de christelijke gereformeerde kerk te ’s-Gravenhage-Scheveningen.

‘Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij/zij het brood eet en uit de beker drinkt, want wie eet en drinkt en niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn/haar veroordeling af over zichzelf.‘ (Uit 1 Korintiërs 11 de verzen 28-29)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over met elkaar lezen van de Bijbel gesproken…

‘Al wie zich rein van hart en handen tonen,
zullen mij dienen, mogen bij mij wonen,
terwijl ik toornig de bedriegers wijs
uit mijn paleis.’
(Uit Psalm 101 het 5e vers, Berijming 1967)

Goed lezen, herlezen en interpreteren van de Bijbel een ‘duivelskunst’?

Geciteerd: De drieduizend jaar oude geschiedenis van de ongeoorloofde relatie tussen David en Bathseba was deze week in de VS een trending topic op Twitter. (…) Welke les kunnen we trekken uit dit Twitterdebat? Volgens de Nederlandse oudtestamenticus Koert van Bekkum deze, dat “goed lezen een kunst is”, terwijl uit de in de VS gevoerde discussie tevens blijkt “hoe eigen vooroordelen over m/v je in dat lezen kunnen hinderen.”

Zie hieronder mijn commentaar bij hier eerst genoemde punten uit het artikel:

1. ‘Overweldigende machtspositie’
2. ‘Openlijk baden’
3. ‘Bevel om naar hem toe te komen’
4. ‘Batseba treft geen blaam’

5. ‘Verkrachting’
6. ‘dat „goed (Bijbel)lezen een kunst is”’
7. ‘exegese van 2 Samuël 11 ontsnapt blijkbaar niet aan extreme partijvorming.’

Opgemerkt 1: ‘Overweldigende machtspositie’. Valt daar niet nogal heel wat op af te dingen. David was een Godvrezend koning en er waren toch ook (Bijbel)wijze (machtige) mannen aan David’s hof en ook een profeet Nathan. David had geleden onder het machtsvertoon van koning Saul en leden van zijn hof en om hem heen was er ook altijd nog intrige en gekonkel genoeg (blijkt wel uit verhalen en Psalmen) om te beseffen dat David aan zijn hof, maar ook bij de officieren en soldaten en het gewone volk, geen Oosters despoot met absoluut gezag was (kon zijn), waarvoor iedereen vreesde.
Was David niet als jonge held binnengehaald – misschien heeft Batseba wel meegezongen met de meisjes die koning Saul en David binnen haalden (en misschien wel ervan gedroomd met zo’n held getrouwd te zijn). En later schaamt David zich er niet voor om tussen het ‘gewone volk’ zingend en dansend Gods ark Jeruzalem binnen te halen. En Psalm 101 en 139 (zie m.n. ook de slotverzen) worden aan hem toegedicht.

Opgemerkt 2: ‘Openlijk baden’. In het artikel wordt het woord bespieden gebruikt. Maar het kan natuurlijk een toevallige waarneming zijn geweest waarop een mannenoog dan met welgevallen blijft rusten. (1)

Opgemerkt 3: ‘Bevel om naar hem toe te komen’. David zal de tijd genomen hebben om een goed plan te maken en zal mogelijk Batseba hebben laten uitnodigen voor een gesprek in zijn paleis (mogelijk met als reden om haar als vrouw van één van zijn officieren in te lichten over de oorlog en om haar te bemoedigen). Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat Batseba toch geen onbekende van David was als echtgenote van officier Uria. Waren er in die tijd misschien ook al (feestelijke) bijeenkomsten in het paleis of bij de offerdienst waar officieren en hun echtgenotes ook verschenen?

Opgemerkt 4: ‘Batseba treft geen blaam’. Ook dat kunnen we niet afleiden uit wat we wel weten. We weten niet hoe de conversatie tussen David en Batseba verlopen is en of David ook maar enig machtsmiddel heeft moeten gebruiken om Batseba welwillend te maken… We lezen wel dat Batseba David laat berichten over haar zwangerschap. Het lijkt me toe dat ze toch ook hierover in haar omgeving mensen had kunnen aanspreken, bijv. haar schoonvader Achitofel.

Opgemerkt 5: ‘Verkrachting’ Ook wat we later nog weer lezen over de relatie van Batseba en David doet niet vermoeden dat Batseba zich als een door David overweldigde vrouw voelt en gedraagt. Ze laat zich troosten en ze kiest ook later niet de kant van David’s tegenstanders. Ten tijde van de staatsgreep van Absalom en Achitofel lijkt het er toch echt op dat het met David’s koningschap was gedaan. Zullen we er maar vanuit gaan dat God haar een Godvrezend en gelovig hart gegeven heeft om in al die omstandigheden een door God gewenst houding aan te nemen tegenover zondaar koning David, wetend dat ze zelf ook een zondig mens was (geweest?) en bleef? Was dat zondenbesef niet juist ook heel kenmerkend voor David (bij Salomo lezen we daar later niet van), tenminste wanneer we zijn boetpsalmen lezen, dan horen we daar toch van!

Opgemerkt 6: ‘Goed Bijbellezen een kunst’. Wij zullen toch de geschiedenissen van David lezen in het licht van het Nieuwe Testament, het licht dat onze Heer Jezus Christus ons schonk door Zijn onderwijs en optreden. Dan leren we toch dat we nauwelijks tot geen redenen ons in handen gegeven worden om allerlei gradaties* in zonden te willen zien en maken en om onze verwijten en (tucht/straf)maatregelen dáár op af te stemmen (2). Ook de apostelen hebben dat in hun onderwijs en optreden duidelijk gemaakt. Zo’n beetje op het laatst horen we dat van Jakobus nog weer. En ook Johannes vraagt om vergevingsgezindheid jegens elkaar en om gebed voor elkaar. Alleen voor ‘zonde tot de dood’ vraagt hij niet om te bidden. Dat moet dan wel de zonde tegen de heilige Geest zijn, het bewust ontkennen van onze Heer Jezus als de Zoon van God, zoals de Farizeeën en Schriftgeleerden deden. Zo iemand laten we over aan het oordeel van God Zelf. Misschien op een manier zoals Paulus die beschrijft in 1 Timoteüs 1 de verzen 16-20?

* Hierover hoop ik binnenkort nog meer te schrijven n.a.v. een artikel van dr. Maarten Klaassen in het laatste nummer van Protestants Nederland (jrg 86/#3/juli 2022).

Opgemerkt 7: ‘exegese van 2 Samuël 11 ontsnapt blijkbaar niet aan extreme partijvorming’. Juist die partijvorming geeft aan dat er blijkbaar wat schort aan ons begrijpen en toepassen van het Nieuw Testamentische onderwijs, dat ons toch het roemen in mensen afleert en ons leert in te zien wat Paulus de gemeente(n) onderwijs in de eerste hoofdstukken van de Romeinenbrief, in beide brieven aan de Korintiërs, en m.n. ook in Galaten 2 de verzen 15-21.

(1) We zullen David niet kunnen zien als een als een man die, om aan zijn trekken te komen, badende vrouwen begluren moest. Batseba kan zich ‘onbespied’ gewaand hebben, want David had als koning niet eerder al (veel) tijd en gelegenheid gehad om van zijn ‘paleisbalkon’ te genieten en misschien had ze voor ze aan het baden begon zich er wel van vergewist dat er geen ‘toeschouwers’ waren en werd dat uitzichtspunt van het paleisdak niet eerder ‘benut’.
(2) We zullen deze zonde van David met Batseba niet gelijkstellen aan de zonden van voorgangers die jarenlang hun positie gebruikt hebben om intieme en/of ongewenste contacten met vrouwen (of mannen en kinderen) te onderhouden of op andere gebieden de fout in zijn gegaan. Dat in bepaalde gevallen zulk soort voorgangers voor hun leven uit het ambt worden gezet lijkt me terecht.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Waarom David en Bathseba in de VS trending zijn op Twitter’ – door
Addy de Jong

Bron afbeelding: Christelijke blogs – uCoz

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De ‘tv’ of misschien toch maar ‘gewoon’ Gods Woord…

‘Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar door de liefde.‘ (Uit Galaten 5 vers 13)

Geciteerd: Veel mensen hebben een ingewikkelde relatie met hun verleden. Het lijkt me fijn als zij door deze serie kunnen zien dat ze niet alleen zijn. Dat ze het grotere plaatje kunnen bekijken en daardoor kunnen inzien dat de gevoelens die zij ervaren breder zijn dan zij alleen – dat kan enorm helpen, denk ik. Ik wou dat ik me vroeger, toen ik met al die lastige dingen moest dealen, had kunnen identificeren met iemand op tv.’ (1)

Geciteerd 2: ‘Dan had ik kunnen inzien: deze persoon heeft hetzelfde meegemaakt als ik, en die heeft het ook gewoon gered. Deze persoon is oké. Ik denk dat het voor een Iraans meisje in een azc zoals ik heel prettig had kunnen zijn om naar iemand te kijken die ook in zo’n situatie gezeten heeft en er goed uit is gekomen. En wat ik ook hoop, is dat mensen van deze serie leren dat het nooit te laat is om ingewikkelde geschiedenissen alsnog te bespreken met je familie.’

Geciteerd 3: ‘Free’ heeft ze getatoeëerd op haar pols – ze laat het zien. ‘Daarmee bedoel ik niet letterlijk vrij zijn om alles te doen en laten wat je wilt, maar veel meer vrij zijn in je eigen geest. Jezelf los kunnen koppelen van elke vorm van beperking. Niet in kaders denken.’

Opgemerkt: Over de verkregen/gewonnen vrijheid van de apostel Paulus: ‘Ze wilden slaven van ons maken. Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het Evangelie moest in uw belang behouden blijven.‘ (Uit Galaten 2 uit de verzen 4-5)

Leestip: Galaten 2 (geheel!)

(1) In de documentaireserie Anna: Status doet Nederlands bekendste influencer Anna Nooshin wat misschien wel het allerengst is voor een influencer: de camera uit handen geven. Doortje Smithuijsen sprak met Nooshin over haar weg van AZC naar Amazons Prime Video.‘Het was bevrijdend om de controle los te laten.’

Bron citaat: Vrij Nederland (via Blendle) – ‘‘Ik wilde onafhankelijk zijn en vrij en succesvol. Dat was mijn drive’

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Je roeping en verkiezing ‘vastmaken’…

Een Pelgrimslied

‘Naar U sla ik mijn ogen op
naar U die in de hemel troont,
zoals de ogen van een slaaf
de hand van zijn heer volgen,

en de ogen van een slavin haar meesteres,
zo volgen onze ogen
de HEER, onze God
tot Hij ons genadig wil zijn.

Wees genadig, HEER, wees ons genadig,
wij worden veracht, meer dan te dragen is.
Meer dan onze ziel kan dragen
raakt ons achteloze spot*,
de hoogmoed* van onverschilligen.’

* Die spot en verachting, die liefdeloosheid, die kunnen allerlei vormen aannemen, en dus heus niet alleen met en door woorden die over je gezegd worden. Toch klinkt de oproep van onze Heer om ook hen, die op allerlei manier ons tot vervolgers geworden zijn, te zegenen, zoals het o.a. klinkt in Romeinen 12 vers 14: ‘Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet.‘ (1)

(1) Wanneer je de boeken van Corrie ten Boom gelezen hebt, dan weet je dat zij samen met haar zus en familie daar heel wat van in praktijk hebben gebracht van dat bidden voor en (daarmee) zegenen van hen die hen vervolgden…

~~~

‘Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God‘ (Uit Johannes 1 vers 13)

Geciteerd: Echter, deze geboorte laat zich pas goed zien, wanneer aanvechting en dood komen. Dan wordt duidelijk wie nieuwgeboren of (nog) oudgeboren is. (2) Hier vecht en worstelt het oude natuurlijke verstand (3), het oude licht, en het wil niet graag loslaten wat het heeft wat het heeft en begeert. Het kan zich niet overgeven aan het Evangelie en kan haar eigen licht niet laten varen. (4) Die echter nieuwgeboren zijn, of dan nog nieuwgeboren worden (5), die gaan volgen. Zij laten (eigen, menselijk) licht, leven, goed, eer en wat zij hebben los (6), zij vertrouwen en steunen op het Evangelie. Daarom ook komen zij tot de eeuwige erfenis als ware kinderen van God.


(2) Beter: wie er daadwerkelijk strijd willen voeren om in te gaan, om hun roeping en verkiezing vast te maken en die de kosten ervan voor lief nemen – zie 2 Petrus 1 de verzen 10-11.
(3) Dat menselijke verstand waarmee ook Adam en Eva – onder aansporing van de boze – al strijd voerden tegen Gods Woord.
(4) Dat kan ook een heel vrome worsteling zijn, waarbij zelfs ook het licht van zogenaamde ‘orthodoxe theologie’ wordt ingezet en innig aan vastgehouden.
(5) Met en door onze Doop zijn onze roeping en verkiezing onweerlegbaar aan ons bevestigt, maar wij hebben het nodig om steeds weer aangespoord te worden door Gods Woord om die roeping en verkiezing dan ook vast te maken. We hebben daarbij de zondagse samenkomsten met daar de bediening van Gods Woord en de Sacramenten ‘broodnodig’!
(6) Dat is me nogal een rijtje!

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Meditatie 14 juli – samengesteld door H.C. van Woerden, sr.

Leestip: Romeinen 12 de verzen 13-21.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gaan voor Zonne-energie of voor ‘fossiele brandstoffen’…

Geciteerd 1: Juist net nu de Dommelsch-brouwerij in het Noord-Brabantse Dommelen grootse plannen had om te verduurzamen, is de aanvraag voor extra elektriciteit voorlopig afgewezen. De directie van de oudste brouwerij van Nederland had ingezet op CO2 -neutrale bierproductie.

Geciteerd 2: ‘Ons werk dreigde saai te worden’, zegt Tom, ‘De stabiliteit van het stroomnet was bijna nooit een probleem. Elektriciteit uit gas- en kolencentrales is immers vrij constant, er waren weinig problemen voor ons om op te lossen.’ Toen kwam daar de energietransitie en werd het weer leuk.’ De overstap naar zon- en windenergie veranderde het werk van Tom en zijn collega’s totaal. De beschikbaarheid van stroom werd afhankelijk van het weer en dus moest er sneller geschakeld worden. ‘Vanochtend was het hier weer alle hens aan dek. We hadden gerekend op een felle zon, maar toen ik vanochtend op de fiets stapte was het ineens bewolkt.’
Dat verschil betekende een tekort van vijftienhonderd megawatt, ongeveer drie keer het verbruik van de stad Amsterdam. ‘Dan moet je ervoor zorgen dat er van een andere plek extra elektriciteit komt om het net stabiel te houden. Anders kunnen er storingen of black-outs ontstaan.’ Dag en nacht zijn vijf medewerkers tegelijk bezig met deze balansoefening.

Opgemerkt 1: Dat doet me denken aan het verschil tussen leven van en teren op theologie in prediking en pastoraat, tegenover het leven met en van het Woord van God, dat levend en krachtig is. Dát schept leven in ‘de Brouwerij’! Maar hoe gaan we om met die ‘zonne-energie’ van het Woord, dat ook maar niet zomaar op afroep (weer) beschikbaar en aan ieder uit te delen is. Valt die zonne-energie misschien toch wel op een bepaalde manier vast te leggen en te benutten in periodes met een bewolkte of verduisterde hemel? De nalatenschap van Maarten Luther bewijst dat het kan…

Opgemerkt 2: De Reformatie was een periode van zonneschijn en het beschikbaar komen van veel zonne-energie met de wens bij velen om die ook daadwerkelijk te gebruiken. Toch zijn we ons liever weer gaan verzekeren en veiligstellen door het gebruik van allerlei ‘fossiele brandstof’ (lees: gefixeerde/gestolde theologie en dogmatiek), die waar het verbruik het hoogst werd of is, ook nogal eens oorzaak was en is van verstikkende en verduisterende smog en waarmee we het ons omringende milieu opzadelen met allerlei effecten en restproducten waar we geen weg mee weten.

Bron citaten: De Correspondent – ‘Verbouwen zonder gereedschap’ – door Bijou van der Borst, Adrián Estrada & Belia Heilbron

Bron afbeelding: Energie vergelijken

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Maar alles wat mij winst was’…

‘Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht.‘
(Uit Filippenzen 3 uit het 7e vers)

Geciteerd: ‘We hebben verschillende deskundigen gesproken die verwachten dat de biblebelt niet op deze manier bij elkaar blijft.’

Opgemerkt 1: Verlies van de biblebelt(s) als cultureel erfgoed is winst te noemen, tenminste wanneer het Bijbelse erfgoed – Gods Woord, Christus – in en door deze kringen door het geloof (en niet door bevinding!) omhelst zou worden…
Maar och, wat is men gebrand geweest en nog, op bewaren van dat ‘culturele erfgoed’… Is het niet heel menselijk – juist ook voor ‘kerkleiders’ – om daar veel meer energie in te steken, dan in het zoeken en dienen van het Koninkrijk van God, dat niet van deze wereld is en daarom ook niet zichtbaar te maken valt, en dus geloof vraagt om je er voor in te spannen met heel je hart, heel je ziel, heel je verstand en heel je kracht.

Opgemerkt 2: Dat eerst zoeken van het Koninkrijk van God in je leven, dat is een leerweg en dat kost strijd. Daarom is het ook zo belangrijk dat we onze kinderen hun Doop leren verstaan en dat we de leden van Christus’ gemeente niet afhouden van het vieren van het Avondmaal. Wanneer we lezen, dat in de ‘zuigelingengemeente’ te Korinthe, men nog niet goed begrepen had hoe het Avondmaal op een passende manier te vieren met elkaar, dan kunnen we het (m.i.) geen verkeerd kerkelijk gebruik vinden/noemen om kinderen/jongeren – hoewel ze op grond van hun Doop zeker recht hebben op deelname aan de Avondmaalvieringen – eerst nog nader te onderwijzen en belijdenis van hun geloof* te laten afleggen in het midden van de gemeente, alvorens ze ook deel te laten nemen aan de viering ervan.

* Dat is gelovig aanvaarden en belijden van de waarheid van je Doop: met Christus begraven (en dus dood voor de zonde) en met en door Hem opgestaan om een nieuw leven te leiden – zie o.a. Romeinen 6.

‘Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof. (Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden. Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.‘ (Paulus in Filippenzen 3 de verzen 7-14)

Bron citaat: ND bericht op FB – ‘Vroeger zagen we refo’s als cultureel erfgoed, nu is er vooral ergernis.’

‘Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat Hij komt.‘ (Uit 1 Korintiërs 11 vers 26)

Bron afbeelding: Etsy

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ‘de tirannie van de verdienste’…

‘Draag dit alles over in je onderricht. Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid. In afwachting van mijn komst moet je je toeleggen op het voorlezen uit de Schrift, op de prediking en het onderricht…’ (Uit 1 Timoteüs 3 uit de verzen 11-16 de verzen 11-13)

‘Gebruik je gezag om dit te verkondigen. Laat niemand op je neerkijken.‘
(Uit Titus 2 vers 15)

Geciteerd 1: Leidt kennis tot beschaving? Ook hogeropgeleiden oordelen hard over anderen. Met één verschil: voor hun favoriete vorm van discriminatie is maar weinig aandacht.

Geciteerd 2: In een wereld waarin je diploma’s je toekomst bepalen, onderscheiden mensen zich van elkaar op basis van hun opleidingsniveau. Hogeropgeleid-zijn is een identiteit geworden… En hogeropgeleiden zijn net mensen. Ze vormen een groep, om vervolgens neer te kijken op degenen die niet bij de groep horen.
In dit geval dus: de niet-zo-hoogopgeleiden. Elites, schrijft filosoof Michael J. Sandel in De tirannie van verdienste, zijn zo enorm veel waarde gaan hechten aan hun universitaire diploma dat het ze moeite kost om te begrijpen hoe hoogmoedig dat ze maakt, en hoe streng het oordeel is dat hun denken velt over iedereen die niet heeft gestudeerd.
Dat neerkijken begint al op school, laat een onderzoek van een Nederlandse socioloog mooi zien.

Geciteerd 3: Daarom bij dezen: als seksisme onderscheid is op basis van sekse en racisme op basis van ras, dan is onderscheid op basis van diploma’s… Diplomisme.

Geciteerd slot: Misschien moeten we er bordjes op de deur gaan hangen. ‘Verboden voor lageropgeleiden’.* Dan is in één klap duidelijk dat al die hogeropgeleiden helemaal niet zo moreel verlicht zijn.
* Dus dan misschien ook bordjes op de curatoriumdeuren, de consistorie- en kerkenraadsdeuren, op de kerkdeuren… Of is dat helemaal niet nodig omdat er genoeg ‘mechanismen’ zijn die dat toch al voorkomen…

Opgemerkt 1: Paulus medewerkers, Timoteüs en Titus, hebben niet meer dan een praktijkopleiding gehad. Ze hebben onder het gehoor van Paulus gezeten en ze hebben zijn manier van werken in de gemeenten van nabij mee gemaakt, maar ze konden de gemeenten waarin zij een taak kregen geen ‘indrukwekkende getuigschriften/diploma’s’ (op gebied van welsprekendheid bijv.) laten zien…
Wanneer Paulus in de gevangenis zit, dan zegt hij niet: we hebben gelukkig toch een aantal mooie en krachtige/levende gemeenten gesticht en ik heb een aantal medewerkers mogen opleiden in wie ik veel vertrouwen heb. Nee, hij schrijft aan Timoteüs: ‘maar het Woord van God is niet geboeid.‘ Dat is een geloofsbelijdenis! Dat is de opbouw van de gemeenten en de groei van de Kerk in de wereld toevertrouwen aan het werk van de heilige Geest. Dat is precies wat onze Heer ook deed, toen Hij Zijn werk hier op aarde moest nalaten aan dat ‘schamele stelletje discipelen van Hem’. Lees er de hoofdstukken 12-17 van het evangelie van Johannes er nog maar weer eens op na.

Opgemerkt 2: Daarom zullen voorgangers in hun gemeenten veel op bezoek gaan bij de mensen en hun dan niet een stel ‘algemene Bijbelse waarheden’ voorhouden – zoals theologen op universiteiten en in ‘beraadscommissies’ hen hebben ‘voorgekauwd’ – maar hen Gods Woord brengen in de omstandigheden waarin die mensen verkeren. En dat (die omstandigheden) kan natuurlijk van alles zijn. Biddend om wijsheid van de heilige Geest mag zo’n voorganger – bij het samen luisteren naar Gods Woord en het goed luisteren naar wat de mensen bij wie hij op huisbezoek is te vertellen hebben -, daar dan ook woorden spreken van Gods liefde en trouwe zorg en dat met diep ontzag voor God.

‘Jezus antwoordde: “Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, Mijn Vader zal hem/haar liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem/haar komen en bij hem/haar wonen. Maar wie mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat ik zeg, en wat jullie Mij horen zeggen, zijn niet Mijn woorden, maar de woorden van de Vader door Wie Ik gezonden ben. Dit alles zeg ik tegen jullie nu ik nog bij jullie ben. Later zal de Pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader jullie namens Mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd heb.“‘ (Uit Johannes 14 de verzen 23-31)

Bron citaten 1-3: De Correspondent – ‘Hoe hogeropgeleiden discrimineren’ – door Johannes Visser (Correpsondent Onderwijs)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie