Het beloofde ‘Zaad der vrouw’…

‘Ik zal vijandschap zetten tussen u en deze vrouw, en tussen uw zaad (1) en haar Zaad.’
(Uit Genesis 3 vers 15)

Over leven waarin we wachten op de vervulling van Gods beloften

Geciteerd 1: Met deze tekst kunnen wij bewijzen dat ons geloof niet nieuw is, en dat wij het begin en de oorsprong daarvan niet zouden weten, maar dat dit het oudste geloof is, dat begonnen en gebleven is vanaf het begin van de wereld.
Geciteerd 2: Uit dit eerste Evangelie is ons christelijk geloof gevloeid. Want daar is door God Zelf verkondigd en geopenbaard dat de vrouw een Zoon zou baren, Die Hij het ‘Zaad der vrouw’ noemde. Zodat beide de vrouw een natuurlijk mens, en het Kind haar natuurlijke zoon zou zijn – maar (let op) uitdrukkelijk noemt Hij Hem alleen het Zaad der vrouw!
Geciteerd 3: Daarom moet deze Zoon niet alleen meer dan een gewoon mens van (uit) man en vrouw geboren zijn, maar ook meer dan een engel, omdat de duivel, die Hij de kop zou vertreden, zelf van de hoogste natuur der engelen is.

(1) Zie Matteüs 3 : 1-12 en 13 : 24-30 en Lukas 14 : 15-24.

‘Zij allen zijn in (het) geloof gestorven: wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden, ze hebben slechts een glimp ervan begroet, en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten.‘ (Uit Hebreeën 11 vers 13)

Geciteerd 4: Een belofte. Meer had Abraham niet. De belofte van een nieuw vaderland en een talrijk nageslacht. Van dat laatste heeft hij een begin van vervulling gezien. Maar van de belofte van een vaderland heeft hij de vervulling niet gezien. Het land der belofte bleef voor hem een vreemd land. Hij bleef er vreemdeling en woonde er in tenten. Dat gold ook van Izaäk en Jakob. De belofte die God aan Abraham gegeven had, is op hen overgegaan. Ze leefden in tenten en bleven vreemdelingen in het beloofde land.
Geciteerd 5: Dat is het hart van het vreemdeling zijn: leven bij Gods belofte en daarbij alleen. Dat geldt ook voor ons nog. De toekomstige stad is nog niet gerealiseerd. Ook wij zijn nog niet waar we wezen moeten. We zijn nog onderweg als vreemdelingen. De aarde waarop we wonen, is ons wel beloofd, maar is nog vreemde grond.

Leestips: Genesis 3, 1 Korintiërs 15 : 12-34 (m.n. vers 22) en Galaten 3 : 15-20.

Bron citaten 1-3: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof’ – Citaat/meditatie 10 augustus – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog B.V. (Houten)
Bron citaten 4-5: ‘Vreemdelingen en bijwoners’ – ‘In tenten’ (blz. 21-22) – ds. M.R. van den Berg (1928-2001)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De/onze Doop – een ontwijfelbaar getuigenis?!

‘Daarom, broeders en zusters, beijver u des te meer
om uw roeping en verkiezing vast te maken…’
(Uit 2 Petrus 1 vers 10a)

Wanneer we de eerste hoofdstukken uit de brief aan de Korintiërs lezen dan wordt werkelijk ‘zonneklaar’, dat degenen die op de prediking van Paulus en zijn medewerkers tot geloof waren gekomen en zich hadden laten dopen, niets hadden waarmee zij zich van een ander in de gemeente konden onderscheiden. Het maakte niet uit door wie z’n prediking ze tot geloof gekomen waren en ook niet door wie ze gedoopt waren. En wat hun geloof en doop allemaal inhield, daarover konden ze helemaal nog geen verhaal houden. Ze waren als zuigelingen die nog aan de borst gevoed moesten worden en/of alles nog met de paplepel ingegoten moesten krijgen. Toch waren er al direct gelovigen die zich graag op de een of andere manier van de anderen onderscheiden wilden en daarvoor allerlei zaken aangrepen om dat te kunnen doen. Ze zagen onderscheid tussen de prediking van Paulus en Apollos bijvoorbeeld en spraken hun voorkeur daarover uit, ook meenden ze dat het nog kon uitmaken door wie je gedoopt was en ook wilde men zich graag laten gelden en voorstaan op het bezit van bepaalde gaven, zoals spreken in tongen, etc. Maar Paulus slaat hun al dat onderling onderscheid willen zien en maken uit handen. Er was en er is ook geen enkele Schriftuurlijke reden voor te geven.
Paulus en de andere apostelen namen de mensen die geloof hechtten aan hun verkondiging geen ‘examen’ af of lieten hen wachten met gedoopt worden tot ze eerst eens een jaar lang het onderwijs van de apostelen en hun medewerkers hadden gevolgd voordat ze gedoopt werden en mochten deelnemen aan het samen vieren van het Avondmaal.
Waarom durfden/konden de apostelen zulke nog maar net tot geloof gekomen heidenen (en natuurlijk ook Joden) voluit aanvaarden als hun broeders en zusters, hen (laten) dopen en hen oproepen om nu trouw de samenkomsten van de gemeente bij te blijven wonen en ook de maaltijden met hen mee te vieren? Dat was omdat onze Heer zijn uitgezonden discipelen/apostelen de belofte gedaan had dat Hij met hun getuigenis zou zijn tot aan de voltooiing van deze wereld. Dus wanneer heidenen op hun verkondiging – die beslist niet vanwege allerlei diepzinnige wijsheid en welbespraaktheid van de apostelen en hun medewerkers indruk maakte op de hoorders – tot geloof kwamen, dan mochten zij en hun hoorders weten dat dit geloof bij hen puur en alleen gewerkt was door de heilige Geest. Er was om zo te zeggen niets van menselijke kant aan te wijzen waarom heidenen (en ook Joden) geloof hadden gehecht aan de verkondiging van het Evangelie. Dat moesten de hoorders zich heel goed realiseren.
En nu kunnen we gaan begrijpen waarom de (vroege) Doop van die heidenen – onwetende zuigelingen in het geloof! – zo van belang is en zo’n diepe bedoeling en betekenis heeft. Deze tot geloof gekomen heidenen konden even later aan alles gaan twijfelen – als ze op zichzelf zagen, of als ze op de menselijke kant van de apostelen en hun medewerkers zagen, als ze zagen en ondervonden wat er allemaal aan moeite was in zo’n jonge gemeente, dan konden ze zomaar menen dat het geloof van hen veel te zwak was om zichzelf en anderen ervan te overtuigen dat ze werkelijk een ‘waar geloof’ hadden en of dat zwakke en nog zo ‘onwetende’ geloof van hen wel kon/zou standhouden. Maar dan konden en mochten ze altijd weer zien op hun Doop en anderen daar ook op wijzen en ook anderen helpen door hen ook op hún Doop te wijzen wanneer dat nodig bleek. Dat was voor hen en voor ieder ander in de gemeente een ontwijfelbaar getuigenis/bewijs dat het Evangelie ook hen bereikt had en ook voor hen bedoeld was. Ze hadden zelf niet op de komst van deze Evangelieverkondigers zitten wachten of er om gevraagd, het was hen overkomen en de apostelen hielden hen voor dat Gods eeuwenoude plan nu voor hun (geloofs)ogen in vervulling ging. (Zie Efeziërs 3)
Maar zoals het getuigenis van de apostelen tot de heidenen in Korinthe kwam onder de belofte van onze Heer en het werk van de heilige Geest, zo gaat hun getuigenis nog altijd door en zo kwam het ook tot ons en onze kinderen. En daarom ontvangen we onze pasgeboren kinderen (1) in het midden van Gods gemeente op dezelfde manier als net tot geloof gekomen heidenen (en Joden), die daar in al hun onwetendheid (2) ook direct al de Doop mochten ontvangen en daarom zullen wij hen net zo goed aanvaarden als broeders en zuster – als aangenomen kinderen van God – als dat de apostelen en de leden van de nieuw gestichte gemeenten elkaar aanvaardden als broeders en zusters en die daarom ook steeds weer met elkaar – niemand uitgezonderd! – het Avondmaal vierden.
Wanneer we de doop van onze kinderen aanvaarden als een ontwijfelbaar getuigenis van hun roeping (3) en uitverkiezing, waarbij ook zij alleen nog zullen worden opgeroepen om hun roeping uitverkiezing dan ook vast te maken, net als Petrus de gedoopte leden van de gemeente daartoe oproept en die oproep horen we natuurlijk ook nog op allerlei ander manier in de woorden van de apostelen in de evangeliën en in hun brieven.

Slot: Begrijpt u nu waarom de vraag of u al wedergeboren bent of (nog) niet totaal overbodig is?! De Doop wordt ook genoemd het bad der wedergeboorte (zie Titus 3 de verzen 4-7) en de enige vraag die na onze Doop nog van belang is, dat is de vraag of u begrijpt en gelooft wat er bij en door de Doop aan u verkondigd en betekend en verzegeld is. En voor onze (nog niet begrijpende) kinderen zullen we hun Doop voor ‘vast en bondig’ hebben te houden en laten we dat (dus) ook maar altijd weer in praktijk brengen voor onszelf en voor alle gedoopte leden van de gemeente. Dan helpen en bemoedigen we elkaar op een manier die onze Heer zo graag ziet. Denk aan die geschiedenis waar een verlamde man door vrienden bij Jezus werd gebracht en er geschreven staat: Toen hij hun geloof zag… (zie Lukas 5 : 17-26). En het geloof is het bewijs van de dingen die wij (en anderen) niet zien (Hebreeën 11), maar juist daarom ook is er de Doop, namelijk om alle discussie en oordelen over ‘ben ik of is hij/zij wedergeboren of niet’ uit Zijn gemeente weg te houden en/of – zo nodig – uit te bannen: oordeelt niet, geloof alleen! (4) Zie ook Romeinen 14 vers 4.

(1) In feite mogen de ouders zo’n kindje direct vanaf de conceptie al opgenomen weten in Christus’ gemeente (zie 1 Korintiërs 7 vers 14).
(2) Wat wisten die heidenen van de diepe betekenis van de Doop? Pas later zullen ze daar in onderwezen worden en in de brief aan de Romeinen zet Paulus het allemaal nog eens op een rijtje voor hen en voor ons – zie Romeinen 6.
(3) De heidenen ontvingen hun roeping en uitverkiezing met de komst en door de verkondiging van de apostelen, onze kinderen ontvangen die door hun geboorte en doop in het midden van Christus gemeente
(4) M.i. had hiermee ook de hele (theologen-) discussie tussen remonstranten (Arminianen) en contraremonstranten (Gomaristen) moeten en kunnen worden beslecht. Niet wat wij van en over onszelf kunnen zeggen en hoe wij over onszelf of over een ander kunnen en willen oordelen heeft ook maar enige betekenis. De Doop plaatst ons allen naast elkaar in Christus gemeente, hoe weinig of hoeveel iemand ook bij en van zichzelf of van een ander (van zijn/haar bekering/wedergeboorte en ‘vrucht dragen’ inmiddels) meent te kunnen zien en/of meent daarover te kunnen vertellen.

Zie ook: Het beloofde ‘Zaad der vrouw’…

Bron afbeelding: Pinterest (Pin page)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De transformatie van de gelovige… (III)

‘Jezus antwoordde en zei tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren, en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en zullen woning bij hem maken.‘ (Uit Johannes 14 vers 23)

Geciteerd: Over het rijk van Christus is de heilige Geest uitgestort, zoals Zacharia het zo mooi uitdrukt, namelijk de Geest der genade en der gebeden (vgl. Zacharia 12 vers 10). Want de heilige Geest woont nu in de harten van de gelovigen, tezamen met de Vader en de Zoon, en werkt de genade en de gebeden in hun harten. Maar dat niet alleen: Hij spreekt ook troost en geeft de overwinning over zonde, dood en duivel.
Hij doet dit – overwinning op de zonde, dood en duivel – niet door enkel grote openbare bewijzen van Zijn grote kracht en macht. Echter omdat de gelovigen nog terecht hun zonde en onwaardigheid voelen – lees: dagelijks opmerken in eigen leven (AJ) – draagt Hij hun gebreken en bedekt die, en vertroost hen met de genade en vergeving van Christus.
Om reden dat de gelovigen in hun strijd tegen de zonde (dagelijks!) hun eigen grote zwakheid voelen (1), worden ze door de heilige Geest gedreven tot het gebed, dat is dat zij daarin om hulp en kracht roepen. (2)
Ja, (juist!) ook door het roepen en zuchten van de heilige Geest in hen ontvangen zij de overwinning. Zoals Paulus in twee teksten zegt: ‘Deze Geest geeft getuigenis aan onze geest, dat wij kinderen van God zijn‘ (vgl. Romeinen 8 vers 16). En ook: ‘De Geest komt onze zwakheid te hulp, want de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijk zuchten.‘ (vgl. Romeinen 8 vers 26).

(1) Helaas heb ik gemerkt dat velen dat – in z’n algemeenheid, ‘in theorie’ (volgens ‘de leer’) – best ook willen erkennen, maar ze zien toch vooral bij anderen (grote) zonden en daar willen ze het graag over hebben en daar willen ze bij helpen om er wat aan te doen, maar hun eigen concrete zonden belijden, of daar met hulp van een ander aan herinnert of ontdekt worden? Ho maar! Juist bij de meest vrome mensen vinden we hoogmoed en daaruit voortvloeiend gebrek aan zondaarsliefde, terwijl ze die zelf zo hard nodig hebben, want hoogmoed wordt naast ongeloof gerekend tot de grootste zonden.
(2) Dit dagelijks bidden om hulp en kracht doen we volmaakt wanneer we (ook) het Onze Vader bidden aan het begin van de dag en zelf doe ik dat altijd in de volgorde van: persoonlijke lof- en dankzegging, Bijbellezen en het Onze Vader bidden. En dan is er het (doorgaande) bidden bij allerlei gebeurtenissen en toestanden in eigen leven en in de wereld, maar juist ook dan zullen we beseffen/weten – omdat we daarbij vaak genoeg niet weten wat we bidden zullen – dat de heilige Geest altijd weer met en voor ons bidt.

De apostel Jakobus schrijft over bidden en gebedsverhoring: ‘… Trouwelozen! Beseft u niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent? Wie bevriend wil zijn met de wereld, maakt zich tot vijand van God. Denk toch niet dat dit loze woorden zijn in de Schrift: “Hij Die ons het leven gaf, maakt er vurig aanspraak op; maar de genade die Hij schenkt is nog groter.” Daarom staat er: “God keert zich tegen de hoogmoedigen, maar de nederigen schenkt Hij genade.” …
(Lees alle woorden zoals aan ons geschreven in Jakobus 4 de verzen 1-10).

Zie ook: De transformatie van de gelovige (I) en (II)

Bron citaat 1: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof’ – 9 augustus – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog B.V. (Houten)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De transformatie van de gelovige… (II)

‘Jezus antwoordde en zei tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren, en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en zullen woning bij hem maken.‘ (Uit Johannes 14 vers 23)

Ze zullen menen God een dienst te bewijzen…

Geciteerd 1: Petrus zegt dat een gelovige ‘niet zichzelf maar andere mensen dient, zoals hijzelf ook van God ontvangen heeft.’ (vgl. 1 Petrus 1 vers 12). En Paulus zegt dat ook uitwendig het lichaam en de leden van een gelovige een tempel zijn geworden van de heilige Geest (vgl. 1 Korintiërs 6 vers 19-20). Zodat een christen als goede boom enkel goede vruchten voortbrengt en tot nut van zijn naaste is (vgl. Matteüs 7 vers 17-18). Zo iemand doet goed en wijkt van het kwade (vgl. Job 1 vers 8 en 2 vers 3).
Kijk nu eens wat een grote zaak het is als iemand christen is, of over wie Hij hier zegt dat hij/zij Zijn Woord bewaart, enzovoorts. Een christen is een wonder in de wereld. Hij telt voor God meer dan de hemel en de aarde bij elkaar. Ja, een christen is een licht en lamp voor andere mensen; iemand in wie God alles en alles is, en die in God alles kan en doet. Voor de wereld* is zo iemand echter hoog en diep verborgen en bovendien helemaal onbekend.
De wereld* is ook niet waard zulke mensen te kennen, maar moet hen houden voor een voetendoek. Ja, zoals Paulus zegt, voor een vloek [of uitvaagsel] en een voetveeg. Om hen moeten, volgens wat de goddeloze wereld zegt, land en volk vervloekt worden en ondergaan. Ze moeten, hoe eerder hoe liever, terechtgesteld en omgebracht worden, als een dienst aan God om deze wereld te zuiveren.
* Lees: de wereld zoals we die vinden in de kerk. Heel de Bijbelse en kerkgeschiedenis door zien we dat juist de kerk de Kerk (de eenvoudige gelovigen – te beginnen bij Abel, de profeten, onze Heer Zelf, de apostelen, etc.) vervolgt.

‘…hun engelen in de hemel…’ (uit Matteüs 18 uit de verzen 10-11)

Geciteerd 2: Het gaat hier (in Matteüs 18) nog steeds over mensen die als ‘klein’ worden beschouwd. De onbelangrijke gelovigen. De kwetsbare mensen die het niet van zichzelf verwachten. Jezus waarschuwde, zo zagen we eergisteren (meditatie van zaterdag 6 augustus), om hen niet te minachten of ten val te brengen. Ze zijn namelijk groot in Gods Koninkrijk. Hun engelen in de hemel overleggen met God Zelf! Op grond van deze tekst is wel gedacht dat iedere gelovige een eigen engel heeft die hem of haar helpt. Dat zou kunnen, al moet je niet teveel willen afleiden uit één tekst. Duidelijk is dat Jezus zegt dat ze kostbaar zijn in Gods ogen. Zo kostbaar zijn wij dus ook, wanneer we ons leven in Gods hand leggen, afhankelijk van Hem – en dus goed beschermd – leven.

‘Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn (door Hem). We zijn voor heel de wereld, zowel engelen als mensen, een schouwspel geworden.‘ (Uit 1 Korintiërs 4 vers 9)

Leestips: 1 Korintiërs 6 : 12-20 en 1 Korintiërs 4 met aandacht voor vers 13 en ook Matteüs 18 en Johannes 16 : 1-4.

Zie ook: De transformatie van de gelovige… (I) en (III)

Bron citaat 1: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof’ – 8 augustus – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerdn, sr. – Den Hertog B.V. (Houten)
Bron citaat 2: Dag in dag uit 2022 – Meditatie maandag 8 augustus (1) – Leger des Heils | Ark Media
(1) Meditatie(s, 1-16 augustus) van ds. L.G. Compagnie

Bron afbeelding: Scripture Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De transformatie van de gelovige… (I)

‘Jezus antwoordde en zei tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren, en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en zullen woning bij hem maken.‘ (Uit Johannes 14 vers 23)

Geciteerd: Er zijn twee zaken die christenen van God ontvangen, zoals Paulus ze ook afzonderlijk noemt ‘genade en gave’ (vgl. Romeinen 5 vers 15)
Genade vergeeft de zonde, schept troost en vrede in het geweten en zet de mensen over in het ‘Rijk van Gods genade en waarheid’, zoals het Genaderijk genoemd wordt in de Psalm: ‘Zijn genade en waarheid regeren machtig over ons tot in eeuwigheid‘ (vgl. Psalm 117)
De gave echter, of het geschenk, is dat de heilige Geest in de mens nieuwe gedachten, een nieuwe zin, troost, kracht, ja een volkomen nieuw hart en een nieuw leven geeft. Dat bedoelt Hij nu in de tekst, waar Hij zegt: ‘Wij zullen woning bij hem maken.’
Dit moet volgen op de genade en de liefde van God, dat het hart van de mens nu een troon en een stoel van de hoge majesteit wordt, hoger en beter dan de hemel en aarde, zoals Paulus zegt: ‘De tempel Gods is heilig, die u bent‘ (vgl. 1 Korintiërs 3 vers 17). En: ‘U bent de tempel van de levende God, zoals God zegt: Ik zal in hen wonen en in hen wandelen‘ (vgl. 2 Korintiërs 6 vers 16).

Opgemerkt: We lezen (m.n.) in de brieven aan de gemeente in Korinthe hoeveel tijd en moeite de apostelen wilden nemen om de mensen die tot geloof gekomen waren te onderwijzen om het transformerende werk van God in de mens niet in de weg te staan of zelfs uit te blussen. Steeds weer goed en eerbiedig luisteren naar het onderwijs van heel Gods Woord is daarbij onontbeerlijk.

Leestips: 1 Korintiërs 3 : 10-23 en/of 2 Korintiërs 6 : 14-18 en 7 : 1-4.

Zie ook: De transformatie van de gelovige… (II) en (III)

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof’ – 7 augustus – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerdn, sr. – Den Hertog B.V. (Houten)

‘Looft de Here, alle volken, prijst Hem alle gij natiën,
want zijn goedertierenheid is machtig over ons
en des HEREN trouw is tot in eeuwigheid.’
(Psalm 117)

Bron afbeelding: This’n That

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over leven met een belofte…

‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten,
en ga naar het land dat ik je zal wijzen.‘ (Uit Genesis 12 vers 1)

Paria, nomade, migrant, pelgrim of vreemdeling en bijwoner?

Paria: Een paria, verschoppeling of verstoteling is iemand die uit de samenleving of maatschappij is verstoten of op een bepaalde manier wordt uitgesloten of genegeerd.
Nomade: Dat zijn mensen of bevolkingsgroepen die geen vaste woon- of verblijfplaats hebben en doorgaans mee met hun vee rondtrekken.
Migrant: landverhuizer. Iemand die naar een ander land verhuist.
Pelgrim: Iemand die op bedevaart, een bedevaartganger, is.

Geciteerd 1: Boeren (in Nieuw Zeeland) – vrijwel allemaal eerste, tweede of derde generatie migranten – hebben daar een minder diepe relatie met hun land en misschien ook wel met het vak zelf. (…) Misschien moet dat ook wel het perspectief zijn van de huidige generatie jongeren die boer willen worden. Emigreer naar een land waar de ruimte niet zo beperkt is. (…) maak je los van de grond en emigreer, tenminste, als je boer wil zijn of worden.

Geciteerd 2: Een mooi stuk over een geslaagde migrant (in Nieuw Zeeland). Minder mooi is wat de schrijver aan het adres van de boeren zegt: vertrek, er is voor jullie hier geen plaats meer. Het gebeurd niet zo vaak dat tegen een beroepsgroep wordt gezegd dat ze maar beter weg kan gaan. Wees als een migrant die nergens aan vast zit. Nergens wortels hebben wordt als ideaal gezien. Dat lijkt me juist een oorzaak van veel ellende in deze wereld, waarin talloze nomaden leven.

Geciteerd 3: Voelt niet iedereen zich een vreemdeling bij het zien van al de verschrikkingen die vandaag ons leven en welzijn bedreigen? Komt dan niet het besef op dat dit niet de wereld is die wij zoeken? En zegt de Bijbel dat ook niet?
Ds. Van den Berg illustreert deze Bijbelse gedachte van ‘vreemdeling-zijn op aarde’ met duidelijke voorbeelden. Abraham, Jakob, Jozef, de psalmist; zij waren vreemdelingen en bijwoners in het land waar zij woonden; vreemdelingen in de verstrooiing. Maar, ze leefden met een belofte; Gods belofte van een andere, betere wereld.

Bron citaten 1-2: De Waarheidsvriend (31/32 2022) – ‘De boer en zijn land’ – door dr. A.A.A. Prosman
Bron citaat 3: bol-com – Samenvatting bij boek ‘Vreemdelingen en bijwoners – Bijbelse aspecten van vreemdelingschap’ – auteur ds. M.R. van den Berg (1928-2001)

Bron afbeelding: Scripture Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Eat bitterness’…

‘Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot Heil geweest zijt.‘
(Uit Psalm 118 vers 21)

Geciteerd: Ik dank U, dat U mij verootmoedigde, en mij hielp’ (Psalm 118 vers 21 naar de weergave in DB 1545). Dit is een vrolijk versje, en je kunt het met blijdschap zingen: bent U geen wonderlijke en lieflijke God, om ons zo wonderlijk en vriendelijk te regeren?
U verhoogt ons, wanneer U ons vernedert. U maakt ons rechtvaardig wanneer U ons tot zondaren maakt. U leidt ons naar de hemel, wanneer U ons in de hel werpt. U geeft ons de overwinning, wanneer U toestaat/toelaat dat wij de strijd verliezen. U maakt ons levend, wanneer U ons laat doden. U vertroost, ons wanneer U ons bedroeft. U geeft ons blijdschap wanneer U ons laat treuren. U maakt ons vrolijk wanneer U ons laat huilen. U laat ons zingen, wanneer U ons laat wenen. U maakt ons sterk, wanneer wij lijden. U maakt ons wijs, wanneer U ons tot dwazen maakt. U maakt ons rijk, wanneer U ons armoede toebedeelt. U maakt ons meesters, wanneer U ons laat dienen.
Ontelbaar zijn de wonderen die in dit vers verborgen zijn – en de hele Christenheid tezamen moet God daarvoor loven en prijzen in deze enkele woorden: ‘Ik dank U, dat U mij verootmoedigde en hielp.

Opgemerkt: beluisterde een video van de VPRO (op FB) waarin Andy Xie (Financieel specialist) zegt: ‘Met een conflict op de korte termijn zal de economie crashen. Zoals in de jaren dertig van de vorige eeuw. Amerikanen kunnen nu zelf niets maken zonder die chips (uit o.a. Taiwan). Het kost vijf jaar om een simpele fabriek te bouwen. Mensen zullen lijden, zowel in China als in het Westen. Alleen: Chinezen zijn eraan gewend om te lijden. Ik weet niet of de verwende Amerikanen zoiets zullen accepteren. De essentie van de Chinese cultuur is eat bitterness, oftewel: onderga moeilijkheden gewillig. Dat is wel even iets anders dan de Amerikaanse pursuit of happiness.’

Leestips: Psalm 119, Jesaja 12, 2 Korintiërs 11 : 8-10 en Hebreeën 2 : 10.
Lees evt. ook deze preek over Spreuken 27 vers 7.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof’ – Citaat/mediatie van 5 augustus – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog B.V. (Houten)

‘Een verzadigde ziel vertreedt het honingzeem*, maar een hongerige ziel is alle bitter zoet.‘ (Uit Spreuken 27 vers 7)
* De meest zuivere honing die er is. Zie ook Psalm 19 vers 11 en 119 vers 103.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Bijbelteksten niet tegen elkaar uitspelen!

‘Komt een van u wijsheid tekort? Vraag God erom en Hij, die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en onder verwijt, zal u wijsheid geven. Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als en golf in de zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen. Wie zo aarzelend en onberekenbaar is bij alles wat hij/zij doet, moet niet denken dat hij/zij iets van de Heer zal ontvangen. (Uit Jakobus 1 de verzen 5-8)

Geciteerd 1: De meeste christenen geven prioriteit aan onze toewijding aan het gezin boven toewijding aan de kerk. Maar valt dat ook Bijbels te verantwoorden? Zowel de Schrift als de vroege kerk gaan uit van de gedachte dat het gezin van God hoger staat dan het natuurlijke gezin.

Opgemerkt vooraf: De kwestie is hier niet ‘boven’ en ‘onder’, ‘hoger’ of ‘lager’ of van meer of minder prioriteit, maar het gaat om heel goed luisteren naar Gods Woord met elkaar en daarbij bidden om liefde en wijsheid, zoals alleen de heilige Geest ons die schenken kan, om Gods Woord naar Zijn bedoeling toe te passen in de concrete omstandigheden waarin wij (samen)leven in huwelijk, gezin en kerk.

Opgemerkt 1: De apostelen brachten het Evangelie aan hun Joodse broeders en zusters, maar ook aan de Romeinen en Grieken en ook nog andere volken met elk weer een ander verleden en godsdienstige achtergrond. In het onderwijs van 1 Korintiërs 7 blijkt heel nadrukkelijk dat Paulus (en ook de andere apostelen, ze waren in overeenstemming met elkaar wat betreft hun onderwijs) ons leren dat de mensen als regel zullen blijven in de omstandigheden waarin ze door God geplaatst waren. Gehuwden, bijvoorbeeld, zullen na hun bekering en doop niet uit elkaar gaan, zelfs ook niet wanneer één van de partners het geloof (nog) niet aanvaard heeft. En slaven zullen gewoon hun heer blijven dienen (1), al wordt, wanneer de kans om vrij te worden zich zou aandienen, wel aanbevolen om die kans te benutten. Verder blijkt, wanneer mensen branden van verlangen om alles van het het huwelijk ‘te smaken’ (ook weduwen/weduwnaars kunnen en mogen daar nog weer naar verlangen), dat Paulus hen dan aanraadt om te huwen en de gehuwden maant om elkaar dan het ‘huwelijksbed’ niet te onthouden/ontzeggen.
(1) Ze konden dus bijv. niet de gemeente vragen om hen te helpen het bedrag bijeen te sparen voor vrijkoping, bijv. om dan evangelist te kunnen worden. Natuurlijk zou bij gebleken geschiktheid (voor evangelist) een gemeente zoiets kunnen beslissen, maar daar konden ze dus niet zomaar om vragen.
NB. Zie ook de brief van Paulus aan Filemon waarbij hij de slaaf Onesimus weer terug stuurt naar zijn heer, ondanks dat Onesimus van dienst kon zijn in Paulus’ werk voor de gemeenten.

Geciteerd 2: De oproep van Jezus om lid te worden van een nieuw gezin leidt onvermijdelijk tot een loyaliteitsconflict. Aan welk gezin dien ik nu primair loyaal te zijn.

Opgemerkt 2: Nee, we zullen dit niet als een loyaliteitsconflict zien en het ook geen loyaliteitsconflict noemen. We zullen eerder spreken van een gehoorzaamheidsconflict. Het gaat dus niet om meer of minder liefde en loyaliteit voor gezin of kerk (gemeente!), maar het zal gaan om situaties waarin duidelijk speelt ‘het God meer gehoorzaam moeten zijn, dan mensen’. En dat zullen we de betrokkenen ook duidelijk moeten maken (met Gods Woord in de hand), wat nog niet betekent dat die betrokkenen die gehoorzaamheid ook kunnen plaatsen en/of willen aanvaarden. Wanneer dat laatste niet gebeurd, dan zal je moeten (willen) lijden (2) onder de consequenties van die gehoorzaamheid.
(2) Zie Handelingen 4 de verzen 13-22. De liefde tot de Joodse broeders en zusters en hun leiders gaat niet zover dat ze daarmee de gehoorzaamheid aan God niet plaatsen boven dat wat hen door de leiders en oudsten en Schriftgeleerden geboden wordt: namelijk om te zwijgen over Jezus en Zijn Naam niet meer te gebruiken onder het volk.

Geciteerd 3: Op sommige plaatsen lijkt, zoals Matteüs 15 : 3-4, Jezus pro-family te zijn en twijfelt hij aan de toewijding van de Farizeeën aan het vijfde gebod om vader en moeder te eren. Maar op andere plaatsen lijkt Hij anti-family te zijn.

Opgemerkt 3: Jezus soms pro-family en dan weer anti-family? Die tegenstelling is er niet! Bij de woorden van Jezus ‘Wie mij niet liefheeft boven vader of moeder…’ heeft niets met pro- of anti-family te maken, maar met gehoorzaamheid, zoals bij ‘Opgemerkt 2’ al is beschreven. In het in het artikel aangegeven tekstgedeelte (Matteüs 15 de verzen 3-4) gaat het juist over een spitsvondig plaatsen van de dienst aan God boven (!) het liefhebben en eren van de ouders!
En in het andere genoemde tekstgedeelte (uit Lukas 14) wordt ‘de kerk’ (de gemeente!) helemaal niet genoemd en het gaat daar niet alleen over het ‘haten’ van familie, maar ook over het ‘haten’ van eigen leven! Het gaat om het volgen van Jezus en dan kan je zelfs door ‘de kerk’ (de broeders en zusters uit eigen gemeente/kerkgenootschap) vervolgd worden.

Geciteerd 4: (…) in 1 Korintiërs 7, waar het huwelijk eerder “een concessie” is aan onze fysieke verlangens (vers 6) en ongehuwd zijn wordt aangeprezen als de manier bij uitstek om toegewijd te zijn aan onze Heere naar lichaam en geest (vers 34). Paulus zegt zelfs : ‘Het is goed voor een man om niet te trouwen’, omdat een alleenstaande, man of vrouw, meer bezorgd is over de zaken van de Heere (vers 32).

Opgemerkt 4: We hebben toch wel geleerd uit de geschiedenis van de kerk dat gebruik (misbruik) van Paulus woorden geleid heeft tot het celibaat in de RK-kerk. We kunnen en mogen 1 Korintiërs 7 beslist niet gebruiken en inzetten binnen de kerk (gemeente(n!) zoals deze schrijver hier binnen het geheel van zijn artikel ook (weer/opnieuw) probeert/doet.

Geciteerd 5: God wil dat al Zijn kinderen opgroeien tot ‘de volheid van Christus’ (Efeziërs 4 : 13). We moeten daartoe leren ons te richten naar Jezus’ prioriteiten en het huisgezin van God op de eerste plaats stellen.

Opgemerkt 5: ‘God wil‘ een heel gevaarlijk zinnetje in de monden/handen van voorgangers/kerkleiders! Wat zijn hiermee al talloze leden van Christus gemeente(n) voortgezweept en afgemat door hen! En wat “Jezus’ prioriteiten” zijn dat komt beslist niet op een Bijbels gefundeerde manier ‘uit de verf’ in dit artikel!
Uit het Bijbelgedeelte (Efeziërs 4 in z’n geheel!) waarnaar verwezen wordt, blijkt dat daar gesproken wordt over de vrucht van de Geest in het samenleven van een gemeente. Niet iets waar wij – (voort)gedreven door onze voorgangers – naar streven zullen of moeten, maar die een gemeente geschonken is en wordt. Al die genade-gaven die hen/ons geschonken zijn, die moeten wij niet in de weg staan, maar de ruimte geven om (nog verder) tot bloei en groei te komen. Dat begint met het afleggen van de oude mens en zijn kwalijke praktijken en wordt gevolgd door het aantrekken van de nieuwe mens. Dat laatste doen we vooral door steeds weer eerbiedig en gehoorzaam (gelovig!) te luisteren naar het onderwijs van Gods Woord. En daar kunnen wij allen dagelijks en op de zondagen gevolg aan geven. En het gehoorde Woord van God dát zal niet zonder vrucht blijven, maar doen al wat God behaagt (3) in het samenleven in huwelijk en gezin en in in het samenleven van de gemeente waartoe we behoren.
(3) Zie Jesaja 58 de verzen 8-12

Geciteerd 6: Het gezin van God is hier niet om de belangen van ons gezin te dienen. Integendeel, onze gezinnen zijn hier om het gezin van God te dienen.

Opgemerkt 6: Dit is een zeer verdrietige manier van een tegenstelling maken die er niet is. Het samenleven van mensen in gezinnen en in de gemeente(n) van Jezus Christus zal tot zegen zijn voor allen en ook voor de wereld om hen heen. Niet de gemeente wordt gediend, maar onze Heer Jezus Christus, die zullen wij navolgen in al ons doen en laten. En dat we dat doen, dat is van net zoveel belang in en voor het samenleven van onze gezinnen als dat het van belang is in en voor het samenleven van alle broeders en zuster in een gemeente! Hoeveel vaders (als voorgangers en als ‘oudsten’) hebben zich aan gezinstaken onttrokken (en dat gebeurt nog!) omdat ze meenden dat ze een hoger belang moesten of wilden dienen in het huisgezin van God, eerder dan die van/binnen het eigen gezin, wat toch beslist hun eerste taak/roeping is/blijft.

Geciteerd 7: Volgens het Nieuwe Testament is het huisgezin van God – niet het natuurlijke gezin – de primaire gemeenschap waar geestelijke groei plaatsvindt.

Opgemerkt 7: Hiermee wordt ook weer iets beweerd wat in de praktijk van het leven zo geheel anders kan liggen. Hoeveel mensen hebben niet geleden onder de verkondiging van Gods Woord en de gang van zaken in de gemeente/kerken waar ze lid van waren. De geestelijke groei is een zegen van God die niet afhankelijk wordt gemaakt van plaats of tijd. We worden opgeroepen om de bijeenkomsten van de gemeente niet te verzuimen en wij zullen ons – in gehoorzaamheid aan Gods Woord! – zo mogelijk altijd weer bij een gemeente voegen waar Gods Woord en de sacramenten (nog) bediend worden, maar we mogen ons voor onze geestelijke groei helemaal afhankelijk weten van het werk van Gods Woord en Geest in ons persoonlijk leven.

Bron citaten: Protestants Nederland (jrg 86/24/juli 2022) – ‘Thema: Gods huisgezin of natuurlijk gezin’ – door Joseph Hellerman.
Joseph hellerman is hoogleraar Nieuwtestamentische taal aan de Talbot School of Theology in La Mirada, Californië (VS)

‘Zo geldt ook voor jullie: wie geen afstand doet van al zijn bezittingen*, kan mijn leerling niet zijn‘ (…) ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!‘ (uit Lukas 14 uit de verzen 25-33 de verzen 33 en 35b)
* ‘bezittingen of ‘al wat hij heeft’ (dat kunnen dus ook familie of gemeente-relaties zijn!)

Bron afbeelding: A Clay Jar
(Consider The Costs of Discipleship)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Want er staat geschreven’…

‘Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan zou worden, en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen.‘ (Uit Romeinen 6 vers 6)

Geciteerd 1: De oude mens is niet een deel van ons, een deel van ons innerlijk leven en dan alleen haar donkere kant. Wij zijn het niet enkel op onze slechtste momenten, maar we zijn ook oude mens zoals we zijn op ons best, op zijn vroomst. Paulus gebruikt hiervoor uitdrukkingen als: ‘het lichaam der zonde’, ‘het vlees’, ‘de leden van het lichaam der zonde’. Kortom onze oude mens zijn wijzelf zoals wij vanaf het begin met God gebroken hebben. Wij zij dat helemaal het is onze diepste existentie.

Geciteerd 2: We zullen alleen dan voor God kunnen bestaan en leven, wanneer onze oude mens voorgoed dood en begraven is. De vraag is nu, hoe komen wij daartoe. Kohlbrugge geeft als antwoord, dat we nooit tot het sterven van de oude mens en het leven van de nieuwe zullen geraken, als wij zelf deze taak ter hand nemen, en zelf aan het werk gaan om met Gods hulp en met hulp van Gods Wet ons lichaam der zonde te doden. De vrome duivel prijst ons deze methode wel aan en ook ons vrome vlees. Tevergeefs! Langs deze weg krijgen wij de oude mens er nooit onder.

Geciteerd 3: Toen Christus aan het kruis hing, hing daar onze oude mens in heel zijn machteloosheid en in al zijn schande voor God. Aan het kruis op Golgotha hingen immers niet twee mensen, maar één Mens in onze plaats: Christus Jezus, de Middelaar Gods en der mensen. Hij heeft al onze zonden, heel het lichaam der zonde, heel onze oude mens voor Zijn rekening genomen, het doodvonnis erover aanvaard en aan Zich laten voltrekken.

Geciteerd 4: Zo innig heeft Christus Zich met de Zijnen vereenzelvigd. Met Hem is mijn oude mens, heel mijn zondig bestaan, in het graf gelegd om daar nooit meer uit te komen. Wanneer Christus op de derde dag uit de doden opstaat, dan zijn wij allen mee opgewekt uit de dood, om nu voortaan als nieuwe mensen – zo ziet God ons in Christus (AJ) – voor God te leven.

Geciteerd 5: In Christus’ dood heeft de gelovige de dood van de oude mens en in Zijn opstanding de geboorte van de nieuwe mens. Daarom kon Kohlbrugge op de vraag: ‘Wanneer bent u bekeerd?’ antwoorden: Op Golgotha’ en op de vraag: ‘Wanneer bent u wedergeboren?’ reageren met: ‘Op de derde dag.’

Geciteerd 6: Het laatste punt van de preek is een vraag: ‘Stemt deze waarheid overeen met de ervaring? Veeleer ervaart een aangevochten gelovige juist het tegendeel: Ik een nieuw mens, die bevrijd is van de macht van de zonde?
Het is toch veel aantrekkelijker om te horen dat onze oude mens dagelijks door boete en berouw gekruisigd en gedood moet worden, dan te geloven dat hij gekruisigd is.
Kohlbrugge stelt dan de vraag: ‘Keert tot uzelf in, u die deze leer handhaaft, en ziet toe, of u in uw veertigste of vijftigste levensjaar de oude mens meer gedood hebt dan in uw twintigste jaar.’ (1) Wil men echter zelf zijn oude mens door dagelijkse boete en berouw doden, dan staat men Christus in de weg en handelt men tegen de Schrift, want er staat geschreven: ‘Onze oude mens is met Christus gekruisigd, opdat het lichaam der zonde zou te niet gedaan zijn, opdat wij niet meer de zonde dienen.‘

Het diepe geheim van deze werkelijkheid is alleen in het geloof te verstaan en is tot troost in momenten van aanvechting. Om het in de taal van Kohlbrugge te zeggen: ‘Het is een zaak van het geloof! Hoe onze oude mens zich ook mag roeren, tieren en razen, zodat horen en zien hem als het ware vergaan – als het hem werkelijk om de gerechtigheid te doen is – en hij zo wil zijn, als hij het in de Heilige Schrift leest, dan moet hij maar heel stil en rustig bij deze waarheid volharden. (2) Hij moet dan maar vrijmoedig zeggen: “Ik ben nochtans met Hem medegekruisigd.” Dan zal hij ondervinden dat deze waarheid volkomen in overeenstemming met de ervaring.’

Kohlbrugge besluit deze preek met een dringend appel, vijf keer klinkt het woordje ‘laten’. ‘Laten we ophouden er met onze wijsheid tussen te komen, maar laten we deze grote genade geloven. Laten we ophouden met het handhaven van onszelf, al zouden we ook duizend maal het tegenstrijdige daarvan in ons leven opmerken. Laten we in deze aanvechtingen niet luisteren naar ons verstand, naar de duivel en naar ons ongeloof – het luistert namelijk nauw in deze zaak!
Laten we niet de oude mens, maar onszelf veroordelen – dat is: ónze oude mens. Maar laten we God in Zijn genade rechtvaardigen en ons in alles houden aan de arbeid van Christus’ ziel. Dan zullen we het niet alleen met blijdschap in de Heilige Schrift lezen, maar er ook in onze harten, in de ware vrede van God, zalig bewust van zijn dat onze oude mens meegekruisigd is.

Geciteerd slot: Diep laat Kohlbrugge ons in het Vaderhart van God kijken, dat vol erbarmen is voor zondaren die in eigen kracht geen stap verder kunnen en van genade moeten leven In Christus dood heb ik de dood van mijn oude mens en in Zijn opstanding de geboorte van mijn nieuwe mens. Paulus onderstreept dit met de woorden, die we al eerder hoorden: Houdt het daarvoor. Hij wil zeggen: Houdt dit Woord voor waarachtig! Houdt het er daarom voor, omdat God het ervoor houdt!

Opgemerkt AJ:
(1) Dát is ook de oorzaak van mijn moeiten geweest, iedere keer ontdekte ik weer dat ik helemaal niet die ‘progressie’ doorgemaakt had die ik mij had voorgenomen. En ik meende dat dit alleen maar betekenen kon dat ik mezelf toch niet kon zien en aanvaarden als een (vergeven) kind van God. En dat overkwam me steeds weer tot ik eindelijk kon inzien en aanvaarden wat ook Kohlbrugge ons hier uit Gods Woord laat zien en wat ook helemaal te vinden is in het Bijbelonderwijs van Luther.
(2) En ja, zo heb ik mogen en kunnen volharden bij deze waarheid sinds ik tot het besef daarvan kwam. Mijn website heb ik ook niet zomaar de naam ‘jc33nl’ gegeven…

Bron citaten: ‘Kohlbrugge: schatgraver in de Romeinenbrief – het zoeklicht over Romeinen 6 – door H. Boele, Hendrik-Ido-Ambacht – in Ecclesia 15/6, 113e jaargang, 28 juli 2022

‘U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften waardoor wij werden aangeklaagd uitgewist en vernietigd door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft Zich ontdaan van machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd‘ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 13-15)

Bron afbeelding: Knowing Jesus-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kunt u het zich voorstellen?

‘Ze wierpen het net uit en er zat zoveel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. De leerling van wie Jezus hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op – meer had hij niet aan – en sprong in het water.‘ (Uit Johannes 21 vers 7)
‘Toen de leden van het Sanhedrin zagen hoe vrijmoedig Petrus en Johannes optraden en begrepen dat het gewone ongeletterde mensen waren, stonden ze verbaasd, en ze realiseerden zich dat beiden in Jezus’ gezelschap hadden verkeerd.‘ (Uit Handelingen 4 vers 13)
‘Toen Petrus het huis wilde binnengaan, kwam Cornelius hem tegemoet, en hij wierp zich eerbiedig voor zijn voeten ter aarde. Maar Petrus hielp hem overeind en zei: “Sta op. Ik ben ook maar een mens.” Al pratend gingen ze naar binnen, waar hij een groot aantal mensen aantrof.’ (Uit Handelingen 10 de verzen 25-27).

Geciteerd: Als ik zijn lezing beluister, veroordeelt hij de Dordtse Leerregels. Daar moet hij helemaal niks van hebben. Als ik die man moet geloven kunnen alle boeken van oudvaders die ik hier in de kast heb staan de prullenbak in. En dus vind ik hem een remonstrant.”

Opgemerkt 1: Kunt u het zich voorstellen, Petrus in Rome, in een grote pastorie met een grote bibliotheek vol met Joodse, Griekse en zelfs Babylonische werken. Of anders Timoteüs in Korinthe of Titus op Kreta? En dat ze daar dan de oudsten en de gewone leden van de gemeente ontvingen in zo’n ‘pastorie’ voor een ‘geestelijk gesprek’. Petrus als een soort voorloper van de paus en Timoteüs en Titus als voorlopers van ‘zware refodominees’ met hun grote pastorieën en werkkamer met boekenplanken vol met theologische en dogmatische werken, waaronder werken van oudvaders en wat dies meer zij…

‘Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik – net als u – niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde. Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest – Die in uw harten met het door mij verkondigde Woord aan de slag ging (AJ) -, want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op kracht van God.‘ (Uit 1 Korintiërs 2 de verzen 1-5)

‘En er staat ook geschreven: “De Heer kent de gedachten van de wijzen; Hij weet dat ze niet meer dan lucht zijn. Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want alles is van u; of het nu Paulus, Apollos of Petrus is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God.‘ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 20-23)

Opgemerkt 2: Dat laatste, dat zullen de ‘zware refodominees’ Paulus niet nazeggen m.b.t. de leden van hun gemeente. Ach, dan zijn het zulke wijze Schriftgeleerden, dan weten zo goed onderscheid te maken. Maar het is niet de wijsheid die van Boven is, maar het is niet meer dan menselijk geredeneer, waarmee vele ‘eenvoudigen’ (en meer) van het dankbaar meedoen aan de vieringen van het Avondmaal worden afgehouden en daardoor de versterking van hun geloof, waar ze niet zonder kunnen bij het voeren van de goede strijd van het geloof, moeten missen.
Zullen we voor zulke ‘Schriftgeleerden’ – in navolging van onze Heer – nog bidden of God hen die zonden niet wil toerekenen!

‘Wee jullie, Schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het Koninkrijk van de hemel. Zelf gaan jullie er niet binnen, maar jullie houden ook degenen die er willen binnengaan tegen.‘ (Uit Matteüs 23 vers 13)

Bron citaat: cvandaag-nl – ‘Refodominee diep beledigd door lezing HHK-pedikant: “Hij betovert onze jongeren.”

Bron afbeelding: patheos-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie