‘Want er is verschil tussen kaf en koren’…

‘Toen ze hoorden van een opstanding van de doden* dreven sommigen daar de spot mee, terwijl anderen zeiden: “Daarover moet u ons nog maar eens een andere keer vertellen.” Zo vertrok Paulus uit hun midden. (1) (…) Na deze gebeurtenissen verliet hij Athene en ging naar Korinthe. Daar leerde Paulus Aquila (een Jood uit Pontus) en zijn vrouw Priscilla kennen, die Rome hadden moeten verlaten, (…) en omdat ze hetzelfde ambacht uitoefenden als hij – ze waren leerbewerker van beroep – trok hij bij hen in en ging bij hen werken.‘ (Uit Handelingen 17 uit de slotverzen en uit Handelingen 18 uit de begin verzen)
* De kern van het Evangelie, lees 1 Korintiërs 15.

Geciteerd 1: Het initiatief onderzoekt de centrale vragen die mensen door de eeuwen heen hebben gesteld, aldus Tomlin. „Door dorre bewijzen en argumenten terzijde te schuiven, laat het centrum zien dat theologie de kern van het leven is en dat het christelijk geloof wijsheid bevat om met iedereen te delen.”

Geciteerd 2: Een vraag die volgens Tomlin belangrijk is om te stellen, is: „Hoe ziet de wereld eruit als ze overstroomd wordt met het licht dat schijnt door het geloof in Jezus Christus?” (2) Hierin zit volgens de anglicaanse theoloog de blijvende aantrekkingskracht van de boeken van de bekende Britse schrijver en apologeet C. S. Lewis. Die somde niet zomaar argumenten op, maar vertelde vooral „veel verhalen.”

Opgemerkt: Als het ‘de deskundigen’ (onder de theologen) al niet lukt om de door hen opgeleide voorgangers (en daar weer uit voortkomende ‘deskundigen’) te motiveren om héél de Schrift (met alle door de Geest ons geschonken Bijbelverhalen) te aanvaarden en verkondigen in en aan de gemeente (3), hoe zullen zij dan de geschriften (met verhalen van ene C.S. Lewis) nuttig weten te maken in ‘de ongelovige wereld’?

(1) We zullen dat ‘vroege vertrek’ van Paulus en het niet kunnen stichten van een gemeente in Athene zeker ook hebben te zien als een oordeel over de hoogmoed van de verering van de ‘mensenwijsheid’ in die stad!
(2) De Bijbel houdt ons geen (mooie) ‘What if’ verhalen voor van ‘dromenzieners’ (4), we worden voortdurend geconfronteerd met de rauwe werkelijkheid van het hier en nu (zelfs als ons dat vanuit het verleden van het Godsvolk ons wordt voorgehouden!) en dat is wat de Bijbel zo’n moeilijk boek maakt voor de ‘godsdienstige mens’ en de ‘godsdienstige strebers’ onder hen, hoe mooi en goed hun bedoelingen ook lijken te zijn, ze dragen niet bij aan het de gemeenten onderwijzen van ‘zoekt eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid‘, zoals dat in de Bergrede ons in zeer ‘geconcentreerde vorm’ wordt voorgehouden. Om dat te leren hebben we – ieder persoonlijk! – dagelijks te leven van Woord en gebed en dat ingebed in het samenleven van de gemeente(n) van onze Heer Jezus Christus.
(3) Zie 2 Timoteüs 3 vanaf vers 16: Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven…
(4) Zie Bijbeltekst onderaan.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Anglicaanse Kerk start Centrum voor Cultureel Getuigenis’ – van Redactie kerk

‘“Luister naar de droom die God mij vannacht gaf,” zeggen zij. En vervolgens beginnen zij in mijn naam te liegen. Hoelang zullen die leugenachtige profeten nog doorgaan die alleen maar hun eigen verzinsels verkondigen? Door het vertellen van deze verzonnen dromen, proberen zij mijn volk Mij te laten vergeten, net zoals hun voorouders Mij vergaten door de verering van de afgodsbeelden van Baäl. Laten deze valse profeten hun dromen vertellen en laten mijn echte boodschappers mijn woorden eerlijk overbrengen. Want er is verschil tussen kaf en koren! Brandt mijn woord niet als vuur?’ vraagt de HERE. ‘Is het niet als een machtige hamer die een rots aan stukken slaat? Daarom zal Ik ze leren, deze “profeten” die hun boodschappen van elkaar horen, deze gladde praters die zeggen: “Deze boodschap komt van God!” Hun verzonnen dromen zijn grote leugens die mijn volk naar de zonde leiden. Ik heb hen niet gezonden, maar zij verleiden het volk en hebben mijn volk niets waardevols te zeggen,’ zegt de HERE.’ (Uit Jeremia 23 uit de verzen 25-40)

Bron afbeelding: SlideShare

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘God wil dat wij een heilig leven leiden’…

‘Over de onderlinge liefde hoeven wij u niets te schrijven, want u hebt zelf van God geleerd hoe u in liefde met elkaar moet omgaan. (…) Maar, broeders en zusters, wij sporen u aan om dat nog veel meer te doen…’ (Uit 1 Tessalonicenzen 2 uit de verzen 9-10).

Geciteerd 1: Het Griekse woord voor ‘barmhartigheid’ luidt ‘eleos’, hetzelfde woord dat klinkt in de bede: ‘Kyrie, eleison’ – ‘Heer wees barmhartig.’ (1)

Opgemerkt 1: De Farizeeën en Schriftgeleerden waren in het Israël van indertijd de professionals op het gebied van de levensheiliging van henzelf en van het volk, dat vonden ze eerst en vooral zelf, en daarom eisten ze die plek ook op voor zichzelf, met alle eerbied en plichtplegingen die hen daarvoor hoorde toe te vallen. En inderdaad keek het gewone volk hoog tegen hen op… Maar Johannes de Doper en onze Heer Jezus Christus voldeden niet aan hun verwachtingen, met alle latere gevolgen voor hún erkenning en behandeling door de ‘regerende elite’ (2) van dien…

Geciteerd 2: Beide keren zijn Jezus’ woorden gericht tegen Farizeeën die kritiek uiten op Zijn manier van doen. De eerste keer eet hij met tollenaars en zondaars (Matteüs 9, 10-13). Die golden als onrein. En het was niet geoorloofd zich met onreinen af te geven. Je werd er zelf net zo onrein van. Aldus de heersende opvatting in Jezus’ dagen. Waarop Jezus reageert: Leert wat het is: “Ik wil liever barmhartigheid dan offers”.

Opgemerkt 2: Gelukkig is het vele malen belangrijker gebleken wat David en Salomo gezegd en beleden hebben, dan wat zij gedaan (misdaan!) hebben in hun leven. En dat geldt ook voor Jakob en voor alle Bijbelheiligen! Dat geldt zelfs ook voor de vrome Farizeeën en Schriftgeleerden (zie Matteüs 23 de verzen 1-12) en het geldt ook voor onze voorgangers en het pastoraat in een gemeente. Daarom zullen wij de kinderen* van deze mensen en degenen die naar hen geluisterd hebben, maar ook hun (wan)daden gezien, geen excuus in handen geven voor hun eigen wangedrag! (3) Het had voor hen juist tot waarschuwing moeten zijn – zie Psalm 78 vers 8!
* Salomo, bijvoorbeeld, had nog meer reden om zich niet veel vrouwen te nemen en er geen harem op na te houden dan zijn vader David. Hij had toch gezien hoeveel kwaad dat gesticht had in het gezin van David.

Tot slot: We moeten de rol van de boze bij het opwekken en voeden van ‘liefde’ en haat beslist ook niet onderschatten en buiten beschouwing laten. Vooral ook de slachtoffers en het pastoraat zullen dat ook bij zichzelf onderkennen en zich daaraan moeten willen en durven laten ontdekken – met het licht van Gods Woord en met hulp van anderen – zie 2 Korintiërs 2 vers 10-11!

(1) Een christelijke instelling voor psychiatrische hulp draagt de naam Eleos.
(2) Johannes werd vermoord aan het hof van koning Herodes, Jezus werd naar het Romeinse gerechtshof gebracht en door Pilatus overgeleverd aan zijn tegenstanders, die Hem zonder een spoor van barmhartigheid aan het kruis nagelden.
(3) Zie bijvoorbeeld ook het goedpraten van het wangedrag (haat, met zelfs een poging tot moord en bedriegen van hun vader) van de zonen van Jakob, omdat het – vanuit de psychologie gezien, maar niet bevestigd door Gods Woord! – natuurlijk wel zo was geweest dat vader Jakob zijn zoon Jozef zoveel aandacht gegeven en verwend had, dat het best begrijpelijk is dat die broers zo’n afgrondige hekel aan hem ‘ontwikkelden’.

Lees verder/meer over ‘barmhartigheid wil Ik, geen offer(s)’: igniswebmagazine-kerk-barmhartigheid

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geen QR-code op basis van ‘geestelijke DNA-onderzoek’ gevraagd…

‘”Heer spaar u de moeite, want ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt“‘ (Een Romeinse centurion aan het woord in Lukas 7 vers 6)

‘“U weet dat het Joden verboden is om met niet-Joden om te gaan en dat ze niet bij hen aan huis mogen komen.”’ (De apostel Petrus aan het woord in Handelingen 10 vers 28)

Opgemerkt 1: Geen verbod uit het Oude Testament, maar een regel die was ontstaan in de Joodse traditie. Dit verbod was dus een vorm van ‘religie-hoogmoed’ van de Joden, die in Jezus’ tijd met name door de Farizeeën en Schriftgeleerden verkondigd en in praktijk gebracht werd, maar waaraan de tollenaars zich blijkbaar niet stoorden en dát was, veel meer nog dan hun wangedrag op financieel gebied, oorzaak van het gemeden en geminacht worden door hun Joodse volksgenoten.

Opgemerkt 2: Een reden, om nog weer aandacht te geven aan het – ten onrechte! – in de Romeinse centurion (zie deze blog n.a.v. Lukas 7 de verzen 6-7) een om zijn zonden bekommerd mens te willen zien, is niet alleen gelegen in het feit dat het juist de hoogmoed van de Joden was, die maakte dat deze Romein (als ‘heiden’) zich zo terughoudend opstelde en zich niet waardig achtte om Jezus in zijn huis te ontvangen. Er is namelijk ook nog reden gelegen in het feit dat we kunnen zeggen, dat een bepaald soort ‘religie-hoogmoed’ zich manifesteert in het op een bepaalde manier aan ons voorhouden, dat wij toch eerst een om eigen zonden bekommerd mens moeten zijn geworden, om ons het heil te kunnen en mogen ‘toe-eigenen’.

Opgemerkt 3: We kunnen dat zelfs ook nog ontdekken in het elkaar voorhouden van woorden als ‘dat bij ons eerst het kwartje gevallen moet zijn’. We kunnen dat de gelovige kinderen en ook volwassenen in de gemeente allemaal best aanpraten en dat is de laatste decennia binnen onze eigen gemeenten (NGK-gemeenschap) helaas beslist ook gebeurd. Want, anders dan vroeger de gewoonte was, verwacht men nu van belijdenis-catechisanten dat ze ons ook een ‘eigen geloofs- of bekeringsgetuigenis’ kunnen vertellen. Oudere gemeenteleden hoorde ik daar zelfs wel hoog van opgeven, terwijl ze denigrerend spraken over de manier waarop ze zelf vroeger ‘als vanzelfsprekend’ belijdenis deden bij afronding van het catechisatie-onderwijs. Maar juist dat laatste is zo helemaal naar Gods Woord en Gods liefdevolle Vaderwil!

Onze kinderen worden namelijk opgevoed bij de waarheid, zoals die ons verkondigd wordt in en door Gods Woord, en zoals die ook al aan hen betekend en verzegeld werd bij de Doop. En die waarheid die wordt niet pas waar wanneer wij daar zelf over gaan nadenken, maar die blijft gewoon waar, ook wanneer we daar soms aan twijfelen. Denk aan kinderen in een gezin, die altijd gehoord en aanvaard hebben dat ze uit hun eigen vader en moeder geboren kinderen zijn. Met die waarheid zijn ze opgegroeid en we gaan hen niet eerst helpen om daar aan te twijfelen door van hen te vragen ‘of het kwartje inmiddels gevallen is’. Nee, ouders lieten en laten hen in alles merken dat ze hen altijd liefdevol de waarheid verteld en voorgeleefd hebben en dat er geen enkele reden is om daaraan te twijfelen en kinderen gaan met dat vertrouwen ook het volle leven in op weg naar hun volwassenwording.

Zó mag het nu precies ook gaan in de gemeente van Jezus Christus en juist daarom is ook de Doop ons geschonken! We hoeven niet eerst zelf een ‘geestelijk DNA-onderzoek’ uit te voeren (als ‘zelftest’) of te laten uitvoeren door deskundigen (als ‘pcr-tst’) om te bepalen van Wie wij nu eigenlijk kinderen zijn! Gód Zelf staat daar met Zijn Woord en Geest en onze Doop* garant voor. Maar helaas zijn er genoeg kerken/gemeenten waar ‘dat onderzoek’ de jeugd wel wordt ‘aangepraat’ en dat met de schijn van Gods Woord en Gods wil hierin na te spreken. En er staat de gelovigen een al eeuwenoud tuighuis met Bijbelteksten en ook een arsenaal aan boeken met godsdienstige redeneringen ter beschikking om deze opvattingen te kunnen blijven verkondigen vanaf de kansels, de podia en in de huizen…

* Zie de Doop maar als ons geboortebewijs van de hemelse burgerlijke stand – zie o.a. Filippenzen 3 vers 20 en Kolossenzen 2 de verzen 11-15. Onze Drie-enig God (niet wijzelf!) staat garant voor de geldigheid ervan en dus heeft niemand reden om aan de geldigheid ervan te twijfelen.

‘Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel en van daar verwachten wij onze Redder, de Heer Jezus Christus. Met de kracht waarmee Hij in staat is alles aan Zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijk maken aan Zijn verheerlijkt lichaam.‘ (Uit Filippenzen 3 de verzen 20-21)

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on The Word)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gáán voor een ander…

‘Een centurio, die in Kafarnaüm woonde, had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld.‘ (Uit Lukas 7 vers 2)

Geciteerd: De hoofdman wordt hier in al zijn onwaardigheid als een rechteloze zondaar getekend. Wat een verschil met de ouderlingen die hij tot Jezus heeft gestuurd. Als echte farizeeërs hebben zij alles opgesomd wat in zijn voordeel zou kunnen pleiten. Maar waar deze ouderlingen de grond van zijn waardigheid in zoeken, daar kan deze hoofdman het niet mee doen. Zo hoog als zij over hem hebben opgegeven, zo laag denkt hij over zichzelf. Uit alles blijkt dat hij heeft geleerd wie hij is voor Gods aangezicht. Hij heeft alles verzondigd en hij is zelfs de minste zegen niet waardig.

Opgemerkt 1: Is dit recht doen aan wat Lukas door de Geest gedreven hier heeft opgetekend en recht doen aan de liefde (!) en de onderneming en de woorden (het inzicht) van deze Romeinse hoofdman? Het is toch bekend dat Joden beslist niet bij de Romeinen in huis kwamen (1) en zeker de Farizeeën en Schriftgeleerden niet, die kwamen zelf niet in huis bij de tollenaars die met de Romeinen samenwerkten.
Dát besef zal bij de hoofdman hebben meegespeeld en dát moet hem zelfs al bij de nodiging door het hoofd hebben gespeeld. Hij durfde zelfs al niet eens naar deze Joodse meester toegaan, maar – uit liefde voor zijn slaaf! – toch wel graag te weten komen of deze Joodse rabbi hem misschien toch ter wille zou willen zijn, en toen hij daar zekerheid over kreeg, toen vertelde/beleed hij ook hoe hij over Jezus en zijn gezag en macht – over ziekten en demonen – dacht, n.a.v wat hij vernomen had.
Zelfs de Joodse leiders wisten dat Jezus kracht had om te genezen, maar die erkenning van de hoofdman, dat mensen met hun ziekten en demonen (2) onder het gezag van Jezus stonden en dat Hij maar te bevelen had, dat was voor hen toch een ‘brug te ver’. Die belijdenis konden en wilden ze niet opbrengen! (3)

(1) Lees in Handelingen 10 vers 28 wat zelfs Petrus daarover de Romeinse centurio Cornelis eerst nog te zeggen heeft (zie ook de tekst in de afbeelding).
(2) En ook hun zonden. Maar, dat wordt door Lukas verteld in Lukas 5 de verzen 17-26, wanneer dat door Jezus aan de orde gesteld wordt bij de genezing van de verlamde Joodse man, die door zijn gelovige (!) Joodse vrienden bij Jezus gebracht was. En dan denken de Schriftgeleerden en Farizeeën, die rabbi spreekt godslasterlijke taal. Genezen, dat kon en mocht Jezus wel van hen, als het maar niet op de sabbat gebeurde, maar zonden vergeven…
(3) Ze beweerden op een gegeven moment zelfs dat Hij door Beëlzebul, de overste der geesten zelf, de demonen uitdreef. (Zie Matteüs 9 vers 34 en 12 de verzen 22-37)

Opgemerkt 2: Door de Romeinse hoofdman hier te tekenen als iemand die zich als een ‘rechteloze zondaar’ bij Jezus laat aandienen, daarmee laat de betreffende predikant zijn theologie (de ‘heersende’ theologie van/binnen zijn kerkgemeenschap) heersen over wat de heilige Geest door Lukas hier ook voor ons heeft laten opschrijven en daardoor wordt er helaas beslist geen recht gedaan aan dit Schriftgedeelte en de beweegredenen van deze Romeinse hoofdman. En dat moeten we niet op een vrome manier – omdat de meditatie toch geschikt is om over onze ‘zondige onwaardigheid’ na te denken – goed willen praten! Daarvoor moet de Schrift en en elk Schriftgedeelte en haar uitleg en toepassing ons te heilig zijn.

Opgemerkt slot: We kunnen bij deze geschiedenis ook wijzen op het geloof van de Kananeese vrouw (zie Matteüs 15 de verzen 21-28), die toch liever nog ‘het recht van hondjes’, die toch de broodkruimels onder tafel mogen opeten, aan Jezus wilde voorhouden, dan zich als ‘rechteloze heiden’ te laten wegzenden…
Wat ons hier vooral moet opvallen, dat is dat het de liefde voor (ten bate van) een ander is die mensen naar Jezus toe doet gaan hen vindingrijk maakt en hen een eigen onwaardigheid ‘overwinnend geloof’ schenkt: De Romeinse hoofdman had een zieke slaaf, de Kananese vrouw een zieke (bezeten) dochter en de vrienden van de verlamde man een verlamde vriend…
Zoals Paulus schrijft aan het slot van 1 Korintiërs 13: ‘Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.‘ (1 Korintiërs 13 vers 13)

Zie ook: ‘Geen QR-code op basis van ‘geestelijk DNA-onderzoek’ gevraagd…‘

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Meditatie: Geloofsgebed’ – door ds. H. de Greef, Wouterswoude

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over leiderschap en het hoeden van een schaapskudde… (I)

‘Gij leidde Uw volk, als een kudde door de hand van Mozes en Aäron.‘
(Uit Psalm 77 ver 21)

Geciteerd 1: Er zijn mensen die permanent in een schijnwereld leven, en dit kan ook een collectief verschijnsel worden voor heel de kerk…

Geciteerd 2: Toen de Here voor het zwakke slavenvolk het machtige leger van de Farao verzwolg in de golven, toen zongen ze: de HEER heeft het paard met z’n wagens in de zee geworpen. De Here! Maar toen deze mensen gezeten burgers geworden waren in een land vloeiende van melk en honing, en er wéér vijanden waren verslagen, toen zongen ze: Saul heeft z’n duizenden verslagen en David z’n tienduizenden! Hetzelfde lied op een nieuwe wijs? Nee, een heel ander lied. Het zijn nu mensen geworden, hún helden, die redding hebben gebracht. Over de HEER wordt volledig gezwegen, De namen van mensen klinken door de lucht… Saul en David. En toen werd Saul jaloers en boos omdat ze hem maar duizend gaven, en David tienduizend.

En dat is het begin geweest van onderlinge jalouzie en nijd, en de verschrikkelijke scheuring van de Oud Testamentische kerk. Zó gaat het, als de kerkmensen niet meer kleine, afhankelijke, gelovige mensen zijn, maar aan heldenverering doen, en de een van Saul en de ander van David, en een derde weer van iemand anders is. En als je dan zegt: de HEER!, dan ben je een dweper of hopeloos ouderwets. Dat is dan die schijnwereld in de kerk, die ik zo pas bedoelde, en wij zullen het beste doen, alle soorten van zelfbedrog zo spoedig mogelijk te laten varen.

Dit was dan zoiets als een inleiding op dát “teken van de tijd”, dat ik nu wil noemen: de organisatie (van het kerkelijk leven – AJ).

Opgemerkt 1: Met verdriet heb ik kennis genomen van hoe onze gemeente de zorg voor onze jeugd uit handen geeft en – op de zondag nog wel en als alternatief voor de gewone samenkomsten! – ‘onder-huurlingen’ inhuurt om jongeren (vanaf de brugklas tot 25 jaar) door deze betaalde kerkelijk werkers iets te laten (mee)geven wat volgens hen blijkbaar natuurlijk niet te bereiken viel/valt wanneer ze bij ons de gewone samenkomst – een Doopdienst nog wel! – hadden bijgewoond. Die zegen van het bijwonen van zo’n gewone (Doop)dienst, die valt natuurlijk in het niet bij wat daar op zó’n bijeenkomst te horen en te beleven en te genieten valt. En het blijft niet bij één keer, maar er staan nog een drie of viertal van zulke bijeenkomsten op de zondagen gepland!

Opgemerkt 2: Hoorde ik onze predikant eerder nog opmerken, dat hij tijdens corona ontdekt en geleerd had dat het kerkelijk leven niet maakbaar is, dan blijkt dat echter geenszins uit wat onze kerkenraad en jeugdraad nu weer op stapel heeft gezet en ook uit de woorden tijdens de verkondiging in deze Doopdienst blijkt/spreekt een andere ‘geest’ – een die meer in overeenstemming zal zijn geweest met het geluid dat de jeugd gehoord zal hebben van de spreker op de bijeenkomst in de sportzaal van het JFC (1)

Opgemerkt 3: Ik zal DV nog aandacht geven aan wat er gezegd werd in de verkondiging en ook wil ik nog aandacht geven aan het ‘hoeden van de kudde Gods’ waar Paulus de oudsten van Efeze op wijst bij zijn afscheidstoespraak op het strand (Zie Handelingen 20 de verzen 17-38)

(1) Eelco Poelarends, lees meer op deze website

Bron citaten 1-2: Boek ‘De dag van den Zoon des mensen’ (derde druk) – Uit hoofdstuk IV ‘Organisatie’ – van ds. H. Veldkamp (1895-1956)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De tweede dienst…

Mee vanwege de (op)roep(en) om ‘meer te verlangen van de Geest’…

Geciteerd: ‘Er is vanavond ook weer een tweede dienst. In Nederland doen wij dat.’

Opgemerkt 1: Moeten wij zelfs in onze NGK-gemeente(n) dat er tegenwoordig bij zeggen ‘In Nederland doen wij dat’ of werd/wordt het gezegd om het voor de hoorders – waarvan de meerderheid al helemaal niet meer gewoon is om de tweede dienst te bezoeken -, bij dat nog wijzen op de mogelijkheid van de twee dienst wat gerust te stellen, om het wegblijven ervan eerst maar wat te relativeren, zo van: Goed, in Nederland zijn/waren wij dat gewoon, maar op hoeveel plaatsen van de wereld hebben ze dat niet en kunnen we toch niet zeggen, dat ze er minder christen om zullen zijn. En ja, dan kan je daarna toch nog aandringen om de tweede samenkomst/dienst wel te bezoeken, zonder je ongerust te hoeven maken dat mensen over dat uitdrukkelijk aandacht vragen voor het bijwonen van die tweede dienst zich daarbij niet prettig/gerust zullen hebben gevoeld.

Opgemerkt 2: Het zal toch niet alleen mij opvallen dat men vanaf de kansel wel uitdrukkelijk aandacht wil vragen voor zo’n beweging als New Wine en dat men het de gemeente zelfs aanbeveelt om langs die weg invulling te geven aan het verlangen naar meer van de Geest, dus om (nog) meer van de Geest te ontvangen. Daarom wil ik dat nu toch eens in contrast brengen met het geringe en zelfs ontbrekende verlangen om ook de tweede dienst van onze gemeente bij te wonen. Want blijkbaar kan en wil men wel verwachting hebben van het bijwonen van bijeenkomsten/conferenties van New Wine, maar heeft men dat niet van dat heel gewone bijwonen van de tweede diensten in onze gemeente.
Die beweging van New Wine is ook maar komen aanwaaien uit Engeland en de gemeente van Jezus Christus heeft het alle eeuwen zonder zo’n beweging kunnen en moeten doen. In het welvarende en vrije Nederland kan je menen dat de kerken verwachtingen mogen hebben van zulke bewegingen, maar we dienen wel goed te beseffen dat de Bijbel geen enkele grond voor zulk soort verwachting biedt! Terwijl het dankbaar gebruik maken van het tweede samenkomen van een gemeente zo heel gewoon gebruikt kan worden om samen opgebouwd te worden in het geloof. En ja, daarmee kan je je niet onderscheiden van ‘de rest’ (binnen of buiten de gemeente), maar waarom zouden we dat willen? Waarom zouden wij een groot woord willen voeren over het belang en het (vermeende!) effect van zulk soort bewegingen binnen eigen gelederen of daarbuiten?

Opgemerkt 3: De heilige Geest schenkt Zijn gaven aan en in de gemeente aan ieder persoonlijk en wel in die mate die passend is voor een gemeente en ieder daar persoonlijk. Genoeg dus om dagelijks ‘bij de dag’ van te leven en God er niet alleen om te bidden maar er ook voor te danken. Onze situatie is echt niet anders dan voor Israël indertijd in de woestijn, die van het dagelijkse manna moesten (mochten!) leven en die hun verlangen naar meer moesten omzetten naar verlangen om straks het beloofde land te mogen binnen trekken, al zou ook dat nog weer strijd en moeite opleveren voordat het in rust en vrede bewoond kon worden. En eigenlijk is het er ook daar nooit echt van gekomen, er bleef moeite en strijd. In Hebreeën stelt de schrijver dat ze er slechts als vreemdelingen vertoefd hadden en dat had David eerder ook al beleden aan het eind van zijn leven (zie zijn woorden in 1 Kronieken 29 vers 15).

‘En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie er vanaf, want ik wil beoordeeld worden op grond van wat men van mij hoort en *ziet (zichtbaar/controleerbaar!), niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen.‘ (Uit 2 Korintiërs 12 uit de verzen 6-7)

‘Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest, er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht (1), maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. In iedereen is de Geest *zichtbaar (controleerbaar!) aan het werk ten bate van de gemeente.‘ (Uit 1 Korintiërs 12 de verzen 4-7)

(1) Daarom kan iemand die een ‘bijzondere openbaring (aanwijzing)’ krijgt – zoals een predikant die eens een stem hoorde na beroepen te zijn – daar beter over zwijgen en er geen ruchtbaarheid aan geven, bijv. om te onderstrepen/bewijzen (aan anderen) dat de Geest ook vandaag nog (zo) werken wil, al mag hij het voor zichzelf (en bijv. samen met z’n vrouw en/of intimi) dankbaar en dankend aanvaarden uit Gods Vaderhand.

Bron citaat: Mededeling vanaf kansel/podium tijdens een ochtenddienst van onze NGK-gemeente.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Waar liefde woont…’

Over kerkgang, kerkbinding en missionair (on)vermogen…

Geciteerd 1: Krimpen kerken bij gebrek aan kerkelijk besef? „Dat speelt wel een rol. Steeds minder jongeren weten waarom ze lid zijn van een kerk, terwijl de kerk het ook nog eens moeilijk vindt om het belang daarvan duidelijk te maken. Jongeren denken: „Wat win ik ermee?” Dat klinkt heel economisch en berekenend, maar veel mensen zitten zo in elkaar, omdat hun dagelijks leven zo werkt. Als je een hotel uitzoekt, kijk je naar de recensies: wat is er goed aan, wat slecht en is mij dat waard? Veel jonge mensen kijken zo naar de kerk. En dan verliest de kerk het misschien van ‘leukere’ activiteiten.”

Geciteerd 2: Wat kunnen kerken doen om te groeien? „Plat gezegd: mensen aansporen om eens te overwegen of ze open staan voor meer kinderen… En kerken moeten missionair zijn. Ik denk dat veel gereformeerde kerken dat best moeilijk vinden, zeker als ze met krimp te maken hebben. Missionair zijn vraagt veel tijd, energie en mankracht: mensen opzoeken, relaties opbouwen en in gesprek gaan. Om te groeien, moeten kerken een wankel evenwicht bewaren tussen streng en los…

Geciteerd 3: ‘Ik hoor vaak dat ouders de kinderen en tieners niet meer meekrijgen naar de kerk. Ik heb liever dat ze naar ons toekomen dan nooit meer naar de kerk gaan of zelfs wegdrijven van God.’

Opgemerkt 1: Wanneer kinderen opgroeien in een ‘christelijk huis’ waar liefde woont en waar ouders en kinderen de sfeer in huis altijd weer aangenaam maken voor elkaar, daar hebben de kinderen geen reden om in huis de sfeer te bederven door niet mee te willen naar de samenkomsten. Dat er in ons ouderlijk huis en later ook in ons eigen gezin geen televisie was, lijkt mij ook zeker een factor van belang voor de sfeer in huis/gezin! En wanneer dan kinderen via de catechisaties en de jeugdverenigingen ook leeftijdgenoten ontmoeten en vriendschappen aangaan, dan is dat zeker ook een factor van belang. Verder zagen wij en later onze kinderen ook dat hun ouders goede contacten hadden in de gemeente en dat ze naar een Bijbelkring gingen. Ook het meeleven van en met broeders en zusters (bij ziekte, ongeval en/of overlijden) in de kerkelijke gemeente draagt eraan bij dat de opgroeiende kinderen/jeugd iets proeven van de gemeenschap der heiligen en dat vooral ook vanwege het werk van de heilige Geest in hun harten.

Opgemerkt 2: In het gezin van ons ouderlijk huis en later ook in ons eigen gezin werd dan ook beslist niet de vraag voorgelegd of het misschien niet anders kon of moest in de samenkomsten, of wij/zij het misschien liever anders gehad zouden hebben, of de organist wel beviel, etc. Dat wij en onze kinderen daar ook heus wel over nadachten lijkt me duidelijk. Zelf vroeg ik een keer met mooi weer in de auto onderweg naar de avonddienst (meen dat onze oudste toen veertien was, mijn echtgenote bleef met ons jongste kind thuis) aan onze kinderen: Zullen we maar een boswandeling gaan maken? Ze waren onmiddellijk enthousiast en namen mijn voorstel direct serieus. Ik schaamde me, want ik wist zeker dat wij als kinderen zo’n voorstel van onze ouders niet voor mogelijk hadden gehouden. We zijn dan ook gewoon doorgereden naar ‘onze kerkdienst’…

Opgemerkt 3: Moet een gemeente/kerk ‘missionair zijn’ (of alsnog ‘gemaakt worden’) of hebben we alleen te hopen en verwachten dat de leden van een gemeente hun ‘missionaire taak’ (in familie/gezin, in de eigen gemeente, op het werk of waar dan ook in de samenleving) zelf invulling weten te geven onder (dagelijks en wekelijks) gebed om wijsheid en leiding van de heilige Geest. Het lijkt me Bijbels gezien toch niet werkelijk nog een vraag! Laat kerkenraad en gemeente maar zorgdragen voor betrouwbare verkondigers en verkondiging in de gemeente en ook voor het vinden van mensen die geschikt zijn om leiding te geven in de gemeente. En dat laatste niet om de gemeente (door organisatie) om te vormen tot een ‘missionaire gemeente’, maar door de leden van de gemeente bij te (willen en kunnen) staan met het onderwijs uit Gods Woord. Dat ze met de leden gesprek kunnen voeren over Gods wil in hun leven, in hun huwelijken en gezinnen en op het werk of waar en in welke omstandigheden dan ook.

‘Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft lief gehad. Als iemand zegt: Ik heb God lief, maar hij haat zijn broeder of zuster, dan is zo iemand een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, Die hij nooit gezien heeft, liefhebben en de ander, die wel zichtbaar is, niet liefhebben. We hebben dan ook dit gebod van Hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.‘ (Uit 1 Johannes 4 de verzen 20-21)

‘Waar liefde woont, gebiedt de HEER Zijn zegen:
Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,
En ’t leven tot in eeuwigheid.
‘
(Uit Psalm 133 het derde vers, berijmd, OB)

Bron citaten 1-2: RD Kerk & religie – ‘Merijn Wijma (1): Bevindelijke kerken weten leden beter vast te houden’ – door Maarten Stolk
Bron citaat 3: ND (FB-post) – “Evangelische kerk Mozaiek opent in Rotterdam met drie diensten. ‘Er is echt iets heel bijzonders aan de hand'”

(1) Wijma (28) onderzocht hoe de ledentallen van gereformeerde kerkverbanden zich tussen 1892 en 2015 ontwikkelden en waar hun gemeenten zich precies op de kaart van Nederland bevinden. Ze schreef er een boek over: ”Een menigte die men tellen kan”. De taalwetenschapper, lid van de samenwerkingsgemeente van vrijgemaakt gereformeerden en Nederlands gereformeerden in Zaanstad, promoveerde vrijdag 11 februari 2022 aan de Theologische Universiteit Kampen/Utrecht.

Bron afbeelding: A Clay Jar

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De verwennende Jakob en de verwende Jozef…

‘Door zijn geloof kon Jakob op zijn sterfbed de beide zonen van Jozef zegenen; (…) Door zijn geloof sprak Jozef al over de uittocht van het volk van Israël en gaf hij opdracht zijn gebeente mee te nemen.‘ (Uit Hebreeën 11 uit de verzen 21-22)

Geciteerd 1: Jozef kan er over meepraten. Zijn vader heeft hem enorm voorgetrokken en verwend. Samen met een wonderlijke droom had dát Jozefs denken bepaald. Hij als stralende middelpunt, de rest buigend om hem heen.

Geciteerd 2: Wát een geloofsbelijdenis van Jozef. (1) Maar dat is hem dus niet zomaar komen aanwaaien. Er was veel voor nodig. Zijn aardse vader had hem met voortrekken en verwennen er niet beter op gemaakt. Maar zijn hemelse Vader heeft hem door lijden heen volwassen gemaakt. Jozef leerde: in mijn dromen was ik het middelpunt. In Gods dromen ben ik het middel. En hij geeft zich eraan over.

Opgemerkt: Mijn grootvader schreef in zijn boek ‘Opvoeding en Onderwijs’ wijze woorden over of en hoe ouders en/of opvoeders en onderwijzers verschil kunnen en mogen maken bij opvoeding en scholing van hun kinderen/de jeugd en dat we zeer moeten oppassen voor het aankweken van een verkeerd soort gelijkheidsideaal bij hen.

We zullen de goede band tussen Jakob en zijn zoon Jozef toch eerder hebben te beschouwen als een genade-gave aan Jozef, als een voorbereiding op zijn latere moeilijke leven, dat al vroeg begon, en voor Jakob was het eerst ook mooi, maar later vooral ook weer een test van zijn geloof, maar dat was het voor Jozef ook.

We zullen de haat van zijn broers zeker ook hebben te zien als werk van de boze in hun harten en als strijd tegen het Zaad van de vrouw. (2) Was Jozefs naam niet al heel betekenend en was hij niet de eerste zoon van Jakob’s geliefde Rachel? Toonde Jozef niet meer dan zijn broers belangstelling voor zijn oude vader en deelde hij daarom ook al meer bewust in het leven en geloof van zijn vader en voorvaders? Bleek dat later niet uit zijn leven in Egypte bij Potifar in huis en ook in de gevangenis?

En wat heeft God een hem een goede uitkomst gegeven! (3) Wat hebben de broers ook moeten leren van heel dit gebeuren om op Gods hand te letten in hun leven. Allemaal hebben ze moeten leren zich te vernederen onder de machtige hand van God. (4) Tot het laatst toe zijn Jakob en Jozef hen daarin voorgegaan. Hun vertrouwen op God is niet beschaamd geworden!

(1) Dat hij geen wraak neemt op zijn broers maar hen wijst op Gods weg met hen.

(2) Genesis 3 vers 15, Galaten 3 vers 16 en Openbaring 12 vers 4.

(3) Psalm 42 vers 5 (Oude Berijming)

Maar de HEER zal uitkomst geven,
Hij, die ’s daags Zijn gunst gebiedt;
‘k Zal in dit vertrouwen leven,
En dat melden in mijn lied;
‘k Zal Zijn lof zelfs in den nacht
Zingen, daar ik Hem verwacht;
En mijn hart, wat mij moog’ treffen,
Tot den God mijns levens heffen.

(4) ‘Vernedert u dan onder de machtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd. Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten. Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. Hem zij de kracht in alle eeuwigheid! Amen.‘ (Uit 1 Petrus 5 de verzen 6-11)

Bron citaten: Ecclesia nr. 2, januari 2022 – ‘Trouw, tralies en troon’ – door ds. BertJan Mouw, Aalburg.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het geloof bóven al onze werken!

‘Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader,
Jezus Christus, den Rechtvaardige.‘
(Uit 1 Johannes 2 vers 1 – weergave DB 1545)

Geciteerd: Als je vraagt: ‘Hoe kan ik met zekerheid weten dat al mijn werken God behagen, omdat ik soms toch struikel, teveel praat, eet, drink, slaap of op een andere manier buiten mijn boekje ga en dagelijks allerlei kwaad doe wat ik onmogelijk kan voorkomen’, dan antwoord ik: ‘Deze vraag laat zien, dat je het geloof nog steeds ziet als een ander [bijkomstig] werk en het geloof niet bóven alle werken stelt.’

Want juist daarom is het geloof het hoogste werk, omdat het standhoudt en al je dagelijkse zonden tenietdoet. En wel dáárdoor dat het geloof niet twijfelt, dat God je zó gunstig gezind is, dat Hij je dagelijkse struikelingen en gebreken door de vingers ziet. Ja, als er zelfs ook een dodelijke val zou plaatsvinden – wat weliswaar hen, die in geloof en godsvertrouwen leven, zelden of nooit overkomt – dan staat het geloof toch weer op en twijfelt er niet aan of de zonde is al weggenomen.

Zoals Johannes zegt: ‘Dit schrijf ik u, lieve kinderen, opdat u niet zondigt, als echter iemand toch valt, dan hebben wij een Voorspraak bij God, namelijk Jezus Christus, Die een Verzoening is voor al onze zonden’ (vgl. Johannes 2:1 vv). En in Spreuken: ‘De rechtvaardige kan zeven keer vallen, maar staat even vaak weer op’ (vgl. Spreuken 24:16). Ja, dit vertrouwen en geloof móéten wel zo groot en zo sterk zijn, omdat de mens weet dat zijn hele leven en al zijn werken enkel en alleen doemwaardige zonden zijn voor Gods gericht.

Maarten Luther: Von den guten Werken (1520), WA 6, 215, 13-31

Bron citaat: info@maartenluther-citaten.nl of zie de homepage van http://www.maartenluther.com

‘En Jezus, Zich omkerende, en haar ziende, zei: Wees welgemoed, dochter! uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van dezelve ure af.‘ (Uit Matteüs 9 de verzen 20-22)

Bron afbeelding: Radio Veritas Asia

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wie U vrezen zien het met blijdschap…

‘Wie U vrezen zien het met blijdschap, in Uw Woord heb ik mijn hoop gesteld.’
(Uit Psalm 119 vers 74)

De stolp of koepel gebarsten en verdwenen…

Geciteerd 1: Om met Frans Wiertz, de vorige bisschop van Roermond te spreken: “De kerk was als een koepel. Een heldere koepel, waaronder zich het geloofsleven afspeelde. Alles was min of meer besloten.” Uiteindelijk kwamen er barsten in de koepel en veranderde langzaam maar zeker alles. Gingen er in 1965, toen Gerard zijn eindexamen HBS haalde, nog elk weekend 2,7 miljoen katholieken naar de kerk. In 2018, toen het vijfde kleinkind van Gerard en Janny werd geboren, waren er daar nog maar 153.000 van over. Twee van hen waren Gerard en Janny. (…) De koepel boven Janny en Gerard is inmiddels helemaal weg. Het zicht op de hemel is vrij.

Geciteerd 2*: De tijd van de oude zekerheden is voorbij, het is geen keus. Dat kun je niet meer terughalen. In het oude klimaat stond alles vast. Men wist het. Het kerkelijk leven zelf wist het. Maar het kerkleven zelf is ootmoedig geworden. En is terecht gekomen in de algemene twijfel, die het klimaat van deze wereld is. Vroeger stond de orthodoxie, het leergezag, onder een glazen stolp, dat werkte, alles was heel zeker. Dat glas van die stolp is gebroken…

Het Evangelie was langzamerhand overwoekerd door regels, dogma’s, voorschriften, liturgische dingen, processies en onder dat klimop zitten die woorden, overwoekerd, maar ze zijn er. En het gaat niet om het klimop, het gaat om die woorden… (bedoeld worden de woorden van het Evangelie, zoals we die vinden in het Oude en Nieuwe Testament).
* Uit de mond van Godfried Bomans – eind jaren zestig.

Opgemerkt 1: Onlangs een gesprek van Godfried Bomans met pater Jan van Kilsdonk (opname uit 1963) beluisterd en dan spreekt deze pater n.a.v. zijn ervaring met stervende mensen en meer specifiek over die met een jonge student en dan dan laat hij met zoveel ervaringskennis en kennis van de Joodse eerbied voor God in heel weinig woorden horen wat geloofsvertrouwen is en waarom dat reden geeft om Gods Woord Góds Woord te laten zijn en blijven en daarmee voorzichtig en wijs en fijngevoelig te zijn en reden geeft om vooral ook spaarzaam met onze eigen woorden en bedenksels.
De YouTube-link naar de geluidsopname onderaan begint in de tweede helft van dit gesprek bij de vraag van Godfried Bomans over het sterven en wat te zeggen over leven na de dood.

Geciteerd 3*: Het focus van beide RK-sprekers ligt niet-bindend in de zekerheid van Gods spreken, maar in de menselijke ervaring en meeleven met de ander in twijfel. Filosofisch een begrijpelijk gesprek. Maar als het uitgangspunt in het hoofd/hart van de mens ligt is er geen zekerheid. Een schip met het anker in het ruim of de mast. De wijsbegeerte der wetsidee heeft het anker in Gods Woord/wet. Dan heb je zekerheid van geloof. Weliswaar onbewijsbaar, maar het geloof is het bewijs. Als je die keus niet maakt kun je veel kleuren filosoferen. Daarmee kun je meevoelen met anderen die twijfels hebben. Dat voelt goed maar geeft geen houvast aan het anker dat God uit de hemel neerlaat als eeuwig houvast. De RK hiërarchie heeft ook een anker in het eigen kerkschip.
* Woorden van een emeritus-predikant (GKV) die het hierboven genoemde gesprek ook beluisterd heeft.

Opgemerkt 2: Dat wordt nu wel beweerd over deze twee sprekers, maar toch vinden ze beiden houvast aan het Woord van God en daar hoeft heus niet een heel systeem van wijsbegeerte aan vast te zitten. Hoeveel eeuwen heeft de kerk niet zonder Dooijeweerds filosofisch werk gedaan.* En Calvijns Institutie had de kerk van de begonnen Reformatie ook niet nodig. (1) Dat werk heeft de Reformatie geen goed gedaan. Er waren plots een stel pedanterige betweters, waaronder Petrus Datheen, die nu wel eens overal de zuivere leer ingesteld en in praktijk gebracht wilden zien. De gemeente van Jezus Christus is echter afhankelijk van de doorgaande verkondiging van Gods Woord (en die was voor velen toen nog maar net begonnen).
* ‘Wij als NGK’ hebben na de breuk in ’67 een tijd lang zonder veel pretenties gemeenten van Jezus Christus mogen zijn. Nog altijd dankbaar dat wij in die sfeer zijn opgegroeid!

Opgemerkt 3: Wanneer je het hele verhaal in die opname (van het gesprek van die twee) aanhoort dan is die pater juist helemaal niet zo’n RK-man, die de RK-traditie als heilig wil zien en Godfried Bomans nog minder. Ze hebben m.i. wel eerbiedig geluisterd naar Gods Woord en dat in geloof aanvaard.
NB. Lees (of beluister) ook hierbij de woorden van Godfried Bomans in (via) deze blog ‘Geloven meer dan denken over het geloof‘.

Opgemerkt 4: ‘We hebben het Woord van God dat zeer vast is’ (2 Petrus 1 vers 19) en de apostel Paulus heeft in zijn brieven aan Timoteüs voldoende duidelijk gemaakt dat de gemeenten het dáár van moeten hebben, dat Gods Woord verkondigd wordt! En wanneer dat Woord betrouwbaar verkondigd wordt door betrouwbare mensen en wanneer de gemeenten er alert op zijn dat dat ook zo blijft, dan gaat de eer naar God wanneer er wat goeds in deze gemeenten gevonden wordt en dan gaat men niet prat op allerlei leringen en aanpak van mensen…

Opgemerkt 5: Ook van belang om bij dat gesprek te beseffen dat pater Van Kilsdonk het niet heeft over gemeente pastoraat (dus onder gelovige mensen) maar over studenten-pastoraat onder jongeren die weinig of niets (al van huis uit) hadden met de (RK-)kerk en het geloof.

Opgemerkt slot: Wanneer je meer te weten komt over het opgroeien van de jonge Godfried Bomans in het ouderlijk huis (m.n. de rol van zijn vader) dat ook sterk samenhing met het kerkelijk milieu, dan mag je het een Godswonder noemen dat Godfried Bomans het geloof behouden heeft en ook met mildheid wil en kan spreken over zijn ouderlijk huis en de Rooms katholieke kerk van zijn jeugd.

(1) NB. Met mijn opmerkingen over Calvijn en Dooijeweerd wil ik niet beweren dat de gemeenten/kerken vn de Reformatie van het (latere) gemeentewerk van Calvijn en zijn preken en brieven geen nut hebben gehad (en nog!) in het gemeentelijk en kerkelijk leven, net zo goed als we nut hebben gehad en nog hebben van wat de reformatorische wijsbegeerte ons heeft aangereikt.

Link naar gesprek: Godfried Bomans met pater Jan van Kilsdonk (YouTube)
Bron Citaat 1: Trouw/deVerdieping (via Blendle) – ‘De kerk wilde niet moderniseren, de doorsnee katholiek wel’ – door Stijn Fens
Bron citaat 2: YouTube – Godfried Bomans over geloof en kerk.

‘Geliefde broeders en zusters, dit is al de tweede brief die ik u schrijf. Met beide wil ik u tot een helder inzicht brengen, en wel door u te herinneren aan de woorden die de heilige profeten destijds hebben gesproken en aan het gebod van onze Heer en Redder dat uw apostelen u hebben doorgegeven.’ (Uit 2 Petrus 3 de verzen 1-3)

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Psalms)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie