‘Hoe zouden jullie dan een huis voor mij bouwen…’

‘Hoe zouden jullie dan een huis voor mij bouwen – zegt de HEER…’
(Uit Handelingen 7 uit vers 49)

Wat tempels, kathedralen, kloosters en megakerken* gemeen hebben…
* Hoe ze kunnen leiden tot een soort Luther-ervaring’, maar dan (helaas toch wat) anders…

Geciteerd 1: Op grote evenementen, waar ik sprak en waar ook andere kerkleiders en auteurs aanwezig waren, voelde ik me nooit op mijn gemak. Alsof deze wereld een eigen cultuur is, een parallelle religieuze wereld met eigen muziek, taalgebruik, regels en beroemdheden. Ik ervoer vaak een gevoel van vervreemding.’
Geciteerd 2: ‘Ik kijk op die periode terug als op een andere tijd op een andere planeet, waarvandaan ik naar deze tijd en planeet ben gekatapulteerd. Kijk, duizenden jaren lang hebben mensen tempels gebouwd om aan te geven: hier is het goddelijke te vinden. Dat was goed, want mensen hebben contact met het goddelijke nodig. Maar dat werd al snel: buiten de tempel vind je het goddelijke niet. Er ontstond een onderscheid tussen het heilige en het profane, het wereldse. Terwijl – en dat ontdekte ik steeds meer – álles tempel is. Mijn ervaring was op een gegeven moment: ik werk als voorganger precies tegen wat ik probeer te bereiken. Ik draag bij aan een structuur die mensen afhankelijk houdt. Terwijl ik mensen zou moeten laten zien: de hele wereld is een tempel. Het hele leven zou kerk moeten zijn.’

Geciteerd 3: (…) Nu hebben wij de genade dat we elke dag (!) en zonder onderbreking (!) tot God kunnen gaan, en daar kunnen zijn waar Hij is. Maar waar is Hij? Nergens anders dan waar Zijn Woord en Zijn sacrament zijn. Maar waar zijn die? Nergens anders dan overal in de wereld…

Opgemerkt: Dat een huis, een heiligdom voor de HEER willen bouwen, dat kan ook d.m.v. de leer (theologie). Dat viel me op bij het lezen van bepaalde artikelen in het laatste nummer van Protestants Nederland. En dan bedoel ik hier m.n. dat men van het huwelijk een soort heiligdom maakt, die veroorzaakt dat we we kunnen menen daar nog in een soort ongeschonden heiligdom te (kunnen) verkeren, die het (nog altijd) rechtvaardigt, dat wij mensen de zwaarste sanctie toepassen, wanneer daar heiligschennis wordt geconstateerd (of beweerd). Maar hoe anders heeft onze Heer daarover gesproken en hoe anders is Hij Zelf ons daarin voorgegaan. Onze Heer had niet ‘het ideale (‘Bijbelse’) huwelijk’ op het oog*, al verwijst Hij daar wel naar (zie Matteüs 19), maar Hij was steeds weer begaan met concrete mensen, die door God op Zijn weg gebracht werden: of het nu de hoogmoedige Schriftgeleerden en Farizeeën waren of een overspelige vrouw…
Maar ook uit het Oude Testament kunnen we al heel goed leren en (dus) weten, hoe God met zondige mensen, met Zijn zondige kinderen om wil gaan. Dan kunnen we denken aan een Juda, aan een Rachab, de hoer, aan David, maar ook aan wat een profeet als Hosea het Godsvolk (!) al onder ogen heeft mogen brengen.
* De woorden van de discipelen in Matteüs 19 vers 10 maken duidelijk dat ze heel goed beseften dat een huwelijk geen gemakkelijke zaak is, Paulus schrijft in 1 Korintiërs 7 (vers 28): ‘maar het huwelijk wordt een zware belasting die ik u graag zou besparen.’

Bron citaten 1-2: Nederlands Dagblad (via Blendle) – ‘Rob Bell, van megakerk VS naar theater’ – door ND-medewerker

Bron citaat 3: “Loflied op Gods goedheid – Psalm 65” – Woordverkondiging van Maarten Luther uit het Duits vertaald door N.A. Eikelboom – Den Hertog Uitgeverij.

‘U komt de lof toe, God Die woont op de Sion,
U zult ontvangen wat U is beloofd.
U die ons bidden hoort, tot U komt de sterveling.
Worden onze zonden mij te zwaar,
U neemt weg wat wij misdeden.
(Uit Psalm 65 de verzen 1-4)

Bron afbeelding: Biblics

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe kan een ‘zoon van de Reformatie’ zulke woorden voor zijn rekening nemen…

‘Het is de Heer die over mij oordeelt. Houd dus op te oordelen…’
(Uit 1 Korintiërs 4 uit de verzen 4 en 5)

Geciteerd 1: Later zag ik dat ”niets bijzonders” heel bijzonder was. Want ik leefde ook onder geestelijke bedauwing; een vader en moeder die Gods Woord onderwezen én voorleefden. De wekelijkse gang naar de kerk, naar catechisatie, naar school. Vraag je me wanneer God in mijn leven kwam, dan zeg ik: rond mijn 20e. Tegelijk zie ik achteraf zeker eerder momenten van bewaring, van Gods spreken en van geestelijke indrukken.”

Opgemerkt 1: We lezen van de Psalmdichters en bijvoorbeeld ook van Paulus een heel andere belijdenis!

Geciteerd 2: God was als het ware nergens te bekennen. Toch wel. Als antwoord op mijn bidden klonk het met kracht: „Vervloekt…!” (Galaten 3:10). Zondebesef en schuldgevoel groeiden. Maar ook dat heimwee en die liefde naar God werden sterker. Het duurde voor mijn gevoel een onmogelijk lange tijd. Ja en nee, op en neer, wel en niet. Totdat de Heere alles van mij afsneed en het mocht klinken in mijn hart: „En deze, welke de satan nu achttien jaren gebonden had, moest die niet losgemaakt worden van deze band?”

Opgemerkt 2: Dan moeten we toch echt de conclusie trekken dat deze predikant niet gelooft dat hij, toen hij gedoopt werd, met en door Jezus begrafenis ook in de dood begraven werd en dus losgesneden van de vervloeking, die vanwege de zonde en de boze op ons lag, en toen ook met Christus opgestaan om een nieuw leven te leiden. En dat niet pas nadat hijzelf door allerlei belevingen en indrukken kon menen dat – wat hem dus al met en door de Doop geschonken was – nu eindelijk ook op zichzelf van toepassing mocht laten zijn.
Blijkbaar heeft hij niet met het gelovig belijden van dat eerste (namelijk gelovig zijn Doop aanvaarden), maar met dat latere (persoonlijke belevingen en indrukken) genoeg indruk kunnen maken op het curatorium van de GerGem om toegelaten te worden als student voor de predikantenopleiding…
Wat zitten er in dat curatorium toch bijzondere mensen. De apostel Paulus heeft ons toch duidelijk laten weten dat hij zich met zulk soort mensen niet kon meten, maar ook dat hij (en wij!) zich niets van het soort oordeel van zulke mensen hoefde (hoeven) aan te trekken…

‘Maar hoe u of een menselijke instelling over mij oordeelt interesseert me niet en hoe ik over mezelf oordeel telt evenmin.‘ (Uit 1 Korintiërs 4 vers 3)

Opgemerkt 3: Belijdenis doen, dat is gelovig je Doop aanvaarden en belijden. Dat leerden je ouders je al thuis en je mocht het ook steeds weer samen met heel de gemeente (leren) belijden wanneer er weer een kindje (of volwassene) gedoopt werd in het midden van de gemeente.
En dat blijven aanvaarden en belijden – je leven lang – dat kost strijd en daarom kan je niet zonder de wekelijkse samenkomsten van de gemeente, waar Gods Woord – het Evangelie! – je steeds weer verkondigd wordt en waar je ook steeds weer de bediening van de sacramenten mag horen en zien (Doop) en ontvangen (Avondmaal) en daarbij hebben we ook dagelijks te leven van Woord en gebed.
NB. Heel ernstig en verdrietig dus wanneer ze je van het Avondmaal zouden afhouden omdat je nog niet genoeg bevinding kunt hardmaken. We worden heus niet voor niets opgeroepen om aan de viering van het Avondmaal deel te nemen als gelovigen.

Opgemerkt 4: Wanneer we op het zand van onze bevindingen ons geloof bouwen, dan kunnen we als predikant aan anderen een huis tonen dat best indruk maakt, maar je helpt anderen er niet mee hun geloof te bouwen op het enige fundament en dat is het Woord van God, dat ons in niet mis te verstane woorden leert wat onze Doop betekent. Het is om heel verdrietig van te worden dat men in reformatorische kerken aan dat soort bevindelijkheid wil vasthouden en de mensen leren. Durf zeker het vergelijk aan met wat Luther zei over de verblinding van de RK-leiders van zijn tijd, die niet bereid waren om de Bijbelse leer van de rechtvaardiging door geloof te aanvaarden.

Bron citaat: RD Mens & samenleving – ‘Rust is voor ds. D. E. van de Kieft even niet lezen’ – door Aad van Toor

‘U allen die door de Doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed.‘ (Uit Galaten 3 vers 27)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ‘grondregel voor ons bidden’ gesproken

‘Laten zij hem dankoffers brengen, juichend zijn daden bezingen.’
(Psalm 107 vers 22)

Geciteerd: Welke grondregel: „Er zijn er meerdere, maar deze is de belangrijkste: dat we altijd gericht moeten zijn op de eer van God…

Opgemerkt: Anders dan bij Calvijn en zoals in de Westminster confessie zullen we juist niet de eer van God zo centraal stellen in het kerkelijk leven. Maarten Luther zei het zo: ‘De ere Gods is dat we Zijn weldaden aannemen’. Dan gaat het in de eerste plaats om ons geloofsvertrouwen en om onze dankbaarheid. (1)
Vergelijk het eens met een gezin waar ouders eer willen ontvangen door de prestaties van hun kinderen of waar opleiders kinderen voorhouden dat ze hun ouders hebben te eren door vooral goed (maximaal) te presteren. Of dat nu op het gebied van sport of van onderwijs is of nog iets anders, dat maakt niet uit. Zulke ouders en opleiders zullen hun/de kinderen steeds weer aansporen om het beste uit zichzelf te halen. En kinderen die minder of helemaal niet goed presteren, die krijgen als vanzelf minder aandacht. Eén van onze kinderen had zelfs een vriend die thuis – itt tot een broer en zus – helemaal niet meer hartelijk welkom was, omdat z’n ouders hem maar laaggeschoold (kraanmachinist) en teveel een buitenbeentje vonden (fanatiek visser), waarvoor ze zich schaamden.
Maar in gezinnen waar kinderen in alle vrijheid mogen opgroeien en zich ontwikkelen, omdat de liefhebbende ouders niets liever willen zien dan dat hun kinderen zich naar hun eigen aard en talenten en op een eigen tempo zullen ontwikkelen, daar geeft de liefde werkelijk de toon aan, en daar mogen ze dankbare kinderen verwachten…
Zo zal het ook zijn in de gemeente van Jezus Christus. Daar worden we niet afgerekend op onze prestaties, op welke manier dat ook ingevuld wordt in gemeenten/kerken, maar daar ontmoeten we elkaar als geliefde en dankbare kinderen van God, die elke dag weer dankbaar mogen leven van het Woord van God en van de gaven die de heilige Geest ieder naar Zijn wil toebedeelt (of juist onthoudt).

(1) Zie bijv. Lukas 7 de verzen 36-50: ‘De liefde van een zondares’.

Leestips: Psalm 50 en 111 (Verbondspsalmen bij uitstek), 1 Korintiërs 12 en 13 en Romeinen 12.

Zie ook deze (voorgaande) blog en/of de blog ‘Hij Zelf zorgt voor u‘

‘Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft.
Roep Mij te hulp in tijden van nood, Ik zal je redden en je zult Mij eren.
‘
(Uit Psalm 50 de verzen 14-15)

Bron afbeelding: Logos Trading Post

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Als professoren het voor het zeggen zouden hebben…

‘Te dien tijde hief Jezus aan en zei: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.‘
(Uit Matteüs 11 de verzen 25-26, zie ook 1 Korintiërs 1 vers 20*)

Geciteerd 1: Als het erom gaat wát wij moeten bidden, is het gebed dat Jezus ons Zelf geleerd heeft ons belangrijkste richtsnoer, stelt de al acht jaar met emeritaat zijnde hoogleraar. „Let wel: richtsnoer. Soms wordt het Onze Vader als een soort formuliergebed gebeden. Bij begrafenissen bijvoorbeeld, waarbij dan de helft van het publiek het hardop gaat meebidden. Daar voel ik me, eerlijk gezegd, altijd wat ongemakkelijk bij. Mijns inziens heeft de Heere Jezus nooit bedoeld dat we dit gebed letterlijk moeten herhalen, maar heeft hij ons vooral een grondregel mee willen geven voor ons bidden, een patroon waaraan ons gebed moet voldoen.”

Opgemerkt 1: Weet deze professor dan niet dat de enige grondregel voor een gebed een waar geloof is? (1)

Geciteerd 2: Welke grondregel? „Er zijn er meerdere, maar deze is de belangrijkste: dat we altijd gericht moeten zijn op de eer van God en niet, of veel minder, op onszelf en onze eigen belangen. Het gebed begint niet voor niets met Úw Naam worde geheiligd, Úw Koninkrijk kome, enzovoort. En het Onze Vader, het volmaakte gebed, eindigt ook weer met het Soli Deo Gloria. Daar tussenin, ja, daar is dan ook nog plaats voor onze dingen.”

Opgemerkt 2: Dus toch een volmaakt gebed dat Onze Vader?! Het is een volmaakt Koninkrijksgebed in al z’n onderdelen! Het is dus niet zo dat er eerst wat voor God gezegd wordt en dat er dan ‘daar tussenin, ja, dan ook nog wat plaats is voor “onze dingen”.’ Het zal elke dag in geloof gebeden worden! En daar wordt niemand minder van. Zelfs een (Bijbel)wijze professor niet. (2)

Geciteerd 3: De aarzeling om God je Vader te noemen, hangt vaak samen met de vraag: mag ik Christus mijn Zaligmaker noemen? „Het zit dan vast op wat Luther het ”mijnen” van het geloof noemt. Mijn Heere, mijn God, mijn Vader. Nee, niemand mag dat te gemakkelijk en automatisch doen. Toch denk ik dat de puriteinen hierin krachtiger en Bijbelser lijnen hebben getrokken dan sommige vertegenwoordigers van de late Nadere Reformatie. De puriteinen benadrukten: het is Gods gewone weg om mensen tot de volle zekerheid van het geloof te brengen.” (2)

Opgemerkt 3: In dit geval hebben wij onszelf en onze kinderen te wijzen op onze Doop. En zowel Luther als de kerkmensen van zijn tijd waren allen gedoopt. Gods Woord wijst ons niet een (moeizame) levensweg om daarin tot zekerheid te komen – onder allerlei verwarrend geluid van ‘nog weer wijzere professoren’ (dan Luther bijv.) – maar op onze Doop. Daarom begint de Heidelbergse Catechismus ook haar onderwijs aan ons en onze kinderen met Zondag 1…

Geciteerd slot: De cultuur van het Westen, maar ook de hele bevindelijke traditie, is sterk gericht op het individu. „Míjn ziele, doorziet gíj uw lot? Hoe zult gíj rechtvaardig verschijnen voor God?”, dichtte M’Cheyne. Let wel: dat element is waardevol, het is mij dierbaar, ik zou het niet willen missen. Maar er is ook een ”wij” en een ”ons”, een gemeenschap der heiligen in de eredienst, in het avondmaal en in het gebed. Het woord ”ons” herinnert ons daaraan.”

Opgemerkt: Onze Doop plaatst ons in die gemeenschap van de heiligen en geeft ons direct een volwaardige plaats in Christus’ gemeente. Dat gold al voor pas bekeerde Joden en heidenen (met hun huis/gezin) en het geldt dus ook al direct voor onze gedoopte kinderen.

* Denk bij ‘Schriftgeleerde’ en ‘redenaar van deze wereld’ ook maar aan Augustinus!
(1) Zie o.a. Jakobus 1 de verzen 5-8.
(2) Het bidden van het Onze Vader is veeleer een (dagelijkse) ‘geloofsbelijdenis’ dan een ‘smeekgebed’! En met elkaar eerbiedig een geloofsbelijdenis uitspreken bij een begrafenis of dagelijks aan tafel is helemaal niet verkeerd!

Leestip: Deuteronomium 32 de verzen 10-14

Zie ook deze blog: ‘Hij Zelf zorgt voor u‘ en/of deze vervolg blog.

Bron citaten: RD kerk & religie – ‘Prof. Baars: Vadernaam wijst op nabijheid én verhevenheid’ – door Addy de Jong

Bron afbeelding: The Contextual Literalist (WordPress-com)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Psychiater maakt duidelijk vanaf wie het misging…

‘Aan alles, hoe volmaakt ook, zag ik een einde,
Maar Uw Woord (gebod) is grenzeloos ruim.
‘
(Uit Psalm 119 vers 96)

Geciteerd 1: De kerkvader Augustinus (354-430) wordt wel de eerste westerse psycholoog genoemd. Prof. Schaap vindt het „fascinerend” dat iemand uit die tijd schreef over thema’s die nu nog relevant zijn.

Geciteerd 2: Prof. Schaap komt die gerichtheid op zichzelf ook tegen binnen de kerken. „Er is dan sprake van een narcistische geloofsbeleving: God is er voor mij.” Het geloof kan volgens haar juist een belangrijke correctie zijn op de gerichtheid op zichzelf. „Meer Augustinus is heilzaam. De theologie van de genadige aanvaarding door God breekt de kromming van de zelfgerichtheid.”

Geciteerd 3: Prof. dr. Paul van Geest, hoogleraar kerkgeschiedenis en geschiedenis van de theologie aan de Universiteit van Tilburg, ging in op het bekende gezegde van Augustinus: ”Onrustig is ons hart tot het rust vindt in U”. Het belijden van zonden heeft iets bevrijdends, vindt de hoogleraar. „Jezelf beschuldigen geeft lof aan God. Augustinus beleed zijn schuld voor het stelen van peren, maar hij waakte ervoor te blijven zitten in zelfbeklag. Hij verbond het belijden van schuld met het herstel van de relatie.”

Opgemerkt 1: Zullen we het niet veel meer fascinerend vinden wat Gods Woord ons aanreikt en wat de schrijvers onder leiding van Gods Geest ons aan nog altijd relevante ‘thema’s hebben weten aan te reiken?!

Opgemerkt 2: Net als voor allerlei andere ‘kerk/oudvaders’ weten de intellectuelen onder ons veel te graag en veel te veel aandacht te vragen voor zulke schrijvers en wat die ons allemaal te vertellen hebben. Dat ze ons (‘eenvoudige gelovigen’) daarmee afleiden van wat de heilige Geest ons vandaag te zeggen heeft en hoe Hij ons nu wil leiden door Woord en gebed, dat wordt onvoldoende onderkend!

Opgemerkt 3: Zelf ben ik er helemaal niet van overtuigd dat Augustinus werkelijk zoveel bevrijding van zelfgerichtheid heeft ontvangen als dat hier beweerd wordt. Dat mag o.a. blijken uit het gebrekkig herstel van de relatie(s) die hij was aangegaan en de enorme aandacht die hij op zichzelf wist te vestigen o.a. door zijn welbespraaktheid en door het schrijven van boeken, waaronder ook zijn eigen ‘biografie’ Confessiones…

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Prof. dr. Schaap-Jonker: Wees niet te veel bezig met jezelf’ – van RD verslaggever

Bij de afbeelding: Er is maar één perfecte verzameling boeken/bibliotheek: Gods Woord zoals opgetekend in ‘de Bijbel’.

‘Ik ben verstandiger dan mijn leermeesters, want ik overdenk Uw richtlijnen,
Ik heb meer inzicht dan ouderen, want Uw regels volg ik op.
‘
(Uit Psalm 119 de verzen 99-100)

Bron afbeelding: bol-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geloof: hét werkkapitaal van de liefde!

‘Maar Jezus zei: “Ze hoeven niet weg, geven jullie (!) hen maar te eten”.’
(Uit Matteus 14 : 13-36* uit vers 16)

Geciteerd 1: Herodes richt een koninklijk banket aan en er vloeit bloed. Jezus houdt een maaltijd met een menigte en ieder leeft op. Het contrast is scherp. Bepalend voor onze Heiland is niet wat mensen (voor Hem over – AJ) hebben, maar wat ze nodig hebben. In elk geval brood. Brood voor het hart en brood voor hun rammelende maag.

Geciteerd 2: Zijn leerlingen benaderen de vraag (toen nog) anders. Zij laten zich leiden door de angst voor schaarste. Ze gedragen zich als schaapjes zonder Herder. (…) Maar zodra Gods Liefde (Christus) hun harten en handen vult, gaan ze aan de slag.

Opgemerkt 1: Het werkkapitaal word door de discipelen nog niet zo benut als na de uitstorting van de heilige Geest. We lezen even later in de verzen 26-31 van Matteüs 16 over het ‘klein geloof’ van Petrus en in Markus 8 (‘Het tweede teken van de broden‘, NBV) lezen we dat ook zij (zelfs) het (tweede!) teken van de broden (nog) niet goed begrepen hadden.

Opgemerkt 2: Niet onze levensheiliging* en de mate waarin wij menen daarin al gevorderd te zijn is het ons geschonken werkkapitaal. Daarom ging een gelovige zondares en een gelovige tollenaar gerechtvaardigd naar huis en bleven Farizeeërs en Schriftgeleerden vastzitten in/aan hun zelfrechtvaardiging. Ze wilden niet buigen voor Jezus en hún schuld niet onder ogen zien en daardoor misten ze Gods werkkapitaal waarmee ze werkelijk tot zegen hadden kunnen zijn voor de mensen om hen heen.

* Wanneer we dát als een door ons opgebouwd en bruikbaar werkkapitaal beschouwen dan leidt dat tot een hoogmoedige houding naar en veroordeling van onze medemensen. Het staat het liefdewerk dat Jezus voor ons deed en ons wil laten doen in de weg. Zelfs Paulus, die na ontmoeting met de hemelse verschijning van onze Heer, alle hoogmoed benomen was, had later toch ook nog weer te strijden tegen oplevende hoogmoed en dat vanwege alles wat hij had mogen bereiken in dienst van het Evangelie – zie 2 Korintiërs 12 de verzen 1-13.

Opgemerkt 3: Dat niet het door de Geest gewerkte geloof, dat in nederige zichzelf wegcijferende liefde werkzaam is, maar in plaats daarvan de levensheiliging als te benutten werkkapitaal werd en wordt beschouwd, daarvan getuigt de Bijbelse en kerkgeschiedenis op allerlei manier. Degenen die een heel kapitaal aan levensheiliging menen bij elkaar te hebben vergaard (1), hebben dit nogal eens niet als een aan hen ‘om niet’ (uit ‘het kapitaal van Christus’) geschonken genade-goed beschouwd, maar gezien als gegroeid kapitaal, dat dankzij hun vroomheid en inspanningen en afzien op hun rekening kon worden bijgeschreven. En helaas daar gedroegen/gedragen ze zich dan ook naar. De Schriftgeleerden en Farizeeën droegen opvallende gewaden en maakten hun gebedsriemen breed en ze waren gesteld op de begroetingen op de markten en op de ereplaatsen in de vergaderingen van het Godsvolk (zie Lukas 11 de verzen 33-54).
En nu steken voorgangers (en ‘oudsten’) zich in een zwart pak of in een toga of mantel en ook zijn er die zich daarbij niet schamen om een nogal luxueus leven te leiden en in (heel) ‘dikke’ auto’s te rijden. Onder hen zijn er die zich zich dusdanig op kansel of podium weten te manifesteren dat het lijkt of de ware verkondiging van het Evangelie alleen bij hen in veilige handen is of dat met en door hen het Evangelie zo’n beetje opnieuw ontdekt en weer begonnen is of vanwege hen nieuwe kansen krijgt.

(1) En in bepaalde gemeenten/kerken moet men dat zelfs eerst bij elkaar sparen en op een bepaalde manier dat ‘tegoed op eigen rekening’ weten ‘hard’ (aantoonbaar) te maken, bijvoorbeeld om tot het vieren van het Avondmaal of tot de opleiding van predikant te worden toegelaten.

Leestip: https://zijlacht.nl/geloof-werkt-door-liefde-les-uit-galaten/

Bron citaten: Dag in dag uit 2022 – Meditatie woensdag 6 juli – Leger des Heils | Ark Media

“In Christus Jezus heeft namelijk niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar het geloof, dat door de liefde werkzaam is.” (Uit Galaten 5 vers 6, HSV)

Bron afbeelding: I Live For Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Weten we wel hoe erg het allemaal is tegenwoordig?

‘Ik ben van U, red mij, want steeds weer zoek ik Uw regels‘
(Uit Psalm 119)

Geciteerd: Van Hot Girl Summer Challenge, de hoop dat het polyamoureuze huwelijk een keer zal komen en naakt tuinieren: in Nederland lijkt alles te kunnen en te mogen. Hoe reageert de gemeente van Christus daarop?

Opgemerkt 1: Wij christenen hebben Jezus woorden over ons hart en de eerste hoofdstukken van de Romeinenbrief en voordat al deze woorden voor ons opgeschreven werden was er al lange tijd een Oude Testament vol met verhalen over waartoe een mens in staat is en waar het hart vol van is wanneer de mens zijn eigen wegen verkiest boven die van en met God. Daarom zie ik niet in waarom ons zulke opsommingen hier nog voorgeschoteld moeten worden. In de jaren zestig/zeventig kon heus eenzelfde verhaal worden opgesteld. Wij zullen ons daarom maar nederig houden aan de enige remedie en dat is dat we leven van Woord en gebed en dat in een gemeente van Jezus Christus. Daar zullen we ons niet verheffen boven de wereld maar ook niet boven elkaar. En dat laatste is al moeilijk genoeg en daarbij gaat al zoveel mis, dat we helemaal niet geholpen zijn met zulk soort zondenlijstjes zoals die hier ons nog weer eens voorgeschoteld worden om ons te vertellen hoe erg het allemaal is.

Opgemerkt 2: Die vraag ‘Hoe reageert de gemeente van Jezus Christus hierop’ valt alleen door ieder te leren door wat hiervoor als ‘enige remedie’ is genoemd.

Opgemerkt 3: Laten we samen met onze kinderen thuis en in de gemeente maar heel goed thuisraken in Gods Woord en ze al vroeg leren wat Gods belofte ‘Geen zal ze uit Mijn hand rukken’* betekent. Dan leren ze dat ze daar altijd weer op kunnen en mogen ‘terugvallen’ hoe het ook loopt in hun leven. Dat is veel beter dan ze confronteren met artikelen en opiniestukken en wat er niet allemaal opgesteld kan worden door ‘hoge heren’ die het allemaal zo goed weten aan te wijzen… Waren het niet de Schriftgeleerden en Farizeeën die zich ontzetten en ergerden aan de zondaars onder het Godsvolk en in de wereld. En juist hen lukte het niet de grootste zonde te overwinnen: de hoogmoed.

Bron citaat: De Waarheidsvriend (blog, Actualiteit) – ‘Listig verleid‘ – door P.J. Vergunst

* ‘Ik zorg ervoor dat ze gered worden, ik geef hun het eeuwige leven. En niemand kan hen bij mij weghalen. Want mijn Vader heeft mij de hoogste macht gegeven. De Vader en ik zijn samen één. En niemand kan God, de Vader, iets afnemen.‘ (uit Johannes 10 de verzen 28-30)

Bron afbeelding: Bible verse DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoorde/hoort u ook een ‘wolvenstem’?

‘Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.‘
(Uit Johannes 10 vers 11)

Geciteerd 1: Nu gaat de Heere verder met Zijn onderwijs en doet een preek over Zijn schapen horen en onderscheidt hen van alle andere schapen. Hij wil daarmee ook Zijn leer van alle andere leringen onderscheiden.
Geciteerd 2: Daarom zal een goede predikant de mensen niet anders verkondigen dan alleen Christus. Namelijk dat je Hem zult leren kennen, Wie Hij is en wat Hij geeft. Opdat niemand buiten Zijn Woord gaat, en dat Hij alléén voor de goede Herder wordt gehouden.
Geciteerd 3: Willen wij nu goede christenen zijn, dan zullen wij doen als een schaapje dat de stem van zijn herder kent en hoort. Christus schapen zullen daarom tegen de wetspredikers (1) zeggen: ‘Ik ken jullie stem niet. Ik hoor een wolf, die mij van mijn Herder wil wegtrekken en verscheuren. Ga weg met je wolvenstem! Ik wil mij aan mijn Herder houden.’

(1) Die ‘wetsprediking’, die ‘wolvenstem’, die laat zich op allerlei manieren horen in de christelijke gemeenten/kerken! Zelfs ook in ‘onze eigen’ (NGK-)gemeente valt het te horen, bijvoorbeeld wanneer we opgeroepen worden om er weer een feest(je) van te maken, zoals afgelopen zondag ook weer klonk voordat we het Avondmaal gingen vieren. Alles was weer vergeven en vergeten. We konden het glas heffen met elkaar… Maar de vraag of we thuis (of elders) twisten en ruzies beslecht hadden, of we onze zonden en schulden elkaar beleden hadden en om vergeving gevraagd, of we het vaste voornemen hadden en hebben om elke dag weer tegen onze zonden te strijden, daar kwam onze predikant niet mee aanzetten. Dat zou op dát moment het feestje natuurlijk alleen maar hebben kunnen verstoren. Daar kun je het beter maar een andere keer over hebben, al lijkt het (hem) beter om het dáár helemaal niet (meer) over te hebben. Het is toch veel mooier om elke zondag een uitbundig feest(je) te vieren met elkaar!

Bron citaten: Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Mediatie 5 juli – ‘De goede Herder en Zijn schapen (5)’

Leestips: Johannes 9 : 14-17; 2 Korintiërs 4 en 5; Jakobus 4 : 4-10 en 5 : 1-6.

Zie evt. ook deze overdenking: https://bijbelseoverdenkingen.nl/meditaties/woorden-van-jezus-dan-zullen-zij-vasten/

Bron afbeelding: Ottosection

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over verantwoordelijkheid dragen en verantwoording afleggen…

‘Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.‘
(Uit Johannes 10 vers 1)

Geciteerd: Een recht geaard christen laat zich niet afschrikken, wanneer hij de wolf ziet, maar voordat hij zijn naaste van het Woord en de ware kennis van Christus (1) laat beroven, zou hij eerder zijn lichaam en en leven (2) daarvoor overgeven. Zoals de heilige apostelen en de lieve martelaren gedaan hebben. Zij zijn deze wolf in de muil gelopen en zijn niet gevlucht. (3)
Zo moet het nóg zijn. Wie een predikant wil wezen, moet erop bedacht zijn dat hij met zijn hele hart alleen Gods eer en het beste voor de naaste zoekt. (4)
Zoekt zo iemand dit echter niet, maar wil iemand bij dit ambt (4) ook zijn voordeel of schade overwegen, die hoeft niet te denken dat hij zal standhouden. Óf hij zal schadelijk op de vlucht slaan en de (mede)schapen achterlaten, óf hij zal zwijgen en de (mede) schapen zonder meer, dat is zonder het Woord laten heengaan. (5)

(1) Ook het (onderwijzen van het) juiste gebruik van Doop en het op de juiste wijzen voorbereiden op en vieren van het Avondmaal horen bij ‘de ware kennis van Christus’ uitdelen en bewaren binnen een gemeente.
(2) Het liever verliezen van geld en goed en eigen eer/roem (binnen gemeente en binnen gezin, familie en kennissenkring) zullen hierbij ook genoemd (kunnen/moeten) worden.
(3) Zie Samuël 17 de verzen 34-51 en Handelingen 20 de verzen 25-35
(4) En dat geldt natuurlijk niet alleen voor een predikant/voorganger, maar ook voor de (al of niet) gekozen oudsten en beslist ook voor alle leden van de gemeente van Jezus Christus. Ieder heeft daarin een eigen verantwoordelijkheid en taak binnen een gemeente en binnen eigen gezin van oud tot jong.
(5) Ook de leden van een gemeente zullen een predikant/voorganger en de (al of niet gekozen) oudsten niet ‘zonder het Woord laten heengaan’, wanneer het nodig blijkt dat ze gecorrigeerd en/of terechtgewezen worden..

Bron citaat: Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Meditatie 4 juli – ‘De Goede Herder en Zijn schapen (4)’.

‘Daarom verklaar ik hier op deze dag dat ik voor niemands ondergang verantwoordelijk ben; ik heb immers mijn uiterste best gedaan om u vertrouwd te maken met Gods wil.‘ (Uit Handelingen 20 de verzen 26-27)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Bent u of zijn uw kinderen nog altijd in slavernij?

‘Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn.‘
(Uit Galaten 5 vers 13)

Geciteerd 1: De afschaffing van de slavernij, morgen tijdens Keti Koti herdacht, staat in een veel bredere, voornamelijk westerse beweging van emancipatie en vooruitgang, schrijft socioloog Aart G. Broek.

Opgemerkt 1: Laat ik hier dan eens op een bijzondere vorm van slavernij mogen wijzen, die in heel wat gemeenten/kerken nog altijd in stand wordt gehouden en door sommigen na bevrijding van die slavernij toch weer werd ingevoerd. Die slaven, dat zijn al die kinderen (en jongeren/ouderen) in gemeenten/kerken (zowel orthodox als evangelisch), die niet op grond van hun Doop of omdat ze zelfs nog niet gedoopt zijn ‘Abba, Vader’ mogen of kunnen zeggen.
Paulus schrijft ons: ‘U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om Hem te kunnen aanroepen met “Abba, Vader”. De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. En nu we Zijn kinderen zijn, zijn we ook erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in Zijn lijden om met Hem te kunnen delen in Gods luister.‘ (Uit Romeinen 8 de verzen 15-17).

Opgemerkt 2: Hoezeer de heilige Geest ernaar verlangt dat wij met onze geliefden de Doop zullen ontvangen, dat blijkt wel heel bijzonder in het huis van Cornelius, we lezen: ‘Al pratend met Cornelius ging hij naar binnen, waar hij een groot aantal mensen aantrof.‘ (…) ‘We zijn hier ten overstaan van God bijeen om te luisteren naar alles wat u te zeggen hebt.‘ (…) ‘Terwijl Petrus nog aan het woord was, daalde de heilige Geest neer op iedereen, die naar zijn toespraak luisterde.‘ (…) Toen merkte Petrus op: “Wie kan nu nog weigeren deze mensen met water te dopen, nu ze net als wij de heilige Geest hebben ontvangen.“‘
En later – terug in Jeruzalem – zegt Petrus: ‘”Ik was nog maar nauwelijks begonnen te spreken, of de heilige Geest daalde op hen neer, zoals destijds ook op ons.”‘

Opgemerkt 3: Laten we onze kinderen (en jongeren/ouderen) – waar nodig – bevrijden van die slavernij, zodat ze als ‘vrije kinderen’ (1) hun hemelse vader zullen loven en danken zonder angst in hun hart.
Johannes schrijft (aan ouderen en jongeren!): ‘De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden. Wij hebben lief omdat God ons eerst heeft lief gehad. Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief, maar hij haat (2) zijn broeder of zuster, is hij/zij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, Die hij nooit gezien heeft, liefhebben, als hij/zij de ander, die wel gezien kan worden, niet liefheeft. We hebben dan ook dit gebod van Hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.’ (Uit 1 Johannes 4 : 19-21)

Opgemerkt slot: En Jezus zei: Wees dan volmaakt zoals Uw hemelse Vader volmaakt is (in de liefde): Lees het zelf in Matteüs 5 de verzen 43-48.

(1) Zie ook Galaten 3 de verzen 25-29.
(2) Je naaste haten is de ander die plaats niet gunnen en/of geven, die God hem of haar gegeven heeft, waardoor je die ander de liefde en de steun en het respect, etc. onthoudt die de volmaakte Liefde van ons vraagt/gebiedt.

Bron citaat: FB-post van het ND: ‘Gedenk slavernij in breder emancipatieperspectief’ – door Aart G. Broek (socioloog)

‘Maar toen de tijd gekomen was zond God Zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij Zijn kinderen zouden worden. En omdat u Zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van Zijn Zoon gegeven, die ‘Abba, Vader’ roept. U bent nu geen slaven meer, u bent kinderen van God en als Zijn kinderen bent u erfgenamen, door de wil van God.‘ (Uit Galaten 4 de verzen 4-7)

Bron afbeelding: Kathleen B Duncan

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie