Uitdaging of opdracht?

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd”: “Je moet je naaste liefhebben en je vijanden haten. En Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dán zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel.‘ – Onderwijs van onze Heer Jezus Christus in de Bergrede (Zie Matteüs 5 de verzen 43-48)

Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u Zijn heiligen bent, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u/jullie vergeven heeft, moet u/jullie elkaar vergeven. En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot volmaakte eenheid maakt. Laat in uw hart de vrede van Christus heersen want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar…’ (Woorden van de apostel Paulus in Kolossenzen 3 de verzen 12-15)

Geciteerd 1: De uitdaging die Jezus ons meegeeft, is dat je je vijand moet liefhebben, dat wil zeggen: niets doen wat zijn bestaan kapotmaakt en bidden voor wie jou beschuldigt.
Ga er maar aan staan… Toch is dat precies wat Jezus doet… Hij is gekomen om oude woorden tot vervulling te brengen, en nu daagt Hij zijn volgers – en ons dus – uit om Hem daarin te volgen. Zullen we proberen deze uitdaging aan te gaan?

Geciteerd 2: Dat er nog zo weinig van dit geld naar cashdonaties gaat, is misschien niet zo raar als je bedenkt dat de cashaanpak volledig ingaat tegen de manier waarop we al zo’n zeventig jaar hulp verlenen. Wij weten hoe het zit, zeggen ontwikkelingsexperts en hulpverleners al decennia. Wij hebben erop gestudeerd, wij hebben de ervaring, en wij weten dus hoe jouw leven beter wordt. Cash draait die gedachte 180 graden om: niet wij, maar jij weet het beste hoe je jezelf uit de armoede kunt halen. Die radicale gedachte-verandering is één van de redenen dat er nog veel weerstand is tegen cash.

Opgemerkt 1: In de paar woorden die hierboven uit de Bergrede geciteerd zijn valt klip-en-klaar af te leiden dat onze Heer hier helemaal niet bezig is om Zijn discipelen/volgers uit te dagen! Het blijkt zelfs een zaak van leven of dood! Het gaat erom of je je werkelijk een goed luisterend en gehoorzaam kind van God wilt zijn of niet. En alleen wanneer je beseft dat je die woorden van Jezus helemaal serieus moet nemen en ook dat wij als kind van God onmogelijk aan deze opdracht kunt voldoen in eigen kracht, dan komen we in de juiste verhouding te staan tot Hem en tot onze Vader in de hemel en dan gaan we ook heel scherp onze zondige natuur (de heel andere instelling die wij ‘van nature’ hebben) inzien en erkennen. Dan komen we ook dagelijks tot schuldbelijden, tot vragen om vergeving en tot het vergeven van anderen, die ook weer tekort schoten – ook tegenover jou -in het gehoorzaam gevolg geven aan hoe de Here Jezus ons leert Gods geboden te onderhouden .

Opgemerkt 2: De kerken hebben in de loop der eeuwen wel altijd weer de mensen willen opzadelen (ook wel ‘uitdagen’ genoemd) met hun ‘program van goede werken’ en heel anders dan zoals de apostelen de gemeente en hun goede werken ‘over laten’ aan het werk van de Heilige Geest. En dat is werkelijk ‘de dood in de pot’. Want dan gaan de mensen in het gareel lopen van hun ‘kerkleiders en worden ze nalatig in het hun ogen dagelijks te laten openen door de Heilige Geest Zelf, zoals Hij alleen dat wil en kan doen in iemands leven. Dan kan de gedachte postvatten dat ‘de professionals’ het wel zullen weten en dat we hen hebben te volgen en dan komen we aan dat hele gewone opvolgen van Gods geboden in ons dagelijkse leven – in hun huwelijk en gezin, op het werk, etc. – niet toe zoals Gód dat van ons vraagt. Dan kunnen we zelfs een alibi vinden in al dat zich inspannen voor wat wij in en door ‘de kerk’ opgedragen krijgen. Hoeveel huwelijken en gezinnen hebben daar niet onder geleden in verleden en ook nu nog altijd weer! Laat Gods kinderen zelf – met hulp van onze Drie-enige God – maar ontdekken wat God van hen/ons vraagt! Hij is er machtig genoeg voor om hun/onze leven te zegenen en te brengen tot dragen van rijke vrucht, deels honderd-, deels zestig- of deels dertigvoudig – zie Matteüs 13 de verzen 18-23.

Zie ook de blogs: ‘Zuivere harten‘ en ‘Gods water over Gods akker laten lopen’.

Bron citaat 1: Dag in dag uit 2022 – Meditatie maandag 10 januari – Leger des Heils | Ark Media
Bron citaat 2: De Correspondent – ‘Dit simpele idee kan 99 procent van de ontwikkelingshulp op z’n kop zetten’ – door Maite Vermeulen (Correspondent Migratie)

Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, want u weet dat u van de Heer een erfenis als beloning zult ontvangen – uw/jullie meester is Christus! Maar iedereen die onrecht doet zal daarvoor boeten, en daarbij wordt geen onderscheid gemaakt.’ (Uit Kolossenzen 3 de verzen 23-25)

Bron afbeelding: DailyVerses-net: ‘Uw meester is Christus!’

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over manipuleren gesproken… (N.a.v. ‘Ruinerwoldgezin’)

Mijn zoon, luister naar de lessen van je vader, verwaarloos niet wat je moeder je leert. Hun lessen zijn een sierlijke krans om je hoofd, ze zijn een ketting om je hals.‘ (Uit Spreuken 1 de verzen 8-9)

Geciteerd 1: Maar juist in de boerderij ontbrak het toch aan liefde? „Dat voelden we binnen niet per se zo. Heel raar, maar als je verteld wordt dat het goed is, ga je dat ook zo zien. Dan zie je alle ellende door de vingers en kijk je naar wat je wel hebt. (…) Ik zag geen uitweg. Eerst geloofde ik ook echt dat Gerrit Jan een ideale wereld opbouwde, dat het allemaal goed ging komen. En dat al het verkeerde een noodzakelijk kwaad was om dat doel te bereiken. Pas in de twee jaar voordat ik wegging, ging ik anders denken.”

Geciteerd 2: „Wat hielp, was dat Gerrit Jan na zijn beroerte in 2016 niet meer zo’n macht had. Voor die tijd praatte hij elke dag urenlang over zijn ideeën. Zo bleef je in zijn belevingswereld meegaan. Toen dat wegviel, werd het makkelijker om zelf na te denken. Ik ging ook anders naar hem kijken. Hij was altijd onbreekbaar, maar na die beroerte lag hij op bed. Alleen met hulp kon hij er nog uit. Zijn overtuigingskracht viel ook weg. Natuurlijk was hij zelf nog steeds overtuigd, maar hij kon dat niet meer op dezelfde manier uiten. Zo kreeg ik door hoe hij manipuleerde. Ik groeide op met het idee dat hij altijd alles voelde. Voor mijn gevoel kon hij dat ook bewijzen. Achteraf denk ik: hij gebruikte gewoon dingen die hij wist.”

Geciteerd 3: „Telkens als hij zei dat je iets verkeerd had gedaan, dacht je net zo lang na tot je iets vond. Je vulde het zelf in, maar dat ging zo automatisch dat je je er niet van bewust was. Tot ik me begon te realiseren: hij voelt niet alles, maar ziet hoe ik reageer. Als ik iets deed wat niet mocht van hem, voelde ik me schuldig. En dát had hij door. Vervolgens stuurde hij je naar buiten om te bidden. Het eindigde altijd met opbiechten, omdat dat voor je idee de enige manier was om eruit te komen. En dan zei hij: Zie je wel, ik had het door.”

Opgemerkt 1: Wat hier bij het gezin uit Ruinerwold misschien nog het meest duidelijk wordt, dat is dat wij christenen niet buiten het samenleven in een gemeente kunnen waar mensen ook op elkaar toezien en waar echtgenoten en/of kinderen ook op eigen initiatief kunnen ‘binnenlopen’ bij wijze mensen die het ‘broederlijke en/of pastorale recht’ hebben om met ouders en kinderen te spreken over de thuissituatie – afzonderlijk maar ook altijd weer gezamenlijk! Want het gaat erom dat we elkaar blijven liefhebben en vasthouden al zullen er ‘natuurlijk’* ook altijd situaties zijn waar dat ondanks alle inspanningen niet lukt.
* Vanwege onze menselijke natuur en harde harten (zie o.. Matteüs 19 vers 8)

Opgemerkt 2: Onze kinderen hebben bij ons in huis een werkelijk ‘vrije opvoeding’* genoten en als er thuis iets mis mocht zijn konden ze bij familie (met name ook broers van mij met wie ze veel optrokken – voetbalden en op vakantie gingen) terecht en ook binnen onze gemeente konden onze (inmiddels volwassen) kinderen terecht bij het pastoraat of andere leden van de gemeente.

* In christelijke vrijheid opgevoed (1), zonder dwang en manipulatie, maar met liefde, en dat onder het steeds weer samen luisteren naar Gods Levende Woord, waarin ons Gods liefde en vergevingsgezindheid geopenbaard wordt, zoals ‘ten laatste’ in Gods Zoon, onze Heer Jezus Christus. En dat gebeurde door heel gewoon met elkaar in huis aan tafel uit de Bijbel te lezen en door ook altijd weer als gezin de zondagse samenkomsten bij te wonen.

(1) Opvoeden in de ‘vreze des Heren’: De Bijbel geeft er ons een schitterend voorbeeld van en laat prachtig de Bijbelse visie zien, namelijk zoals Timotheüs het in zijn jeugd van zijn moeder en oma geleerd heeft (2 Tim. 3:14,15 en 17):
Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wèl bewust van wie gij het hebt geleerd, en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. Opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.

Zie eventueel ook deze blogs:Elkaar opvoeden in “de vreze des Heren”‘ en ‘Ouders en kinderen: Gehoorzaam samenleven in de Here…

Bron citaten: RD Mens & samenleving – ‘Israel uit Ruinerwold: Leven buiten boerderij is soms nog steeds wennen’ – door Anne Vader

Bron afbeelding: Yahoo News (WomansDay)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zalig de armen van geest…’

Zalig de armen van geest, want hunner is het koninkrijk der hemelen.
(Uit Matteüs 5 vers 3)

Geciteerd 1: Als de rechtvaardigen vrede hebben, dan zou onze conclusie kunnen zijn dat zij die geen vrede hebben, dus niet rechtvaardig zijn.’ Wie met die gedachte aangevochten wordt, moet weten dat het christelijke leven of de gerechtigheid zich afspeelt te midden van verdriet, onrust, verdrukking en dood. Maar het zijn juist kinderen van God die dit ondergaan! Denk aan de woorden: “Mijn zoon, acht de tuchtiging van de Heere niet gering” (Hebreeën 12 vers 5). Dus als zij kinderen van God zijn, dan vergeet God hen niet, hoewel ze zeer hard door de satan worden gekweld. En God is hen goed gezind. Daarom moeten ze blij zijn te midden van de aanvechtingen en een goed geweten hebben uit en door het geloof.

De vrede van het geloof, waar Paulus over spreekt (in Romeinen 5 vers 1) is vele malen groter dan we met ons verstand kunnen bevatten, zo groot dat ze ook na de dood zal heersen. Het lichaam en de zintuigen kennen die vrede niet, maar voelen alleen strijd en onrust. Zo klaagt David dat er geen vrede in zijn gebeente is (Psalm 38 vers 4). Ook Christus aan het kruis voelde geen vrede. En als een christen niet hetzelfde zou ervaren, wat zouden de beloften en vertroosting van het Evangelie dan betekenen? En de prediking van de genade? Denk aan Matteüs 11 vers 5: “Aan de armen wordt het Evangelie verkondigd“. Lukas 12 vers 32: “Vreest niet, kleine kudde“, en veel vergelijkbare Woorden, die toch voornamelijk voor zulke van zichzelf arme mensen gesproken en geschreven zijn. Christenen hebben altijd beproevingen en voelen verdriet. Voor hen is het woord van Christus gegeven (Matteüs 5 vers 4), dat degenen die treurig en verdrietig zijn, getroost zullen worden, als ze die vertroosting maar toelaten.

Geciteerd 2 (Over aanvechtingen): Mij werpt de duivel niet mijn slechte daden voor de voeten, maar dat ik de mis heb bediend en dat ik dat heb gedaan in mijn jeugd. Anderen houdt hij hun leven voor. In zo’n strijd moet ontkend worden dat God de zondaars haat. Als de duivel je Sodom of andere zonden voorhoudt, houd hem dan Christus voor, de Zoon van God, Die in het vlees is gekomen. Als Hij de zondaars haatte, dan had Hij Zijn Zoon zeker niet voor ons gezonden. Hij haat alleen degenen die niet (door Hem) gerechtvaardigd willen worden, dat wil zeggen die geen zondaars willen zijn.*
Zulke aanvechtingen zijn heel nuttig voor ons. Ze leiden niet – zoals het wel lijkt – tot onze ondergang, maar vormen een les voor ons. Iedere christen moet bedenken dat hij zonder aanvechtingen niet echt verbonden is met Christus.
* Zie Jezus woorden over het gebed van de Farizeeër en dat van de tollenaar in Lucas 18 de verzen 9-14.

Geciteerd 3: (…) Als het een mens altijd naar wens gaat, is het voor hem onmogelijk de Schrift te begrijpen. God wil namelijk dat we niet door ons ongeduld vastlopen. Want Hij zegt in heel de Schrift: Wacht, wacht: “meer dan wachters op de morgen, wachters op de morgen.” (Psalm 130 vers 6).

Geciteerd 4: Daarom is het boek Job één van de beste boeken. (…) Want dit boek is niet geschreven voor Job of over die ene Job, maar voor alle lijdende mensen. Hier zien we hoe God te werk gaat bij de aanvechtingen van zijn kinderen. De duivel en de Chaldeeën zijn boos en vallen hem aan. Maar hij kan het verdragen en zegt: “De Naam des Heeren zij geloofd!” (Job 1 vers 21). Maar als God op hém vertoornd is, kan hij het niet verdragen. Dan ergert hij zich aan het geluk van de goddelozen (zie ook Psalm 73). En toch overwint hij dit en zegt: “Ik weet dat u genadig bent“. Hoewel het hem (eerst) zwaar valt dat te zeggen.

Geciteerd slot: O God, bewaar ons dat wij niet in hoogmoed vervallen. Laat juristen, artsen en anderen hoogmoedig zijn. Maar in de theologie mag de hoogmoed geen plaats of ruimte hebben. Want de theologie eist mensen die geestelijk arm zijn, die God aanroepen en die God redden wil. Hij zegt in Psalm 50 vers 15: “Roep Mij aan in de dag van benauwdheid; Ik zal u eruit helpen.” En Hij voegt daaraan toe: “… en gij zult Mij eren“, niet jezelf, maar Mij. En zo staat er in Psalm 19 vers 2: “De hemelen vertellen Gods eer“, niet onze roem, zoals de hoogmoedige wijsneuzen doen.

Bron citaten: Boek: ‘Maarten Luther – Tafelgesprekken’ – uitgave van de Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

NB. De citaten zijn deels bewerkt en maar een deel van de tekst van de betreffende pagina’s (36-38 en 170) is overgenomen. De Bijbelteksten zijn hierboven niet – zoals in het boek – uit de Statenvertaling maar uit de NBG51. De bedoeling van deze blog is om hiermee kort een indruk te geven van wat dit boek o.a. te bieden heeft. Bestellen? Kijk hier.

Ik heb gezien wat ze deden, maar toch zal Ik hen genezen en leiden en hun barmhartigheid bewijzen. Treurenden biedt ik troostrijke woorden: Vrede, vrede voor iedereen, ver weg of dichtbij – zegt de HEER -, Ik zal genezing brengen.‘ (Uit Jesaja 57 de verzen 18-19)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het geloof (en bekering!) is toch uit het horen?

De HEER is goed, zijn liefde duurt eeuwig, zijn trouw van geslacht op geslacht.
(Uit Psalm 100 vers 5)

Geciteerd 1: Zo zien we ook in de praktijk van het kerkelijke leven dat er een generatie was die de Heere oprecht vreesde, en dan zien we dat hun kinderen wel bepaalde indrukken hebben vanuit hun opvoeding, maar de persoonlijke band met de Heere ontbreekt. Het daarna optredende geslacht heeft nauwelijks geloof meer en de vreze des Heeren is er niet. Dit heeft verwatering tot gevolg.

Geciteerd 2: Hoe kan dit nu overwonnen worden? Hoe kan deze neergang doorbroken worden? Door opwekking. Doordat de Heere met Zijn Heilige Geest krachtig zal werken in harten. Elke generatie moet een opwekking meemaken, anders zal de kerk onherroepelijk verwateren. Nodig zijn verootmoediging vanwege onze ontrouw, concrete bekering en terugkeer tot de Heere. We hebben zicht op Christus nodig. Zoals die twee Grieken uit Johannes 12: ze wilden Jezus zien. Wanneer u zicht hebt op Christus, verandert heel het leven.

Geciteerd 3: Het gebeurde onlangs in Irak dat een straatventer tot geloof in de Heere Jezus kwam. Zijn familie had hem verstoten en hem van zijn bezittingen beroofd. En toen kwam de Heere Jezus over in zijn leven. Stralend van blijdschap zei de man: „Ik heb Jezus gezien.”* Hij straalde zo’n vreugde uit dat zijn kinderen diep onder de indruk zijn en nu willen weten wie Jezus is en hoe zij Hem ook kunnen leren kennen.

Geciteerd slot: Wij hebben juist in onze tijd zicht op Christus nodig. Dan gaat het er niet om zicht te hebben op mensen, of om zicht te hebben op Maria, maar wij moeten Jezus zien. Wanneer u Jezus leert kennen, verandert heel uw leven. Dan staat Hij in het middelpunt en dan treedt er een geslacht naar voren dat oprecht de Heere vreest en voor Zijn Woord buigt. Ze hebben hun schuld en onwaardigheid gezien en het wonder ervaren dat God hen uit genade aanneemt en vernieuwt. Dan hebben zij de Heere van harte lief. Dat wonder moet elke generatie opnieuw leren (zien?). Dan zal de kerk overleven.

Opgemerkt 1: Het is mij alleen maar onduidelijker geworden wat deze predikant (1) nu van de mensen in de kerk(en) verwacht. Ze moeten ‘zicht op Jezus’ krijgen maar de voorgaande generaties kunnen hen dat niet geven en de huidige generatie(s) hebben er geen oren naar en hebben (daarom?) geen ‘zicht op Jezus’… Maar de enige opdracht voor een predikant/voorganger luidt toch (steeds weer): verkondig het Woord.* Zoals Paulus dat aan Timoteüs schrijft (zie hieronder), maar dat is al ‘zo oud als de weg naar Rome‘… En zei onze Heer niet steeds weer tegen de zeven gemeenten: Wie een oor heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt

Opgemerkt 2 *: Of moet ik (ook) bij gezinsleden en/of familie of in de kerkelijke gemeente – waar ik (ook) uitgestoten ben! – gaan roepen: “Ik heb Jezus gezien.” En zullen ze wanneer ik dat roep dan (wel) heel nieuwsgierig worden naar wat ik dan wel gezien heb en daarover te vertellen heb?

Opgemerkt 3: Of is het misschien toch juist dat ‘zien‘ en benadrukken van het soort ‘wetmatigheden’ dat deze predikant meent te zien en ook het de gemeente (hoorders/lezers) wijzen op de noodzaak van een ‘opwekking’, in plaats van hen op grond van Gods Woord (bijv. Maleachi 2 vers 2, Jakobus 1 vers 22) op te roepen tot dagelijkse bekering – dát wordt namelijk van kinderen van God in de kerk(en) gevraagd, ook al als ze nog jong zijn! – dat ‘afwachtings-lamlendigheid’ en ‘verwatering’ bij de hoorders ‘opwekt’?!

Ik roep je dringend op, ten overstaan van Christus Jezus, Die zal oordelen over de levenden en de doden, ik bezweer je bij Zijn komst en heerschappij: Verkondig de Boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist. Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen…’ (Uit 2 Timoteüs 4 uit de verzen 1-5)

(1) De auteur is emeritus predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Weerwoord gaat in op vragen die in deze tijd op christenen afkomen.

Bron citaten: RD Opinie – ‘Neergang in drie generaties’ – Door emeritus predikant in de CGK.

‘Wie zich laat terechtwijzen, is op weg naar een gelukkig leven,
wie zich niet berispen laat, bevindt zich op een dwaalspoor.’
(Uit Spreuken 10 vers 17)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over (onze) kerkelijke huwelijksbevestiging gesproken…

Onze hulp is de Naam van de Heer, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
(Uit Psalm 124 vers 8)

Geciteerd: Het huwelijk begint met een eed.
Deze eed wordt afgelegd in de Kerk, waar de huwelijkssluiting haar voleinding vindt, bij gelegenheid van de bevestiging en inzegening in de eigen kerkelijke gemeente.
Nadat de dienstdoende voorganger de aanstaande echtgenoten gevraagd heeft: M. en V. Nadat jullie is voorgehouden, dat God het huwelijk heeft ingezet, en ook wat daarin door Hem bevolen is, betuigen jullie hier voor de Christelijke gemeente, dat het jullie oprechte voornemen is, in jullie huwelijk hiernaar te leven, en verlangen jullie dat dit huwelijk hier bevestigd wordt?
Beiden antwoorden: Ja.
Daarna spreekt de voorganger tot de huwenden:
Onze Heere God bevestige het voornemen, dat Hij jullie gegeven heeft, en het begin van jullie huwelijk, zij in de Naam van de Heere, die hemel en aarde geschapen heeft.
Dan volgt de eigenlijk eedsaflegging, nadat zij, die trouwen, elkaar de rechterhand hebben gegeven.

De bruidegom bevestigt met zijn ja-woord de volgende verklaring en belofte:
Ik verklaar hier voor God en Zijn heilige gemeente, dat ik genomen heb (1) en neem (2), tot mijn wettige vrouw V. hier aanwezig. Ik beloof dat ik haar nooit zal verlaten; dat ik haar zal liefhebben en trouw onderhouden, zoals een getrouw en Godvrezend man aan zijn wettige vrouw verschuldigd is; dat ik ook heilig met haar leven wil, haar trouw blijvende in alle dingen, zoals het Evangelie ons daarover onderwijst.

(1) Hiermee wordt teruggegrepen op de trouwverklaring bij de verloving, en (nu ook) bij de huwelijkssluiting zoals die eerst/eerder plaatsvond ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand.
(2) In de kerkelijke gemeente vindt deze verklaring haar laatste herhaling. Hier wordt de huwelijkssluiting volkomen, nadat de belofte of eed van trouw is afgelegd.

Daarna verklaart en belooft de bruid met haar ja-woord:
Ik verklaar hier voor God en Zijn heilige gemeente, dat ik genomen heb en neem tot mijn wettige man hier aanwezig. Ik beloof hem lief te hebben, hem gehoorzaam te zijn, hem te dienen en te helpen, hem nooit te verlaten, heilig met hem te leven, hem trouw blijvende in alle dingen, zoals een vrome en getrouwe echtgenote haar man schuldig is, zoals het Evangelie ons daarover onderwijst.

Deze trouwbelofte (het ja-woord) heeft hier de volle kracht van een eed. We gaan niet maar naar de Kerk om onze trouwdag en ons huwelijk te wijden en om Gods zegen daarover af te smeken, maar vóór alles om die eed van trouw af te leggen voor Gods aangezicht in het midden van Gods gemeente.
Vóór die aflegging van de eed in de kerkelijke gemeente is het huwelijk voor ons christenen niet ten volle gesloten. Het huwelijk is voor ons een roeping van Godswege. Op deze aflegging van de eed volgen dan ook aansluitend deze woorden van de voorganger in de Naam van onze Heer:

De Vader van alle barmhartigheid, die jullie door Zijn genade tot dit heilig huwelijk geroepen heeft, verbinde jullie met oprechte liefde en trouw en geve jullie Zijn zegen. Amen.

En nadat uit het Evangelie voorgelezen is, hoe sterk en onverbreekbaar de band van het huwelijk is, horen we: Gelooft deze woorden van Christus onze Heer, en wees ervan verzekerd, dat onze Here God u samengevoegd heeft in dit heilig huwelijk.

God stelt ons in het huwelijk. Hij bevestigt ons in dit ambt, nadat we voor Hem de belofte van trouw hebben afgelegd. Na deze bevestiging in het ambt, zijn we pas bevoegd om het uit te oefenen.
De wederzijdse belofte van trouw geeft verloofden, zelfs aan de bruidegom en bruid niet het recht tot huwelijksomgang. Eerst de bevestiging in het ambt, daarna de uitoefening van het ambt.

Deze beschouwende woorden over de huwelijkssluiting hier voorafgaand ter inleiding (zie ‘Bron citaat’ onderaan), omdat velen onder ons de kerkelijke huwelijkssluiting niet weten te waarderen, zoals ze gewaardeerd moet worden, en er voor hun huwelijksleven geen kracht uit putten.

Het huwelijk begint van onze kant met een eed, waaraan we ons levenslang hebben te houden, terwijl van Gods kant de verzekering komt: ‘Hetgeen dan God samengevoegd heeft scheide de mens niet.

Bron citaten: Boek ‘Liefde en trouw – De dienst der liefde in het huwelijk’* – door ds. Th. Delleman (1937, uitgave van J.H. Kok N.V. te Kampen)

* Opgemerkt: Mijn grootvader A. Janse schreef over dit boekje: Een juweeltje, over het huwelijksleven en huwelijkstrouw. Niet in het vage weg met moderne woorden over het ‘eigen-ik-offeren’ – nee, praktisch zakelijk. Wat belooft men trouw te houden – met een eed – als men trouwt? Wat belooft men dan woordelijk? En wat houdt dat in voor de praktijk? En wat zegt Gods Woord daarvan? Verschillende uitspraken van de heilige Schrift worden zeer verhelderend zakelijk besproken. Goede raad, op Gods Woord gegrond, wordt gegeven over moeilijke gevallen. En waar ook de verstoring van het huwelijksleven als gevolg van de zonde telkens moeilijkheden brengt, daar wijst de schrijver ook zachtmoedig op het feit, dat wij juist door de kracht van de heilige Geest kunnen leren ons naar Gods wet te richten midden in de gebrokenheid van het leven. Wij wensen dit boekje meerdere drukken toe. Het is veel te goed om als libel maar één zomer rond te vliegen.

Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die boven allen, door allen en in allen is.‘ (Uit Efeziërs 4 de verzen 2-6)

De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.’ (Uit 1 Korintiërs 13 de verzen 4-7)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Batig slot?…*

Ik vraag u dringend, broeders en zusters, ontvankelijk te zijn voor deze woorden,
ook al heb ik u maar beknopt geschreven.

(Slotwoorden van de schrijver van de Hebreeënbrief aan zijn broeders en zusters, leden van de betreffende gemeente – zie Hebreeën 13 vers 22)

Geciteerd (uit slot van artikel): Vergeet niet Jezus’ ernstige woorden dat, indien wij niet wederom geboren worden, wij het Koninkrijk van God niet zullen zien (Johannes 3:3). Dat geldt ook reformatorische kerkgangers. Er zijn tenslotte maar twee soorten mensen: zij die tegen de Heere zeggen: „Uw wil geschiede”, en zij tegen wie de Heere zegt: „Jouw wil geschiede” (Lewis). Er zijn ook maar twee richtingen: „naar Jezus toe en van Hem af” (J. H. Gunning JHzn).

Opgemerkt 1: Het betreffende artikel (zie onderaan) met veel instemming gelezen tot het slot – maar helaas niet tot én met het slot.

Opgemerkt 2: Dit slot zal in een bepaalde kerkelijke hoek wel op veel bijval kunnen rekenen, maar wat is het een bedroevend slot, want het is gericht aan gedoopte leden van gemeenten. Het komt me wel bekend voor namelijk uit de gebruikelijke toepassing aan het eind van (oude) preken. Dan heb je eerst verkondiging van Gods Woord en dan gaat de predikant het nog even (en soms uitgebreid nog) ‘toepassen’. Dat werk durft de voorganger niet over te laten aan de heilige Geest met het even daarvoor verkondigde Woord van God. En dat is toch heus iedere keer weer een blijk van gebrek aan Godsvertrouwen!

Opgemerkt 3: Het artikel eindigt dan ook niet met een Bijbelse oproep – onze wedergeboorte kunnen we onmogelijk zelf verrichten, daartoe oproepen heeft geen zin! – maar met twee waarschuwingen uit mensenmonden waar we ‘geen kant mee uit’ kunnen. Want we lezen helemaal niet in de Bijbel dat God de woorden ‘jouw wil geschiede’ nu of bij het Eindoordeel de mensen laat horen of weten. Het is zelfs een onzinnige gedachte! En zelfs ook dat ‘naar Jezus toe’ of ‘van Hem af’ wijst op een onmogelijke menselijke inspanning – we zouden dan eerst zelf de goede kant op moeten gaan om (mogelijk) bij Jezus uit te komen, maar ja, dan wel die wedergeboorte nog, dat blijft afwachten natuurlijk, ook als je zelf wel – op eigen kracht alvast maar – de ‘goede richting’ hebt gekozen…

* Het batig slot was de winst die voortkwam uit het cultuurstelsel in Nederlands-Indië en ten goede kwam aan de Nederlandse schatkist.

NB. Overigens is er ook elders wel sprake van ‘ontoepasselijke toepassing’ na het verkondigde Woord. Dan gaat de voorganger ons ‘uitdagen’ om dit of dat te doen of heel precieze aanwijzingen geven: neemt u van de week eens drie broeders of zusters (of buitenkerkelijken) in gedachten voor wie u gaat bidden of aan wie u deze week een kaartje gaat schrijven, etc.

Laten we dus het kamp verlaten, ons bij Hem voegen en delen in Zijn vernedering. Onze stad is immers niet blijvend, wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt. Laten we met Jezus’ tussenkomst een dankoffer brengen aan God: het huldebetoon van lippen die Zijn Naam prijzen, ononderbroken. En houdt de liefdadigheid en onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept.**’ (Uit Hebreeën 13 de verzen 13-16)
** Zie Romeinen 12 vers 1-2.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Wat kan en mag ik na het sterven verwachten?’ – door ds. J. Belder

Bron afbeelding: Online Bible – Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Opdracht tot ‘zuivere Verbondsdienst’…

‘Jullie staan verdwaasd, alsof jullie blind zijn.
Wees maar verdwaasd en wees maar blind.
De profeten zijn dronken, maar niet van de wijn.
De priesters waggelen, maar niet door de drank.
Want een geest van diepe slaap
heeft de HEER over jullie uitgestort:
hij heeft jullie ogen, de profeten, gesloten en jullie verstand, de zieners, verduisterd.’ *
(Uit Jesaja 29 de verzen 9-10)
* Lees: voorgangers en wetenschappers (w.o. die van de theologie)

Geciteerd 1: Is het wel juist ‘reformatie’ (van de kerk) opdracht te noemen? Immers bij ‘opdracht’ denken we aan een taak die wordt opgelegd, die min of meer nauwkeurig omschreven is en die niet te zwaar is voor degene, die haar te vervullen krijgt. Maar bij ‘reformatie’ hebben wij toch te doen met wat uitsluitend een werk is van de heilige Geest – een werk dat rust in Gods vrije genade ten opzichte van Zijn volk, dat van Hem en Zijn wegen is afgeweken.

Het ‘sola gratia’- door genade alleen – is niet slechts het adagium van de grote Reformatie uit de zestiende eeuw, het is het diepste geheim van iedere waarachtige reformatie.

Wie bij Gods Woord leerde leven heeft zo het werk van God in vroeger eeuwen gezien en heeft met een zekere huiver geconstateerd, dat vele bladzijden van de kerkgeschiedenis bewijzen leveren van louter ‘vleselijke’ ijver, die dus niet uit God was, maar die toch met de schone naam ‘(Kerk)reformatie’ werden getooid.

Geciteerd 2: Vanuit Gods Woord klinkt onophoudelijk de oproep tot bekering in de vorm van een concrete opdracht om terug te keren tot de zuivere Verbondsdienst. Het is goed daar op te letten en van de eis tot bekering niet slechts een alleen maar innerlijke en louter persoonlijke zaak te maken. Ongetwijfeld kan de reformatie van de Kerk niet worden aangevangen zonder die persoonlijke bekering tot de HERE*, maar die persoonlijke weerkeer zal dan ook zichtbaar moeten worden in het weer gehoorzaam léven naar het Woord van God. Dan zullen alle inzettingen van mensen wijken voor wat het Hoofd van de Gemeente ons heeft bevolen ook voor en in de kerk.
* HERE hier bedoeld en gebruikt als de naam van de God van het Verbond: JHWH.

Hierbij verkeren we niet in het onzekere. Het Woord van Mozes in Deuteronomium 30 de verzen 11-20 is in dit verband van bijzondere actualiteit. Nabij U is het Woord. U hoeft niet naar de hemel op te klimmen en er geen oceaan voor over te steken* om het Woord en de wil van de HERE te weten te komen – het is in uw mond en in uw hart om het te volbrengen!
* Om ‘moderne’ Amerikaanse (theologische) ‘wapenrusting’ aan te schaffen bijvoorbeeld!

Alle lijdelijkheid wordt hier bij de wortel afgesneden. Wij zijn geroepen “daders van het Woord te zijn en niet slechts hoorders” (Jakobus 1 vers 22). Heeft Jezus niet zelf aan het slot van de Bergrede gezegd: “Een ieder die deze Mijn woorden doet is als een verstandig man!… En een ieder die deze Mijn woorden hoort en ze niet doet, zal gelijken op een dwaas man!…”?

De opdracht tot reformatie klinkt ook duidelijk in de woorden die Jesaja in zijn tijd moest laten horen: “Tot de wet en tot de getuigenis; zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben.
Zo kwam de oproep tot reformatie in het Oude Verbond tot Israël als het afgeweken was van zijn God en Zijn dienst. Wij zien dat bijvoorbeeld in de dagen van Elia, Joël, Jesaja, Amos en Hosea vóór de ballingschap en die van Ezra en Nehemia na de terugkeer uit Babel.

Geciteerd 3: In Openbaring twee en drie vinden wij brieven van de verhoogde Christus aan de zeven gemeenten van Klein-Azié. Die zeven vertegenwoordigen alle Kerken van alle eeuwen. Christus kan zeggen: Ik weet uw werken; maar ook: Ik heb tegen u! In al die brieven zegt Hij: Wie een oor heeft moet horen, wat de Geest tot de Gemeenten zegt! En waar het mis is wordt de Gemeente met klem opgeroepen tot bekering. Dat blijkt dan te zijn: wegdoen wat niet uit God is! Zowel het verlaten van de eerste liefde als vermenging met wereldse praktijken als de dode orthodoxie vallen onder het oordeel van Christus.

Zolang de roep tot bekering nog klinkt in onze kerken leven wij in het heden van de genade en worstelt de Geest van Christus om de bruid te heiligen en te reinigen. Het is genade als de HERE nog profeten zendt die zeggen: “dit is de weg, wandelt daarop!”*
* Zie Jesaja 30 vers 21.

Kom laat ons weerkeren tot de HERE – Anno Domini 2022*

* In de brontekst staat het jaartal 1973.

Bron citaat: Boek ‘Reformatie blijvende opdracht!’ ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Vereniging “Protestants Nederland” en daarvan geciteerd uit ‘Epiloog’ geschreven door ds. J.W. Verheij, toen predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt ‘buiten verband’) te ’s Gravenhage-Loosduinen, lid van het hoofdbestuur van “Protestants Nederland”.
NB. De opmerkingen/verwijzingen bij ‘*’ zijn steeds van AJ

‘Dit zei God de HEER,
de Heilige van Israël:
‘In rust en inkeer ligt jullie redding,
in geduld en vertrouwen ligt jullie kracht.
Maar jullie wilden niet.’
(Uit Jesaja 30 uit vers 15)

‘En toch wacht de HEER op het ogenblik
dat Hij jullie genadig kan zijn;
toch zal Hij Zich oprichten
om zich over jullie te ontfermen.
Want de HEER is een God van recht.
Gelukkig de mens die op Hem wacht.’
(Uit Jesaja 30 vers 18)

Bron afbeelding: OurDailyBreadCrumbs-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Trouw blijven aan de kinderen van God…

Indien ik zou spreken als zij, ik pleegde verraad aan Gods kinderen.
(Uit Psalm 73 vers 15)

Uit een preek die gehouden werd op Zondag 20 juli 1940

Geciteerd 1: In de stormen van de tijd krijgen wij allen het heel moeilijk met ons geloof in God; heel moeilijk met ons vertrouwen in onze broeders en zusters. Maar we houden stand, zolang we nog zeggen: ik geloof in een heilige, algemene, christelijke kerk en ik kan aan de kerk niet ontrouw worden. Alleen wie de kerk gelooft en belijdt heeft in de zwaarste uren van zijn leven een laatste weerstand.

Geliefden, jullie hebben allemaal jullie aanvechtingen vandaag*; maar ga om jullie levenswil in jullie nood niet de kerk de rug toekeren. Zie de velen afdwalen, maar zie vooral de weinigen die zich als kinderen van God openbaren en blijf in jullie nood en aanvechting jullie liefde en trouw aan hen geven. Als je van Gods doen in de geschiedenis niets meer begrijpt, als het je is alsof je vergaat, blijf de kerk zien. Bid voor jezelf, bid ook voor de kerk: ‘Laat vanwege mij niet beschaamd worden wie op u hopen, o HEER van de hemelse legermachten‘ – Psalm 69 vers 7, en zie ook vers 3.

* Kort na de inval van de Duitsers in mei 1940.

Geciteerd 2: De band aan de kerk is dus in onze persoonlijke aanvechting een zaak van grote betekenis. We hebben daarin houvast en steun in onze verzoekingen. Maar ik zei al eerder dat de band aan de kerk ons tenslotte niet over de problemen heen helpt. Toch komt de triomf over de aanvechting nergens anders dan in de kerk. Asaf kwam niet verder ‘totdat hij in Gods heiligdommen inging en op hun einde lette’. Als we weten willen hoe hij zijn aanvechting te boven kwam, dan zegt hij het ons zelf: ik ging naar de kerk. Ik kwam in Gods heiligdommen.

Nu, jullie weten, wat het heiligdom was voor de gelovigen toen. In het heiligdom, daar is het Godsvolk vergaderd. En de gelovigen verlangen tenslotte één ding: dat hij of zij al de dagen van zijn of haar leven mag wonen in het huis van de Heer, om de liefelijkheden van de Heer te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel. In het heiligdom: daar vinden we de gemeenschap en daar vinden we ook onze God. We weten wat er in de tempel te onderzoeken valt, want daar openbaart God Zijn Woord.

Geciteerd 3: Asaf kon God niet meer vasthouden, maar hij hield de gemeente vast. Maar nu hij daarmee begint (de draad weer oppakt – AJ), nu grijpt hij ook weer Zijn God vast. En daarom gaat hij dan ook naar de tempel. Waarom? Omdat hij daar de ontmoeting met Zijn God verwacht? Maar hij verwacht van God toch niets meer? Hij gaat naar het heiligdom omdat hij trouw blijft aan de kinderen van God – zie vers 15 van deze Psalm.

Juist nu hij de gemeenschap met de kinderen van God bewaart, nu vindt hij de Vader weer. Want daar in het heiligdom, waar de kinderen van God elkaar vinden, daar woont de Vader en daar spreekt Hij. En daar openbaart Hij wat buiten de tempel een geheim blijft. D.w.z. hier worden gezichtspunten geopend, die anders niet te ontdekken zijn. Hier krijgt hij de sleutel in handen. Niet door dat gebouw, maar doordat God daar spreekt – toen d.m.v. de priesters (zie Maleachi 2 vers 5-9).

Geciteerd 3: Het geloof is heel eenvoudig. Het maakt de verhoudingen in het leven niet anders. Maar het geeft de rechte kijk op de verhoudingen. Het doet er niet toe waar God ons zet: in de hoogte of in de diepte, in rijkdom of armoe, in vrijheid of in de gevangenis; het gaat er slechts om waartoe God ons daar zet. Of we daar dichtbij Hem zijn dan wel ver van Hem. Als we ver van Hem zijn, dan vergaan we. Dan is elke hoogte een afgrond, elke berg een ravijn; ver van Hem, dat maakt de grootste rijkdom tot bittere armoe; alle macht tot machteloosheid, elke zegepraal tot nederlaag.

Dat ontdekken we zo in het leven niet; maar we leren dat in de heiligdommen van God. Het meest kwellende wordt in de verkondiging van Gods Woord van een grote simpelheid. Alles wordt voor ons zo eenvoudig als het voor de kinderen is; want kinderen luisteren naar hun vader en dan zeggen ze: natuurlijk, zo is het!

Ach, ik weet ook wel: dat simpele geloof is vaak zo moeilijk. Want het is moeilijk te worden als de kinderen. Maar we moeten in onze aanvechtingen niet gaan redeneren en piekeren; we moeten met al onze strijd naar de kerk. Want hier geeft God de oplossing. Hij spreekt Zijn Woord en dan vraagt hij niet alleen het geloof maar Hij geeft het ook; Hij werkt dat geloof, dat alle vraagstukken kinderlijk eenvoudig maakt.

Geciteerd 4: En nu zegt Asaf: ik heb geloofd en daarom zal ik spreken in de kerk. Mij aangaande, het is mij goed nabij God te zijn. Dicht bij God: hij bedoelt niet dat hij eigenlijk al in de hemel leeft en zich opgetrokken voelt in zijn toekomstige glorie. O nee, hij zegt dit uit de diepte. Hij heeft nog niet één goddeloze zien ondergaan; en hij wordt nog de hele dag geplaagd. Maar in de diepte is hij nabij God. God is bij Zijn kinderen in de diepte; daar is wel moeite, maar geen toorn; daar is dagelijks de plaag van het leven, maar daar is geen ogenblik vloek in dat leven. Asaf weet dat God zijn weg door de duisternis leidt naar het licht.

Geciteerd 5: Wat zal ik nu doen met wat ik gehoord heb? Ik zal al uw werken vertellen. U hebt me het rechte zicht (de juiste kijk) op het leven gegeven. Maar U hebt me dat gegeven in de kerk. Here mijn God, ik begrijp het nu ook. De weg tot U loopt altijd door de kerk. Ik kwam door Uw kinderen tot U. U kwam in de kerk tot mij. Nu sluit ik me niet op; ik ga (of laat) me niet isoleren; ik kan niet zwijgen. U hebt mijn ogen geopend in de kerk, opdat ik heel de kerk zou zien. Here, ik ga al spreken; ik ga al uw werken vertellen. Ik heb het zelf mogen zien, ik ga het aan anderen zeggen, hoe eenvoudig de geschiedenis is. Ik ga het hun zeggen dat niet de vraag is hoog of laag, maar dicht bij U of ver van U af.

Geciteerd slot: Geliefden, jullie zijn vandaag weer in de kerk geweest. Jullie nood is niet weggenomen. Jullie vinden het leven morgen precies zoals jullie het gisteren achter gelaten hebben. Maar jullie vragen zijn opgelost. Jullie weten waar alles ook van deze tijd op uitloopt; jullie weten wat het leven tenslotte beheerst. Ik weet niet hoe zwaar de komende week zal zijn aan nood, aan zorg, aan leed. Maar ik weet wel dit ene: ik ben toch altijd bij U. Ik ben daar niet alleen; de broeders zijn ook altijd bij U. Dat zal ik hun zeggen. Ik ben dicht bij U in de kerk.

Het leven is donker, de weg gaat door de diepte. Maar we zijn altijd nabij God en dicht bij elkaar.

Vertroost elkaar met deze woorden. Amen.

Bron citaten: Boek ‘Een levende hoop – Wiens sterkte in U is’ (deel V) – van ds. B. Holwerda (1909-1952), bij leven hoogleraar aan de theologische hogeschool te Kampen.

‘Maar mij aangaande, het is mij goed nabij God te zijn,
op God de HEER heb ik mijn vertrouwen gesteld,
en ik wil van al Uw werken vertellen.’
(Uit Psalm 73 vers 15)

Bron afbeelding: BibleJounal-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Heil en zegen in het nieuwe jaar!

Zing voor de HEER een nieuw lied,
zing voor de HEER, heel de aarde.
Zing voor de HEER, prijs Zijn Naam,
verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.
(Uit Psalm 96 vers 1-2)

DAG AAN DAG DRAAGT HIJ ONS…’*

Geciteerd 1: ‘Dag in dag uit’ bestaat 35 jaar! Een kleine speurtocht leert dat 35 jaar getrouwd zijn gelijk staat aan een ‘koralen huwelijk’ (1). Eigenlijk geen reden tot een groot feest, maar een aanloop naar 40 jaar, dan kan er uitgepakt worden. Maar eerder mag ook!

> Voor een leven in vertrouwen op God hebben we dagelijks voeding en kracht nodig. Dagelijks je (allereerst) richten tot en bezig zijn met God, daarbij kan ‘Dag in dag uit’ hulp bieden: al 35 jaar een geliefd Bijbels dagboek met toegankelijke overdenkingen voor iedereen!

> Uitkijkend naar de komst van Jezus mogen we ons gesteund weten door Psalm 68 vers 20:

Geprezen zij de HEER, dag aan dag, deze God draagt en redt ons.

Geciteerd 2: Allereerst veel heil en zegen toegewenst. Misschien niet meer een veelgebruikte wens, maar wel een inhoudsvolle. Ons wordt heil, heelheid toegewenst en daarbij de zegen van God. Van harte hoop (2) ik dat je in de omgang met God heil en zegen ontvangt en ook ervaart in het leven van alle dag.

* Zie de complete liedtekst van ‘Geprezen zij de Here

(1) Een koraal (in de muziek) is een kerklied van de Duits-protestante Gemeente. In de 16e eeuw, tijdens de Reformatie, werd het zingen van koralen een essentieel onderdeel van de dienst omdat Maarten Luther vond dat de gemeente daar meer bij betrokken moest worden. Kenmerken zijn: een eenvoudige tekst in de taal van het eigen land, rijmende zinnen, een homofone zetting en een goed zingbare melodie waarbij de cantus firmus in de sopraanstem werd gelegd. De gemeente gaf zingend antwoord op het gesproken woord van de voorganger.
(2) Dat is (dus) zelfs vast en zeker in onze gelovige omgang met Hem! (zie Hebreeën 11)

‘Laat de hemel verheugd zijn, de aarde juichen,
de zee bruisen en alles wat daar leeft.
Laat het veld verblijd zijn en alles wat daar groeit,
laten alle bomen jubelen

voor de de HEER, want Hij is in aantocht,
in aantocht is Hij als Rechter van de aarde.
Rechtvaardig zal Hij de wereld berechten,
de volken oordelen, trouw aan Zijn Woord.’
(Uit Psalm 96 de verzen 11-13)

Bron citaten: Dag in dag uit 2022 – Uit voorwoord en meditatie 1 januari – Leger des Heils | Ark Media

Bron afbeelding: Bible-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Halleluja!

‘Ziel , gij zijt geboren tot – zingen voor den HEER, uw God’
(Uit Psalm 146 vers 1, berijmd, NB)

Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem. Hij is het hoofd van het lichaam de Kerk. Oorsprong is Hij, Eerstgeborene van de doden, om in alles de Eerste te zijn, in Hem heeft de volheid willen wonen en door Hem en voor Hem alles met Zich willen verzoenen, alles op aarde en in de hemel, door vrede te brengen met Zijn bloed aan het kruis.‘ (Kolossenzen 1 de verzen 17-20)

Geciteerd 1: Het heerlijkste en hoogste dat een mens doen kan, is niét eten en drinken en vrolijk zijn – hoewel Gods Woord (de Schrift, de Bijbel) zeer wel waardeert dit genieten van Gods gaven – zie Prediker 9 vers 7.
Het is ook niet: goed gekleed gaan en de weelde van het leven met alle comfort en luxe genieten – hoewel de Schrift dat ook aanprijst voor hen die God dat geeft – zie Prediker 9 vers 8.
’t Is ook niet het heerlijke samenleven van man en vrouw hoewel Gods Woord dat ook telkens weer heerlijk voorstelt als een gave van God – zie Prediker 9 vers 9.
’t Is ook niet met alle macht je werk doen in handarbeid of wetenschap of kunst of handel of wat dan ook – hoewel de Bijbel zegt, dat we dat met al onze inzet moeten doen en dat het voldoening vinden in het zo bezig zijn Gods gave is – zie Prediker 9 vers 10 en 5 vers 17.
’t Is ook niet rijk zijn en het vermogen laten groeien, want dat wordt meermalen dwaasheid genoemd in de Schrift – en gevaarlijk – zie Spreuken 30 vers 8 en 9.
’t Is ook niet muziek en zang en snarenspel, hoewel een belangrijk onderdeel van de priesterdienst – zie 1 Kronieken 23 vers 3, maar ook Amos 5 : 21-24.
’t Is ook niet het spreken van woorden van wijsheid, hoewel Gods Woord dat hogelijk waardeert. ’t Is ook niet recht doen in gewicht en maat en in de rechtszaken, dat zeer hoog wordt gehouden in de Schrift. ’t Is ook niet een goed zedelijk leven, hoewel Gods geboden daar Gods volk scherp toe vermanen met bedreiging van Gods toorn als zij door hun leven Hem schande aandoen.
’t Is zelfs niet in Christus geloven, hoewel de hele Schrift roept het Woord aan te nemen en in de Zoon te geloven.
’t Is ook niet veel werken in Gods Koninkrijk, hoewel de Here daar groot loon voor beloofd heeft.

Maar ’t hoogste is die liefde tot God, die Gods volk tot bewondering brengt. ’t Is die liefde, die de Kerk als Bruid aangrijpt, zodat ze haar Bruidegom gaat prijzen om Zijn schoonheid. Heel Gods Woord is ten slotte één lang aangehouden loflied voor de HEER, voor de God van het Verbond, voor die God, die Zich in Christus openbaarde in al Zijn liefde voor Zijn Kerk.

Het is de lof van het halleluja in Psalm 150.

Geciteerd 2: Op een dag was ik erg verdrietig door een opeenstapeling van nare dingen. Opeens hoorde ik mijn jongste dochter van twee ergens in huis uit volle borst zingen: ‘Loof de Here, mijn ziel!’ Haar zingen raakte me en vulde mijn hart met dankbaarheid om wat er wel was. Psalm 150 is het slotakkoord van de psalmenbundel. Tien keer wordt er in opgedragen om God te loven, maar niet in het laatste vers, dat in de grondtekst in de aanvoegende wijs is geschreven. Het is geen gebod, maar een aansporing. Een verlangen dat iedereen de lofzang zal meezingen. Ook wie nog door alle diepten en dalen op weg is, zoals er in zoveel voorgaande psalmen een stem aan wordt gegeven. Het nieuwe jaar ligt open voor ons. Willen wij gehoor geven aan de oproep in de psalm, ondanks of juist door de omstandigheden waar in we ons bevinden? Voor de Psalmdichter was/is het geen vraag meer!*

* Slotregel niet onderdeel van citaat/meditatie, maar van AJ.

Bron citaat 1: Gereformeerd Schoolblad nr 47, maart 1991, 8e jaargang nr. 1 – ‘2. Lof voor de HEERE’ door A. Janse – Kerkblad Breda, 17 april 1954.
Bron citaat 2: Dag in Dag Uit 2021 – Meditatie 31 december – Leger des Heils | Ark Media

‘Loof God in Zijn heilige woning,
loof Hem in Zijn machtige gewelf,
loof Hem om Zijn krachtige daden,
loof Hem om Zijn oneindige grootheid.
Loof Hem met hoorngeschal,
loof Hem met harp en lier,
loof Hem met dans en tamboerijn,
loof Hem met snaren en fluit.
Loof Hem met klinkende bekkens,
loof Hem met slaande cimbalen.
Alles wat adem heeft, loof de HEER.’
Halleluja!
(Psalm 150 vers 6)

Bron afbeelding: Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie