De ander wil gekend worden…

Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen,
zoals ik zelf gekend ben. (Uit 1 Korintiërs 13 vers 11)

Wij leren een mens kennen naar de mate, waarin
wij hem of haar liefhebben.

Misschien vraagt nu iemand: Wat heeft kennen nu met liefde te maken? Kennen betekent toch juist het volstrekt objectieve, zakelijke kennen, zonder enig persoonlijk oordeel?
Dat is stellig juist. Maar om een zaak zelf te kunnen kennen, moeten wij deze liefhebben.
Een zaak of een mens die ons in feite onverschillig is zullen wij nooit kennen en begrijpen. Een zaak of een mens die wij haten* zullen wij altijd verkeerd kennen en begrijpen. Alleen een mens die wij liefhebben kunnen wij ook goed leren kennen.

* Haten zien als: De ander  de plaats niet (meer) gunnen en/of geven in de samenleving van mensen – in familie, in gezin, in huwelijk, in de kerkelijke gemeente of op het werk of in de samenleving, etc.  – terwijl die naaste/medemens die plaats volgens Gods Woord wel toekomt.

De zogenaamde wereldwijze mensenkenner, kent en begrijpt de mens in de grond van de zaak helemaal niet – zijn kennis is eerder een truc: hij is goed op de hoogte met al het slechte, waartoe de mens in staat is, en zo iemand is vooral voorzichtig; maar dat moet hij, juist omdat hij de mensen niet begrijpt. (1+1a)

Ieder werkelijk kennen is een stuk liefde; maar toch altijd ook nog liefde die gehuld gaat in ijdelheid, eerzucht en egoïsme. Maar er ligt in haar een verlangen naar volmaaktheid, naar het vergaan van het onvolkomene, naar het aanbreken van het volmaakte.

Doch als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben

Het is geen geleidelijk opklimmen van het onvolkomene naar het volmaakte; het volmaakte, dat door het onvolkomene nooit bereikt wordt, komt zelf, zal komen, in volle vrijheid, uit eigen kracht, en het onvolkomene zal hebben afgedaan, het zal breken, zoals een spiegelbeeld breekt, wanneer de werkelijkheid zichtbaar wordt.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De liefde vergaat nimmermeer” – “Alle kennen is een stuk liefde” (21 oktober) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(1) Als scherpzinnig en kritisch persoon kunnen we zomaar stoutmoedig de troon van God toe-eigenen, de enig ware Rechter. Pas op voor alles dat u in de positie van de superieure persoon zal brengen, want de aanname is fataal voor de liefde en de spiritualiteit. Onze kritiek onthult ons zelf. Onze beschuldiging van motieven dient er toe onze eigen laagheid te camoufleren. De criticaster met een balk in zijn oog is zo bezig met de splinter van de ander, dat hij de schoonheid mist van het oog waarin hij staat te staren (Zie Matteüs 7 : 1-5).
(“Notities bij de brief aan de Romeinen – deel 4”, G.L. Rogers)
(1a) Zie ook:  Een ander oordelen…

Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaadspreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de wet en veroordeelt de wet. En als u de wet veroordeelt, handelt u niet naar de wet, maar treedt u op als rechter. 12 Er is maar één wetgever en rechter: Hij die bij machte is te redden of in het verderf te storten. Maar wie bent u, om uw naaste te veroordelen?’ (Uit Jakobus 4 de verzen 11-12)

Bron afbeelding:  The Fellowship Site

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

Ook NGK “De Ontmoeting” en ook (gemeente) Barneveld…

Email vanochtend om 9:36 uur van Stichting Bemoeizucht|(met)Elan Barneveld…

Goedemorgen dhr. Janse, beste Antony,
Van je kinderen begreep ik dat je morgen op last van de deurwaarder je huis zult moeten verlaten.
Ik mail je omdat ik je wil laten weten dat je bij Elan aan kunt kloppen als je vragen hebt over huisvesting.
Wij kunnen niet acuut een huis voor je regelen, maar je wel de weg wijzen naar de daklozenopvang (die regelen onderdak op korte termijn) en daarna meezoeken naar andere huisvesting.
Sterkte in deze situatie!
Met vriendelijke groet,
L. (LENNART) DE JONG
Generalist Sociaal Werk / Bemoeizorg Barneveld

Mijn vraag aan deze meneer L. de Jong:

Waarom krijg ik dat van jou te horen! Je bent de laatste van wie ik dat verwachtte (en nog wel van zo’n ‘criminele’ organisatie!!!)

Eerder vanochtend publiceerd ik het volgende op Facebook:

HOE ‘DICTATORS’ HET WERK AFMAKEN…

‘Ik dacht dat ik er mentaal op voorbereid was’…
(…) ‘De afgelopen jaren waren voor de tegenstanders van Erdoğan en dan voornamelijk de kritische Turkse journalisten enorm zwaar. Ik en mijn collega’s van Zaman en Cihan hebben de onderdrukking, waarvan bijna alle critici slachtoffer van werden, aan den lijve ondervonden. Ze hebben al ons werk en de inspanning van tientallen jaren binnen een paar uur vernietigd, ze plunderden onze gebouwen en sloten de journalisten, die niets anders dan hun werk deden, als een stel criminelen, als gevaarlijke terroristen op. Het verbaasde me dus niet dat ze ook voor mij kwamen (1). Ik dacht dat ik er mentaal op voorbereid was, maar achteraf realiseer ik me dat je dat nooit helemaal kunt. Het was ook een geleidelijk proces. Stap voor stap werden we geïntimideerd en gecriminaliseerd. Als ze het alleen op mij hadden gemunt, dan zou ik het minder erg hebben gevonden maar zo werkt de Turkse regering niet. Ze willen je ook treffen via je familie, je dierbaren. Midden in de winter werden mijn ouders afgesloten van energie, werd op het pensioen van mijn vader beslag gelegd en confisqueerden ze zijn auto. Hij is zeventig en zit nog steeds in een overvolle gevangenis waar ze om beurten moeten slapen. Nu straffen ze ook mijn kinderen. Ik kreeg deze week te horen dat ze geen paspoort krijgen omdat hun vader lid van een terreurgroep is.’

Bron tekst: de Kanttekening (via Blendle) – “‘Ik maakte documentaires over vluchtelingen, nu ben ik er zelf een’” door Hüseyin Atasever.
Bron afbeelding: Reuters-Yüksel Durgut

(1) Turkije eiste drie keer levenslang tegen journalist Yüksel Durgut – ‘Voor het soort werk waarvoor je in het vrije Westen met journalistieke prijzen wordt beloond, zitten in Turkije nu tientallen journalisten vast’, stelt de naar Duitsland gevluchte journalist Yüksel Durgut.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gods geboden in acht nemen…

Maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt
erkennen wat de wil van God is. (Uit Romeinen 12 : 2)

Onder deze voorwaarde moet nu daadwerkelijk onderzocht worden, wat Gods wil is, wat God ‘welgevallig‘ is in de gegeven situatie, want er moet concreet geleefd en gehandeld worden. Het verstand, de kennis, aandachtige observatie van de gegeven werkelijkheid gaan hier een belangrijke rol spelen. Maar niet, zonder dat het gebed alles omvat en doordringt.

Opgedane ervaringen zullen corrigerend of waarschuwend aan het woord komen. In geen geval mag er gewacht worden op directe ingevingen ‘van boven’, waarbij men maar al te gemakkelijk zou kunnen vervallen in zelfmisleiding.

De zaak waarom het gaat moet met grote nuchterheid bekeken worden.

  • Mogelijkheden en gevolgen zullen aandachtig worden overwogen. Kortom: bij het zoeken naar Gods wil moet heel het apparaat van menselijke vermogens in beweging gezet worden.
  • Bij dit alles mag geen plaats zijn voor angst die meent dat de conflicten onoplosbaar zijn,
  • ook geen plaats voor overmoed die ieder conflict meent aan te kunnen, en ook niet voor het dweperige wachten op vermeende inspiratie.

Men moet geloven, dat God aan hem, die Hem daarom deemoedig vraagt, zeker zijn wil zal doen kennen:

  • dan zal men na dit ernstig onderzoeken ook de werkelijke beslissing durven nemen en vast vertrouwen durven, dat niet de mens, maar God zelf door en in dit onderzoek zijn wil ten uitvoer brengt;
  • de angst, of men wel juist gehandeld heeft, zal dan niet uitlopen op een wanhopig zich vastklampen aan de eigen goede bedoeling, en evenmin omslaan in de zelfverzekerdheid van het kennen van goed en kwaad, maar zal zich geborgen weten in Jezus Christus die alleen het genadige gericht oefent.
  • Uiteindelijk zal zij de beoordeling van de eigen goede bedoeling overlaten aan het weten en de genade van deze Rechter, die alles op zijn tijd aan het licht zal brengen.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Vrijheid” – “Gods gebod wil altijd iets concreets” (15 oktober) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Zie ook:  Onderwijs over de goede werken, 1519 (IV)

Zonder ​profetie​ vervalt het volk tot bandeloosheid,
wie de wet in acht neemt, is gelukkig.

(Spreuken 29 : 18)

Bron afbeelding:  DailyVersesnet

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (IV)

Maar de vrucht van de Geest is ​liefde, vreugde en ​vrede, geduld,
vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Er is geen wet die daartegen iets heeft.
(Galaten 5 : 22-23)

De werkelijk goede werken (III)

(…) “Wanneer in dit geloof verricht (1) dan worden alle werken gelijk aan elkaar en is het met het ene werk hetzelfde gesteld als met het andere. Alle onderscheid tussen werken valt weg, of ze nu groot zijn, klein, kort, lang, veel of weinig.

Want de werken zijn aanvaardbaar niet omwille van zichzelf, maar vanwege geloof, dat altijd hetzelfde is en leeft en werkt in elk werk zonder onderscheid, hoe talrijk en gevarieerd deze werken ook zijn, net zoals alle leden van het lichaam leven en werken en hun doel en betekenis aan het het hoofd ontlenen, en zonder het hoofd kan geen enkel lid leven, werken of van betekenis zijn.

Hieruit volgt verder dat een christen die in dit geloof leeft geen behoefte heeft aan een ‘leraar van goede werken’, maar wanneer hij in geloof doet wat de gelegenheid ook vraagt, dan is alles goed gedaan.

De apostel Paulus zegt ook:Waar de Geest van Christus is, is alles vrij‘ (Romeinen 8 : 2). Want geloof staat zichzelf niet toe gebonden te zijn aan enig werk of om werk te weigeren, maar zoals de eerste Psalm zegt: ‘die zijn vrucht geeft op zijn tijd‘ (Psalm 1 : 3), dat wil zeggen, in de (verwachte) normale gang van zaken en gebeurtenissen.

We kunnen dit met een alledaags voorbeeld duidelijk maken: wanneer een man en een vrouw echt van elkaar houden, plezier in elkaar hebben en overtuigd zijn van hun liefde voor elkaar, leert die wederzijdse liefde hen dan niet hoe ze zich tegenover elkaar zullen gedragen, wat ze zullen doen of niet doen, zullen zeggen of niet zeggen, en wat hun gedachten zullen zijn?

Vertrouwen alleen schenkt hen dit allemaal, en ze ontvangen van en geven aan elkaar zelfs meer dan nodig is en gevraagd wordt. Voor die man en vrouw maakt dat helemaal geen verschil. Ze doen het grote en het belangrijke even graag als het kleine en het onbelangrijke, en omgekeerd. Bovendien doen ze dit allemaal met een blij, vredig en vertrouwend hart en zo zijn ze volstrekt gewillige partners van en voor elkaar.

Maar als er enige twijfel is (over de intenties van de één óf de ander), dan bepaald hij of zij voortdurend voor zichzelf wat mogelijk toch het beste gedaan kan worden – dan ontstaat er een onderscheid tussen werken en wordt dat gedaan waarvan hij of zij meent dat er winst (bij de ander) mee behaald kan worden. En nu gaat hij of zij met een bezwaard gemoed en een dubbel gevoel aan de slag. Dan is zo iemand als een gevangene, met meer wanhoop dan hoop, en men laat zich dan zomaar verleiden tot het doen van dwaze dingen.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 106/107 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 26/27)

Zie ook:
Onderwijs over de goede werken – 1519 (I)
Onderwijs over de goede werken – 1519 (II)
(1) – Onderwijs over de goede werken – 1519 (III)
Gods geboden in acht nemen…

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, you can use the web-form located on the homepage of the website www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Waar liefde woont, gebiedt de HEER Zijn zegen:
Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,
En ’t leven tot in eeuwigheid.
(Psalm 133 vers 3, OB)

Bron afbeelding:  Flourish Gathering (The blessing of Unity)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Het einde van alle onzekerheid…

Liefde​ en trouw zijn de weg van de HEER
voor wie de wetten van Zijn ​verbond​ onderhouden.
(Psalm 25 : 10)

Gods gebod als een goede engel

Gods gebod maakt van de mens geen Hercules op de permanente tweesprong, eeuwig worstelend om de juiste beslissing, zich zelf vernietigend in het conflict tussen zijn plichten, steeds weer schipbreuk lijdend, steeds opnieuw beginnend;

En Gods gebod manifesteert zich niet alleen bij grote, bewogen, uiterst bewust beleefde crisismomenten van het leven.

Het is eerder zo, dat de mens onder Gods gebod nu eens echt op weg mag zijn (en niet altijd op de tweesprong staat), dat hij de juiste beslissing eens echt achter zich mag weten (en niet steeds voor zich).

Dat de mens zonder innerlijk conflict het ene mag doen en het andere (theoretisch-ethisch misschien even urgent) mag laten, dat hij het begin al mag hebben gemaakt en zich op zijn weg door de geboden als door een goede engel mag laten leiden, begeleiden en bewaren.

Gods gebod kan alleen in de vorm van dagelijkse, schijnbaar kleine, onbetekenende woorden, uitspraken, wenken, handreikingen het leven de constante richting, de persoonlijke leiding geven.

Het doel van het gebod is niet het vermijden van overtredingen, niet de kwelling van het ethische conflict en de beslissing, maar het vrij aanvaarde vanzelfsprekende leven in de kerk, het huwelijk, het gezin, het werk en de staat.

Het gebod van God wordt het klimaat, waarin men leeft zonder zich daar steeds van bewust te zijn. Het gebod als levensklimaat betekent vrijheid van bewegen en handelen; vrijheid van de angst voor de beslissing, voor de daad; het betekent zekerheid, rust, vertrouwen, harmonie, vrede.

Niet omdat er aan de grenzen van mijn leven een dreigend: ‘Gij zult niet…’ geschreven staat, maar omdat ik de gegevenheden, zoals ik die midden in het leven ontmoet, ouders, huwelijk, leven, eigendom positief aanvaard als door God geheiligd.

Omdat ik erin leef en leven wil, eer ik de ouders, blijf ik het huwelijk trouw, respecteer ik andermans leven en eigendom.

Het gebod van God is de toestemming, als mens voor Gods aangezicht te leven.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “” – “Het einde van alle onzekerheid” (18 oktober) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

12 Er is vreugde bij allen die schuilen bij u,
eeuwige jubel omdat u hen beschermt,
wie uw Naam beminnen juichen u toe!
13 U zegent de rechtvaardigen, HEER,
als een ​schild​ beschut hen uw ​genade.
(Uit Psalm 5)

Bron afbeelding:  FivePrime (Bob Smerecki)

Spreuken 19 : 14

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

De Waarheid zal jullie vrij maken…

En de waarheid zal u vrijmaken.  (Uit Johannes 8 : 32)

Bevrijd worden van zichzelf – voor de ander!

Het is tegenwoordig niet moeilijk over vrijheid te spreken. En er zal in de wereld van vandaag menigeen zijn, die van niets anders droomt dan van vrijheid, die in grootse visioenen haar beeld aanschouwt en er de handen naar uitstrekt, tot men ontwaakt en het beeld vervliegt.

Maar het is moeilijk over vrijheid te spreken, zoals de Bijbel dat doet. Dat de waarheid ons zal vrijmaken, komt ons altijd hoogst ongelegen. Ons handelen, onze kracht, onze moed, onze zedelijkheid – kortom

Wijzelf zullen ons vrijmaken; dat is populair

– maar wat heeft het nuchtere woord waarheid  ons in dit verband te zeggen?

Wij merken dat dit woord iets tegen ons heeft. Er is op het ogenblik geen betere manier om je impopulair te maken dan na veel gepraat met dikke woorden de nuchtere vraag te stellen: is dat allemaal wel waar?

Wij leven constant in een onoverwinnelijke angst voor de waarheid. Wij zijn bang, dat er iemand komt, die dieper ziet dan wij, die ons vragend aankijkt en voor wie al onze waarden ineenstorten.

De waarheid treedt ons (hier) tegemoet als de gekruisigde Christus.

En nu gebeurt er iets, dat wij niet in onze macht hebben. De Waarheid treedt ons tegemoet in een zonderlinge gestalte, niet in stralende, ongenaakbare heerlijkheid, maar als de gekruisigde waarheid, als de gekruisigde Christus

En de Waarheid richt het woord tot ons

Zij vraagt ons: Wie heeft mij, de waarheid, gekruisigd, en zij antwoordt op hetzelfde moment al: Kijk mij aan, dat heb jij gedaan. Jij hebt de waarheid van God over je zelf gehaat, jij hebt haar gekruisigd. Jij dacht, dat jij de waarheid kon maken en verkondigen – dat was een aanmatiging, je wilde zijn als God en daarom heb je schipbreuk geleden.

En wie het hoort, slaakt de onuitsprekelijke verzuchting:

Heer, maak mij vrij van mij zelf.

En nu klinkt het opnieuw: ‘De Waarheid zal u vrijmaken Waarom? Omdat vrij worden niet betekent: groot worden in de wereld, vrij worden van de broeder, vrij worden van God…

Maar omdat het betekent: vrij worden van zichzelf, van de leugen als was ik alleen op de wereld; van de haat waarmee ik Gods schepping vernietig,

Alleen Gods waarheid vernietigt onze leugen en bewerkt de waarheid, vernietigt de haat en bewerkt de liefde. Vrij zijn betekent niets anders dan in de liefde zijn, en in de liefde zijn betekent niets anders dan in de waarheid Gods zijn.

> Zie ook: ‘De ander wil gekend worden…

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Vrijheid” – “Bevrijd worden van zichzelf – voor de ander” (12 oktober) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Doe mij recht, HEER,
want zonder dwalen ben ik mijn weg gegaan,
op U, HEER, heb ik vertrouwd,
ik wankelde niet.
Doorgrond mij, HEER, en ken mij,
peil mijn ​hart​ en mijn nieren,
want Uw ​liefde​ staat mij voor ogen
en ik bewandel de weg van Uw Waarheid.
(Uit Psalm 26 de verzen 1-3)

Bron afbeelding:  Middletown Bible Church

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Wanneer we met Jezus ‘in zee gaan’… (I)

En toen Hij aan boord van het schip gegaan was, volgden Zijn discipelen Hem.
(Matteüs 8 : 23)

(1) (…) “In de eerste plaats: het begint wanneer de Heere Jezus met Zijn discipelen in het schip gaat. Er is dan nog niets van het noodweer te bekennen. Het weer is mooi, rustig en stil. De zee is ook rustig en stil. Anders zouden de discipelen het zeker niet gewaagd hebben om in het schip te gaan.

Zo spoedig echter als Christus met Zijn discipelen in het schip zijn en zij van wal steken en op zee komen, komt er een geweldig noodweer [lett: een geweldige onstuimigheid] opzetten. Het scheepje wordt met golven bedekt, zodat de discipelen niet anders kunnen denken dan dat ze nu moeten vergaan.

Deze geschiedenis laat ons duidelijk zien – maak er gelijk maar een spreekwoord van! – dat we veilig kunnen zeggen: ‘Zo gaat het – als Christus in het schip komt, zal het niet lang rustig blijven, want dan is er zeker storm en onweer opkomst.’

Want zo moet het gaan! Christus zegt het ook in Lukas 11 [vers 22]: dat de sterk gewapende zijn paleis in rust en vrede bezit, totdat er iemand komt die sterker is dan hij, en dat dan de twist en strijd begint. Dat zien we immers ook in de evangeliën: tevoren is alles rustig – maar zo spoedig als Christus Zich met een preek laat horen of met een wonderwerk laat zien, dan schreeuwen ze overal moord en brand. De farizeeën, de Schriftgeleerden en de hogepriester maken een verbintenis om Hem eenvoudigweg te doden. De duivel begint nu pas goed te razen en te woeden.

Dit heeft Christus al eerder gezegd in Matteüs 10 [vanaf vers 34]:

Denk niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde, Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen om verdeeldheid te brengen, tussen de man en zijn vader, tussen de dochter en haar moeder, tussen de schoondochter en haar schoonmoeder – én: iemands vijanden zullen zijn eigen huisgenoten zijn.

Het moet alles echter daartoe dienen: dat je er vooraf over nadenkt of je een christen wilt zijn of niet. Want als je een christen wilt zijn, bereid je dan voor op dit onweer en ook op vervolging – zo gaat het nu eenmaal! ‘Wie in Christus godzalig wil leven’ zegt Paulus ‘die moet vervolging lijden’ (vgl. 2 Timoteüs 3 : 12). Als je dus graag God wilt dienen en een christen wilt zijn, geef je dan nu maar gewillig over, het onweer en de vervolging zal niet uitblijven.

Daarom, grijp moed, zodat je daarvoor als voor iets dat onvoorziens komt, niet schrikt. Wees voor dit onweer niet bevreesd, maar vrees God, zodat je daarom niet van Zijn Woord afwijkt. Houd daaraan onverzettelijk vast. Het is immers omwille van de gunst van de wereld niet begonnen, daarom, wil het dan vanwege haar wangunst en boosheid niet nalaten.

Dat is nu wat het evangelie ons wil leren: Matteüs zegt dat het noodweer pas is opgekomen toen Christus op zee in het schip was en zij van land waren weggevaren.”

Maarten Luther: Hauspostille 1544, 4. Sonntag nach Epiphanias 1533, in Templo, Euangelion Matthei am 8., vgl. WA 52, 123, 15 – 124, 19

(1) Ons citaat komt uit een preek over Matteüs 8 vers 23 tot 27 die Luther in het jaar 1533 in de stadskerk te Wittenberg heeft gehouden. Van deze preek zijn meest waarschijnlijk in de kerk aantekeningen gemaakt door Luthers trouwe vriend en tafelgenoot Magister Veith Dietrich, theoloog en reformator te Wittenberg en later te Neurenberg. De Hauspostille, waarin deze preek is opgenomen, werd met een instemmend voorwoord van Luther in 1544 te Neurenberg uitgegeven door Veith Dietrich. Hij werd in 1506 geboren te Neurenberg en is daar overleden op de leeftijd van 42 jaar. Zijn graf bevindt zich in Neurenberg op het ‘Johannisfriedhof’.

(…) 27 Wie niet zijn ​kruis​ draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn. (…) 33 Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn. 34 Het zout is wel goed, maar wanneer zelfs het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het smakelijk gemaakt worden? (Uit Lukas 14)

Bron afbeelding:  Bible Blender (Jules Joseph Meynier)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

En vergeef ons onze schulden…

zoals als ook wij vergeven hebben hen die ons iets schuldig zijn (Uit Lukas 11)

Onze Here Jezus is de enige mens hier op aarde geweest, die nooit heeft behoeven te bidden om vergeving van zonden. Maar zijn discipelen wel, daarom heeft Hij aan hen op hun eigen verzoek een gebed geleerd waarin zo’n bede voorkwam.

Zondag 51 vraag 126: Wat is de vijfde bede?

Antwoord: En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. Dat wil zeggen: Wil ons, arme zondaren, om het bloed van Christus geen van onze misdaden toerekenen en ook niet de slechtheid die altijd nog in ons is, zoals wijzelf ook als een bewijs van uw genade in ons opmerken, dat wij het vaste voornemen hebben (a) onze naaste van harte te vergeven.

Onze Heiland hield niet van grootspraak en opscheppen. Hij was er bijvoorbeeld nooit op uit een grote menigte mensen om zich heen te verzamelen. Ook heeft Hij zich nooit erop toegelegd vooral met wat nieuws aan te komen.

Zo was bijvoorbeeld de vijfde bede van het Onze Vader geheel naar de aloude regel van de Thora: Wie tot God kwam met een offer, mocht dat niet doen met kwaad op zijn kerfstok. In dezen gold Spreuken 28 : 9: “Wie zijn oor afwendt van het horen van de wet, diens gebed zelfs is een gruwel.” En Paulus wees op de verplichting om bij het bidden “heilige handen” op te heffen (1 Timoteüs 2 : 8).

Nu noemt de catechismus onsarme zondaren”. Daarmee bedoelt hij ons niet te beklagen, maar herinnert hij aan onze eigen belijdenis, dat we van nature geneigd zijn God en onze naaste te haten. Aan dat gebed voegt Christus deze woorden toe: “gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren”.

(a) Volgens Lukas 11 : 4 staat er eigenlijk: “Gelijk ook wij vergaven” in het Grieks. Dus verleden tijd. Ook weer heel duidelijk naar de aloude regel, die God al in de Thora instelde. Deze regel, die volgens de Thora al gold bij álle geboden, werd door de Here Jezus nog extra toegevoegd aan ons gebed om vergeving van zonden.

Wat vraagt deze bede om een eerlijk geweten!

Schriftplaatsen:

  • Matteüs 5 : 23-24: “Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar, vóór het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave.
  • Lucas 17:3: “Ziet toe op uzelf! En indien uw broeder zondigt, bestraf hem, indien hij berouw heeft, vergeef hem.
  • Zie ook:  Steeds meer oudtestamentisch denken en voelen?!

Bron tekst: “De Heidelbergse Catechismus – Bijbels leerboek over de enige troost” van ds. C. Vonk – Uitgave van Buijten & Schipperheijn Motief (Amsterdam)

(…) 5 Niet uw eigen ​rechtvaardigheid​ of uw zuivere geweten geeft u toegang tot hun land. De HEER, uw God, verdrijft die volken voor u omdat ze zo slecht zijn, en omdat Hij zich wil houden aan de eed die hij uw voorouders ​Abraham, ​Isaak​ en ​Jakob​ heeft gezworen. 6 Onthoud goed dat de HEER u dit goede land in bezit geeft niet omdat u het verdiend hebt, want u bent een onhandelbaar volk. (Uit Deuteronomium 9)

(…) 5 Hij stelde een richtlijn vast voor ​Jakob
en kondigde in Israël een wet af.
Onze voorouders gaf hij de opdracht
die aan hun ​kinderen​ te leren.
6 Zo zou het volgende geslacht ervan weten,
en zij die nog geboren moesten worden,
zouden het weer aan hun ​kinderen​ vertellen.

7 Dan zouden zij op God vertrouwen,
Gods grote daden niet vergeten
en zich richten naar zijn geboden.
8 Dan zouden zij niet worden als hun voorouders,
een onwillig en ​opstandig​ geslacht,
onstandvastig van ​hart​ en geest,
een geslacht dat God ontrouw was.
(Uit Psalm 78)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

Steeds meer oudtestamentisch denken en voelen?!

Wie al te snel, al te direct nieuwtestamentisch wil leven…

Ik merk steeds weer hoe oudtestamentisch ik denk en voel; ik heb de afgelopen maanden ook veel meer Oud dan Nieuw Testament gelezen.

  • Alleen wie de onuitsprekelijkheid van Gods naam kent, mag wel eens de naam Jezus Christus uitspreken.
  • Alleen wie zo houdt van het leven en de aarde, dat met het verlies hiervan alles hem verloren schijnt, mag in de opstanding der doden en een nieuwe wereld geloven.
  • Alleen wie zich plaatst onder de wet Gods, mag ook wel eens over genade praten en
  • alleen als de toorn en de wraak Gods geldende werkelijkheden blijven, kan ons hart misschien geraakt worden door vergeving en liefde voor de vijand.

Wie al te snel, al te direct nieuwtestamentisch wil leven en denken
is mijns inziens geen christen.
We hebben daar vroeger al vaak over gesproken en iedere dag opnieuw
ontdek ik dat het juist is.

Men kan, men mag het laatste woord niet zeggen vóór het voorlaatste. We leven in het voorlaatste en geloven het laatste, zo is het toch?!

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Bereidt de weg des Heren” –  “Wij leven in het voorlaatste en geloven het laatste” (16 december) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Zie ook:
En vergeef ons onze schulden…
Willige wegbereiders… (II)

Bron afbeeldingPinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Ik wil er altijd over spreken…

Hij heerst over bedrieger en bedrogene (Uit Job 12 : 16)

(1) (…) In Psalm 75 brengt God zelf zijn soevereiniteit onder woorden: “Ja, Ik bepaal of de tijd is gekomen, Ik zal oordelen naar recht en wet. Al beeft de aarde met haar bewoners, Ik heb haar op zuilen vastgezet. Tot de hoogmoedigen zeg Ik: wees niet hoogmoedig, tot de trotse zondaars: verhef je niet, verhef je niet tegen de hemel, spreek niet op hoge toon“.

Van ons uit gezien zijn het de briljantste, de machtigste en de rijkste mensen die bepalen wat er in de wereld gebeurt. God zegt echter dat Hij het is die “de aarde op zuilen heeft vastgezet (v. 4), die letterlijk zorgt dat de wereld doordraait (Handelingen 17 : 28; Hebreeën 1 : 3).

Elk menselijk talent (Jakobus 1 : 17) en alle menselijke wijsheid (Romeinen 2 : 14-15) en succes (Matteus 5 : 45) zijn niet meer dan geschenken van de HEER. Hij heeft de touwtjes in handen bij alles wat er in de wereld is gebeurd en gebeurt, en zelfs de allermachtigsten doen uiteindelijk niets anders dan Gods plannen uitvoeren (v. 2, Johannes 19 : 11 ).

Laten we Gods soevereiniteit prijzen (2).

(1) Uit het boek ‘Job, een geloofsheld strijdt om recht‘, van dr. Henk Post (Ermelo). Het verscheen eind vorig bij uitgeverij Brevier in Kampen. Het is een makkelijk leesbaar en maakt de opzet van het Bijbelboek inzichtelijk. Het is daarbij pastoraal van toon. (Huib Klink)

(2) Keller geciteerd.  Zie o.a. Daniël 6 : 11.

Bron tekst:Soevereiniteit zonder beginsel?” van dr. H. Post – Meditatie in Ecclesia nr. 13 juni 2018 (NB. Alleen slot van de meditatie is hier overgenomen).

(…) 10 Ik wil er altijd over spreken,
erover zingen voor de God van ​Jakob:
11 ‘De trots van de zondaar zal ik breken,
de rechtvaardige zal worden verheven.’
(Slot van Psalm 75)

Bron afbeelding: Pinterest DailyPraise

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie