Tegen de Revolutie, het Evangelie!’

Titel is een uitspraak van Groen van Prinsterer (1801 – 1876)

Geciteerd 1: Al deze dingen doe je niet ongestraft. Eens betaal je daarvoor de rekening. BBB heeft die rekening gepresenteerd, en met die broodnuchtere stem dient zich een partij aan die zich gelukkig niet verliest in pleidooien voor boekverbrandingen, antisemitische hondenfluitjes en krankzinnige complottheorieën. Het stelsel als zodanig staat bij BBB niet ter discussie, en de partij lijkt zich constructief op te willen stellen.

Geciteerd 2: Wat de opkomst van BBB ook aan het licht brengt, is dat er geen ideologische accolade meer om die brede protestbeweging kan worden geslagen. BBB is pragmatisch, en hoe de partij zich zal ontwikkelen, is nog onduidelijk. Daarmee staat ook de vraag open of BBB een conservatieve bondgenoot voor christelijke politici zal zijn. Ik hoop het natuurlijk van harte, en geef BBB vooralsnog meer dan het voordeel van de twijfel. De patstelling tussen liberaal paternalisme en onverantwoord populisme lijkt doorbroken.

Geciteerd 3: De Franse Revolutie was een Europese aangelegenheid. De omslag in het denken – die de menselijke rede tot bron en maatstaf van waarheid en recht maakte en theorieën de plaats van de Traditie liet innemen – deze doorbraak van „het theoretisch en praktisch ongeloof” in de politiek, rommelde door geheel Europa. Dat Burke hem daarvoor de ogen had geopend en dat hij daardoor had leren inzien wat hem te doen stond – namelijk de Revolutie met het Evangelie bestrijden – deed Groen Burke prijzen als „de leider en profeet van de oorlog tegen de Revolutie.”

Geciteerd 4: Zijn grote bewondering voor Burke en zijn erkenning van de noodzaak bondgenootschappen te sluiten, hebben er overigens niet toe geleid dat Groen en de Nederlandse conservatieven een blijvende alliantie hebben gesloten. Aanvankelijk waren zij één in het verzet tegen een gemeenschappelijke vijand. Want ook het oude patriciaat, dat aan de paternalistische staat wilden vasthouden, bestreed de Grondwet van 1848. Maar de meesten van deze behoudsgezinde notabelen en aristocraten zouden zich later – toen ook de lagere bevolkingsgroepen zich gingen roeren – bij de behoudende liberalen aansluiten. Groen brak in 1871 met hen. „Ik mag niet anders. Ik zal niet anders. Al bleef ik helemaal alleen”, schreef Groen.

Geciteerd 5: Rond die tijd ontstonden de contacten tussen Groen en Abraham Kuyper. Groen raadde hem aan Burke te lezen, „de coryfee van het antirevolutionaire staatsrecht.” Kuyper las vervolgens ook de acht delen en werkte de antithese uit tussen rationalisme en Verlichting, belichaamd in de liberaal-materialistische staat, versus het christendom en een volgens goddelijke beginselen organisch geordende nationale gemeenschap. „Het was de Nederlandse variant van het nieuwe conservatieve model” (Von der Dunk).

>> Leestip: Psalm 74

Bron citaten 1-2: RD Opinie (01-04-2023) ‘Wat brengt de opkomst van BBB aan het licht?’ door Bart Jan Spruyt
Bron citaten 3-5: RD Binnenland (24-08-2000) – ‘Leiders in de oorlog tegen de Revolutie’ – door Bart Jan Spruyt

‘Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek der natiën.’ (Spreuken 14 vers 34)

Bron afbeelding: Pray-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De klimaatcrisis: Nood breekt wetten?

‘In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered.‘
(Uit 1 Petrus 3 uit vers 20)

Geciteerd 1: Waar het uiteindelijk om gaat, is een inschatting van de urgentie. Dat inzicht mis ik in genoemd commentaar. Wie ziet hoe laat het is (23.55 uur) maakt haast. En doet dan dingen die in de regel niet kunnen en mogen. Je mag de deur van buurmans huis niet intrappen. Maar als de vlammen eruit slaan, doe je het. Om mensen te redden. Volgens mij gaat het de snelwegbezetters daarom. Het is een gevaarlijke beslissing. Maar zonder gevaarlijke beslissingen komen we er niet in het leven.

Geciteerd 2: Niets maakt onze opstand tegen God duidelijker dan de klimaatcrisis. De kerkvader Ambrosius benadrukte in de vierde eeuw al dat we de scheppingsopdracht ten gunste van onszelf omdraaien: Waarom denken we meester te zijn over de aardse vruchten, wanneer de aarde een vergankelijk offer is? Door te vergaren vinden we slechts leegte en tekort, zei Ambrosius, en hij benadrukte dat we te gast zijn op aarde.

Geciteerd 3: Nood breekt wetten. We hebben tijdelijk een klein regeltje overtreden ten behoeve van een veel grotere zaak die geen uitstel meer duldt. Het past een christen niet om (gezagsgetrouw) toe te kijken terwijl de schepping wordt verwoest.

Opgemerkt 1: Lees deze blog over het ‘Doperse activisme’ van Petrus Datheen.

Opgemerkt 2: Als de klimaataanpak werkelijk een dergelijke urgentie heeft dan zullen we niet alleen een landelijke maar zelfs een Chinese (wereld!)dictatuur nodig hebben om tot de nodige aanpak en resultaten te kunnen komen. Lees en overdenk hierbij de inhoud van deze blogs: ‘Wacht u voor teleurstellingen…‘

Bron citaat 1: RD Opinie – ‘Is Paulus tegen een snelweg blokkade?’ – door Sam Janse
Bron citaten 2-3: RD Opinie – ‘Christen mag niet toekijken terwijl schepping wordt verwoest’ – door Jacquelien Bulterman, Jelle Hermsen en Lieke Weima

‘Het einde van alles is nabij. Kom daarom tot bezinning en wees helder van geest, zodat u kunt bidden.‘ (uit 1 Petrus 4 vers 7)

Bron afbeelding: DailyVerses-net (Bible verse of the day)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over homogenezing gesproken…

‘Dit is de drinkbeker, het nieuwe testament in Mijn bloed, dat voor jullie vergoten wordt.‘
(Uit Lukas 22 vers 20)

Geciteerd: Zij die hun zwakheid voelen en er graag van verlost zouden worden en naar hulp verlangen (1), moeten het sacrament niet anders beschouwen en gebruiken dan als een kostbaar tegengif tegen het vergif dat ze in zich hebben. Want in het Avondmaal zul je uit de mond van Christus niet alleen vergeving van al je zonden ontvangen, maar ook genade van God; daarbij de heilige Geest met al Zijn gaven; bescherming en kracht tegen zonde, dood, duivel en alle ongeluk. In deze woorden van onze Heer heb je dus van Godswege zowel het gebod als de belofte van onze Heer.
Bovendien moest je eigen nood die je op de hals ligt (2), je als vanzelf al daarheen drijven. Vandaar dit gebieden, lokken en beloven! Want Hij zegt zelf in Matteüs 9 vers 12: ‘Zij die gezond zijn, hebben geen arts nodig, maar zij die ziek zijn.’ (3) Dat wil zeggen: allen die vermoeid en beladen zijn met zonde, vrees voor de dood, aanvechtingen van het vlees en de duivel. Ben je nu beladen en voel je je eigen zwakheid, kom dan met een vrolijk hart en laat je verkwikken, troosten en versterken. Want als je wilt wachten tot je dit alles kwijt bent en rein en waardig tot het Avondmaal kunt komen, dan moet je voor eeuwig wegblijven. Want dan velt Hij het oordeel en zegt: Ben je al rein en vroom, dan heb je Mij niet nodig, en ik heb jou niet nodig. (4) Daarom worden alleen zij onwaardig geacht die hun gebreken niet voelen en die geen zondaars willen zijn.

Opgemerkt: Onze Heer vierde het Avondmaal met al zijn discipelen terwijl hij wist dat één van hen Hem verraden zou en dat alle anderen van Hem zouden wegvluchten en zelfs ook verloochenen. Maar Hij heeft voor hen gebeden. Aan deze viering van het Avondmaal ging ook niet zonder reden de voetwassing door onze Heer Zelf vooraf. Hijzelf reinigde hen eerst en gaf hen daar geen gelegenheid zichzelf (of elkaar en/of onze Heer) eerst de voeten te wassen voor ze aangingen.

>> Leestip: 1 Korintiërs 11 : 17-34 (kerntekst vers 26) (5)

(1) En welke gelovige weet niet van zijn eigen zwakheid en zondigheid waarvan we pas geheel verlost zullen worden en voor eeuwig van verlost zullen zijn bij de terugkomst van onze Heer. David heeft dat (ook met en voor ons) beleden in Psalm 51 en we weten van zijn latere leven dat hij ook toen nog weer te strijden had vanwege eigen zwakheid en zondige natuur – zie ook 1 Korintiërs 15 : 42-49.
(2) Matteüs 11 de verzen 28-29.
(3) Het is dus een ‘ziekenboeg’ daar aan de Avondmaalstafel.
(4) Zie Johannes 13 de verzen 8-11
(5) Wij verkondigen met en door het aangaan ootmoedig dat de dood van onze Heer ook nodig was voor mijn zonden en dat we ook nu weer reiniging nodig hebben en (mee daarom) verlangend uitzien naar de wederkomst van onze Heer.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ – Citaat/meditatie van 11 maart – Den Hertog uitgeverij (Houten)

‘Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigen jullie de dood van de Heer, totdat Hij komt.‘ (Uit 1 Korintiërs 11 vers 26)

Bron afbeelding: Yahoo
Communion Bible verses and Scriptures to Inspire and Guide You.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Abraham ‘aartsvader van de zelfopoffering’?

‘Van Abraham wordt gezegd: “Hij vertrouwde op God, en dat werd hem als daad van gerechtigheid toegerekend.” Jullie zien dus dat zij die geloven kinderen van Abraham zijn.‘ (Uit Galaten 3 de verzen 6-7)

Geciteerd: In veel vormen van loslaten ligt een offer besloten. Ook in Bijbels opzicht krijgt ons leven pas zin wanneer wij bereid zijn om een offer te brengen. God vroeg Abraham om zijn enige zoon Izaäk te offeren, om alles los te laten. Abraham maakte de keuze om zijn zoon los te laten en God te gehoorzamen. Abraham was zo de wegbereider ofwel aartsvader van de zelfopoffering.

Opgemerkt 1: Bij deze interpretatie van ‘het op de proef gesteld worden van Abraham’ komt de nadruk te liggen op de gehoorzaamheid van Abraham en niet op het geloof (het Godsvertrouwen) van Abraham en dat is geen geringe en zelfs een schadelijke misvatting bij dit gebeuren. Het is toch niet voor niets dat Abraham de vader van alle gelovigen wordt genoemd en niet de vader van alle (zelfop)offeraars.

Opgemerkt 2: Wij dienen goed te beseffen dat Abraham al een hele ‘geloofsontwikkeling’ had doorgemaakt (met vallen en weer opstaan) voordat God hem op de proef stelt. Abraham had geleerd dat God Zijn beloften nakomt en hij had goed gehoord en wist heel precies dat God gezegd had: ‘Wat je vrouw Sarai betreft, voortaan moet je haar niet Sarai noemen maar Sara. Ik zal haar zegenen en jou bij haar een zoon geven. Ik zal haar zo rijk zegenen dat er volken uit haar zullen voortkomen en er koningen van haar zullen afstammen.‘ (…) ‘Je vrouw Sara zal je een zoon baren, die je Isaak moet noemen, en met hem zal ik mijn verbond voortzetten. Het zal een eeuwigdurend verbond zijn, dat ook voor zijn nakomelingen zal gelden.’  En dat beloofde God toen zij beiden al op een leeftijd waren waarop het verwekken van een kind vanuit menselijk oogpunt niet meer mogelijk werd geacht – zie Genesis 17 : 15-19 en 18 : 9-15

Opgemerkt 3: Toen God Abraham de opdracht gaf om zijn zoon Isaak te offeren was hij er door het geloof vast van overtuigd dat God Zijn belofte niet zou verbreken en daarom kon hij eerlijk tegen Isaak zeggen ‘God zal zich Zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’ In de Hebreeënbrief lezen we: ‘hij, tot wie gezegd was: “Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken”, overwogen heeft dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken.’ (zie Hebreeën 11 : 17-19).

Opgemerkt 4: Abraham zal ook goed beseft hebben dat hij Isaak niet zijn bezit en eigendom kon noemen, maar dat Sara en hij hun zoon op zeer bijzondere en wonderlijke wijze uit Gods hand ontvangen hadden. Hij kon van Isaak in feite alleen maar zeggen dat hij vanaf de verwekking Gods bijzondere eigendom was geweest.

Opgemerkt 5: Zeggen wij niet van alle offers die we brengen dat we teruggeven aan God wat we uit Zijn hand ontvingen? Daarom was in het OT het offeren van dieren met gebreken een zware zonde voortkomend uit ongeloof en dus een duidelijk teken van gebrek aan geloofsvertrouwen. Het maakte duidelijk dat men meende er meer voordeel van te hebben een gezond dier voor de eigen kudde en daarmee voor zichzelf te bewaren, dan dat men erop vertrouwde dat God werkelijk acht zou willen slaan op dat offer.

Opgemerkt slot: Laten we nagaan hoe het staat met ons geloofsvertrouwen en wat dat betekenen zal voor ons omgaan met elkaar* (dat eerst!) en ons omgaan met geld en goed. Hoeveel hebben we aan onszelf toebedeeld omdat we meenden onszelf eerst maar eens veilig te moeten stellen en hoeveel was er toen (en nu!) nog over om er God en daarmee/daardoor onze naasten mee te dienen?
* Onze broeders en zusters en onze medemensen: ‘Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs.’ (Uit Galaten 6 vers 10)

>> Leestip: Romeinen 4

Bron citaat: RD Opinie – ‘Loslaten kan bevrijdende werking hebben’ – door Th.J. Hofland (De auteur is relatietherapeut in Gorinchem.)

‘Iemand die zijn loon verdient, krijgt het niet als gunst maar als een recht. Maar iemand zonder verdienste, die echter vertrouwt op Hem Die de schuldige vrijspreekt, wordt vanwege zijn vertrouwen rechtvaardig verklaard.‘ (Uit Romeinen 4 de verzen 4-5)

Bron afbeelding:  Zie afbeelding.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een levende en tot ons sprekende God…

Na de woorden van God tot Job (zie Job 38-41) antwoordde Job: ‘Ik weet dat niets buiten Uw macht ligt en geen enkel plan voor U onuitvoerbaar is. Wie was ik dat ik, door mijn onverstand, Uw besluit wilde toedekken? Werkelijk, ik sprak zonder enig begrip, over wonderen, te groot voor mij om te bevatten.‘ (Uit Job 42 de verzen 1-3)

Wanneer Job een tijd lang met zijn vrienden in gesprek is geweest en daarbij niet werkelijk van hen bevredigende en vertroostende antwoorden ontving op zijn vragen en klachten – ze antwoordden hem vanuit hún beeld van God en hún visies op God (1), dan antwoord God Job vanuit een storm. En dan wil God Job eerst heel wat voorhouden (zie Job 38-41) voordat hem gelegenheid gegeven wordt om antwoord te geven. En dan blijkt dat Job, ondanks dat hij geen antwoord kreeg op al zijn eerdere vragen en klachten, zich toch getroost weet en wel omdat Job iets van de grote majesteit en macht van God heeft mogen aanschouwen door de woorden die vanuit een stormwind tot hem gesproken werden.

De woorden in het boek Job zijn geschreven om ook ons te doen beseffen dat wij in de Bijbel te maken hebben de levende God, Die ook vandaag nog weer tot ons maar ook met ons spreken wil.

In de Hebreeënbrief lezen wij (in de aanhef, de verzen 1-4): ‘Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon, Die heeft Hij aangewezen als de enige Erfgenaam en door Wie Hij de wereld heeft geschapen. In Hem schittert Gods luister, Hij (niet de eerste Adam!) is Zijn evenbeeld, Hij schraagt de schepping met Zijn machtig Woord… (lees ook het vervolg in Hebreeën 1)

Uit het boek Handelingen en de brieven blijkt hoezeer de gemeenten zijn aangewezen op het onderwijs uit Gods Woord en dat is naar het voorbeeld van onze Heer (zie bijv. Lukas 4 : 14-15 en Lukas 10 : 38-42) en ook naar Zijn opdracht, zoals de discipelen/apostelen van Hem te horen krijgen in het slot van Matteüs: ‘Maakt alle volken tot mijn discipelen door hen te dopen en hen te onderwijzen al wat ik júllie geleerd heb.’ (naar Matteüs 28 de verzen 19-20)

Dat het de bedoeling is dat de gemeente in haar (zondagse) samenkomsten onderwijs ontvangt, dat blijkt uit de brieven van Paulus aan Timoteüs en Titus, maar ook in de eerste brief aan de Korintiërs laat Paulus in duidelijke woorden weten dat de samenkomsten door onderricht opbouwend dienen te zijn voor heel de gemeente en zelfs ook voor eventuele ‘buitenstaanders’ die te gast zijn in een samenkomst. Paulus wil met zijn adviezen beslist ook aansluiten bij de manier waarop er in de Joodse synagogen op de sabbat onderwijs werd gegeven en hij zal daarbij ook gedacht hebben aan het onderwijs van onze Heer in de synagogen van Israël. (2)

Paulus verlangt dat in de samenkomsten van de gemeente de woorden van de sprekers (‘profeten’) naderhand beoordeeld worden, namelijk of deze woorden wel ‘naar de Schriften’ geweest waren en in overeenstemming met het Evangelie dat de apostelen verkondigd hadden. We mogen aannemen dat alleen daartoe bekwame mensen – met kennis van de Schrift (OT) en het Evangelie – de gelegenheid werd gegeven om daarover – zo nodig! – nog wat te zeggen.

Het werk dat de Geest door luisteren naar het Woord van God wil doen in de harten en levens van de hoorders, daar zullen we op vertrouwen in de gemeenten van onze Heer Jezus Christus. Paulus doet dat ook en daarom draagt hij Timoteüs op: ‘Leg je toe op het voorlezen uit de Schrift, op de prediking en het onderricht.’ (…) ‘Richt je hierop, maak het je eigen, zodat voor iedereen duidelijk wordt dat je vorderingen maakt. Neem je in acht, houd je aan de leer en blijf dat doen; dan red je zowel jezelf als degenen die naar je luisteren.’ (zie Timoteüs 4 : 11-16)

Nu wij allemaal een Bijbel in huis en in eigen bezit hebben, nu kunnen wij niet alleen in de samenkomsten maar ook dagelijks luisteren naar wat de Geest door Gods Woord tot ons te zeggen heeft. En wij weten (geloven en belijden op grond van onze Doop) dat de Geest ook ons geschonken is en dat Hij door Zijn werk onze harten opmerkzaam maakt voor wat God ons in Zijn goedheid geschonken heeft – zie 1 Korintiërs 1 : 9-16 en ook Romeinen 8.

Dat laatste geeft ons ook alle reden om vertrouwen te hebben in het nut en de kracht van de heel gewone ‘huisgodsdienst’, dus dat heel gewone Bijbellezen met elkaar aan tafel of bij andere gelegenheden en ook dat heel gewone vertellen uit de Bijbel van ouders en onderwijskrachten aan de kinderen en ook die heel gewone wekelijkse samenkomsten van de gemeente met daarin de bediening van Gods Woord (ook hoorbaar in wat we zingen en wat we danken en bidden!) en van de sacramenten Doop en Avondmaal. (3) Zó wil God met ons omgaan en tot ons spreken en met ons in gesprek zijn en juist daarvan en daarbij zullen wij hebben te belijden dat voor God niets onmogelijk is, en dat juist ook daar blijken mag en zal dat Zijn kracht in zwakheid wordt volbracht. (4)

(1) En dat is toch nog wat anders dan dat je leeft met de levende God voor (geloofs)ogen. En dat deed Job juist wel, maar hij kreeg desondanks moeite met het beleid van de levend God in zijn leven en daarom vond hij geen rust totdat hij woorden hoorde van de levende God Zelf. En dat viel anders uit dan wat wij mensen van onszelf allemaal over God en Zijn beleid te zeggen en te redeneren hebben.
(2) Paulus begon te Korinthe in een synagoge en een leider van deze synagoge behoorde tot de eerste bekeerlingen – zie Handelingen 18 : 4-11.
(3) Wanneer een vader zijn kinderen apart neemt om hen toe te spreken en te instrueren over het werk in zijn wijngaard, dan past het toch niet dat de kinderen daar een feestuurtje van maken waarin ze dan vooral graag zelf het woord voeren op allerlei manier. De kinderen mogen van hun vader best feest vieren, maar dat zullen ze op andere tijdstippen samen met hun (wereldse) vrienden maar doen, dan kunnen ze die laten horen en zien wat voor een goede vader ze hebben.
(4) Daarom is onze verwachting niet van wat wij mensen kunnen presteren, dmv een (geheel) eigentijdse aanpak bijvoorbeeld. Hebben de ontwikkelingen in christelijk Nederland na WO II ons dat inmiddels niet al voldoende duidelijk gemaakt?

Bron afbeelding: He Reads Truth

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarom we de lijdelijke gerechtigheid omhelzen…

‘Voor de koorleider. Een Psalm van David’ (…) ‘Wanneer het volk bijeen is, spreek ik over de blijde boodschap van Uw gerechtigheid‘ (Uit Psalm 40 het opschrift en vers 10)

Geciteerd: Wanneer de lijdelijke [passieve] gerechtigheid van het geloof, ook wel de christelijke [=Bijbelse] gerechtigheid genoemd, aangegrepen wordt, dan kan het geweten zich daarop in rust en vrede neerleggen en met standvastig vertrouwen zeggen: Ik zoek geen dadelijke [actieve] gerechtigheid van doen en laten; ik behoorde die wel te hebben en te verrichten; maar, al zou ik die hebben en verrichten, dan kan ik daar toch helemaal niet op vertrouwen. Ook durf ik geen rekenschap daarvan af te leggen voor de rechterstoel van God.
Daarom werp ik mij buiten alle dadelijke gerechtigheid – zowel de mijne als die van Gods wet – en ik omhels alleen deze lijdelijke gerechtigheid. Dat is: de gerechtigheid van genade, barmhartigheid en vergeving van zonden. In één woord: de gerechtigheid van Christus en de heilige Geest, die wij niet zelf verrichten of volbrengen, maar die ons wordt toegerekend en geschonken; die wij niet zelf hebben, maar uit genade ontvangen, omdat God de Vader door Jezus Christus ons dat geschenk geeft.

Opgemerkt: Daarom zeg ik – en ik blijf het herhalen – dat de ‘zuigelingendoop’ van heidenen en van onze pasgeboren kinderen ons laat zien en leert hoe wij Gods gerechtigheid ontvangen door het geloof: het komt allemaal van Gods kant, zelfs ons geloof en daarom past ons geen hoogmoed tegenover andere mensen en zullen wij zelfs onze en Gods vijanden liefhebben en liefde bewijzen, zoals onze Heer ons liet zien toen Hij zijn leven gaf voor goddelozen – zie ook Mateüs 5 : 43-48.

>> Leestips: Psalm 40 (kerngedeelte ivm meditatie de verzen 10-13), Lukas 7 vers 29 en Galaten 1 : 1-9 (kerntekst vers 3)

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ – Citaat/meditatie* van 28 februari
* [Maarten Luther: In epistolam S. Pauli ad Galatas Commentarius, WA 40.1,42,26-43, 17 (Dr.)]

Bron afbeelding: Pin by Mary Daughrity on Scripture

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Heilzame gedachten en woorden…

‘De een zal zeggen: “Ik hoor bij de HEER”, de ander zal Jakobs naam gebruiken, een derde schrijft op Zijn hand: ‘Van de HEER” en tooit zich met de naam van Israël.” (Uit Jesaja 44 vers 5)

Geciteerd 1: We moeten af van het idee als zouden kritiek op de vrije marktwerking en aandacht voor het milieu en voor gerechtigheid een soort evangelie en monopolie van de ”linkse kerk” zijn. Met dat vertekende beeld, dat het bij velen nog steeds goed doet, diskwalificeren orthodoxe christenen zichzelf. Het is in feite onverenigbaar met onze hoge, heilige roeping om als mens Gods te leven. Oog en hart hebben voor het kwetsbare, bedreigde en geschonden leven, vanuit de liefde tot God en de werken van Zijn handen, is fundamenteel voor Bijbelgetrouwe christenen. Zij willen in Gods kracht pal staan voor wat er Bijbels gezien echt toe doet. Zo mogen we de overheid erop aanspreken om schild voor de zwakken te zijn, terwijl wij dat zelf ook in praktijk proberen te brengen.
De echte vooruitgang ligt immers voor een christenmens in het steeds weer teruggaan naar de bron. De basis van alle leven is door de Schepper en Verlosser gelegd. Dan willen we graag dicht bij Zijn bedoeling met de kosmos blijven. Dat verdraagt zich niet met kortzichtig egoïsme, hebzucht en onrecht. Dat vraagt om voortgaande bekering.

Geciteerd 2: In de ballingschap kregen potten en pannen een merkteken. Behoort aan de koning van Babel. Slaven, ook de voormalige bewoners van Jeruzalem, kregen vaak zo’n merkteken ingekerfd (1). Maar als je naar de belofte van God luistert, ontvang je nieuw leven, een nieuwe identiteit. Je bent van de Heer! Dat bepaalt wie je ten diepste bent. God geeft je een nieuwe naam. Als je het dreigt te vergeten, schrijf het dan maar op je hand: Ik ben van de Heer! (2)

(1) Wij denken hierbij ook aan WO II en de werkkampen en concentratiekampen als Auschwitz, etc.
(2) Wij zullen hierbij dan toch allereerst denken aan het merkteken van onze Doop dat wij ontvingen in opdracht van onze Heer Zelf! Daarom kunnen we ook onze gedoopte kinderen leren om gelovig en (dus) van harte in te stemmen met het belijden van Zondag 1 van de HC: Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf (of van een ander!), maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle heerschappij van de duivel verlost.

Opgemerkt: Dat is nogal wat: ‘uit alle heerschappij van de duivel verlost’! Dat is een geloofsbelijdenis en dus een zekerheid over dingen die we nog niet met mensenogen kunnen (laten) zien, maar die met de ogen van het geloof wel degelijk gezien kunnen worden. Gods Woord wil ons daarvoor steeds weer de ogen openen en open houden. En dan zullen de gelovigen die dit (mogen) ‘zien’ er ook naar hebben te leven!

> Leestips: Dagopeningen van 22 en 23 februari in ‘Dag in dag uit 2023’ en ‘Vertroost elkaar met deze woorden’.

Zie ook: ‘Wat (of wie) bij de mensen in hoog aanzien staat…‘

Bron citaat 1: RD Opinie – ‘Echte vooruitgang ligt in steeds teruggaan naar de bron’ – door Dr. T.M. Hofman*
Bron citaat 2: ‘Dag in dag uit 2023’ – Meditatie 23 februari – Leger des Heils | Ark Media

* De auteur is emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aan de TUA. Weerwoord gaat in op vragen die in deze tijd op christenen afkomen.

‘Leg je leven in de (voor jou doorboorde) handen van de HEER, vertrouw op Hem, Hij zal dit voor je doen: het recht zal dagen als het morgen licht, de gerechtigheid zal stralen als de middagzon.’ (Uit Psalm 37 de verzen 5-6)

Bron afbeelding: Heartlight Gallery

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Wat bij de mensen in hoog aanzien staat…’

‘… Mozes heeft van oude tijden af in elke stad mensen die hem prediken, want hij wordt elke sabbat in de synagogen voorgelezen.’ (Uit Handelingen 15 vers 21)

Geciteerd 1: Hoe heeft het spreken van Paulus te maken met de filosofie van Plato? Cursusleider dr. Bart Jan Spruyt neemt tijdens een leeravond cursisten aan de hand bij zingevingsvragen en bespreekt teksten uit de geschiedenis.
Geciteerd 2: Spruyt: „Plato leefde in de bloeitijd van de Atheense democratie, filosofie, tragedies en architectuur. Hij stak met kop en schouders boven zijn tijdgenoten uit. Door zijn denken en filosoferen is hij inhoudelijk heel dicht bij het christelijk geloof gekomen.”
Geciteerd 3: „Kunt u zich een idee vormen van een volmaakt, rechtvaardig mens?” vraag de cursusleider. Liefde, geduld en eerlijkheid zijn kenmerken die de cursisten aandragen. Spruyt: „We kunnen ons een idee vormen door eigenschappen op te sommen, maar de werkelijkheid is hooguit een schaduw van het idee. Hoe zou het zijn als er hier zo’n rechtvaardige binnenstapt? Volgens Plato zouden we hem kruisigen.” (1)

Geciteerd 4: (…) De geschriften van Philo van Alexandrië zijn de schriftelijke weergave van de redevoeringen, die deze Jood in de synagoge van Alexandrië, en mogelijk ook elders gehouden heeft. (…) Philo van Alexandrië verkondigde in de synagoge platonische en stoïsche wijsheid en dat mocht, want hij ging daarbij steevast van de overtuiging uit, dat de wijsheid van deze heidenen eigenlijk aan Mozes ontleend was…

Opgemerkt 1: Zou Plato werkelijk – op eigen kracht – heel dicht bij het geloof in ‘de Christus der Schriften’ zijn gekomen? Zo ja, dan zou Plato de eerste mens geweest zijn die een eind naar de hemel is opgeklommen – en dat nog wel in en door de kracht van het Griekse wijsgerige denken – waarbij God hem dan genadig halverwege tegemoet gekomen is om hem nog dichter bij (het geloof in) Christus te brengen? (2)

Opgemerkt 2: Het is beslist niet voor niets geweest dat de Heilige Geest Paulus in Athene geen gelegenheid heeft gegeven om daar ook een gemeente te stichten, ondanks dat hij duidelijk moeite heeft gedaan om als een ootmoedig getuige van onze Heer zijn toespraak te beginnen met aan te sluiten bij de leef- en denkwereld van de Griekse wijsgeren. Wanneer Paulus echter met en door zijn toespraak op de Areopagus wel een groot aantal volgelingen en bekeerlingen had weten te trekken, dan zouden de latere gemeenten van Jezus Christus nog veel meer verkeerde conclusies over de macht van mensenwijsheid, mensenwoorden en mensenaanpak hebben getrokken, dan helaas toch is gebeurd en helaas ook nu nog steeds weer gebeurd.
In de eerste brief aan de Korintiërs leert Paulus nadrukkelijk dat het alleen de Heilige Geest is die mensenharten beweegt en trekt en tot bekering brengt. En in Athene was dat niet anders, die waarheid, daar had zijn toespraak niets aan toe of aan afgedaan. Anders hadden we Paulus moeten/kunnen verwijten dat hij blijkbaar in Athene toch niet de juiste aanpak en woorden had weten te vinden en dat hij het nog maar eens opnieuw moest proberen.

(1) We zullen hierbij toch ook bedenken dat het juist de vrome en geleerde Farizeeën en Schriftgeleerden waren – mensen die zichzelf voor (een) rechtvaardig(e) hielden – die onze Heer tot de kruisdood veroordeelden en het ‘gewone volk’ ophitsten om ‘kruisigen!’ te scanderen.
(2) Dr. K.J. Popma schrijft in ‘De Oudheid en wij’ over de Joodse schrijver van het boek ‘De wijsheid van Salomo’ en over de Jood Jezus Sirach het volgende: Beiden kennen die verheerlijking van helden uit het Oude Testament, en ze zien hen niet als geloofshelden, maar als morele hoogheden. Maar dat waren ze beslist niet! Beide schrijvers kennen die moralistische trek, die het geloof (!) op de achtergrond dringt, en de zedelijkheid tot ‘leidstar’ van het leven maakt. (…) Beiden hebben de kijk op het Verbond van Gods genade verloren. Daardoor verandert voor hen elk (!) woord van de Schrift. Van het boek des Verbonds wordt het hun een boek der zedelijkheid. Van wet des geloofs wordt het wet der werken.
De wijsheid van Salomo moet geschreven zijn door een Jood, die iets geleerd had van het Griekse denken omtrent de eerste vragen. Zijn ethiek staat vrijwel los van het geloof in een genadig God, Die Abrahams geloof tot gerechtigheid rekende. En even los van dit geloof staat de ethiek van Jezus Sirach. Daarom is het feit dat Jezus Sirach geen bepaald aanwijsbare Griekse ideeën vertoont bijkomstig; hetzelfde moralisme, dat de jongere auteur voor Helleense invloed vatbaar maakte, kenmerkt ook hem. (…) De Griekse ethiek is een van beide hoofdvijanden van het Evangelie. (…) Het humanisme van Jood en Griek, of het judaïsme en hellenisme worden met name in de brieven van Paulus in bijna elke regel aangewezen als dé grote vijanden van de blijde boodschap van Gods genade in Jezus Christus.
(wordt vervolgd!)

Zie ook: ‘Heilzame gedachten en woorden…‘

Bron citaten 1-3: RD Opinie – ‘Met Paulus en Plato in de Goudse synagoge de diepte in’ – door Bastiaan van Soest
Bron citaat 4: ‘Eerst de Jood, maar ook de Griek’ van prof. dr. K.J. Popma (1903-1986).

‘Maar Jezus zei tegen hen (de Farizeeën): “U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God.‘ (Uit Lukas 16 vers 15)

Bron afbeelding: Bible Hub

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Deed Paulus iets heel nieuws?

‘Maar het blijve: God waarachtig en ieder mens leugenachtig, gelijk geschreven staat: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint in Uw rechtsgedingen.’ (Uit Romeinen 3 uit vers 4)

Geciteerd 1: ‘Ik was altijd al in gesprek met mensen buiten de kerk. Ik stel graag kritische vragen en wil weten hoe dingen in elkaar zitten. De belangrijkste geloofsvraag was voor mij: wat is nu de relevantie van de oude verhalen die in de Bijbel staan?’ In haar onderzoek wilde ze voorbij de tegenstelling tussen geloven en weten. ‘Geloof is in het Nieuwe Testament zoveel meer dan een keuze waardoor je gered bent.’

Geciteerd 2: ‘Vijfhonderd van de zeshonderd pagina’s in mijn proefschrift gaan over hoe Paulus’ gebruik van pistis aansluit bij denkers in zijn eigen tijd.’ Maar Sierksma laat ook zien dat Paulus iets heel nieuws doet. ‘Paulus maakt van pistis een centraal begrip dat hij voortdurend op Christus betrekt. Er waren destijds veel goden, maar voor Paulus gaat het om loyaliteit aan één iemand: God. Hij maakt het dus exclusiever, maar tegelijk universeel: de pistis-verhouding tot God is er voor alle volken. Daarom zet Paulus het ook tegenover ‘de wet’. Pistis gaat voorbij wat de wet kan doen, want wetten zijn verschillend voor alle volken.’

Opgemerkt 1: Al vanaf het eerste mensenpaar is geloven: God geloven (vertrouwen) op Zijn Woord. God voor waarachtig houden. Het is ook het sleutelwoord voor de vertrouwelijke omgang met God. En die vertrouwelijke omgang verloor de mens door ongeloof (niet door ‘wetsovertreding’, die was het gevolg daarvan). God nam het de mens ‘hoogst kwalijk’ dat ze geloof gehecht hadden aan de woorden van de boze, de aartsleugenaar en Hem hadden verworpen als een betrouwbaar God. En moest God nu gaan bewijzen dat Hij wel een betrouwbaar God is? God bleef betrouwbaar, maar het eerste mensenpaar die ondervonden wel onmiddellijk de gevolgen van hun ongeloof.
Maar God heeft dit eerste mensenpaar en de mensheid direct al in Christus genadig willen aanzien en daarom Adam en Eva de weg van verlossing voorzegd. Als er iets duidelijk wordt uit het boek Genesis, dan is het wel dat de mensheid zichzelf niet redden kan en niet op eigen kracht weet te onderscheiden tussen goed en kwaad – wat ze in het paradijs ook niet konden en waarvoor God hen gewaarschuwd had. Toch heeft God pas na de zondvloed – en zelfs nog weer heel wat eeuwen daarna – Zijn Tora (wet/wetten en onderwijzing) gegeven aan het volk Israël. Hij gaf die trouwens niet aan andere volken: ‘Die moesten Zijn getuigenissen en Zijn verbondsgeheimen missen‘ (zie Psalm 147 en ook Efeziërs 2)

Opgemerkt 2: Het kan niet ander of Paulus bedoelt met geloof hetzelfde als wat het OT ons over geloof zegt: Abraham geloofde God en dát werd hem tot gerechtigheid gerekend.

Geciteerd 3: ‘Ik vond het altijd moeilijk dat er binnen het geloof weinig ruimte was voor vragen en twijfel’, vertelt de theologe. ‘Dat werd vaak als iets gezien dat tegenover het geloof stond. Ik kom niet uit bevindelijke hoek, maar ik dacht wel: er hangt nogal wat vanaf als het allemaal moet komen van de zekerheid van jouw geloofsovertuigingen.’

Opgemerkt 3: Paulus zegt dat wij gered worden door het geloof van Christus. Alleen Hij heeft van het begin tot het eind van zijn leven hier op aarde Zijn hemelse Vader een volkomen vertrouwen gegeven en daardoor ook geen zonde begaan. Op Hem rustte Gods Geest (al) ten volle. En daarom is Hem een Naam boven alle naam geschonken – zie Kolossenzen 1 de verzen 12-23 dat afsluit met de woorden: ‘Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest in de hoop die het Evangelie brengt, het Evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.‘

Opgemerkt slot: De zekerheid van ons geloof is een gave van God, die gewerkt wordt door de heilige Geest. God wil dat wij – heel gewoon – trouw de middelen gebruiken die Hij ons daartoe geschonken heeft: De bediening van Zijn Woord (in de gemeente en in onze huizen) en de Sacramenten Doop en Avondmaal en het gebed en de aanbidding (zoals dat o.a. gebeurd door het zingen van Psalmen en geestelijke liederen).

Bron citaten: ND Geloof & kerk – ‘Theologe Suzan Sierksma zocht uit wat geloof is in de Bijbel. “Paulus doet iets heel nieuws”‘

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Onze Herder maar ook Zijn schapen tekort gedaan…

”Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw dienaar,
want Uw geboden heb ik niet vergeten.
‘
(Uit Psalm 119 vers 176)

Geciteerd 1: Wie onder Gods recht klein geworden is, wordt door de Herder opgezocht.

‘Alle tollenaars en zondaars kwamen hem opzoeken om naar Hem te luisteren. Maar zowel de Schriftgeleerden en de Farizeeën zeiden morrend tegen elkaar: “Die man ontvangt zondaars en eet met hen.” Jezus vertelde toen de deze gelijkenis: “Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet die negenennegentig achter in de woestijn om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft. En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde (1), want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.”‘
(1) Maar zijn vrienden en buren wilden eerst het DNA van dit schaap laten testen, namelijk om te zien of het hier in dit geval wel echt om een schaap van de kudde van die man ging. Anders was al die vreugde natuurlijk voor niets.

Geciteerd 2: Hoe komt het toch dat veel mensen wel rust vinden, terwijl zij niet kunnen zeggen hoe de verdienste van Christus hun deel geworden is? Dat is zorgelijk.

Opgemerkt: Sinds wanneer weten de gedoopte kerkleden niet meer te zeggen wat we op grond van Gods Woord met de woorden van Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus belijden?

Zie ook: ‘Over thuiswonen gesproken…‘

RD Opinie | Weerwoord – ‘Wie onder Gods recht klein geworden is, wordt door de Herder opgezocht.’ – door ds. A. Schot (Ds. Schot is predikant van de gereformeerde gemeente in Nunspeet)

‘En toch staat ongeschokt het hechte fundament Gods met dit merk: De Here kent de zijnen, en: Een ieder, die de naam des Heren noemt, breke met de ongerechtigheid.’ (Uit 2 Timoteüs 2 vers 19)

Bron afbeelding: JeffRandleman-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie