Belijdenis doen van je geloof… (II)

Geloofsbelijdenis en doop horen bij elkaar (a)

Het is duidelijk dat er een hechte verbondenheid is tussen de geloofsbelijdenis en de doop. In de eerste tijd van de christelijke kerk vielen de doop en de openbare belijdenis samen (1). Het ging om heidenen, die tot bekering kwamen en tot de gemeente werden toegelaten. De doop vond plaats na de belijdenis. Later, toen de Kerk zich meer gevestigd had, werd de kinderdoop algemeen omdat het toen niet zoveel meer voorkwam dat heidenen toetraden tot de gemeente en dan zie je dat de geloofsbelijdenis los gekoppeld wordt van de doop. Niet inhoudelijk, maar temporeel, dus wat de tijd betreft.

Geloofsbelijdenis en doop horen principieel bij elkaar. Alleen, een klein kind kan zelf nog niet instemmen met de waarheid van Gods Woord. Het wordt wel gedoopt, maar de belijdenis wordt uitgesteld tot het kind bewust een eigen antwoord kan geven op Gods Woord. Dat persoonlijke geloofsantwoord krijgt vorm in de liturgie van de openbare geloofsbelijdenis. Zo blijft principieel staan dat de openbare belijdenis niet moet worden gezien als een aanvulling op de doop, maar als een onderdeel ervan.

Het zal nu duidelijk zijn, dat in de begintijd de geloofsbelijdenis en het door middel van de doop ingelijfd worden in de gemeente samenvielen. Toen de kerk na verloop van tijd meer en meer (beter: meer dan voorheen – AJ) te maken kreeg met een aanwas van binnenuit, moest er een vorm gezocht worden voor de gedoopte kinderen van de gemeente om toegelaten te worden tot de tafel van het Heilig Avondmaal. Ook het geloofsonderricht zelf verplaatste zich meer en meer naar de kinderen. De kerk heeft na de nieuwtestamentische periode in alle tijden op de een of andere wijze een vorm van onderwijs en van belijdenisdoen vooraf laten gaan aan het deelnemen aan de viering van het Avondmaal.

(Wordt vervolgd…)

(1) De dopelingen – in veel gevallen volwassenen, maar daaronder moeten zeker ook heel wat jonge kinderen zijn geweest! (2) – werden dan ook beschouwd als “onvolwassen” en zelfs als “zuigelingen” in de leer (zie 1 Korintiërs 3) en dus in de gemeente vrijwel gelijk gesteld aan al heel jong gedoopte kinderen, die eerst nog verder over de praktijk van het geloof en in de gezonde leer onderwezen moesten worden!
Deze praktijk van verkondiging en dopen en dan (verder) onderwezen worden is ook naar de door de Here Jezus Zelf gegeven opdracht zoals we die opgetekend vinden in Matteüs 28: (…) 19 Ga dus op ​weg​ en maak alle volken tot mijn ​leerlingen, door hen te ​dopen​ in de naam van de Vader en de Zoon en de ​heilige​ Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. 

(2) Zouden de apostelen (bijv. op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem) jonge kinderen (meegebracht door hun ouders) van het dopen hebben durven uitsluiten na het onderwijs van de Here Jezus zoals daarover te lezen valt in Marcus 10 : 13-16.

(a) De tekst is afkomstig van de gratis beschikbaar gestelde download op Refoweb van hoofdstuk 4 “Belijdenis doen”  van het hieronder vermelde boek.

Bron tekst:  Omgang met God – bevindelijk geloven naar Schrift en belijdenis door ds. C.G.Vreugdenhil.

Zie eventueel ook nog:  Belijdenis doen van je geloof… (I)

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Matteüs 28 19-20 Therefore go and make - DailyVersesnet

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s