Over thuiswonen gesproken…

‘Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.’ (Uit Lukas 15 uit de verzen 11-32 uit het 20e vers)

Geciteerd 1: Jongeren kunnen in verwarring gebracht worden door de verschillende meningen die ze vanaf de kansel horen, meent ds. W.L. van der Staaij. “Ik kan me goed voorstellen dat je ook vandaag de dag in de kerk het soms gewoon niet meer goed weet.”
Geciteerd 2: De oud-journalist van het RD stelde voor om erover in gesprek te gaan in de kring van de eigen gemeente en om antwoorden te zoeken in de kerkgeschiedenis. Daarbij verwees hij naar de geschiedenis van de eigen kerk, de Nadere Reformatie, het Engelse puriteinen, de Schotse kerkgeschiedenis en de Reformatie. „Dat is een lijn met oude papieren.”
Op de vraag waar dan te beginnen, noemde ds. Van der Staaij twee boeken: ”Komen tot Jezus Christus” van John Bunyan en ”De viervoudige staat” van Thomas Boston. Hij voegde eraan toe dat er veel meer boeken zijn en dat het uiteindelijk* gaat „om het zelf lezen van Gods Woord”. Als algemene regel gaf hij aan: „Het gaat erom of het komen tot Christus echt is en niet dat er opgesomd wordt wat het allemaal niet is. Jezus is gewillig om te redden.”
* Uiteindelijk??

Opgemerkt: Zei Onze Heer niet tot Zijn discipelen: ‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.’ (zie Johannes 14 7-11).
Onze Heer vertelde ons ook de gelijkenis van de verloren zoon en daarin wordt ons alleen de Vader getoond in al Zijn liefde en dat is geen vergissing en wel omdat de Vader en de Zoon één zijn in hun zondaarsliefde. Maar de thuiswonende oudste broer daar moeten we goed op letten, want dat is een zeer ‘wettisch’ persoon. Zelfs een feestje met zijn vrienden had hij niet durven organiseren. En als het aan hem gelegen had, was die weggelopen zoon/broer niet onvoorwaardelijk (1) het vaderhuis weer binnen gekomen.
De ‘verloren zoon’ die wilde en durfde – zij het met schroom – toch maar naar zijn vader terugkeren, maar de oudste had nooit durven weglopen uit vrees voor zijn vader. En toen de verloren zoon zo vreugdevol ontvangen werd, toen begreep hij nog niet bij wat voor een liefdevolle vader hij al die jaren in huis had mogen leven.
(1) Hij was vast ook graag met een of meer dikke boeken over ‘echt thuiskomen’ en ‘weer thuiswonen’ komen aanzetten en dan eerst maar eens afwachten of z’n broer het dan nog zag zitten…

Zie ook: ‘Onze Herder maar ook Zijn schapen tekort gedaan…‘

Bron citaat: RD kerk & religie – ‘Ds. W.L. van der Staaij: Jongeren in verwarring door vele meningen over de Bijbel’ – door RD-correspondent.

‘Maar zowel de Schriftgeleerden als de Farizeeën zeiden morrend tegen elkaar: “Die man ontvangt zondaars en eet met hen.” (Uit Lukas 15 vers 2)

Bron afbeelding: A Little Perspective

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over verzoening door voldoening gesproken…

‘De wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die aan het hart van de Vader is, Die heeft Hem doen kennen.‘ (Uit Johannes 1 de verzen 17-18)

Geciteerd: Het waardevolle van de Bijbelse en reformatorische lijn is dat Christus volkomen voldoet en de zondaar als een totaal schuldige tegenover God staat.”
Ds. De Heer: „Tegenwoordig is de zonde meer een macht, ons ongeluk, maar niet een schuldig staan tegenover God. Nee, zonde is niet iets ongelukkigs dat ons overkomt, maar is onze opstand tegenover God. Dat geeft een heel andere verzoeningsleer.”

Opgemerkt 1: ‘de Bijbelse en reformatorische lijn is’… dat ‘de zondaar als een totaal schuldige tegenover God staat’. Wanneer we dat laatste zó stellen, dan maken we toch van de nog niet gevallen mens een soeverein tegenover God, die in en door eigen (ingeschapen schepsel-)kracht in staat was (moest worden geacht) Gods wil op aarde te (gaan) volbrengen. De mens zou dan door een oneindig volgehouden reeks van goede wilsbeslissingen niet alleen de de hof maar ook heel de aarde moeten gaan beheren en beheersen. Maar die boom van de kennis van goed en kwaad moest de mens juist (steeds weer) doen beseffen dat zij niet als God waren. En toen de slang de mens aansprak in het Paradijs, toen ging het om geloof (God vertrouwen op Zijn Woord) en dáár(in) ging het mis! De mens kon niet weten of satan mogelijk gelijk had met wat hij beweerde over God. Want ze konden nog niet zeggen (zoals Paulus en wij later wel): ‘Maar het is zoals geschreven staat: “Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart (bekend was) en opgekomen is, dat heeft God bestemd voor Hem lief hebben.” God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest van God doorgrondt alles, ook de diepten van God. Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens? Zo is alleen de Geest van God in staat om God te kennen. Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest Die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in Zijn goedheid heeft geschonken.‘ (Uit 1 Korintiërs 2 de verzen 9-12).

Opgemerkt 2: Wij kunnen de eerste hoofdstukken van Genesis (nu) alleen goed lezen en begrijpen in het licht van wat ons in het Nieuwe Testament wordt meegedeeld. O.a. het tweede gedeelte van 1 Korintiërs 15 (de verzen 35-57) zijn van cruciaal belang, want daar wordt o.a. gezegd: ‘Zo staat er ook geschreven: “De eerste mens, Adam, werd een levend wezen,” Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest. Niet het geestelijke is als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke. De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels. Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.’

Opgemerkt 3: De mens heeft bij ‘de boom in de hof’ geloof gehecht aan de woorden van ‘de leugenaar van den beginne’ (de ‘aartsleugenaar’) en geen geloof aan de woorden van God en daarom was niet het overtreden van een verbod/gebod (!) het werkelijke probleem, maar het niet voor waarachtig en liefdevol houden van God Zelf. En dat weer ‘recht zetten’, dat heeft God willen doen op Zijn manier, naar Zijn voornemen. De mens werd in een niet aflatende strijd gezet met de boze, maar niet zonder dat God al liet weten dat Hij Zelf verlossing zou bewerken door het Zaad van de vrouw. Aan die verlossing kon geen mens bijdragen (1), God Zelf zou over de leugen triomferen in en door de Liefde, zoals Hij Die ons openbaren wilde in en door Zijn Zoon, Christus Jezus, het vleesgeworden Woord van God.

Opgemerkt slot: Wij stonden en staan dus schuldig tegenover God door ongeloof – niet door onze zondige daden, die zijn een gevolg daarvan! – en wij leven nu dankzij en door het ‘geloof van Christus’ (zie Romeinen 3 de verzen 21-24), want onze Heer heeft op een volmaakte manier Zijn hemelse Vader altijd weer alle vertrouwen gegeven in alles wat Hij sprak en deed. En daarmee heeft Hij voor ons volbracht wat wij wij niet konden opbrengen en volbrengen in eigen (schepsel)kracht.

Leestip: Hebreeën 3 en Johannes 1 : 1-14.
 
(1) In Matteüs 18 de verzen 21-35 lezen we over de onmacht van ieder mens om de schuld die hij/zij heeft bij zijn/haar heer te vereffenen.

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Ds. De Heer: Verzoening door voldoening is parel in de Schrift’ * – door Wim Huisman

* De titel van het artikel wekt zo toch de indruk dat de schat die wij in de Schrift vinden een bepaalde theologie is, maar die schat is Christus en dus God Zelf.

‘Zie er dus op toe, broeders en zusters, dat niemand van jullie door een kwaadwillig, ongelovig hart afvallig wordt van de levende God, maar wijs elkaar terecht, elke dag dat dit ‘vandaag’ nog geldt, opdat niemand van jullie halsstarrig wordt omdat hij/zij door zonde verleid werd. Want alleen als we tot het einde toe resoluut vasthouden aan ons aanvankelijk vertrouwen, blijven we deelgenoten van Christus.‘ (Uit Hebreeën 3 de verzen 12-14)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de verborgen bedoeling(en) van God…

‘De verborgen dingen zijn voor den HEERE onzen God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.’ (Uit Deuteronomium 29 vers 29)

Geciteerd 1: Hoe veranderen kinderen in volwassen mensen? Dat gebeurt meestal niet zonder conflict met de ouders. Ouders hebben de taak hun kinderen beschermende grenzen te stellen. Maar hebben kinderen niet ook de taak om die grenzen op enig moment te tarten? Door het conflict heen vernieuwt de relatie tussen ouders en kinderen zich tot een relatie tussen volwassenen. In de puberteit vindt vaak het zwaartepunt van het conflict plaats.
Gaat ‘volwassen worden’ niet altijd gepaard met schaamtegevoelens en verwarring? Je bent je onschuld kwijt, en dat is niet leuk. Is God in Genesis 3 niet die goede ouder die door het conflict heen zijn kinderen zoekt, hun schaamte liefdevol bedekt, en zich op een nieuwe manier aan hen verbindt?

Geciteerd 2: Als ik niet van de vrucht gegeten zou hebben, zou ik op afstand zijn gebleven van dit soort vragen. Ik zou me teruggetrokken hebben in mijn kerkelijke paradijsje, waar alles goed en mooi is. Maar was dat dan Gods bedoeling? Het leven buiten de tuin van Eden is veel verwarrender en gevaarlijker dan het leven daarbinnen. Je kunt er niet leven zonder vuile handen te maken. En toch ligt onze roeping als mensen buiten het paradijs.
Ik heb van de verboden vrucht gegeten. Het waren trouwens vrouwen die mij daarin voorgingen. En ik denk dat het goed was. Ik ben er volwassener van geworden.

Opgemerkt 1: Wanneer ouders kinderen iets verbieden, mag/zal zo’n kind dan denken: Ja, dat verbieden mijn ouders wel, maar ze bedoelen natuurlijk niet dat ik mij aan die door hen gestelde grenzen moet houden, maar dat ik moet leren mijn grenzen te verleggen en dus zal ik mij beter maar niet houden aan hun verbod. Of zal dat kind z’n ouders geloven (vertrouwen!) en beseffen dat zij dit gebod met een goede reden hem of haar hebben opgelegd ook al kan hij of zij als kind de reden ervan zelf (nog) niet inzien.

Opgemerkt 2: Dietrich Bonhoeffer heeft dit conflict heel scherp uitgewerkt in zijn ‘Navolging’ en wel in het hoofdstuk ‘De oproep tot navolging’ waar hij schrijft over de ‘vluchtpogingen’ van de rijke jongeling, die aan de gehoorzaamheid wil ontkomen door zich terug te trekken ‘naar de interessante, onbetwist menselijke situatie van het “ethische conflict”‘. (…) ‘De slang in het paradijs legde dit conflict in het hart van de eerste mens. ‘Zou God gezegd hebben?’ Van het duidelijke gebod en van de kinderlijke gehoorzaamheid wordt de mens afgetrokken door ethische twijfel, door erop te wijzen, dat het gebod nog helemaal uitgelegd en verklaard moet worden. ‘Zou God gezegd hebben?’ De mens moet zelf daarover beslissen, krachtens zijn/haar (!) kennis van goed en kwaad, krachtens zijn/haar geweten, wat of het goede is. Het gebod kan op velerlei wijze uitgelegd worden, God wil dat de mens het uitlegt en verklaard en in vrijheid beslist.’

Opgemerkt 3: Toch is er met de komst van onze Heer en met de uitstorting van de heilige Geest een nieuwe situatie ingetreden! Want nu horen wij deze woorden: ‘Een mens die de Geest niet bezit, aanvaardt niet wat van de Geest van God komt, want voor hem is het dwaasheid. Hij kan het ook niet begrijpen, omdat het geestelijk (met en door de Geest) moet worden beoordeeld. Maar een mens die de Geest wel bezit, kan alles beoordelen, en zelf wordt hij door niemand beoordeeld. Er staat immers geschreven: “Wie kent de gedachten van de HEER, zodat hij Hem zou kunnen onderwijzen?” Welnu, onze gedachten zijn die van Christus. (Uit 1 Korintiërs 2 de verzen 14-16)

Opgemerkt 4: Er is dus voor ons christenen een situatie van vrijheid ingetreden waar Paulus ook nog weer over spreekt later in deze brief: ‘Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik slaaf van iedereen geworden om zoveel mogelijk mensen te winnen. Voor de Joden ben ik als Jood geworden om hen te winnen. Ikzelf sta niet onder de Joodse wet, maar toch heb ik me eraan onderworpen om hen die er wel onderstaan te winnen. En voor hen die niet onder de Joodse wet staan, ben ik geworden als iemand die de wet niet heeft, om hen te winnen. Dit betekent niet dat ik de wet van God heb losgelaten, maar dat ik mij heb onderworpen aan de wet van Christus (1). Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel iets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden. Ik doe alles voor het Evangelie om ook zelf aan de beloften deel te krijgen.’ (Uit 1 Korintiërs 9 de verzen 19-23)

Opgemerkt slot: Deze laatst geciteerde woorden geven ons reden om de woorden van Paulus in 1 Korintiërs 14 over de ‘zwijgplicht’ van vrouwen in het licht van de eerder geciteerde woorden (dus die uit 1 Korintiërs 2 : 14-16 en 9 : 19-23) te bezien. Niet zijn beroep op de wet maar de zorg van Paulus voor deze gemeente en het behoud van allen daar (Joden zowel als niet-Joden) is van doorslaggevend belang geweest bij wat hij in 1 Korintiërs 14 de verzen 34-40 aan hen geschreven heeft en de Geest heeft hem daarvoor de nodige liefde en wijsheid geschonken op het gebed.

(1) De wet van de vrijheid – zie Jakobus 2 : 8-13 en 3 : 13-18 en zie ook Galaten 5 en 6.

Bron citaten 1-2: ND Opinie & Columns – ‘Vrouwen toelaten in het ambt was een duivels dilemma, maar Albert Balk heeft er geen spijt van’ – door Albert Balk (2)

(2) De Bijbel lezen en uitleggen doe je altijd binnen je eigen biografie. Mijn bouwjaar is 1975 en ik groeide op in de jaren tachtig, het laatste decennium waarin de vrijgemaakt-gereformeerde zuil fier en ongeschonden overeind stond. Voor mij had die kerk trekken van het paradijs in Genesis 2, een veilige, heilige en beschutte plaats. Zo voelde ik dat, en ik ben er nog dankbaar voor. Er was een duidelijke grens tussen kerk en wereld.
Later ben ik gaan zien dat er midden in die vrijgemaakte hof ook een boom van kennis van goed en kwaad stond. Al was deze boom niet door God, maar door mensen neergezet. De veiligheid had een andere kant. Voor wie afweek van de standaard in opvattingen of gedrag, was het klimaat al gauw beklemmend. De kwestie ‘vrouw in het ambt’ had daadwerkelijk trekken van de verboden vrucht. Het was lange tijd zelfs taboe om het er ook maar over te hebben. Zoals de vrouw in Genesis 3 over de verboden vrucht zegt dat ze die ‘zelfs niet mochten aanraken’.

Bron afbeelding: Scripture Media

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zij is niet in de hemel’ – ‘Hoort naar Hem!’

‘De vrouw zei tegen Hem: Ik weet dat de Messias komt (Die Christus genoemd wordt); wanneer Die gekomen zal zijn, zal Hij ons alles verkondigen – of: verklaren (1). Jezus zei tegen haar: Ik ben het, Die met je spreekt.‘ (Uit Johannes 4 vers 25-26)

‘En over de rechtvaardigheid die op grond van geloof geschonken wordt staat geschreven: “Zeg niet bij jezelf: Wie zal opstijgen naar de hemel?” – en dat betekent: wie zal Christus naar beneden brengen? Of: “Wie zal afdalen naar de onderwereld?” – en dat betekent: Christus bij de doden vandaan naar boven brengen? Maar vervolgens zegt Mozes: “Het woord is dicht bij jullie, in jullie mond en in jullie hart” – en dat betekent: de boodschap van het geloof die wij verkondigen, is dicht bij jullie. Als jullie mond belijdt dat Jezus de Heer is en jullie hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zullen jullie worden gered. Want de Schrift zegt: “Wie in Hem gelooft, komt niet bedrogen uit.” Er is geen onderscheid tussen Joden en andere volken, want ze hebben allen dezelfde Heer. Hij geeft Zijn gaven aan allen die Hem aanroepen, want er staat: “Ieder die de Naam van de Heer aanroept zal worden gered.”‘ (…) ‘Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort is de verkondiging van Christus.’ (Uit Romeinen 10 de verzen 6-13 en vers 17)

Geciteerd 1: Van de filosofen die ik heb bestudeerd, heeft vooral de Frans-joodse filosoof Levinas veel invloed op me gehad. In het christendom wordt vaak benadrukt dat we ‘als een kind’ moeten worden. Dat heeft mooie kanten, denk aan de verwondering van een kind. Maar het is ook een onmogelijke opgave, die kan uitlopen op een ‘volgen zonder vragen’. Levinas legt meer nadruk op religie als vorming tot volwassenheid.

Geciteerd 2: ‘Zij is niet in de hemel’ (een citaat uit Deuteronomium). Wat betekent het? Het blijkt te gaan over de Tora: ooit was die in de hemel, maar nu is ze op aarde, gegeven aan de mensen. Mensen moeten er dus samen uit zien te komen, ze moeten volwassen worden, ook als het over de juiste betekenis van de Schrift gaat.*
* Tenminste, dat was de conclusie en opvatting van een aantal rabbijnen en blijkbaar ook die van Renée van Riessen?

Opgemerkt 1: Waarom zette onze Heer een kind tot voorbeeld midden tussen de discipelen? Omdat kinderen nog geen eigen verhaal/verhalen hebben te vertellen en beseffen dat ze het moeten hebben van luisteren en opletten. Kinderen geven hun vertrouwen aan hun ouders en ouderen en zó zullen gelovige kinderen van God hun vertrouwen geven aan God door altijd weer goed te luisteren naar Zijn Woord. Dat houdt de gelovigen – als het goed is – naast en bij elkaar, dus zonder zelfverheffing: In Christus gemeente zal de een de ander uitnemender achten dan zichzelf. Als dat ergens duidelijk aan de orde komt en ons voorgehouden wordt door onze Heer dan is dat wel in Matteüs 18.
Maar hoe anders is dat (blijkbaar) onder rabbi’s en filosofen. Die willen eerst alles eerst zelf onderzoeken en niets op gezag van onze Heer aannemen. Dat is hun veel te ‘kinderlijk’.

Leestip: Matteüs 18 en Romeinen 10.

Geciteerd 2: Zelf ben ik in mijn leven en ook in geloofszaken niet in de eerste plaats op zoek naar houvast. Het begin van de Heidelbergse Catechismus over de ‘enige troost’ heb ik ooit wel uit mijn hoofd moeten leren, maar het riep weinig herkenning bij me op. Ik ervaar het anders: God kun je aantreffen in alle dingen van het leven en in alles wat je overkomt.

Opgemerkt 2: Filosofen en rabbi’s redden het/zich zelf wel, zo lijkt het althans…

(1) Leefde dat besef onder de Samaritaanse rabbi’s (nog) wel en onder de Joodse rabbi’s in Jeruzalem niet (meer)? Het lijkt er wel op, want ook een Farizeeër als Nikodemus was heel verbaasd dat Jezus hem de les ging lezen ipv een geleerde discussie met hem aan te gaan.

‘De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar Hij zal zeggen wat Hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat. Door jullie bekend te maken wat Hij van Mij heeft, zal Hij Mij eren. Alles wat van de Vader is, is van Mij – daarom heb ik gezegd dat alles wat Hij jullie bekend zal maken van Mij heeft.‘ (Uit Johannes 16 de verzen 13-16)

‘De HEER is de kracht van Zijn volk,
een burcht van redding voor Zijn Gezalfde.
Redt het volk dat U toebehoort, zegen het,
wees zijn Herder en draag het voor eeuwig.
(Uit Psalm 28 de verzen 8-9)

Bron afbeelding: Verse of the Day

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Voor allen die tot moedeloosheid gebracht werden/worden…

‘Wee jullie, Schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars (toneelspelers!), jullie versperren de mensen (1) de toegang tot het koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe.‘ (Uit Matteüs 23 vers 13)

Geciteerd 1: Zoals gezegd, komen de aanvechtingen over de eeuwige verkiezing niet van God, maar van de duivel. Daarom moet u voortaan God aanroepen en om bewaring, bijstand en hulp tegen deze verleider bidden (2). Denk dan steeds zoveel aan de zaligheid als dat u nu denkt aan de verdoemenis (3). En troost u/jullie met Gods Woord, dat waar en eeuwig is (en terecht Evangelie genoemd wordt).

Geciteerd 2: Als u zozeer verstokt en helemaal gevoelloos zou zijn (4), en u/jullie de ogen niet meer zouden opheffen als een vertwijfeld en/of verhard mens – en al zouden uw/jullie oren hun gehoor verloren hebben en al waren ze stokdoof geworden, zodat u/jullie God de Vader in de hoge niet hoort roepen – dan heb ik u/jullie (net als de profeten en apostelen) nog wat te zeggen…

Geciteerd 3: U/jullie zult de Zoon, Die langs de weg staat waar iedereen voorbij moet gaan (ook de doven, de blinden en de verlamden) opmerken en zien. U zult Hem ook horen, ja nog veel luider horen roepen met een grote stem, als van een geweldige bazuin. Hoort Hem! (5) Wat roept Hij dan? Wat in Matteüs 11 (vers 28) zo heerlijk beschreven is: Kom, kom! ‘Kom bij Mij allen die vermoeid en beladen bent!‘ (…) Hij of zij mag zijn wie hij/zij wil, al zou zo iemand behoren tot de allerergsten, de allervuilsten – hoeren, boeven, rovers, enzovoort – allen die vanwege hun zonden vermoeid en beladen zijn die moeten komen; Wereldvromen voelen zich hier niet thuis met de schone kleren die ze aanhebben…

Leestip: Lukas 14.

(1) Natuurlijk hadden deze ‘kerkleiders’ heus nog wel een ‘select gezelschap’ op het oog, die ze graag welkom heetten in hun kring en ruime toegang voorhielden – zie Matteüs 23 : 15)
(2) En dat dus ook wanneer ‘gewichtige’ mensen zich opwerpen als spreekbuis van de boze. U zult daarom ook alle van God gegeven middelen (blijvend!) hebben te gebruiken, dus: het bijwonen van de samenkomsten waar Gods Woord en Doop en Avondmaal bediend worden. Laat u/jullie de gang tot de Avondmaalstafel niet versperren. Gebeurd/lukt dat wel, dan is dát beslist een reden (één van de weinige) om naar een andere gemeente uit te zien en over te stappen.
(3) O.a. kan dat door gebruik te maken van een Bijbels dagboek bijvoorbeeld waaruit bovenstaande citaten afkomstig zijn: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’
(4) Vanwege de verkondiging in uw gemeente en/of het soort theologie dat daar wordt aangehangen en heerst.
(5) Zoals God de Vader gezegd heeft bij de verheerlijking op de berg – Zie Matteüs 17 en 2 Petrus 1 : 16-21.

‘En de heer zei tegen de slaaf: Ga de wegen en de paden op en dwing hen binnen te komen, want mijn huis moet vol worden.‘ (Uit Lukas 14 vers 23)

Bron citaten: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagbooek over het geloof’ – 14 en 15 februari – Den Hertog Uigeverij

Bron afbeelding: Jesus Walk

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Er wordt beweerd dat jullie leven hebben…’

‘Ontwaakt gij die slaapt, en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten.‘
(Uit Efeziërs 5 vers 14)

Geciteerd: Geestelijk bezien en vanuit onszelf zijn wij allemaal als een dode: een dode die niet hoort, niet spreekt, niets voelt, ja die niet leeft. Dat alles geldt voor u en jou die nog leeft zonder God. Eveneens is het zo dat zo’n geestelijk dode deze ongelukkige staat niet beseft.

Opgemerkt: N.a.v. de meditatie en de tekst uit de brief van Paulus aan de Efeziërs ook nog weer gelezen wat onze Heer aan de gemeente te Efeze laat horen in de brief die Hij Johannes aan hen laat schrijven. Na eerst – in de verzen 2-3 van Openbaring 2 – het goede dat in die gemeente te vinden was en nog gevonden werd te hebben genoemd, horen we: ‘Maar dit heb ik tegen jullie: Jullie hebben de liefde van weleer opgegeven. Bedenk van welke hoogte – de hoogte van de liefde! – jullie gevallen zijn. Breek met het leven dat jullie nu leiden en doe weer als eerst. Anders kom ik naar jullie toe en neem Ik, als jullie geen berouw tonen, jullie lampenstandaard van zijn plaats.‘ (…). En dan klinken de bekende woorden: “Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tot de gemeenten (meervoud!) zegt.”
Waar de Geest spreekt – door mensen heen (zie Ezechiël 37!) – daar komen zelfs dode beenderen (zonder oren) tot leven, dus niemand in die gemeente(n) kon/kan zeggen: nee hoor, ik hoor(de) vandaag de stem van de Geest niet doorklinken in het Woord van God, dus wie weet overkomt het me later toch nog eens een keertje. Och, wat zou dat heerlijk zijn. Dat zo te zeggen is bedroeven en weerstaan en uitblussen van de Geest.

En wanneer we lezen wat Johannes aan de gemeente in Sardes moet schrijven (en de andere gemeenten en dus ook wij luisteren mee!): ‘Ik weet wat u doet; overal (in Asia, door andere gemeenten) wordt beweerd dat jullie leven hebben, terwijl jullie dood zijn. Wordt wakker, versterk jullie laatste krachten: u bent op sterven na dood.’
Wij weten toch dat de doden voor onze Heer niet dood zijn en dat Hij doven het gehoor geeft en verlamden kracht om op te staan! En horen we de verlamde(n) tegen wie Jezus zei “Neem uw matras op en wandel!” eerst nog met uitvluchten komen? Dat is ondenkbaar toch. Zelfs op de sabbat stond zo iemand op en nam z’n matras op de schouder, tot ergernis van de meest vrome mannen in Israël.

Zie ook deze blog: ‘Zoek je geluk in Hem – Succes ermee! (?)‘

Bron citaat: RD bezinning – Meditatie bij Efeziërs 5 vers 14 – door ds. G.J. Baan, Mijnsheerenland.

‘Ik profeteerde zoals mij was opgedragen. Zodra ik dat deed hoorde ik een geluid, er klonk een geruis van botten die naar elkaar toe bewogen en zich aaneenvoegden. Ik zag pezen zich aanhechten en vlees groeien, ik zag hoe er een huid over de botten heentrok, maar ademen deden ze nog niet. Toen zei Hij tegen mij: “Profeteer tegen de wind, profeteer mensenkind, en zeg tegen de wind: Dit zegt God, de HEER: Kom uit de vier windstreken, wind en blaas in deze doden, zodat ze weer gaan leven.” Ik profeteerde zoals Hij mij gezegd had, en de lichamen werden met adem gevuld. Ze kwamen tot leven en gingen op hun voeten staan: een onafzienbare menigte.‘ (Uit Ezechiël 37 de verzen 7-10)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zoek je geluk in Hem’ – Succes ermee! (?)

‘Jullie zijn het zout van de aarde; (…) jullie zijn het licht van de wereld‘
(Onze Heer tot Zijn jongeren in Matteüs 5 vers 13)

Geciteerd 1: Wat zou u* tegen een jongere zeggen die zoveel mogelijk likes probeert te krijgen? „Ik zou het gesprek met zo’n jongere aangaan: „Waar ben je naar op zoek?” Likes ontvang je nooit genoeg. Ook van geld heb je nooit genoeg. Alleen als God je doel is, komt alles op de juiste plaats te staan. Vind je het geluk in Hem?”

Opgemerkt: Of zullen we gedoopte jongeren – van jongs af aan! – voorhouden dat een liefdevolle en alwijze God en Vader, Die Zijn Liefde ten volle geopenbaard heeft in Zijn Zoon Jezus Christus, hen geven zal wat Hij hier nodig vindt voor hun behoud. Dat vraagt direct al geloof (en dus vertrouwen) en zelfs dat geloof zullen en kunnen ze niet – en ook wij volwassenen niet – op eigen houtje opbrengen en/of zoeken en proberen te vinden en wanneer gevonden dat dan ook tot een goed einde brengen. Daarom worden wij gemaand en vermaand door Gods Woord om dat dan ook beslist niet – ook niet eerst voorlopig maar eens – op eigen houtje te gaan uitzoeken/doen. Dat geeft – althans bij kinderlijk gelovige aanvaarding ervan! – direct al rust: het hangt dus niet af van onze goede wil en inspanning! Daarom nu ook nog onderstaande citaten:

Geciteerd 2: Deze Bijbelwoorden (zie tekst bovenaan) zijn overbekende woorden. Vaak ga je bij deze tekst direct over naar het zout en het licht en de betekenis ervan. Ik bleef echter haken bij het tijdstip waarop dit wordt gezegd.
Jezus is begonnen met zijn publieke werk. De eerste volgelingen heeft Hij verzameld. En hier is Hij bezig aan Zijn eerste echte preek. Nu gaat duidelijk worden wie deze Jezus is, maar ook: wie zijn de mensen die bij Hem horen? Er staan ook andere nieuwsgierigen omheen. Maar deze preek is allereerst gericht aan de – door Hem geroepen! – volgelingen. (1) Simon en Andreas bijvoorbeeld, en Jakobus en Johannes.

Geciteerd 3: Maar eerlijk? Deze geroepen volgelingen hebben nog geen idee wie Jezus nou eigenlijk is, waar Hij voor staat. Want dit is nog maar het begin. Ze hebben Hem nog maar net leren kennen. Ze gaan en moeten nog zoveel van Hem leren. En dan zegt Jezus hier al: jullie zijn zout en licht. (…) Dat kan maar één ding betekenen. het begint niet bij wie zij (al) zijn. Het begint bij wie Jezus is. Hij ziet geen zout en licht in hen. Hij noemt hen zout en licht. Jezus sluit niet aan bij wat Hij in hen vindt. Hij is het Zélf Die bepaald wie zij zullen zijn! (2)

Geciteerd 4: Wat een verademing. Juist in een tijd waarin wij alles zelf moeten kiezen. Zoveel lijkt van ons gevoel, onze ervaring, onze keuzes af te hangen. Wij horen voortdurend: groei op, leer, ontwikkel jezelf. Doe je best, kies de juiste opleiding, maak de juiste stap. Investeer vandaag in wie je morgen wilt worden. (…) En dan is daar deze Jezus, Die niet aan het eind van je opleiding zegt wie je bent, maar aan het begin. Omdat je mag zijn wie je in Zijn verkondiging bent. Daarom vieren we elke zondag opnieuw een kerkdienst. Daarom dopen we en vieren we Avondmaal. Daarom lezen we elke keer weer Gods Woord. Daarom komen we samen en aanbidden we Hem. (…) Onze tijd zegt: bepaal zelf wie je bent – en veel succes! Geloof zegt je: Laat God bepalen wie je bent. Wees mens in de Naam van Jezus. Leef voor Hem. Want je bent van Hem. (3)

Opgemerkt slot: Wat is het samen (!) steeds weer eerbiedig naar Gods Woord (willen/leren) luisteren toch van het grootste belang. Dat bewijst toch ook weer deze meditatie uit Ecclesia. Laten we dat ook altijd maar weer van onze voorgangers verlangen, dat ze ook eerbiedig samen met de kerk van alle eeuwen en samen met de kerk van vandaag (waaronder hun ‘gewone’ broeders en zusters) hebben leren/willen luisteren naar Gods Woord, alvorens een preekstoel of podium te beklimmen voor het ‘afsteken’ van een ‘eigen’ preek/woord(je).

(1) Door onze Doop zijn ook wij door God geroepen/aangewezen tot navolging/navolgers van onze Heer. We gaan dus niet naar de kerk met de hoop dat onze investering in het bijwonen van de diensten ons DV ooit nog eens wat oplevert.
(2) Zie bijv. ook Noach en Maria: zij vonden genade bij God (God wilde hen in genade aanzien en hen ook het geloof schenken zoals dat nodig was om hun taak uit te voeren en te volbrengen).
(3) Zie ook wat we met Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus kunnen/mogen belijden op grond van Gods Woord.

* Wilco de Vries: „Ik heb een benoeming gekregen aan de Theologische Universiteit Kampen | Utrecht. Daar ga ik meewerken aan een onderzoek naar de reformatie van het economisch denken. Daarnaast ga ik mijn dissertatie omwerken tot een monografie en uitgeven bij een Engelstalige academische uitgever. In de toekomst wil ik ook samen met psychologen en pedagogen een interdisciplinair onderzoeksproject opzetten over liefde tot God, de naaste en onszelf.”

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Proefschrift Wilco de Vries: Augustinus laat zien dat eigenliefde instinctief in ons zit’ – door Laura Hendriksen-Bassa
Bron citaten 2-4: Ecclesia nr 3, februari 2023 – ‘Het zout van de aarde’ – door A.J. Mouw, Wijk en Aalburg.

‘Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond… in de hemel;…’ (Uit Matteüs 5 uit de verzen 11-12)

Bron afbeelding: Daily-Bible-Verse-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarom er geen ‘Jezuscentrum’ kwam in Jeruzalem of Rome…

Geciteerd 1: ‘Israël bedenk dus dat de HEER, jullie God, niets anders van jullie vraagt dan dat jullie ontzag voor Hem tonen, dat jullie de weg volgen die Hij jullie wijst (a-1/2), dat jullie Hem liefhebben, Hem met hart en ziel dient en zijn geboden en wetten, die ik jullie vandaag onderwijs, naleeft; dan zal het jullie goed gaan.’
‘De HEER, Die vrij kan beschikken over de hoogste hemel en over de aarde en alles wat daarop leeft, heeft toch alleen voor jullie voorouders liefde opgevat (1) en uit alle volken juist jullie, hun nazaten, uitgekozen! Besnijd daarom jullie hart en wees niet langer halsstarrig (koppig/tegendraads). Want de HEER, jullie God, is de hoogste God en HEER. Hij is de grote, de machtige, de ontzagwekkende God, Hij handelt zonder aanzien des persoons en is onomkoopbaar, Hij verschaft weduwen en wezen recht, neemt vreemdelingen in bescherming en voorziet hen van voedsel en kleding. Ook jullie moeten vreemdelingen met liefde behandelen, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte.’ (2)
‘Wees jullie ervan bewust dat jullie kinderen geen getuige zijn geweest van de opvoeding die de HEER jullie gaf, en niet met eigen ogen Zijn grootheid hebben gezien (3), Zijn sterke hand en Zijn opgeheven arm.’
‘Houdt mijn woorden dus in gedachten, maak ze jullie eigen, draag ze als een teken om jullie arm en als een band op jullie voorhoofd. Prent ze jullie kinderen in en spreek er steeds weer over, thuis en onderweg, als jullie naar bed gaan en als jullie opstaan.’

Geciteerd 2: Ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, op de verkeerde weg, slaaf van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar. Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze Redder openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid.’
‘Deze boodschap is betrouwbaar. Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt (4), opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen het goede te doen (4). Daar heeft iedereen baat bij.’ (a-1/2)

(a-1) De weg die God ons wijst volgen, dat zal alleen in praktijk gebracht worden door een volk dat dagelijks én in de samenkomsten van het Godsvolk zich laat onderwijzen door het Woord van God. En daar zijn net al in het OT het gezin en de samenkomsten van ‘het Godsvolk’ de aangewezen plek voor. Zó wil God ons leren de weg met onze God te gaan. Daar hebben we helemaal geen ‘externe onderwijscentra’ (zoals nu een Kellercentrum) bij nodig. De heilige Geest Zélf wil ons leren (5) en ons de nodige liefde en wijsheid schenken voor het omgaan en spreken met elkaar in huis en in de gemeente en met onze medemensen in de samenleving. Zie hierbij ook Jakobus 1 : 5-8 en ook 1 Johannes 2 : 24-29.

(a-2) Het kunnen onderwijzen van de gemeente uit Gods Woord, daar hebben de apostelen hun medewerkers/opvolgers voor opgeleid. Ze werden niet de volgende generatie apostelen die weer nieuwe apostelen moesten opkweken in de gemeente en die in feite alle gemeenteleden tot apostelen/missionarissen maakten die met hun boodschap ‘de buren’ moesten kunnen overtuigen, maar de volgende generaties (waaruit ook weer voorgangers zouden voortkomen) behoorden – als geredde en geliefde kinderen van God – onderwezen worden in het Koninkrijk der hemelen, zodat zij zouden weten wat een werkelijk christelijk samenleven inhoudt en dat in praktijk brengen, allereerst onder elkaar, maar ook naar buiten. En dat is heel wat anders dan ‘de missionaris willen en kunnen uithangen’ bij/onder/naar de buren.

(1) Zie o.a. Hosea 11 en Ezechiël 16, Efeziërs 2 en Titus 3 : 3.
(2) Liefde, barmhartigheid en zorg (opkomen voor) voor de armen, de zwakkeren en vreemdelingen in de omringende samenleving is hét kenmerk van Gods volk!
(3) Zie Johannes 20 : 30 en 1 Johannes 1 : 1-4.
(4) Zie Romeinen 15 : 14-16 en 1 Johannes 2 : 26-27
(5) Bedenk hoe wijs de nog jonge – gezalfde! – David wist te spreken met koning Saul en tegen Goliath.

Bron citaat 1: Gedeelten uit Deuteronomium 10
Bron citaat 2: Gedeelte uit Titus 3

‘Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen. Bekommer u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangen zat, en om de (lichamelijk of geestelijk) mishandelden als om mensen die net zo’n lichaam (en geest) hebben als jullie.‘ (Uit Hebreeën 13 de eerste 3 verzen)

Bron afbeelding: Bible Portal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het ‘goede midden’ bij ‘het aanbod van genade’ in de kerken?

‘Maar wie in Hem gelooft, komt niet bedrogen uit.’ (Uit Romeinen 9 uit de verzen 30-31 uit vers 31)

Opgemerkt 1: Het zal (in de betreffende discussie, zie onderaan) toch niet gaan over de vraag om uit te vinden wat nu het ‘goede midden’ genoemd mag worden bij ‘het aanbod van genade’ in de gemeenten/kerken. Dan krijgen allerlei ‘theologische wijsneuzen’ altijd weer het hoogste woord in de (gedoopte) Gemeente (gemeenten) van onze Heer Jezus Christus. Deze wil dan liever iets links van ‘het midden’ en gene net iets rechts daarvan om het over de uitersten maar niet te hebben! En wat dan wel het ‘goede midden’ genoemd mag worden? Er zijn verschillende soorten weegschaaltjes van theologisch fabricaat in omloop en sommigen wegen iedere Woordverkondiging met zo’n eigen weegschaaltje.
Het Evangelie (en dus het God op Zijn Woord geloven) wordt door kinderen (en heidenen, zoals de Kananese vrouw) nog het best begrepen/gegrepen en in praktijk gebracht, want die hebben niet van alles eerst nog in te brengen, maar die luisteren en aanvaarden… Zo is het ‘van den beginne’ toch bedoeld geweest en zo had het moeten blijven. De heilige Geest schaamt Zich helemaal niet voor dat kinder(lijke) geloof en wil dat geloof beslist ook niet aan het werk van de ouders of anderen toeschrijven. Die bederven – als het aan hen ligt – eerder nog wat, dan dat ze het allemaal zo goed weten door te vertellen en voor te leven.

Opgemerkt 2: Zondagavond (5 januari) nog een dienst met een preek uitgaande van het onderwijs in Lukas 11 : 1-13.
Het Onze Vader is geen modelgebed, maar het is het volmaakte Koninkrijksgebed. Onze opdracht is: zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en dan zal al het andere wat nodig is ons worden toegeworpen. Ons leven zal in alles (!) een Koninkrijksleven zijn – en dat is nog wat anders dan een (over)godsdienstig leven! Wanneer dát leven ons verlangen is, en we daarom elke dag weer (persoonlijk en ook samen) beginnen met het Onze Vader gebed, dán wordt (het andere) bidden overdag even gewoon als ademhalen!

Opgemerkt 3: Wanneer we horen hoe vast en zeker de heilige Geest ons beloofd wordt in wat onze Heer Zijn discipelen leert over het gebed in Lukas 11, dan beseffen we dat we met het Onze Vader (‘Abba Vader’) zeggen en bidden, we die woorden niet voor onszelf en samen met onze kinderen kunnen bidden dan door de heilige Geest. En we bidden dan ook altijd weer om de heilige Geest met de bede ‘geef ons heden ons dagelijks Brood’. Want anders was/is het Onze Vader geen volmaakt Koninkrijksgebed. En dat we die bede zo – dus als gebed om het geloof (!) en de wijsheid en de kracht van onze Heer te mogen ontvangen door de heilige Geest – zullen begrijpen en toepassen, dat wordt door onze Heer ook uitdrukkelijk onderwezen in Zijn Koninkrijksonderwijs zoals we dat vinden in Matteüs 6 de verzen 19-34.

Opgemerkt slot: We zullen (daarom) in de zondagse Woordverkondiging niet altijd maar weer ‘het aanbod van genade’ preken, maar de gemeente onderwijzen in het Koninkrijk der hemelen. En daarvoor is ‘elk van God gegeven Schriftwoord’ te gebruiken. Zó raakt de gemeente thuis in het onderwijs van heel Gods Woord, niet als ‘kanshebbers op genade’, maar als kinderen van het Koninkrijk. En dat dit onderwijs en dat navolgen van onze Heer en Zijn apostelen strijd met zich meebrengt en dat we daarin zullen lopen als mensen die een wedloop moeten winnen, dat leren en merken we dan ‘als vanzelf’ en ja, helaas zijn er dan ook afhakers, maar die gaan we niet bij voorbaat uitziften, dat doet het onderwijs van Gods Woord wel, wanneer ze de heilige Geest blijven bedroeven en weerstaan…

N.a.v. de discussie van dr. G.A. van den Brink met ds. W. Visscher in het RD.

Bron afbeelding: Pin on Bible Verse

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kerkleiders die niet weten wat ze moeten doen?

‘Hij ging naar de hogepriester met het verzoek hem aanbevelingsbrieven mee te geven voor de synagogen in Damascus. opdat hij de aanhangers van de Weg die hij daar zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen (1), gevangen kon nemen en meevoeren naar Jeruzalem.’ (Uit Handelingen 9 uit de verzen 1-2)

Geciteerd 1: Na de val van het christendom worden gelovigen in westerse landen volgens Hansen geconfronteerd met „een vreemde mengeling van apathie en aversie jegens het Evangelie. Veel van onze buren zien het christendom als het nieuws van gisteren, maar ook als de bron van de problemen van vandaag. Dit is een nieuwe uitdaging. En een grote uitdaging. Kerkleiders* weten niet wat ze moeten doen.
* Gelukkig zijn er uitzonderingen op deze regel – zoals Tim Keller…

Geciteerd 2: Om goed zicht te krijgen op de problematiek van kerkverlating heeft het centrum inmiddels een onderzoeksbureau opdracht gegeven voor het houden van „de grootste enquête ooit” onder kerkverlaters. De uitkomsten daarvan zal men delen via de website en deskundigen zullen worden gevraagd antwoorden te geven op problemen die leven bij deze ex-kerkleden.

Geciteerd 3: „Het Kellercentrum wil kerken ook leren om wervende kerken te zijn”, zegt Hansen. „Zelfs als we de kerk een meer gastvrije plek maken voor sceptici en twijfelaars, moeten we naar hen toe gaan – in hun buurten, op hun scholen en op hun werkplek. We moeten leren hoe we voor de naam en zaak van Christus kunnen opkomen in een vijandig klaslokaal of werkomgeving. Hoe houden we van onze naasten, als zij ons als de slechteriken zien?”

Opgemerkt 1: Is het niet het kenmerk van de eerste en latere gemeenten van Jezus Christus dat het een bottom-up beweging is geweest! En natuurlijk kon dat alleen gebeuren omdat er een werkelijk hemelse genadige en zegenrijke Top-down beweging aan ten grondslag lag én ligt!

Opgemerkt 2: Deze gang van zaken is onbegrijpelijk en ongelooflijk voor het menselijke verstand en juist kerkleiders hebben daar moeite mee om dat te begrijpen én om er naar te handelen. Maar we zagen toch niet voor niets dat zo duidelijk gedemonstreerd in de tijd dat onze Heer hier op aarde rondliep. Juist de theologisch best opgeleide mensen, die zichzelf als leiders van het Godsvolk beschouwden en opwierpen (ook bij de Romeinen), konden die Weg van God niet aanvaarden. Moesten zij wat zij geleerd hadden en leerden en bereikt hadden opgeven om ‘die Jezus uit Nazareth’ (met dat ‘stelletje Gallileeërs’) te eren door Hem te gaan volgen? Nee, die ‘bottom-up beweging’ wilden ze met alle kracht en alle middelen – het doel heiligde de middelen – tegenwerken en onderdrukken en diende zo mogelijk geheel vernietigd worden.

Opgemerkt 3: We kunnen hierbij ook nog stellen: Het westerse christendom heeft alle middelen en tijd gekregen om zich op een Bijbelse manier binnen eigen gelederen te verweren tegen het ‘moderne heidendom’ (2), zoals het volk Israël alle middelen en tijd gekregen (2) had om zich binnen eigen gelederen te verweren tegen het ‘oude heidendom’. En we hebben die gelegenheid als westerse christenen nog altijd, daar hebben we zeer beslist niet een Kellercentrum voor/bij nodig!

(1) Opvallend dat ze blijkbaar voor de vrouwen even beducht waren als voor de mannen. Blijkbaar hadden de vrouwen die Jezus volgden en dienden (voor én na Zijn kruisdood en opstanding) nogal indruk gemaakt op de leiders in Jeruzalem…
(2) Zie Romeinen 10!

Opgemerkt slot: Schreef naar aanleiding van de discussie van dr. G.A. van den Brink met ds. W. Visscher in het RD nog wat in de volgende blog te lezen valt.

Bron citaten: RD kerk & religie – ‘Kellercentrum wil christen toerusten voor seculiere cultuur’ – door Wim Kranendonk

‘Het woord van God vond steeds meer gehoor (onder het gewone volk), zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide; ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.‘ (Uit Handelingen 6 vers 7)

Bron afbeelding: Bible Hub

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie