Als met Zijn hand…

(…) 22 En de Here God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar bij Adam. (Uit Genesis 2)

(…) (1) De wijze waarop zij en haar toekomstige man elkaar hebben leren kennen mag met recht een romance worden genoemd. Het was op een stralende dag in mei. Zij zat in een lege treincoupé, lezende in een geschiedenisboek, en in het bagagenet lag een bos sleedoorn die zij op de Holterberg had geplukt.
Hij stapte bij haar binnen en aanstonds was er tussen hen die geheimzinnige en onverklaarbare aantrekkingskracht die er tussen man en vrouw kan zijn, het weten ook van het voorbestemd zijn voor elkaar. Ze keken naar het bloeiende landschap buiten waar de stammen van de berken wit in de zon glansden en een teer groen waas als een zilveren bruidssluiter om zich heen hadden. Met blijde stralende ogen keken zij hiernaar en naar elkaar en ze beseften iets van een diep geheim dat God voor hen bezig was te onthullen, herkenden Hem en elkaar. In Utrecht aangekomen namen zij afscheid, noemden alleen elkaars naam, lieten geen adres achter. Hoe zouden wij, zo vroeg zij zich af, elkaar nu terug kunnen vinden? Maar ze waren geweest als blijde onbezorgde kinderen en hadden elkaar onbevangen een blik in hef zielenleven laten slaan: ‘Toen was de herkenning gekomen, en ook het verlangen, om elkaar nu niet weer kwijt te raken, maar elkaar wéér te zien, voor altijd. Wat God voor een mens bestemd heeft, gebeurt ook. Wij vonden elkaar weer, op die heugelijke dag in het park en wij zullen elkaar weer vinden daar, waar niet de nood van vele anderen ons gescheiden houdt, maar daar waar geen tranen meer zijn”.
Johanna Adriana Appels was overtuigd van Gods leiding in haar leven en zag haar bestaan in het perspectief van de eeuwigheid. (…)

(1) Citaat uit: “Goninger pastorie”, J.A. Ader-Appels

Bron tekst:  “De meeste van deze is de liefde (I)” artikel van O. Dubois in Ecclesia nr. 1 – januari 2018.

Uit het klassieke huwelijksformulier:
(…) Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn gebeente, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit de man genomen is. Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten, en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.’ (Genesis 2:18,21-24). Daarom moet u er niet aan twijfelen, dat het huwelijk God de Heere behaagt. Hij heeft immers voor Adam zijn vrouw geschapen, haar Zelf tot hem gebracht en Hem tot een vrouw gegeven. Daarmee betuigt God, dat Hij ook vandaag nog een ieder zijn vrouw als met Zijn hand toebrengt. Daarom heeft ook de Heere Jezus Christus het huwelijk zo hoog geëerd met Zijn tegenwoordigheid, gaven en wondertekenen te Kana in Galilea (Johannes 2 : 1-11). Hij heeft daarmee betuigd, dat het huwelijk door allen in ere gehouden behoort te worden, en dat Hij de gehuwden Zijn hulp en bijstand altijd wil bewijzen, ook wanneer men dat allerminst verwacht.

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Psalm 133 - Waar liefde woont - SlidePlayer

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s