Vast en zeker…

(…) Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. (Uit Matteüs 5 : 11)
(…) Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is. (Uit Lucas 10)

Jezus openbaarde een geheim dat ons geluk beschermt tegen de dreiging van het lijden én tegen de dreiging van succes.

Dat geheim is dit: groot is uw loon in de hemel. En de opbrengst van dat loon is genieten van de volheid van de heerlijkheid van Jezus Christus (Johannes 17 : 24).

Jezus beschermt onze blijdschap tegen het lijden wanneer hij zegt:

“Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug jullie en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.” (Mattheüs 5: 11-12)

Onze grote loon in de hemel redt onze blijdschap van de dreiging die uitgaat van vervolging en schelden.

Jezus beschermt ook onze vreugde tegen het succes wanneer Hij zegt:

“Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.” (Lukas 10 : 20)

De discipelen verkeerden in de verleiding om hun vreugde te vinden in het succes van hun bediening. “Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van Uw naam.” (Lukas 10 : 17). Maar dat zou hun vreugde hebben losgemaakt van het enige zekere anker.

Dus beschermt Jezus hun vreugde tegen de dreiging van succes door de veel grotere beloning van de hemel te beloven. Verheug jullie hierin: dat jullie namen opgeschreven zijn in de hemel. Jullie erfenis is oneindig, eeuwig, zeker en vast.

Onze vreugde is volkomen veilig. Noch lijden noch succes kan het anker losslaan of vernietigen. Groot is jullie beloning in de hemel. Jullie naam is daar geschreven. Het is veilig.

Jezus verankerde het geluk van de lijdende heiligen in het loon in de hemel. En hij verankerde het geluk van “succesvolle” heiligen op dezelfde manier.

En zo bevrijdde Hij ons
van de tirannie van wereldse pijn én van wereldse vreugde –
van werelds lijden én van werelds succes.

Bron tekst: Meditatie van John Piper. Deze meditatie werd eerder deze week in de Engelse taal geplaatst op Facebook geplaatst door pastor Paul Zadok (Uganda)

(…) 19 Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar ​dieven​ inbreken en stelen; 20 maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen ​dieven​ inbreken of stelen. 21 Want, waar uw schat is, daar zal ook uw ​hart​ zijn. (Uit Matteüs 6)

Bron afbeelding:  Pinterest

Matteüs 6 19-21 - Waar uw schat is - Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

Belijdenis doen van je geloof… (IV)

Van welk geloof doe je belijdenis? (a)

Waar gaat het nu eigenlijk om bij het doen van openbare belijdenis van het geloof? Dat is de vraag waar veel belijdeniscatechisanten steeds weer mee zitten. Van welk geloof doe je belijdenis?

(…) Belijdenis doen is in ieder geval antwoord geven op je doop. We hebben het teken en zegel van het genadeverbond ontvangen bij onze doop (1,2,3 – AJ). Maar je weet ook wel, dat je alleen door het oprechte geloof werkelijk deel krijgt (hebt! – AJ) aan de Middelaar van het genadeverbond (Christus) en Zijn weldaden. Als je dus je doop voor je eigen rekening gaat nemen  (dit is geen goede manier van zeggen! – AJ), zul je toch niet met minder toe kunnen, dan met het ware geloof. (= dan door te geloven – AJ) (…)

Toen jij als kind gedoopt werd, hebben je ouders (samen in en met de gemeente! – AJ) beleden dat je ‘in Christus geheiligd bent’ (en dat niet alleen, zie 1,2,3). Dat betekent dat je bent afgezonderd van de wereld maar ook positief bestemd voor de dienst van God. Als je belijdenis doet, zeg je daar (in het midden van de gemeente) volmondig ‘ja’ op.  (…)

Daarom vraagt de kinderdoop om het vervolg van de belijdenis (bedoelt wordt hier ‘het doen van belijdenis’ in het midden van de gemeente – AJ, zie 1,2,3). En dat is niets anders dan met Ruth het onheilige Moab verlaten (??) en de Heere ootmoedig vrezen. Je moet meer hebben dan een beschouwende kennis. Je moet het ‘echte leven’ van de godzaligheid proeven (geproefd hebben – AJ). Je hebt de goede strijd van het geloof te (blijvend te – AJ) strijden. Daartoe worden we geroepen (daarbij worden we nog eens extra bepaald – AJ) bij het doen van belijdenis (1 Timoteüs 6 : 12). Met minder mag niemand genoegen nemen. (Matteüs 17 : 20 – AJ) Jullie niet, de kerkenraad niet en God kan dat ook niet – al oordeelt alleen de Heere over ons hart en niet de kerkenraad.

Er wordt bij het doen van belijdenis in het openbaar aan ons gevraagd: “Belooft u, overeenkomstig deze leer, eerlijk en onberispelijk steeds uw leven te zullen inrichten, en uw belijdenis met goede werken te zullen versieren?” (…)

Misschien denkt iemand: als de zaken er zo voor staan, kan ik maar beter helemaal geen belijdenis doen. Maar, beste vrienden, dat is ook een belijdenis! Niet kiezen op het moment dat het gevraagd wordt, is ook een keus. Jozua vraagt op een beslissend moment aan het volk Israël: “Kiest dan heden wie gij dienen zult” (Jozua 24:15). Geen (lees: Niet dagelijks! – AJ) belijdenis doen betekent je doop verachten en Gods belofte bij je doop verwerpen. ‘Nee’ blijven zeggen (bedoelt zal zijn: niet ook openlijk ‘ja’ willen zeggen! – AJ) tegen die God, die openlijk heeft verklaard dat Hij onze God wil zijn (is! – AJ). Je kunt niet halfslachtig dooplid van de gemeente blijven (?? bedoelt zal zijn: je kunt niet een halfslachtig dooplid zijn of worden – AJ) en in het dagelijks leven wel alle verantwoordelijkheden dragen. Dan verloochen je het merk- en veldteken van Christus (NGB art. 34) op je voorhoofd.

De doop verplicht (‘van wieg tot graf‘ – AJ) tot het doen van belijdenis. Je wordt opgeroepen om de Naam van de Heere te belijden voor de mensen. En de Heere vraagt dat we dat met heel ons hart zullen doen (Romeinen 10 : 9 – zie onderaan).

(Wordt vervolgd…)

(1) Bij de Doop hebben God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest Zich met een eed verbonden aan het leven van de dopeling (zie het voluit Bijbelse belijden daarvan in ons Gereformeerde Doopformulier). Het Evangelie klonk toen al in de oren van de dopeling en is met een zichtbaar teken onder aanroepen van Gods naam (Romeinen 10 : 9-13) aan de dopeling op grond van God’s vaste beloften bevestigd.
(2) Leven als gelovig kind van God, dat is antwoord geven op je Doop en daarmee begin je in de gemeente van Jezus Christus en bij gelovige ouders al “piepjong”.
(3) ‘Bijbelser’ is het om te zeggen dat onze Doop verplicht tot en steeds weer vraagt om een leven uit het geloof. Het maakt niet uit of het hierbij nu gaat om een kinderdoop of een volwassendoop. Het is juist een bijzondere blijk van God’s genade dat kinderen van gelovige ouders zo onbevangen God’s Woord aannemen wanneer de ouders daar eerbiedig over spreken en daarbij met hun kinderen bidden om de Heilige Geest. Het is beslist ongeloof van de ouders wanneer zij het geloof van hun kinderen dan niet zien als voluit een werk van de Heilige Geest, die Zich aan hen verbonden heeft – net als de Vader en de Zoon – al bij hun Doop. En onzichtbaar verbond Hij Zichzelf al eerder en Hij doet dat steeds weer op ons gebed! Het is dus onterecht om dit geloof van kinderen op rekening van de ouders te schrijven en om dit geloof pas serieus te willen nemen wanneer zij een bepaalde mate van zelfstandigheid en volwassenheid hebben bereikt. Nee, er is eerder reden om bij die toenemende zelfstandigheid en volwassenheid te wijzen op de toenemende strijd die er in ieders leven is en zal zijn om stand te houden en te blijven bij het eenvoudige leven uit het geloof met de daarbij behorende kinderlijke eenvoud en -blijdschap (=dankbaarheid!).

(a) De tekstgedeelten zijn afkomstig van de gratis beschikbaar gestelde download op Refoweb van hoofdstuk 4 “Belijdenis doen”  van het hieronder vermelde boek.

Bron tekst:  “Omgang met God – bevindelijk geloven naar Schrift en belijdenis“ door ds. C.G.Vreugdenhil.

(…) Want indien u met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u behouden worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis. Immers het Schriftwoord zegt: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, één en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen; want: al wie de naam van de Heer aanroept, zal behouden worden. (Romeinen 10 : 9-13)

Zie eventueel ook nog:
– Belijdenis doen van je geloof… (I)
– Belijdenis doen van je geloof…(II)
– Belijdenis doen van je geloof…(III)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Romeinen 10 9-13 - confess with thy mouth - SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Belijdenis doen van je geloof… (III)

De praktijk van de catechese in de de kerkgeschiedenis (a)

Het is te begrijpen dat voorafgaand aan de volwassendoop of de openbare belijdenis van het geloof een vorm van catechese (onderwijs) vooraf ging.  In de vroege kerk (1) werden de catechumenen, die uit het heidendom tot bekering waren gekomen in een periode van drie jaar onderwezen (2) in de christelijke leer en zo via dit onderwijs van de kerk voorbereid op de volwassendoop, die plaatsvond in de paasnacht.

Later, toen het christendom staatsgodsdienst werd, raakte dit onderwijs in verval. (…) Die lijn loopt door in de Middel Eeuwen. (…) De uitleg van de Bijbel raakte op de achtergrond en de catechese kreeg een sterk ethisch karakter. Ze werd versmald tot het leren van een aantal voorschriften. Al met al een wettische invulling van het geloof.

(…) Toen kwam de Reformatie, waarin de catechese van de jeugd weer helemaal centraal kwam te staan. Gezin, school en kerk werkten hierin nauw samen. Het onderwijs concentreerde zich voornamelijk op de tien geboden en het ‘Onze Vader’ (én de twaalf artikelen! – AJ).

(…) Volgens Calvijn is de catechese in eerste instantie de taak van de ouders. (…) Een paar jaar later, in 1541 stelt Calvijn een wekelijkse catechisatie in, die hijzelf gaf op zondagmiddag. Die catechisatie loopt uit op het doen van openbare geloofsbelijdenis in het midden van de gemeente. Hij acht het catechetisch onderwijs van groot belang omdat dit hét wapen is tegen de onkunde.

Vier keer per jaar werd voorafgaand aan de bediening van het Heilig Avondmaal de gelegenheid gegeven tot het doen van belijdenis. Bij de reformatoren liggen catechisatie, belijdenisdoen en Avondmaal in elkaars verlengde. Kinderen deden toen op hun tiende jaar belijdenis. Later werd dat dertien jaar.

(…) De vragen, die bij de openbare belijdenis werden gesteld, waren catechismus vragen, die heel persoonlijk en direct werden gesteld en beantwoord. Zoals later bijvoorbeeld de Heidelbergse catechismus, die begint met ‘Wat is uw enige troost in leven en sterven”? Daar moesten de jongelui persoonlijk op antwoorden: ‘Dat ik niet meer van mezelf ben, maar het eigendom van mijn trouwe Zaligmaker’.

Bij het onderwijs binnen de christelijke gemeente lag in de tijd van de Reformatie grote nadruk op de eenheid van hoofd en hart. Dat blijkt wel uit de inzet van de Heidelbergse catechismus: het gaat om de enige troost in leven en sterven, het gaat om kennis en vertrouwen. Heel persoonlijk: wat is úw enige troost?

De nationale synode van Dordrecht achtte de catechese aan de jeugd van groot belang. Men hechtte ook grote waarde aan de huiscatechisatie door de ouders. Dat was de eerste cirkel. De tweede cirkel was de school, waar de onderwijzers de kinderen moesten onderwijzen in de christelijke leer. De derde cirkel was de kerkelijke catechese door de predikanten.

(Wordt vervolgd…)

(1) We moeten steeds goed onderscheiden tussen de eerste gemeenten (die we ‘vinden’ in het boek Handelingen en de brieven) en de ‘vroege kerk’. Van de laatste kunnen we niet zonder meer zeggen dat hun leer en praktijk wel het dichtst bij de bedoelingen van de apostelen zullen hebben gelegen en dáárom ook nu voor ons goed als voorbeeld bruikbaar zijn. Wanneer we zien hoeveel moeite de apostelen zich getroosten (moesten) om de ‘eerste gemeenten’ te bewaren bij de gezonde leer en bij een goede praktische invulling van de samenkomsten en de bediening (viering) van de sacramenten aldaar, dan is toch het beste om het onderwijs en de gehanteerde en aanbevolen praktijk in de eerste gemeenten tot voorbeeld te nemen en blijven nemen.
(2) In de eerste gemeenten vinden we beslist niet zo’n lange voorbereiding op de (volwassen)doop en op deelnemen aan het vieren van het Avondmaal! (Zie bijv. Handelingen 16 : 27-34)

(a) De tekstgedeelten zijn afkomstig van de gratis beschikbaar gestelde download op Refoweb van hoofdstuk 4 “Belijdenis doen”  van het hieronder vermelde boek.

Bron tekst:  “Omgang met God – bevindelijk geloven naar Schrift en belijdenis“ door ds. C.G.Vreugdenhil.

Zie eventueel ook nog: 
– Belijdenis doen van je geloof… (I)
– Belijdenis doen van je geloof…(II)

(…) 32 En ze verkondigden het woord van de ​Heer​ aan hem en aan iedereen die bij hem woonde. 33 Hoewel het midden in de nacht was, nam hij hen mee en maakte hun wonden schoon. Meteen daarna werden hij en zijn huisgenoten ​gedoopt. (Uit Handelingen 16)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

handelingen 16 32-33 - and immediately he and all his family were baptized - SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

‘Het onze vader uitgelegd voor de eenvoudigen’, 1519 (12)

(…) 7 Wie denkt u dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom doet u dan alsof u het zelf verworven hebt? (Uit 1 Korintiërs 4)

De eerste bede: Uw Naam worde geheiligd

Over de slechtste en schadelijkste mensen onder de christenen (III)

(…) In de derde plaats, wanneer hun gezegd en verkondigd wordt dat God alleen aanspraak heeft op naam en eer, omdat Hij alles gemaakt heeft en dus alles van Hem is, doen ze zich geleerder voor dan alle predikers, en zelfs de Heilige Geest. Ze menen zelf iedereen te kunnen en moeten onderwijzen en denken dat het beslist niet nodig is om nog van een ander iets te leren of te moeten aanvaarden en zeggen dan: ‘Ach, wie weet dat nou niet?’

Maar als het gaat om het punt dat hun eigen eer in twijfel wordt getrokken, dat anderen hen licht achten of zelfs verachten, hen van iets beroven, of dat ze met tegenslagen te kampen krijgen, dan, ziedaar, dán zijn hun deugden snel verdwenen – dan brengt het harde ruwe struikgewas haar vruchten voort: ​​stekende dorens. Dan bedoelen ze te zeggen: ‘Oh, God in de hemel, kijk naar ons en zie hoeveel onrecht ons wordt aangedaan!’ Zij begaan daarbij dus de grote dwaasheid om ook aan God Zelf voor te houden dat hun groot onrecht wordt aangedaan.

Waar blijf je nu met je grote intelligentie die je ooit deed zeggen dat alle dingen uit de hand van God komen en je van Hem toekomen? Ellendig mens! Als ze alleen van God komen, waarom zou Hij dan niet het recht hebben om te geven en te nemen zonder uw inmenging, om ze af te nemen en toe te wijzen zoals Hem belieft? Als alles Hem toebehoort, dan behoort u daar rustig onder te blijven en vrede mee te hebben en het Godsbestuur overlaten aan Zijn wil.

Wanneer Hij van je afneemt wat Hem toebehoort, dan handelt Hij niet onrechtvaardig met je. Zoals de heilige Job sprak nadat hij al zijn kinderen en bezittingen verloren had: ‘De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen – gezegend zij de naam van de Heer’ (Job 1 : 21). En Job,was werkelijk een rechtvaardig man, van wie niemand iets kon afnemen, omdat hij niets had dat hij als zijn eigendom beschouwde.

God zegt in Job 41-11 (1): ‘Wat er onder heel de hemel is, het is van Mij.’ Waarom dan roemen over uw bezittingen en jammeren over een onrecht dat u wordt aangedaan? Wanneer iemand je eer, je reputatie, je bezittingen, of iets anders raakt wat van jezelf is, dan maakt hij geen inbreuk op wat van jou is, maar op dat wat van Christus is.

En om deze les bij ons allen te doen landen, God verordent (tijdens ons leven of aan het einde daarvan – AJ) dat alles, waarvan wij veronderstelden dat het van ons was, van ons afgenomen wordt, zodat we zullen beseffen dat het niet van ons is, maar van Hem. En dan zien we altijd weer dat mensen niet werkelijk Gods naam en eer zoeken, vooral bij die hooghartige heiligen die ernaar streven iets te zijn en te hebben dat toch alleen aan God toekomt en Hem toebehoort.

(1) Deutsche Bibel: Job 41 vers 2

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 91, 11-34 (translation used: Luthers Works, American Edition vol. 42, p. 32/33)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de Engelstalige versie.

Zie eventueel ook nog: 

–  Over de slechtste en schadelijkste mensen onder de christenen (I)
– Over de slechtste en schadelijkste mensen onder de chritsenen (II)

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, you can use the web-form located on the homepage of the website www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  Bible Verses

Job 41 2 - Who has first given Me - Bible Verses

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

Belijdenis doen van je geloof… (II)

Geloofsbelijdenis en doop horen bij elkaar (a)

Het is duidelijk dat er een hechte verbondenheid is tussen de geloofsbelijdenis en de doop. In de eerste tijd van de christelijke kerk vielen de doop en de openbare belijdenis samen (1). Het ging om heidenen, die tot bekering kwamen en tot de gemeente werden toegelaten. De doop vond plaats na de belijdenis. Later, toen de Kerk zich meer gevestigd had, werd de kinderdoop algemeen omdat het toen niet zoveel meer voorkwam dat heidenen toetraden tot de gemeente en dan zie je dat de geloofsbelijdenis los gekoppeld wordt van de doop. Niet inhoudelijk, maar temporeel, dus wat de tijd betreft.

Geloofsbelijdenis en doop horen principieel bij elkaar. Alleen, een klein kind kan zelf nog niet instemmen met de waarheid van Gods Woord. Het wordt wel gedoopt, maar de belijdenis wordt uitgesteld tot het kind bewust een eigen antwoord kan geven op Gods Woord. Dat persoonlijke geloofsantwoord krijgt vorm in de liturgie van de openbare geloofsbelijdenis. Zo blijft principieel staan dat de openbare belijdenis niet moet worden gezien als een aanvulling op de doop, maar als een onderdeel ervan.

Het zal nu duidelijk zijn, dat in de begintijd de geloofsbelijdenis en het door middel van de doop ingelijfd worden in de gemeente samenvielen. Toen de kerk na verloop van tijd meer en meer (beter: meer dan voorheen – AJ) te maken kreeg met een aanwas van binnenuit, moest er een vorm gezocht worden voor de gedoopte kinderen van de gemeente om toegelaten te worden tot de tafel van het Heilig Avondmaal. Ook het geloofsonderricht zelf verplaatste zich meer en meer naar de kinderen. De kerk heeft na de nieuwtestamentische periode in alle tijden op de een of andere wijze een vorm van onderwijs en van belijdenisdoen vooraf laten gaan aan het deelnemen aan de viering van het Avondmaal.

(Wordt vervolgd…)

(1) De dopelingen – in veel gevallen volwassenen, maar daaronder moeten zeker ook heel wat jonge kinderen zijn geweest! (2) – werden dan ook beschouwd als “onvolwassen” en zelfs als “zuigelingen” in de leer (zie 1 Korintiërs 3) en dus in de gemeente vrijwel gelijk gesteld aan al heel jong gedoopte kinderen, die eerst nog verder over de praktijk van het geloof en in de gezonde leer onderwezen moesten worden!
Deze praktijk van verkondiging en dopen en dan (verder) onderwezen worden is ook naar de door de Here Jezus Zelf gegeven opdracht zoals we die opgetekend vinden in Matteüs 28: (…) 19 Ga dus op ​weg​ en maak alle volken tot mijn ​leerlingen, door hen te ​dopen​ in de naam van de Vader en de Zoon en de ​heilige​ Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. 

(2) Zouden de apostelen (bijv. op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem) jonge kinderen (meegebracht door hun ouders) van het dopen hebben durven uitsluiten na het onderwijs van de Here Jezus zoals daarover te lezen valt in Marcus 10 : 13-16.

(a) De tekst is afkomstig van de gratis beschikbaar gestelde download op Refoweb van hoofdstuk 4 “Belijdenis doen”  van het hieronder vermelde boek.

Bron tekst:  “Omgang met God – bevindelijk geloven naar Schrift en belijdenis“ door ds. C.G.Vreugdenhil.

Zie eventueel ook nog:  Belijdenis doen van je geloof… (I)

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Matteüs 28 19-20 Therefore go and make - DailyVersesnet

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Belijdenis doen van je geloof… (I)

Geloof belijden in het Nieuwe Testament (a)

Voor belijden en belijdenis worden in het Nieuwe Testament respectievelijk de woorden ‘homologeoo’ en ‘homologia’ gebruikt. Homologeoo betekent letterlijk ‘hetzelfde zeggen’. Het gaat bij het belijden om het geheim, dat wij hetzelfde zeggen als God zegt in Zijn Woord.

Belijden is eigenlijk gelovig antwoorden op het Woord van God. Met mond en hart, met woord en daad reageren op Gods heilsdaden in de geschiedenis. Naast de letterlijke betekenis van belijden als ‘hetzelfde zeggen’, vinden we ook betekenisaspecten als: toestemmen, toegeven, plechtig beloven, zich ergens toe verplichten, zich door een gelofte binden en openlijk verklaren. Al die betekeniselementen doen mee bij de openbare geloofsbelijdenis.

Denk aan 1 Timotheüs 6 : 12, waar Paulus aan zijn geestelijke zoon Timotheüs schrijft: “Strijd de goede strijd van het geloof, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen.” Paulus bedoelt hier te herinneren aan de geloofsbelijdenis, die door Timotheus is uitgesproken bij zijn doop.

In alle andere teksten zien ‘belijden’ en ‘belijdenis’ meer op een bepaalde levenshouding die er continue moet zijn, dan op een eenmalige handeling of uitspraak. Hieruit mogen we niet concluderen, dat het bij het belijden alleen zou gaan om een christelijke levenshouding zonder de belijdenis van een bepaalde leer. Integendeel, het gaat erom dat de fundamentele geloofswaarheden, die we als christen geloven met ons hart en belijden met onze mond, doorwerken in heel onze levenswandel.

De ware en goede belijdenis krijgt gestalte in leer en leven; als dat niet het geval is, is het een slecht teken. Belijden en belijdenis zijn dan ook geen vage begrippen. In deze woorden klinken de noties mee van plechtig beloven, met zekerheid uitspreken en daar ook openlijk voor uitkomen.

Maar al komen wij deze aspecten ook tegen in de belijdenisvragen, daarmee kunnen wij onze vorm van openbare geloofsbelijdenis nog niet teruglezen in de Schrift. Omgekeerd betekent dit niet, dat er in het Nieuwe Testament helemaal geen sprake zou zijn van een vorm van openbare belijdenis. Ik denk aan wat er gebeurde bij de uitstorting van de Heilige Geest in Jeruzalem. In Handelingen 2 : 41 lezen wij, dat degenen die het woord van harte aannamen gedoopt werden. Dit aannemen was een openlijk ‘amen’ zeggen op wat door de apostelen onderwezen werd. (1)

Alleen door middel van deze belijdenis  kon men toegelaten worden tot de heilige doop en zo tot de kring van Christus’ leerlingen, tot de gemeente. Deze lijn is in heel het boek van de Handelingen terug te vinden. Denk maar aan de belijdenis van de kamerling, aan wie eerst gevraagd werd zijn geloof te belijden om gedoopt te kunnen worden. Filippus zegt: Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd (om gedoopt te worden). Daarop belijdt de kamerling zijn geloof: Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is (Handelingen 8 : 37).

(Wordt vervolgd…)

(1) Opgemerkt AJ:  We lezen in het boek Handelingen dat de leden van de eerste gemeente(n) het door de apostelen verkondigde Woord aannamen en dat hun Doop niet pas volgde na het (eerst nog verder) onderwezen te zijn geworden in dat wat in eerste instantie (bijv. op de Pinksterdag in Jeruzalem) verkondigd was door hen. Paulus vatte zijn verkondiging eens samen als: Christus en Die gekruisigd, zie 1 Korintiërs 2; en zie bijvoorbeeld ook zijn verkondiging te Athene in Handelingen 17.
Paulus zag dit gelovig ‘aannemen’ van het door hem aan heidenen (!) verkondigde Evangelie, dat hij met ‘vrees en beven’ en niet met veel ‘mensenwijsheid’ verkondigde als een Kracht en krachtig werk van de Heilige Geest in de harten van de hoorders (zie zijn woorden daarover in 1 Korintiërs 2 : 1-5)

(a) De tekst is afkomstig van de gratis beschikbaar gestelde download op Refoweb van hoofdstuk 4 “Belijdenis doen”  van het hieronder vermelde boek.

Bron tekst:  “Omgang met God – bevindelijk geloven naar Schrift en belijdenis“ door ds. C.G.Vreugdenhil.

Bron afbeelding:  Pinterest

Handelingen 2 41 - Those who accepted his message - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente | Plaats een reactie

Loof de HEER, o mijn ziel…

“Loof de HEER, want hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw.

Zo spreken zij die door de HEER zijn verlost,
die hij verloste uit de greep van de angst,
bijeenbracht uit alle landen,
uit het oosten en het westen,
uit het noorden en het zuiden.

Soms doolden zij door de woestijn,
maar een weg in de wildernis,
een stad, een woonplaats vonden ze niet.
Ze kregen honger en dorst
en kwijnden van uitputting weg.

Ze riepen in hun angst tot de HEER –
Hij heeft hen bevrijd uit vele gevaren,
Hij wees hun de rechte ​weg,
de ​weg​ naar een stad, een woonplaats.

Laten zij de HEER loven om zijn trouw,
om zijn wonderen aan mensen verricht,
(…)
Wie oprecht zijn, zien het met blijdschap,
wie ​onrecht​ doet, moet zwijgen.
De wijze neemt dit ter harte
en kent de trouw van de HEER.”

(Uit Psalm 107, NBV)

“Give thanks to the Lord, for he is good; his love endures forever.

Let the redeemed of the Lord tell their story—
those he redeemed from the hand of the foe,
those he gathered from the lands,
from east and west, from north and south.

Some wandered in desert wastelands,
finding no way to a city where they could settle.
They were hungry and thirsty,
and their lives ebbed away.

Then they cried out to the Lord in their trouble,
and he delivered them from their distress.
He led them by a straight way
to a city where they could settle.

Let them give thanks to the Lord for his unfailing love
and his wonderful deeds for mankind,
for he satisfies the thirsty
and fills the hungry with good things.
(…)
The upright see and rejoice,
but all the wicked shut their mouths.
Let the one who is wise heed these things
and ponder the loving deeds of the Lord.”

(From Psalm 107, NIV)

Bron afbeelding:  Pinterest

Psalm 107 13-14 - He broke away their chains - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Persoonlijk | Plaats een reactie

‘Het onze Vader uitgelegd voor de eenvoudigen’ , 1519 (11)

(…) 7 Wie denkt u dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom doet u dan alsof u het zelf verworven hebt? (Uit 1 Korintiërs 4)

De eerste bede: Uw Naam worde geheiligd

Over de slechtste en schadelijkste mensen onder de christenen (II)

(…) “Vandaag is de wereld vol met deze verderfelijke, onbeschaamde, gemene en goddeloze geesten die Gods naam meer schade toebrengen met hun respectabele levens dan alle anderen met hun slechte levens doen.

Degenen die beter zouden zijn dan andere mensen, zoals de toneelspeler (1) in het evangelie (zie: Lukas 18 : 11). Ik noem ze arrogante heiligen en de martelaren van de duivel. Blind voor of verblind door hun eigen kwaad en zondigheid, minachten zij de zondaars en de onrechtvaardigen en willen niets met hen te maken hebben, opdat de mensen niet zullen zeggen: “Heeft hij met zulke mensen omgang? Ik meende toch echt dat hij een veel wijzer en vromer mens was.”

Ze begrijpen niet dat God hen meer genade heeft gegeven dan anderen, zodat ze anderen met deze genade kunnen dienen, en dat ze daarin moeten toenemen ook in dat delen met anderen. Dat wil zeggen, ze moesten voor anderen bidden, hen steunen, raad geven en anderen helpen op een manier zoals God met hen gedaan heeft. God veroordeelde hen per slot van rekening toch ook niet door hen te minachten, maar Hij gaf hen deze genade als een volkomen onverdiend geschenk. Ze gaan echter gewoon hun eigen gang en voorkomen niet alleen dat deze genade vruchten draagt, maar gebruiken deze zelfs om degenen te vervolgen die ze er juist mee moeten helpen.

Dit zijn degenen die de Schrift perversos noemt. In Psalm 18 [vers 26] lezen we: ‘Cum perverso perveteris’ [‘tegenover de verkeerde (‘sluwe’, NBV)  toont gij U verkeerd’]. Bovendien, wanneer deze mensen horen dat God alleen naam en eer waardig is, dan verrichten ze een vrome daad en misleiden zichzelf nog meer met hun hypocrisie, zeggende dat ze in alles wat ze doen alleen maar streven naar Gods eer, bewerende en zo nodig zelfs zwerende dat ze het allemaal heus niet doen om daarmee hun eigen eer te zoeken. Zo grondig en diepgaand, ja, zelfs geestelijk, verdorven zijn deze mensen! “

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 90, 9-28 (translation used: Luthers Works, American Edition vol. 42, p. 30/31)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de Engelstalige versie.

(1) Of huichelaar. Veel mensen weten uitstekend hun “vrome rol” te spelen in de omgeving waarin zij opgegroeid zijn of waar de eigen belangen op de een of andere manier (vanwege een kerkelijke/gemeentelijke functie bijvoorbeeld) daarmee nogal gediend zijn en/of nog gediend zullen worden.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, you can use the web-form located on the homepage of the website www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 23 Leg uw last op de HEER en hij zal u steunen, nooit zal hij dulden dat een rechtvaardige ten val komt. (Uit Psalm 55)

Zie eventueel ook nog: Over de slechtste en schadelijkste mensen onder de christenen (I)

Bron afbeelding:  Biblia.com – Verse Of The Day

Psalm 55 23 - Cast your burden - Bibliacom - VerseOfTheDay

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Als met Zijn hand…

(…) 22 En de Here God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar bij Adam. (Uit Genesis 2)

(…) (1) De wijze waarop zij en haar toekomstige man elkaar hebben leren kennen mag met recht een romance worden genoemd. Het was op een stralende dag in mei. Zij zat in een lege treincoupé, lezende in een geschiedenisboek, en in het bagagenet lag een bos sleedoorn die zij op de Holterberg had geplukt.
Hij stapte bij haar binnen en aanstonds was er tussen hen die geheimzinnige en onverklaarbare aantrekkingskracht die er tussen man en vrouw kan zijn, het weten ook van het voorbestemd zijn voor elkaar. Ze keken naar het bloeiende landschap buiten waar de stammen van de berken wit in de zon glansden en een teer groen waas als een zilveren bruidssluiter om zich heen hadden. Met blijde stralende ogen keken zij hiernaar en naar elkaar en ze beseften iets van een diep geheim dat God voor hen bezig was te onthullen, herkenden Hem en elkaar. In Utrecht aangekomen namen zij afscheid, noemden alleen elkaars naam, lieten geen adres achter. Hoe zouden wij, zo vroeg zij zich af, elkaar nu terug kunnen vinden? Maar ze waren geweest als blijde onbezorgde kinderen en hadden elkaar onbevangen een blik in hef zielenleven laten slaan: ‘Toen was de herkenning gekomen, en ook het verlangen, om elkaar nu niet weer kwijt te raken, maar elkaar wéér te zien, voor altijd. Wat God voor een mens bestemd heeft, gebeurt ook. Wij vonden elkaar weer, op die heugelijke dag in het park en wij zullen elkaar weer vinden daar, waar niet de nood van vele anderen ons gescheiden houdt, maar daar waar geen tranen meer zijn”.
Johanna Adriana Appels was overtuigd van Gods leiding in haar leven en zag haar bestaan in het perspectief van de eeuwigheid. (…)

(1) Citaat uit: “Goninger pastorie”, J.A. Ader-Appels

Bron tekst:  “De meeste van deze is de liefde (I)” artikel van O. Dubois in Ecclesia nr. 1 – januari 2018.

Uit het klassieke huwelijksformulier:
(…) Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn gebeente, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit de man genomen is. Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten, en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.’ (Genesis 2:18,21-24). Daarom moet u er niet aan twijfelen, dat het huwelijk God de Heere behaagt. Hij heeft immers voor Adam zijn vrouw geschapen, haar Zelf tot hem gebracht en Hem tot een vrouw gegeven. Daarmee betuigt God, dat Hij ook vandaag nog een ieder zijn vrouw als met Zijn hand toebrengt. Daarom heeft ook de Heere Jezus Christus het huwelijk zo hoog geëerd met Zijn tegenwoordigheid, gaven en wondertekenen te Kana in Galilea (Johannes 2 : 1-11). Hij heeft daarmee betuigd, dat het huwelijk door allen in ere gehouden behoort te worden, en dat Hij de gehuwden Zijn hulp en bijstand altijd wil bewijzen, ook wanneer men dat allerminst verwacht.

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Psalm 133 - Waar liefde woont - SlidePlayer

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Bezeten wereld… (IV)

(…) 1 Jaag de ​liefde​ na en streef naar de geestelijke gaven, en vooral daarnaar
dat u mag profeteren.
(Uit 1 Korintiërs 14)

De  noodzaak van het profetisch privé…

(…) Hierin (1) ligt de achtergrond en het geheim van het christelijk geloof aan het einde van het tweede millennium van onze jaartelling.

  • Geloven is geen kwestie van een mening hebben, een ideaal najagen, een systeem propageren.
  • Geloven is niet jezelf geloofwaardig willen maken als kerkmens in de ogen van  buitenkerkelijken (en op een bepaalde manier ook niet in de ogen van je wel kerkelijke broeders en zusters – AJ).
  • Geloven is niet oude meningen opkloppen of nieuwe meningen doordrukken.

Een gelovige is niet per definitie conservatief of progressief.

  • Geloven is omgaan met de Heere, zich door Hem laten gezeggen, naar Hem luisteren, zich door Hem laten instrueren.
  • Geloven is niet vragen: wat zeggen de mensen, maar wat zegt de Heere?
  • Geloven is ja zeggen tegen de Heere en daarom nee zeggen tegen alles wat niet van de Heere is.
  • Geloven is je laten beheersen door de dingen die we niet kunnen zien, en niet door de dingen, die overal geëtaleerd worden en via de media gepresenteerd worden.

Geloven is daarom apart staan – niet omdat we bij voorbaat ons afscheiden, maar omdat we niet begrepen worden.

  • Wie door God de Heere privé wordt toegesproken in Zijn Woord, kan niet meer luisteren naar de vele stemmen, die in de wereld klinken en die niet met God rekenen.
  • Wie het toch doet of Gods stem en andere stemmen gelijk schakelt en even waardig taxeert, staat principieel niet aan Gods kant.

Ligt daar de nood van de christenheid, van de prediking, van het verzwakte christelijke getuigenis in deze tijd?

Zonder profetisch privé kan en zal er niet  geprofeteerd worden!

(1) Het “profetisch privé”, zoals ook aan de orde gesteld in “Bezeten wereld…(III) – over het profetisch privé van Noach.

Zie eventueel ook nog:

(…) 24 Maar profeteert iedereen, dan zal een ongelovige buitenstaander door iedereen worden beoordeeld en terechtgewezen. (a) 25 Alles wat hem heimelijk beweegt zal aan het licht komen en dan zal hij zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden: ‘Werkelijk, God is in uw midden.’ (Uit 1 Korintiërs 14)

(a) Alle hoorders (ook de luisterende “buitenstaander”) worden bij profetische verkondiging gesteld onder het levende Woord van God dat krachtig is en scherper dan een tweesnijdend zwaard – zie Hebreeën 4 : 12-13.

Bron afbeelding:  SlidePlayer

1 Korintiërs 14 24-25 If all are prophesing - SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie