Geloven meer dan denken over het geloof…

‘Voor ik vernederd werd, tastte ik mis, nu houd ik mij aan Uw Woord‘
(Uit Psalm 119 vers 67)

Tussen de strijd van mensen die het wat kalmer aan willen doen en die zelf eigen vernieuwingen in de liturgie en het godsdienstonderwijs willen aanbrengen, heerst een zekere spanning en daar wil ik het eens over hebben. Want laatst maakte ik een debat mee, over geloofszaken, en met name over de richting, die de zoekenden onder de christenen, die door de voorzitter met progressief aangeduid werden, als de juiste zagen.
Het is op dit ogenblik niet de juiste plaats om op het vele dat deze avond gezegd is in te gaan, dan zou ik hier de hele avond zitten, één opmerking is me echter bijzonder bijgebleven, en die past juist in het kader van deze kleine voordracht.

Er stond in de zaal een man op en die zei dit: ‘eenvoudige gelovigen’, zij hij, ‘simpele gelovigen, die over al deze problemen niet nadenken en gewoon doorgaan met bidden en naar de kerk gaan, die beschouw ik niettemin als goede christenen’. Kijk dat wordt mij te dol. De opmerking was breed bedoeld, maar in feite zit daar een geringschatting in. Het geval doet mij denken aan een gebeurtenis, die ik ook eens heb meegemaakt bij een gelegenheid, ik zat toen in een kamer waar het antisemitisme ter sprake kwam, en iemand zei toen royaal: ‘Ik beschouw de Joden volledig als mensen’, – maar zo’n man is antisemiet. Hij weet dat niet, maar hij is het. Hij stelt namelijk een evidente waarheid als iets betwistbaars voor. Hij is als een deskundige die eerst een axioma (1) nog bewijzen wil. Het ongepaste van zulk soort beweringen zit niet hierin dat ze onjuist zijn, maar dat een bewering, die door ieder als vanzelfsprekend aanvaard wordt, in de discussie betrokken wordt.

Zo is het ook met die christenen die rustig doorgaan in de oude trant. Hierover met een zekere welwillendheid te spreken is niet alleen ongepast, het is ook bijzonder hoogmoedig. Kijk eens, werkelijk geloven is altijd nog meer dan denken over het geloof. Voor mensen aan wie het eerste ontnomen is, het geloof, maar die althans het laatste nog doen, het denken en het praten, in een eerlijke poging het verlorene een nieuwe gestalte te geven, voor zulke mensen heb ik diep respect. Maar, zij moeten wel bedenken dat zij zoeken naar iets, dat de ander behouden heeft. Zodra zij de reflectie op het geloof hoger stellen dan de beleving ervan, wordt het een intellectueel spel. Dit zoeken, dacht ik, dient als een persoonlijke nood ervaren te worden.

De begeleidingsverschijnselen waaraan men die gesteldheid herkent zijn allereerst deemoed om eigen ontoereikendheid en een sterk verlangen om eruit te komen. Dit is lijden aan het geloof. Hierbij hoort dat men degene aan wie dit leed bespaard bleef, eerder benijdt dan welwillend tegemoet treedt. Men vergeet, dames en heren, dat geloven een manier van leven is, waarbij de hele persoonlijkheid betrokken is. Twijfel echter appelleert alleen aan het intellect. Het is, ook al zou men menen verstandelijk superieur te zijn aan een eenvoudig gelovige, toch een kalere vorm van existentie.
Behalve ons kritisch vermogen blijven de andere faculteiten werkloos. Vertrouwen, hoop, liefde en het gevoel in een hogere bedoeling te zijn opgenomen, ze spelen allemaal niet meer mee, en in hun plaats treedt het vermoeden dat de dingen niet meer betekenen dan zichzelf.

De enige gesteldheid om zulk een beproeving te ondergaan is haar ook als zodanig te beschouwen. Dit betekent dat men de twijfel als een fase ziet, waar men doorheen moet om of tot een totale verwerping te komen of tot een nieuw en anders aanvaarden. Wie daartussen blijft theologiseren glijdt gaande weg in de situatie het spel voor de knikkers aan te zien.

Wie de laatste jaren de vele publicaties op dit gebied aandachtig gevolgd heeft, mist daarin wel eens het persoonlijk getormenteerd (gekweld) zijn. Men constateert een zeker behagen in het vernuftig zoeken naar de uiterste grens waardoor men er nog net bij hoort. Dit is het diep (zelf)behagen, waaruit de opmerking voortkomt, die ik zojuist signaleerde.

De crisis waarin de kerken (en haar leden – AJ) zich bevinden kan alleen gezond blijven, wanneer wij ervan afzien deze te versmallen tot de termen conservatief en progressief. Daarvoor aan de politiek ontleende uitdrukkingen laten zich niet straffeloos naar het geloof transporteren. Zij missen daar hun toepasselijkheid, omdat het geloof anders dan de staatsinrichting, ons hele leven raakt. Iemand, die voor het slapen gaan neerknielt en bidt, kan men niet behoudend noemen. Men kan alleen zeggen dat hij iets behouden heeft. En de man die gewoon in bed stapt, is dat kwijt. Het is meen ik, alleen in dit besef dat de dialoog gevoerd mag worden.

(1) Een axioma is in de wiskunde en de logica, sinds Euclides en Aristoteles, een niet bewezen, maar als grondslag aanvaarde bewering.

Bron citaat: YouTube – Geluidsopname: ‘Godfried Bomans – de eenvoudige gelovige‘ – download van Sjaak Leene

‘Mijn God zal uit de overvloed van Zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door uw eenheid met Christus Jezus.‘ (Uit Filippenzen 4 vers 19)

Bron afbeelding: Verse of the Day

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe we kunnen bidden bij het tiende gebod…

Eenvoudig leren bidden (21) – (1535)

Aan Peter, de Meester Kapper.

‘Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.‘ (Uit Exodus 2 uit de verzen 1-17)

Het tiende gebod: “Gij zult niet begeren het huis van uw naaste, en evenmin zijn vrouw,” enz. Dit leert ons in eerste plaats dat we onze naaste zijn goederen, zijn vrouw, zijn kinderen, enz. niet zullen afnemen en dat ook niet onder voorwendsel of vanwege juridische claims, of door weglokken (verleiden) of door ontvreemding, maar we zullen een ander juist helpen om te behouden wat hem of haar toebehoort, net zoals we dat voor onszelf (zouden) verlangen. Het beschermt ons ook tegen de subtiliteit en spitsvondigheid van slimme manipulators, die uiteindelijk hun straf niet zullen ontlopen. Ten tweede zullen we God hierom danken. Ten derde moeten we altijd weer berouwvol onze zonden tegen deze geboden belijden. Ten vierde moeten we bidden om hulp en kracht om ons aan deze goddelijke geboden (in vervolg) ook daadwerkelijk te houden.

Dit zijn de Tien Geboden in hun viervoudig betekenis, namelijk, als onderwijzing, als gezangenbundel, als boeteboek en als gebedenboek. Ze zijn bedoeld om het hart te helpen om tot zichzelf te komen en om ijverig te worden in gebed. Span u daarvoor in, maar dan niet op zo’n manier dat er lichamelijke of geestelijk vermoeidheid en uitputting door ontstaat. Daarom zal een goed gebed niet heel lang en uitgebreid zijn, maar wel dien je volhardend en vurig te (blijven) bidden. Het is genoeg om een deel of maar een half deel (van de geboden) in overdenking te nemen om daarmee het (gebeds)vuur in het hart te ontsteken. Dit zal de Geest ons schenken en ons daarin ook de weg wijzen, wanneer door Gods Woord onze harten geledigd en bevrijd zijn van allerlei van buitenaf komende gedachten en bezorgdheid.

Hier kan verder niets worden gezegd over het aandeel van het geloof en de heilige Schrift [in het gebed] omdat er geen einde zou zijn aan wat er zou kunnen worden gezegd. Men kan beginnen met een of meer van de Tien Geboden en dan een dag later een psalm of een hoofdstuk van de Heilige Schrift nemen en die gebruiken, zoals we dat met vuursteen en staal doen, om daarmee het vuur in ons hart te ontsteken.

NB. Dit is een vertaling van een Engelstalig citaat.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 38, S. (351) 358-375 (Gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, Vol. 43, blz. 193 FF)

Bron citaat: info@martinluther-quotes.nl / http://www.maartenluther.com

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het persoonlijk verhaal, de christelijke ethiek en de geestelijke strijd…

‘Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst. Laten we elkaar niet uit eigenwaan de voet dwars zetten en elkaar geen kwaad hart toedragen.‘ (Uit Galaten 5 vers 25-26)

Geciteerd: Het christelijke levensverhaal is dus wel degelijk het horen waard, maar dan als illustratie en niet als argument. Gedeelde ervaringen, niet om een discussie mee te beslechten, maar om nieuwe perspectieven van hoop mee te openen.

Dat is geen eenvoudige opdracht. Voor media niet, die een sleutelrol hebben in het publieke debat. Want nuance trekt geen lezers en een eenduidige boodschap doet het beter dan complexiteit en nieuwe vragen.

Maar ook voor de volgers van die media geen eenvoudige opdracht, want dit vraagt een omslag in denken. Persoonlijke verhalen die niet argumenteren maar illustreren zijn namelijk veelal complex. Ze zijn levensecht, en zo echt als het leven is, zo verwarrend is het ook vaak. Zulke verhalen ontregelen en laten goedkope antwoorden verstommen. Dat is meestal niet waar we naar zoeken: liever stelt een verhaal ons gerust, bevestigt het onze opvattingen. Ruimte bieden voor zulke ervaringen vraagt openheid, ook voor pijn die niet oplosbaar is.

Opgemerkt: Laat ik proberen duidelijk te maken waarom de christelijke ethiek uiteindelijk ook niet bij machte is om mensen de weg te wijzen en ik wil dat doen aan de hand van een bekende geschiedenis uit het Oude Testament en wel die van de zaak van David en de vrouw van Uria. We weten dat deze zaak gegist heeft aan het hof, zowel binnen ‘Davids gezin’ als ook onder zijn raadgevers en officieren (legerleiding). Stel dat er toen een onafhankelijk gerechtshof binnen Israël of zelfs internationaal beschikbaar was geweest en nog wel een gerechtshof dat zich aan het onderwijs van de Torah had willen houden. Wie zouden zij hebben willen horen en hoe zouden zij op basis van de verhalen en de feiten hebben geoordeeld.

Wij weten uit Gods Woord dat er een geestelijke strijd gestreden werd, maar hoe had dit duidelijk moeten worden gemaakt aan dat gerechtshof? Zelfs David kreeg het niet meer voor elkaar en moest ‘zijn zaak’ (en hij wilde en durfde dat ook!*) in de handen van God leggen toen Absolom en Achitofel een ‘staatsgreep’ uitvoerden.

In de Christelijke gemeente hebben ‘daders’ en ‘slachtoffers’ en degenen die om hen heen staan en hen bijstaan ook nu te rekenen met geestelijke strijd. En daarom komen we er niet (uit) met ‘persoonlijke verhalen’ en een ‘hoog ontwikkelde’ ethiek. Want geestelijke strijd vraagt om onderscheiding van de geesten in die heel specifieke zaak/omstandigheden en vraagt om het soort wijsheid waar wij mensen van nature niet over beschikken. Zelfs niet door veel levenservaring (1) al mag die door Gods genade mogelijk wel heilzaam ingezet kunnen worden.

Onze Heer waarschuwde de Farizeeën en Schriftgeleerden niet voor niets voor zelfoverschatting en de gedachte dat zij wel (steeds) de goede kant hadden weten te kiezen wanneer zij in de tijd van de vroegere profeten hadden geleefd: ‘en u zegt: Als wij in de tijd van onze vaderen hadden geleefd, hadden wij niet met hen meegewerkt om het bloed van de profeten te vergieten. Aldus getuigt u tegen uzelf, dat u kinderen bent van hen die de profeten gedood hebben.’ (Uit Matteüs 23 vers 30)

* ‘Misschien merkt de HEER mijn ellende op en vergoedt hij me later de vervloeking van vandaag.‘ (Uit 2 Samuel 16 vers 12)

(1) Die levenservaring kan zelfs – als God het niet verhoed – een zeer groot nadeel blijken bij het oplossen van ‘conflicten’. Niet alleen wanneer dat leidt tot hoogmoedigheid bij de betreffende persoon, maar zo iemand kan ook goedbedoeld allerlei eerdere ervaringen (en oplossingen) projecteren in de problematiek van het onderhavige ‘conflict’. En hoe meer gezag iemand heeft (en dat niet alleen vanwege levenservaring, maar dat kan ook door opleiding of vakmanschap of door wat men bereikt heeft in het leven, soms is het een optelsom) hoe moeilijker het kan zijn, om de verkeerde visie en de verkeerde oplossingen waarmee zo’n respectabel iemand (vaak ook nog als ‘gezagdrager’) komt aanzetten, nog te weerleggen en weerhouden.

Bron citaat: RD Mens & Samenleving – ‘Míjn verhaal als onweerlegbaar argument’ – Geerten Moerkerken

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Holy Bible Verses)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het Onze Vader bestaat niet uit smeekbedes…

maar het zijn instemmende en toestemmende ‘belijdeniswoorden’…

‘Uw Naam worde geheiligd‘…

Opgemerkt: In Romeinen 3 vers 7 vinden we een opstapje: ‘Maar wanneer door mijn (onze) onbetrouwbaarheid Gods trouw alleen maar toeneemt en daardoor ook Zijn eer, waarom wordt ik als zondaar dan toch nog veroordeeld?‘ En even verder in vers 19: ‘Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God. Daarom is voor Hem geen sterveling onschuldig omdat hij de wet naleeft, want juist de wet leert ons zonde kennen.‘

Dus ‘Uw Naam worde geheiligd‘ dat is God toestemmen dat dat heiligen van Zijn Naam Zijn werk is en dat dat door alles heen – zelfs door onze zondigheid en zonden heen – toch plaatsvindt. En wij geven God eerbiedig de ruimte daarvoor in ons leven met deze bede en daardoor kunnen we aan het eind van een dag ondanks onze zonden met een gerust hart weer bij Hem komen en dan die bede en heel het Onze Vader opnieuw bidden. Want we belijden natuurlijk nog meer in/met dit gebed dan de bede ‘Uw Naam worde geheiligd‘, want anders zouden we op het eind van de dag niet meer durven bidden, wanneer we bij die bede op onszelf en onze eigen daden zouden moeten zien…

‘Uw Koninkrijk kome‘…

‘Maar zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.‘ (Uit Matteüs 6 vers 33)
‘En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen ulieden.‘ (Uit Lukas 17 vers 21)
‘Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door den Heiligen Geest.‘ (Uit Romeinen 14 vers 17)
‘Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde;‘ (Uit Kolossenzen 1 vers 13)
‘Ik, Johannes, die ook uw broeder ben, en medegenoot in de verdrukking, en in het Koninkrijk, en in de lijdzaamheid van Jezus Christus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het Woord Gods, en om de getuigenis van Jezus Christus.‘ (Uit Openbaring 1 vers 9)
‘Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen en wij zullen samen eten, Ik met hem en hij met Mij.‘ (Uit Openbaring 3 vers 20)

Opgemerkt: Immanuel, God met ons! Toen Jezus op aarde kwam was Gods koninkrijk nabij gekomen en onder en in ons. En sinds de uitstorting van de heilig Geest kwam Hij ons allen nog meer nabij. Wij verklaren dus met deze bede dat we niet onze koninkrijken zullen najagen en ook dat niet wij Gods koninkrijk hebben te vestigen hier op aarde, maar Gods koninkrijk ligt al helemaal binnen ons bereik. Dat zal ook in en uit ons doen en laten blijken wanneer we eerbiedig en gelovig dagelijks deze bede bidden.

‘Uw wil geschiede’…

Opgemerkt: We geven met deze bede niet een graadmeter van onze goede wil, maar we geven met en door deze bede God alle ruimte om Zijn wil ook vandaag weer te laten geschieden in ons leven en dan hoeven we daar niet moeilijk over te doen. Hij mag en moet het in ons volbrengen en anders komt er niets van omdat wij anders toch onze eigen wil en verlangens blijven najagen. Wat helaas toch maar al te vaak nog gebeurd al realiseren we ons dat nogal eens pas achteraf.

Slot: En ook de woorden die nog volgen in dit gebed zullen we niet zien als smeekbedes. Ze zijn ‘ja-en-amen’ in Jezus Christus.

‘En dit is de vrijmoedigheid die wij hebben in het toegaan tot God, dat Hij ons verhoort, telkens als wij iets bidden naar Zijn wil. En als wij weten dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, dan weten wij dat wij het gevraagde, dat wij van Hem hebben gebeden, ontvangen.’ (Uit 1 Johannes 5 de verzen 14-15)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het ‘Onze Vader’, maar dan anders…

Geciteerd: Het Nationaal Gebed, zaterdagavond tijdens een liveprogramma uitgesproken, wil een eigentijdse variant zijn op het Onze Vader.

‘Onze Vader in de hemel’, zo willen we roepen,
Maar onze blik naar boven is vertroebeld.’
> Opgemerkt: Dat is niet juist, Jezus heeft juist de blik op U, onze hemelse Vader zeer verhelderd en Zijn apostelen dat voor ons op Schrift laten stellen…

‘Laat uw koninkrijk komen’, zo wensen we vurig,’
> Opgemerkt: Het is een belijdenis die we uitspreken, haast meer een constatering, en het is mooi wanneer we ons verlangen op die waarheid laten richten elke dag weer, en dat doen we door dit gebed dagelijks uit te spreken aan het begin van een nieuwe dag…

‘Maar we vinden het moeilijk om uw wil te doen.’
> Opgemerkt: We geven met deze bede niet een graadmeter van onze goede wil, maar we geven met en door deze bede God alle ruimte om Zijn wil ook vandaag weer te laten geschieden in ons leven en dan hoeven we daar niet moeilijk over te doen. Hij mag en moet het in ons volbrengen en anders komt er niets omdat wij anders toch onze eigen (‘natuurlijke’) wil en verlangens blijven najagen. Wat helaas toch maar al te vaak nog gebeurd al realiseren we ons dat nogal eens pas achteraf.

‘Geef ons vandaag wat we nodig hebben’, niet meer en niet minder,
Maar alleen U weet wat wij ten diepste nodig hebben.’
> Opgemerkt: Wij bidden om ons dagelijks Brood en dat is om Jezus Christus door de kracht van de heilige Geest. Door Zijn kracht alleen kunnen en zullen we leven als Koninkrijkskinderen.

‘Red ons van het kwaad’,
‘Dat is ons diepste verlangen.’
Opgemerkt: Dank u wel dat we U dat mogen vragen, elke dag weer, ook al beseffen we dat we aan allerlei kwaad ook nog wel willen en kunnen toegeven en dat toelaten of niet willen loslaten in ons leven. Maar we weten ons nu beschermd! Vast en zeker. We moeten nu zelfs die bescherming van U bewust doorbreken (na deze bede vandaag) om toch nog onze eigen (kwade) wil te (blijven) doen, namelijk door toe te geven aan onze eigen verkeerde verlangens en door ons open te stellen voor de influisteringen van de boze en de zachte stem van Uw heilige Geest in ons geweten te negeren. (Zie ook Jakobus 4 de verzen 7-8)

‘Maar wat als mijn ‘kwaad’ iets anders is dan dat van mijn naaste?
Wat als ik soms liever mijn eigen gelijk bevestigd zie
Dan dat ik vreugde vind in de waarheid?
Help ons dan om te bidden: ‘Vergeef ons onze schulden,
Zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is’.
> Opgemerkt: Dank u wel, Heer Jezus, dat U ons leerde (voorgezegd heeft) om dát (m.b.t. vergeving) te bidden. We begrijpen nu ook waarom de bede om ons dagelijks Brood daaraan vooraf ging. We kunnen het niet in eigen kracht en met eigen wijsheid, maar die bede om Uzelf – Uw liefde, Uw wijsheid, Uw kracht zal zeker verhoord worden (Lukas 11 : 10-13 en Jakobus 1 : 5-8)

‘Vergeef ons, wanneer we onze pijn tot wapens omsmeden.
Uit zelfverdediging, natuurlijk, maar toch.
Vergeef ons, wanneer we muren optrekken
Totdat niets ons meer kan raken,
En we zelf geen kant meer op kunnen.’
> Opgemerkt: Vergeef ons Heer dat we zelfs tot in ons bidden toe laten merken dat we bezig zijn met zien op eigen kracht en eigen tekort en niet op Jezus woorden ‘dat wat bij mensen onmogelijk is, mogelijk is bij U’.

‘Heer, U kent ons en doorgrondt ons.
Droog onze tranen, zodat we werkelijk kunnen zien,
Oog in oog, volledig kennend, volledig gekend.
Geen afspiegelingen meer, geen raadselachtige beelden,
Geen dreunende tweets en schallende one-liners,
maar de taal van de liefde.
Leer ons die taal spreken en verstaan,
Geduldig, verdraagzaam en volhardend,
Totdat hoop en vreugde overwinnen.’
> Opgemerkt: Dank u wel Heer, dat u ons uw apostelen schonk, gewone mensen, die ons Uw Woord hebben doorgegeven en voorgeleefd dat Uw Woord voor hen vast en zeker was, net zoals Uw Woord ook waar geweest is voor de vele geloofsgetuigen van het Oude Testament. Met Paulus mogen we belijden (hem nazeggen) dat niets ons kan en zal scheiden van Uw liefde, wat ons ook overkomt in dit leven. (Zie Romeinen 8 : 31-39 en belijdt dat ook mee in uw hart).

‘Want aan U behoort het koningschap, de macht en de majesteit,
in eeuwigheid, amen’

> Amen.

Bron citaten (de bedes tussen ”): RD Kerk & religie – ‘Nationale oproep tot gebed als variant op Onze Vader’ – door Redactie kerk.

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Godfried Bomans: ‘Een volk van theologen…’

Geciteerd: Ik wil u ook iets over het Nederlandse volkskarakter vertellen. Wat zijn wij Nederlanders eigenlijk voor mensen. Het woord Nederlander zegt het al, alles bij ons is vlak. En zelfs de zee maakt hierop geen uitzondering. Hoe gevaarlijk deze situatie is, blijkt al onmiddellijk uit het woord ‘plat’. Uit deze nood is een niet te stillen behoefte aan verticaliteit geboren. Wij zijn een volk van theologen geworden.

Ieder van ons gooit touwen naar boven, wij zijn de fakirs van Europa. Alleen reeds in Haarlem, waar ik woon, bestaan 150 kerkgenootschappen. En elk daarvan probeert langs eigen touw de wolken in te klimmen. Nergens ter wereld steken zoveel kerktorens de lucht in. Nergens staan zoveel mensen op de kansel en nergens keken zoveel gelovigen naar boven om te horen wat de man te zeggen heeft.

Het liefst zou elke Nederlander op een preekstoel staan, maar dat kan niet, want hout is schaars bij ons. En zo luisteren wij met diep wantrouwen naar die ene die er wel staat en denken bij onszelf: stond ik er maar dan weet ik het beter…

Zie ook (het vervolg): ‘Godfried Bomans: Wij zijn een volk van juristen…‘

Bron citaat: YouTube – ‘1978 “Godfried Bomans – Bomans Was De Naam” Kant H‘ – Herinneringen van Vinyl (988 abonnees)

Bron afbeelding: Kunstveiling

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Godfried Bomans: ‘Wij zijn een volk van juristen…’

Het recht op een eigen voor- en achtertuintje…

Geciteerd: (…) Wij zijn een volk van individualisten. Het gerucht gaat dat wij van alle landen het dichtst bevolkt zijn, maar dat lijkt maar zo. De zaak is dat wij allemaal in onze eigen huisjes wonen. De Nederlander die in een flat woont voelt zich een immigrant. Hij heeft het kenmerk van zijn nationaliteit prijsgegeven, namelijk het recht op een eigen voor- en achtertuintje en de mogelijkheid om de buren van weerszijden te verbieden daar doorheen te lopen. Heimelijk hoopt elke Nederlander dat ze het toch zullen doen, want dan kan hij een proces beginnen. Hij vindt niet zo heerlijk als iets voor de rechter te voeren.

Op elke tien Nederlanders is er één advocaat…

En hier ontmoeten wij een derde eigenschap: we zijn een volk van juristen. Op elke tien Nederlanders is er één advocaat. En die zou rijk zijn als hij zelf niet in processen met eigen buren verwikkeld was. De drassige bodem van Nederland bied weinig houvast en we moeten toch ergens op staan. En daarom staan wij op ons recht. Het is uit dit verlangen naar stevigheid dat een enorme jurisprudentie is opgegroeid.

Buitenlanders staan verbaasd…

Buitenlanders staan altijd verbaasd over het aantal borden en opschriften bij ons waarop te lezen valt dat iets niet mag. Meestal met het wetsartikel erbij. De heimelijke bedoeling daarbij is dat u het niettemin doet. Ergens achter een gordijn staat een Nederlander popelend op dit moment te wachten. En dan holt hij naar buiten en gaat arm in arm met u naar de dichtstbij gelegen rechtszaal, gewoonlijk om de hoek, om eens te kijken wie er nu eigenlijk gelijk heeft.

Hollanders hebben altijd gelijk…

En hier komen we aan de vierde eigenschap: Hollanders hebben altijd gelijk. Als ik in het buitenland ben dan treft mij telkens weer de merkwaardige belevenis dat na een tijdje één van de twee toegeeft en de ander gelijk krijgt. ’t Kan uren duren, maar dat is toch het slot. Ik sta er altijd verbaasd over: bij ons komt dat niet voor. ’t Is mogelijk dat wij Hollanders na een week uit elkaar gaan, maar dat gebeurd niet omdat een van de twee heeft toegegeven, het gebeurd uit hongersnood of uit gebrek aan slaap of eenvoudig door uitputting. Ze gaan ook niet uit elkaar, ze worden door omstanders op brancards weggedragen en overlijden niet zelden onderweg na in hun testament de familie op het hart gedrukt te hebben geen centimeter te wijken.

Je hoort twee monologen…

Je hoort bij ons dan ook zelden discussies in de zin van een gedachtenwisseling. Je hoort twee monologen. Degene die niet aan het woord is staat hoofdschuddend te wachten. Hij luistert niet, hij voelt zich onderbroken. En hij ondergaat deze pijnlijke gebeurtenis alleen in het blije besef dat dadelijk hij weer aan de beurt is.

Wat wij gevoel voor humor noemen…

Maar ook enige kwaliteiten, en één daarvan is het vermogen om ons niet al te ernstig te nemen. Een Hollander lacht graag om het verschijnsel Hollander. Dit lijkt in tegenspraak met wat ik zojuist gezegd heb en dat is het ook. De zaak is gecompliceerd. Telkens en op de meest onverwachte momenten wordt ons latent fanatisme ondergraven door wat wij gevoel voor humor noemen, maar wat in wezen een besef van betrekkelijkheid is. Plotseling en juist op het moment dat een vreemdeling denkt dat twee Hollanders zich voor hun overtuiging levend laten verbranden, komt er een vonkje in hun ogen en valt er een nietig woord, waardoor beiden in lachen uitbarsten en biljarten gaan. Ziedaar de invloed van de zee die langs onze kusten spoelt.

De tegenstelling tussen land en water…

Ziedaar ook de eigenaardige polariteit van Hollanders, waardoor elke inwoners op de messnede van twee uitersten staat: de tegenstelling tussen land en water. Het land is verdeeld in tienduizenden kleine segmenten, ieder met een boerderij in het midden en in die boerderij een man die het weet en absoluut gelijk heeft. Dat is ons sektarisme. Uitvloeisel van ons door ontelbare sloten doorsneden landschap.

Uit de diepte van de zee…

Maar staat een Nederlander aan het strand, dan ziet hij plotseling de oneindigheid voor zich en verwonderd zich over zijn eigen gelijk, hij schudt het hoofd en glimlacht. Uit de diepte van de zee waait een vreemde, mystieke wind over onze harde koppen. En zie wij brengen een Rembrandt voort, een Van Gogh en een Vermeer. De vervoerden in de nuchterheid, de zieners van het grenzeloze in de beperkte dingen, de mystici van het gewone alledaagse leven.

Zie ook: ‘Godfried Bomans: Een volk van theologen…‘

Bron citaat: YouTube – ‘1978 “Godfried Bomans – Bomans Was De Naam” Kant H‘ – Herinneringen van Vinyl (988 abonnees)

Bron afbeelding: Bol-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Dan gaat de kramp eraf…

‘We zijn niet zo overmoedig ons te vergelijken met degenen die zichzelf zo aanprijzen, laat staan ons aan hen gelijk stellen. Zij tonen hoe dom ze zijn door zichzelf (oud of jong) tot maatstaf en norm te nemen. Wij daarentegen willen niet zo buitensporig hoog van onszelf opgeven, we blijven binnen de grenzen die God ons heeft gesteld. Ook u valt daarbinnen. U behoort tot ons gebied, dus we overschrijden geen enkele grens. We hebben immers ook bij u als eersten het evangelie van Christus gebracht. Bovendien willen we ons niet laten voorstaan op de inspanningen van anderen. We hopen alleen dat uw geloof groeit en dat u ons werk uitbundig zult prijzen binnen de grenzen die God voor ons heeft vastgesteld. (…) Wil iemand zich op iets beroemen (in de gemeenten/kerken), laat hij zich op de Heer beroemen, want niet wie zichzelf aanprijst is betrouwbaar, maar wie door de Heer wordt aangeprezen.’*
(Uit 2 Korintiërs 10 de verzen 12-18)

Geciteerd 1: Maar het begint met gebed: „Heere God, wilt U me open ogen en een open hart geven om de jongeren te zien die het echt nodig hebben?” Dat zal Hij ook doen. Dan gaat de kramp eraf dat wij iedereen bij de kerk moeten houden. Leg het maar in Gods hand, wees beschikbaar en vraag hoe God jou in de gemeente wil gebruiken.”

Geciteerd 2: Vraag wat jongeren nu al kunnen en willen doen. In sommige kerken zitten –goedbedoeld– op zondag een paar 60-plussers in de kerk om de onlinedienst te verzorgen. Jongeren kunnen dat veel beter en sneller. Schakel hen daarvoor in. Dat werkt vaak het beste door hen niet gezamenlijk –in de groepsapp van de catechese– te benaderen, maar persoonlijk: Ik heb gehoord dat jij goed bent in… Zou je daarmee willen helpen?”

Geciteerd 3: Vraag aan hen: Waarom ben je zo enthousiast over die diensten, wat trekt je erin aan, en zouden wij daar iets van kunnen leren? Daarbij begrijpen ze heel goed dat een dienst in bijvoorbeeld een Veluwse dorpsgemeente niet zo hip zal worden als die bij Mozaiek. Maar als jongeren zeggen dat ze het belangrijk vinden dat het in de kerk gaat over zaken die voor hen relevant zijn en hoe God en het geloof daarin een plek hebben, kun je er misschien wel iets mee.

Opgemerkt: Laten we de geciteerde woorden van Paulus eens goed overdenken en dat moeten niet alleen de leidinggevende volwassenen en ouderen doen, maar we zullen de jeugd hierin ook hebben te betrekken en Gods Woord laten overdenken. Wie kunnen en mogen hen – in de ‘eigen’ gemeente – die woorden van Paulus ook voorhouden. Dat ze daarbij dus beslist niet moeten afgaan op mensen die hoog van zichzelf menen op te kunnen geven – over hoe je de (huidige/moderne) jeugd bij de kerk kunt houden bijv. – en van wie hebben ze het Evangelie gehoord en binnen wiens (pastorale) gebied/bereik horen ze thuis? Wie proberen hen weg te lokken bij de eigen gemeente en maken ze daarbij dan geen misbruik van de inspanning die anderen al gedaan hebben (o.a. hun eigen ouders). Of geef je als jongere, door jouw ontevredenheid en/of ‘shopgedrag’ anderen gelegenheid om daar gebruik van te maken, terwijl dat toch niet terecht is…
En zo valt er toch wel meer ander Bijbels geluid te laten horen dan er in het betreffende artikel en deze weblog te lezen valt. Niet onze goede bedoelingen en de verlangens van de (huidige) jeugd zijn maatgevend voor wat wij in de zondagse samenkomsten van een gemeente van onze Heer en in het pastorale werk zullen zeggen (en zingen) en doen!

* Te onderkennen ‘wie door de Heer wordt aangeprezen‘ vraagt een goed ontwikkeld Bijbels onderscheidingsvermogen en dat is een leerproces en dat is precies ook een reden waarom de jeugd (en hún verlangens/voorkeuren) het niet voor het zeggen moet hebben in de gemeenten/kerken!

Bron citaat: RD kerk & religie – „Laat jongere in de kerk merken: We denken aan je en bidden voor je” – door Michiel Bakker

‘Jonatan nu zei tegen zijn wapendrager: Kom, laten wij oversteken naar de wachtpost van deze onbesnedenen. Misschien zal de Here voor ons handelen, want de Here kan evengoed verlossen door weinigen als door velen.’ (Uit 1 Samuël 14 vers 6)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De rechtvaardiging bij Luther en Calvijn…

‘Het is God die door Christus de wereld met Zich heeft verzoend: Hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. En ons heeft Hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd.‘ (Uit 2 Korintiërs 5 de vers 19)

Geciteerd 1: Vijf eeuwen nadat Luther zijn protest tegen de katholieke kerk begon, ‘zijn we nog altijd kinderen van de Reformatie’, betoogt Eichel. Met ‘we’ doelt ze in haar boek de eerste plaats op de Duitsers. Wat we vandaag als ‘typisch Duits’ beschouwen, is volgens Eichel eigenlijk ‘typisch Luthers’.
(…) “Vóór Luther was het zo dat in de christelijke godsdienst alles in het teken stond van verlossing van de zonden. Alles was gericht op het hiernamaals, deelname aan de mis speelde daarbij een centrale rol. Luther maakt daaraan een einde door zijn interpretatie van de Bijbel. Luther zegt dat mensen geen invloed kunnen uitoefenen om wel of niet in de hemel te komen. Hij stelt daar tegenover dat mensen worden opgeroepen om God te loven in het dagelijks leven. Wie vlijtig en betrokken werkt, prijst daarmee God. Werk is niet zozeer een beroep, maar een roeping. Een timmerman is daarbij net zo verantwoordelijk als een geestelijke. Het interessante is dat bij Luther een soort ‘verwereldlijking’ van het geloof plaatsvond. Anders dan je misschien zou verwachten staat het kerkelijke leven bij hem niet in het middelpunt van het denken over geloof. Het geloof is bij Luther vele malen breder. Het omvat alle aspecten van het leven.”
(Einde citaat)

Een woord van Luther is: ‘De ere Gods is, dat we Zijn weldaden aannemen’.

Geciteerd 2: Het lijkt ons goed er reeds hier op te wijzen, hoe diep theologisch – beter: diep Bijbels!, AJ – Luther hier denkt. Verwijzend naar wat we reeds boven hebben aangeduid, is het toch duidelijk, dat het Luther niet eerst gaat om onze gemoedsrust en zaligheid, maar om dat heel andere: het gaat om Gód. Als wij worden gerechtvaardigd propter Christum, is het grootste daarin, dat nu Gód in en door ons gerechtvaardigd wordt. Dat Hij gelijk krijgt, de eerste en laatste wordt; dat Hij God blijkt, niet in belonen of straffen, maar in het doen van zijn eigenlijke werk: gratie schenken…

Meer lezen (van/bij citaat 2) kan op digibron.nl. Het artikel ‘De rechtvaardiging bij Luther en Calvijn’** van ds. S. van der Linde verscheen in Thelogia Reformata, (publicatie datum 01-03-1965, pagina’s 6-17).

Geciteerd 3 (uit de inleiding van het artikel op digibron): Dit onderwerp is niet nieuw, maar blijft, daar het zo centraal is, aan de orde. Naar Luthers belijden is de rechtvaardiging immers „Grenze und Mitte” van het geloof, het artikel waarmee de Kerk staat en valt. En dat is bij Calvijn niet anders, hoe groot de lust mag zijn, juist bij vele lutheranen, om in hem een heel andere, een vreemde te zien. We blijven het liever houden met die heel andere taxatie, die Calvijn tot de beste leerlingen van Luther rekent, „Lutheraner höherer Ordnung”, waar hij de moed gehad heeft, waar dat moest, boven Luther uit te gaan. We menen reden te hebben, Luther en Calvijn niet nodeloos uit elkaar te breken, al blijft er voor elk toch nog wel genoeg eigens over.

Opgemerkt 2: Wat moeten we met de bewering dat Calvijn een ‘Lutheraan van hogere orde’ is die nog boven Luther zou uitsteken? Zij die niet meer dan predikers van het Evangelie willen zijn, zullen toch met zo’n bewering niets kunnen. Zulke uitspraken zijn ook niet nuttig te maken! Graag wijs ik daarom hierbij op wat hoogleraar kerkgeschiedenis Heiko A. Oberman schrijft in de slotparagraaf ‘De toekomst van de kerk: reformatie tussen mislukking en succes’ van hoofdstuk IX ‘Christenheid tussen God en duivel’ en wel op de laatste bladzijden van deze paragraaf.

Geciteerd 4: De gedachte dat de strijd om de kerk slechts het voorspel is van de Reformatie door God heeft in de evangelische beweging (in en na de 16e eeuw) geen grote invloed gekregen. Andere vormen van kerkvernieuwing, vooral in de steden van Zuid-Duitsland en Zwitserland, gevoegd bij de Reformatie die te danken is aan Johannes Calvijn hebben de ‘ecclesia militans’, de strijdende kerk, hier al op aarde zien overwinnen, met als gevolg dat juist het Calvinisme slagvaardiger was, succesrijker scheen en wegen kon wijzen en doelen kon stellen aan een nieuwe tijd die in opkomst was. Waar de Reformatie vanuit Wittenberg vaste voet kreeg, hetzij in het land van oorsprong Saksen, hetzij in Scandinavië, daar kon de gedachte van de weerloze kerk blijven bestaan – in de schaduw van een staat die als beschermheer optrad.
De tijden zijn inmiddels allang veranderd. Genoemde bescherming is onbetrouwbaar gebleken en die beschutting is zwak geworden. De gespannen verwachting van een nabijheid van de eindtijd heeft zich losgemaakt uit de omklemming door het vooruitgangsgeloof van de Verlichting en is net zo actueel geworden als in de late Middeleeuwen en het begin van de 16e eeuw.
Luthers visie op de belijdende kerk raakt opnieuw de werkelijkheid van onze dagen en kan daarom, mits op de juiste wijze geïnterpreteerd en gewaardeerd, met grote winst voor de hele oecumene verwelkomd worden.

Bron citaat 1: Trouw – ‘Duitsland nog altijd Lutherland’ – filosoof Christine Eichel geinterviewd door Gerrit-Jan Kleinjan.
Bron citaat 2+3: digibron-nl – ‘De rechtvaardiging bij Luther en Calvijn’ – door ds. S. van der Linde.
Bron citaat 4: Boek ‘Luther – mens tussen God en duivel ‘ van Heiko A. Oberman.

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De stoere en de bedeesde Maarten Luther…

‘Als er iemand zwak is, dan ben ik het wel: gaan anderen onder verleidingen gebukt – ik word ter door verteerd. Als ik mij dan toch op iets moet laten voorstaan, doe ik het op mijn zwakheid‘ (woorden van de Paulus in 2 Korintiërs 11 de verzen 29-30)

De stoere Maarten Luther…

Opgemerkt: Zelf heb ik niet veel met dit stoere (stand)beeld (zie eerste afbeelding) van Luther! Meer heb ik met het plaatje van de bedeesde Maarten Luther (zie afbeelding onderaan) – zoals hij eruit zal hebben gezien toen hij in Worms moest verschijnen – en dat zou hij zelf ook hebben geprefereerd! Maar wat hebben mensen graag die fiere Luther geëtaleerd en niet in het minst hebben juist de theologen, die graag een graantje meepikten van de mensenroem, dergelijke beelden in leven gehouden en ‘neergezet’ (ook met inkt) en dat ondanks dat ze de beeldenstormers bijvielen…

Bron afbeelding: Nieuwsblad

‘Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel,
en hij zal van u vlieden.’ (Uit Jakobus 4 vers 7)

De bedeesde Maarten Luther…

Geciteerd 1: Wie de duivel bagatelliseert, vervormt het geloof: Men kan de duivel niet anders verjagen dan door geloof in Christus, want daardoor kan men tegen hem zeggen: ik ben gedoopt, ik ben een Christen.

Geciteerd 2: Niet als klopgeest, maar als tegenstander, die Gods Woord ontkent, onthult de duivel zijn ware wezen, pas dan boezemt hij vrees in. Hij maakt zich meester van het geweten, citeert de Schrift en is vromer dan God – dát is het satanische van hem.

‘Hedennacht toen ik wakker werd, kwam de duivel en wilde met mij redetwisten, ging tegen mij tekeer en wierp me voor de voeten dat ik een zondaar zou zijn. Toen zei ik: Jij moet me iets nieuws vertellen, duivel! Dat weet ik maar al te goed: ik heb genoeg echte zonden gedaan. Het moeten echte zonden zijn, geen toegedichte en bedachte zonden, die iemand verzint, die God vergeeft omwille van Zijn Zoon, die al mijn zonden op Zich genomen heeft, zodat de zonden die ik gedaan heb, niet meer van mij zijn maar van Christus. Zulk een weldaad van God wil ik niet ontkennen, maar juist belijden.

Geciteerd 3: Luther wil geen angst verbreiden (om de mensen tot bekering te bewegen – AJ), maar de weerstand van de gelovigen (de gedoopte gemeente) verstevigen. De duivel is evenals Christus alomtegenwoordig, hij reageert en agiteert (in eigen hart maar ook via broeders en zusters! – AJ) uitgedaagd door alles wat naar Christus en geloof zweemt. Hier voltrekt zich een radicale omkering van de middeleeuwse voorstelling van de duivel, die meende dat de boze slechts aan het licht brengt hoezeer zonde en wereld bij elkaar horen. Luther denkt over deze samenhang heel anders: Niet het leven dat zich afspeelt in de wereld en met werk en zaken te maken heeft, krijgt last met de duivel, maar de tegenstander is integendeel juist daar waar Christus aanwezig is: ‘Wanneer de duivel ons lastig valt dan staat het er goed met ons voor’!

In het boek ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’, waaruit hierboven geciteerd, valt nog heel wat meer te lezen over de ‘bedeesdheid’ en ook de aanvechtingen van Maarten Luther.

Opgemerkt 2: We kunnen hierbij ook denken aan Paulus woorden, die toch ook aangeeft angstig en bevreesd te zijn geweest (zie bijv. 1 Korintiërs 2 vers 3) en die ook wel het stempel ‘bedeesd’ kreeg opgedrukt (zie 2 Korintiërs 10 vers 10). Maar waar hij sprak, daar was toch de ‘kracht Gods’ dat bleek ook een keer heel bijzonder op Cyprus bij de proconsul Sergius Paulus en de Joodse Elymas (de magiër). We lezen daarover in Handelingen 13 de verzen 4-12. En verder spreekt Paulus natuurlijk ook heel uitdrukkelijk over Gods kracht die in zwakheid volbracht wordt. En in zijn woorden in 2 Korintiërs 12 de verzen 19-21 en 13 vers 4 klinkt ook veel bescheidenheid en verootmoediging door.

Bron citaten: Boek ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – van Heiko A. Oberman (1930-2001), verkreeg een doctoraat in de theologie in Utrecht (1957) en was hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen en Tucson (Arizona, USA).

Bron afbeelding: Martin Schlu (Der Reichstag in Worms 1521)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie