Het brede wij en de vette wei… (I)

Ik ben de goede ​Herder (Uit Johannes 10 : 11)

Om duidelijk te maken dat niet alleen het “brede ik” maar ook het “brede, grote wij” voor de kerken en de Kerk (en dus ook voor de samenleving als geheel) een levensgroot gevaar is, kan met onderstaande metafoor worden verduidelijkt.

Wanneer de herders –  hen die leiding hebben te geven in (niet aan) de gemeente(n) – zich als kerkleiders gaan opstellen en gedragen en hun gezag (en niet hun zorg) gaan laten gelden, dan gaan ze samen plannen maken en marsroutes uitzetten voor de kudde(n). Dat zijn routes (vaak de kortste en de steilste) naar de beste weiden, dus plaatsen waar volgens hun opvattingen de kudde(n) het best zullen gedijen en waar men (steeds weer) zo spoedig mogelijk naar dient te vertrekken en bij aan te komen.

Als gevolg gaan ze de kudde opdrijven en tot marstempo aandrijven om de aangewezen plaatsen van bestemming zo spoedig mogelijk te bereiken, in plaats van dat ze het tempo afstemmen op de moederdieren met jongen en op de zwakkere of zieke dieren. Ze nemen ook geen of onvoldoende tijd om wispelturig en ongedurige dieren in de gaten te houden om deze zo nodig weer op te halen en naar de kudde te drijven. Dus in plaats van dat ze de sterkere en meer doorvoede dieren laten wachten op de rest van de kudde, laten ze deze dieren het tempo aangeven en bepalen, want dat past nu eenmaal beter bij hun visie en bij hún doelstellingen en plannen.

Wanneer de kudde(n) op de vette weidegronden aankomen, dan zijn het natuurlijke de sterkere en beter doorvoede dieren, die daar als eersten aankomen en als eersten de beste plekken kunnen uitzoeken om zich daar te goed te doen aan het beste gras. En zo worden de sterkere en meer doorvoede dieren nog sterker en meer weldoorvoed en raken tragere (moeder)dieren met hun lammeren en ook de zwakkere en zieke dieren meer achterop ten opzichte van de eerstgenoemde dieren. Hoeveel er van de wispelturige en ongedurige dieren nog deze weidegronden weten te bereiken blijft een vraag.

(…) 11 Ik ben de goede ​Herder; de goede ​herder​ geeft zijn leven voor de schapen. 12 Maar de huurling en wie geen herder is, die de schapen niet tot eigendom heeft, ziet de wolf komen en laat de schapen in de steek en vlucht; en de wolf grijpt ze en drijft de schapen uiteen. 13 En de huurling vlucht, omdat hij een huurling is en zich niet om de schapen bekommert. 14 Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend, 15 zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; en Ik geef Mijn leven voor de schapen. 16 Ik heb nog andere schapen, die niet van deze ​schaapskooi​ zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder. (Uit Johannes 10)

Bron afbeelding:  Dust Off The Bible

Johannes 10 11 - Ik ben de goede Herder - DustoftheBible

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s