Bezeten wereld… (III)

Noach’s profetisch privé

Geloven is in de brief aan de Hebreeën niet leven bij de dingen die een mens ziet, maar leven bij en zich laten beheersen door de dingen die niet gezien worden, die door God Zelf zijn geopenbaard in Zijn belofte. Geloven is horen naar, ingewonnen worden door en leven bij het Woord dat God spreekt, dwars tegen de werkelijkheid van de feiten in (…)

Tekenend wordt gezegd in Hebreeën 11 : 7, dat Noach bevreesd is geworden. Betekent dat dat Noach een klein bang mannetje wordt, dat met kadavergehoorzaamheid gaat doen wat de Heere hem opdraagt? Heeft het angstmotief zijn daden bepaald? Er wordt uit angst veel gedaan en veel gelaten, maar wie uit angst handelt, kan nooit overtuigend handelen, omdat hij zelf in de grond van de zaak niet overtuigd is.

Het gaat hier om een heel ander soort vrees. Heilige vrees; eerbied; respect voor de Heere Zelf. Noach weet wie de Heere is en reageert in heilige eerbied op wat de Heere hem uitlegt en opdraagt.

Noach laat zich instrueren.
Het profetische privé wordt steeds inniger.
Noach wordt steeds meer Gods vertrouweling.

Het is geen kleine zaak die de Heere aan de orde stelt: de ondergang van de oude wereld en tegelijk het plan voor een nieuwe wereld, Noach moet de geschiedenis van de oude wereld afsluiten met Gods laatste geschenk aan die ondergaande wereld: de oproep tot bekering. Hij mag de geschiedenis van de nieuwe wereld beginnen door daar Gods Naam aan en uit te roepen.

Hij kan deze overgang meemaken door een ark te bouwen. De ark, die de ondergang predikt en de toekomst opent. Noach heeft in zijn leven reeds ja gezegd tegen de Heere en zijn leven was een voortdurend nee tegen de wereld van zijn dagen. Daarom blijft Noach trouw aan zijn ja en laat hij zich instrueren om nee te kunnen blijven zeggen én doen, dwars tegen alles in.

Als zijn leven niet door Gods aanspraak was gevoed en als zijn God hem niet zo duidelijk had geïnstrueerd was Noach niet geworden wat hij geweest is: Gods profeet in twee werelden!

Bron tekst: “Noach, profeet in twee werelden“, ds. J.H. Velema, Den Hertog B.V. – Houten

Zie eventueel ook nog:

Bron afbeelding:  Pinterest

Hebreeën 11 7 - Noach's vrees voor God - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Aardse en hemelse notities…

Poëzie en profetie…

Toch ziet U de pijn en het verdriet, U merkt het op en weegt het in Uw hand.
(Psalm 10 : 14)

(1) U wilde de poëzie tot nut der mensheid aanwenden?
(…) de regels voor deze nieuwe gedichten kwamen niet aangevlogen uit het heelal. Ze kwamen voort uit iets concreets, iets grijpbaars. Iets wat ik zag. Een beeld dat op mijn netvlies brandde.’

Een van de gedichten in de bundel heet ‘Notitie’.

Ik zag een jongetje zitten
verwezen op een stoeltje
bedekt met bloed
en asgrauw puinstof
onder een huis weggehaald
met bommen bestookt
door Assads moordenaarstroep
dit gedicht helpt hem niet

Heeft uw strijdbaarheid ook met uw leeftijd te maken?
‘Ja, daar zat ik net aan te denken. Ik wil de dingen nú vastpakken, niet loslaten. Ik moet het zeggen voor ik weg ben. Ik kan niet meer te slordig met mijn tijd omspringen. Een doel voor ogen hebben. Al moet ik er wel bij zeggen dat ik niet zeker weet dat alles wat ik schrijf van nu af aan zo direct en geëngageerd zal zijn.’

Vraagt deze tijd daarom?
‘Weet je aan welk gedicht ik veel heb moeten denken toen deze gedichten eenmaal op papier terecht waren gekomen? Aan ‘Het lied der achttien dooden’ van mijn vader, Jan Campert. Aan het verzet dat uit dat gedicht spreekt.’

Hij citeert een viertal regels van zijn vader uit het hoofd:

Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar ’t hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar

(1) In zijn nieuwe dichtbundel Open ogen toont Remco Campert (88) zich directer en geëngageerder dan ooit. Hij kon ook niet anders.

Bron tekst: de Volkskrant (via Blendle) – “Wat deze ogen zagen” door Onno Blomfoto

Zwakken en armen zuchten onder het geweld –
‘Om hen sta Ik op,’ zegt de HEER,
‘Ik breng de redding die zij verlangen.’
De woorden van de HEER zijn zuiver
als zilver, gesmolten in de smeltkuil,
gelouterd tot zevenmaal toe.
(Uit Psalm 12 : 6-7)

Bron afbeelding: Inspirational Image

Psalm 12 5 - For the poor and oppressed - Inspirational Image

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Het ‘onze Vader’ achterstevoren bidden…

Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome, Uw Wil geschiede’

Over de volgorde van het Onze Vader

(1) “Ten slotte wil ik ook nog iets zeggen over de volgorde van het Onze Vader, namelijk dat dit volmaakte gebed ook in de juiste volgorde moet worden gebeden. De eerste, de tweede en de derde bede: ‘Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome, Uw wil geschiede’, betreffen het belangrijkste wat wij van God kunnen bidden. Alles wat daarop volgt, moet onderworpen zijn aan de heiliging van Gods Naam, de komst van Gods Rijk en het geschieden van Gods wil. (…)

De laatste bede ‘maar verlos ons van het kwade’, dient ons als voorbeeld dat wij het kwade het laatste moeten afbidden. Dat is twist, duurte, oorlog, pest, allerlei rampspoed en alles wat pijn en verdriet doet aan lichaam en ziel, tijdelijk of eeuwig. Wij mogen het kwade wél afbidden, maar alleen in overeenstemming met de volgorde van het Onze Vader.

Waarom? Er zijn zoveel mensen die God en de heiligen eren en aanroepen, alleen om van het kwade verlost te worden – dat is het wat ze zoeken en bedoelen! Zij denken er zelfs niet aan dat Gods eer, Rijk en wil eerst moeten komen. Het gaat alleen om hun wil, hun rijk en hun eer en zodoende bidden zij dit gebed achterstevoren. Zij beginnen aan het eind en komen nooit meer bij het begin en willen slechts van het kwade verlost worden. Of het tot Gods eer of niet tot Gods eer, of het wel volgens Gods wil of niet volgens Gods wil is, maakt hen niets uit.

Een gelovig mens echter zegt: ‘Lieve Vader, het verdriet en leed drukken mij neer, ik heb veel tegenspoed en beproevingen, ik ben bang voor de dood en de hel – verlos mij toch! Maar niet als het niet dienstbaar is tot Uw eer en in overeenstemming is met Uw wil. Uw eer en wil zijn mij liever dan al mijn rust en gemak, tijdelijk en eeuwig.’

Kijk, dat is een aangenaam en goed gebed, en het wordt
in de hemel zeker verhoord.”

Maarten Luther: Auslegung deutsch des Vaterunsers für die einfältigen Laien, 1519, vgl. o.a. WA 2, 126, 5 22

(1) In 1519 publiceerde Luther zijn geschrift Het Onze Vader uitgelegd aan eenvoudige leken. Al eerder was er een Latijnse vertaling verschenen van een prekenserie (1517) van Luther over het Onze Vader onder redactie van Johann Schneider, een leerling van Luther, beter bekend als Agricola (1494-1566). Luther was met deze Latijnse uitgave van Schneider niet erg ingenomen. Liever wilde hij een boekje in de volkstaal over het Onze Vader samenstellen. Dat heeft Luther dan ook gedaan. Uit de titel van de Duitse uitgave (1519) blijkt dat deze versie in de volkstaal inderdaad voor ‘eenvoudige leken’ bedoeld was, of anders gezegd: voor de eenvoudige christenen die niet of nauwelijks Latijn konden lezen of verstaan.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com en van onze website: http://www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Bron afbeelding:  SlideShare

Het Onze Vader - Volgorde - SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Bezeten wereld… (II)

(…) 5 De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. 6 Hij kreeg er spijt van dat hij mensen had gemaakt… (Uit Genesis 6)

(…) De tijd waarin Noach opgroeide, volwassen werd en met God begon te wandelen, was een boze, goddeloze, door en door verworden tijd.

In Lamechs tent – de Lamech uit de linie van het slangenzaad – ontwikkelt zich de cultuur dank zij het trio zonen, dat, gevarieerd begaafd, de mensheid met hun talenten voortgestuwd heeft in de vaart van de tijd. (…) Zo wordt de mens in staat gesteld de aarde te bewerken en te beheersen en ook om ervan te genieten.

Is dat verkeerd? Op zichzelf genomen niet. Noach zal later bij de bouw van de ark geprofiteerd hebben van verschillende uitvindingen van Lamechs zonen. Maar cultuur en techniek, koopmanschap en natuurbeheersing maken de mens gemakkelijk hoogmoedig. Wat hebben wij het heerlijk ver gebracht! Hoe groot zijn wij. Hoe sterk is zijne majesteit de mens!

Dat kweekt een eigen mentaliteit en dat geeft een eigen levensinstelling die hoe langer hoe meer mens- en aarde-gericht wordt. Hier leven wij en hier kunnen wij wat presteren. Hier zijn wij groot en sterk. Wat ontbreekt ons nog? Het gaat alles steeds beter, steeds vlotter, steeds prettiger. Wat kunnen we roemen op onze kracht.

Daar ging een geweldige invloed van uit en dat had aantrekkingskracht op alle inwoners van die wereld. Ook op het geslacht van Seth.  Nu het slangenzaad zo voorspoedig is en de vooruitgang op elk gebied ongekend is, gaan de kinderen van Seth er langzamerhand anders over denken. We kennen die redenering maar al te goed: het is toch niet alles verkeerd; we kunnen er veel van gebruiken; moeten we nu altijd zo scherp tegenover elkaar staan; kunnen we elkaar niet als mensen tegemoet treden?

Opmerkelijk is de vermelding aan het begin van Genesis 6, dat de zonen Gods zich gingen vermengen met de dochters der mensen.  Het aannemelijkste hierbij is de gedachte dat met die zonen Gods de kinderen uit het gelovige geslacht van Seth zijn bedoeld, die bekoord zijn door de schoonheid, de erotische aantrekkingskracht van de vele meisjes uit het geslacht van Kaïn.

De grenzen worden uitgewist – geruisloos. Er wordt geen andere leer geleerd (!), maar het geloof functioneert niet meer. De natuur is sterker dan de leer. De macht van het vlees is zo enorm sterk. En het was al zo lang geleden dat vader Seth leefde en dat men in Enos’ dagen begon met de publieke eredienst. En die voorvader Henoch en zijn kleinzoon Lamech – ach, dat waren aparte figuren; die stonden toch wat buiten het leven en wisten daardoor niet wat er te koop was.

Het is het bekende procédé, dat het de eeuwen door ‘gedaan’ heeft. Maar de gevolgen zijn verschrikkelijk (1). Er is geen trouw en waarheid meer, generaliserend gesproken. De leugen van het god-loze bestaan wordt veel gemakkelijker geloofd dan de waarheid van het door God beheerste leven. Die beide zijn echter niet en nooit te combineren!

Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen,  u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad. Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is. (Efeze 5 : 15-17)

Bron tekst:  “Noach, profeet in twee werelden“, ds. J.H. Velema, Den Hertog B.V. – Houten

Zie eventueel ook:

Bron afbeelding:  Pinterest

Efeziërs 5 12-15 - Be careful and wise - Pinterest

(1) (…) Bij het totstandkomen van de Protestantse Kerk in Nederland in 2004 raakten veel kerken overbodig. De secularisatie en de ontvolking van het stadscentrum van Den Haag deden er nog een grote schep bovenop. „Als voorbeeld: in Den Haag-Loosduinen had de protestantse gemeente ’s-Gravenhage drie kerken in gebruik. Die zaten vroeger allemaal vol: de Ontmoetingskerk, de Bethelkerk en de Abdijkerk. De Ontmoetingskerk is al gesloten. De Bethelkerk wacht op de dingen die komen gaan. En er wordt nu alleen nog gekerkt in de Abdijkerk en in de Bosbeskapel. En die zitten op zondag dan nog niet eens helemaal vol.”
Kerksluiting is per definitie een negatief proces, zegt ds. Onderstal. „Het veroorzaakt altijd pijn, doet mensen verdriet. Er is echter niet aan te ontkomen. Het geloof is nu eenmaal niet populair meer.” (Bron: RD Kerk & religie – “De verdwenen kerken van Den Haag” door Jan van ’t Hul)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Alles in dankbare dienst aan U…

Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome, Uw Wil geschiede’

Over de volgorde van het Onze Vader

(1) “Ten slotte wil ik ook nog iets zeggen over de volgorde van het Onze Vader, namelijk dat dit volmaakte gebed ook in de juiste volgorde moet worden gebeden. De eerste, de tweede en de derde bede: ‘Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome, Uw wil geschiede’, betreffen het belangrijkste wat wij van God kunnen bidden. Alles wat daarop volgt, moet onderworpen zijn aan de heiliging van Gods Naam, de komst van Gods Rijk en het geschieden van Gods wil. (…)

De laatste bede ‘maar verlos ons van het kwade’, dient ons als voorbeeld dat wij het kwade het laatste moeten afbidden. Dat is twist, duurte, oorlog, pest, allerlei rampspoed en alles wat pijn en verdriet doet aan lichaam en ziel, tijdelijk of eeuwig. Wij mogen het kwade wél afbidden, maar alleen in overeenstemming met de volgorde van het Onze Vader.

Waarom? Er zijn zoveel mensen die God en de heiligen eren en aanroepen, alleen om van het kwade verlost te worden – dat is het wat ze zoeken en bedoelen! Zij denken er zelfs niet aan dat Gods eer, Rijk en wil eerst moeten komen. Het gaat alleen om hun wil, hun rijk en hun eer en zodoende bidden zij dit gebed achterstevoren. Zij beginnen aan het eind en komen nooit meer bij het begin en willen slechts van het kwade verlost worden. Of het tot Gods eer of niet tot Gods eer, of het wel volgens Gods wil of niet volgens Gods wil is, maakt hen niets uit.

Een gelovig mens echter zegt: ‘Lieve Vader, het verdriet en leed drukken mij neer, ik heb veel tegenspoed en beproevingen, ik ben bang voor de dood en de hel – verlos mij toch! Maar niet als het niet dienstbaar is tot Uw eer en in overeenstemming is met Uw wil. Uw eer en wil zijn mij liever dan al mijn rust en gemak, tijdelijk en eeuwig.’

Kijk, dat is een aangenaam en goed gebed, en het wordt
in de hemel zeker verhoord.”

Maarten Luther: Auslegung deutsch des Vaterunsers für die einfältigen Laien, 1519, vgl. o.a. WA 2, 126, 5 22

(1) In 1519 publiceerde Luther zijn geschrift Het Onze Vader uitgelegd aan eenvoudige leken. Al eerder was er een Latijnse vertaling verschenen van een prekenserie (1517) van Luther over het Onze Vader onder redactie van Johann Schneider, een leerling van Luther, beter bekend als Agricola (1494-1566). Luther was met deze Latijnse uitgave van Schneider niet erg ingenomen. Liever wilde hij een boekje in de volkstaal over het Onze Vader samenstellen. Dat heeft Luther dan ook gedaan. Uit de titel van de Duitse uitgave (1519) blijkt dat deze versie in de volkstaal inderdaad voor ‘eenvoudige leken’ bedoeld was, of anders gezegd: voor de eenvoudige christenen die niet of nauwelijks Latijn konden lezen of verstaan.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com en van onze website: http://www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

Bezeten wereld… (I)

(…) 38 Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten ​huwelijk​ geven, tot aan de dag waarop ​Noach​ de ark binnenging, 39 en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. (Uit Matteüs 24)

(…) Noach’s tijd lijkt op onze tijd – zo heeft Jezus het Zelf gezegd. Zijn boodschap heeft ook onze generatie veel te zeggen. Daarom is het actueel om zijn persoon en werk te belichten. We worden er zelf bij betrokken.

(…) Het leven bestaat uit geboren worden, zelf kinderen verwekken en sterven. Zo gaat het al eeuwen achter elkaar. De ene generatie gaat en de andere generatie komt. De moederschoot wordt geopend en de aardeschoot neemt wat uit de moederschoot kwam al weer in zich op. Het gehuil in de wieg wordt overstemd door de klank van de doodsklok. Eentonig dreunen die klokken: en hij stierf, en hij stierf…

Maar die doodszang wordt op twee manieren onderbroken. Henoch is de man, die niet sterft, maar door God wordt weggenomen op een heel bijzondere manier. Zijn kleinzoon Lamech wordt vader. Het geloof van zijn grootvader is hem niet vreemd. Hij tilt zwaar aan de vervloeking, die over de aarde ligt. Hij zucht over nood en dood, die het gevolg zijn van de zonde.

Zijn tijdgenoot uit de linie van Kaïn, die ook Lamech heet, denkt er anders over. Die Lamech geniet van het leven en klopt zichzelf op de borst omdat zijn zonen het zo heerlijk ver hebben gebracht. Hij handhaaft zichzelf en propageert de zelfverlossing in zijn wraaklied, dat zijn beide vrouwen, Ada en Zilla, van a tot z moeten aanhoren.

Maar Lamech, uit de lijn van Seth, het vrouwenzaad, stelt zich antithetisch op. Hij hoort de vreugdelach en de feestdans opklinken. Hij kan niet meedoen, want hij weet van de ellende en hij beleeft heel intens zijn tijd. (…) Hoe kan die andere Lamech over de dood heen dansen, terwijl deze Lamech snakt naar verlossing van het leven, gebogen onder de vloek van de dood?

Is hij misschien een aartspessimist? Heeft hij het niet getroffen in het arbeidsproces of is hij liever lui dan moe? Nee, dat is hier niet aan de orde, maar Lamech tilt zwaar aan het leven door eigen schuld. (…) Hij is diep ingeleid in het stuk der ellende. Hij ziet profetisch het karakter van de tijd; hij kijkt door de werkelijkheid heen en typeert die werkelijkheid.

Toen hij 56 jaar oud was, stierf Adam. Opa Henoch werd vervolgd door zijn profetie tegen de goddelozen van zijn dagen, maar God nam hem weg en Lamech kon niet meer met hem spreken. Des te meer heeft hij zelf te verwerken.

Maar nu – hij is inmiddels 182 jaar geworden – ligt zijn zoon in de wieg. Hij noemt hem Noach. Hij spreekt daarin de verwachting van de verlossing uit. Ellende en verlossing zijn van elkaar niet los te maken. Hij kent zijn ellende niet om zijn ellende, maar hij verlangt er van verlost te worden.

Profetisch zingt hij met het kind in zijn armen: deze zal ons troosten. In de naam, die hij geeft aan zijn zoon, zit zowel het begrip rust als troost. Lamech verwacht van zijn zoon rust door troost. Hij spreekt de hoop uit dat Noach een einde zal maken aan de vervloeking. Noach is zijn troostkind.

Lamech luidt de Adventsklok op grond van Gods eigen belofte.

Bron tekst:  “Noach, profeet in twee werelden“, ds. J.H. Velema, Den Hertog B.V. – Houten

Zie ook vervolg: Bezeten wereld… (II)

Bron afbeelding:  Bible Verses

2 Petrus 2 5 - Noach preacher of rightiousness - Bible Verses

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Je dagelijks toevertrouwen aan God… (IV)

Toen werd Jezus van de Geest weggeleid in de woestijn, om verzocht te worden
van de duivel. (Matteüs 4 : 1)

WIL JE TWEE WAPENS WETEN waarmee de duivel in de strijd verslagen wordt en waarvoor hij echt bang is? Dat is in de eerste plaats: Gods Woord horen, leren en overdenken, zich daarmee troosten, bemoedigen en sterken, en in de tweede plaats: als verzoeking en strijd komen – door datzelfde Woord – het hart omhoog heffen en tot God roepen en om hulp bidden.

Dit horen van Gods Woord en het roepen tot Hem maken dat een van beide altijd doorgaat, als een gedurig gesprek tussen God en mens, of dat Hij met ons spreekt, als wij stil zijn en Zijn Woord horen, of dat Hij ons hoort als wij met Hem spreken in het gebed. Laat maar gebeuren wat wil, het is allebei voor de duivel onverdraaglijk en hij kan er niet tegenop.

Daarom moeten de christenen met deze twee wapens strijden: Zijn Woord horen en bewaren én met aanhoudend roepen en zuchten een eeuwig Onze Vader bidden (a). Een christen moet zo wel doen, vanwege de nood en de strijd waartoe hij steeds door de duivel, wereld en vlees gedrongen wordt. Hij moet, met waken en uitzien, altijd in de strijd vooraan staan, om te zien wanneer of waar de vijand – die nooit een ogenblik slaapt of rust – wil aanvallen.

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1539, vgl. WA 47s 758,19-34

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

(a) Het ‘Onze Vader’ is nog altijd een bekend gebed. Het heeft een vaste opbouw. Noem het een formulier gebed. Eén van de voordelen daarvan is: het kán niet eens een gebed zonder end worden! Dat gevaar loop je bij een ‘vrij’ gebed. Ze zeggen wel dat zo’n vrij gebed spontaner is. Jezus geeft op dat ‘eindeloos woordprevelen’ dat wereldwijd bekend geworden gebed. Opvallend. En dat geeft te denken… Zo’n vaststaand gebed helpt om niet teveel woorden te gebruiken en ook om niet per se alle nood altijd te noemen. Iemand vergeleek eens een vaststaand gebed met je eigen huis. Het is vertrouwd. En meer dan eens ga je er anders uit dan je erin gekomen was. Het ‘Onze Vader’ staat als een huis, vertrouwd en goed.
Bron: “Dag in dag uit – 2018” (meditatie 12 januari) – Leger des Heils/Ark Media.

Bron afbeelding:  Pinterest

Matteüs 4 4 - Not by bread alone - Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

De heerlijkheid van de eeuwige sabbat…

(…) 23 Elke ​nieuwe maan​ en elke ​sabbat​ opnieuw zal alles wat leeft hierheen komen
om zich voor mij neer te buigen – zegt de HEER.
(Uit Jesaja 66)

HC Zondag 38 – Vraag: Wat gebiedt God in het vierde gebod?

(1) Jesaja zegt: Wanneer de Heiland zal komen, dan zal het een tijd zijn, dat de ene sabbat aan de andere, de ene nieuwe maand aan de andere zal raken (vgl. Jesaja 66 : 23). Alsof hij wilde zeggen: dan zal het alle dagen sabbat zijn en dan zal er een volk zijn dat geen onderscheid van dagen zal hebben, want in het Nieuwe Testament is de sabbat voorbij wat haar grove uitwendige gebruik betreft, want elke dag zal dan heilig zijn [en het begin van de eeuwige sabbat].

(2) Uit dit alles leren de uitverkorenen dat zij een zalig leven in de andere wereld zullen hebben, namelijk in de hemel, en daarbij een hemels lichaam en leven ontvangen. Men zal daar niet meer werken, geen moeite en zorgen hebben, niet eten, drinken, trouwen, bedroefd zijn en lijden, zoals men in deze wereld moet doen.

Dan zal er een eeuwige sabbat en rustdag worden gehouden, een eeuwig verzadigd zijn in God, eeuwige blijdschap, voor eeuwig verlosten bevrijd van alle lijden. Daar zullen wij God en Zijn werken eeuwig aanschouwen, niet achter een sluier verborgen, zoals er in dit leven een sluier voorhangt, maar met onbedekte aangezichten zal de heerlijkheid van God aan ons geopenbaard worden.

Het zal niet een aards, tijdelijk en vergankelijk leven zijn, maar een hemels, eeuwig leven. Deze heerlijkheid zal voor ons niet alleen in de hemel zijn, maar overal in hemel en op aarde, daarboven en hierbeneden. Want wij zullen onszelf niet meer voortslepen in dit zware lichaam, dat wij hier met ons mee moeten dragen en dat ons altijd weer naar de aarde trekt. Ons lichaam zal echter vlug en vaardig zijn, want we zullen – zoals Christus zegt – de engelen van God in de hemel gelijk zijn (vgl. Mattheüs 22 : 30 en zie ook 1 Korintiërs 15 : 44-49).

Deze toekomstige heerlijkheid van de kinderen van God en de vernieuwing van de schepping heeft David geloofd en beleden, zich daarover uit de grond van zijn hart verheugd en in de vaste hoop geleefd dat hij de hele schepping, hemel, maan en sterren, door Gods hand gemaakt, geheel vernieuwd en hersteld zou zien. God heeft deze heerlijkheid uitgesteld, daarom moeten alle heiligen daarop wachten (vgl. Hebreeën 11 : 39).

Maarten Luther: Über das 1. Buch Mose, Predigten 1527, vgl. WA 24,7,26-31; Predigten des Jahres 1537, vgl. WA 45, 232, 11-30

(1) Voorwoord bij de vijf boeken van Mozes
(2) Behandelde tekst: Psalm 8 : 4, (1537)

Bron tekst: “Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelberger – Maarten Luther” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  SlidePlayer

1 Korintiërs 15 44-47 The first Adam - SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Israël, Persoonlijk | 1 reactie

Gaan voor het eigen gelijk…

(…) 4 Aan de anderen vroeg Hij: ‘Wat mag men op ​sabbat​ doen: goed of kwaad? Een leven redden of het vernietigen?’ (a) Maar ze zwegen. 5 Hij keek hen boos aan, maar ook diepbedroefd vanwege de verharding van hun hart, en toen zei Hij tegen de man die in het midden stond: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak zijn hand uit en er kwam weer leven in. 6 De farizeeën verlieten de ​synagoge​ en gingen meteen met de ​herodianen​ overleggen hoe ze Hem uit de weg zouden kunnen ruimen. (Uit Markus 3)

(…) De Engelse Baptistenprediker C.H. Spurgeon schreef hierover:

“Zijn zachtmoedig en nederig hart kon alleen door geweldige oorzaken tot boosheid worden opgewekt. Wij zijn er zeker van, dat Jezus met recht boos was. Toen onze Heere tot een blik vol verontwaardiging werd bewogen, eindigde daar Zijn boosheid. Hij zag alleen rond, maar sprak geen woord van berisping. En de blik zelf had meer medelijden dan verachting in zich, meer mededogen dan hartstochtelijkheid.

De blik van onze Heere op die vergadering van tegenstanders verdient onze ernstige overweging. Hij wachtte lang genoeg bij dat rondzien, dat ieder door Zijn blik werd getroffen, zodat Hij iedereen liet weten wat met die aanschouwing bedoeld werd. Niemand ontkwam aan het onderzoekende licht, hetwelk er van dat oog zo vol uitdrukking op iedere boosaardige bespieder uitstraalde.”

(a) Zien wij ook liefst mensen (ook vijanden) en hun relaties gered en behouden of gaan wij – net als de farizeeën toentertijd – ook liever onverdroten door voor de eigen belangen en het eigen gelijk.

Bron tekst:  mijnwegnaarhetlicht

Bron afbeelding: SlideShare

Markus 3 1-6 - Looked with anger - SlideShare

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

100 procent…

Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.  (Matteus 5 : 48)

Volmaakt… Jezus scherpt een aantal van de Tien Geboden flink aan. Dat is al veel gevraagd. En dan sluit Hij óók nog eens af met de oproep om volmaakt te zijn. Dat zou frustrerend kunnen klinken, maar dat is nergens voor nodig. Integendeel.

Volmaakt zijn is je best doen! Nou ja, het kost wél wat. Het kost jezelf. We komen dat duidelijk tegen in de Bijbel. Het gaat bij ‘volmaakt’ niet om een vlekkeloze staat van dienst, zonder fouten of gebreken, schuld of tegenzin. Bij ‘volmaakt’ gaat het om de houding, de gezindheid, de wil om goed te doen – niet omdat het móét, niet om te scoren bij God of de naaste, maar van harte, omdat je het niet láten kunt, uit liefde. En telkens als dat lukt, lijk je op je hemelse Vader, 100 procent.

(…) 43 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste ​liefhebben​ en je vijand haten.” 44 En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en ​bid​ voor wie jullie vervolgen, 45 alleen dan zijn jullie werkelijk ​kinderen​ van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de ​tollenaars​ niet net zo? 47 En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? 48 Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is. (Uit Matteüs 5)

Bron tekst: “Dag in dag uit – 2018” – 10 januari – Bijbels Dagboek – Leger des Heils/Ark Media (verspreid via Kerstpakket van LdH)

Bron afbeelding:  Pinterest

1 Korintiërs 13 13 - Love - Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie