Onze ‘gevoelde’ verplichtingen… (I)

(…) 19 U, die zo verstandig bent, verdraagt dwazen toch met het grootste gemak. 20 Tenslotte verdraagt u het ook dat men u tiranniseert, uitzuigt, onderwerpt, zich boven u verheft en u beledigt. 21 Nu, ik moet u tot mijn schande bekennen dat wij daarvoor te zwak zijn geweest. (Paulus in 2 Korintiërs 11)

Over (ons opgelegde/georganiseerde)
“wettische” en “evangelische” plichtplegingen…

Plichten verdoemen meer mensen dan de zonde“…
(Uitspraak van Augustinus)

(…) Als een zondaar tot Christus komt, moet hij de dood schrijven op zijn godsdienstige plichten. Zolang ik immers op mijn plichten blijf steunen, zal ik nooit Christus omhelzen. Want om voor God – dat is: door het geloof – te leven, moet ik door de wet aan de wet sterven (Galaten 2 : 19).

Paulus zegt daarom tegen de Galaten:Christus is u ijdel (nutteloos) geworden, die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen’ (Galaten 5 : 4). Daardoor ging de jonge man, die zo met zichzelf ingenomen was, bedroefd bij Jezus weg  (Markus 10 : 22). Daardoor vond de hoogmoedige Farizeeër die op zijn plichten steunde, geen genade – in tegenstelling tot de (van zijn zonden overtuigde) ootmoedige tollenaar. Daarom zegt de Zaligmaker dat hoeren en tollenaars, die geen godsdienstige plichten hadden om daarop te vertrouwen, zullen vóórgaan in het Koninkrijk.

Wij kunnen en zullen echter nooit van onze godsdienstige plichten afgebracht worden dan alleen door verootmoedigende genade. Wij zitten immers van nature vastgekleefd aan de wet; de wet is als het ware een bolwerk waarin we ons verschanst hebben. De wet is volgens Romeinen 7 onze eerste en geliefde man. Zelfs in de besten van Gods kinderen heerst nog vaak een wettische geest.

Daarom komen wij niet tot Christus, zolang wij nog op onze godsdienstige plichten steunen. Daarom zei vader Augustinus dat plichten meer mensen verdoemen dan de zonde. En Luther stelde: ‘Wacht u niet alleen voor uw zonden, maar ook voor uw plichten. Het is werkelijk waar, als iemand op zijn godsdienstige plichten vertrouwt, bouwt hij náást het fundament, en loopt hij gevaar om eeuwig verloren te gaan.

(…) Wanneer men net als Paulus waarde hecht aan zijn godsdienstige verplichtingen, is dat niet goed. Toen hij nog onbekeerd was, zag hij het uitvoeren van zijn plichten als winst, maar toen hij verootmoedigd werd, was allesschade en drekvoor hem.

(…) Ambrosius zei:Het is onvergelijkelijk zaliger iets van Christus in ons hart te gevoelen om daardoor vernederd en verootmoedigd te worden dan dat wij ons tienduizend keer in het hart verruimd voelen door het waarnemen van onze plichten.’

(Wordt vervolgd…)

Bron tekst:  Reveil-serie – “Nodig is de Evangelische verootmoediging“, ‘verhandeling’ van Theodorus Avinck, Uitgave Stichting “Smytegelt-Fonds” (No 541, januari-februari 2018)

Zie evt. ook nog:
Wie zijn de negenennegentig rechtvaardigen?
Kinderen krijgen en opvoeden in deze tijd…

Bron afbeelding:  RD Boeken – “Taalrubriek: door de wol geverfd” door Rudy Ligtenberg

Een wit schaap heeft zich kleurrijker en opvallender laten/willen maken
en een zwart schaapje met toch (opvallend!) het doopwit op z’n voorhoofd…

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s