‘Slachtschapen’ voor het karretje van kerkelijke eenheid spannen?

‘Want het is de tijd dat het oordeel van God in het huis Gods begint; als het nu onder ons begint, wat voor einde zal het dan zijn voor hen die niet in het Evangelie geloven?‘ (Uit 1 Petrus 4 vers 17)

Geciteerd 1: De puriteinse prediker Jeremiah Borroughs (1599-1646) hield de Kerk verantwoordelijk voor het verval in de kerk én in de wereld. Onderlinge verdeeldheid is zo’n grote zonde in de ogen van God dat Hij Zich daardoor terugtrekt uit de kerken en uit de samenleving. (…) Maar – nogmaals onderstreep ik het – vooral de onderlinge verdeeldheid ziet Borroughs als de oorzaak van het verval in de samenleving en de kerken. Juist op dit aspect zou vanaf de kansel veel vaker gewezen moeten worden: het oordeel begint niet bij de houding van de overheid tegenover het klimaat, de boeren enzovoort. Het gaat een spade dieper: het oordeel begint bij Gods Kerk, Die zo ver van haar plaats is.

Opgemerkt: Deze bovenaan geciteerde tekst uit de brief van Petrus wordt in het artikel (waaruit geciteerd) gebruikt om de schapen te bewegen zich voor de karretjes van de kerkelijke eenheid te laten spannen en dan kunnen de bokzitters de zweep nog eens extra laten knallen en de karzitters de schapen extra toeschreeuwen om de arme schapen zich te laten inspannen/inzetten de karren in beweging te krijgen. Natuurlijk is dit een onmogelijke opgave en we hebben er ook niets van te verwachten, behalve dan de bok- en karzitters, die kunnen er op wijzen dat zij toch maar hun best hebben gedaan om de karren naar elkaar toe in beweging te krijgen, ook al is het gevolg dat de karren hooguit alleen nog maar verder van elkaar verwijderd raken, want de bok- en karzitters van al die karren wijzen de schapen elk een andere (eigen) richting.

Geciteerd 2: Hier (in de bovenaan geciteerd Bijbeltekst) haalt Petrus tegelijk twee verschillende teksten aan uit de profeet Jeremia. In de eerste plaats zegt de profeet Jeremia in hoofdstuk 25 vers 29: ‘Zie, Ik begin te straffen in de stad die naar Mijn Naam genoemd wordt.’ Dat wil zeggen: Ik straf [de zonde] eerst aan Mijn allerliefste kinderen, die in Mij geloven. Die moeten het vóór alle anderen ontgelden en de hitte van het vuur ondergaan. En dan volgt de vraag: ‘… en zult u ongestraft blijven?’ – jullie, die niet in Mij geloven, ja Mijn vijanden zijn. En in Jeremia 49 vers 12 zegt God: ‘Zij die niet schuldg waren om de beker te drinken, moeten die toch drinken; en zou u ongestraft blijven?‘ (…) Hij slaat de vromen uit liefde tot hun behoudenis. Maar wat zal er dan gebeuren met hen die niet geloven?

‘En als de rechtvaardige nauwelijks wordt behouden, waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen.’ (Spreuken 11 vers 31)

Geciteerd 3: Dit vers uit Spreuken, waar Salomo zegt: ‘Als de rechtvaardige op aarde moet lijden, hoeveel temeer de goddeloze en de zondaar!’ Dit is ook wat Petrus hier zegt, namelijk dat de rechtvaardige nauwelijks zalig zal worden. Petrus heeft nu al meermalen over het lijden en de beproevingen van christenen in dit leven gesproken. Dat doet hij niet zonder reden. Want zij worden niet alleen door ‘de wereld’ (lees: m.n. ‘de wereld’ in de kerk!) vervolgd, maar ook de duivel verschrikt ze in hun harten door ze hun zonden voor te houden en te vergroten. Zodoende worden ze droefgeestig en zwaarmoedig. Ze worden zowel uitwendig met vervolging en verachting, als inwendig met wanhoop en verschrikking geplaagd. Hier kan ‘de wereld’ niet anders oordelen dan dat het verdoemde mensen zijn die geen troost of hulp meer van God hebben te verwachten. (…) Vandaar komt dat jammerlijk klagen in de Psalmen: ‘Ik ben van voor uw ogen verstoten‘ (Uit Psalm 31 vers 23) en ‘U hebt ons als slachtvee uitgeleverd‘ (Uit Psalm 44 vers 12) – bijvoorbeeld.

Bron citaat 1: RD Opinie – ‘Het oordeel begint bij de Kerk, om haar verdeeldheid’ – door W. Visser (De auteur schrijft artikelen en boeken en houdt lezingen over het thema eenheid in de kerken.)
Bron citaten 2-3: Boek – ‘Als goud door vuur beproefd – Korte verklaring van de eerste brief van de apostel Petrus in 60 overdenkingen’ – ’52. Lijden omwile van het goede’ – Samen gesteld, ingeleid door H.C. van Woerden, sr. – 2020 Den Hertog BV, Houten.

‘Maar om U worden wij de hele dag gedood; wij worden beschouwd als slachtschapen.’
(Uit Psalm 44 vers 23)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Maar het blijve: God waarachtig…’

‘Want ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan zal hebben hetgeen Ik tot u gesproken heb.‘
(Uit Genesis 28 vers 15)

Geciteerd: Wat is er zo slecht aan mindfulness? (…) Mindfulness is hooguit een middel, terwijl het door de beoefenaars als doel wordt beschouwd. En dan is het eigenlijk een soort doping. Mindfulness leert ons om niet te oordelen en wordt daarmee gevaarlijk; het verzwakt de vraag waar je je wél aan moet hechten. Welke waarden wil je vasthouden, nastreven, waarmaken?’ (1)

Geciteerd 2: (…) Foucault zag heel scherp dat het liberalisme, als zelfbeschikking eenmaal de overhand heeft gekregen, paradoxaal genoeg leidt tot het tegenovergestelde: een neoliberaal totalitarisme. Daarin worden mensen op zichzelf teruggeworpen en moeten ze hun eigen keuzes maken, als zogenaamd vrije individuen. Intussen hebben ze geen idee wie ze willen zijn en wordt hun leven gevormd door het systeem.’

Geciteerd 3: De titel van zijn boek ontleent Dohmen aan een citaat van Isaiah Berlin: ‘Ik wil dat mijn leven en mijn beslissingen van mijzelf afhangen, niet van om het even welke krachten van buiten. Ik wil het instrument zijn van mijn eigen, niet van andermans wilshandelingen. Ik wil een subject zijn, geen object; ik wil worden bewogen door redenen, door bewuste bedoelingen die van mij zijn en niet door oorzaken die mij als het ware van buitenaf overvallen. Ik wil iemand zijn, niet niemand.’

Geciteerd 4: De gang in alle (Bijbelse) geschiedenissen is daarop gericht, dat we tenslotte leren en erkennen moeten dat God waarachtig blijkt, ook al lijken Gods beloften leugens te zijn. Dat gebeurt als God Zich tegenover ons houdt alsof Hij niet zal waarmaken wat Hij heeft beloofd. Hij gaat echter wonderbaarlijk en verbazingwekkend voort in het vervullen van Zijn beloften. O, hoe graag zou ik zó kunnen preken, dat we de woorden goed kunnen begrijpen, want er zullen dwaalgeesten komen, die zich zullen verheffen en hoog opgeven van Gods beloften, maar ze zullen niet weten hoe en onder welke gedaante de waarheid van God volbracht moet worden.
Ook al is het waar dat wij beloften ontvangen hebben, dan blijft het toch nodig te vrezen, en in vrees te bidden dat we bij de waarheid van de beloften mogen blijven. Als we er echter mee willen pronken, en ons verheffen en ons erop beroemen, dan gaat het niet goed. Ja, tensotte zullen we dan niet meer weten of God God is, of belofte belofte is, leugen leugen is en waarheid waarheid is. Veeleer moet je bidden: ‘Heere God, help mij dat ik mij aan Uw Woord houd.’ Alleen de beloften van God zullen troosten en de ziel behouden, zodat ze staande zal blijven in aanvechtingen en verzoekingen. Dit zal niemand leren tenzij door eigen ondervinding, en wel in het bijzoder in het uur van de dood. Dan ervaart men dat we met het zeggen van woorden geen sterven leren, maar dat het ‘in waarheid’ moet zijn.

(1) Filosoof Joep Dohmen publiceerde meerdere succesvolle boeken over levenskunst. Onlangs verscheen ‘Iemand zijn. Filosofie van de persoonlijke vorming’. Wat betekent het eigenlijk om een persoon te zijn? En hoe doe je dat? ‘Onderzoek je verlangens en verhef die tot wil.’

‘“Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen en je brengen waar je niet naar toe wilt.‘ (Uit Johannes 21 vers 18)

Bron citaten 1-3: Filosofie Magazine – ‘‘Ontstijg de menselijke leugenachtigheid’’ – door Marc van Dijk
Bron citaat 4: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Citaat/Meditatie van 28 november*
* Er is een nieuw Luther-dagboek verschenen: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – dagboek over belofte en troost’.

‘… Maar het blijve: God waarachtig en ieder mens leugenachtig, gelijk geschreven staat: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in uw woorden, en overwint in uw rechtsgedingen.‘ (Uit Romeinen 3 uit vers 4)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gods schepping op liefde gegrondvest! (I)

‘Van Uw liefde, HEER, wil ik eeuwig zingen,
van Uw trouw getuigen, geslacht na geslacht.
Ik belijd: Uw liefde houdt eeuwig stand,
Uw trouw hebt U in de hemel gevestigd.
(Uit Psalm 89 de verzen 2-3)

‘Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoog kwam, opende de hemel zich voor Hem en zag hij (Johannes de Doper) hoe de Geest van God als een duif op Hem neerdaalde. En uit de hemel klonk een stem: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.”‘ (Uit Matteüs 3 de verzen 16-17)

‘En uit de wolk klonk een stem: “Deze is mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!”‘ (Uit Matteüs 17 uit vers 5)

‘Augustinus wijst de mens zijn plaats als schepsel‘ (1)

Geciteerd: De polemiek van Augustinus tegen de manicheeërs herinnert ons eraan dat de mens onder God staat en geschapen is in een rechtsrelatie* tot Hem. Ook de leer van de verlossing staat in dat kader. Dat is geen uitvinding van Anselmus of Calvijn, maar behoort tot de antignostische erfenis van de kerkvaders. God de Schepper heeft recht op onze liefde en gehoorzaamheid, en wij zijn verplicht Hem die te geven, om te kunnen leven. En het Evangelie is nu dat Hij zelf de gerechtigheid aan ons geeft die Hij van ons eist. (2)

Opgemerkt: Moeten we niet vaststellen dat het onderwijs van Genesis ons leert dat God de mens geen wet opgelegd heeft (die is pas 400 jaar na Abraham gekomen), maar dat God wilde dat de mens in een liefdesverhouding* met Hem zou staan en dus in vertrouwen op Hem (en dat is dus: in vertrouwen op Zijn Woord) zou (samen)leven voor Zijn aangezicht. De liefde en het vertrouwen dat de eerste mensen elkaar gaven stond in direct verband met hun vertrouwen op God. Wat satan deed was wantrouwen stichten. Gods Woord in twijfel trekken en daarmee Eva&Adam verleiden om dat ook te doen. En toen Eva&Adam de satan volgden in dat wantrouwen van God, namelijk door de woorden die God tot hen gesproken te wantrouwen, hechtten ze dus meer geloof aan de woorden en het denken (verstand) van het schepsel (de satan en zijzelf) dan aan de woorden van God.
De eerste zonde was dus (ook al) ongeloof en niet in de eerste plaats het overtreden van een gebod. Het eten van de boom volgde uit hun ongeloof en daarom overtraden ze het gebod om niet van de boom te eten.
Ook Adam&Eva wisten (al) niet goed te onderscheiden tussen goed en kwaad en daar had God hen op gewezen door de ‘boom van kennis van goed en kwaad’ te planten in de hof. Ze konden dus in verleiding worden gebracht om die kennis zelf – ‘op eigen houtje’ – te gaan verwerven, door van de boom te eten. Ze hadden daar in de paradijstuin voor de val echter geen enkele reden om dat te willen doen…
Daarom ben ik er niet van overtuigd, dat na dat wel eten van de boom Adam&Eva ineens allerlei kwaliteiten (gaven) hadden verloren. Vanwege hun val leefden ze niet meer in die innige vertrouwensrelatie met God en kwam het er niet meer van om te wandelen met God in de paradijstuin. Maar, hoe moest de mens zich voortaan zien te redden in een wereld die door God aan het verderf was overgegeven en waarin de boze zijn (vermeende) rechten op de mens en de schepping wilde doen gelden?

* Allereerst en vooral een liefdesrelatie en dus niet (allereerst) een rechtsrelatie: ‘Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.‘ (Uit 1 Johannes 4 vers 16)

Opgemerkt 2: Bewijs voor het lezen van de eerste drie hoofdstukken van Genesis, zoals hierboven weergegeven, vinden we in 1 Korintiërs 15 en m.n. vanaf vers 45. De mens was niet als God, en kon ook nog niet – zoals wij nu wel – zeggen: ‘Zo is alleen de Geest van God in staat om God te kennen. Wij hebben niet de geest van de wereld (van de natuurlijke mens) ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat wij zouden weten wat God ons – in en door Jezus Christus – in Zijn goedheid heeft geschonken. Daarover spreken wij niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Geest het ons leert…’ (Zie 1 Korintiërs 2 de verzen 10-16)

Opgemerkt 3: Onze Heer Jezus heeft niet alleen onze zonden weggedragen aan het kruis, maar Hij heeft ook getoond dat onze God en Vader volkomen betrouwbaar is in Zijn spreken en handelen. Hij durfde Zich aan Hem toe te vertrouwen tot in de dood aan het kruis…

(1) Klinkt dat niet veel te aanmatigend: ‘Augustinus wijst de mens zijn plaats als schepsel.’ Gods Woord wijst de mens zijn plaats en wij hebben na te gaan of het Augustinus gelukt is om Gods Woord recht te doen met wat hij gezegd heeft, en hij heeft heel wat gezegd: ‘Wie in zijn spreken niet struikelt is een volmaakt mens’… (zie Jakobus 3 de verzen 1-3)
(2) Lees het artikel: https://oorsprong.info/augustinus-wijst-de-mens-zijn-plaats-als-schepsel/

Bron citaat: Zie hierboven bij (2)

Beeld van God, de onzichtbare, is Hij,
Eerstgeborene van heel de schepping:
in Hem is alles geschapen,
alles in de hemel en alles op aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
vorsten en heersers, machten en krachten,
alles is door Hem en voor Hem geschapen.
Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.
Hij is het hoofd van het lichaam, de Kerk.
Oorsprong is Hij,
Eerstgeborene van de doden,
om in alles de eerste te zijn:
in Hem heeft heel de volheid willen wonen
en door Hem en voor Hem alles met zich willen verzoenen,
alles op aarde en alles in de hemel,
door vrede te brengen met Zijn bloed aan het kruis.
(Uit Kolossenzen 1 de verzen 15-20)

Bron afbeelding: Psalm Quotes

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Met dank aan Augustinus?

‘Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is. Oordeel niet, dan zal er niet over jullie geoordeeld worden. veroordeel niet, dan zul je net veroordeeld worden. vergeef, dan zal je worden vergeven. Geef dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’ (Uit Lukas 6 de verzen 36-38)

Geciteerd: het grote belang van maat houden dat ontdekte ik in een tijd dat ik ongelooflijk hard zat te werken en te studeren om maar als wetenschapper te kunnen publiceren. Dat was natuurlijk belangrijk voor mijn carrière als hoogleraar. Maar op een gegeven moment had ik dat inzicht dus bevochten uit die Latijnse tekst van Augustinus en dat sloeg in als een bom. Ik dacht: dit is een raad die ik zelf niet ter harte neem. Kan ik daar dan als wetenschapper over schrijven. En toen is er wat veranderd. Toen dacht ik: ja, als mijn vrouw zegt dat we gaan eten of boodschappen gaan doen, moet ik dat wel doen ook al ben ik mijn briljante gedachte dan wel kwijt, want anders houd ik de juiste maat niet tussen monnik-wetenschapper en de sociale-liefhebbende echtgenoot en vader. En als die balans zoek is, en onmatigheid wordt gepraktiseerd, dan ben je excessief en weet je zeker dat je nooit innerlijk evenwichtig blijft. Dat inzicht heeft mij nooit meer verlaten. En daarom ben ik nog steeds gelukkig getrouwd, denk ik. Dankzij Augustinus.

Opgemerkt: Waarom horen we van deze luistervaardige en belezen theoloog-econoom niet dat hij die raad al vele malen eerder gehoord en gelezen heeft (zal hebben), namelijk tijdens z’n opgroeien thuis en in de kerk en op school. Want daar hoorde hij toch steeds uit Gods Woord lezen en Gods Woord verkondigd worden? Waren er helemaal geen preken (bijvoorbeeld) waarin de betreffende woorden en raadgevingen (m.b.t. tot delen en maat houden en dat gefundeerd op het Godsvertrouwen dat we mogen hebben) indringend op hem afkwamen? Heeft hij zich achteraf niet geschaamd dat niet al eerder zijn eigen ouders of de (wijk)predikant, maar dat pas (veel) later zo’n fameus theoloog Augustinus bij hem de bereidheid wekte om eigen levenspraktijk te vergelijken met wat deze theoloog daarover te zeggen heeft gehad?
Vraag: Is het daarom toch ook hier niet terecht om op te merken: Wij van wc-eend (wij theologen/filosofen), adviseren wc-eend* (om kennis te nemen van wat theologen/filosofen ons te zeggen hebben). Terwijl de ‘kruidenier om de hoek’ een even probaat middel heeft dat altijd nog goedkoper verkrijgbaar was en is ook!

* Deze slagzin ging na de reclamecampagne een eigen leven leiden als uitdrukking die gebruikt wordt wanneer een deskundige advies geeft dat in overeenstemming ligt met zijn eigenbelang.

Opgemerkt slot: Wil ik nu met bovenstaande beweren dat deze theoloog-econoom Augustinus maar beter ongelezen had kunnen laten en niet ter sprake had moeten brengen in het betreffende artikel? Nee, dat zeker niet. Maar wel wil ik graag dat onze ogen opengaan voor wat ons al aan mensenkennis en levenswijsheid geschonken wordt wanneer we mogen opgroeien in een christelijk gezin met ook een regelmatige kerkgang. En die mensenkennis en levenswijsheid die ontvangen we samen met mensen van allerlei leeftijd en slag en ‘kwaliteiten’ (begaafdheden) en opleiding. En dan kan een laagopgeleide en/of een minder belezen iemand al eerder en meer praktijk maken van die geschonken levenswijsheid dan een hoogopgeleid iemand met zelfs ook al een studie theologie achter de rug. En aan wie moet die eerste het nu danken dat hij of zij nog steeds gelukkig getrouwd is?

Bron citaat: Sophie oktober 2022 – ‘Augustinus als tijdgenoot – Een gesprek tussen twee theoloog-economen‘ – door Teunis Brand en Joost Hengstmengel

‘Zo lijkt iedere Schriftgeleerde die leerling in het Koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.’ (Uit Matteüs 13 uit vers 52)

Bron afbeelding: Flickr

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De schakel tussen het Oude en Nieuwe Testament…

‘Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor Hem uitgezonden.” De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden, ik kleiner.’ (Uit Johannes 3 de verzen 28-30)

Geciteerd 1: De doop van Johannes is de schakel tussen het Oude en Nieuwe Testament, en hoe geleidelijk vloeien beide daardoor in elkaar over. Zo geleidelijk, dat de Christus, toen Johannes diensttijd was afgelopen en Christus Zijn taak aanvaardde, Hij dit deed door precies dezelfde woorden te zeggen als Zijn wegbereider: bekeert u, want Koninkrijk van God is nabij gekomen.
De prediking van Johannes is het laatste woord van het Oude Testament; het is tegelijk het eerste woord van het Nieuwe. Johannes heeft door zijn prediking heel het Oude Testament geëxegetiseerd; Jezus geeft de verklaring van de wil van de Vader door eenvoudig allereerst de woorden te herhalen, die Johannes gesproken had.
Johannes doopte. Christus liet door Zijn discipelen dopen. Het is eveneens een voortzetting, en daarmee tevens een erkenning en sanctie, van de doop van Johannes.
Toch, als Jezus met de woorden van Johannes predikt, en Johannes’ werk voortzet door te doen dopen, gebeurt er iets anders dan Johannes deed. Jezus doopt Zelf niet: Hij heeft de doop van Johannes in de vrijheid, binnen bereik van de kerk, gesteld, en zo tot christelijke doop gemaakt. (1)

(1) Paulus verklaart later de christelijke doop als sterven en opstaan in Christus. Nemen we nu aan dat de doop van Johannes in rechtstreeks openbaringshistorisch verband staat tot de christelijke doop – en dat doen we op grond van de Schrift zelf – dan volgt daaruit dat ook de doop van Johannes het ondergaan in de dood en het opstaan tot een nieuw leven betekende. En in de zin van het geloof ook realiseerde. De doop is een geloofszaak, geen natuurgebeuren. Daarom worden wij in onze doop ook niet als in een natuurgebeuren behandeld.

Geciteerd 2: Christus verklaart Zelf Zijn toegang tot de doop van Johannes met de woorden: ‘alzo betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen‘. Jezus spreekt dit woord tot Johannes, waaruit blijkt dat het persoonlijk voornaamwoord ‘ons’ op deze beide personen slaat. En wel op hen beiden als in hun kwaliteit (functie) van ambtsdragers. Hier zegt Jezus, de Messias, tot Johannes, de wegbereider: alzo, dat is dat jij, wegbereider, de Koning doopt met de doop van Johannes, past het ons beiden alle gerechtigheid te vervullen. De gerechtigheid waarvan hier sprake is, is de gehoorzame vervulling van het ambt. Johannes ambt was de Middelaar aan te kondigen, en door die aankondiging de rij van de profeten te sluiten en tegelijk de komst van de gezalfde historisch mogelijk te maken. Jezus taak was het om als Verbondshoofd heel de wet van God te vervullen, die de mens onvolbracht had gelaten. Het is niet weinig wat Jezus en Johannes hier doen: het is niet minder dan het vervullen van alle gerechtigheid.

Geciteerd 3: Dat de doop van Johannes een buitengewone betekenis had in de geschiedenis van de openbaring, blijkt onmiddelijk na die doop: de heilige Geest daalt neer, en er wordt een stem gehoord: deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb. Niet ten onrechte heeft het christelijk denken in deze plaats een bewijs gevonden van de Triniteit, zodat we de volheid van de christelijke doop ontwaren, die geschiedt in de naam van de Vader, de Zoon en van de heilige Geest.

Zie hierbij ook: ’Johannes de Doper bleef naar Jezus verwijzen‘

Bron citaten: ‘De vrijheid der exegese’ – door dr. K.J. Popma (1903-1986) – uitgave van 1944

‘Jezus kwam op hen toe en zei: “Mij is alle macht gegeven in hemel en op aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn discipelen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de zoon en de heilige Geest, en hun te leren al wat ik u opgedragen heb. En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.‘ (Uit Matteüs 28 de verzen 18-20)

Bron afbeelding: Biblia-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Bevrijd van het vervloekte zelfonderzoek…

‘Er staat geschreven: “Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.” In datzelfde vertrouwen spreken ook wij, omdat we geloven en weten dat Hij Die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus zal opwekken en ons samen met u naar Zich toe zal voeren.’ (Uit 2 Korintiërs 4 de verzen 13-14)

‘Het is God Die door Christus de wereld met Zich heeft verzoend: Hij heeft de wereld haar overtredingen niet toegerekend. En ons heeft Hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd. Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons Zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. God heeft Hem Die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door Hem rechtvaardig konden worden.‘ (Uit 2 Korintiërs 5 de verzen 19-21)

De prestatie van Christus…

Geciteerd: Het geweten van de mens, de ‘oude Adam’, is er helemaal op gespitst iets voor God en de wereld te presteren. Het heeft bovendien geleerd zichzelf en anderen naar die prestaties te beoordelen. In tegenstelling daarmee vestigt het geweten van de mens die door God gerechtvaardigd is, zijn vertrouwen geheel en al op de prestatie van Christus en heeft zich daardoor kunnen bevrijden van het vervloekte zelfonderzoek – ‘vervloekt’, omdat de duivel het geweten misbruikt, zichzelf opwerpt als het ‘super-ik’ en de mens verstikt met schuldgevoelens.

Door middel van Woord en Sacrament!

De mens heeft het verstrikt zijn in de netten van de duivel, de ziekte die de dood ten gevolge heeft, uitgelegd als ‘vleselijke begeerte’ (concupiscentia) en daardoor werd ook de sexualiteit gebrandmerkt. Van deze voorstelling van zaken heeft Luther zich bevrijd. ‘Begeerte’ is voor hem de duivelse neiging zich tegenover God en tegenover zichzelf te willen handhaven door middel van eigen prestaties. In zijn lied nodigt Luther de gemeente uit zich door God uit die gevangenis van die duivelse neigingen te laten verlossen door middel van Woord en Sacrament.

Middeleeuwen nog geen verleden tijd…

Het leidend beginsel in de theologie van Luther, namelijk dat de Christen ‘zondaar en rechtvaardige tegelijk’ is, formuleert op de scherpst denkbare wijze de radicale omwenteling die hier op zedelijk gebied voltrokken werd. Tegen de achtergrond van de Middeleeuwen – in dit opzicht zijn zij allesbehalve verleden tijd geworden – is het zelfs noodzakelijk om nog nauwkeuriger te formuleren: Luther heeft een on-zedelijke revolutie voltrokken! Dat kwam aan het licht toen Luther vanuit de Wartburg zijn plaatsvervanger Philippus Melanchton de volgende provocerende woorden op het christelijke hart bond: zondig dapper, maar geloof nog veel meer en verheug je in Christus – ‘pecca fortiter, sed fotius fide engaude in Christo’.

De afgod van het goede geweten…

‘Zondig dapper’- dat is de uitdaging het ‘oude’ geweten te bestrijden en als verstikkend juk af te werpen. ‘Geloof nog veel meer en verheug je in Christus’ – dat is de oproep tot de vrijheid van een Christenmens. Reeds in de zomer van 1519, in het kader van het tweede college over de Psalmen, had Luther de hindernissen genoemd die liggen op de weg van de evangelische vrijheid. Er zullen ‘stormen over het geweten komen’, wanneer het geloof, zonder zich te bewijzen in prestaties, desondanks vasthoudt aan zijn hoop op God. Dan, juist dan zal de afgod van het goede geweten zijn macht bewijzen.

Wat het ‘ja tot God’ betekent…

‘Een moeilijke, smalle weg’ gaat de christen. Met deze zinsnede heeft Luther niet ‘de enge poort’ op het oog en ook niet ‘de smalle weg’, die bewandeld wordt door al die monniken en puriteinen die ten einde hun geweten zuiver te bewaren de wereldse geneugten aan de kanten van ‘de brede weg’ zorgvuldig mijden. De weg van de Christen is veeleer daarom moeilijk en zelfs pijnlijk, omdat hij leidt tot de welhaast mystieke ervaring van dat men van zijn eigen geweten weggerukt wordt, dat wil dus zeggen weg van dat geweten dat in eigen heiligheid rust tracht te vinden. Eeuwen waarin het geweten in het Avondland zich ontwikkeld heeft, moeten overwonnen worden, wanneer het ja tot God betekent dat nee gezegd wordt tegen het eigen geweten.

Zie ook deze blog: ‘Feiten en fictie – Over Luthers vrees voor de duivel…‘

Bron citaat: ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – Hoofdstuk XI – ‘Persoon en werk’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001), verkreeg een doctoraat in de theologie in Utrecht (1957) en was hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen en Tucson (Arizona, USA).

‘Als u probeert door God als rechtvaardigen te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeelt. Want door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van geloof als rechtvaardigen worden aangenomen.’ (Uit Galaten 5 de verzen 4-5)

Bron afbeelding: in-due-time-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De eenvoud van Luther’s theologie… (Slot)

‘En zie, de Here stond bovenaan en zei: Ik ben de Here, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven. En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten op aarde gezegend worden. En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u terugbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd.‘ (Uit Genesis 28 de verzen 13-15)

De in en van zichzelf machteloze mens…

Opgemerkt vooraf: We lezen in Genesis 28 dat Jakob, terwijl hij op de vlucht is en ligt te slapen, van God te horen krijgt wat Gód van plan is en met welke beloften Hij zich aan Jakob verbindt. Eerder – in Genesis 15 – lezen we over Abraham, hoe hij tijdens een diepe slaap van God te horen krijgt wat Hij van plan is (1) en hoe God Zich aan Abraham en zijn nageslacht middels een verbondssluiting verbindt. Zien we deze manier van handelen en spreken van God niet ook Heer-lijk (Goddelijk) gedemonstreerd bij het dopen van kleine pasgeboren kinderen, namelijk zoals die klein en machteloos (t.a.v. de voortgang van het koninkrijk van God in deze wereld) en (vaak ook) slapend de kerk binnen gedragen worden en dan bij het doopvont te horen/toegezegd (betekend en verzegeld!) krijgen hoe onze Drie-Enige God zich aan hen verbindt.

Uitleg vanuit het centrum…

Geciteerd 1: Het grondbeginsel dat alleen de Schrift het fundament van de theologie is, kenden ook de middeleeuwse scholastici, zij hebben dit inzicht methodisch beschermd en gestreden over de consequenties van dit principe voor de kerkelijke traditie. Het Schriftprincipe kon echter pas tot een Schriftpraxis worden, toen ontdekt werd dat de Bijbel niet een verzameling is van verschillende waarheden en bewijsplaatsen, maar dat ze een geheel eigen boodschap heeft die beslist over leven en dood en daarom vanuit haarzelf, vanuit haar centrum uitgelegd dient te worden.

Geciteerd 2: Wie op de goede manier wil luisteren naar de Schrift ziet zich gedwongen tussen de klippen door te varen. Enerzijds dreigt het gevaar alleen te horen wat men graag horen wil en anderzijds is de verleiding groot niet te horen wat men niet horen wil. Luther heeft dit alles eens op een niet mis te verstane wijze beschreven in een preek (!), die hij op zijn doopdag (!) hield: ‘Wie de Bijbel wil lezen, die moet er goed op letten, dat hij zich niet vergist, want dit geschrift laat zich ogenschijnlijk gemakkelijk uitbreiden – met allerlei theologisch en dogmatisch geschriften (AJ) – en gebruiken, maar het leidt niemand naar zijn eigen neigingen, maar het brengt mensen naar de Bron, dat betekent naar het kruis van Christus, dan zal het vast en zeker goed gaan en niet fout.’

De Schrift moet preek worden!

Geciteerd 3: De gedachte het kruis van Christus de maatstaf te laten zijn voor de uitleg van de Schrift, getuigt van reformatorische beslissingen die al voor de grote ommekeer (2) plaatsgevonden hebben. In de eerste tien jaren – zo vertelt hij, heeft hij de Bijbel tweemaal per jaar van begin tot eind gelezen. Zijn indringend bezig zijn met de Schrift leidde tot discussies over de juiste exegese, vervolgens tot de strijd met theologen en prelaten en tenslotte tot strijd om de kerk. (…) De Reformatie kon in die tijd zo diep binnendringen in het volk, omdat Luther uit het hem al lang vertrouwde Schriftprincipe een verrassende consequentie getrokken had. De Schrift moet preek worden!

Geciteerd 4: Onder druk van ketterijen werd de levende apostolische verkondiging voor vervalsing beschermd omdat ze in een boek – onze voor/door iedereen leesbare Bijbel, niet onze belijdenisgeschriften! (AJ) – werd vastgelegd. Dankzij de verkondiging wordt dit proces van conservering weer ongedaan gemaakt en uit de Schrift van toen ontstaat de verkondiging voor vandaag.

Geen papieren paus…

Geciteerd 5: De Bijbel is dus een noodzakelijk kwaad! Noodzakelijk is ze, omdat anders de geest van de mens zich als heilig uitgeeft, zonder dat ze als on-geest ontmaskert kan worden. ‘Een kwaad’ wordt de Schrift, wanneer ze als een papieren paus in heiligheid verstart (3), in plaats van als levend Woord in de kerk in het openbaar – in voor ieder verstaanbare taal (AJ) – gehoord te worden. Het Evangelie is weliswaar toevertrouwd aan vergeelde bladzijden, maar het zal met frisse woorden een blijde Boodschap worden.

(1) Abraham krijgt al te horen dat zijn nakomelingen eerst vierhonderd jaar lang onderdrukt zullen worden.
(2) Bedoeld wordt zijn ontdekking van ‘de gerechtigheid uit het geloof” (tijdens zijn colleges over de Romeinenbrief in 1516): ‘Pas in 1518 wordt het geloof zo zeer als vertrouwen uitgelegd, dat een Christen als biechteling zich volledig mag, maar ook moet, toevertrouwen aan het Woord over de kwijtschelding van schuld. Hij wordt nu ook opgewekt af te zien van zijn innerlijke (gemoeds)toestand: daarmee heeft hij ook de laatste voorwaarde laten vervallen.
(3) Lopen we niet ook met geschriften als (bijv.) ‘De Institutie’ en de ‘Nederlandse geloofsbelijdenis’ toch voortdurend het gevaar deze als ‘papieren pausen’ te zien en te gebruiken?!

Zie ook: ‘De eenvoud van Luther’s theologie… (I)’ en (2)

Bron citaten: ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – Hoofdstuk V ‘De Doorbraak van de Reformatie’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001), verkreeg een doctoraat in de theologie in Utrecht (1957) en was hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen en Tucson (Arizona, USA).

‘Ik roep je dringend op, ten overstaan van God en van Christus Jezus, Die zal oordelen over levenden en doden, ik bezweer je bij Zijn komst en heerschappij: Verkondig de Boodschap*, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist. (…) “Jij moet in alles nuchter zijn, je lijden aanvaarden, je werk als verkondiger van het Evangelie* doen, je dienende taak vervullen.‘ (Uit Timoteüs 4 de verzen 1-2 en 5)
* Zie bijv. Titus 3 de verzen 1-8

Bron afbeelding: jeffrandleman-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De eenvoud van Luther’s theologie… (II)

‘Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest Die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in Zijn goedheid heeft geschonken.‘ (Uit 1 Korintiërs 2 vers 12)

Wat we van onze theologen/voorgangers nu mogen vragen…

Geciteerd 1: ‘Wie nu theoloog wil worden, heeft een groot voordeel: hij heeft de Bijbel’. Met deze opmerking bedoelt Luther niet eenvoudig het aantal boeken van het Oude en Nieuwe Testament – die waren tenslotte al lang bekend en (in ieder geval voor de theologen) vrij toegankelijk. Luther maakt er zijn tijdgenoten veeleer attent op dat leken nu van theologen (hun voorgangers) moeten eisen dat ze een Bijbelse fundering geven van hun uitspraken en ook dat theologen (voorgangers) getraind zijn om te argumenteren met hulp van de Schrift. Ze hebben criteria ontwikkeld de teksten in de Bijbel op hun merites te beoordelen en te wegen. Het is deze omgang met de Bijbel die Luther voor zichzelf verworven en ontsloten heeft en die hij als deel van zijn erfenis aan het nageslacht zou willen doorgeven. In zijn eerste college over de Psalmen heeft Luther het fundament gelegd voor zijn exegese, tot aan zijn (laatste) colleges (gedurende 10 jaar!) gewijd aan het boek Genesis was hij permanent bezig zijn exegetische arbeid te vervolmaken. (…) De Heilige Geest heeft Zijn eigen taal, bij Hem moet men in de leer gaan, de woorden leren spellen en vervolgens uitgaande van het betreffende woord op zich speuren naar de gehele Bijbelse woordenschat.

Wat zegt een moeder thuis…

Geciteerd 2: Luther wist dat een goed vertaler tweetalig moest zijn. ‘Spellen’ betekent immers niet slaafs woord voor woord vertalen, maar met grote zorg het spraakgebruik van de Schrift leren begrijpen. Dat is het geheim van de originaliteit en de kracht van de Lutherbijbel. Voor de beheersing en de doelbewuste toepassing van de eigen taal is het van het allergrootste belang dat men zijn oor te luisteren legt bij de gewone man: ‘Men moet zich afvragen wat zegt een moeder thuis, wat zeggen de kinderen op straat en een man op de markt’. Daar moet men zijn oor te luisteren leggen. Hoe daar gesproken wordt, zo moet vertaald worden. Dan begrijpen die mensen het ook en ontdekken ze dat er gewoon Duits gesproken wordt.

De God van Abraham, Isaak en Jakob…

Geciteerd 3: Men zal dus eerst bij de heilige Geest in de leer gaan en letten op Zijn taalgebruik. Bij alle verschillen tussen het Oude en Nieuwe Testament, tussen de evangelisten Lukas en Johannes, tussen Paulus en Petrus, is de heilige Schrift toch op dat punt een eenheid dat ze getuigt van die God Die aan de filosofen onbekend is. Wat is dat voor een God die tegen de duivel moet strijden, die lijdt en aan het kruis wordt geslagen?
Het is duidelijk deze strijd is al lang niet meer alleen gericht tegen ‘Aristoteles’ of tegen de ‘Scholastiek’. Sedert de zondeval is ieder mens een filosoof voor zover hij die ervaringen die hij in de wereld opdoet en zijn kennis van de werkelijkheid – die hij inderdaad weet te ontsluiten met indrukwekkende resultaten – tot maatstaf van God(s) berekening maakt. De God van Abraham, Isaak en Jakob is echter wetenschappelijk niet te plaatsen, van Hem moet men kennis nemen vanuit de Schrift. Wat de mens in deze wereld voor zichzelf als ‘God’ bij elkaar haalt, is een afgod die hij zelf gemaakt heeft.

Een revolutionaire concentratie van het geloof…

Geciteerd 4: ‘Nu hebben jullie de Bijbel’, bron van leven, oer-konde van God, en daarmee zowel fundament als maatstaf van alle kerkelijke autoriteiten, of dat nu kerkvaders, concilies of pausen zijn dan wel geleerde doctores. Schrift en kerk behoren ‘op één hoop’, maar niet alleen op die manier dat de Schrift alleen de letter zou zijn en de kerk de Geest die door middel van de kerkelijke leer de dode letter tot leven moet wekken. De kerk is schepping van het Woord, het Woord echter niet de schepping van de kerk. (…) De Bijbel bevat slechts één waarheid, maar die is dan ook beslissend: ‘dat Jezus Christus, onze God en Heer, voor onze zonden gestorven is en omwille van onze gerechtigheid is opgestaan‘. Dat is tegenover de Middeleeuwen – en de nieuwe tijd – een revolutionaire concentratie van het geloof. (…) ‘Door de gekruisigde heeft de Christen alles wat hij weten moet, maar hij weet nu ook wat hij niet moet weten’. De concentratie op de gekruisigde keert zich enerzijds tegen de theologische wildgroei van de Middeleeuwen en betekent anderzijds een poging weer te verenigen wat verdeelt is geraakt sedert de stichting van de theologische faculteiten aan de universiteiten.

Zie ook: ‘De eenvoud van Luther’s theologie… (I)‘ en (Slot)

(Wordt vervolgd!)

Bron citaten: ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – Hoofdstuk V ‘De Doorbraak van de Reformatie’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001), verkreeg een doctoraat in de theologie in Utrecht (1957) en was hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen en Tucson (Arizona, USA).

‘Bent u werkelijk zo dwaas weer op uw eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest? Is alles wat u hebt meegemaakt dan voor niets geweest? Dat kan toch niet! Geeft God u de Geest en goddelijke krachten omdat u de wet naleeft? Of geeft Hij ze omdat u naar Hem luistert en op Hem vertrouwt?‘ (Uit Galaten 3 de verzen 3-6)

Bron afbeelding: talktotheword-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De eenvoud van Luther’s theologie… (I)

‘…want uw geloof moest niet steunen op wijsheid van mensen, maar op kracht van God.‘ (Uit 1 Korintiërs 2 vers 5)

De onmetelijke rijkdom van Gods Woord…

Geciteerd 1: Toen Luther al vier-en-dertig jaar lang doctor in de theologie was en zich in die jaren bekwaamd had in de vertaling en exegese van de Schrift, belijdt deze man dat hij nog altijd overweldigd wordt door de rijkdom van de Schrift, die zo groot is dat niemand in een mensenleven alles daar uit kan putten. (…) Luther heeft zijn inspanningen om zelf (!) de Schrift te leren kennen en verstaan ooit eens vergelijken met een wandeling door een bos van vruchtbomen: ‘Er is in dit bos bijna geen boom waaraan ik niet geschud heb en appels of bessen geplukt’. Zeker, hij zegt dit niet zonder trots, maar toch ook zonder de pretentie de gehele Schrift reeds van a tot z begrepen te hebben.

Het is Christus Zelf…

Geciteerd 2: Waar het in het door Luther in die jaren opgebouwde verstaan van de Schrift om gaat, wordt duidelijk in de uitleg die Luther geeft van het verhaal over de Jakobsladder: Jakob die vlucht voor zijn broeder Ezau, droomt ’s nachts van een ladder, waarvan de top tot aan de hemel reikt. Engelen van God dalen langs deze ladder af en klimmen weer naar boven (Genesis 28 de verzen 12-14). Aan deze droom kan Luther zijn gehele reformatorische theologie op een beeldende wijze illustreren: Door het Woord van God en de Geest worden de Christenen naar de hemel geleid en in het geloof verenigd met Christus. Echter het is Christus Zelf die naar beneden gaat met als doel de Christenheid naar boven te brengen. De ladder, die de hemel en de aarde verbindt, is de vleeswording van God: Zij wordt door de duivel het meest gehaat en onophoudelijk bestreden. Hij spant zich in om gelovigen weg te lokken van Christus, die hun ladder naar de hemel is. (1)

Het rijk van de duivel…

Geciteerd 3: Al veel eerder is Luther een meester geworden in een taalgebruik dat uitblinkt door aanschouwelijkheid en beeldende kracht die de realiteit dicht benadert. Zo kan hij de afzonderlijke terreinen van het werk van God – in Christus, in de rechtvaardiging, in de schepping – steeds weer op nieuwe wijze samenvatten. Dankzij deze vergelijking heeft ook het rijk van de duivel duidelijke contouren gekregen. Dertig jaar eerder vormden ‘zonde, wereld en duivel’, zoals in de Middeleeuwen, nog een gesloten, boosaardige slagorde. Wie aan de duivel wil ontkomen, moet de wereld mijden en daar zijn heil zoeken, waar de zonde geen kans krijgt – en in dat geval is het klooster de veiligste plek. In zijn laatste college tekent Luther de duivel als de vijand van de door God geschapen wereld. Deze probeert al die krachten te vernietigen die zich inzetten voor het behoud van de schepping van God: gezin en economie, staat en kerk. De wandeling door het bos heeft Luther ver buiten de muren van het klooster in de wereld gebracht.

(1) Die ladder wijst ons dus niet op een eenzame en moeizame weg die wij ieder persoonlijk zouden moeten gaan om op uiteindelijk op ‘hemelse wijze’ met Christus verbonden te raken. De ladder reikt tot de grond en onze Heer is daarlangs tot ons neergedaald toen Hij geboren werd in Bethlehem (zie Romeinen 10 : 1-13). Door onze Doop mogen wij zeker weten dat we door Zijn lijden en sterven en opstanding mogen en kunnen leven in deze wereld als navolgers van Hem (zie 1 Petrus 2 : 21-25) en daarbij wandelen aan Gods Vaderhand door de Heilige Geest Die ons geschonken is.

Zie ook: ‘De eenvoud van Luther’s theologie… (II)‘ en (Slot)

Bron citaat: ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – Hoofdstuk V ‘De Doorbraak van de Reformatie – Nu hebben jullie de Bijbel’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001), verkreeg een doctoraat in de theologie in Utrecht (1957) en was hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen en Tucson (Arizona, USA).

‘Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw op zoek naar prooi. Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld onder hetzelfde leed gebukt gaan. ‘ (Uit 1 Petrus 5 de verzen 8-9)

Bron afbeelding: slideplayer-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Christus’ gedoopte gemeente niet tekort doen!

‘Dood waar is uw prikkel? Hel waar is uw overwinning?‘
(Uit 1 Korintiërs 15 vers 55)

Geciteerd: De wet maakt de zonde wakker, zodat ze levend wordt en geeft de dood kracht en macht over ons (vgl. Romeinen 7 vers 10) (1). Hoe kunnen wij hiervan bevrijd worden? (2) Wie wil of kan de wet, ‘het handschrift dat tegen ons getuigt’ (vgl Kolossenzen 2 vers 14), wegnemen uit onze harten? Geen mens immers? (3)
Werkelijk, geen enkel schepsel in de hemel of op de aarde kan een kwaad geweten (beter: door de wet belast geweten – AJ) wegnemen. Maar wat neemt het belaste geweten wél weg? Luister wat Paulus zegt: ‘Dank aan God, Die ons de overwinning heeft gegeven door onze Heere Jezus Christus‘ (vgl 1 Korintiërs 15 vers 57).
Wij overwinnen door Jezus Christus, Die omwille van onze zaligheid is neergedaald uit de hemel en mens is geworden. Door Hem Die voor ons de dood heeft geleden aan het kruis, is neergedaald in de hel, is opgestaan uit de dood, is opgevaren naar de hemel. Die zonde, dood en hel in Zijn lichaam heeft teniet gedaan. De wet volkomen heeft vervuld en Die haar de mond heeft gestopt, zodat die moet ophouden ons aan te klagen en te verdoemen.
Dit is de overwinning, namelijk dat de dood zijn angel [of prikkel] heeft verloren (vgl. 1 Korintiërs 15 de verzen 15-56). De wet kan de zonde niet langer wakker maken (in het geweten – AJ), ook kan de zonde de dood niet langer sterk maken, want Christus heeft voor onze zonden voldaan (zie Romeinen 6 : 3-11) en Hij heeft het handschrift uitgewist dat tegen ons getuigde en dat uit ons midden weggedaan door dat aan het kruis te hechten (vgl. Kolossenzen 2 : 11- 15). Dát – de ons verkondigde waarheid -zullen we geloven!

Leestips: Hebreeën 10 : 19-25 en 2 Petrus 3 : 18-22.

(1) Dat ‘overkomt’ zelfs ook de heidenen. Zie Romeinen 2 : 12-16.
(2) Let wel: lees hier niet, wie bevrijdt ons van het doen van zonden, maar wie bevrijdt ons van een door de wet gewekt geweten, een geweten (hart) dat ons (voortdurend) aanklaagt en dat het vertrouwen niet op Christus kon stellen omdat het (nog) niet van Hem gehoord had.
(3) Of zouden we Plato als zo’n mens kunnen/moeten beschouwen. Die klom immers uit eigen zielenkracht ver genoeg op om innerlijk contact met het goddelijke en God te maken. Men wil dat zelfs toeschrijven aan het werk van de Heilige Geest. Maar we kunnen op grond van Gods Woord weten dat God nooit Zijn Naam (als voor Zijn gemeente bruikbaar werk van de Heilige Geest) zal willen verbinden aan dit soort mensenwerk. Gods Geest werkt wel in alle mensen, maar dat betekent niet dat we dat dan ook zullen mogen ‘bestempelen’ als werk van de Heilige Geest. De Heilige Geest wijst ons op Christus (ook al in en door het OT, zie Johannes 5 : 39-40). Het zijn echter wel dit soort denkbeelden, die maken dat men in kerken van de nadere reformatie meent dat mensen zich eerst maar eens uit eigen kracht kunnen/moeten gaan openstellen voor het goddelijke en God Zelf, alvorens ze zich – wat hen door Gods genade reeds geschonken is (!) – mogen toe-eigenen. Dat toe-eigenen dient dan eerst nog voort te gaan, totdat ze voldoende grond (‘bevinding’) vinden in eigen leven/zielenleven om zichzelf als een kind van God (als wedergeborenen) te mogen/kunnen beschouwen, waardoor ze (eindelijk) ook gerechtigd (kunnen) worden om aan de vieringen van het Avondmaal deel te nemen.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof’ – Citaat/meditatie van 4 november.

‘Hij heeft in Zijn lichaam onze zonden het kruishout opgedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig (4) zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. Eens dwaalde u als schapen (5), nu bent u teruggekeerd naar Hem Die dé Herder is, naar Hem Die uw ziel behoedt.‘ (Uit 1 Petrus 2 de verzen 24-25)
(4) Lees: als gerechtvaardigden zouden leven.
(5) Voordat u het getuigenis van het Evangelie van ons – apostelen – hoorde en gedoopt werd en mocht gaan léven onder de bediening van Woord én Sacrament (samen de maaltijd van de Heer gebruiken) in het midden van Christus’ gemeente.

Bron afbeelding: Pin on Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie