‘Ouders tijdens lockdown jeugdleider en catecheet’?

Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God in Zijn goedheid ons heeft geschonken.’ (Uit 1 Korintiërs 2 vers 12)

Geciteerd 1: Wat Erika van Nes betreft, kan geloofsopvoeding niet vroeg genoeg beginnen. ‘Zie de geloofsopvoeding niet lós van het dagelijkse, als een extra onderdeel van je toch al drukke leven met een jong gezin, maar juist verweven met het dagelijks leven: God eren, ontdekken en ontmoeten in het leven van alledag. Er is een heel aantal redenen te noemen, waarom jong starten met de geloofsopvoeding zo waardevol is.
Geloofsopvoeding lijkt soms zo onbeduidend, zo klein, maar het is misschien wel net als een mosterdzaadje: klein en kwetsbaar, maar met een onvoorstelbare kiemkracht!

Opgemerkt: 1 Niet geloofsopvoeding is (misschien) ‘als een mosterdzaadje’, maar het koninkrijk van God is dat en dat zelfs vast en zeker! En dat zullen we zoeken, persoonlijk, maar ook als gezin, en dat dus naar Jezus opdracht: Zoekt eerst het koninkrijk van God… En wanneer we dat doen dan zijn daar machtige beloften aan verbonden. Of beter: dan zullen we zien dat de daarbij behorende beloften vervuld worden. Dat ‘zien’ vraagt natuurlijk wel om de ogen van het geloof! Zo zullen we ook altijd naar onze kinderen kijken: met geloofsogen. Daar hoort geen misschien bij, maar: amen.

Geciteerd 2: Gemeenten kunnen allereerst een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van de geloofsopvoeding door ouders. Tijdens de lockdowns waren zij opeens ook jeugdleider en catecheet. Velen voelden zich daar onvoldoende toe in staat, omdat zij voor de godsdienstige vorming sterk leunen op de kerk (en school). Op hun beurt besteden kerken vaak minimaal aandacht aan het toerusten van ouders voor deze taak. Bezinning, onderling contact en ondersteuning helpen ouders om hier concreet vorm en inhoud aan te geven.

Opgemerkt 2: In de gemeente kunnen ouders en jongeren niet beter opgebouwd worden in het geloof, dan door een goede Woordverkondiging! En in een gezin mogen ouders en jongeren dagelijks tijd nemen voor het (eenvoudig en ook samen, aan tafel bijvoorbeeld) luisteren naar Gods Woord en om te bidden om kracht en wijsheid van de heilige Geest voor het (samen)leven en (samen)werken op een betreffende dag. Voor mij is het onvoorstelbaar dat ouders daarbij zouden optreden als ‘jeugdleider en/of catecheet’! Ook in een tijd van lockdown wordt dat niet van hen gevraagd!

Bron citaat 1: geloofinhet gezin-nl – ‘Kleine gewoonten in een gezinsleven met God’ – door Erika van Nes
Bron citaat 2: RD Opinie – ‘Kerk na corona vraagt om sterke relaties met jongeren’ – door Niek Bakker

Kom kinderen*, luister naar mij,
ik leer je ontzag voor de HEER.
Hebben jullie het leven lief,
wil je goede jaren genieten
?

Behoed dan je tong voor het kwaad,
je lippen voor woorden van bedrog.
Mijd het kwade, doe wat goed is,
streef naar vrede, jaag die na
.’

(Uit Psalm 34 de verzen 12-15)

* Jong en oud worden hier door de heilige Geest opgeroepen om te luisteren.

Bron afbeelding: Missio Dei Fellowship

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘De dwaasheid van onze verkondiging’…

Want zoals God in Zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld Hem niet door haar wijsheid gekend, en heeft Hij besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging.‘ (Uit 1 Korintiërs 1 vers 21)

Geciteerd: ‘Komt er een robot-dominee die beter preekt dan een mens ooit kan? Nog even en robots kunnen door hun bijna oneindige toegang tot de kennis en de wijsheid van eeuwen, doeltreffendere antwoorden geven dan mensen ooit kunnen.’

Opgemerkt 1: Dan krijgen we dus een robot-voorganger (die in serie gemaakt kan worden) die al onze predikanten en theologen met een hoogwaardige academische opleiding vervangt. En dan kan en mag die robot natuurlijk direct ook overal als prediker worden ingezet, want elke gemeente verdient natuurlijk niet minder dan de hoogst gekwalificeerde predikant/voorganger op kansel of podium. (1) Het predikantentekort is daarmee dan straks ook in één klap opgelost en ook de discussie over vrouwen op de kansels/podia is er mee afgelopen. Tel uit je winst!

De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God. Er staat namelijk geschreven: ‘Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen, het verstand van de verstandigen zal ik tenietdoen. Waar is de wijze, waar is de Schriftgeleerde, waar de redenaar van deze wereld? Heeft God de wijsheid van de wereld niet in dwaasheid veranderd? Want zoals God in Zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld Hem niet door haar wijsheid gekend, en heeft Hij besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging. De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas. Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid, want het dwaze van God is wijzer dan de mensen, en het zwakke van God is sterker dan de mensen.‘ (Uit 1 Korintiërs 1 de verzen 18-25)

Opgemerkt 2: De centrale boodschap van het Evangelie is zo eenvoudig dat een kind het kan begrijpen en ook ongeschoolde heidenen konden die vatten (zie 1 Korintiërs 1 de verzen 26-31). En God wil het doorgaande onderwijs van zijn Woord zegenen en dat niet met behulp van de meest knappe Schriftgeleerden en allerlei door hen opgestelde geschriften, want dan zou de eer voor Gods werk zoals Hij dat wil werken door Zijn Woord en Geest toch nog weer naar mensen gaan. Van zowel Timoteüs en Titus lezen we dat ze zich niet konden laten voorstaan op hun grote belezenheid en geleerdheid. Het onderwijzen van Gods Woord en het leiden van een gemeente hadden ze geleerd in de praktijk van de apostelen en hun medewerkers en Paulus roept de gemeenten op hen daarvoor de erkenning te geven die daar ‘Bijbels gezien’ bij past en hij roept Timoteüs en Titus op om zich niet te laten wegzetten door mensen die vinden dat ze niet genoeg ‘in hun mars’ hebben (zie 1 Timoteüs 4 de verzen 11-16 en Titus 2 vers 15)

(1) ‘De toekomst van de universiteit én de kerk als geheel is gebaat bij een draagkrachtige en toekomstbestendige theologie. Bovendien vragen maatschappelijke vraagstukken om theologische doordenking en beantwoording van existentiële vragen en problemen. Daarvoor zijn predikanten en theologen nodig met een hoogwaardige academische opleiding.’ Door zich op een nieuwe plek te vestigen wil de PthU hieraan een extra impuls geven.
(Bron citaat (1): De Waarheidsvriend – ‘PthU besluit tot het voornemen Utrecht als nieuwe vestigingsplaats te kiezen’ – Kerknieuws)

Bron citaat: ND – ‘Een robot-dominee die beter preekt dan een mens ooit kan. Dat is de toekomst. Maar willen we dat?’ – door ds. Dick Schinkelshoek

Bron afbeelding: Cartoon | Lectrr

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Mountainbikende millennials…

Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God in Zijn goedheid ons heeft geschonken.‘ (Uit 1 Korintiërs 2 vers 12)

Geciteerd 1: Wat heeft de kerk millennials nog te bieden? Deze vraag stond donderdagavond centraal tijdens een symposium van de Evangelische Omroep. (…) Millennials zoeken een positieve verbinding met de wereld om zich heen, stelde Abrahamse. In hun kerkelijke omgeving lopen ze dan vast. „Als ze met vragen komen en hun twijfels uiten, is daar geen plek voor. Millennials willen een authentiek geloof, waar je recht gedaan wordt als mens.”

Geciteerd 2: Wat kan een dorpskerk doen waar millennials gaan mountainbiken op zondagochtend?

Opgemerkt 1: Het gesprek ging/gaat over millennials die nog opgegroeid zijn in gezinnen waar het de gewoonte was om ’s zondags naar de kerk te gaan. En blijkbaar vragen die van anderen een authentiek geloof, maar wat er van hun eigen geloof gevraagd wordt, dat hebben ze (blijkbaar) niet leren begrijpen?

Opgemerkt 2: Zo’n beetje het eerste wat zichzelf als ‘kerkleiders’ opwerpende lieden in de gemeente van Korinthe deden was de authenticiteit van het geloof en werk van de apostel Paulus ter discussie stellen… (zie 2 Korintiërs 10 de verzen 12-17 en die woorden waren helaas niet alleen nodig in die gemeente!)

Opgemerkt 3: Gods Woord en de heilige Geest die bezitten Authenticiteit! En dan horen/leren/weten we dat we dus niet hoeven af te gaan op wat voor ogen/oren is waar het mensenwerk betreft! Paulus heeft dat zeer benadrukt en hij schreef toch niet voor niets deze woorden: Maar hoe u of een menselijke instelling over mij oordeelt interesseert me niet, en hoe ik over mezelf oordeel telt evenmin. Ik ben me weliswaar van geen kwaad bewust, maar dat betekent niet dat mij niets ten laste kan worden gelegd (1). Het is de Heer Die over mij oordeelt. Houd dus op te oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat Hij het is Die aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat mensen heimelijk beweegt. En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem of haar toekomt.’ (Uit Korintiërs 4 de verzen 3-5)

(1) Paulus meent oprecht dat hij steeds uit/met goede motieven heeft gehandeld bij zijn optredens in de gemeenten, maar dat betekent nog niet dat mensen hem – al of niet terecht – geen verwijt zouden kunnen of mogen maken en/of zijn optreden ter discussie stellen. Wanneer dat laatste gebeurd, dan is/blijkt Paulus zeker bereid om daarover gesprek te voeren. En we zien hem dat in zijn brieven ook doen. Maar uiteindelijk komt het er dan toch op neer dat ieder zichzelf moet toetsen, en daarom sluit Paulus zijn tweede brief af met deze woorden: ‘Onderzoekt bij uzelf of u vast op God vertrouwt, stel uzelf op de proef. U weet toch van uzelf dat Jezus Christus in u is? Als dat niet zo is, hebt u de proef niet doorstaan. Hopelijk begrijpt u dat dit wel voor ons geldt. Wij bidden God dat u het kwade nalaat, niet om te bewijzen dat wij geslaagd (betrouwbaar) zijn, maar omdat u het goede moet doen, ook al zouden wij mislukt (verwerpelijk) zijn.‘ (Uit 2 Korintiërs 13 de verzen 5-7)

Bron afbeelding: NPO Radio 5

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘What would Jesus do?’

‘Ondanks de mishandelingen en beledigingen die wij, zoals u bekend is, in Filippi te verduren hadden, vonden we in vertrouwen op onze God de moed u bekend te maken met het Evangelie. Onze oproep berust niet op een dwaling, op oneerlijkheid of bedrog. Wij spreken alleen omdat God ons daartoe waardig heeft gekeurd en ons het Evangelie heeft toevertrouwd – niet om mensen te behagen, maar God, Die de mensen doorgrondt.
U weet dat we u nooit naar de mond hebben gesproken en dat onze woorden nooit een dekmantel voor onze hebzucht waren. God is onze Getuige. We hebben ook niet geprobeerd de gunst van mensen af te dwingen, niet bij u en niet bij anderen. Hoewel we ons als apostelen van Jezus Christus hadden kunnen laten gelden, zijn we u tegemoet getreden met de tederheid van een voedster die haar kinderen koestert.‘ (Uit 1 Tessalonicenzen 2 de verzen 2-7)

Geciteerd: Zou Jezus korte metten maken met het spektakel dat The Passion heet? Volgens Reina Wiskerke kun je dat niet uitsluiten. En dat levert haar een dilemma op.

Opgemerkt: Bij het spektakel rond De Passion ons de vraag voorleggen ‘What would Jesus do?’ daar komen we geen stap verder mee. Wat we weten uit Gods Woord, dat is dat geen van de apostelen ook maar iets in die richting de gemeenten hebben voorgesteld en ook onze Heer Jezus Christus geeft in Zijn brieven aan de zeven gemeenten geen enkel advies om iets op touw te gaan zetten waarmee in de Romeinse steden aandacht gevraagd kan worden voor Zijn kruisweg en kruisiging in Jeruzalem.
Waar de gemeenten wel toe aangespoord worden dat is om ‘vervuld te worden van de heilige Geest’. Dus leden van de gemeente van Jezus Christus, die de heilige Geest als zeker ‘onderpand’ (1) ontvangen hebben, moeten zich ook nog laten vervullen – vol worden! – van de heilige Geest. En dat is beslist nog wat anders dan het hebben van een verlangen naar meer van de heilige Geest! (2)
De enige weg om vervuld te worden van de heilige Geest is de weg die de apostelen de gemeenten hebben gewezen en voorgeleefd! En dat is de weg van de trouwe ‘kerkgang’, van het je wekelijks stellen onder de bediening van het Woord en van de Sacramenten. Alleen via die weg geven wij de heilige Geest de gelegenheid om steeds meer vervuld te worden van Hem. Beetje bij beetje moet hij heel ons hart en leven veroveren. Allerlei schotten en dammen en sluiswanden en andere obstakels, die dat vervuld worden van Hem in de weg staan, daar moeten we door Hem aan ontdekt worden en we zullen Zijn werk daarin niet tegenstaan door onverschilligheid, door liefde tot de wereld, maar we zullen ons met vreugde begeven naar Gods huis en ons ook dagelijks geven aan Woord en gebed om Hem dat werk in ons te laten doen.
Dat klinkt helemaal niet groots en dat is het ook niet en dat hoort het ook helemaal niet te zijn. Wij moeten juist kleiner en zwakker worden om Gods kracht door te laten werken in onze levens. En daar kunnen we zeker geen spektakel van of over maken!

(1) Zie o.a. 2 Korintiërs 1 vers 21.
(2) Dat ‘verlangen naar meer van de Geest’ daar kunnen we zelf nog weer goede sier mee maken en bewegingen voor oprichten en conferenties mee vullen. Maar als er Iemand is die niet nalatig is in Zijn werk, dan is het de heilige Geest. We lezen over gemeenten waarvan de leden in de tijd van hun ‘eerste liefde’ de Geest veel ruimte gaven in hun leven (zie o.a. wat daarover geschreven staat in Hebreeën 10 de verzen 32-39) , maar dan kunnen er allerlei moeiten en tegenslagen of verleidingen komen die maken dat we toch weer allerlei obstakels gaan opwerpen en dat de heilige Geest niet meer die ruimte krijgt als voorheen. In Hebreeën 12 en 13 en ook in de brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring (m.n. Openbaring 2 de verzen 4-5, 3 de verzen 1-5 en 1-21 ) kunnen we lezen en leren hoe de gemeenten dan aangespoord worden om vol te houden en dat gebeurd met diep ernstige woorden!

Herinner allen eraan dat ze overheid en gezag moeten erkennen en gehoorzaam moeten zijn, bereid om altijd het goede te doen, dat ze van niemand mogen kwaadspreken, vredelievend en vriendelijk moeten zijn en zich tegenover iedereen zachtmoedig moeten gedragen. Ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, op de verkeerde weg, slaaf van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar. Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze Redder, openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige Geest, die Hij door Jezus Christus onze Redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. Zo zijn wij door zijn genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven.
Deze boodschap is betrouwbaar. Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt, opdat zij die op God vertrouwen zich er op toe leggen om het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij.
‘ (Uit Titus 3 de verzen 1-8)

Bron citaat: ND – ‘Zou Jezus korte metten maken met het spektakel dat The Passion heet?’ – door Rina Wiskerke

Bron afbeelding: JeffRandleman-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Hij belichaamt het ja…’

Zo waar God trouw is, wanneer ik ja tegen u zeg bedoel ik ook ja, niet nee. De Zoon van God, die wij, Silvanus, Timoteüs en ik, aan u verkondigd hebben, was immers ook niet Iemand die ja zei en nee bedoelde. Hij belichaamt het ja. In Hem worden alle beloften van God ingelost: en daarom is het ook door Hem dat wij amen zeggen tot Gods eer. Het is God die u en ons Christus als fundament geeft, die ons allen heeft gezalfd, heeft gewaarmerkt als Zijn eigendom en ons als voorschot de Geest gegeven heeft.‘ (Uit 1 Korintiërs 1 de verzen 18-22)

Geciteerd: ‘Sommige christenen, onder wie doopsgezinden, zijn altijd uiterst huiverig geweest voor het zweren. Niet alleen omdat Jezus de eed verbiedt, maar ook omdat ze gemakkelijk misbruikt kan worden’, schrijft Dick Schinkelshoek.

Opgemerkt: Toch zullen we hierbij bedenken dat het onze Heer Zelf was Die ons dat voorhield en dat vanwege alle godsdienstigheid onder het Godsvolk, waar men door te zweren zelf gewicht wilde geven aan eigen woorden en daden. De eed zweren bij/voor de overheid is een belijdenis afleggen en dát maakt het in de huidige wereld voor velen moeilijk om de eed af te leggen. Niet het gewicht van onze woorden maar het gewicht van de zaak moet het zweren van een eed rechtvaardigen. Daarom zweert Paulus zelf ook een keer in 2 Korintiërs 1 vers 23.

Ik roep God op als mijn getuige, ik zweer bij mijn leven dat ik van een tweede bezoek aan Korinthe heb afgezien om u te sparen. Ik bedoel dit: wij willen niet over uw geloof heersen, maar juist bijdragen aan uw vreugde. Want u staat vast door het geloof.’ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 23-24)

Bron citaat: ND – ‘De seculiere belofte is zo gek nog niet…’ – door ds. Dick Schinkelshoek

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Niet een synode* maar Gods Woord…

Want voor u is de belofte en voor uw kinderen…’
(Petrus in Handelingen 2 uit vers 39)

Geciteerd 1: Aan het heil van mensen gaat Gods verkiezing vooraf, zeggen alle gereformeerden sinds de Synode van Dordrecht (1618-1619). Daarom is de kinderdoop zo belangrijk: God kiest ons voordat wij Hem kiezen. Het klassieke gereformeerde doopformulier (dat wonderlijk genoeg in de ‘GerGeminNed’ nog steeds bij iedere doop wordt voorgelezen) vertelt dat God in de doop ‘met ons een eeuwig verbond der genade opricht, en ons tot zijn kinderen en erfgenamen aanneemt’. Tegelijk heeft iedere kerk de ervaring dat niet alle gedoopten bij het geloof blijven. Wat betekent hun doop dan?

Opgemerkt 1: Het is nog altijd hetzelfde probleem als in het paradijs: Vertrouwen we God op Zijn Woord of niet. En hoe het dan zit met gedoopt zijn – als kind of als volwassene – en iemand alsnog zijn/haar geloof verliest? Dan hebben wij niet te redeneren, maar het oordeel over zo iemand aan God over te laten. Overigens is dat voor iedereen de opdracht: oordeelt niet. En dat niet oordelen betreft nu met name ook dat oordelen over het wel of niet behouden (wel of niet wedergeboren) zijn van iemand.
Wat we altijd mogen doen is de ander oproepen/aansporen om te leven uit het geloof en dat met woord en daad. En natuurlijk mogen we elkaar aanspreken op wat Gods Woord ons onderwijst over de praktijk van ons eigen leven en dat van ons gemeentelijk/kerkelijk leven en daar kunnen we mogelijk flink van mening verschillen, maar dat hoeft niet te leiden tot het oordelen over iemands staat/behoud.
En dan houdt God ons in Zijn Woord ook nog voor dat Zijn gedachten en wegen hoger zijn dan onze wegen. Dat geeft ons mensen allemaal reden om ons bescheiden te houden aan wat God ons wel in Zijn Woord heeft geopenbaard. En het belangrijkste daarvan is toch nog altijd: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Daar komt in de praktijk maar weinig van terecht. Zelfs onder ‘de beste’ christenen!

Geciteerd 2: Ik geloof dat doop geen teken is maar een daad. Een daad dat volgt op bekering koppie onder!
Opgemerkt 2: Sinds wanneer heeft een menselijke daad Goddelijke zeggingskracht? Wat bij de Doop in Gods Naam gezegd wordt, dat heeft zeggingskracht, wat mensen doen, sprenkelen of kopje-onder niet!

Opgemerkt 3: Misschien helpt dit ook nog. Paulus woorden uit 1 Korintiërs 13 maar dan toegepast op besprenkelen of kopje-onder bij de Doop. Al liet ik mij besprenkelen en ging ik later ook nog kopje-onder bij de Doop, wanneer ik de Liefde (Christus) niet heb, dan baatte mij dat niets. Maar hoe ontvangen wij dan Christus? Door God te geloven op Zijn Woord. Dat geldt voor volwassenen, maar niet minder voor onze kinderen. Wij zijn thuis niet met onze kinderen aan het wachten tot ook zij het besluit nemen om zich te bekeren en te laten dopen. Nee, ook van onze kinderen wordt gevraagd dat ze God geloven op Zijn Woord en dat kunnen we alleen (volhouden) wanneer we leven van Woord en gebed in onze gezinnen. En we weten dat het gebed om de heilige Geest zeker wordt verhoord! En wie dat niet gelooft, die moet nog maar eens Jakobus 1 lezen om te horen wat zo’n bidder verwachten mag…

* Maarten Luther schreef het volgende:

Geciteerd 3: ‘Hoewel ik mensen ken die mijn povere arbeid gering achten en zeggen dat ik alleen maar traktaatjes en Duitse preken maak voor eenvoudige leken, laat ik mij daardoor toch niet ontmoedigen. (…) Ik wil van harte en met genoegen iedereen de eer gunnen grotere dingen te doen dan ik doe, en zal mij echt niet schamen om voor eenvoudige leken in het Duits te preken en te schrijven. Als wij tot nu toe meer ons best gedaan hadden Duits te gebruiken, en het ook voortaan wilden doen, zou dát voor de algemene Christenheid nuttiger zijn dan al die hoogdravende boeken en strijdvragen, die op de hogescholen alleen onder geleerden behandeld worden. Voor mij is het genoeg, ja, meer dan genoeg, dat hier en daar enkele leken mijn preken en geschriften willen lezen – en dat die zich dan ook verootmoedigen uit de grond van hun hart.

Geciteerd 4: Zonder twijfel houden velen het ervoor, dat zij alles al ontvangen hebben als ze hun ellende kennen – ja, als het alleen over het verstand ging: ik weet dat ik een kind van de duivel ben. Maar daar hoort nog veel meer bij, want u ziet hoe afvallig zij worden die veel spreken en schrijven over hun zonde. Ons leven lang hebben we deze stukken te leren, want een christen is die mens, die in de eerste plaats zichzelf kent [door het gebod], in de tweede plaats zich aan Christus houdt [door het geloof], en in de derde plaats goede werken doet [door de liefde]. Welke werken dat zijn, leren de Tien Geboden. Wat daartoe nodig is te bidden, leert het Onze Vader. Dat zijn de drie stukken die een mens tot christen maken.

Geciteerd 5: De volgorde die Luther hier noemt, komt dus geheel overeen met de hoofdlijn van de Heidelbergse Catechismus: Gebod, Geloof, Gebod en Gebed. Opmerkelijk is ook dat Luther hier de Tien Geboden (gebod) en het Onze Vader (gebed), net als de Heidelberger samenvoegt.

Opgemerkt 4: Heel waar en mooi is daarom dat het onderwijs van de Heidelbergse Catechismus begint met te belijden dat wij – als gedoopte gemeente van onze Heer Jezus Christus, jong en oud – eigendom zijn van Hem ‘Die met Zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle heerschappij van de duivel verlost heeft, en mij zodanig bewaart en beschermt, dat zonder de wil van mijn hemelse Vader, geen haar vallen kan, ja ook, dat alle ding tot mijn zaligheid dienen moet, waarom hij mij ook door Zijn heilige Geest van het eeuwige leven verzekert en bereid maakt om van harte en gewillig voor Hem alleen te leven.’ (Zie Zondag 1 vraag en antwoord 1 en ook vraag en antwoord 2).

Bron citaat 1: Nederlands Dagblad – ”De doop is een teken van Gods beloften voor jou – maar niet volgens deze reformatorische kerk” – door Dick Schinkelshoek
Bron citaat 2: Laurens de Vries in een reactie op bovengenoemd artikel (op FB).

Bron citaten 3-5: ‘Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus’ – Samen gesteld door Hugo van Woerden sr.

Onderzoek bij uzelf of u vast op God vertrouwt, stel u zelf op de proef. U weet toch dat Jezus Christus in u is? Als dat niet zo is, dan hebt u de proef niet doorstaan. Hopelijk begrijpt u wel dat dit voor ons geldt. Wij bidden God dat u het kwade nalaat, niet om te bewijzen dat wij geslaagd zijn, maar omdat u het goede moet doen, ook al zouden wij mislukt zijn. Wij kunnen ons niet tegen de waarheid verzetten, wij kunnen ons er slechts voor inzetten. Het verheugt ons werkelijk dat wanneer wij zwak zijn, u zo sterk bent: wij bidden ervoor dat u zich zult beteren. Ik ben nu niet bij u, maar ik schijf u dit alles om bij mijn bezoek niet streng te hoeven optreden, want het gezag dat de Heer mij heeft gegeven is bedoeld om op te bouwen, niet om af te breken.’ (Paulus in 2 Korintiërs 13 de verzen 5-10)

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Scriptures)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geloofsvertrouwen of liever toch al een eigen oordeel…

Wat moeten wij doen? Hoe doen we wat God wil?
(Uit Johannes 6 de verzen 25-40 vers 28)

Geciteerd: De gesprekken met de belijdeniscatechisanten vragen om pastorale wijsheid en fijngevoeligheid.(a) Wij zien slechts de buitenkant: de een zal het goed kunnen verwoorden terwijl het achteraf toch oppervlakkig blijkt te zijn, de ander kan het moeilijk verwoorden maar blijkt toch een diep geloofsleven te hebben. Wij zien aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan! Daarom heeft de kerk de eeuwen door gezegd: wie het christelijk geloof belijdt en overeenkomstig de afgelegde belijdenis leeft, moet naar het oordeel der liefde voor een oprecht christen worden gehouden (zie Dordtse Leerregels III-IV, 15). (b)

Anderzijds zijn er ook belijdende leden die het vanzelfsprekend vinden om aan te gaan. Ze denken: we zijn ertoe verplicht en wanneer we niet deelnemen, horen we er niet bij. Duidelijk is dat dit geen deugdelijke grond voor deelname aan het heilig avondmaal kan zijn. Je gaat niet met anderen mee „omdat het zo hoort”, maar omdat er in het hart een verlangen, een hunkeren (c) is naar de Bruidegom. Wie de Bruidegom niet kent (d), kan en mag (nog) niet deelnemen aan de maaltijd van de Bruidegom.

Concreet: het consistorie heeft opzicht en toezicht te houden op de (aanstaande) belijdende leden. Hebben we in het verleden geen mensen toegelaten (e) die daar (nog) niet aan toe waren? Die op lichtvaardige gronden hun jawoord gaven, wat nu helaas aan hun levenswandel te zien is?

Nog een punt vraagt aandacht. Zonder de indruk te wekken dat we mensen na hun eerste avondmaalsgang moeten examineren, hebben we als ouderlingen wel de dure plicht deze mensen pastoraal te begeleiden. Het is niet wenselijk dat hierover pas veel later gesproken wordt in een regulier huisbezoek. Dat kan wel een halfjaar later zijn. Heb dus ook pastorale zorg voor de leden die voor het eerst deelnamen aan de tafel des Heeren. Wat kan het ons goed doen wanneer ze ons iets in vertrouwen willen delen over de zegen die ze ontvangen hebben in het heilig sacrament. (f)

Opgemerkt 1: Helaas bevat het verhaal van deze predikant verschillende tegenstrijdigheden en dat valt toch een zeer verdrietige zaak te noemen, want het gaat hier om het goed begrijpen en in praktijk brengen (toepassen) van het meest cruciale dat van ons gevraagd wordt in en door Gods Woord: Geloof alleen!

Er is maar één wetgever en rechter: Hij die bij machte is te redden of in het verderf te storten. Maar wie bent u om uw naaste te veroordelen?‘ (Uit Jakobus 4)

Opgemerkt 2: Niet ‘het oordeel der liefde’ is bepalend om iemand voor een (‘oprechte’) (mede)Christen te houden, maar ons geloof! Wij geloven en aanvaarden onze Doop en de Doop van onze broeders en zusters én die van onze kinderen, net zoals wij één heilige, algemene Christelijke Kerk geloven en aanvaarden! We geloven en belijden daarmee de waarheid! Luther heeft dat heel klip en klaar – niet voor tweeërlei uitleg vatbaar – onder woorden gebracht in zijn preek over Psalm 65. En die preek werd gehouden in 1534! Zie de link naar deze woorden van hem onderaan. Het geloof aanvaard voor vast en zeker wat we niet zien en bewijzen kunnen! (Zie ook Hebreeën 11 vers 1).

Opgemerkt 3: Het is dus in de gemeente van onze Heer Jezus Christus zó dat daar kinderen van God (jong en oud!) zich laten onderwijzen in en door Gods Woord (zondags, dagelijks, op school en tijdens de catechisaties) en bij dat onderwijzen – of dat nu de ouders thuis zijn of op zondag de predikant, etc. – zijn wij altijd weer met z’n allen leerlingen, dus zelfs ook de onderwijsgevenden, en die leren soms nog weer meer dan dat ze anderen en de jeugd daarbij kunnen meegeven (laten begrijpen). God gunt Zijn kinderen een leerweg en die is in ieders leven uniek! En er zijn kinderen van God die zelfs hun Doop nooit kunnen leren begrijpen, maar daarom niet minder kinderen van God zijn dan wie dan ook. Juist voor zulke kleinen in het koninkrijk van God sprak onze Heer de woorden: ‘maar de kleinste in het koninkrijk van God is groter dan hij‘, groter dan Johannes de Doper, die door Jezus als grootste profeet van het Oude Testament werd aangewezen (zie Lukas 7 vers 26-30)

Opgemerkt 4: Het is Bijbels gezien helemaal juist om van de jeugd te verwachten – en hen dat zelf ook leren te begrijpen! – dat zij belijdenis van hun geloof zullen afleggen na het doorlopen van het ‘standaard catechisatieonderwijs’. Ze kunnen de waarheid, die ze van kinds af aan gehoord en geloofd hebben, nu alleen nog door (hun) ongeloof (willens en wetens!) afwijzen. Wanneer ze na al dat onderwijs besluiten om geen belijdenis van hun geloof af te leggen, dan miskennen ze in ongeloof de waarachtigheid van hun Doop* en van al het Evangelie-onderwijs dat ze thuis en in de kerk ontvangen hebben. En dát is ongeloof! Niet een bewijs van vrome nederigheid of van een onvermogen tot zelfbeoordeling*, want dat vraagt het Evangelie niet van ons! Bij het aangaan aan het Avondmaal wordt geloof – Christelijk geloof! – en een eerbiedig aangaan van ons gevraagd, meer niet!

* Natuurlijk kan het helaas ook zo zijn dat ze de Goddelijke waarachtigheid van hun Doop niet hebben leren zien en begrijpen uit Gods Woord vanwege het onderwijs dat ze gekregen hebben thuis en/of in de kerk en/of op school en/of op catechisatie.

Opgemerkt 5: Dat de zaak van geloof en belijdenis doen en aangaan aan het Avondmaal zo (eenvoudig) is als hier wordt voorgesteld, dat wordt bevestigd door Jezus dankbare woorden bij het geloof van een Romeinse centurion, bij de Kananese vrouw, de Samaritaanse vrouw bij de bron, de vrienden van de verlamde man, etc. en door het woord dat Hij sprak tot de kinderen van Gods volk die Hem vroegen: “Wat moeten wij doen? Hoe doen we wat God wil?” En toen te horen kregen: “Dit moeten jullie voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft.” (zie Johannes 6 de verzen 25-40)

Dit eenvoudige je met elkaar ‘kind van God’ mogen weten door het ‘geloof alleen’ wordt ook bevestigd door de woorden van Paulus aan de nog niet zo lang geleden gedoopte leden van de gemeente in Korinthe (zie 1 Korintiërs 3!) en ook door de apostel Petrus* wanneer hij een (de) gedoopte gemeente(n) voorhoudt dat ze beslist ook naar al de woorden van de profeten van het Oude Testament hebben te blijven luisteren en daar goede aandacht aan te geven om van te leren: ‘totdat de dag aanbreekt en morgenster opgaat in uw harten‘ (zie 2 Petrus 1 de verzen 18-21). Geloven is aan een leerweg beginnen en die blijven gaan ook door een volhardend blijven strijden en dat met voortdurend het oog op onze Leidsman en Voleinder van het geloof: Jezus Christus onze Heer – zie Hebreeën 12 de verzen 1-13!

* Petrus had dit zelf – bij zichzelf en de anderen – zien gebeuren in zijn leven! Bij Judas gebeurde dat niet, maar toch heeft de Heer niet van Zijn discipelen gevraagd om elkaar met een bepaald voorbehoud en een zekere argwaan te bevragen en beoordelen. Zelfs het Laatste Avondmaal – waar Jezus het brood brak en uitdeelde en de beker nam en liet doorgeven om daaruit te drinken – heeft Judas nog mogen bijwonen en meevieren!

(a) Ónze fijngevoeligheid en wijsheid; (b) Óns oordeel der liefde; (c) Óns hunkeren; (d) Óns kennen (e) Óns toelatingsbeleid; (f) Óns ervaren (1) <versus> eenvoudig vertrouwend in geloof zien op Gods beloften, die ons waarachtig worden toegezegd in en door Gods Woord en zoals die aan ons waarachtig werden betekend en verzegeld met en door de Doop en zoals die steeds weer aan ons worden voorgehouden en geleerd in en door Gods Woord en in en door de doorgaande verkondiging daarvan.

(1) Calvijn zei over het Avondmaal: ik ervaar meer dan ik begrijp. Maar Luther zei hier: ik geloof, ook als ik niet begrijpen en ervaren kan.* Ik mag bij het aangaan aan het Avondmaal, zelfs bij alle twijfel over eigen waardigheid toch aangaan in geloof en ik mag daarbij zelfs zien op het geloof van mijn broeders en zusters die mij aansporen om aan te gaan. De Kerk is een geloofsgemeenschap en wij worden daar niet alleen geholpen en gedragen door het geloof dat onszelf geschonken wordt, maar ook door het geloof van onze broeders en zusters. Dat geloof en die geloofssteun van onze broeders en zusters kunnen wij niet missen, al weten we ook dat bij God alle dingen mogelijk zijn. We kunnen van Hem geloofskracht ontvangen zelfs ook wanneer al onze broeders en zusters je ontvallen of zich (schijnbaar) met z’n allen tegen je keren.

* Luther had geen hoge dunk van de bijdrage van het menselijk verstand voor/aan het geloof. Daarom kon en wilde hij Jezus’ woorden bij het brood en de wijn van het Avondmaal ‘Dit is Mijn lichaam’ en ‘dit is Mijn bloed’ ook maar gewoon ‘laten staan’ en aanvaarden in (het) geloof.

Link naar woorden uit de preek (1534) van Maarten Luther: ‘Kijken met ogen als van een koe...’

Bron citaat: RD Opinie – ‘Nauwe verhouding geloofsbelijdenis en avondmaal vraagt om pastorale fijngevoeligheid’ – door drs. W.P. Emaus (predikant van de hervormde gemeente De Bron te Urk).

Bron afbeelding: Heartlight

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Hijzelf zorgt voor u!’

Veertien vertroostingen (nr. 5)

Voor ‘de werkers’ die vermoeid en belast zijn – door Maarten Luther,
Augustijner monnik te Wittenberg (1520)

Over het kwaad van het verleden of het kwaad dat we inmiddels achter ons gelaten hebben.

Geciteerd: De zoete genade van God de Vader schijnt helderder in deze overdenking dan in de andere en kan ons in elke nood troosten. Nooit voelt een mens de hand van God dichter op hem of haar dan wanneer de jaren van het vroegere leven herinnerd worden. Augustinus zegt: “Als iemand de keuze kreeg tussen sterven en zijn of haar vorige leven opnieuw leven, dat we dan zeker voor de dood zouden kiezen, gedachtig de grote gevaren en het kwaad waaraan men ternauwernood ontsnapte.” Wanneer je hier goed over nadenkt, dan besef je dat dit woord zeer waar is.

Terugblikkend kan een mens overdenken en beseffen hoe vaak men veel dingen deed en leed zonder inspanning of zorg van zichzelf uit, ja, zelfs zonder of tegen de eigen wil in. Men gaf er weinig aandacht aan voordat ze plaatsvonden of terwijl ze al aan de gang waren, en pas nadat alles voorbij was, kon men niet anders dan met verbazing de kreet slaken: “hoe hebben deze dingen mij toch kunnen overkomen, terwijl ik er geen bemoeienis mee had en aan heel iets anders mijn aandacht gaf.”

Dit horen we ook in het gezegde: “De mens wikt, God beschikt” (Prediker 16 vers 9). Dat wil zeggen dat God de zaken omkeert en heel iets anders laat gebeuren dan wij mensen hadden bedacht en gepland. Vanwege deze realiteit van het leven is het onmogelijk om te ontkennen dat ons leven en werk onder de leiding staan, niet van onze eigen voorzienigheid en zorg, maar onder de wonderbaarlijke kracht, wijsheid en goedheid van God. Hierdoor beseffen we hoe vaak God bij ons was toen we dat noch zagen, noch voelden, en hoe waar het is wat Petrus ons gezegd heeft: “Hijzelf zorgt voor u” (1 Petrus 5 vers 7).

Daarom, zelfs als er geen boeken of preken waren, zouden onze eigen levens, die door zoveel kwaad en gevaar heen geleid werden, indien nader beschouwd, ons overvloedig tonen de altijd aanwezige en meest tedere goedheid van God, Die ver boven onze gedachten en gevoelens, ons droeg in Zijn boezem. Zoals Mozes zegt in Deuteronomium 32 vers 10: “De HERE omringde hen, Hij onderwees hen, Hij beschermde hen als Zijn oogappel.

Maarten Luther: Tessaradecas Consolatoria Pro Laborantibus et Onantis (Weimarer Ausgabe) WA 6, (99) 104-134. (Gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, Vol. 42, blz. 117 FF)

NB. Dit is een vertaling van de Engelse versie van dit Luthercitaat.

Bron citaat: Als u de Engelstalige Luther-citaten naar familie of vrienden wilt laten sturen, kunt u (met hun toestemming) het e-mailadres verzenden naar: info@martinluther-quotes.nl
Abonneren en afmelden van de wekelijkse citaten via dit e-mailadres of op http://www.maartenluther.com Deze e-mails zijn gratis en er wordt niet gevraagd om donaties.

Vernedert u dan onder de machtige hand van God, opdat Hij u verhoge op Zijn tijd.
Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.
(Uit 1 Petrus 5 vers 6-7)

Bron afbeelding: Pinterest – Pin on Faith and Inspiration

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Vloekpsalmen vragen om een ‘totale ommekeer’…

Verspreid als aarde, geploegd en omgewoeld ligt ons gebeente
bij de muil van het dodenrijk.‘ (David in Psalm 141 vers 7)

Geciteerd 1: Psalmen is mijn favoriete Bijbelboek. Bijna elk vers is onderstreept. De verzen die vijanden vervloeken niet. Want hoe zou iemand het met zoiets onmenselijks eens kunnen zijn, ook al staat het in de Bijbel? Dat leek me logisch, vóór de oorlog. Nu zie ik dat anders.

Geciteerd 2: Het postmodernisme was fascinerend: zogenaamde evolutionaire vooruitgang en een geloof in toenemende humaniteit. Maar het bleek ongelijk te hebben. De boodschap van de Bijbel is nog steeds actueel. Zwart en wit zijn er nog steeds, goed en kwaad, God en de duivel, agressors en slachtoffers. Een Joodse wijsheid benadrukt dat God Zich altijd identificeert met de degene die onrecht is aangedaan. God kiest partij. Elie Wiesel zei: „Ook wij moeten altijd partij kiezen. Neutraliteit helpt de onderdrukker, nooit het slachtoffer. Stilte moedigt de folteraar aan, niet de gekwelde.” Er is vergeving beschikbaar, zelfs voor mensen die anderen martelen. Maar eerst moeten ze ophouden zich te identificeren met hun zonde. Als God mensen wil vergeven, nodigt Hij hen niet zozeer uit om zich beter te gedragen. Nee, Hij vraagt een totale ommekeer, een volledige koerswijziging.

Opgemerkt 1: Eerlijk gezegd verbaast het me wel dat de Bijbel nu op dit punt ineens wel goed begrepen wordt en eerder blijkbaar niet of minder, terwijl de wereld voor deze agressie van Rusland tegen de Oekraïne er heus niet minder gewelddadig om was. We moeten er oog voor hebben dat heel wat van de psalmen waarin God gevraagd wordt om de misdadigers te straffen, gaan over misdadigers die leefden in de nabijheid van koning David, aan het hof van Saul en later ook in zijn eigen land en stad en aan zijn eigen hof. We lezen ook verschillende keren dat God gevraagd wordt het leed dat zijn tegenstanders hem wilden aandoen of God dat op hun eigen hoofden en gezinnen en families wilde doen neerkomen.
En in Psalm 137 waar gesproken wordt over de het ‘grijpen van kinderen van Babel’ om hen ‘op de rotsen te verpletteren’ grijpt de dichter ook terug op wat de Babyloniërs hen eerder aangedaan hadden.

Opgemerkt 2: We vinden van David in Psalm 141* ook ootmoediger woorden (zie de verzen 5 en 6), we hebben ook gehoord wat de profeet Jeremia het volk heeft moeten aanraden en we weten ook van de houding van Daniël tegenover de koningen van Babel en meer nog: we weten hoe onze Heer Jezus Christus gesproken heeft over en tot de overheden (Joods en Romeins) in Zijn dagen hier op aarde en ook van Zijn woorden aan het kruis, die later worden overgenomen door Stefanus en die later verhoord zijn toen de Farizeeër Saulus zich bekeerde…
* En o.a. in de Psalmen 38 en 39 belijdt hij ook om eigen schuld te lijden onder tegenstand en tegenstanders.

Opgemerkt 3: En wanneer we de woorden ‘totale ommekeer’ in de mond nemen en neerschrijven, kunnen we daarover dan zelf goed meepraten en getuigenis van geven? Hebben wijzelf in ons leven zo’n totale ommekeer al in praktijk gebracht en dat ook al voordat onheil ons overviel? Misschien was daar in de Oekraïne meer en al eerder aanleiding toe en kwam het er daar vaker van dan hier in West Europa, maar ook dan hebben we ons de vraag stellen: waar en bij wie dient ‘totale ommekeer’ allereerst gevonden te worden of zijn we daarmee misschien al te laat? En met hoeveel recht en reden mogen we een ‘totale ommekeer’ verwachten en min of meer zelfs eisen van onze huidige ‘tegenstanders’ – o.a. door vloekpsalmen te bidden en door die Poetin en zijn trawanten voor te houden en door anderen te vragen daarin mee te bidden en door niet bereid te zijn tot vergeving en gebed daarom…

Tot slot: lees ook nog (weer) deze blog: ‘Met beide voeten in “de tekenen der tijden”

Bron citaat: RD Opinie – ‘Psalmen doen recht aan agressor en slachtoffer’ – door Nadiyka Gerbish

Zou een rechtvaardige mij slaan, het was mij een weldaad, zou hij mij straffen, het was balsem op mijn hoofd. Zou ik lijden onder de kwaden, dan nog bleef ik bidden, en werden hun leiders van de rotsen geworpen, van mij hoorden ze woorden van deernis.‘ (David in Psalm 141 de verzen 5-6)

Bron afbeelding: Uzivatel RichNChrist na Twitter

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat nutten ons de eureka’s van theologen?

Maar broeders en zusters, ik kon tot u niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb u melk gegeven, geen vast voedsel; daar was u niet aan toe. En ook nu nog niet, want u bent nog gebonden aan de wereld. Wanneer u afgunstig en verdeeld bent, dan bent u toch gebonden aan de wereld, dan leeft u toch als ieder ander? Wanner de één zegt: “Ik ben van Paulus,” en een ander: “Ik van Apollos,” bent u dan niet als alle andere mensen.‘ (Uit 1 Korintiërs 3 uit de verzen 1-3)

Geciteerd: Onzekerheid en geloven horen bij elkaar in het leven van columnist Reina Wiskerke.

Opgemerkt 1: Het is dan maar de vraag wat voor onzekerheid en wat voor twijfel bedoeld wordt. En we hebben geen theologen nodig om twijfel weg te nemen, maar het Goddelijk Woord en geloof hechten aan dat Woord.* Wanneer je niet betwijfelt dat je kort na je geboorte bent gedoopt, dan weet je dat je een Goddelijke garantie ontvangen hebt dat je kind van God bent. Dat mag een ongedoopt kind dat in een gemeente van Jezus Christus geboren is ook al weten op grond van Gods Woord, maar God weet hoe wij mensen zijn en daarom schonk Hij ons de Doop. Niemand kan je Doop ontkennen en daarmee het feit dat je kind van God bent. Hij heeft er voor gezorgd dat er nog een kerkelijke gemeente was waar jouw ouders je ten doop hielden en het is helemaal Zijn werk geweest dat het er van kwam en Zijn Goddelijk Woord heeft daar geklonken. Daar kan geen theoloog een speld tussen krijgen, zelfs niet met wijzen op ‘tweeërlei kinderen van het Verbond’. Want kinderen die van hun Vader weglopen en Hem niet liefhebben zijn nog altijd weggelopen kinderen. En wanneer ze zelfs zelf willen ontkennen dat ze een Vader hebben, kunnen ze dat feit niet ongedaan maken. Ze geloven de leugen en je mag altijd blijven hopen dat ze toch nog tot erkentenis van de waarheid zullen komen. En eenmaal zal dat alsnog gebeuren weten we uit Gods Woord…
* En dat doen we niet uit eigen kracht en in eigen wijsheid, maar we gebruiken kinderlijk (!) trouw de middelen die God ons daarvoor gegeven heeft.

Opgemerkt 2: Nu zijn er ook gemeenten/kerken waar de theologen/voorgangers (leerling artsen) de zieken (en dat zijn ze allemaal daar, inclusief de theologen/voorgangers!) bepaalde middelen willen onthouden (Doop en/of Avondmaal) en beweren dat de patiënt eerst zelf overtuigd moet zijn geraakt van ziekte en anderen duidelijk kan maken dat hij/zij er naar verlangt om genezen te worden; en het kan ook gebeuren, wanneer de patiënt die overtuiging heeft, dat men dan het geneesmiddel te kostbaar acht om het de patiënt toe te dienen. De patiënt moet dan eerst zichzelf en ook de anderen overtuigd hebben dat een dergelijk kostbaar medicijn ook door hem of haar gebruikt mag worden. Ondanks dat vaststaat dat allen ziek zijn, dat de betreffende patiënt het medicijn graag zou gebruiken, wordt het gebruik van het medicijn niet ingezet omdat (nog) niet duidelijk zou zijn dat de patiënt het ook waard is. Die moet eerst allerlei kenmerken van herstel vertonen en aantonen voordat het gebruik ervan kan en mag worden ingezet. Een wonderlijk ziekenhuis zo’n gemeente/kerk! Zouden ze er niet genoeg luisteren naar de Eigenaar, de grote Geneesheer?

Bron citaat: Nederlands Dagblad – ‘Telkens komen er theologen die eureka roepen bij twijfel’ – door Reina Wiskerke

Laat niemand van u zichzelf bedriegen. Wanneer iemand van u denkt dat hij in deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden; pas dan kan hij wijs worden. Wat namelijk in deze wereld wijsheid is, is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: “Hij vangt de wijzen in hun sluwheid.” En er staat ook geschreven: “De Heer kent de gedachten van de wijzen; Hij weet dat ze niet meer dan lucht zijn.” Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want alles is van u, of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God.‘ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 18-23)

Bron afbeelding: Online Bible – Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie