De diepe eenvoud van het Evangelie…

Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven (Jesaja 9 : 5)

Welke Schat het Evangelie bevat… 

(1) “Het belang en het doel van het Evangelie is, dat u Christus in ontvangst neemt als Gave en Geschenk, Dat u door God gegeven is en dat Hij uw eigendom is. Wanneer u van Hem leest of hoort, dat Hij iets doet of lijdt, moet u er niet aan twijfelen of Christus is met dat doen en dat lijden de uwe. En u kunt er zich even vast op verlaten alsof u het zelf had gedaan en geleden, ja alsof u zelf deze Christus was.

Kijk, dát is nu het Evangelie: de alles te boven gaande goedheid van God, die geen profeet, geen apostel, geen engel ooit helemaal heeft kunnen vertolken, en die geen hart ooit diep genoeg heeft kunnen bewonderen en begrijpen. Dat is Gods grote liefdesvuur voor ons, waardoor ons hart en geweten vrolijk, gerust en tevreden wordt. Daarom heet deze prediking ‘evangelie’, wat in onze taal zoveel betekent als ‘vrolijke, goede, troostrijke boodschap’.

Daarom zegt Jesaja 9 vers 5: een Kind is voor ons geboren, een Zoon is aan ons gegeven. Is Hij aan ons gegeven, dan moet Hij van ons zijn, dan moeten we Hem ook als de onze aannemen. Kijk, wanneer u op deze manier Christus aanneemt als Gave, als aan u in eigendom gegeven, en er niet aan twijfelt, dan bent u een christen. Dit geloof verlost van u van zonden, dood en hel, en maakt dat u alles overwint. Ach, hierover kan niemand genoeg spreken.

Wanneer u nu eerst Christus zo als Grondslag en Fundament van uw zaligheid hebt, dan volgt daarop het tweede stuk: dat u Hem ook tot Voorbeeld hebt en u ook zo aan de dienst van uw naaste geeft, zoals u ziet dat Hij Zich aan u gegeven heeft.

Bezie het daarom op de juiste manier: hier gaan geloof en liefde samen. Christus als Gave voedt uw geloof en maakt u een christen. Christus als Voorbeeld oefent u in de werken. Deze werken maken u geen christen, maar worden door u gedaan nu u een christen gemaakt bent.

Daarom, het Evangelie is niet een boek vol wetten en geboden, maar vol Goddelijke beloften, waarin Hij ons al Zijn goederen en weldaden in Christus belooft, aanbiedt en geeft.

Het Evangelie prediken is niet anders dan Christus tot ons laten komen of ons tot Hem brengen. Houd hier stil en láát u goeddoen! Dat betekent: wanneer u het gelooft dat Hij u goeddoet en helpt, dan hebt u het werkelijk. Dan is Christus de uwe, aan u als Gave geschonken.”

Maarten Luther: Ein Klein Unterricht, vgl. WA 10.1.1., 11,12 – 14, 7 (verkort)

(1) In 1522 schreef Luther op de ‘Wartburg’ zijn eerste Kirchenpostille met daarbij een inleidend woord, getiteld: Ein kleyn Unterricht, was man ynn den Evangeliis suchen und gewartten soll.(Nederlands: Kort onderwijs over wat je in het evangelie moet zoeken en vinden). Daarin schrijft hij o.a. wat hierboven is aangehaald.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website:www.maartenluther.com (contact op de homepage)

(…) 32 Maar ​Jezus​ zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niet ​Mozes​ heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; Hij geeft u het ware brood uit de hemel. 33 Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’ (Uit Johannes 6)

Bron afbeelding:  Biblia.com

Johannes 6 32 - I am the Bread of Life - Biblia_com

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

Het brede wij en de vette wei… (II)

Ik ben de goede herder (Uit Johannes 10 : 11)

De eerder gebruikte metafoor (1) kan nog verder uitgewerkt en toegepast worden op het (huidige) samenleven van gemeente(n) en kerken en daarom hieronder een vervolg

Wij kunnen dan nog weer wijzen op die herders, die de ‘vette weiden’ iedere keer weer als “worst” willen voorhouden aan de dieren van de kudde(n), en waarbij deze herders zich inspannen om de kudde(n) op te drijven om langs zo kort mogelijke routes en met verlies van zo min mogelijk tijd deze – in hun/ieders ogen – meest begeerlijke plaatsen te bereiken. Daarbij wordt dan wel vergeten, dat het bij het samenleven van de kudde(n) met hun herders het helemaal niet gaat om de vette weiden, maar om het goede voortbestaan en het behoud van de kudde(n) als geheel.

Daarom is het vinden en gaan van de beste en meest begaanbare weg(en) waarlangs de kudden geleid kunnen en dienen te worden van het hoogste belang. En dat dient te gebeuren in alle rust en kalmte en zonder veel aandacht te geven en ophef te maken over de goede/beste weidegronden, die in het verschiet liggen. Dat is trouwens ook de opdracht die zij van de Opperherder hebben meegekregen. Het vinden van de kortste routes en het afsnijden van passen naar de beste weiden is namelijk helemaal niet goed voor de dieren in de kudde(n) en voor de conditie van de kudde als geheel en daarom ook niet voor de herders. Integendeel zelfs.

Het is namelijk zo, dat wanneer de kudden langs de minder snelle routes geleid worden, dat alle dieren in de kudde (inclusief hun “leiders”) daar baat van hebben en beter in staat blijken om iedere keer weer de reis naar de volgende weidegronden te ondernemen en om die reis dan ook werkelijk ‘met z’n allen’ goed te volbrengen. De rustige gang van de kudde geeft de herders namelijk ook de tijd om aandacht te geven aan de nodige zorg voor de zwakke en zieke of verwonde dieren. En ook aan de moederdieren en de geboortes van de lammetjes en de tijd die deze jonge dieren nodig hebben om gezoogd en verzorgd te worden. Daarnaast hebben de herders ook meer rust en tijd om te letten op de dieren die van de kudde weg dwalen om deze op tijd weer terug te drijven naar de kudde.

Maar haast nog belangrijker is dat de dieren nu onderweg meer rust hebben én tijd kunnen nemen om zelf (!) op zoek te gaan naar allerlei kruiden en andere struiken en gewassen om daarvan te eten. Gewassen die ze anders vanwege de haast zouden voorbijlopen en die ze, eenmaal aangekomen op de vette weidegronden – vanwege hun ‘natuurlijke’ voorkeur voor het malse gras – dan het liefst (!) voorbij lopen. Juist in de minder aantrekkelijke gebieden van de reis vinden ze in de daar aanwezige gewassen – waar ze anders hun neus voor zouden ophalen – de voedingsstoffen, die ze beslist niet kunnen missen.

Ook de sterke en weldoorvoede dieren hebben de voedingsstoffen van deze gewassen nodig. De rustige gang en het langer moeten wachten op de andere dieren, zorgt ervoor dat ook zij trek hebben en onderweg de nodige voedingsstoffen opdoen uit de gewassen die dan voorhanden zijn. Het helpt tevens voorkomen dat de vlotte en sterke dieren overvoed raken door hun vraatzucht op de – dankzij de ‘ambitieuze’ herders (1) – snel weer bereikte vette weidegronden met veel mals gras. Dus ook de conditie van de sterke en weldoorvoede dieren wordt gediend met een rustige en langer durende route en reis naar de volgende goede weidegronden!

De rust in de kudde en de goede zorg voor de dieren zorgt ervoor dat wanneer ook sterke dieren ziek of verwond raken, dat deze zichzelf dan niet als “losers” beschouwen, die nu niet meer mee kunnen en mee tellen in de “krachtige voorhoede” die toch het tempo van de kudde behoort aan te geven. Ze kunnen weten en beseffen dat ook zij zich voor goede zorg kunnen aanmelden bij herders, die dan ook alle tijd voor hún geval zullen nemen.

Ook die rust en die zorg dragen bij aan de rust in de kudde(n) en aan het behoud van alle dieren. Omdat nu niet meer alle sterke dieren zich vooraan in de kudde bevinden, lopen daar nu de zwakke en zieke dieren en de moederdieren met hun lammeren. Meer op de flanken en achteraan vind je de sterkere dieren. Deze dieren zijn in de regel ook oplettender en zullen eerder gevaar van buitenaf opmerken en zich snel weer hecht aaneen bij de kudde kunnen aansluiten, wanneer de kudde van buitenaf bedreigd wordt. Ook kunnen zij door hun opmerkzaamheid en krachtig gemekker afgedwaalde dieren de weg naar de kudde laten vinden. Ook hierbij geldt dus dat de rustige gang en de langere routes het welzijn van heel de kudde en ook het werk van de herders ten bate van de kudde dienen.

~~~~~~~~

(1) Die ‘ambitieuze herders/leiders’ laten de kudde(n) het liefst (in het kerkelijk jaar) van “feest tot feest” steeds voortgaan (a) en steken daar vooral hun energie, tijd en geld in. Met hulp van het werk van allerlei commissies en door hen ontwikkelde en/of bestelde materialen brengen ze de kudde(n) liefst steeds in ‘moordtempo’ naar de volgende beste weidegronden (en dat dus met/ondanks alle bijkomende kosten/verliezen van dien!).
Ze beseffen niet meer of willen ‘domweg’ niet weten dat het leven met de Here hun God zo heel gewoon mag zijn van Hem. Zo heel gewoon met een heel gewone zondagse kerkgang, met diensten waar het Woord bediend wordt en waar men het liefst Psalmen laat zingen en zingt omdat deze de gemeente bij het volledige Woord van God brengen en opvoeden – en niet maar bij een selectie van vooral “mals gras”, zoals die tegenwoordig beschikbaar is in allerlei moderne liederen.

(1) Zie eerdere blog: ” Het brede wij en de vette wei…(I)”

(a) In Psalm 84 (OB) staat in de beginregel van het vierde vers: “Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort”

In Psalm 84 lezen we (onberijmd) het volgende

(…) 6 Gelukkig wie bij U hun toevlucht zoeken,
met in hun ​hart​ de wegen naar U.
7 Trekken zij door een dal van dorheid,
het verandert voor hen in een oase;
rijke ​zegen​ daalt als regen neer.
8 Steeds krachtiger gaan zij voort
om in Sion voor God te verschijnen.

Bron afbeelding:  Pinterest

Psalm 84 5 Blessed ar those - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Het brede wij en de vette wei… (I)

Ik ben de goede ​Herder (Uit Johannes 10 : 11)

Om duidelijk te maken dat niet alleen het “brede ik” maar ook het “brede, grote wij” voor de kerken en de Kerk (en dus ook voor de samenleving als geheel) een levensgroot gevaar is, kan met onderstaande metafoor worden verduidelijkt.

Wanneer de herders –  hen die leiding hebben te geven in (niet aan) de gemeente(n) – zich als kerkleiders gaan opstellen en gedragen en hun gezag (en niet hun zorg) gaan laten gelden, dan gaan ze samen plannen maken en marsroutes uitzetten voor de kudde(n). Dat zijn routes (vaak de kortste en de steilste) naar de beste weiden, dus plaatsen waar volgens hun opvattingen de kudde(n) het best zullen gedijen en waar men (steeds weer) zo spoedig mogelijk naar dient te vertrekken en bij aan te komen.

Als gevolg gaan ze de kudde opdrijven en tot marstempo aandrijven om de aangewezen plaatsen van bestemming zo spoedig mogelijk te bereiken, in plaats van dat ze het tempo afstemmen op de moederdieren met jongen en op de zwakkere of zieke dieren. Ze nemen ook geen of onvoldoende tijd om wispelturig en ongedurige dieren in de gaten te houden om deze zo nodig weer op te halen en naar de kudde te drijven. Dus in plaats van dat ze de sterkere en meer doorvoede dieren laten wachten op de rest van de kudde, laten ze deze dieren het tempo aangeven en bepalen, want dat past nu eenmaal beter bij hun visie en bij hún doelstellingen en plannen.

Wanneer de kudde(n) op de vette weidegronden aankomen, dan zijn het natuurlijke de sterkere en beter doorvoede dieren, die daar als eersten aankomen en als eersten de beste plekken kunnen uitzoeken om zich daar te goed te doen aan het beste gras. En zo worden de sterkere en meer doorvoede dieren nog sterker en meer weldoorvoed en raken tragere (moeder)dieren met hun lammeren en ook de zwakkere en zieke dieren meer achterop ten opzichte van de eerstgenoemde dieren. Hoeveel er van de wispelturige en ongedurige dieren nog deze weidegronden weten te bereiken blijft een vraag.

(…) 11 Ik ben de goede ​Herder; de goede ​herder​ geeft zijn leven voor de schapen. 12 Maar de huurling en wie geen herder is, die de schapen niet tot eigendom heeft, ziet de wolf komen en laat de schapen in de steek en vlucht; en de wolf grijpt ze en drijft de schapen uiteen. 13 En de huurling vlucht, omdat hij een huurling is en zich niet om de schapen bekommert. 14 Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend, 15 zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; en Ik geef Mijn leven voor de schapen. 16 Ik heb nog andere schapen, die niet van deze ​schaapskooi​ zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder. (Uit Johannes 10)

Bron afbeelding:  Dust Off The Bible

Johannes 10 11 - Ik ben de goede Herder - DustoftheBible

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Het dossier dat ons schuldig verklaarde…

(…) 13 U was dood door uw ​zonden​ en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met ​Christus​ levend gemaakt toen Hij ons al onze ​zonden​ kwijtschold. 14 Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het ​kruis​ te nagelen. 15 Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in ​Christus​ over hen getriomfeerd. (Kolossenzen 2 : 13-15)

De reden dat vereniging met Christus een groot verschil maakt voor de gelovige dat is Christus’ beslissende triomf over de duivel op Golgotha. Hij verwijderde Satan niet uit de wereld, maar hij ontwapende hem zodanig dat het wapen van de verdoemenis uit zijn hand werd gehaald.

Hij kan gelovigen niet beschuldigen van niet vergeven zonde. Dat is de enige beschuldiging die ons kan vernietigen. En daarom kan hij ons niet tot totale ondergang brengen. Hij kan ons lichamelijk en emotioneel pijn doen, ons zelfs doden. Hij kan ons verleiden en anderen tegen ons opzetten. Maar hij kan ons niet vernietigen.

De beslissende triomf van Kolossenzen 2 : 13-15 is te danken aan het feit dat “het document dat ons aanklaagde” aan het kruis genageld werd. De duivel maakte dat schuldenregister tot zijn belangrijkste aanklacht tegen ons. Nu heeft hij geen beschuldiging meer die kan standhouden in en voor het hemelse gerechtshof. Hij is machteloos en kan niet meer het enige doen waar het hem om ging: verdoemen. Hij kan het niet. Christus heeft onze verdoemenis gedragen. De duivel is ontwapend.

Een andere manier om het te zeggen vinden we in Hebreeën 2 : 14-15: “Omdat zij ​kinderen​ mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden, net als zij, om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de ​duivel, en zo allen te bevrijden die ​slaaf​ waren van hun levenslange angst voor de dood.”.

De dood is nog steeds onze vijand. Maar deze is van al zijn kracht beroofd. Het vergif van de adder is weggezogen. Het dodelijke venijn is weg. De angel van de dood was de zonde. En de vernietigende kracht van de zonde lag in de eis van de wet. Maar dankzij Christus Die aan de eis van de wet voldeed zeggen we: “O dood, waar is uw overwinning? O dood, waar is uw angel? “(1 Korinthiërs 15 : 55).

Bron tekst: Meditatie van John Piper, eerder gepubliceerd (in het Engels) op Facebook (4 januari 2018) door pastor Paul Zadok (Uganda).

(…) 11 Hij die heiligt en zij die ​geheiligd​ worden (1) hebben een en dezelfde Oorsprong, en daarom schaamt Hij zich er niet voor hen zijn broeders en zusters te noemen 12 wanneer Hij zegt: ‘Ik zal Uw Naam bekendmaken aan mijn broeders en zusters, u loven in de kring van mijn volk.’ 13 Zo zegt Hij ook: ‘Ik zal steeds op hem vertrouwen,’ en verder: ‘Hier sta ik met de ​kinderen​ die God mij gegeven heeft.’
14 Omdat die ​kinderen​ mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de ​duivel, 15 en zo allen te bevrijden die ​slaaf​ waren van hun levenslange angst voor de dood. (Uit Hebreeën 2)

(1) Zie aanvullend eventueel ook: “Zekerheid voor pertinente zondaars…” (over “heiligen/heiliging”)

Bron afbeelding:  Pinterest

Kolossenzen 2 13 - God made you alve - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Zekerheid voor pertinente zondaars…

 Want met één offer heeft Hij hen die ​geheiligd​ worden,
tot in eeuwigheid volmaakt.
 
(Hebreeën 10:14)

Dit vers is vol aanmoediging voor onvolmaakte zondaars zoals wij zijn, en vol van Genade en Waarheid en motivatie om ons te (laten) heiligen. (1)

Het betekent dat je de zekerheid kunt ontvangen dat je in de ogen van je hemelse Vader volmaakt en voltooid bent en blijft, niet omdat je nu volmaakt bent, maar juist omdat je nu niet volmaakt bent maar “geheiligd wordt“.

“Heilig gemaakt worden” – en dat, door het geloof in Gods beloften, zo ga je de Weg van je blijvende aardse onvolmaaktheid naar meer en meer heiligheid. Dat is het punt van Hebreeën 10:14.

Wil je van je geloof verlangen om meer en meer de zonde te verzaken en vooruitgang te boeken in heiligheid? Dat is het soort geloof dat te midden van onvolmaaktheid op Christus kan zien en zeggen: “U hebt me al volmaakt in Uw ogen.”

Dit geloof zegt: “Christus, vandaag heb ik (weer) gezondigd. Maar ik haat mijn zonde.” Want u hebt de wet in mijn hart geschreven en ik verlang ernaar om Uw wil te doen. En u werkt in mij wat aangenaam is in uw ogen (Hebreeën 13 : 21). En dus haat ik de zonde die ik nog steeds doe; en ik haat de zondige gedachten die ik overweeg. ‘

Dit is het ware en realistische geloof dat ons redt. Dit is het geloof dat van en door het Woord geproefd (a) heeft: “Door één enkel offer heeft Hij de mensen die geheiligd worden voor altijd volmaakt.”

Dit is niet de trots van de sterkste. Het is de roep van de zwakken
die een Redder nodig hebben.

Ik nodig je uit, ik dring er bij jullie op aan om zwak genoeg te zijn om zó – door het geloof alleen! – je vertrouwen op Christus te stellen.

Bron tekst: Meditatie van John Piper, eerder gepubliceerd (in het Engels) op Facebook (3 januari 2018) door pastor Paul Zadok (Uganda).

(1) Zie aanvullend eventueel ook: “De zeven onderwijzingen…” (over “heiligen/heiliging”)

(…) 4 Roem met mij de grootheid van de HEER, sluit u aan om Zijn Naam te verheffen.
5 Ik zocht de HEER en Hij gaf antwoord, Hij heeft mij van alle angst bevrijd.
(a) 9 Proef, en geniet de goedheid van de HEER, gelukkig de mens die bij Hem schuilt.
(Uit Psalm 34)

Bron afbeelding:  Free Christian Wallpapers

Psalm 34 9 - Come and taste - Free Christian Wallpapers
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Lachend sterven?

U doet de sterveling terugkeren tot stof en zegt: ‘Keer terug, mensenkind.’
(Psalm 90 : 3)
(…)
Ik zei: Op de helft van mijn dagen moet ik heengaan; in de ​poorten​ van het ​graf​ word ik beroofd van de rest van mijn jaren.
 (Jesaja 38 : 10)

Het gebed van Hizkia

De profeet voegt een gebed of lied van Hizkia aan de geschiedenis toe, waarvan ikzelf de inhoud – vanwege de diepte – niet kan peilen en ook niet kan verstaan. Zelfs al zou dit gebed met veel woorden verklaard worden, kan het alleen door hen verstaan worden, die zelf in zeer grote verzoekingen en bestrijdingen geweest zijn.

Dit gebed heeft twee delen. Eerst vertelt hij over de ontroeringen van zijn hart die hij ondervond toen hem de dood voor ogen stond. Er is op geen andere plaats in de Heilige Schrift zo’n uitvoerige beschrijving van de dood te vinden als in dit lied of gebed. Dan vervolgens dankt hij God voor de redding.

Wij zien in onze dagen velen die lachend sterven, en de dood minachten, zoals door de satan bezeten personen ook de dood niet vrezen. Dit was in vroeger tijden al het geval met de donatisten (1) en nu zien wij dat weer bij de wederdopers (2).

Hizkia echter – een man met een zéér groot geloof – is toen hij de dood zag in de grootste rouw en droefheid gevallen. Ook heeft Christus in de hof gebeden dat de drinkbeker die Hij drinken moest aan Hem voorbij zou gaan en Hij heeft van angst en vrees grote druppels bloed gezweet.

(…) Al onze dagen gaan heen door uw woede, wij beëindigen onze jaren in een zucht.
(…) Keer terug, HEERE, hoelang nog?

(Psalm 90 : 9 en 13)

 

Maarten Luther: Vorlesung über Jesaia, 1527/1529, vgl. WA 25,243,3-13

(1) Schismatieke groepen die in de vroege kerk op extreme wijze de zuiverheid van kerken, sacramenten en ambten voorstonden, zij vonden hun grootste bestrijder in de persoon van Augustinus.
(2) Een groep gelovigen, waaronder uiterst radicale doordrijvers, die in de tijd van de Reformatie de kinderdoop verwierpen en waarvan een deel voor veel politieke en kerkelijke onrust zorgde. Een van hun beruchtste leiders was Jan van Leiden, die te Munster het koninkrijk ‘Sion’ proclameerde.

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Beluister eventueel ook deze verkondiging uitgaande van Psalm 90 van emeritus predikant/zendeling ds. A. Reitsema (Lienden), Barneveld, 31-12-2017:

Bron afbeelding:  Pinterest

Psalm 90 13 - Return O Lord - Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Ander zicht en gezicht…

HEER, niet trots is mijn ​hart, niet hoogmoedig mijn blik,
ik zoek niet wat te groot is voor mij en te hoog gegrepen.
(Psalm 131 : 1)

Waar de broeder een ander gezicht krijgt

Elke christen heeft zijn eigen kring van mensen, die om zijn voorbede hebben gevraagd of voor wie hij het om bepaalde redenen nodig vindt te bidden. Dat zullen in de eerste plaats diegenen zijn, met wie hij dagelijks moet samen leven. Een christelijke gemeenschap leeft uit de voorbeden van de leden voor elkaar, of zij gaat te gronde.

Een broeder voor wie ik bid, kan ik ondanks alle last die hij mij bezorgt, niet meer veroordelen of haten. Zijn gezicht, dat mij misschien onsympathiek en onuitstaanbaar was, verandert door de voorbede in het gezicht van de broeder voor wie Christus stierf.

Dit is een gelukkige ontdekking voor de christen, die begint voor anderen te bidden.

Er is geen antipathie, geen persoonlijke spanning over verwijdering, die, wat ons betreft, in de voorbede niet zou kunnen worden overwonnen. Men kan in de voorbede intens moeten worstelen om de juiste houding tegenover de broeder te vinden, maar men heeft de belofte dat het doel bereikt zal worden.

Hoe gebeurt dat? Voor de ander bidden betekent niets anders dan de broeder voor God brengen, hem zien onder het kruis van Jezus als de arme mens en zondaar, die genade nodig heeft. Dan valt alles weg, wat mij van hem afstoot en dan zie ik hem in al zijn gebrek en nood.

Zijn nood en zonde staan mij levensgroot voor ogen en benauwen me alsof ze de mijne waren, en nu moet ik wel bidden: Heer, handel Gij zelf, Gij alleen met hem, in uw ernst en in uw goedheid.

Voor de ander bidden wil zeggen: aan de broeder hetzelfde recht toekennen, dat wij zelf ontvangen hebben, het recht om voor Christus te staan en deel te hebben aan zijn barmhartigheid.

De voorbede is een dienst jegens God en onze broeder, die wij niet mogen nalaten en die dagelijks verricht moet worden. Wie te kort schiet in de voorbede voor de naaste schiet te kort in zijn dienst als christen jegens hem. De voorbede is geen vage algemene aangelegenheid, maar een heel concrete. Het gaat om bepaalde mensen, om bepaalde moeilijkheden en daarom om bepaalde beden.

Hoe minder vaag mijn voorbede wordt, des te rijker is ze aan beloften.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Waar de broeder een ander gezicht krijgt” – “Gemeenschap en alleen zijn” (15 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:   Krista Phillips

Psalm 131 1 - Lord, my hart is not naughty - Krista Phillips

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

Bidden in 2018…

(…) Toen zond Jesaja, de zoon van Amoz, tot Hizkia, de boodschap: Alzo zegt de HEERE, de God van Israël: Wat u tot Mij gebeden hebt tegen Sanherib, de koning van Assyrië, heb Ik gehoord. (Jesaja 37:21)

OP DEZE PLAATS IN DE SCHRIFT moeten wij letten om onze harten in aanvechtingen te overtuigen dat onze gebeden verhoord zijn. Want God is gewilliger om te horen dan wij zijn om te bidden.

Daarom moeten wij hier uit leren dat onze gebeden niet voor niets zijn – God behagen – en zeker verhoord worden. Daarom mag je goede moed hebben! Vertrouw dat God je gebeden verhoren zal, niet omdat je dat verdiend zou hebben, maar omdat je zeker bent dat God het gebiedt.

Het is een even grote zonde om niet te bidden, dan om een moord te begaan of een ander gebod dat God bevolen heeft, na te laten. Je mag bidden omdat God beloofd heeft dat Hij je gebed verhoren wil.

Daarbij komt nog dat God je geleerd heeft wat je bidden moet en je de woorden Zelf voorgezegd heeft. Als je deze woorden gelovig nazegt, hoef je nooit bang te zijn dat Hij je bidden als een belediging zal opvatten. Dit is het waarop ons Amen – waarmee wij ons gebed besluiten – gegrond is.

Het volgende behoor je te weten:

  • In de eerste plaats: De  verhoring is niet om onze werken en verdiensten.
  • In de tweede plaats: God heeft ons geboden te bidden.
  • In de derde plaats: God heeft beloofd te verhoren.
  • In de vierde plaats: God heeft Zelf een voorbeeld van het gebed gegeven.

Als je deze vier weldaden in gedachten neemt dan bereid je jezelf goed voor om te bidden.

Maarten Luther: Vorlesung über Jesaia, 1527/1529, vgl. WA25, 238, 5-20]

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Bron afbeelding:  YouTube

Lukas 11 1 - Lord teach us to pray - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Pure verwarring en wanorde…

Oudjaarsdag (2017)

‘Gij laat ze heenvloeien als een stroom en zij zijn als een slaap’
(Psalm 90 : 5, weergave DB 1545).

“Goed bezien is het hele leven dat we hier op aarde leven, slechts een lege droom en als een donkere nacht. Behalve het tijdelijke en zichtbare licht van de zon is er in de hele wereld geen licht dat ons verlicht.

Zelfs het licht van de zon bedriegt ons, want daardoor denken wij dat we in het licht wandelen. De waarheid is echter dat we dwalen als in een donkere nacht. Daarom zeg ik dat dit leven in waarheid een slaap is en geestelijk gezien niets anders dan een nacht.

Hetzelfde zegt Mozes ook: ‘Gij laat ze heenvloeien als een stroom en zij zijn als een slaap’ (Psalm 90 : 5). Dat wil zeggen: ons leven is kort, vloeit heen en gaat spoedig voorbij, zoals de Elbe of een andere grote rivier altijd doorstroomt en haar water steeds heenvloeit.

Zo bedoelt Mozes het: God heeft de mensen ook gemaakt als een stromend en vloeiend water. Job spreekt ook in dezelfde zin: ‘De mens van een vrouw geboren leeft een korte tijd en is vol onrust. Hij gaat op als een bloem en valt af, ook vliegt hij weg als een schaduw en blijft niet’ (vgl. Job 14 : 1-2).

Het ergste is nog dat Mozes eraan toevoegt: ‘De ménsen zijn als een slaap’. Dat betekent: ons leven hier op aarde, vergeleken met het eeuwige leven, brengen wij op geen andere manier door, dan ‘als een slaap’.

De ware Morgenster moet voor ons opgaan en schijnen (vgl. 2 Petrus 1 : 19), anders is dit hele leven, waaraan wij zo hangen en vastzitten, slechts een diepe nacht en dikke duisternis.

De Psalm zegt dan ook: ‘HEERE, Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’ (vgl. Psalm 119 : 105). Want als we de Heilige Schrift niet hebben om ons te onderwijzen en al ons doen en laten te besturen, dan zal ons hele leven met alle licht van verstand en kennis, ja, daarbij ook alle inzicht en raad van alle mensen, niets anders zijn dan pure verwarring en wanorde.”

Laat ons uw ​genade​ zien, Heer, onze God.
(Psalm 19 : 17)

Maarten Luther: Vorlesungen über 1. Mose von 1535-1545, vgl. WA 44, 250, 15-34
Weergave: W(2) 2, S. 1054-1055

Bron citaat: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van dezeze website: www.maartenluther.com

Bron afbeelding:  Pinterest

Psalm 90 17 - Let the favor of our Lord - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

De zeven onderwijzingen…

van het ‘Onze Vader’-gebed

Beroem u in Zijn ​heilige​ Naam, laat het ​hart​ van wie de HEERE zoeken, zich verblijden.
(1 Kronieken 16 : 10)

De zeven beden van het Onze Vader mogen ook wel zeven onderwijzingen en vermaningen genoemd worden, zoals de heilige bisschop en martelaar Cyprianus schrijft. Het zijn niet anders dan zeven aanduidingen van onze ellenden en gebreken om ons tot inkeer te brengen en te doen zien hoe gevaarlijk en verdrietig ons leven is dat wij op aarde leiden.

Dit leven is niet anders dan een lasteren van Gods Naam, een ongehoorzaamheid aan Gods wil, een verwerpen van Gods Rijk, een grote hongersnood van Brood, een zondig bestaan, een moeitevolle reis en vol van allerlei kwaad en rampspoed, zoals Christus Zelf ons met de woorden van dit gebed leert.

De eerste bede: Uw Naam worde geheiligd.

Merk bij deze bede op, dat Gods Naam in Zichzelf heilig is
en door ons niet geheiligd wordt.
Ja, dat deze Naam alle dingen en ook óns moet heiligen.

Maar, zoals Cyprianus zegt [wij bidden]: dat Gods Naam in ons geheiligd zal worden. Want zo wordt God alles en de mens geheel niets, daartoe dienen en helpen ook de andere zes beden: dat Gods Naam in alles zal worden geheiligd. Wanneer Gods Naam geheiligd is, dan zijn alle dingen volmaakt en zonder gebrek.

Om beter te zien hoe Gods Naam in ons geheiligd moet worden, zullen we eerst zien hoe deze in ons wordt ontheiligd en door ons wordt onteerd. Om slechts duidelijk en eenvoudig daarover te spreken: Gods Naam wordt op twee manieren in en door ons onteerd:

  • In de eerste plaats onteren wij deze, wanneer wij Gods Naam misbruiken om te zondigen.
  • In de tweede plaats onteren wij deze, wanneer wij Gods Naam gebruiken om onze eigen eer en naam te bevorderen – of met andere woorden: als wij Gods Naam stelen en roven.
  • Verder wordt de Naam van God ook door misbruik ontheiligd, als wij deze Naam niet uitspreken of gebruiken tot zaligheid, dat is: tot verbetering en heiliging van onze ziel en de ziel van onze naaste, maar tot verlies van onze ziel en de ziel van onze naaste.

NB. Hierbij te lezen tekstgedeelte: 1 Kronieken 16 : 23-36

Maarten Luther: Auslegung deutsch des Vaterunsers för die einfältigen Laien, 1519, vgl. WA 2,86,30 – 87,7-30 (verkort)

Bron afbeelding:  Pinterest

1 Kronieken 16 10-12 Seek the Lord and His holy Name - Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie