Leerzaam Bijbelgedeelte…

Toen – na de plotselinge dood van Uzza – werd David door vrees bevangen voor de Heer
en hij zei: Hoe zou de ark des Heren tot mij komen?‘ (Uit 2 Samuel 6 vers 9)

Heel wat leerzame woorden in de betreffende meditatie (1) n.a.v. een leerzaam Bijbelgedeelte, maar toch ook een m.i. verkeerde toepassing van woorden in dit Bijbelverhaal. David was al de door God uitgekozen en (met de heilige Geest) gezalfde koning. Zijn zaligheid hing niet af van wat hier gebeurde en hoe hij hier op reageerde. Toch gaat God deze weg met hem en het volk en wel omdat God Zijn kinderen wil onderwijzen om heel goed naar Hem te (blijven) luisteren, want hoe snel menen wij God een dienst te bewijzen en dat zonder werkelijk daarin de weg te gaan die Gods Woord ons wijst. Dat was hier ook het geval en dan komt God ons tegen en dat niet om ons te verlaten, maar om ons weer op de goede weg te brengen.

We hebben de vergeving van onze zonden als gedoopte kinderen wel dagelijks te zoeken en te vinden in ons gebed ‘Onze Vader… vergeef ons onze schulden zoals ook wij…’, maar dat doen we niet zonder eerst ook gebeden te hebben om het ons vast en zeker beloofde dagelijks Brood… (Zie Lukas 11 vers 13).

Ik wil hierbij (daarom) ook nog wijzen op de gelijkenis van de in de tempel biddende Farizeeër en tollenaar. Van die tollenaar staat: en deze keerde gerechtvaardigd naar huis. En dat betekent hier heel gewoon dat zijn zonden hem weer vergeven waren. En die van de Farizeeër blijkbaar niet. En dat is nogal wat. Het betekent niet dat de Farizeeër zichzelf niet meer als kind van Abraham (kind/erfgenaam van Gods belofte(n)!) kon of mocht zien, maar dat Hij naliet wat hij moest doen: zich voor God en de mensen vernederen, want daar sluit Jezus zijn gelijkenis ook mee af: Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden” (Lukas 18 vers 14).

Zie ook Jezus woorden in het huis van Zacheüs (een hoofdtollenaar): ‘Vandaag is aan dit huis redding geschonken, want ook hij is een zoon van Abraham‘. (Lukas 19 vers 9) Jezus neemt het ruim op: ‘dit huis’! En het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat Zacheüs ook al de moeite had genomen om naar Johannes de Doper te gaan luisteren en zich door hem had laten dopen. Vergelijk dat eens met de heren theologen van die tijd die op allerlei manier onderscheid wilden en wisten te maken tussen ware en niet ware kinderen van/onder het volk van God. Die hoogmoed keerde zich tegen henzelf!

(1) RD Bezinning/Meditatie – ‘Hoe zal de ark tot mij komen‘ – door ds. <>

Bron afbeelding: RD

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

(Te)Krasse uitspraak van Maarten Luther…

Wij bidden God dat u het kwade nalaat, niet om te bewijzen dat wij geslaagd zijn, maar omdat u het goede moet doen, ook al zouden wij mislukt zijn. We kunnen ons niet tegen de waarheid verzetten, we kunnen ons er slechts voor inzetten. Het verheugt ons werkelijk dat wanneer wij zwak zijn, u zo sterk bent; wij bidden ervoor dat u zich zult beteren.‘ (Paulus woorden in 2 Korintiërs 13 de verzen 5-10, daaruit de verzen 7-10 *)

* Paulus waakte als een vader over ‘zijn kinderen’ in Korinthe.

Geciteerd: Wij zijn werkelijk dwazen. Kijk, wij kunnen met onze eigen kinderen de hemel en de hel verdienen en wij bekommeren ons er niet om. Want wat helpt het je als je zelf vroom bent, maar door je eigen schuld ongelovige kinderen grootbrengt?

Opgemerkt 1: Als ergens wat (mee) te verdienen valt (ook immaterieel!), dan is de liefde weg!

Opgemerkt 2: We leven allen van (vrije) genade en wat heeft juist Luther dat leren beseffen – al zoekende en worstelende(weer) gevonden in Gods Woord! – en beleden!

Opgemerkt 3: Ouders en kinderen zullen samen dagelijks danken en bidden en Gods Woord lezen, zo wil de heilige Geest ons leren om met elkaar te leven als dankbare kinderen van God, die weten van genade te leven en die daarom ook steeds weer horen en leren mogen om niet alleen genadig te zijn voor zichzelf maar ook voor alle ‘naasten’ in deze wereld. En wie zijn elkaar meer nabij dan echtgenoten en kinderen?! En Paulus roept ons op om goed te zijn voor allen en in het bijzonder voor ‘de huisgenoten des geloofs’. Die ‘huisgenoten des geloofs’ waar Paulus op doelt, die vinden allereerst in eigen huis en dan verder natuurlijk ook alle leden van de gemeente van Jezus Christus waartoe we behoren en waar we die verder ook maar vinden/ontmoeten in deze wereld.

Opgemerkt 4: Dat omzien naar elkaar en dat samenleven van de volgelingen van Christus, zoals dat gewerkt wordt door de heilige Geest, dat is het getuigenis dat wij mogen doen uitgaan in deze wereld en een bevestiging van het getuigenis van de apostelen. Wanneer we het omkeren en wanneer wij menen als christenen het getuigenis van de apostelen door te moeten en kunnen geven zonder dat getuigenis van het liefdevol en genadig naar elkaar omzien in de gemeenten van Jezus Christus, dan is die verkondiging van ons zonder kracht! Dan zijn we niet meer dan roeptoeters en na-apers. Dan zijn we als Simon de Tovenaar, die ook graag als apostel wilde optreden en daar zelfs zijn goede geld aan wilde spenderen, maar die (nog) geen enkel besef had van wat het getuigenis en van de apostelen en de krachtige werking van de heilige Geest daarmee en daarbij inhield. Hij weerstond daarmee zelfs het werk van de heilige Geest. (Zie Handelingen 8 de verzen 18-24)

Zie ook:Een hoopvolle verkondiging…

Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde. Bovendien kwam ik bij in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. De boodschap die ik u verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door kracht van de Geest, want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God.‘ (Uit 1 Korintiërs 2 de verzen 1-5)

Bron citaat: checkluther-com – dinsdag 21 september 2021 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

Bron afbeelding: KJV Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Uitgaan van ‘veronderstelde uitverkorenheid’? *

* Of zullen we ons samen met onze kinderen baseren/funderen op de ons verkondigde waarheid?!

Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, luidt het woord des HEREN. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten. Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar doorvochtigt eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter, alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend. Want in vreugde zult gij uittrekken en in vrede geleid worden; de bergen en de heuvelen zullen voor u uitbreken in gejuich en alle bomen des velds zullen in de handen klappen.‘ (Uit Jesaja 55 de verzen 8-12, NBG51)

Geciteerd: Natuurlijk weet een leerkracht niet wie van zijn leerlingen werkelijk burger wordt in het Koninkrijk van God. Velen zullen de verbondsbelofte in ongeloof verwerpen. Maar juist daarom, omdat de meester of juf niet weet welke leerling het zal zijn, juist daarom moet hij of zij alle kinderen opvoeden alsof ze uitverkoren zijn. Ze in diepe afhankelijkheid vormen tot een God dienende persoonlijkheid, geschikt en bereid om de gaven te besteden tot Gods eer in gezin, kerk en samenleving. Zolang we in een subtiele maar ongelovige blikvernauwing onze kinderen blijven zien als kinderen die misschien behouden worden, in plaats van als kinderen die nog in gevaar zijn om verloren te gaan, zal er van burgerschap op christelijke scholen weinig terechtkomen.

Opgemerkt 1: Gisteren hoorde ik het nog weer in een doopdienst: ‘God wil onze Vader zijn.’ Maar we belijden met de woorden bij de Doop toch echt dat God dit te dopen en gedoopte kind tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt en dat de heilige Geest ons toe-eigenen zal dat wat wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden. De gemeente en de dopeling geloven en belijden de waarheid met deze woorden of ze miskennen/ontkennen de waarheid (bij de doop al of later), maar een tussenweg is hier niet!

Wanneer wij echter met theologische (eigen)wijsheid (wat altijd weer mensenwerk is en blijft!) de zaken op een rijtje willen krijgen, in plaats van dat we leven bij en van het Woord van God, dat door de Geest levend en krachtig is – zie o.a. de geciteerde verzen uit Jesaja 55, Johannes 1 de verzen 1-18 en Hebreeën 4 de verzen 12-13 -, dan zullen we onze theologische wijsheid blijven aanprijzen en in allerlei menselijke spreek- en schrijfwerk en geschriften blijven vastleggen voor het nageslacht.
We vernemen deze overschatting van de mens en zijn werk ook weer in de hierboven geciteerd woorden: ‘Ze in diepe afhankelijkheid vormen tot een God dienende persoonlijkheid, geschikt en bereid om de gaven te besteden tot Gods eer in gezin, kerk en samenleving.’

Echter, niet wij vormen onze kinderen en maken ze geschikt, maar door samen met hen dagelijks en wekelijks te leven van Woord en gebed worden wij door de heilige Geest gevormd tot mensen die elke dag weer eerbiedig vragen of de heilige Geest ons/hen wil helpen (geschikt maken) om, als geliefde kinderen van God, de liefde en wijsheid te mogen ontvangen om daadwerkelijk op die betreffende dag te leven als geliefde kinderen van onze Drie-enige God, die God liefhebben boven alles en de naaste als zichzelf en dat in navolging van hun Heer en de apostelen die hen daarin ook tot voorbeeld hebben mogen zijn.

Opgemerkt 2: De nadruk op menselijke geschriften en het belang van het werken met en vanuit(!) theologische inzichten en opvattingen viel me ook weer op bij de artikelen die verslag doen van de lezingen van GerGem predikanten op de zomerconferentie voor studerenden in Alblasserdam. Ds. Sonnevelt betoogde daar dat (voor hem) „de leer (!) van de predestinatie” de „grootste prikkel” is tot evangelisatiewerk. En ds. Schot zegt vanwege dat beginnen met een lezing over ‘uitverkiezing’ op deze conferentie: „Dat is dan ook de juiste volgorde, want het verbond staat onder de beheersing van de verkiezing, de verkiezing is voorop gegaan.” In de verkiezing heeft God besloten wie er zalig worden, in het genadeverbond heeft Hij bepaald hoe zij zalig worden, aldus de predikant. (Lees echter wat Paulus zegt in 2 Korintiërs 5 vers 14-15 over zijn drijfveer om het Evangelie te verkondigen!)

Opgemerkt 3: Maarten Luther mocht Gods Woord weer terugbrengen (allereerst) op/via de kansels in de gedoopte gezinnen en hij heeft zeker niet voorzien en gewild dat de af te schaffen hiërarchie en traditie van de RK-kerk dan vervangen zou (gaan) worden door de ‘muren van belijdenisgeschriften’ en ‘dikke theologische boekwerken’! En dat heeft beslist ook niet gewerkt! Dat heeft de kerkgeschiedenis inmiddels al lang genoeg uitgewezen! De RK-kerk had (en heeft) wat dat betreft met haar hiërarchie en traditie de zaken beter in de menselijke hand.

Maar m.n. binnen de ‘nadere reformatie kerken’ heeft men naast de te handhaven belijdenisgeschriften een sociale gemeenschap gecreëerd met allerlei menselijke instellingen en (wettische) regels om die gemeenschap te hoeden en te laten voortbestaan, want dat werk aan de heilige Geest toevertrouwen, waar men Die toch aan de meerderheid van het kerkvolk ontzegt, dat vraagt daar toch teveel van het geloof, ook al zingen ze daar ook wel – buiten hun kerkdiensten om – de woorden: ‘Nooit kan het geloof teveel verwachten, des Heilands woorden zijn gewis’ (Gezang 291, Liedboek van de kerken).

Leestips: de Luthercitaten van vandaag (maandag, 20 september) en deze blog: https://jc33nl.nl/2019/09/19/een-heer-een-geloof-een-doop/

Bron citaat: RD Opinie – ‘Nieuw vak: burgerschap‘ – door Steef Post

Bron afbeelding: Verse of the Day

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een hoopvolle verkondiging…

Uit het prille begin van dit millennium (19 november 2000)

Schriftlezing: Efeziërs 2 de verzen 14-22.
Tekst: Galaten 6 de verzen 1-10 Vergeven, delen, dragen, zaaien.

Geciteerd (uit het slotgedeelte van de preek): Dan sluit Paulus af met een oproep – vers 7-10 – “Dwaalt niet, God laat niet met zich spotten. Wat een mens zaait zal hij ook oogsten.” Dat slot zet de opbouw van de gemeenschap wel onder een heel hoog bevel. Het is alsof de apostel ons tenslotte wil waarschuwen. Wanneer we werken aan gemeenteopbouw, zijn we niet bezig met een hobby. De één houdt veel van sport, de ander van muziek, en weer een ander steekt zijn tijd in de computer. En zo zijn er sommigen die dan ook tijd investeren in de kerk, in de geloofsgemeenschap. Zo is het niet.

Het is een grondregel voor gemeenteopbouw dat wanneer je werkt aan relaties vanuit genade en vergeving, elkaars lasten draagt in kleinere kring, eerlijk bent ten opzichte van jezelf, je eigen verantwoordelijkheid aankunt, -ik noem dat zomaar als vertaling van wat er staat- dan zijn dat de kanalen waarlangs wij de gemeente bouwen en uitbouwen. Dat is – zegt Paulus – ‘zaaien op de akker van de Geest‘.

Gemeenteopbouw is geen hobby, het is zaaien op de akker van de Geest. Wie op zichzelf blijft zitten, wrok koestert, niet deelt en niet draagt, die zaait op de akker van het vlees, zegt Paulus. Dan kan je ook niet anders dan als oogst verwachten: eenzaamheid en ontwrichting, en tenslotte verderf. Maar wie de wet van Christus vervult door te dragen in verantwoordelijkheidsbesef en eerlijkheid, die zaait op de akker van de Geest. Die zal ook oogsten: liefde, gemeenschap, en leven.

Zo vat de apostel tenslotte samen: Daarom, laten we niet moe worden goed te doen want we zullen oogsten als we niet verslappen.‘ Maar allereerst, zegt hij: ‘denk aan je eigen gemeenschap, bouw die op in kracht. Doe wat goed is zo lang je de gelegenheid hebt.

Lees heel deze verkondiging: Galaten 6 : 1-10

Bron afbeelding: Biblia-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over geloof en volharding gesproken…

En dat niet alleen, wij prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt, volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop.‘ (Uit Romeinen 5 de verzen 3-4)

Geloven en volharden is één en dezelfde zaak!

Geciteerd: In de Romeinenbrief gaat het over het rechtvaardigende geloof. Daar leren we dat we door het geloof in de goede verhouding met de Heere komen te staan.

Opgemerkt 1: Daar lezen/leren we – m.n. in de Romeinenbrief – wat het betekent dat we door Jezus Christus weer in de goede verhouding zijn gezet met God en hoe we daarmee – met dat heerlijke feit dat in/door het Evangelie verkondigd wordt – in geloof hebben om te gaan. En wanneer we werkelijk deze heilsfeiten geloven dan laten we ons ook vermanen tot volharding, niet om alsnog zalig te worden (of om niet de de kans te lopen dat alsnog te verliezen), maar omdat dit dankbare kinderen van God past en omdat dit een nadrukkelijk getuigenis is voor de mensen om ons heen.
Lees het eerste hoofdstuk van de tweede brief aan de Korintiërs er maar (weer) op na! De slotzin van dit hoofdstuk (vers 24) bevestigt de kop boven en de inhoud van mijn betoog in deze blog. (1)

Opgemerkt 2: In het betoog van dr. De Koeijer kunnen we lezen/afleiden dat: eerst moeten we door het geloof in de juiste verhouding zien te komen tot God en daarna moeten we zien te volharden door het geloof.
Maar geloof en volharden zullen we niet zien als werkwoorden maar als gaven. Wanneer we Gods Woord geloven is dat een geschenk en het werk is en wordt aan ons (met de Sacramenten) en in ons (met Gods Woord) verricht door de heilige Geest en dat op grond van Christus werk voor ons. En ook ons volharden in het geloof is een gave van God dat ons gegeven zal worden met en door het werk van de heilige Geest (via het gebruik van de middelen!).

Opgemerkt 3: Hoe zullen we – in de gemeenten van Jezus Christus – de vanwege zichzelf en de maatschappij en deze wereld (mogelijk) mismoedig geworden gelovige kinderen van God aanmoedigen en troosten?
Niet door hen voor te houden: je moet natuurlijk wel volharden hoor, anders mis je alsnog de zaligheid. Wel door te zeggen: Jullie mogen altijd vaststaan en jullie zullen vaststaan in het geloof en wel omdat, ondanks al jullie en ons tekort schieten, het werk van Jezus Christus voor jullie en ons vaststaat en dus onwankelbaar is. Deze troost mag en zal – het is vast en zeker want in Christus zijn al Gods beloften ja en amen – jullie en onze harten elke dag weer vervullen vanwege dit enorme heilsfeit. Dankbare kinderen dié zullen volharden ondanks zichzelf en het woeden van de wereld en de boze om hen heen! Dat is ook de ‘toonzetting’ van/in de brief aan de Hebreeën.

Opgemerkt 4: We kunnen en mogen (dus) zeggen: Heb je geloof dan ontvang je volharding en ontvang je volharding dan heb je geloof. God is getrouw en verlaat nooit het werk (ook niet het werk aan en in ons) dat Hij begonnen is te doen. Daarom zegt en leeft het geloof niet met en bij de woorden ‘eens gered is altijd gered‘ en gaat het hoog en droog in een (gezelschaps)hoekje zitten samen met andere geredden en bewonderaars daarvan om daar onder elkaar te ‘kirren’ over wat God hen gedaan heeft. Nee, het zoekt de gemeenschap van de gemeente(n) en het wil leven in de wereld om de ontvangen liefde en zorg van Christus ook aan elkaar te kunnen doorgeven en betonen en dat beslist ook aan alles wat verloren dreigt/lijkt te gaan.
Het geloof aanvaardt dat de Geest wil dat we altijd weer gebruik maken van de door God ons geschonken middelen om ons te laten aansporen en ons te doen volharden. Daar hoort ook het luisteren naar de heel ernstige woorden in Gods Woord bij, en het geloof aanvaardt dat dat beslist ook en juist voor de gelovigen nodig is.

Opgemerkt slot: Daarom laten de gelovigen – bij het ervaren van eigen moeite en strijd en ontrouw – zich ook altijd weer vermanen en troosten door deze woorden:

Deze boodschap is betrouwbaar: Als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven; als wij volharden, zullen we ook met Hem heersen; als we Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen (2); als wij Hem ontrouw zijn, blijft Hij ons trouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet.(Uit 2 Timoteüs 2 vers 13)

(1) Lees/overdenk hierbij ook deze woorden van Luther: Onderwijs over de goede werken (1519) – xiii
(2) Wat dat ‘verloochenen’ betreft zullen we denken aan het niet meer luisteren van een vader of moeder naar verzoeken van een kind wanneer een kind niet gehoorzaam is. Dat doen die ouders niet om dat kind aan zichzelf over te laten en verloren te laten gaan, maar om het tot inzicht en inkeer te brengen en dus tot behoud van dat kind.

Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.‘ (Uit 2 Petrus 1 de verzen 5-7)

Bron citaat 1: De Waarheidsvriend – ‘Volharding is onmisbaar – Durven getuigen‘ – door dr. R.W. de Koeijer.

Bron afbeelding: Reflections in The Word

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Samen het brood breken…

Geciteerd: Binnen de gemeenten liggen de dovenzorg en de jeugd hem na aan het hart, zegt de predikant. „Wat is het een zegen als ik de doop mag bedienen. Omdat het water wijst op de noodzaak van de toepassing van het bloed van Christus. Om dat bloed gaat het. Hij is de Verbondsgod. Dan is mijn gebed of de Heere Zijn Geest wil gieten op het zaad en Zijn zegen op onze nakomelingen. Ván onze jeugd is geen verwachting, maar vóór onze jongeren wel. De Heere zal doorgaan, van geslacht tot geslacht. Al heb ik wel grote zorg over een veranderende geloofsbeleving in de gemeenten: als men reeds behouden is, voor men verloren ging. (1) Naast gunning en liefde blijft het plaatsmakende, ontdekkende en afsnijdende element in de prediking onmisbaar.”

Opgemerkt 1: Mooi om te lezen over die hartelijke belangstelling voor de dovenzorg en de jeugd! Daar vinden we iets van de (doorgaande) zorg van onze Heer voor deze mensen en dat door Gods genade ook in het leven van deze voorganger! Want juist in de zorg voor het zwakke mogen en zullen wij navolgers van onze Heer zijn.

Opgemerkt 2: Wel verdriet het mij om zoveel vrome woorden te lezen over eigen onmacht en onwaardigheid, maar dan bij de Doop wordt het gebed van de predikant (1) centraal gezet, die God blijkbaar nog wat ‘vermurwen’ wil/moet, terwijl de Doop geheel en al een ons ‘van Boven’ gegeven zichtbaar genadewerk en genadebewijs is van onze Drie-enige God aan de dopeling. Zelfs het geloof leeft van geloof (2) en niet van (innerlijk) aanschouwen! Daarom werden Joden en heidenen onmiddellijk gedoopt door de apostelen zonder eerst verder onderwijs en verdere ‘examinatie’ (van hun geloof en/of wedergeboorte) door henzelf of door de apostelen. Ook hún geloof kon en moest niet rusten op hun eigen ‘kennis van zaken’ en eigen beslissing (en zelfonderzoek) maar op hun Doop, die hen op Jezus bevel was bediend. Dáárop (op hun Doop) zouden ze (even later en voortaan) terugzien en in geloof op teruggrijpen en (dus) niet op hun geloof schenken aan de woorden van de apostelen en hun geloofsbeslissing tijdens een (eerste – of latere) verkondiging van de apostelen.

Dat geloof schenken en die geloofsbeslissing (om zich te laten dopen) dat was (toen) ook voluit een kracht en werk van de heilige Geest geweest, die ze zichzelf niet hadden kunnen schenken. En omdat onze kinderen in het midden van de gemeente van Jezus Christus geboren worden zullen zij ook nooit hoeven terug te zien en terug te grijpen op hun bewustwording van het geloof of te wachten op hun beslissing om nu ook Jezus te gaan volgen! Nee, ze mogen altijd weer terugzien en teruggrijpen naar hun Doop, want die leert hen belijden dat we niets van onze zaligheid bij onszelf hebben te zoeken en te vinden, want dat alles ligt volkomen veilig in het werk van de ons van de Vader geschonken Borg Jezus Christus, waarvan de heilige Geest ons elke dag weer overtuigen wil en zal. Dat is dan ook precies de reden waarom we nog altijd dagelijks het Onze Vader (met elkaar hebben te) bidden, naar het onderwijs van onze Heiland over ons bidden, zoals we dat o.a. opgetekend vinden in Lukas 11 de verzen 1-13 met daarbij de vaste belofte dat ons (persoonlijk en gezamenlijk bidden – thuis en in gezin en Gemeente) om de heilige Geest zeker zal worden gehoord en verhoord.

(1) Bij de Doop behoort in feite alleen een dankgebed! Dat zullen de apostelen toch ook gedaan hebben na de eerste Pinksterdag toen ze later met de vele dopelingen bijeen kwamen om met hen het brood te breken en te beginnen de dopelingen te onderwijzen in alles wat Jezus hén geleerd had.
(2) Het geloof richt zich op niets anders dan op het Woord van God (lees Johannes 1 en Johannes 20 de verzen 30-31 en 21 de verzen 24-25)

NB. De discipelen/apostelen waren door Jezus Zelf geroepen (en mogelijk eerder of later door Johannes de Doper gedoopt) en zij hadden dus ook (voortdurend*) terug te zien op iets dat buiten henzelf lag: namelijk hun roeping en Doop!* Dat bleek wel heel duidelijk uit hun doen en laten tijdens Jezus leven en sterven en na Zijn opstanding. Jezus zei hen ook (liet hen weten!): ‘IK heb voor jullie gebeden opdat jullie geloof niet zou bezwijken’… (Zie Lukas 22 de verzen 31-33)

Bron citaat: RD Kerk & religie – Ds. W. J. Karels 25 jaar predikant GG: Lege handen vult Hij steeds weer‘ – door Wim Huisman

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gods goedertierenheid…

Want Uw goedertierenheid is beter dan het leven
(Uit Psalm 63 uit vers 4)

Liefde en trouw… dat laatste woordje mis ik in de tekst in de afbeelding (onderaan). Johannes zegt aan het begin van Johannes 13 dat onze Heer Zijn discipelen heeft liefgehad ‘tot het einde’ (NBG), tot het uiterste (NBV) en daarin toonde Hij de liefde van de Vader, die in Zijn liefde voor deze wereld en ons mensen tot het uiterste ging door ons Zijn geliefde Zoon te zenden (dat zelf opklimmen naar God dat lukt ons niet!) en Die heeft ons gezegd en getoond welke liefde de Vader voor ons heeft en hoe groot Zijn trouw is en waarom Hij al onze liefde en vertrouwen waard is.

Wat had onze Heer toch een stelletje eenvoudige mensen uitgekozen. Terwijl Hij hen de grote missie Van Zijn Vader en Hem gaat toevertrouwen, hebben ze Zijn Boodschap en werk in feite nog helemaal niet begrepen. Lees het in de hoofdstukken 13-17 van het Johannes-evangelie en dan is het vooral voor theologen onbegrijpelijk dat God Zijn werk durft toe te vertrouwen aan zo’n stelletje ‘leerlingen’. Geen enkele theologische opleiding zou de twaalf discipelen ook maar één certificaat hebben willen uitreiken.

Judas begreep het nog het best, zo wordt het niks met Jezus werk, zo zonder theologisch en Goddelijk machtsvertoon, en daarom ging hij Hem maar aangeven bij… de theologen van die tijd…

Lees ook Dietrich Bonhoeffer’s preek over Psalm 63.

Bron afbeelding: Het Laatste Woord

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over nabijheid én over afstand scheppen (en bewaren) gesproken…

Wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven omdat we elkaar liefhebben. Wie niet liefheeft blijft in de dood. Iedereen die zijn broeder of zuster haat (1), is een moordenaar (2), en u weet dat een moordenaar het eeuwige leven niet blijvend in zich heeft. Wat liefde is, hebben we geleerd van Hem die Zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom behoren ook wij onze levens te geven voor onze broeders en zusters.‘ (Uit 1 Johannes 3 de verzen 14-16)

Zijn wij werkelijk meer dan (vrome, godsdienstige) liefhebbers van onszelf?

Opgemerkt (1): Dat haten is (‘heel menselijk, heel gewoon’) de ander niet de plaats gunnen en geven, die God die ander (wie het ook is) naast jou – daarom spreekt Gods Woord over onze naaste(n) liefhebben als jezelf – en andere medemensen in deze wereld een (unieke) plaats gegeven heeft. We onthouden die ander, die God op onze weg geplaatst heeft of plaatst, onze liefdevolle en zorgzame behandeling, die we echter volgens Gods woord die ander wel verschuldigd zijn.

Geciteerd (bewerkt!): In Lukas 10 vraagt een wetgeleerde, voortbordurend op Leviticus 19, aan Jezus: “Wie is dan mijn naaste?” Het antwoord van Jezus is niet: je geliefde, je kinderen, je ouders, je vrienden. Die natuurlijk ook, maar daar zit (in de regel – AJ) de frictie niet. Je naaste is je vijand (geworden), de ander – de onprettig andere. Jezus draait de vraag om. Het gaat er niet zozeer om wie mijn naaste is, maar voor wie ik de naaste ben (aan wie ik mij daadwerkelijk de naaste kan en dien te betonen – AJ)
Neem Matteüs 5 : 23-24, daar zegt Jezus: Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat dan je gave bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen.” Zoek Gods nabijheid niet wanneer je in gebreke gebleven bent om die ander de gevraagde naastenliefde te betonen, namelijk, niet die verzoeningsbereidheid hebt opgebracht en in praktijk gebracht, waarop je zelf ook gehoopt zou hebben wanneer je in zijn of haar situatie zou verkeren.
Jezus zegt, n.a.v. dat onze naasten liefhebben (niet alleen onze broeders en zusters maar zelfs ook onze vijanden!): Jullie zullen volmaakt zijn (in dat liefhebben en de ander daadwerkelijk liefde bewijzen), zoals jullie hemelse Vader volmaakt is‘ (in de liefde) – Zie Matteüs 5 : 43-48.

Opgemerkt (2) Jezus zegt:Maar ik zeg jullie: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster handelt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tot hem zegt ‘leeghoofd’ (nietsnut, NBV) zal zich moeten verantwoorden voor de Hoge Raad (Sanhedrin, NBV). Wie ‘dwaas’ zegt (3), zal voor het vuur van de de Gehenna (hellevuur, NBG) komen te staan.

Opgemerkt (3): Door het woord dwaas te gebruiken, wordt de ander voor (nietswaardige) goddeloze uitgemaakt. In het OT wordt ‘dwaas’ gebruikt voor (onverschillig) godsverachters, zie Psalm 14 bijvoorbeeld.

Bron (bewerkte) citaat: Sophie, september 2021 * – ‘Gij zijt zo diep vertrouwd met mij” – naar een christelijke inbedding van wijsgerige reflecties over afstand en nabijheid‘ – door Rik Peels

* Thema van dit nummer: Nabijheid.

Bron afbeelding: Facebook – Ilse van der Hoeven

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de mensen-reddende Liefde van God…

Dit weet ik: de HEER doet recht aan zwakken en armen.
De rechtvaardigen zullen Uw Naam prijzen,
de oprechten wonen in Uw nabijheid.

(Uit Psalm 140 de (slot)verzen 13-14)

Waken voor en over elkaar…*
* Met het reddende Woord van God. (1)

Jezus had luid en duidelijk gezegd: “Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem die Mij gezonden heeft. Ik ben het Licht dat naar de wereld is gekomen, opdat een ieder die in Mij gelooft niet meer in de duisternis is. Als iemand Mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal Ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om te oordelen, maar om de wereld te redden. Wie Mij afwijst en Mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen.
Ik heb niet namens Mezelf gesproken, maar de Vader die Mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat Ik moest spreken. Ik weet dat Zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat Ik zeg, zeg ik zoals Mijn Vader het Mij gezegd heeft.”
‘ (Uit Johannes 12 de verzen 44-50)

Geciteerd 1: De kern van Jezus’ woorden is niet te oordelen over de wereld waarin wij leven. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan (en het lukt beslist niet uit eigen kracht! – AJ). Toch roept onze Heer ons op om verder te kijken dan onze (kerkelijke) neus lang is en ons in te spannen om te redden wat er te redden valt (en dat lukt beslist niet met eigen wijsheid! – AJ). Een oude Leger des Heils-slogan luidt in het Engels: Saved to save. Gered om te redden. Want als jij hebt gevonden wat echt belangrijk is in het leven, kun en wil je niet anders dan het delen met anderen.

Welke vrouw die tien munten heeft, steekt niet, als zij één munt kwijtraakt, een lamp aan, veegt niet het huis aan en zoekt niet zorgvuldig tot ze hem vindt? Als ze hem gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren bijeen en zegt: ‘Wees blij met mij, want ik heb de munt gevonden die ik kwijt was.’” (Uit Lukas 15 de verzen 8-10)

Geciteerd 2: De vrouw, met haar zilverschat waarover zij zeer zorgvuldig moet waken, is het beeld van de Kerk, van de Bruid van Christus, de Gemeente. Efeze 5:31,32

Lees meer over deze gelijkenis: https://holyhome.nl/gel-24.html

(1) Lees hoe Paulus waakt over de gemeente van Korinthe in 2 Korintiërs 11.

Bron citaat 1: Dag in Dag uit 2021 – Meditatie van vrijdag 10 september – Leger des Heils | Ark Media

Bron afbeelding: Hampton Roads Church

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ook een woord(je) voor ‘sukkelende zielen’…

Komt állen tot Mij die vermoeid en belast zijn…’
(De woorden van onze Heer in Matteüs 11 de verzen 28-29)

Geciteerd:Mijn onderzoek is vooral historisch van aard, maar er zijn zeker lessen te trekken uit de rechtvaardigingsleer van Comrie. Bijvoorbeeld de les dat de rechtvaardiging in de belofte van het Evangelie ligt.
Daarom is het belangrijk dat het aanbod van genade in de prediking functioneert. (2) Comrie zegt heel mooi: „De rechtvaardiging ligt in de baarmoeder van de belofte besloten.”
Comrie kan de prediking ook verdiepen. (3) Zelf vind ik zijn benadering vanuit de eeuwigheid en vanuit de opstanding van Christus heel mooi: Gods werk is gedaan. Hij was al van eeuwigheid met de uitverkorenen bezig.
Comrie volgt de Westminster Confessie (4), waarin een hoofdstuk over de zekerheid van het geloof staat. Wij kennen dat niet in onze Drie Formulieren van Enigheid. Comrie is wat dat betreft heel pastoraal; hij heeft ook een woord voor de „sukkelende zielen”, verontrusten of „bekommerden”.
De vraag naar de zekerheid van het geloof is echt niet alleen achttiende-eeuws: hij leeft nog steeds.” (5)

Opgemerkt (1 bij de titel): Wanneer een theoloog met zijn theologie voor het levende Woord (Christus) gaat staan, dan ben je – wanneer God het niet verhoed – aan de verlossende woorden/woordjes van zo’n theoloog en de hem navolgende voorgangers en oudsten overgeleverd!
Opgemerkt (2): Blijkbaar functioneerde het aanbod van genade in de rede van Paulus op de Areopagus niet al te best. Had hij nog bij Comrie in de leer kunnen gaan om dat toch wat beter te laten functioneren of is het misschien zo dat alleen de heilige Geest hier wat kan en wil bereiken?!
Comrie zegt heel mooi: „De rechtvaardiging ligt in de baarmoeder van de belofte besloten.”
Paulus zegt: In Christus zijn al Gods beloften ja en amen.
Opgemerkt (3) Wat hebben theologen toch veel in hun mars! De hoorders zijn en blijven alsmaar bezig met hún theologie en dáár wordt graag over gesproken en ‘gekibbeld’ na de dienst en door de weeks.
Opgemerkt (4): Comrie volgt blijkbaar niet eenvoudig Jezus en Zijn woorden/onderwijs maar een menselijk leerstuk…
Opgemerkt (5): Luther werd begenadigd om ons allen uit Gods Woord die zekerheid van een in Christus ons allen genadig God weer terug te geven, nadat de kerk het voor elkaar gekregen had om iedereen dat af te nemen (de paus niet eens uitgezonderd). Maar via Calvijns intellectuele werkstuk en door daar de passende rationele consequenties aan te verbinden, namen niet veel later m.n. de theologen van de ‘nadere reformatie’* ons die zekerheid weer af. En toen gingen en gaan de theologie en de discussies (op de universiteiten, de scholen en in de huizen) weer over de persoonlijke heilszekerheid en kwam het dankbaarheidsleven waarvan/waardoor niet alleen wijzelf maar juist ook onze naasten zo veel zegen zouden kunnen ontvangen in de knoei (om het maar wat eufemistisch uit te drukken).

* Dr. Abraham Kuyper heeft als theoloog de gereformeerde kerken met bepaalde uitlatingen (theologische uitspraken) van hem ook niet echt geholpen en dat natuurlijk mee door het gewicht dat mensen graag (later, na zijn dood!) aan de woorden van deze imposante man toekenden.
NB. Toch heeft men de opvattingen van Kuyper door gebruik van de term ‘veronderstelde (!) wedergeboorte’ (m.i.) geen recht gedaan, hij spreekt zelf beslist niet over maar iets ‘veronderstellen’ bij de Doop.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Kand. Baarssen promoveert op gereformeerde gezindte en rechtvaardigingsleer Comrie‘ – door Maarten Stolk

Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen…’ (Uit Titus 2 uit de verzen 11-15)

Bij de afbeelding: Daarom kunnen we niet om gebed om bijstand van de heilige Geest heen, maar die is ons dan ook vast en zeker beloofd – zie Jezus onderwijs in Lukas 11 de verzen 1-13!

Bron afbeelding: JeffRandleman-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie