Samen het brood breken…

Geciteerd: Binnen de gemeenten liggen de dovenzorg en de jeugd hem na aan het hart, zegt de predikant. „Wat is het een zegen als ik de doop mag bedienen. Omdat het water wijst op de noodzaak van de toepassing van het bloed van Christus. Om dat bloed gaat het. Hij is de Verbondsgod. Dan is mijn gebed of de Heere Zijn Geest wil gieten op het zaad en Zijn zegen op onze nakomelingen. Ván onze jeugd is geen verwachting, maar vóór onze jongeren wel. De Heere zal doorgaan, van geslacht tot geslacht. Al heb ik wel grote zorg over een veranderende geloofsbeleving in de gemeenten: als men reeds behouden is, voor men verloren ging. (1) Naast gunning en liefde blijft het plaatsmakende, ontdekkende en afsnijdende element in de prediking onmisbaar.”

Opgemerkt 1: Mooi om te lezen over die hartelijke belangstelling voor de dovenzorg en de jeugd! Daar vinden we iets van de (doorgaande) zorg van onze Heer voor deze mensen en dat door Gods genade ook in het leven van deze voorganger! Want juist in de zorg voor het zwakke mogen en zullen wij navolgers van onze Heer zijn.

Opgemerkt 2: Wel verdriet het mij om zoveel vrome woorden te lezen over eigen onmacht en onwaardigheid, maar dan bij de Doop wordt het gebed van de predikant (1) centraal gezet, die God blijkbaar nog wat ‘vermurwen’ wil/moet, terwijl de Doop geheel en al een ons ‘van Boven’ gegeven zichtbaar genadewerk en genadebewijs is van onze Drie-enige God aan de dopeling. Zelfs het geloof leeft van geloof (2) en niet van (innerlijk) aanschouwen! Daarom werden Joden en heidenen onmiddellijk gedoopt door de apostelen zonder eerst verder onderwijs en verdere ‘examinatie’ (van hun geloof en/of wedergeboorte) door henzelf of door de apostelen. Ook hún geloof kon en moest niet rusten op hun eigen ‘kennis van zaken’ en eigen beslissing (en zelfonderzoek) maar op hun Doop, die hen op Jezus bevel was bediend. Dáárop (op hun Doop) zouden ze (even later en voortaan) terugzien en in geloof op teruggrijpen en (dus) niet op hun geloof schenken aan de woorden van de apostelen en hun geloofsbeslissing tijdens een (eerste – of latere) verkondiging van de apostelen.

Dat geloof schenken en die geloofsbeslissing (om zich te laten dopen) dat was (toen) ook voluit een kracht en werk van de heilige Geest geweest, die ze zichzelf niet hadden kunnen schenken. En omdat onze kinderen in het midden van de gemeente van Jezus Christus geboren worden zullen zij ook nooit hoeven terug te zien en terug te grijpen op hun bewustwording van het geloof of te wachten op hun beslissing om nu ook Jezus te gaan volgen! Nee, ze mogen altijd weer terugzien en teruggrijpen naar hun Doop, want die leert hen belijden dat we niets van onze zaligheid bij onszelf hebben te zoeken en te vinden, want dat alles ligt volkomen veilig in het werk van de ons van de Vader geschonken Borg Jezus Christus, waarvan de heilige Geest ons elke dag weer overtuigen wil en zal. Dat is dan ook precies de reden waarom we nog altijd dagelijks het Onze Vader (met elkaar hebben te) bidden, naar het onderwijs van onze Heiland over ons bidden, zoals we dat o.a. opgetekend vinden in Lukas 11 de verzen 1-13 met daarbij de vaste belofte dat ons (persoonlijk en gezamenlijk bidden – thuis en in gezin en Gemeente) om de heilige Geest zeker zal worden gehoord en verhoord.

(1) Bij de Doop behoort in feite alleen een dankgebed! Dat zullen de apostelen toch ook gedaan hebben na de eerste Pinksterdag toen ze later met de vele dopelingen bijeen kwamen om met hen het brood te breken en te beginnen de dopelingen te onderwijzen in alles wat Jezus hén geleerd had.
(2) Het geloof richt zich op niets anders dan op het Woord van God (lees Johannes 1 en Johannes 20 de verzen 30-31 en 21 de verzen 24-25)

NB. De discipelen/apostelen waren door Jezus Zelf geroepen (en mogelijk eerder of later door Johannes de Doper gedoopt) en zij hadden dus ook (voortdurend*) terug te zien op iets dat buiten henzelf lag: namelijk hun roeping en Doop!* Dat bleek wel heel duidelijk uit hun doen en laten tijdens Jezus leven en sterven en na Zijn opstanding. Jezus zei hen ook (liet hen weten!): ‘IK heb voor jullie gebeden opdat jullie geloof niet zou bezwijken’… (Zie Lukas 22 de verzen 31-33)

Bron citaat: RD Kerk & religie – Ds. W. J. Karels 25 jaar predikant GG: Lege handen vult Hij steeds weer‘ – door Wim Huisman

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s