‘Waar liefde woont…’

Over kerkgang, kerkbinding en missionair (on)vermogen…

Geciteerd 1: Krimpen kerken bij gebrek aan kerkelijk besef? „Dat speelt wel een rol. Steeds minder jongeren weten waarom ze lid zijn van een kerk, terwijl de kerk het ook nog eens moeilijk vindt om het belang daarvan duidelijk te maken. Jongeren denken: „Wat win ik ermee?” Dat klinkt heel economisch en berekenend, maar veel mensen zitten zo in elkaar, omdat hun dagelijks leven zo werkt. Als je een hotel uitzoekt, kijk je naar de recensies: wat is er goed aan, wat slecht en is mij dat waard? Veel jonge mensen kijken zo naar de kerk. En dan verliest de kerk het misschien van ‘leukere’ activiteiten.”

Geciteerd 2: Wat kunnen kerken doen om te groeien? „Plat gezegd: mensen aansporen om eens te overwegen of ze open staan voor meer kinderen… En kerken moeten missionair zijn. Ik denk dat veel gereformeerde kerken dat best moeilijk vinden, zeker als ze met krimp te maken hebben. Missionair zijn vraagt veel tijd, energie en mankracht: mensen opzoeken, relaties opbouwen en in gesprek gaan. Om te groeien, moeten kerken een wankel evenwicht bewaren tussen streng en los…

Geciteerd 3: ‘Ik hoor vaak dat ouders de kinderen en tieners niet meer meekrijgen naar de kerk. Ik heb liever dat ze naar ons toekomen dan nooit meer naar de kerk gaan of zelfs wegdrijven van God.’

Opgemerkt 1: Wanneer kinderen opgroeien in een ‘christelijk huis’ waar liefde woont en waar ouders en kinderen de sfeer in huis altijd weer aangenaam maken voor elkaar, daar hebben de kinderen geen reden om in huis de sfeer te bederven door niet mee te willen naar de samenkomsten. Dat er in ons ouderlijk huis en later ook in ons eigen gezin geen televisie was, lijkt mij ook zeker een factor van belang voor de sfeer in huis/gezin! En wanneer dan kinderen via de catechisaties en de jeugdverenigingen ook leeftijdgenoten ontmoeten en vriendschappen aangaan, dan is dat zeker ook een factor van belang. Verder zagen wij en later onze kinderen ook dat hun ouders goede contacten hadden in de gemeente en dat ze naar een Bijbelkring gingen. Ook het meeleven van en met broeders en zusters (bij ziekte, ongeval en/of overlijden) in de kerkelijke gemeente draagt eraan bij dat de opgroeiende kinderen/jeugd iets proeven van de gemeenschap der heiligen en dat vooral ook vanwege het werk van de heilige Geest in hun harten.

Opgemerkt 2: In het gezin van ons ouderlijk huis en later ook in ons eigen gezin werd dan ook beslist niet de vraag voorgelegd of het misschien niet anders kon of moest in de samenkomsten, of wij/zij het misschien liever anders gehad zouden hebben, of de organist wel beviel, etc. Dat wij en onze kinderen daar ook heus wel over nadachten lijkt me duidelijk. Zelf vroeg ik een keer met mooi weer in de auto onderweg naar de avonddienst (meen dat onze oudste toen veertien was, mijn echtgenote bleef met ons jongste kind thuis) aan onze kinderen: Zullen we maar een boswandeling gaan maken? Ze waren onmiddellijk enthousiast en namen mijn voorstel direct serieus. Ik schaamde me, want ik wist zeker dat wij als kinderen zo’n voorstel van onze ouders niet voor mogelijk hadden gehouden. We zijn dan ook gewoon doorgereden naar ‘onze kerkdienst’…

Opgemerkt 3: Moet een gemeente/kerk ‘missionair zijn’ (of alsnog ‘gemaakt worden’) of hebben we alleen te hopen en verwachten dat de leden van een gemeente hun ‘missionaire taak’ (in familie/gezin, in de eigen gemeente, op het werk of waar dan ook in de samenleving) zelf invulling weten te geven onder (dagelijks en wekelijks) gebed om wijsheid en leiding van de heilige Geest. Het lijkt me Bijbels gezien toch niet werkelijk nog een vraag! Laat kerkenraad en gemeente maar zorgdragen voor betrouwbare verkondigers en verkondiging in de gemeente en ook voor het vinden van mensen die geschikt zijn om leiding te geven in de gemeente. En dat laatste niet om de gemeente (door organisatie) om te vormen tot een ‘missionaire gemeente’, maar door de leden van de gemeente bij te (willen en kunnen) staan met het onderwijs uit Gods Woord. Dat ze met de leden gesprek kunnen voeren over Gods wil in hun leven, in hun huwelijken en gezinnen en op het werk of waar en in welke omstandigheden dan ook.

Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft lief gehad. Als iemand zegt: Ik heb God lief, maar hij haat zijn broeder of zuster, dan is zo iemand een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, Die hij nooit gezien heeft, liefhebben en de ander, die wel zichtbaar is, niet liefhebben. We hebben dan ook dit gebod van Hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.‘ (Uit 1 Johannes 4 de verzen 20-21)

Waar liefde woont, gebiedt de HEER Zijn zegen:
Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,
En ’t leven tot in eeuwigheid.

(Uit Psalm 133 het derde vers, berijmd, OB)

Bron citaten 1-2: RD Kerk & religie – ‘Merijn Wijma (1): Bevindelijke kerken weten leden beter vast te houden’ – door Maarten Stolk
Bron citaat 3: ND (FB-post) – “Evangelische kerk Mozaiek opent in Rotterdam met drie diensten. ‘Er is echt iets heel bijzonders aan de hand'”

(1) Wijma (28) onderzocht hoe de ledentallen van gereformeerde kerkverbanden zich tussen 1892 en 2015 ontwikkelden en waar hun gemeenten zich precies op de kaart van Nederland bevinden. Ze schreef er een boek over: ”Een menigte die men tellen kan”. De taalwetenschapper, lid van de samenwerkingsgemeente van vrijgemaakt gereformeerden en Nederlands gereformeerden in Zaanstad, promoveerde vrijdag 11 februari 2022 aan de Theologische Universiteit Kampen/Utrecht.

Bron afbeelding: A Clay Jar

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s