‘Dit is de weg, wandelt daarop…’

‘Volk van Jeruzalem, dat op de Sion woont, je hoeft geen tranen meer te storten. Want Hij zal Zich over je ontfermen als je weeklaagt, Hij zal antwoorden zodra Hij je hoort. De Heer zal jullie brood geven in de benauwenis en water in de nood. Hij Die jullie onderricht gaf, zal Zich niet langer verbergen. Met eigen ogen zul je je Leermeester zien, met eigen oren zul je een stem achter je horen zeggen: “Dit is de weg die je moet volgen. Hier moet je rechts. Ga daar naar links.“‘ (Uit Jesaja 30 de verzen 19-21)

Geciteerd 1: De belijdenis is teveel geworteld in het verleden en heeft te weinig antwoorden voor de kerk van nu, stelde Berkhof. Het gaat nu niet meer over de vraag hoe krijg ik een genadig God, maar is er een God? Boer antwoordde daarop: „Het gaat erom: hoe ken ik deze God? Het maakt niet uit in welke eeuw je dan leeft. Je staat hier niet als mensen van de twintigste eeuw, maar als vijand tegenover God. (1)”

Opgemerkt 1: Hoe vaak moet dit nog herhaald worden: Maarten Luther was door de RK van zijn tijd opgescheept met de vraag ‘hoe krijg ik een genadig God’. Hij heeft de kerk van de Reformatie mogen verlossen van die vraag! Gods Woord verkondigd ons een om Christus’ wil genadig God en Vader. Zó kennen wij God nu! Dat Woord van God is betrouwbaar en alle (aller!) aanneming waard (zie 1 Timoteüs 1 vers 15). Ieder die eerst nog verder zoeken wil om voor zichzelf een genadig God te vinden weigert om God te geloven op Zijn Woord en betoont zich een ongelovige, die zich niet wil laten gezeggen maar ‘brutaalweg’ vraagt om meer, alsof God niet op Zijn Woord gelooft kan worden. Zo iemand ontkent daarbij ook nog de waarachtigheid van de (van zijn of haar) Doop en daarmee (dus) ook dat de heilige Geest de dopeling vast en zeker ook geschonken is en in de dopeling door het verkondigde Woord het geloof werken wil en zal.

Geciteerd 2: Achteraf heeft Boer gelijk gekregen, stelde Klaassen. „De orthodoxe gemeenten die toen buiten schot bleven, zijn nu veelal opgeschoven naar de midden-orthodoxie. In hoeveel preken komen de twee wegen nog ter sprake? In de woorden van ds. Boer: de noodzaak van wedergeboorte ontbreekt veelal, zodat er in de prediking van alles is, behalve Christus. (2) Hervormd-gereformeerden moeten aan zelfonderzoek doen. Alleen dan is er zegen te verwachten.”

Opgemerkt 2: Het ‘van Boven geboren worden’ dat is een werk van de Heilige Geest en met dat werk is de Heilige Geest naar Zijn belofte bezig in het midden van de gemeente. We hebben geen enkele reden om de leden van de gemeente voor te houden dat ze eerst maar eens moeten uitzoeken/uitvinden of ze al wedergeboren (‘bekeerd’) zijn geworden of niet.
Onze Heer heeft dat ook beslist niet op die manier aan Nicodemus voorgehouden. Ook bij de leden van het Sanhedrin was de Geest aan het werk, maar zij verzetten zich tegen dat werk dat de Heilige Geest aan het doen was in hun tijd. De Heilige Geest was bij de voor-aankondiging van de Messias voorbij gegaan aan ‘Jeruzalem’ en gewaaid naar de woestijn waar Johannes predikte en doopte. Maar de Farizeeën en Schriftgeleerden weigerden (in meerderheid) zich te schikken naar dit werk van de Geest en wilden zich door Johannes niet laten leren en dopen. Toch was juist ook die doop van Johannes nodig (3) om het (doorgaande) werk van de Geest niet te ontkennen en weerstaan en door dat ontkennen en weerstaan uiteindelijk zelfs ook te doven (‘uitblussen’)in het eigen hart én in de harten van de mensen die naar hen luisterden (en niet naar Johannes en later onze Heer).

Opgemerkt 3: Lees (en herlees) Hebreeën 10 nog weer eens aandachtig door! Die woorden mogen en moeten aan heel de gemeente (jong en oud) met alle ernst worden voorgehouden. En dan wil ik u/jullie allen oproepen om die ‘onbeschroomdheid’ waarvan sprake is in Hebreeën 10 niet af te leggen (of te laten afnemen door eigen predikanten/theologen). Dat kunt u, dat kunnen jullie tonen door altijd weer (of voor het eerst) deel te nemen aan de vieringen van het Avondmaal, wanneer u/jullie de goede belijdenis van het geloof al hebt afgelegd in het midden van de gemeente.  

(1) In de gedoopte gemeente van Jezus Christus staan de leden van Jezus Christus niet (meer) als vijanden tegenover God. Ze zijn verzoend. Zie o.a. Titus 3 de verzen 3-8.
(2) Dr. M. Klaassen matigt zich hier een oordeel aan – met woorden van ds. G. Boer – die hem niet past. Durft hij werkelijk vol te houden dat waar gelovigen in Zijn Naam vergaderd zijn, maar waar dan niet volgens ‘zijn stramien’ Gods Woord verkondigd wordt, Christus niet door de heilige Geest aanwezig is en ook niet verkondigd wordt?
(3) Zie Lukas 7 de verzen 29-30.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Ds. G. Boer zong met hospita vanonder het puin psalmen’ – door Bastiaan van Soest

‘Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God onze Redder, openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige Geest, Die Hij door Jezus Christus, onze Redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. Zo zijn wij door genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop wij hopen. Deze boodschap is betrouwbaar. Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt, opdat zij die op God vertrouwen zich er op toe leggen het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij.’ (Uit Titus 3 de verzen 4-7)

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Bible)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Volledig tegengestelde grondslagen’…

‘Maar wij weten, dat de wet goed is, als iemand die terecht gebruikt,
en dit weet, aan de rechtvaardigen is geen wet gegeven.‘
(Uit 1 Timoteüs 1 de verzen 8-9)

Geciteerd 1: Benedictus XVI verwijt de zestiende-eeuwse reformator Maarten Luther dat die een tegenstelling maakte tussen het priesterschap in het Oude Testament en het „priesterschap dat door Jezus is ingesteld”. „Luthers hele constructie was gebaseerd op het contrast tussen Wet en Evangelie, tussen rechtvaardiging door werken en rechtvaardiging door geloof alleen”, aldus de paus.
De Vroege Kerk maakte volgens Benedictus XVI geen tegenstelling tussen beide priesterschappen en tussen geloof en werken. Vanwege de „volledig tegengestelde theologische grondslagen” van rooms-katholieken en protestanten sluiten ook de mis en het avondmaal elkaar uit, stelt hij. „Wie vandaag intercommunie predikt, moet dat niet vergeten.”

Geciteerd 2: Zij dwalen die zeggen dat de rechtvaardigen goede werken moeten doen. Dat is net zo ongerijmd en ongepast gesproken als wanneer je zou bevelen dat God goed moet zijn, dat de zon moet schijnen, dat de perenboom peren moet dragen of dat twee plus twee vier moet zijn. Terwijl dit alles toch volgt uit hun ‘natuurlijke’ eigenschappen. Of, om het nog duidelijker te zeggen: de goede werken volgen op – zijn vrucht van – het geloof, zonder bevel van een wet, helemaal als vanzelf en gewillig, zonder enige dwang.
Want ieder ding volbrengt zonder wet en zonder dwang het doel waartoe het geschapen is. De zon schijnt van nature zonder bevel, de perenboom draagt zonder bevel uit zichzelf peren, etc. Het is niet nodig tegen onze Heere God te zeggen dat Hij goed moet doen, want Hij is reeds uit Zichzelf goed zonder ophouden, en Hij doet het gewillig en graag.
Om die reden mag je de rechtvaardige (door doop en geloof in Christus gerechtvaardigde) niet gebieden dat hij/zij goede werken moet doen. Want hij/zij doet die reeds zonder gebod en bevel, omdat hij/zij een nieuwe schepping is en een goede boom is. Zoals Paulus in de brief aan Efeze schrijft: ‘Wij zijn Gods werk, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.‘

‘Wat liefde is, hebben we geleerd – ook onze kinderen! (1) – van Hem, Die Zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven (2) voor onze broeders en zusters.‘ (Uit 1 Johannes 1 vers 16)

(1) Zie 1 Johannes 2 de verzen 12-14.
(2) Met een oprecht hart meen ik te kunnen en mogen zeggen dat ik dit [=’je leven dienend geven ten bate van het leven van je broeders en zusters]’ door het geloof, zoals ik dat mocht ontvangen door Gods genade en kracht, heel mijn huwelijks- en gezinsleven lang, in praktijk heb mogen brengen (en ook ten bate van het gemeentelijk samenleven!). Met vallen en opstaan, dat wel, maar dan horen we toch ook deze woorden: ‘een rechtvaardige valt zeven maal (3), maar staat weer op…’ (uit Spreuken 24 vers 16).
(3) En spreekt onze Heer niet van een broeder of zuster zeventig maal zeven maal vergeven – zie Matteüs 18 : 21-23.

> Leestips: 1 Tessalonicenzen 4 : 1-12, Efeziërs 4 en Hebreeën 10.

Bron citaat 1: RD Kerk & religie – ‘Benedictus XVI wees communie met protestanten af’ – door Redactie kerk
Bron citaat 2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ – Citaat/meditatie van 23 januari – Den Hertog Uitgeverij (2022)

‘Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft.’
(Uit Efeziërs 4 vers 7)

Bron afbeelding: Scripture Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waar predikanten ‘(hemel)poorten wagenwijd openzwaaien’…

‘Neem je in acht, houd je aan de leer en blijf dat doen; dan red je zowel jezelf als hen die naar je luisteren.’ (Uit 1 Timoteüs 4 vers 16).

Geciteerd 1: Inderdaad, als Boer in de majesteit van de Geest de sleutels hanteerde, zwaaiden de poorten der genade open. Niet op een kiertje maar wagenwijd. (1)
Opgemerkt 1: Wat een hoog opgeven van een mens, die toch heus niet meer dan een ander dienaar van het Woord kon/mocht zijn! Lees meer hieronder.

Geciteerd 2: ‘Ds. Boer is voor ons en voor velen het middel geweest om ons tot Jezus te leiden. (1)
Opgemerkt 2: Zulke mensverheerlijking kan ontstaan en voortleven in gemeenten/kerken waar men de Doop niet op werkelijke (hemelse!) waarde weet te schatten. Want wanneer we dat wel hebben leren doen, dan weten we dat het de Heilige Geest is geweest, Die al van (heel) jongs af aan in ons het geloof heeft willen werken. En daar heeft hij helemaal geen (hoog)begaafde predikers voor/bij nodig! Laten we ons hierbij ook maar weer de woorden van Paulus herinneren, die liever wijst op zijn zwakheid en tekortschieten (ook in zijn verkondigende werk!) dan op zijn begaafdheden. Hij wilde niet wijzen op de kracht van zijn prediking, maar op het krachtige werk dat de heilige Geest in de gemeente van Korinthe had willen doen, ongeacht wie de verkondigers daar waren geweest. (Lees maar weer de eerste vier hoofdstukken van de eerste brief aan de Korintiërs).

Opgemerkt 3: Hoe eenvoudig het voor iedere hoorder van het Evangelie ligt, maakte onze Heer duidelijk in Zijn gesprek met Nicodemus (Johannes 3): ‘God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden. Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij/zij niet wilde geloven in de Naam van Gods enige Zoon.’ (zie verder ook Johannes 6 vers 28, Handelingen 4 vers 12 en 1 Johannes 5 : 1-12).
NB. Onze Heer wees Nicodemus er eerder in het gesprek op dat de Heilige Geest aan ‘Jeruzalem’ is voorbij gegaan en gewaaid is naar de woestijn waar Johannes preekte én doopte…

Opgemerkt 4: We zullen Matteüs 18 vers 18 zo hebben te lezen/verstaan: Wat jullie apostelen van Mijn onderwijs zullen doorgeven en op Schrift stellen, dát zal binden en ontbinden. Dus overal waar het Evangelie verkondigd wordt in Mijn Naam, daar worden de sleutels ‘gehanteerd’ vanwege het werk van de heilige Geest, die naar Zijn belofte aanwezig is waar twee of drie mensen in Zijn Naam samen zijn. Zo eenvoudig ligt dat bij iedere eerbiedige lezing (thuis bijv.) en/of verkondiging van het Evangelie in (eenvoudige) samenkomsten. (2) We ‘zien’ dat dus bijvoorbeeld ook (al) gebeuren in het gesprek dat onze Heer had met Nicodemus en wij luisteren mee.

(1) Prof. Graafland geciteerd tijdens de rouwdienst van ds. G. Boer, 1973.
(2) Zie 1 Timoteüs 4 de verzen 11-16, kernteksten vers 13 en 16.

Bron citaten: De Waarheidsvriend 02/2023 – ‘Onder het gehoor van ds. G. Boer (2, slot) – Een bewogen boodschapper’ – door dr. A. de Reuver.

‘Ze vroegen Hem: “Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?” “Dit moet u voor God doen, geloven in Hem Die Hij gezonden heeft,” antwoordde Jezus.’ (Uit Johannes 6 vers 28)

Bron afbeelding: Heartlight Gallery

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Blijven in het gevolg van onze Meester…

‘Wijs mij, Heere, Uw weg, opdat ik wandele in Uw Waarheid, bewaar mijn hart bij dit enige, dat ik Uw Naam zal vrezen.’ (Uit Psalm 86 vers 1)

Geciteerd: Je bidt dat IK je verlos. Laat dát je géén zorg zijn! Onderwijs MIJ niet, onderwijs jezelf niet, Laat MIJ je onderwijzen. IK – niet je (doop)ouders, niet je predikant of welke kerk-/oudvader dan ook (AJ) – zal een goede LEERMEESTER voor je zijn. IK zal je op de weg leiden waarop je naar Mijn welbehagen kunt wandelen.
Je meent dat het verkeerd is als het niet gaat zoals jij denkt (dat het moet). Dat denken is schadelijk voor jou en hindert Mij. Het moet niet vólgens jouw verstand, maar bóven jouw verstand gaan. Buig je in onverstand, dan geef ik jou mijn verstand. Niet te weten waarheen je gaat, dat betekent: pas goed weten waarheen je gaat. MIJN verstand maakt jou juist onverstandig.
Zó ging Abraham uit zijn vaderland en wist niet waarheen. Hij gaf zich over aan MIJN weten en liet zijn verstand varen. Zó is hij gekomen langs de goede weg tot het juiste doel. Kijk, dat is DE WEG VAN HET KRUIS. Die kan jij niet vinden, maar ik zal je erop leiden als een blinde – die wel de stem van de Goede Herder herkent en volgt! (AJ).
Daarom, niet jij, niet een of ander mens, niet een schepsel, maar IK, Ik Zelf zal je onderwijzen in de weg, waarop je gaan moet. Niet het werk dat jij verkiest, niet het lijden dat jij bedenkt, maar wat tegen jouw keuze, tegen jouw denken en tegen jouw begeren in aan je wordt gegeven. Dát is het, volg daar, daar roep IK je, wees daar een leerling, nu is het de tijd en jouw Meester is gekomen.

Opgemerkt: Dat zijn woorden die alle volgelingen van deze Meester zich ter harte zullen nemen. De discipelen werden geroepen en gedoopt (of waren al gedoopt door Johannes) en toen gaven ze alles op en volgden Jezus om in Zijn voetstappen te leren gaan (Zie hierbij 1 Petrus 2 : 21-25). Dat waren nog lang geen leerlingen die op basis van eigen verstand en kunde voor Jezus hadden gekozen en hadden geroepen: Zend ons! Maar ze hadden de stem van hun Meester (de Goede Herder) herkend en nu volgden ze HEM waar Hij ook ging. En ze vierden met Hem het Avondmaal voor Hij een weg zou gaan waar ze Hem (toen) niet meer volgen konden. Maar Hij had voor hen gebeden dat hun geloof niet zou ophouden ondanks vlucht en verloochening die nog zouden volgen. Maar toen na Zijn opstanding en de uitstorting van de heilige Geest was voor hen de dag aangebroken en de Morgenster in hun harten opgegaan (Zie hierbij 2 Petrus 1 : 18-21).

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ – 15 januari

‘Ik leer en onderwijs u aangaande de weg, die gij moet gaan; Ik raad u, Mijn oog is op u.‘
(Uit Psalm 32 vers 8)

Bron afbeelding: Tell the Lord Thank You

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geen blind maar ook geen doof geloof…

‘Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede.’
(Uit 1 Tessalonicenzen 5 vers 21)

Geciteerd 1: Je hoort het vaak zeggen: „Geloof? Dat is blind vertrouwen”. De apostel Paulus bedoelde met ”pistis” (het Griekse woord voor onder meer geloof) echter iets anders, ontdekte Suzan Sierksma-Agteres tijdens haar promotieonderzoek.

Opgemerkt 1: Geloof wordt gewerkt door de heilige Geest wanneer we luisteren naar het Woord van God en daar dan ook gehoorzaam gehoor aan geven. Dat is heel de Bijbel door al zo geweest. We kunnen het werk van de heilige Geest ook weerstaan in ongehoorzaamheid en dat geeft reden om dagelijks te bidden om hulp.

Opgemerkt 2: De onzichtbare God en Schepper van deze wereld heeft Zich aan ons mensen bekend gemaakt door Zijn spreken tot ons. Alhoewel Gods eeuwige kracht en macht gekend kan worden uit Zijn werken in de schepping, en de mensen alle eeuwen door getracht hebben Hem al tastende te vinden, was het Woord van God al ‘van den beginne’ niet ver weg (hoog in de hemel), maar nabij. En Gods Woord is (ons) ‘vlees’ geworden: De vastheid en betrouwbaarheid van Gods Woord is in Hem (Gods Zoon) volledig openbaar geworden – zie ook Hebreeën 1. En Paulus schrijft in Romeinen 10:

‘En over de rechtvaardigheid die op grond van het geloof geschonken wordt staat geschreven: ‘Zeg niet bij uzelf: Wie zal opstijgen naar de hemel?’ Of: ‘Wie zal afdalen naar de onderwereld?’ – en dat betekent: Christus bij de doden vandaan naar boven brengen. Maar vervolgens zegt Mozes: “Het Woord is dichtbij u, in uw mond en in uw hart’ – en dat betekent: de boodschap van het geloof die wij verkondigen is dichtbij u.‘ (..) ‘Maar hoe kunnen ze Hem aanroepen als ze niet geloven? En hoe kunnen ze in Hem geloven als ze niet over Hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over Hem horen als Hij niet verkondigd wordt?‘

Leestips: Romeinen 10, Hebreeën 1+3 en Handelingen 17 : 16-34.

Geciteerd 2: Het verband van de tekst (bovenaan) wijst op de vermaningen die de apostel Paulus geeft aan de gemeente van Thessalonica. Eerst vermaant hij de gemeente: de Geest niet uit te blussen (vs. 19). Dan volgt de vermaning de profetieën niet te verachten. Sommigen ontvingen namelijk de gaven om, door de Heilige Geest, de diepere betekenis van Gods Woord (OT!) te verstaan en te verklaren. Dit profeteren is dus eigenlijk: het Woord van God uitleggen. Calvijn noemt deze tekst: “…een schone waarheid tot aanprijzing van de uitwendige prediking”. Die mag niet veracht worden. In die tijd waren er ook al, die bijzondere ervaringen, die zij voor de werking van de Geest hielden, boven de prediking van het Woord stelden. De Heere Jezus en de apostelen hielden zich aan het Woord. Denk aan het onderwijs van Christus aan de Emmaüsgangers: hun harten werden brandende, toen Hij hun de Schriften opende. Zo vermaant ook Paulus de profetieën niet te verachten.

Bron citaat 1: RD Kerk & religie | Promotieonderzoek – ‘Promovenda Sierksma: Geloven is bij Paulus geen blind geloof’ – Addy de Jong
Bron citaat 2: Digibron – Daniel – ‘Beproeft alle dingen’ – ds. H. Paul

‘En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de Morgenster opga in uw harten. Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging; Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.‘ (Uit 2 Petrus 1 de verzen 19-20, SV)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Maar wacht jullie voor de mensen.’ *

* Matteus 10 vers 17a.

‘Een leerling staat niet boven zijn meester en een slaaf niet boven zijn heer.‘
(Uit Matteüs 10 vers 24)

Geciteerd: Het is een wonderlijke waarschuwing van onze Heer dat wij ons voor de mensen moeten wachten.* Het zijn toch geen duivels? Antwoord: In deze dingen, namelijk in die van het Evangelie, moet je geheel en alleen op God (en Zijn Woord) vertrouwen. ‘Want alle mensen zijn leugenaars‘ (Psalm 116 vers 11). Omdat alle mensen veranderlijk zijn: ‘Verlaat je niet op vorsten, want zij zijn mensen‘ (Psalm 146 vers 3). Zijn de mensen jullie vandaag goed gezind, dan zullen ze jullie morgen vervolgen. Het blijken wolven! Bereid je erop voor alsof jullie alleen in de wereld waren, als schapen onder de wolven. De enkelen die naar jullie luisteren, die het Evangelie gehoorzamen, zijn de schapen.
De anderen zijn mensen. Want de nadruk valt op dat woordje mensen (maar wacht u voor de mensen). Geen dwazen (beter: kleinen of geringen, zie Matteüs 18 vers 10), zoals de gelovigen en eenvoudigen worden genoemd, maar mensen. Dat is: die veel menselijke wijsheid bezitten en de leer van het Evangelie verachten of hen die zich voordoen als gelovigen (huichelaars of toneelspelers noemde onze Heer hen, zie o.a. Matteüs 23). Dezen haten altijd de predikers die hen de waarheid aanzeggen (zie bijv. Johannes 8 : 27-47). Daarom zullen juist zij het zijn die jullie overleveren aan hun rechtbanken en aan hun kerkelijke en burgerlijke overheden (een discipel staat niet boven zijn Meester!). Vertrouw hen tóch niet, hoewel ze zich als broeders en vrienden zullen voordoen! En hoe meer menselijk ze zijn – dat is: hoe meer zij boven anderen zich als rechtvaardig, verstandig en goed voordoen (en hiermee zeker indruk weten te maken) – hoe meer ze jullie zullen haten. Want er zullen vele valse broeders, valse apostelen en valse profeten onder jullie zijn. (Zie o.a. Matteüs 7 : 15, 24 : 11, 24 : 24)

‘Waak ervoor ook maar één van deze kleinen (geringen) te verachten.‘
(Uit Matteüs 18 uit vers 10)

Leestips: Matteüs 10 : 16-39 en 18 en 23.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ – Citaat/meditatie van 11 januari – Den Hertg Uitgeverij (2022).
NB. Citaat/meditatie is ietwat bewerkt door AJ.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Dit wilde ik u/jullie schrijven…’

‘Want God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft hij genade.‘
(Uit Petrus 5 vers 5b)

Geciteerd 1: Het staat vast dat de mens aan zichzelf moet wanhopen om geschikt te worden voor het ontvangen van de genade in Christus. Dit is immers wat de wet wil: dat de mens aan zichzelf wanhoopt. (1) Daarom brengt de wet ons in de hel, maakt ze ons arm en laat ze zien dat wij zondaren zijn in alles wat we doen. Zoals de apostel doet wanneer hij ons zegt: ‘Ons is duidelijk geworden dat wij allen onder de zonden zijn‘ (Romeinen 3 vers 23). Wie zich uit eigen kracht tot het uiterste (misschien beter nog: altijd maar weer – AJ) inspant en meent dat hij daarmee. al is het in nog zo geringe mate, iets goeds doet, erkent niet dat hij volkomen niets is. Hij wanhoopt niet aan zijn eigen kracht. Integendeel, hij is zo aanmatigend dat hij om genade te verkrijgen op eigen kracht (en prestaties – AJ) hoopt en ziet.

Geciteerd 2: Zij weten niet van de gerechtigheid Gods, ons in Christus zo rijkelijk en om niet geschonken. Daarom proberen ze (eerst) uit eigen kracht net zolang vroom en goed te leven, totdat ze voor God denken te kunnen bestaan (of totdat ze van God een bijzondere roeping/teken menen te hebben ontvangen – AJ). (2) Toch is dat een onmogelijke zaak. Toen je nog bij ons was, leefde je ook in die waan, ik mag wel zeggen in die waanzin! Ikzelf trouwens ook, en nog steeds heb ik tegen dat waandenkbeeld te vechten, want ik ben er nog niet geheel los van. (3)

(1) Toch zullen we dit wanhopen aan onszelf niet als voorwaarde gaan zien en gaan stellen. Door Gods genade zullen we daaraan ontdekt worden wanneer we blijven onder de prediking en ook steeds weer (blijven!) deelnemen aan de vieringen van het Avondmaal. We zullen ook steeds weer onze zonden belijden en biddend blijven strijden om ze na te laten én daarbij aanvaarden dat ze ons ook altijd weer om Christus’ wil vergeven zijn. Zó zullen we ook leren wat het is om ook anderen te vergeven, namelijk wanneer we gaan zien welke grote genade ons door onze hemelse Vader in en door onze Heer Jezus Christus geschonken is. Juist uit hoe wij over anderen spreken en over hen oordelen (hen veroordelen) en hen (niet meer) aanvaarden en waar nodig al of niet vergeven zal blijken of wij zelf weten wat het is om van genade alleen te leven.
(2) Daarom schrijft Johannes aan de gemeente over mensen die leren ‘dat er eerst wel wat meer nodig is om je kind van God te mogen noemen/weten’ de woorden zoals we die lezen in 1 Johannes 2 de verzen 26-29 – zie ook onderaan.
(3) Luther zei: ‘de paap in ons sterft niet’. En dan is ‘paap’ hier niet bedoeld als scheldwoord, maar als het altijd weer opspelende verlangen om toch iets – aan jezelf of aan anderen – te kunnen voorhouden waarop we ons vertrouwen baseren en dat dus buiten het ‘om niet’, vanwege alles wat ons in Christus geschonken is, om.

Leestip: Romeinen 3 : 21-31 met als kernwoorden vers 27-28.

Bron citaat 1: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – dagboek over belofte en troost’ – Citaat/meditatie 9 december – Den Hertog Uitgeverij (2022).
Bron citaat 2: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof ‘ – Citaat/meditatie van 25 november – Den Hertog Uitgeverij (2019)

‘Dit wilde ik u schrijven over hen die proberen u te misleiden. Wat u/jullie zelf betreft: de zalving die u/jullie van Hem ontvangen hebben is blijvend, u/jullie hebben geen leraar nodig. Zijn zalving leert u/jullie alles naar waarheid, zonder bedrog. Blijf daarom (gelovig/door het geloof!) in Hem, zoals Zijn zalving u/jullie geleerd heeft.‘ (Uit 1 Johannes 2 de verzen 26-27)

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Prayers)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Standhouden in/met de kerk van Smyrna…

‘Die overwint, zal door de tweede dood niet beschadigd worden.‘
(Openbaring 2 vers 11)

Geciteerd: we zien hier in het beeld van de kerk van Smyrna (zie Openbaring 2 : 8-11) de rechte staat van Gods volk, de kerk van Christus, hier op aarde. Ze is daar een levendige afbeelding van. In allerlei kerken leert de duivel aan de mensen dat uiterlijke voorspoed mede behoort tot de kenmerken van het ware Godsvolk. Maar in deze kerk van Smyrna zien we juist het tegendeel. Bij hen was niets dan verdrukking, armoede, lastering, gevangenissen, vrees en zwakheid. Deze kleine kudde van de Heere Jezus zag er naar buiten zeer ellendig en rampzalig uit. Toch was dit het eigen volk van de Heere Jezus, de schapen van Zijn weide die Hij zeer beminde en boven de wereld waardeerde.

En zo gaat het gewoonlijk vroeg of laat altijd met de ware kerk van Christus hier op aarde. De duivel heeft zijn toorn en gramschap altijd tegen hen uitgeoefend. Hij heeft het volk van Jezus altijd opgejaagd en vervolgd als een veldhoen op de bergen. Vanaf het begin van de wereld zijn kruis en lijden (1) het kenmerk geweest van het ware volk van God.

Wat is dit een aanbiddelijke en wonderlijke weg van de Heere. Wat blinkt daarin Zijn hemelse wijsheid uit. Als de Heere hen niet aanhoudend reinigde in wegen van allerlei verdrukking, kruis en tegenspoed, dan zou de kerk van Christus hier op aarde overvloeien van geveinsdheid en van wereldsgezinde mensen. Ze zou geheel bedorven zijn en besmet met allerlei gruwelen en goddeloosheid en in niets meer op de bruid van God en de vrouw van het Lam lijken. De verdrukkingen en het lijden voor de naam van Christus dienen als bezems (2a) om de kerk te reinigen van de geveinsden en van alle wereldse zaken. (2b)

Als Christus deze reiniging van Zijn kerk begint, trekken de huichelaars zich terug. Zij houden niet van verdrukking, armoede, lasteringen, gevangenissen, vrees en zwakheid. Daar hebben ze een grote afkeer van. Zij beminnen aardse voorspoed, vleselijk gemak, rijkdom, eer en achting van mensen. Dit zijn de stroppen waar de duivel hun zielen aan hangt, en de strikken waarin hij hen gevangen houdt. Wat is het dan een goede leiding van de Heere Jezus dat Hij Zijn gelovigen op deze manier voor de strikken van de satan bewaart. Hij tuchtigt hen door kruis en lijden om hen te behouden. Dit zijn de hoogste blijken van Zijn tere liefde en barmhartigheid voor Zijn volk, zoals er staat in 1 Korintiërs 11: ‘Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij door de Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet geoordeeld zouden worden‘ (vers 32).

(1) Zie ook Jezus woorden in Matteüs 23 de verzen 34-35.
(2a) Uitspraak van Ghandi: Het (erkennen én) bekennen van fouten (zonden) is als een bezem die het vuil wegveegt en het oppervlak schoner achterlaat. Ik voel me gesterkt door het te bekennen.
(2b) ‘Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg.’ (Uit 2 Korintiërs 7 vers 10).

‘Want onze lichte verdrukking die zeer haast voorbijgaat, werkt in ons een gans uitnemend gewicht der heerlijkheid.‘ (Uit 2 Korintiërs 4 vers 17)

Bron citaat: Reveilserie nummer 589 (november 2022) – “Met de Heere Jezus overwinnen’ – door Theodrus van der Groe (1705-1784)

‘Ik, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en de volharding in Jezus, was op het eiland Patmos om het Woord van God en het getuigenis en de lijdzaamheid van Jezus.’ (Uit Openbaring 1 vers 9)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een (refo)zuil als pilaar van hoop in/voor deze wereld?

‘Neem als richtsnoer de heilzame woorden die je van mij hebt gehoord, houd vast aan het geloof en aan de liefde die in Christus Jezus zijn.* Bewaar door de heilige Geest, Die in ons woont, het goede dat je is toevertrouwd.‘ (Uit 2 Timoteüs 1 de verzen 13-14)

‘Deze Boodschap is betrouwbaar en verdient onze volledige instemming. Hiervoor zwoegen en strijden wij, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, Die de Redder is van alle mensen, in het bijzonder Die van de gelovigen.’ (Uit 1 Timoteüs 4 vers 10)

Geciteerd 1: In de ontwikkeling van de laatste twee decennia zie ik de refozuil als een verbijzondering van de bevindelijke zuil. Met de nadruk op de doodstaat van de mens, de toe-eigening van het heil en een set aan morele codes.

Geciteerd 2: Ik denk dat de refozuil góud in handen heeft. Zeg maar 40.000 jongeren groeien op (en dan maak ik het even heel positief en idealistisch) in een context van vroomheid, kerkgang en gemeenschapszin. Die bubbel trekt als het ware de jongere door de crisis van de cultuur heen. Dát is de grote kracht van de refozuil.

Geciteerd 3: Een klassiek nadeel van de refozuil is natuurlijk dat het zout in het zoutvaatje blijft. Daar is wat op aan te merken, maar misschien is het goed dat het zout in deze fase van de cultuur maar even ín het zoutvaatje blijft. Allerlei missionaire bewegingen hebben namelijk –ik zeg het met diepe spijt– kwantitatief gezien weinig effect.

Geciteerd 4: Ik heb ooit deze stelling verdedigd: ”In de afgelopen veertig jaar was de invloed van de bundel Opwekking groter dan de invloed van alle theologische publicaties van alle theologische hoogleraren bij elkaar. Ik dacht: zou dat waar zijn? Het bleek waar! Ds. De Heer heeft deze stelling dan ook in zijn dissertatie opgenomen.

Opgemerkt bij citaat 2: Wanneer dat werk in de refozuil niet anders geduid wordt (kan worden) dan als een kansvergroting op het verkrijgen van het eeuwig heil (dat is toch het kenmerk van de bevindelijke kerkgang en prediking) dan valt dat mensenwerk geen ‘geloofszaak’ te noemen en kunnen we ook zeker weten dat dit werk op geen enkele manier bijdraagt aan het verkrijgen van het heil. Alle werk binnen een christelijke gemeenschap (in gezinnen en gemeente en op de scholen) behoort bij/van jong tot oud dankbare geloofswerken te zijn (voor ons klaargelegd/voorbereid om daarin te wandelen! – zie Efeziers 2 vers 10). Ook onze kleine kinderen zullen als dankbare kinderen van God het Bijbelonderwijs aanhoren en in praktijk mogen en behoren te brengen. Er is daarbij geen enkele verwachting van de prestaties van mensen (trouw Bijbellezen, trouwe kerkgang, bevindelijke prediking, organiseren van christelijke scholen, enz.).

Opgemerkt bij citaat 3: Hoe kan het licht van een stad op een berg verborgen blijven? Of wil Andries Knevel ons zeggen dat het licht bij de refo’s van de refozuil onder de korenmaat wordt gehouden. Maar dan heeft hij het Woord van onze Heer tegen zich. Die zal het helemaal niet gewenst vinden dat dat licht dan voorlopig maar onder de korenmaat gezet wordt. En wanneer het zout zijn smaak niet meer afgeeft aan de omringende wereld, dan dient het nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden. (Zie Jezus woorden in Matteüs 5 : 13-16).
Maar de schrijver zal wel doelen op niet gepaaid willen worden door allerlei soorten van missionaire gedrevenheid en actie zoals die de laatste decennia binnen de kerken (en ook door de EO) gepromoot werden en waarvan men durfde/durft beweren dat onze Heer dat bedoeld heeft met zijn woorden in Matteüs 5 : 13-16.

Opgemerkt bij citaat 4: Welke grote gaven zijn aan Andries Knevel en ds. De Heer toebedeeld, dat zij in staat zijn om de invloed van theologen en opwekkingsliederen van elkaar te onderscheiden (afgezien van allerlei andere factoren die zeker ook nog meegewogen dienen te worden) en die te meten en om die dan van deze conclusie ‘het bleek waar’ te kunnen voorzien en anderen voor te houden?!

Opgemerkt slot: Drijft de schrijver de mensen van de refozuil niet juist naar de (een belangrijke, niet te miskennen) oorzaak van de teloorgang van de andere zuilen: verwachting hebben (en kweken) van wat wij mensen kunnen presteren/bereiken door onze krachten te bundelen. Dus niet een krachtenbundeling vanwege de dankbare gehoorzaamheid van het geloof (ongeacht de uitkomst), maar door het voorhouden van wat er (mogelijk nog) te behouden en te bereiken valt met en door die reeds aanwezige krachtenbundeling binnen de (‘eigen’) ‘reformatorische kring’.

* Zie hierbij ook: https://www.amen.nl/artikel/2087/het-geloof-van-christus

Leestip: 1 Korintiërs 4 de verzen 1-8

Bron citaten: RD Opinie – ‘Refozuil heeft goud in handen en moet dat inzetten’ – door Andries Knevel
_De auteur is theoloog en journalist.(1) Dit artikel is een verkorte weergave van de lezing getiteld ”De zegen van de zuil” die hij hield op de netwerkdag van de Dutch Bible Belt Network, op 26 november in Gouda.
(1) Citaat: Ik heb theologie gestudeerd, ben afgestudeerd op Willem Teellinck, wilde gaan promoveren op de Nadere Reformatie, maar toen kwam de EO en is het volgens sommigen misgegaan. Maar ik heb me in al die jaren wel willen verhouden tot die gereformeerde gezindte, de reformatorische zuil, de bevindelijke zuil en de refozuil.

Bron afbeelding: Etsy (Bible Verse Printable)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Lammetjes en verdwaalde schapen worden omarmd en gedragen…

‘Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel. En wie in mijn naam één zo’n kind (een mens die niet hoog van zichzelf denkt en opgeeft) bij zich opneemt, neemt Mij op. (…) Waak ervoor ook maar één van deze geringen te verachten. Want ik zeg jullie: hun engelen aanschouwen onophoudelijk het gelaat van Mijn hemelse Vader.‘ (Uit Matteüs 18 het 4e en 10e vers)

Geciteerd 1: Hoe een kind ook bij je komt, neem het serieus, zei Kruyswijk. Ze noemde het van belang om niet meteen „met pasklare antwoorden” te komen. „Ga met elkaar op zoek naar wat Gods Woord zegt, maar geef wel richting aan het proces.” Ze zei dat een jeugdwerker vanuit oprechte interesse kan vragen: Wie is de Heere God voor jou? „Het heeft niet zo veel zin om met Zijn regels aan te komen, als iemand helemaal niet verbonden is met Hem. Als je Hem niet kent, hoe kun je Hem dan leren kennen, hoe zou je Hem kunnen betrekken bij je leven?”
Een jeugdwerker kan vanuit de Bijbel perspectieven openen die jongeren (van ouders thuis? – AJ) niet meekrijgen via onder meer sociale media, gaf ze aan. „En onthoud: Hij is de Herder, wij zijn ook schapen. Jongeren moeten niet ons volgen, maar Iemand volgen, en dat is Christus Zelf.”

Geciteerd 2: Niemand anders kan voor mij naar de hel gaan. Hij kan mij echter wel verleiden door een valse leer of een verkeerd leven. Op dezelfde manier kan niemand voor mij naar de hemel gaan. Iemand kan mij echter daarbij wel helpen door onderwijzen, prediken, besturen en bidden, en bij God het geloof voor mij afsmeken, waardoor ikzelf naar de hemel ga. Zo is het ook gegaan bij de hoofdman die zelf niet nodig had om genezen te worden van de ziekte waaraan zijn knecht leed, maar toch de gezondheid voor zijn zieke knecht heeft verworven, zodat de knecht deze gezondheid ook zelf heeft ontvangen (vgl. Matteüs 8 : 5-13). Daarom zeggen wij ook dat de kinderen niet om of op het geloof van de doopouders of van de kerk gedoopt worden, maar dat het geloof van de doopouders en de hele christenheid een eigen geloof voor de kinderen afbidt en verwerft, in welk geloof ze gedoopt worden en voor zichzelf geloven. (1)
Hiervoor hebben we zeer sterke gronden in de Schrift zoals: Matteüs 19 : 13vv, Markus 10 : 13vv, en Lukas 18 : 15vv (1), waar sommige vrouwen de kinderen bij de Here Jezus brachten, opdat Hij die zou aanraken. Toen echter de discipelen dat wilden verhinderen, bestrafte Hij de discipelen, maar de kinderen drukte Hij aan Zijn hart, legde hen de handen op, en zegende hen, en zei: ‘Van zulke kinderen is het Koninkrijk van God.’ Deze uitspraak zal niemand van ons wegnemen of die op goede gronden kunnen weerleggen.

(1) Opgemerkt 1: Graag wil ik de genoemde ‘goede gronden in de Schrift’ nog verder aanvullen en wel door te wijzen op de woorden in Titus 3 waar de Doop ‘het bad der wedergeboorte‘ genoemd wordt en hoe we deze woorden uit het Evangelie hebben te lezen (verstaan, begrijpen). Daarbij kan wat Lukas ons vertelt over wat in het huis van de Romeinse hoofdman Cornelius gebeurde ons een goede dienst bewijzen. Daaruit leren we dat het werk van de Heilige Geest altijd al voorafgaat aan de/onze Doop! In het huis van Cornelius wilde de Heilige Geest dat toen heel duidelijk maken aan Petrus en die met hem meegekomen waren, namelijk door – al voordat Petrus uitgesproken was en de aanwezigen – net als op de Pinksterdag in Jeruzalem – kon zeggen: laat u dopen – Zichzelf uit te storten op de in het huis van Cornelius aanwezige mensen. Zo zullen ook wij gelovig beseffen en aanvaarden dat de Heilige Geest Zijn werk in onze kleine kinderen al begonnen is, nog voordat ze gedoopt worden. De Doop is een belijdenis en een bevestiging van het werk en de vernieuwende kracht van de Heilige Geest, Die Hij door Jezus Christus, onze Redder, rijkelijk over ons uitgoten heeft en uitgiet (naar woorden in Titus 3 de verzen 4-8). Het komt allemaal allereerst en geheel van Gods kant lezen we in die verzen. En dus ook het geloof van de doopouders en van de gemeente(n) en van de hele christenheid.

Opgemerkt 2: Laten we dus beginnen (of voortgaan) om in onze gezinnen en kerkelijke gemeenten en ook op onze scholen onze kinderen door het geloof als lammetjes van de kudde te beschouwen en aan te spreken, want over gebrek daaraan (ongeloof dus!) valt heel wat schuld te belijden in onze kerken. Juist deze tijd leert ons zien dat (geloof in) de kracht van de sociale gemeenschap niet die steun en beschutting bieden kan, die ons alleen door/op het geloof geschonken kan en zal worden. Laten we onze kinderen daarom in het geloof maar opbouwen en versterken met alle middelen die ons daartoe geschonken zijn en hen verder alle liefde (genade!) schenken, die wij dagelijks zelf ook nodig hebben. Dan kunnen we werkelijk sámen verder in het geloof, ook als we met onze kinderen door diepe dalen van duisternis moeten trekken. Hij verlaat ons niet!

Leestips: Matteüs 18 (geheel), Handelingen 10 : 34-48 en Titus 3.

Bron citaat 1: RD Kerk & religie – ‘Studiedag GB en HGJB over transgenderisme: „Jongere met gendervragen verdient aandacht in kerk”’ – door Redactie kerk.
Bron citaat 2: Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof’ – Citaat/meditatie van 23 november.

‘Als iemand honderd schapen bezit en één dwaalt af, zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om dat ene verdwaalde schaap te zoeken? (…) Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: Hij wil niet dat één van deze geringen verloren gaat.’ (Uit Matteüs 18 de verzen 12 en 14)

Bron afbeelding: KJVBibledaily-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie