De ander wil gekend worden…

Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen,
zoals ik zelf gekend ben. (Uit 1 Korintiërs 13 : 11)

Wij leren een mens kennen naar de mate, waarin
wij hem liefhebben.

Misschien vraagt nu iemand: Wat heeft kennen nu met liefde te maken? Kennen betekent toch juist het volstrekt objectieve, zakelijke kennen, zonder enig persoonlijk oordeel?

Dat is stellig juist. Maar om een zaak zelf te kunnen kennen, moeten wij deze liefhebben.

Een zaak of een mens die ons in feite onverschillig is zullen wij nooit kennen en begrijpen. Een zaak of een mens die wij haten zullen wij altijd verkeerd kennen en begrijpen. Alleen een mens die wij liefhebben kunnen wij ook goed leren kennen.

Wij leren een mens kennen naar de mate, waarin  wij hem liefhebben.

De zogenaamde wereldwijze mensenkenner, kent en begrijpt de mens in de grond van de zaak helemaal niet – zijn kennis is eerder een truc: hij is goed op de hoogte met al het slechte, waartoe de mens in staat is, en zo iemand is vooral voorzichtig; maar dat moet hij, juist omdat hij de mensen niet begrijpt. (1+1a)

Ieder werkelijk kennen is een stuk liefde; maar toch altijd ook nog liefde die gehuld gaat in ijdelheid, eerzucht en egoïsme. Maar er ligt in haar een verlangen naar volmaaktheid, naar het vergaan van het onvolkomene, naar het aanbreken van het volmaakte.

Doch als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben

Het is geen geleidelijk opklimmen van het onvolkomene naar het volmaakte; het volmaakte, dat door het onvolkomene nooit bereikt wordt, komt zelf, zal komen, in volle vrijheid, uit eigen kracht, en het onvolkomene zal hebben afgedaan, het zal breken, zoals een spiegelbeeld breekt, wanneer de werkelijkheid zichtbaar wordt.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De liefde vergaat nimmermeer” – “Alle kennen is een stuk liefde” (21 oktober) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(1) Als scherpzinnig en kritisch persoon kunnen we zomaar stoutmoedig de troon van God toe-eigenen, de enig ware Rechter. Pas op voor alles dat u in de positie van de superieure persoon zal brengen, want de aanname is fataal voor de liefde en de spiritualiteit. Onze kritiek onthult ons zelf. Onze beschuldiging van motieven dient er toe onze eigen laagheid te camoufleren. De criticaster met een balk in zijn oog is zo bezig met de splinter van de ander, dat hij de schoonheid mist van het oog waarin hij staat te staren (Matteüs 7 : 1-5).
(“Notities bij de brief aan de Romeinen – deel 4”, G.L. Rogers)
(1a) Zie ook:  Een ander oordelen…

(…) 11 Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaadspreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de wet en veroordeelt de wet. En als u de wet veroordeelt, handelt u niet naar de wet, maar treedt u op als rechter. 12 Er is maar één wetgever en rechter: Hij die bij machte is te redden of in het verderf te storten. Maar wie bent u, om uw naaste te veroordelen? (Uit Jakobus 4)

Bron afbeelding:  The Fellowship Site

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s