Onze ‘gevoelde’ verplichtingen… (I)

(…) 19 U, die zo verstandig bent, verdraagt dwazen toch met het grootste gemak. 20 Tenslotte verdraagt u het ook dat men u tiranniseert, uitzuigt, onderwerpt, zich boven u verheft en u beledigt. 21 Nu, ik moet u tot mijn schande bekennen dat wij daarvoor te zwak zijn geweest. (Paulus in 2 Korintiërs 11)

Over (ons opgelegde/georganiseerde)
“wettische” en “evangelische” plichtplegingen…

“Plichten verdoemen meer mensen dan de zonde“…
(Uitspraak van Augustinus)

(…) Als een zondaar tot Christus komt, moet hij de dood schrijven op zijn godsdienstige plichten. Zolang ik immers op mijn plichten blijf steunen, zal ik nooit Christus omhelzen. Want om voor God – dat is: door het geloof – te leven, moet ik door de wet aan de wet sterven (Galaten 2 : 19).

Paulus zegt daarom tegen de Galaten: ‘Christus is u ijdel (nutteloos) geworden, die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen’ (Galaten 5 : 4). Daardoor ging de jonge man, die zo met zichzelf ingenomen was, bedroefd bij Jezus weg  (Markus 10 : 22). Daardoor vond de hoogmoedige Farizeeër die op zijn plichten steunde, geen genade – in tegenstelling tot de (van zijn zonden overtuigde) ootmoedige tollenaar. Daarom zegt de Zaligmaker dat hoeren en tollenaars, die geen godsdienstige plichten hadden om daarop te vertrouwen, zullen vóórgaan in het Koninkrijk.

Wij kunnen en zullen echter nooit van onze godsdienstige plichten afgebracht worden dan alleen door verootmoedigende genade. Wij zitten immers van nature vastgekleefd aan de wet; de wet is als het ware een bolwerk waarin we ons verschanst hebben. De wet is volgens Romeinen 7 onze eerste en geliefde man. Zelfs in de besten van Gods kinderen heerst nog vaak een wettische geest.

Daarom komen wij niet tot Christus, zolang wij nog op onze godsdienstige plichten steunen. Daarom zei vader Augustinus ‘dat plichten meer mensen verdoemen dan de zonde’. En Luther stelde: ‘Wacht u niet alleen voor uw zonden, maar ook voor uw plichten.’ Het is werkelijk waar, als iemand op zijn godsdienstige plichten vertrouwt, bouwt hij náást het fundament, en loopt hij gevaar om eeuwig verloren te gaan.

(…) Wanneer men net als Paulus waarde hecht aan zijn godsdienstige verplichtingen, is dat niet goed. Toen hij nog onbekeerd was, zag hij het uitvoeren van zijn plichten als winst, maar toen hij verootmoedigd werd, was alles ‘schade en drek’ voor hem.

(…) Ambrosius zei: ‘Het is onvergelijkelijk zaliger iets van Christus in ons hart te gevoelen om daardoor vernederd en verootmoedigd te worden dan dat wij ons tienduizend keer in het hart verruimd voelen door het waarnemen van onze plichten.’

(Wordt vervolgd…)

Bron tekst:  Reveil-serie – “Nodig is de Evangelische verootmoediging“, ‘verhandeling’ van Theodorus Avinck, Uitgave Stichting “Smytegelt-Fonds” (No 541, januari-februari 2018)

Zie evt. ook nog:
– Wie zijn de negenennegentig rechtvaardigen?
– Kinderen krijgen en opvoeden in deze tijd…

Bron afbeelding:  RD Boeken – “Taalrubriek: door de wol geverfd” door Rudy Ligtenberg

Een wit schaap heeft zich kleurrijker en opvallender laten/willen maken
en een zwart schaapje met toch (opvallend!) het doopwit op z’n voorhoofd…

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Kenya: Sister Marianna Hulshof…

Sister Marianna Hulshof and Eric (2006)Sister Marianna with Eric Ngala (Netherlands 2006)

Sister Marianna’s actions are linkable to 1 Samuel 2 : 8 KJV:

He rises up the poor out of the dust and lifteth up the beggar from the dunghill,
to set them among princes…

She spent all her life trying to bring hope to the hopeless; she struggled to enable those who could not afford health, education, housing to access them. She brought hope where there was no hope

More about sr. Marianna Hulshof
(from Eric Ngala’s book about her life)

The scene is in the old people’s house in Beukenstein Driebergen Holland and the date is 24th January 2006. Here during our lively talk, I asked her, to describe herself in one word. She answered that she was ‘a healer’. She spent all her life trying to bring hope to the hopeless; she struggled to enable those who could not afford health, education, housing to access them. In the Village where she resided and in the far off ridges people referred to her as Mama. To the Abakhulo clan of the Samia People of Western Kenya where she worked, they gave her the name Nakhulo –meaning daughter of the Abakhulo clan. Indeed she was a mother to many and a father to the orphans too. The paramount chief, the late Kanoti Okwaro offered her a piece of land to enable her put up her home if she so wished!

When I asked her if it was fine with her for me to put down in black and white an autobiography for her, at first she brushed it off. Then I knew exactly what she meant-that some people could easily take it for granted that she wanted the glory to herself instead of God! My explanation answered this before she could raise it up, since I told her that the motive behind it was not only inspiring the young people in Europe to think more of continuation of the lamp she lit burning, but also to challenge the Africans to be outgoing and serve mankind throughout the globe by engaging in similar activities as she did. She accepted the idea and gave me her recorded video tapes about her work and contributed most of the information during my interviews with her. One of the interviews I quoted from was done sometimes back by her contact person Jose Van Kasteren in Kenya. After making copies of the material, I later returned the recorded video tapes to her.

Dr.Ineke Puls helped Eric to trace Sister Marianna in the Netherlands.

Dr. Ineke Puls helped Eric to trace sister Marianna in the Netherlands

Lees/download (aanvullend) ook de informatie in dit jaarverslag (2015)

Geplaatst in Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Vrouwen de hoofdrol…

Wanneer God gaat verlossen…

(…) 15 Bovendien gelastte de ​koning​ de Hebreeuwse vroedvrouwen, Sifra en Pua geheten, het volgende: 16 ‘Als u de Hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt, let dan goed op het geslacht van het ​kind. Als het een jongen is, moet u hem doden; is het een meisje, dan mag ze blijven leven.’ 17 Maar de vroedvrouwen hadden ​ontzag​ voor God en deden niet wat de ​koning​ van Egypte​ hun had opgedragen: ze lieten de jongetjes in leven. 18 Daarom ontbood de ​koning​ de vroedvrouwen… (Uit Exodus 1)

(…) …en deden niet wat de koning van Egypte hun had opgedragen. (vs. 17)

(…) Maar dan komt er in Egypte een nieuwe koning, die Jozef niet gekend heeft. Zoals er ook altijd mensen zijn die de heilsgeschiedenis niet meer kennen, totdat ze helemaal verdwenen is uit het collectief geheugen. En wie die heilsgeschiedenis, wie ‘Jozef niet meer kent, kent ook de God van Jozef niet meer. En dan treedt er een doemscenario in werking: angst en achterdocht voor vreemdelingen, een vijandbeeld wordt geschapen. De talrijke Israëlieten worden ineens als bedreigend ervaren. Dan dooft het licht, de duisternis treedt in…

(…) De angst voor vreemdelingen verspreidt zich als een virus. Het hele rijk wordt geïnfecteerd en er worden maatregelen genomen om ‘het vreemdelingenprobleem’ op te lossen. Van uitbuiting en mishandeling gaat het spoedig over op de ultieme maatregel: moord. Iedereen dient mee te werken aan de verordeningen. Zelfs vroedvrouwen moeten nu een rol spelen in het terreurprogramma. Maar zelfs in de meest duistere tijd van de geschiedenis vinden we mensen die God meer gehoorzamen dan welke tiran ook. Het kan zo donker niet zijn, of we komen wel een mens tegen die trouw blijft aan de God van Jozef en het gebod van de farao durft te trotseren. Deze vroedvrouwen zijn dan ware lichtdragers in een wereld vol duisternis. Ze zijn een schakeltje in Gods reddingsplan. Wie zou hen ooit vergeten!

(…) Toen ze (Jochebed – (1)) geen kans zag haar zoon nog langer verborgen te houden, nam ze een mand van ​papyrus, bestreek die met pek en teer, legde het ​kind​ erin en zette de mand tussen het riet langs de oever van de ​Nijl. 4 De zuster van het ​kind​ ging een eind verderop staan, om te zien wat er met hem zou gebeuren.

(…) 10 Toen het kind groot genoeg was, bracht ze het naar de dochter van de ​farao. Deze nam het ​kind​ aan als haar eigen zoon. Ze noemde hem ​Mozes, ‘want,’ zei ze, ‘ik heb hem uit het water gehaald.’ (Uit Exodus 2)

(1) Bij het zoeken op internet was de naam van de moeder van Mozes zo gauw niet te vinden in ‘de biografiën’ van Mozes… Typerend?!

Bron tekst:  Bijbels Dagboek – Dag in dag uit 2018 – 2-3 februari – Leger des Heils | Ark Media

Bron afbeelding:  YouTube – Audio Video Bible

Exodus 1 17 - But the midwifes - YouTube

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Kinderen krijgen en opvoeden in/voor deze tijd?

Gered uit de doodsrivier in een biezen-arkje…

(…) 22 Toen gaf de ​farao​ aan heel zijn volk het bevel om alle Hebreeuwse jongens die geboren werden in de ​Nijl​ te gooien; de meisjes mochten in leven blijven. (Uit Exodus 1)

(…) 1 Een man uit de ​stam​ Levi​ trouwde met een vrouw uit diezelfde ​stam. 2 Zij werd zwanger en bracht een zoon ter wereld. Het was een mooi ​kind​ en ze hield het verborgen, drie maanden lang. 3 Toen ze geen kans zag haar zoon nog langer verborgen te houden, nam ze een mand van ​papyrus, bestreek die met pek en teer, legde het ​kind​ erin en zette de mand tussen het riet langs de oever van de ​Nijl. 4 De zuster van het ​kind​ ging een eind verderop staan, om te zien wat er met hem zou gebeuren.

(…) 9 De dochter van de ​farao​ zei tegen de vrouw: ‘Neem dit ​kind​ mee en voed het voor me. Ik zal u ervoor betalen.’ De vrouw nam het ​kind​ mee en voedde het. 10 Toen het groot genoeg was, bracht ze het naar de dochter van de ​farao. Deze nam het ​kind​ aan als haar eigen zoon. Ze noemde hem ​Mozes, ‘want,’ zei ze, ‘ik (!) heb hem uit het water gehaald (gered).’ (Uit Exodus 2)

(…) Zij werd zwanger… (vs. 2)

Je houdt je adem in als je het leest: wie durft er nog kinderen te krijgen onder zo’n regiem?

Wat zal er van dit kind worden?

Dat heeft Mozes’ moeder zich ongetwijfeld afgevraagd. Wat is er door haar heen gegaan toen de dag van de geboorte naderde? Ze baarde een zoon en zag dat hij goed was. Dan breekt de onderduiktijd aan. Hoe houd je een kind verborgen voor mensen? Dat kan maar een beperkte periode…

Samen met haar dochter bedenkt ze een plan om hem in leven te houden. In de tijd dat alle eerstgeboren jongetjes in de Nijl worden verdronken, heeft ze geen andere keus. Ze gaat haar kind aan het water toevertrouwen. Ze maakt een reddingsarkje van biezen, met pek bestreken, en zet haar zoon in de Nijl.

Is het een gewaagd plan van een wanhopige moeder, of van een moeder die erop vertrouwt dat God haar verborgen kind niet uit het oog verliest?

(…) Mijn ziel smacht naar de redding die U brengt
in Uw Woord (beloften!) heb ik mijn hoop gesteld…
(Psalm 119 : 81)

(…) In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered, 21 en dat water is een voorafbeelding van het water van de Doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van ​Jezus​ ​Christus, 22 die de hemel is binnengegaan en nu aan Gods rechterhand zit, terwijl de ​engelen, machten en krachten aan Hem onderworpen zijn. (Uit 1 Petrus 3)

>>> Opgedragen aan Siem Christoph (Hoogland, 18 januari 2018)
en aan zijn ouders en zusjes! <<<

Bron tekst:  Bijbels Dagboek – Dag in dag uit 2018 – Zondag 4 februari – Leger des Heils | Ark Media

Bron afbeelding:  Grace Baptist Church

Exodus 2 4-6 - Moses and sister Nile - Grace Baptist Church

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

De negenennegentig rechtvaardigen…

(…) 1 Alle ​tollenaars​ en zondaars kwamen Hem opzoeken om naar Hem te luisteren. 2 Maar zowel de Farizeeën als de ​Schriftgeleerden​ zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’

3 Jezus​ vertelde hun toen deze ​gelijkenis: 4 ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? 5 En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders 6 en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” 7 Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben. (…)

Aan wie moeten we denken bij die negenennegentig rechtvaardigen? Laten we er goed acht op geven in welke situatie en waarom en m.n. aan wie Jezus deze gelijkenis vertelt en voorhoudt.

We moeten heel goed beseffen dat Jezus deze gelijkenis vertelt met het oog op de woorden en de houding van de Farizeeën en Schriftgeleerden. Dat waren de dominees en theologen, zeg maar de kerkleiders, in het Israël van die tijd.

Met het beeld van de herder en de kudde(n) waren zij vanuit ‘het OT’ vertrouwd, alleen hadden zij de kudde ingeperkt (vanwege hun ‘theologische visie’) tot de vrome mensen die heel trouw naar de synagoge kwamen en hun woorden zo goed begrepen hadden, dat ze heel plichtsgetrouw (volgens hun leraars ‘Wetsgetrouw’) het onderwijs van deze kerkleiders en alles wat daaraan vastzat opvolgden en in praktijk brachten.

De andere (merendeel Joodse) mensen, die voor een groot deel zich wel aan de sabbat hielden en dan in de synagoge kwamen, werden echter toch gezien als “de schare die de Wet niet kent” en dan had je natuurlijk ook nog “de zondaars en de tollenaars” onder Gods volk (die kwamen zeker óók in de synagoge) en er waren natuurlijk – niet te vergeten – ook heel wat heidenen in het land. Die mensen konden natuurlijk niet tot de ‘ware kudde’ worden gerekend…

Op de sabbat konden de mensen in de synagogen te horen krijgen, hoe ze als rechtvaardigen konden (gaan) leven en door-de-weeks konden ze dat op straat en in de tempel afleiden uit het voorbeeldig gedrag van de Farizeeën en Schriftgeleerden en dan verder nog van een ijverige groep volgelingen van deze ‘Schrift-wijze mannen’, die hun onderwijs “op de voet” volgden.

Dus die negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering (meer) nodig hadden, daarmee doelde Jezus toen niet op al het ‘kerkvolk’, dat op de sabbat in de synagoge kwam, maar hij bedoelde de “upper-ten” van en in de synagoge. De groep mensen waar je – volgens de toenmalige kerkleiders dan – wat aan had bij en voor de dienst aan God. En de rest van de Joodse mensen daar in Israël en in de synagogen, tja die hing er eigenlijk maar wat bij, in hun ogen althans…
Maar juist die groep mensen heeft Jezus op het oog wanneer hij spreekt over dat ene schaap, dat aan het dwalen is en gezocht en gered moet worden (zie bijv. ook Psalm 119 : 176, en hoe vaak spreekt deze Psalmdichter er niet over dat hij gezocht en gered moet worden!)

Maar de Farizeeën en Schriftgeleerden waren helemaal ongevoelig geworden voor het Levende Woord van God. Zelfs toen dat “in Levende Lijve” voor hen stond en hen het onderwijs uit “de Schriften” gaf dat ze nodig hadden. Ze voelden zichzelf volkomen gedekt door hun eigen uit “de Schriften” gedestilleerde leer (theologie) , en nou ja, voor de paar zonden die ze dan mogelijk zo nu en dan nog deden, daarvoor hadden ze toch  ‘hun verzoeningsdienst’ in de tempel… Zij en zich nog moeten bekeren? Het zou wat!

Bron Bijbelteksten:  Lukas 14 en 15 (NBV) – debijbel.nl – Nederlands Bijbelgenootschap.

Bron afbeelding:   Schriftstudies

Bidden - De farizeeër en de tollenaar - Schrifstudies

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Jezus zorg…

(…) 25 Grote mensenmenigten trokken met ​Jezus​ mee. Hij wendde zich tot hen en zei: 26 ‘Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en ​kinderen​ en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn ​leerling​ zijn. 27 Wie niet zijn ​kruis​ draagt en mij op mijn weg volgt, kan niet mijn ​leerling​ zijn.

28 Want wie van jullie die een ​toren​ wil bouwen gaat niet eerst de kosten berekenen, om te zien of hij wel genoeg heeft voor de bouw? 29 Als hij het fundament gelegd heeft maar de bouw niet kan voltooien, zal iedereen die dat ziet hem uitlachen 30 en zeggen: “Die man begon te bouwen, maar het karwei afmaken kon hij niet.”

31 En welke ​koning​ die eropuit trekt om met een andere ​koning​ ​oorlog​ te voeren, zal niet eerst bij zichzelf te rade gaan of hij wel met tienduizend man kan optrekken tegen iemand die met twintigduizend man tegen hem oprukt? 32 Als hij dat niet kan, stuurt hij eerst, wanneer de troepen nog ver van elkaar verwijderd zijn, een gezant om naar de voorwaarden voor ​vrede​ te vragen.

33 Zo geldt ook voor jullie: wie geen afstand doet van al zijn bezittingen, kan mijn ​leerling​ niet zijn. 34 Zout is iets goeds. Maar als ook het zout zijn smaak verliest, hoe kunnen we het dan zijn kracht teruggeven? 35 Ook voor de bemesting van de grond is het niet meer bruikbaar, dus wordt het weggegooid. Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’

(…) 1 Alle ​tollenaars​ en zondaars kwamen Hem opzoeken om naar Hem te luisteren. 2 Maar zowel de Farizeeën als de ​Schriftgeleerden​ zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’

3 Jezus​ vertelde hun toen deze ​gelijkenis: 4 ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? 5 En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders 6 en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” 7 Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben. (…)

Bron tekst:  Lukas 14 en 15 (NBV) – debijbel.nl – Nederlands Bijbelgenootschap.

Bron afbeelding:  Pinterest

Lukas 15 7 - more joy in heaven over one sinner - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

‘Het onze vader uitgelegd voor de eenvoudigen’, 1519 (13)

(…) “Allereerst: Om die reden heb ik eerder deze eerste bede een onbegrensde genoemd, de belangrijkste, die alle andere omvat. Als iemand in staat zou zijn om Gods naam volmaakt te heiligen, zou hij niet langer het Onze Vader nog hebben te bidden. Als iemand zo heilig is dat gezegd kan worden dat zo iemand zich niet bezig hield of houd met zijn eigen eer of met enig bezit, dan zou zo iemand inderdaad heilig zijn en de naam van God zou volkomen geheiligd zijn in die persoon.

Zo iemand vinden we echter niet op deze aarde, maar alleen in de hemel. Daarom moeten we bidden en pleiten zolang we leven dat God Zijn naam in ons zal heiligen. Alle mensen zijn lasteraars van Gods naam, sommigen in grotere, anderen in mindere mate, ook al weigeren arrogante heiligen dit te geloven.

Daarom heb ik ook gezegd dat dit gebed niet alleen een smeekbede is, maar ook een heilzame les en een aanwijzen (indicator) van ons ellendige en vervloekte leven op aarde, die de mens in zijn zelf-achting vernedert. Als we nu bidden dat Gods naam in ons geheiligd wordt, betekent dit dat Zijn naam nog niet heilig in ons is – als dat zo was, zouden we er niet om hoeven te bidden!

Dit impliceert verder dat we tijdens ons leven Gods naam verontreinigen, lasteren, te schande maken, omlaag halen en ontheiligen. We getuigen met ons eigen gebed en met onze mond dat we (van nature en daardoor op allerlei manieren in de praktijk van alledag – AJ) godslasterlijk (bezig) zijn.

In de hele Schrift weet ik geen andere passage die ons leven meer aanklaagt en verdoemt dan deze bede. Wie kan er vrolijk en trots blijven, die in het Onze Vader zoveel grote en afschuwelijke zonden van zichzelf belijdt, bijvoorbeeld dat we Gods naam onteren, dagelijks het tweede gebod schenden en Gods naam ijdel gebruiken? (1)”

Bron tekst: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 91, 38 – 92, 26 (translation used: Luthers Works, American Edition, deel 42, blz. 33/34)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de Engelstalige versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, you can use the web-form located on the homepage of the website www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(1) Zie bijvoorbeeld wat hierover in de Heidelbergse Catechismus Zondag 36 wordt gezegd.

(…) Vloekers en lasteraars van God, dat zijn niet alleen de mensen die de mond vol hebben van Zijn Naam, maar dat zijn ook die mensen die Zijn Naam niet noemen. Ga het maar na in uw eigen leven. Het is bijzonder pijnlijk als iemand die u niet gunstig gezind is, kwaad van u spreekt. Dan voelt ge die betrekking tussen uw naam en uw wezen. U bent op uw naam gesteld, omdat uw naam iets uitdrukt van uw persoon. Maar u vindt het, het allerergste, wanneer iemand u mijdt, wanneer iemand niets meer met u te doen wil hebben. Wanneer hij zelfs de moeite niet meer neemt om uw naam te schelden of in een kwaad daglicht te stellen. Dat is het allerpijnlijkste en zeker als dat gebeurt door iemand, die uw vriend geweest is of een van uw naaste familieleden. Dan is er haast niets pijnlijker denkbaar dan dat zo iemand uw naam niet meer noemt…

Bron afbeelding:  Pinterest

Johannes 17 19 - I sanctify Myself - Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

Verzoeking en bewaring… (I)

(…) 5 Maar toen ze het ​kind​ gebaard had – een zoon, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden –, werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon.
(Uit Openbaring 12)

N.a.v. Openbaring 12: 1-17 (Zie deels onderaan)

De geheimtaal van de vervolgde Kerk – in het laatste bijbelboek – is mede ontleend aan het Oudtestamentische boek Exodus: het volk van God – Israël – is ternauwernood ontkomen aan de Farao en diens legers, aan de opengesperde muil van de draak. Door doodsnood heen leidt de HERE zijn volk de woestijn in. Daar voedt Hij de zijnen met brood uit de hemel, manna, ‘brood der engelen’ (Psalm 78).

Johannes ziet en hoort een vrouw in barensnood. Een vrouw op haar zwakst. Zij staat op het punt een zoon te baren. ‘In barenssmarte’ schreeuwt zij het uit. Tijdens de weeën ontwaart zij een grote rode draak, een dynosaurus. Deze staat vlak voor de vrouw, met geen andere bedoeling dan het kind, zodra het is geboren, te verslinden.

Reeds vroegchristelijke uitleggers van Openbaring 12 hebben in de Vrouw de Kerk gezien, de gelovigen uit Israël (12 stammen) en uit de volkeren (12 apostelen) (zie vs. 1 ). Israël was in verwachting, zag uit naar de vervulling van de Moederbelofte in het Paradijs (Genesis 3): ‘Ik zal vijandschap zetten, satan, ‘oude slang’ (Openbaring 12 : 9), tussen u en deze vrouw, tussen uw nageslacht en dat van haar. “Ik zál!’, satan. Ik zeg het je alvast. Jouw kop gaat eraan.’

Sindsdien is er een vreselijke oorlog gaande. In het geding is de beloofde Messias. De strijd van de Farao tegen Israël is ten diepste opstand tegen ‘de HERE en zijn Christus‘ (Psalm 2). In het boek Exodus horen wij de schreeuw van de vrouw in doodsnood. Door het hele Oude Testament heen klinken angstkreten. Aan angsten ontzetting komt geen einde, ook niet wanneer het Kind is geboren. De oorlogssituatie zet zich voort in de geschiedenis van Israël en van de Kerk. De Vrouw is geen partij voor het monster. Haar Kind is bij voorbaat ten dode opgeschreven.

En toch… er gebeurt niet wat er voor de hand ligt en wat Johannes vreest. Het Kind wordt geboren en in een ondeelbaar ogenblik ‘weggerukt tot God en zijn troon’ (vs. 5). De Evangeliën vertellen ons dat het ondeelbaar ogenblik 33 jaar omspant: de tijd tussen de ontvangenis en de geboorte van Jezus – want om Hem gaat het! – en zijn hemelvaart. Wat er tussentijds ‘is geschied’, krijgt Johannes in de visioenen op Patmos niet te zien.
Die 33 jaar behoeft hij niet te beschrijven, want dat heeft hij gedaan in het vierde Evangelie. Hier en nu ligt de nadruk op de overwinnende macht van Christus. Met Hem wordt de vervolgde Kerk vertroost en bemoedigd. Hoe satan ook te keer gaat, hij heeft het nakijken!

(Wordt vervolgd…)

(…) 1 Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd. 2 Ze was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en haar barensnood. 3 Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode ​draak, met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een ​kroon. 4 Met zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. De ​draak​ ging voor de vrouw staan die op het punt stond haar ​kind​ te baren, om het te verslinden zodra ze bevallen was. 5 Maar toen ze het ​kind​ gebaard had – een Zoon, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden –, werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon. 6 De vrouw zelf vluchtte naar de woestijn. God had daar een plaats voor haar gereedgemaakt, waar twaalfhonderdzestig dagen lang voor haar gezorgd zou worden. (Uit Openbaring 12)

Bron tekst:  “Verzoeking en bewaring” meditatie van M. Verduin (Zeist) in Ecclesia nr. 2 – januari 2018.

Bron afbeelding:  SlideShare

Openbaring 12 1-5 - The woman and the Male Child - SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

De Enige Oorzaak van onze terugkeer en vernieuwing…

(…) Breng ons terug tot U Here, opdat we weer zullen thuiskomen*.
Vernieuw en verheug ons zoals eertijds! (Klaagliederen 5 : 21)

Er is geen hoop voor Gods volk tenzij God hen doet inkeren en terugkeren van hun zelf gekozen wegen waarop ze glibberen en glijden in zonde en ongeloof.
Het boek Klaagliederen is het verdrietigste en somberste boek in de Bijbel. God had zelfs Zijn oogappel niet meer ontzien: Jeruzalem.

De Heer gaf Zijn toorn de volle loop; De HEER heeft Zijn woede uitgevierd, zijn brandende toorn uitgegoten, Hij heeft in Sion een vuur ontstoken dat haar fundamenten verteert. (Klaagliederen 4 : 11)
Hij heeft daar iedereen weggevaagd die wat betekende in onze ogen. (Klaagliederen 2 : 4) De Heer heeft haar in droefheid gedompeld vanwege de veelheid van haar overtredingen. (Klaagliederen 1: 5)

Maar, hoe eindigt dan dit Bijbelboek? – Het eindigt met de enige hoop Die er is:

Zorgt U ervoor dat we terugkeren, o Heer, opdat we tot U zullen terugkeren! (Klaagliederen 5 : 21, eigen vertaling JP)
Dat is onze enige hoop – en de enige hoop voor ieder mens en heel de mensheid!

Jezus zei tegen Petrus: “Simon, ​Simon, zie, de ​satan​ heeft jullie allen opgeëist om je te ziften als de tarwe. Maar Ik heb voor jullie ​gebeden​ dat jullie geloof niet ophoudt. En jij, wanneer je weer tot inkeer gekomen bent, versterk dan je broeders.” (Lukas 22 : 31-32).

Hij zegt niet “indien je terugkeert“, maar “wanneer je terugkeert“. Ik heb voor je (jullie!) gebeden! Je zult terugkeren. En wanneer je dat doet, dan is dat vanwege Mijn soevereine Genade, Die je terugbracht uit de afgrond van afvalligheid.

Mede-gelovige(n), dit geldt ook voor u/jullie. Dit is onze enige hoop voor ons volhouden in het geloof. Laten we dáárin onze dankbaarheid en vreugde vinden!

Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God Zelf spreekt hen vrij. Wie zal hen veroordelen? ​Christus​ ​Jezus, Die gestorven is, wat meer is, Die is ​opgewekt​ en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons. (Romeinen 8 : 34)

Hij staat garant voor onze inkeer en wederkeer. Daarom: “Hij, Die de macht heeft u voor struikelen te behoeden… aan Hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht, vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid. (Judas 1 : 24–25). Amen!

* Eigen bewerking (AJ) van de tekst, denk hierbij aan de gelijkenis van de ‘verloren zoon’.

Bron tekst: Meditatie van John Piper. Deze meditatie werd eerder (deze week) in de Engelse taal geplaatst op Facebook door pastor Paul Zadok (Uganda)

Bron afbeelding:  YouTube

Klaagliederen 5 21 - Restore us, O Lord - YouTube

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Gods volk: allereerst een priesterlijke zaak/taak…

En het (profetisch) getuigenis (geven) dan?

Omdat bij God de (vergevende) Liefde en daarom ook bij en onder Gods volk deze Liefde voorop staat en gaat, daarom is het getuigenis van Gods volk allereerst haar priesterlijke aanwezigheid in deze wereld en de priesterlijke taak die zij daarin en daarmee in deze wereld te onderhouden en vervullen heeft. Het (profetisch) getuigenis geven met de mond (en daad) – aan elkaar en aan “de wereld” – kreeg en houdt daarin altijd een ondergeschikte (tweede) plaats. Dit vanwege de hoge weg van Gods Liefde, de Liefde voor Zijn volk en voor heel deze wereld – zoals uiteindelijk voluit geopenbaard in en door het lijden en sterven onze Hogepriester Jezus Christus op deze aarde en door Zijn opstanding en hemelvaart. Het dragen en uitdragen van die Liefde (vergevende Liefde! – vanwege ‘onze val’ in het Paradijs), die dus toch allereerst en vooral reeds blijkt uit en bewezen wordt in (binnen) de aanwezigheid van Gods volk in deze wereld, daar hebben wij als Gods kinderen, als gemeente van Jezus Christus, hier op aarde, allereerst naar te streven en die koninklijke Weg hebben wij steeds weer in de eerste plaats zelf te zoeken en te gaan.

Dat dit priesterlijke voorop staat en gaat wordt ook heel de Bijbel door aangewezen en ons voorgehouden. En het gaat hierbij dan in de eerste plaats om de Liefde tot God en om de onderlinge liefde zoals we die bij de kinderen van Gods volk vinden! Het getuigenis dat daarvan uitgaat, samen met het gebed dáár voor “de wereld” die getuigen nog het allerhoogst en allermeest aan de wereld dat wij een God hebben die (vol van) Liefde is en barmhartig en genadig en Die niet wil dat wij verloren gaan, maar dat we tot erkentenis van de Waarheid komen: Gods Zoon ons gegeven tot een volkomen verzoening van al onze zonden, ja zelfs van die van de hele wereld. En de kracht van de Heilige Geest werkt mee om de wereld daarvan te overtuigen wanneer Christus gemeente(n) van en bij die Waarheid leven.

Hieronder een aantal teksten waarin dat – die eerste plaats van de priesterlijke aanwezigheid aan de orde wordt gesteld:

(…) 4 “Jullie hebben gezien hoe ik ben opgetreden tegen Egypte, en hoe Ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij Mij heb gebracht. 5 Als je Mijn woorden ter harte neemt en je aan het ​verbond​ met Mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor Mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken – want de hele aarde behoort Mij toe. 6 Een koninkrijk van ​priesters​ zul je zijn, een ​heilig​ volk.” Breng deze woorden aan de Israëlieten over.’ (Uit Exodus 19)

(…) 9 Maar u bent een ​uitverkoren​ geslacht, een koninkrijk van ​priesters, een ​heilige​ natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar Zijn wonderbaarlijke licht. 10 Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk; eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken. (Uit 1 Petrus 2)

(…) 21 Allereerst vraag ik dat er voor alle mensen ​gebeden​ wordt, dat er smeekbeden, voorbeden en dankgebeden voor hen worden uitgesproken. 2 Bid​ voor alle koningen en gezagsdragers, opdat we rustig en ongestoord kunnen leven, in alle vroomheid en waardigheid. 3 Dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Redder, 4 Die wil dat alle mensen worden gered en de Waarheid leren kennen. 5 Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens ​Christus​ ​Jezus, 6 Die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd. 7 Om dit te verkondigen ben ik als ​apostel​ aangesteld. Ik spreek de waarheid, ik lieg niet – ik ben aangesteld als leraar voor de heidenen om hun het geloof en de Waarheid te onderwijzen. 8 Ik wil dat bij iedere samenkomst de mannen met geheven handen ​bidden, vol toewijding, zonder wrok of onenigheid. (Uit 1 Timoteüs 2)

(…) 9 En ze zetten een nieuw ​lied​ in: ‘U verdient het om de ​boekrol​ te ontvangen en zijn ​zegels​ te verbreken. Want U bent geslacht en met uw bloed hebt u voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke ​stam​ en taal. 10 U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot ​priesters​ gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.’
11 Daarna hoorde ik het geluid van een groot aantal ​engelen​ rondom de troon, de wezens en de oudsten; het waren er oneindig veel, tienduizend maal tienduizenden, duizend maal duizenden. 12 Met luide stem riepen ze: ‘Het Lam dat geslacht is, komt alle macht, rijkdom en wijsheid toe, en alle kracht, eer, lof en dank.’ 13 Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan Hem die op de troon zit en aan het Lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’ (Uit Openbaring 5)

Bron afbeelding:  SlideShare

Exodus 19 6 - Kingdom of priests - SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie