Geen groter vrede in het hart…

‘Terwijl Hij hier op aarde was, heeft Christus onder tranen geroepen tot God, die Hem van de dood kon redden. God verhoorde zijn gebeden, omdat Hij Zich aan Gods wil onderwierp. Zelfs al was Jezus de Zoon van God, toch moest Hij uit ervaring leren wat gehoorzaamheid was. Ook als dat pijn en verlatenheid betekende. Nadat Jezus had bewezen daarin volmaakt te zijn, werd Hij de Gever van eeuwige redding voor alle mensen die Hem gehoorzamen. God had Hem immers aangewezen als hogepriester, op dezelfde wijze als Melchisedek.‘ (Uit Hebreeën 5 de verzen 7-10)

Opgemerkt 1: Wij lezen in de evangeliën hoe Jezus na gebeden te hebben in de hof van Gethsemané een grote rust en vrede in het hart ontvangt om alle vernederingen en folteringen, die nog volgen zullen, te kunnen doorstaan en daarbij ook nog aandacht, liefde en zorg en vergevingsgezindheid hebben voor de mensen om Hem heen.

Opgemerkt 2: Een predikant mag mensen opmerkzaam maken op dit gebeuren en hen verzekeren dat hen die vrede en rust en die liefde en zorg voor anderen en ook de vergevingsgezindheid naar anderen in het hart geschonken zal worden en dat te meer naarmate zij die bede ‘Uw wil geschiede‘ des te hartelijker (leren) bidden. Dan zullen ook zij de vrede die alle verstand te boven gaat ontvangen. Dát zal een predikant bij deze bede een gemeente voorhouden en wel op grond van Gods Woord. Zijn gang naar de kansel zal daarom niet zwaarder zijn dan anders, want hij doet niet anders, dan wat hij op andere zondagen ook mag doen: de gemeente het Evangelie verkondigen.

‘U moet weten broeders en zuster dat de tegenspoed die wij in Asia hebben moeten doorstaan, uitzonderlijk groot was. We hadden het zwaar te verduren, zo zwaar dat het onze krachten te boven ging. We vreesden ernstig voor ons leven., we waren er zelfs zeker van dat het doodvonnis over ons was uitgesproken. Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op God die doden opwekt, Die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit een zelfde doodsgevaar. Op Hem hebben we onze hoop gevestigd: Hij zal ons altijd redden.’ (Paulus in 2 Korintiërs 1 de verzen 8-10)

‘Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg nogmaals: wees altijd verheugd. Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.‘ (Paulus in Filippenzen 4 de verzen 4-7)

Bron afbeelding: Crosswalk-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de trouwe zorg van onze almachtige God en Vader…

Veertien vertroostingen (nr. 18)

Voor ‘de werkers’ die vermoeid en belast zijn – door Maarten Luther,
Augustijner monnik te Wittenberg (1520)

Eerder ontvangen zegeningen gedenken en overdenken…

Geciteerd: Maar als onze eigen wijsheid en oordeel ons verblindt voor de voorzienigheid van God in ons leven, gewoon omdat we door omstandigheden (die we niet zelf in de hand hadden) toch veel dingen hebben kunnen doen in overeenstemming met onze eigen plannen, laten we dan opnieuw ons leven onderzoeken en de psalmist nazeggen: ‘Mijn gebeente was voor U niet verborgen toen ik in het verborgene gemaakt werd (dat wil zeggen, U hebt mij vanaf het prilste begin in de baarmoeder van mijn moeder gezien en gevormd, terwijl ik nog geen zelfstandig bestaan had, en mijn moeder nog niet wist wat (wie) zich in haar aan het ontwikkelen was), en mijn prille weefsels ontwikkelde zich in de diepste delen van de aarde (dat wil zeggen, zelfs vorm en gestalte van mijn lichaam in de verborgen ruimte van de baarmoeder waren niet voor U verborgen, want U was er al mee aan de slag).’ Psalm 139 [: 15–16]. Wat anders heeft de psalmist voor met zulke woorden, dan om ons door deze prachtige illustratie te laten zien hoe God altijd voor ons heeft gezorgd zonder ook maar enige inbreng van ons!

Want wie kan er prat op gaan dat hij een rol heeft gehad in zijn of haar ontwikkeling en groei in de baarmoeder? Wie gaf onze moeders de zorgzaamheid om ons aan de borst te voeden, te strelen en van ons te houden, en om alle plichten van het moederschap te vervullen voordat we ons zelf bewust waren van ons leven? Zouden we een van deze dingen weten of herinneren, tenzij we, nadat we dezelfde dingen hebben waargenomen die anderen ontvingen, nu geloven dat ook wij ze ontvangen hebben? Wat onze kennis van deze dingen betreft, ze werden voor ons gedaan terwijl we nog sliepen, nee, eerder dood, of juister, dat we nog niet geboren waren. Zo zien we hoe we, zonder enige inbreng van onze kant, gedragen en onderhouden worden door Goddelijke ontferming en mededogen. Toch twijfelen we eraan, wanhopen zelfs, of Hij vandaag wel voor ons zorgt. Als deze ervaring ons niet onderwijst en ontroert, dan zou ik niet weten wat dan wel.

Dit alles wordt ons toch bij elke baby weer onder ogen gebracht. Zoveel voorbeelden aangereikt aan onze dwaasheid en hardheid van het hart, die zouden ons moeten vervullen met diepe schaamte, als we ooit (weer) eraan twijfelen dat ook de minste zegen of iets kwaads ons kan overkomen zonder het bestuur en de bijzondere voorzienigheid van onze God en Vader. Zo zegt de apostel Petrus in 1 Petrus 5 [: 7]: ‘Werp al uw zorgen op Hem, want Hij hij zorgt voor u.’ (1) En Psalm 55 [: 22] zegt: “Leg uw last op de Heer en Hij zal u ondersteunen.’ En we lezen in 1 Petrus 4 [: 19] ‘Laten daarom degenen die lijden volgens de wil van God, hun ziel toevertrouwen aan de getrouwe Schepper, steeds het goede doende.’

(1) Luther’s citeren van woorden van Augustinus weggelaten en daarvoor in plaats woorden van onze Heer: ‘Bedenk dat uw Vader precies weet wat u nodig hebt, al voor u Hem erom vraagt!‘ (Uit Matteüs 6 de verzen 7-8), en: ‘Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.‘ (Uit Matteüs 10 de verzen 29-31)

Maarten Luther: Tessaradecas Consolatoria Pro Laborantibus et onerantis (Weimarer Ausgabe) WA 6, (99) 104–134. (Vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Vol. 42, p. 117 ev)

NB. Dit is een vertaling van de Engelse versie van dit Luthercitaat.

Bron citaat: Als u de Engelstalige Luther-citaten naar familie of vrienden wilt laten sturen, kunt u (met hun toestemming) het e-mailadres verzenden naar: info@martinluther-quotes.nl
Abonneren en afmelden van de wekelijkse citaten via dit e-mailadres of op http://www.maartenluther.com Deze e-mails zijn gratis en er wordt niet gevraagd om donaties.

Bron afbeelding: Flickr

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De ‘nuttigheid’ van de duivel voor Gods kinderen…

‘God, Die de doden levend maakt, en in leven roept wat niet bestaat.’
(Uit Romeinen 4 vers 17)

Geciteerd: God keert alles om en maakt alles nieuw. Dat schijnt echter niet het geval te zijn wanneer je ziet dat men Zijn christenen met voeten treedt of hen het hoofd afslaat, dat dit dan eer en heerlijkheid, vreugde en zaligheid moet zijn. Ik zie en voel echter het tegendeel. ‘Maar Ik kan maken’, zegt Hij, ‘Dat er is, wat niet is’. Droefheid en hartenleed kan ik veranderen in puur geluk. Ik kan zeggen: Dood en graf, wees leven! Hel, wordt hemel en zaligheid! Vergif, wordt kostbaar medicijn en verkwikking. Duivel en wereld wees voor Mijn lieve christenen nog nuttiger dan de lieve engelen en vrome heiligen!
Want Ik kan en wil Mijn Wijngaard op déze manier bouwen en verzorgen, dat deze door allerlei lijden alleen beter wordt; allerlei soort van lijden en tegenspoed zullen het geloof alleen doen groeien.’
Daarom, zelfs als alle duivels, de wereld, onze buren en onze eigen familie vreemden voor ons zijn, en zij ons smaden en lasteren, pijnigen en martelen, dan zullen wij dat niet anders zien, dan dat zij een schepje mest bij de wijnstok gooien om die meer vrucht te laten voortbrengen.
Wanneer onze vijanden denken dat ze ons grote schade hebben toegebracht en nu veel voordeel behaald, dan is alles wat zijn in werkelijkheid hebben bereikt, dat zij ons meer geduld en meer ootmoed leerden en ervoor zorgden dat wij nu nog meer en krachtiger en heerlijker in Christus geloven.

Leestips: Romeinen 4 de verzen 13-25 en Johannes 15 de verzen 1-8 en Romeinen 8 de verzen 38-39.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof’ – citaat/meditatie 25 juli – samengesteld en vertaald door H.C. Van Woerden, sr. – Den Hertog B.V. (Houten)

‘Hij twijfelde niet aan Gods belofte; zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd erin gesterkt en bewees zo de eer aan God. Hij was ervan overtuigd dat God bij machte was te doen wat Hij had beloofd, en dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend. En dit is niet alleen voor hem geschreven, maar ook voor ons…’ (Uit Romeinen 4 de verzen 20-24)

Bron afbeelding: In Due Time

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ruimhartig of volmaakt? (II)

‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken?‘ (Uit Matteüs 18 de verzen 21-35)

Geciteerd: Dat God ons vergeving schenkt, is geweldig. Maar dat wil niet zeggen dat het daardoor makkelijk wordt voor ons om anderen hun schuld te vergeven. In het verhaal dat Jezus vertelt over een heer die zijn dienaar een enorme schuld kwijtscheldt wordt dat duidelijk. (…) Daarom antwoord Jezus op de vraag van Petrus hoe vaak je een ander vergeving moet schenken dat je dat zeventig maal zeven keer moet doen. Oftewel: wees vooral ruimhartig in het vergeven van de ander. Werkelijk beseffen dat God jou vergeven heeft maakt het vergeven van de ander lichter.

Opgemerkt: Deze schrijver heeft werkelijk niets (!) van deze woorden van Jezus begrepen! De vergeving die God ons schenkt noodzaakt ons om ook anderen te vergeven. Het is door Gods volmaakt vergevende liefde (1) voor ons zelfs een voorwaarde geworden (namelijk om ook anderen onvoorwaardelijk te vergeven) en wanneer we dan toch nalaten die ander te vergeven, dan wordt onze schuld zo groot (groter nog dan de daarvoor kwijtgescholden enorme schuld) dat dit beslist niet zonder consequenties kan en zal blijven. De dienaar wordt gevangen gezet – zij of hij raakt door die onwil verstrikt en gevangen en raakt daardoor de eigen vrijheid kwijt! – en dat duurt tot hij of zij haar/zijn Heer al het verschuldigde ‘betaald’ heeft. En dat moment breekt pas aan als zij of hij die ander van harte vergeeft!
(1) Zie Matteüs 5 vers 48.

Leestips: Matteüs 5 : 43-48, 6 : 7-14 en 18 (geheel!) en Lukas 6 : 20-40, en 18 de verzen 9-30.

Zie ook: Ruimhartig of volmaakt? (I)

‘Want als u de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader u ook vergeven. Maar als u de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven.‘ (Uit Mattheüs 6 de verzen 14-15).

Bron afbeelding: Salford Cathedral on Twitter

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ruimhartig of volmaakt? (I)

‘Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader,
Jezus Christus, de Rechtvaardige.’ (Uit 1 Johannes 2 vers 1)

Geciteerd: Als je vraagt: ‘Hoe kan ik met zekerheid weten dat al mijn werken God behagen, omdat ik soms toch struikel, teveel praat, eet, drink, slaap of op een andere manier buiten mijn boekje ga en dagelijks allerlei kwaad doe dat ik onmogelijk kan voorkomen.’, dan antwoord ik: ‘Deze vraag laat zien, dat je het geloof nog steeds ziet als een ander [bijkomstig] werk en het geloof niet bóven alle werken stelt.’
Want juist daarom is het geloof het hoogste werk, omdat het standhoudt en al je dagelijkse zonden teniet doet. En wel dáárdoor dat het geloof niet twijfelt, dat God je zó gunstig gezind is, dat Hij je dagelijkse struikelingen en gebreken door de vingers ziet. Ja, als er zelfs ook een dodelijke val zou plaatsvinden – wat weliswaar hen, die in geloof en godsvertrouwen leven, zelden of nooit overkomt – dan staat toch het geloof weer op en twijfelt er niet aan of de zonde is al weggenomen. Zoals Johannes zegt: ‘Dit schrijf ik u, lieve kinderen, opdat u niet zondigt, als echter iemand toch valt, dan hebben wij een Voorspraak bij God, namelijk Jezus Christus, Die een Verzoening is voor al onze zonden’ (vgl Johannes 2 vers 11 vv).
En in Spreuken: ‘De rechtvaardige kan zeven keer vallen, maar staat even vaak weer op’ (vgl. Spreuken 24 vers 16). Ja, dit vertrouwen en geloof moéten wel zo groot en zo sterk zijn, omdat de mens weet dat zijn hele leven en al zijn werken enkel en alleen doemwaardige zonden zijn voor Gods gericht.

‘Wie is een God als U, Die schuld vergeeft en aan de zonde voorbijgaat? U blijft niet woedend op wie er van Uw volk nog over zijn; liever toont U hen Uw trouw. Opnieuw zult U zich over ons ontfermen en al onze zonden teniet doen.
Onze zonden werpt u in de diepte van de zee. U bewijst Jakob Uw trouw en Abraham Uw goedheid, zoals U gezworen hebt aan onze voorouders, in de dagen van weleer.
‘ (Uit Micha 7 de verzen 18-20)

Zie ook: Ruimhartig of volmaakt? (II)

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek voor het geloof’ – Citaat/meditatie van 23 juli – Dagboek samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog B.V., Houten.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Absalom ‘de casanova van de familie’?

‘Ik ga liggen, val in slaap en wordt wakker – de HEER beschermt mij.‘
(Uit Psalm 3 vers 6)

Geciteerd 1: Absalom is de casanova van de familie, de knappe jongen waar alle meisjes op vallen, de publiekslieveling. Met vleiende woorden steelt hij de harten van zijn volksgenoten en ontketent zo stap voor stap een paleisrevolutie. (…) Het is ongelooflijk en de wereld op zijn kop, maar het komt zo ver dat David moet vluchten. Voor het oog van de natie speelt zich een afschuwelijk familiedrama af. (…) David brengt zijn nood bij de Heere. (…) David is stil geworden. Hoe lang die stilte heeft geduurd weten we niet, misschien wel uren, dagen of zelfs weken. Maar in die stilte heeft hij geleerd en ervaren dat de daadwerkelijke oplossing van de andere kant komt. Hij belijdt: „Doch Gij, Heere, zijt een Schild voor mij, mijn Eer; en Die mijn hoofd opheft.” David brengt zijn crisis bij de Heere.

Geciteerd 2: Wij hebben ook allerlei crises. (…) Laten we ze bij de Heere brengen, maar daarna in de ”sela-modus”, daarna stil worden, daarna de Heere aan het werk laten. Dat is wat David doet en het is heilzaam. Hij belijdt: „Ik riep met mijn stem tot de Heere, en Hij verhoorde mij van de berg Zijner heiligheid.”

Opgemerkt 1: ‘Een casanova waar alle meisjes op vallen’. Zelf kan ik dat beslist niet uit de verhalen afleiden (2 Samuël 13-20). Absalom wil contact maken met en de sympathie winnen van het volk. Geen bohemien dus, die populair wil zijn bij de meisjes en met hen graag feest viert in of buiten het paleis. (zie hierbij ook 2 Samuel 18 vers 18)

Opgemerkt 2: En kreeg David bij deze paleisopstand nog gelegenheid om ‘uren, dagen of zelfs weken’ stil te zijn voor God? Ook dat kunnen we beslist niet uit de verhalen in 2 Samuël afleiden. Psalm 3 kan heel best pas (jaren) later gedicht zijn…

Opgemerkt 3: Wat we lezen in Psalm 3 (de verzen 5-6), dat geeft m.i. meer reden om te geloven dat David ondanks alles wat er om hem heen gebeurde, toch ook tot rust kon komen en zelfs ook nog een goede nachtrust hebben in tijden van moeite en strijd. Hij zat overdag niet stil, maar ’s nachts liep hij niet piekerend te banjeren door zijn legerslaaptent. (zie o.a. 2 Samuel 18 de verzen 1-5). Deze Psalm zal hij wel in later dagen gedicht hebben en/of later aan die situatie/omstandigheden zijn ‘toegedicht’.

Opgemerkt slot: Absalom had als koningszoon ook heel wat meegemaakt van de zonden en tekortkomingen (bijvoorbeeld bij de rechtspraak aan het hof) van zijn vader David en andere – meer of minder belangrijke – mensen aan het hof. Misschien was de harem van zijn vader (net als voor Achitofel?) hem daarom te meer een doorn in het oog.* Was dat nu een voorbeeldig koning van het Godsvolk?

* Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat een meerderheid van predikanten van reformatorische en gereformeerde kerken in die tijd de kant van Absalom gekozen zouden hebben. Zeker na het overspel met Batseba en die moord op Uria; en dan ook nog die harem die hij zich (ook na alles wat er gebeurd was) meende te kunnen permitteren als koning van Israël.

Vraag: Wat hadden Absalom en Achitofel zullen doen? Zie de twee blogs hieronder.
Ruimhartig of volmaakt?’ (I) en (II)

Bron citaat: RD kerk & religie – ‘Meditatie: Crisis’ – door Ds. S. Griffioen, Eemdijk

Bron afbeelding: eBay (Christian Wall Art)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ontvangen zegeningen gedacht en gesproken…

Veertien vertroostingen (nr. 17)

Voor ‘de werkers’ die vermoeid en belast zijn – door Maarten Luther,
Augustijner monnik te Wittenberg (1520)

Eerder ontvangen zegeningen gedenken en overdenken…

Geciteerd: Augustinus verhaalt in zijn Confessiones (bekentenissen) over het ontvangen van Gods zegeningen vanaf de baarmoeder. We horen dat ook van de dichter van Psalm 139 [: 1–3]: ‘Heer, U doorgrondt en kent mij‘, waarin de psalmist zich verwonderd over Gods goedheid en zegt: ‘U doorziet (voorziet) van verre (eerder dan ik) mijn gedachten, ga ik op weg of rust ik uit, U weet ervan.’ Het is alsof hij zegt: ‘Ik zie nu dat alles wat ik ooit heb gedacht of gedaan, wat ik ook zal bereiken of bezitten, niet het resultaat kan n zal zijn van mijn inspanningen, maar omdat het lang geleden door Uw zorg zo voor mij werd beschikt, want aan U waren al mijn wegen reeds bekend. Niet ik ben de bestuurder van mijn tong, maar dat gebeurd(e) in en door Uw kracht.

We weten hiervan ook uit eigen ervaring. Als we nadenken over ons leven, is het dan niet verbazingwekkend dat we dachten, beslissingen namen, en dingen deden en zeiden, dingen die we niet konden overzien en voorzien? Hoe heel anders zou onze bestaan zijn geweest wanneer we van onze eigen vrije wil afhankelijk waren geweest! Pas nu zien en begrijpen we Gods altijd aanwezige zorg en voorzienigheid over ons, en beseffen daarbij dat we niet in staat waren om iets te denken of te spreken, behalve als Hij dat zo beschikte voor ons. Zo het staat geschreven in de Wijsheid van Solomon 7 [: 16], ‘Wij zijn in Gods hand, met alles wat we zeggen, met al ons inzicht en al onze kundigheid.’ en Paulus schrijft, ‘maar er is één God Die alles in allen werkt‘ [1 Korintiërs 12 : 6].

Moeten wij, onverstandigen en tragen van hart, niet onze hoofden vol schaamte laten hangen, wanneer we beseffen dat ook onze eigen ervaring leert hoezeer de Heer voor ons heeft gezorgd tot op dit huidige uur en dat Hij het was die ons elke zegen heeft gegeven? Toch konden en durfden we onze zorgen niet aan Hem toevertrouwen, zelfs (nu nog) niet in een klein huidig kwaad dat ons overkomt, en we doen alsof Hij ons heeft verlaten of ons zou kunnen verlaten en vergeten! Dit is echter niet het standpunt van de dichter van Psalm 40 [: 17], die zegt: ‘Al ben ik ellendig en arm, de Heer denkt aan mij.”

Augustinus zegt dit: ‘Laat Hij Die jou geschapen heeft voor je zorgen’. Waarom zou Hij die al voor je zorgde voordat je bestond, niet om je geven nu je geworden bent wat (wie) Hij wilde dat je zou zijn?’ Maar wij proberen liever het bestuur tussen God en onszelf te verdelen. Met tegenzin geven we toe dat Hij ons heeft gemaakt (1), maar wij maken ons heer en meester over de zorg voor onszelf. We gedragen ons alsof God, nadat Hij ons had gemaakt, meteen vertrok en het regeren over onszelf aan ons over liet.

(1) Wat we ook belijden met Psalm 100 vers 1: ‘Erken het: de HEER is God, Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe, Zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt.‘

Maarten Luther: Tessaradecas Consolatoria Pro Laborantibus et onerantis (Weimarer Ausgabe) WA 6, (99) 104–134. (Vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Vol. 42, p. 117 ev)

NB. Dit is een vertaling van de Engelse versie van dit Luthercitaat.

Bron citaat: Als u de Engelstalige Luther-citaten naar familie of vrienden wilt laten sturen, kunt u (met hun toestemming) het e-mailadres verzenden naar: info@martinluther-quotes.nl
Abonneren en afmelden van de wekelijkse citaten via dit e-mailadres of op http://www.maartenluther.com Deze e-mails zijn gratis en er wordt niet gevraagd om donaties.

‘Ik blijf naar U uitzien, altijd,
U lof brengen, meer en meer.
Mijn mond verhaalt van Uw gerechtigheid,
van Uw reddende daden, dag aan dag,
hun aantal, ik kan ze niet tellen.
Spreken zal ik over Uw macht, HEER, mijn God,
de rechtvaardigheid roemen, van U alleen.
(Uit Psalm 71 de verzen 14-16)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Artikel van dr. M. Klaassen geen ‘herderlijk schrijven’… (IV)

‘Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht.‘
(Uit 1 Timoteüs 6 uit vers 10)

Jezus en de apostelen wezen ons op een nog groter gevaar/kwaad…
(dan overspel, homofiele praktijk, genderproblematiek, abortus, etc.)

‘De kinderen van deze wereld gaan immers meer doordacht met elkaar om dan de kinderen van het licht. En Ik zeg jullie: maak je vrienden met behulp van de onrechtvaardige mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is.‘ (…) ‘Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere haten.‘ (…) ‘Dit alles hoorden de Farizeeën, die geldzuchtig waren (1), en zij hoonden Hem.‘ (Uit Lukas 16 uit de verzen 8-15)

‘Wee u, wetgeleerden, want gij hebt de sleutel der kennis weggenomen; zelf zijt gij niet binnengegaan en hen, die trachtten binnen te gaan, hebt gij tegengehouden.‘ (Uit Lukas 11 vers 52)

(1) We lezen dat ‘geldzuchtig’ niet van de tollenaars, alhoewel die nog wel graag eens een extra graantje meepikten van de opgelegde belastingen, wanneer ze de kans kregen. (2) Maar wat nog meer opvalt, dat is dat het dienen van de mammon als een veel ernstiger gevaar voor iemand wordt getekend, dan de zonde van overspel! De mammon eist alles voor zich op en de mammondienaar ontkomt er niet aan zich als slaaf aan hem gewonnen te geven…
(2) De tollenaars gaven – i.t.t. de Farizeeën en Schriftgeleerden – wel gehoor aan de oproep van Johannes de Doper om zich te bekeren en zich te laten dopen om zo vergeving van zonden te ontvangen – zie ook Matteüs 3 de verzen 12-13 en Lukas 7 de verzen 29-30.

‘Wat ik bedoel broeders en zusters, is dat er maar weinig tijd rest. Laat daarom ieder die een vrouw heeft zo leven dat het hem niet in beslag neemt. Ieder die verdriet heeft zo dat hij er niet door wordt beheerst, ieder die vreugde voelt zo dat hij er niet in opgaat, ieder die bezit verwerft alsof het niet zijn eigendom is. Ieder die in deze wereld leeft alsof ze voor hem niet meer van belang is. Want de wereld die wij kennen gaat ten onder.‘ (Uit 1 Korintiërs de verzen 29-31)

Opgemerkt: Niet de zonden van overspel en de problematiek van homofilie en gender vormen het grootste probleem voor ‘de kerken’ (= haar leden!), maar de zonde van het dienen van de mammon, voortkomend uit liefde tot deze wereld. Dáár hebben de kerken nog het meest aan en onder geleden. Op het terrein van die eerstgenoemde zonden en problematiek zijn de kerken (= haar leden!) niet vooropgegaan maar volgend geweest, maar op het terrein van de geldzucht – waarbij eerder ook al de Farizeeën en Schriftgeleerden als schuldigen worden aangewezen door de heilige Geest – hebben juist de christelijke kerken zich niet onderscheiden van de wereld. Ze hebben zich op dat terrein zelfs nog in ongunstige zin onderscheiden van de wereld.

Wanneer we maar even tot ons laten doordringen hoe het juist de christelijke westerse wereld is geweest die – ten eigen bate! – beslag heeft weten te leggen op de rijkdommen van deze wereld, die weet genoeg! En wie even rondkijkt op de parkeerplaatsen van de grote reformatorische kerken in ons land, die beseft het daar ook!

Juist die geldzucht – hoe vroom men die beschuldiging ook weet te pareren – die heeft de kerkjeugd liefde voor de wereld en wereldgezindheid gebracht, veel meer dan andere zonden binnen de kerken (bij haar leden!) en dan de losbandigheid van de wereld op gebied van seksualiteit, overspel en echtscheiding.

‘Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen. Als het dan bij ons begint, hoe zal het dan aflopen met hen die weigeren het Evangelie van God te aanvaarden? Als zij die rechtvaardig leven (3) al ternauwernood gered kunnen worden, hoe moet het dan gaan met hen die zondigen doordat ze God niet gehoorzamen. Daarom moeten allen die lijden omdat God dat wil, het goede blijven doen en hun leven toevertrouwen aan Hem op Wie wij mogen vertrouwen omdat Hij ons heeft geschapen (4).’ (Uit 1 Petrus 4 de verzen 17-19)

(3) Zij die zich door het geloof gerechtvaardigd weten in en door het zoenbloed van onze Heer Jezus Christus, dat ook steeds weer door hen beleden wordt door aan de vieringen van het Avondmaal deel te nemen en zich daar niet van af laten brengen of houden door mensen die (eerst) voldoende levensheiliging bij iemand menen te kunnen en moeten waarnemen/vaststellen.
(4) Zie bijvoorbeeld de belijdenis(sen) van de dichters van Psalm 71 en 139.

Zie ook: Artikel dr. M. Klaasen geen ‘herderlijk schrijven’… (I), (II), (III),

N.a.v. ‘Huwelijk een verbond, geen contract’ – door dr. Maarten Klaassen.
Dr. M. Klaassen is werkzaam voor de stichting Bijbels beraad M/V. Zijn artikel is hier te lezen: https://www.bijbelsberaadmv.nl/…/huwelijk-een-verbond…/

Leestips: 1 Timoteüs 6 de verzen 1-10, Hebreeën 11 de verzen 13-16, Jakobus 2 de verzen 1-13 en 5 de verzen 1-6.

‘Jezus zei tegen hen (Schriftgeleerden en Farizeeën): “U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart*. Wat bij de mensen hoog in aanzien staat is een gruwel in de ogen van God.”‘ (Uit Lukas 16 het 15e vers)
* Zie Matteüs 15 de verzen 1-20.

Bron afbeelding: Bible Verses (Facebook)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Artikel dr. M. Klaassen geen ‘herderlijk schrijven’… (III)

‘Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief; want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het, zoals Christus de gemeente, omdat wij leden zijn van Zijn lichaam.‘ (Uit Efeziërs 5 uit de verzen 28-29)

Niemand haat ooit zijn eigen vlees!

‘Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles. Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet. Zo zijn [ook] de mannen verplicht hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief; want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het, zoals Christus de gemeente, omdat wij leden zijn van zijn lichaam. Daarom zal een man [zijn] vader en [zijn] moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en [op] de gemeente. Intussen ook gij, laat ieder voor zich zijn eigen vrouw zó liefhebben als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man. (Uit Efeziërs 5 de verzen 22-33)

Opgemerkt 1: Waarom is er geen gebod ‘Heb uzelf lief’? Om dezelfde reden waarom er geen gebod is ‘Gij zult niet echtbreken’, terwijl er wel een gebod is ‘Gij zult geen overspel plegen’. Want in het huwelijk zijn man en vrouw één lichaam geworden en je bent dodelijk ziek wanneer je je eigen lichaam haat en verbreekt!

‘Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij (1), is heilig!‘ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 16-17)
(1) Paulus spreekt hier ook met het oog op de gemeente, maar ook met het oog op ieder persoonlijk en op de gehuwden in de gemeente.

Opgemerkt 2: Met overspel schendt je die tempel – van jezelf en van de ander – maar met echtbreken doe je dat zelfs nog veel meer!

Geciteerd: “Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen” (Hebreeën 13 : 4). Echtscheiding wegens overspel is toegelaten. (2)
“De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest. 19 Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden” (Matteüs 1:18, 19). Jozef wordt ‘haar man’ genoemd omdat een ondertrouw even bindend was als een huwelijk bij ons. Dit bewijst (? AJ) dat een man zijn vrouw wegens ontucht mocht verstoten. (3)
(2) Valt dat uit deze tekst uit Hebreeën vast te stellen? Echtbrekers worden blijkbaar ook geoordeeld…
(3) Zie Opgemerkt 3.

Opgemerkt 3: Wanneer een ondertrouw toentertijd even bindend was als een huwelijk, dan had een rechtschapen man als Jozef Maria toch een scheidbrief hebben moeten geven? Of kon dat bij een ondertrouwd stel wel zonder? We kunnen dit bijzondere gebeuren beslist niet als voorbeeld nemen en stellen dat Jozef nu het recht had om Maria – vanwege ondersteld overspel – te verlaten (verstoten). Hij liep daarmee zelfs het gevaar dat Maria hem verantwoordelijk zou stellen voor het bij haar verwekte kind en dan moest hij alsnog zien te bewijzen dat hij de vader niet kon zijn. Dan zou dat in stilte afscheid nemen van haar zelfs nog tegen hem kunnen getuigen. Dat in stilte willen en kunnen scheiden bij ondertrouw geeft m.i. juist reden om aan te nemen dat ondertrouwd toch niet helemaal gelijk gesteld werd aan het (Joodse/Bijbelse) officiële huwelijk.

(Wordt vervolgd!)

Zie ook: Artikel dr. M. Klaasen geen ‘herderlijk schrijven’… (I), (II) en (IV)

Bron citaat: Bijbels Trefwoorden Register (Echtscheiding/overspel)

N.a.v. ‘Huwelijk een verbond, geen contract’ – door dr. Maarten Klaassen (1)
(1) Dr. M. Klaassen is werkzaam voor de stichting Bijbels beraad M/V. Zijn artikel is hier te lezen: https://www.bijbelsberaadmv.nl/2022/07/14/huwelijk-een-verbond-geen-contract/

Bron afbeelding: Berea Project

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Artikel dr. M. Klaassen geen ‘herderlijk schrijven’… (II)

Voor God weegt echtscheiding zwaarder dan overspel!

‘Verder geef ik zelf nog – niet de Heer – het volgende voorschrift: wanneer een broeder een ongelovige vrouw heeft die bij hem wil blijven, mag hij niet van haar scheiden. Dit geldt ook voor een zuster: wanneer ze een ongelovige man heeft die bij haar wil blijven mag ze niet van hem scheiden. Want de ongelovige man behoort dankzij de vrouw God toe en de ongelovige vrouw dankzij haar man eveneens. (1) Zou dat niet zo zijn dan zouden uw kinderen onrein zijn. Maar nu zijn ze geheiligd. (2)
Maar als de ongelovige partij wil scheiden dan moet dat maar gebeuren (3), in dat geval is de broeder of zuster niet gebonden. Bedenk echter dat u door God geroepen bent om in vrede te leven. Wie weet, u zou uw man toch kunnen redden? En wie weet, u kunt uw vrouw toch redden?‘ (Uit 1 Korintiërs 7 de verzen 12-16)

(1) Dát is gelovig aanvaarden en belijden en in praktijk brengen dat man en vrouw door hun huwelijk één lichaam zijn geworden!
(2) De kinderen behoren dus tot Christus gemeente en zullen (behoren!) daar ook de Doop (te) ontvangen.
(3) Vanwege de hardheid van hart van de ongelovige ‘partij’, die de wens tot echtscheiding heeft uitgesproken.

‘Laat ieder blijven wat hij was toen u geroepen werd. Wanneer u als slaaf geroepen bent, moet u dat niets kunnen schelen (hoewel u de kans om vrij te worden zeker moet benutten). Want een slaaf die door de Heer geroepen is, is een vrijgelatene van de Heer, zoals degene die als vrij man geroepen is een slaaf van Christus is. U bent gekocht en betaald, dus wees geen slaven van mensen. Laat, broeders en zusters, ieder voor God blijven wat hij was toen hij geroepen werd.‘ (Uit 2 Korintiërs 7 uit de verzen 17-24 de verzen 20-24)

Opgemerkt 1: Het moet ons hier opvallen dat Paulus slaven aanraadt om van de kans vrij te worden zeker gebruik te maken. Maar degenen die getrouwd zijn met een ongelovige partij zo’n kans niet biedt. We horen hem niet zeggen: maar wanneer de ongelovige partij overspel pleegt – bijv. door meedoen aan tempelprostitutie – maak dan gebruik van de gelegenheid om u te scheiden van hem of haar. En we mogen wel aannemen dat dat zeker gespeeld zal hebben binnen de huwelijken in de nieuwe gemeenten en Paulus zal dat zeker ook in overweging hebben genomen, en toch geeft hij gehuwden met een ‘ongelovige partij’ die gelegenheid om ‘vrij’ te worden niet!

Opgemerkt 2: Juist omdat het huwelijk een verbond is en wij dat behoren te betrekken op het Verbond van God met Zijn volk en dat van Christus met de Kerk, dienen we te begrijpen waarom voor God echtscheiding zwaarder weegt dan overspel. Gods volk behoorde/behoort God toe en de Kerk (van OT én NT) is de bruid van Christus. Wij zijn Zijn Lichaam en Hij is het Hoofd. Nu is God altijd trouw gebleven aan Zijn Verbond en Hij heeft het nooit verbroken, i.t.t. tot Zijn eigen volk. En ondanks dat herhaald overspelig nalopen van andere minnaars (afgoden) heeft God Zijn volk niet verstoten…

‘Dit zegt God, de HEER: Door je niet te houden aan ons verbond heb je je eed gebroken, en daarom zal ik je behandelen zoals je verdient. Toch zal ik aan dat verbond blijven denken, het verbond dat ik met je niet gesloten heb in de dagen dat je nog jong was. Daarom zal ik nu een verbond met je sluiten dat eeuwig zal duren.‘ (…) ‘Als Ik Mijn verbond met jou heb gesloten, zul je beseffen dat Ik de HEER ben en overdenken wat je gedaan hebt; je zult je schamen, en zwijgen omdat je vernederd bent – maar Ik vergeef je alles wat je hebt gedaan. Zo spreekt God, de HEER.’ (Uit Ezechiël 16 de verzen 59-60 en 62-63)

Geciteerd: Dat (dat Verbond dat eeuwig zal duren) is het Nieuwe Verbond waarin ook wij, van afkomst heidenvolken, door het geloof zijn opgenomen. Ik zeg ‘óók’: want het volk omvat ook talloze gelovige Israëlieten. Het is het verbond waarvan Jezus Christus Borg en Middelaar is geworden. Daartoe heeft God zijn afvallige ontrouwe vrouw/echtgenote Israël toch nog willen verwaardigen.
Want onze Here Jezus is voortgekomen uit het Israël dat uit de ballingschap mocht terugkeren. Maar elke Jood, die in de Heiland der wereld gelooft en de geschiedenis ook van zijn of haar volk ootmoedig beziet in het licht van Ezechiël 16, zal zich wel moeten schamen. Heeft Jahweh ons volk toch nog verwaardigd om de Zaligmaker der wereld te mogen voortbrengen? Wat een genade!
Ja, diepe schaamte, dát past het gelovig Israël. Maar diepe schaamte past evengoed de kerk-uit-de-heidenen. Om haar afkomst, haar roeping, haar schuld en haar begenadiging. Hoe is het mogelijk dat er nog een kerk bestaat!
Wat een aansporing om ons hele leven, maar dan ook ons hele hart te verpanden aan niets en niemand anders dan aan onze trouwe, genadige en liefdevolle God en Vader en aan Zijn lieve Zoon, onze Here Jezus Christus, de Rots van onze levens en ons deel, onze erfenis, in eeuwigheid.’

‘Want deze God is onze God;
Hij is ons deel, ons zalig lot,
Door tijd noch eeuwigheid te scheiden:
Ter dood toe zal Hij ons geleiden.’
(Uit Psalm 48 het zesde vers – Berijmd, OB)

(Wordt vervolgd!)

Zie ook: Artikel dr. M. Klaasen geen ‘herderlijk schrijven’… (I), (III) en (IV)

Bron citaat: ‘Bijbellezingen over het boek Ezechiël – Ds. F. van Deursen (lezingen gehouden op een Bijbelcursus gedurende winterseizoenen van 2000-2002 in Barneveld, tekst van de lezingen te boek gesteld door mw. Vera I. Kerkhof)

N.a.v. ‘Huwelijk een verbond, geen contract’ – door dr. Maarten Klaassen (1)
(1) Dr. M. Klaassen is werkzaam voor de stichting Bijbels beraad M/V. Zijn artikel is hier te lezen: https://www.bijbelsberaadmv.nl/2022/07/14/huwelijk-een-verbond-geen-contract/

Bron afbeelding: bibledots-com & 2tim215truth-com (2 Tim 2:15 Truth)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie