De transformatie van de gelovige… (I)

Jezus antwoordde en zei tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren, en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en zullen woning bij hem maken.‘ (Uit Johannes 14 vers 23)

Geciteerd: Er zijn twee zaken die christenen van God ontvangen, zoals Paulus ze ook afzonderlijk noemt ‘genade en gave’ (vgl. Romeinen 5 vers 15)
Genade vergeeft de zonde, schept troost en vrede in het geweten en zet de mensen over in het ‘Rijk van Gods genade en waarheid’, zoals het Genaderijk genoemd wordt in de Psalm: ‘Zijn genade en waarheid regeren machtig over ons tot in eeuwigheid‘ (vgl. Psalm 117)
De gave echter, of het geschenk, is dat de heilige Geest in de mens nieuwe gedachten, een nieuwe zin, troost, kracht, ja een volkomen nieuw hart en een nieuw leven geeft. Dat bedoelt Hij nu in de tekst, waar Hij zegt: ‘Wij zullen woning bij hem maken.’
Dit moet volgen op de genade en de liefde van God, dat het hart van de mens nu een troon en een stoel van de hoge majesteit wordt, hoger en beter dan de hemel en aarde, zoals Paulus zegt: ‘De tempel Gods is heilig, die u bent‘ (vgl. 1 Korintiërs 3 vers 17). En: ‘U bent de tempel van de levende God, zoals God zegt: Ik zal in hen wonen en in hen wandelen‘ (vgl. 2 Korintiërs 6 vers 16).

Opgemerkt: We lezen (m.n.) in de brieven aan de gemeente in Korinthe hoeveel tijd en moeite de apostelen wilden nemen om de mensen die tot geloof gekomen waren te onderwijzen om het transformerende werk van God in de mens niet in de weg te staan of zelfs uit te blussen. Steeds weer goed en eerbiedig luisteren naar het onderwijs van heel Gods Woord is daarbij onontbeerlijk.

Leestips: 1 Korintiërs 3 : 10-23 en/of 2 Korintiërs 6 : 14-18 en 7 : 1-4.

Zie ook: De transformatie van de gelovige… (II) en (III)

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof’ – 7 augustus – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerdn, sr. – Den Hertog B.V. (Houten)

‘Looft de Here, alle volken, prijst Hem alle gij natiën,
want zijn goedertierenheid is machtig over ons
en des HEREN trouw is tot in eeuwigheid.’
(Psalm 117)

Bron afbeelding: This’n That

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over leven met een belofte…

Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten,
en ga naar het land dat ik je zal wijzen.‘ (Uit Genesis 12 vers 1)

Paria, nomade, migrant, pelgrim of vreemdeling en bijwoner?

Paria: Een paria, verschoppeling of verstoteling is iemand die uit de samenleving of maatschappij is verstoten of op een bepaalde manier wordt uitgesloten of genegeerd.
Nomade: Dat zijn mensen of bevolkingsgroepen die geen vaste woon- of verblijfplaats hebben en doorgaans mee met hun vee rondtrekken.
Migrant: landverhuizer. Iemand die naar een ander land verhuist.
Pelgrim: Iemand die op bedevaart, een bedevaartganger, is.

Geciteerd 1: Boeren (in Nieuw Zeeland) – vrijwel allemaal eerste, tweede of derde generatie migranten – hebben daar een minder diepe relatie met hun land en misschien ook wel met het vak zelf. (…) Misschien moet dat ook wel het perspectief zijn van de huidige generatie jongeren die boer willen worden. Emigreer naar een land waar de ruimte niet zo beperkt is. (…) maak je los van de grond en emigreer, tenminste, als je boer wil zijn of worden.

Geciteerd 2: Een mooi stuk over een geslaagde migrant (in Nieuw Zeeland). Minder mooi is wat de schrijver aan het adres van de boeren zegt: vertrek, er is voor jullie hier geen plaats meer. Het gebeurd niet zo vaak dat tegen een beroepsgroep wordt gezegd dat ze maar beter weg kan gaan. Wees als een migrant die nergens aan vast zit. Nergens wortels hebben wordt als ideaal gezien. Dat lijkt me juist een oorzaak van veel ellende in deze wereld, waarin talloze nomaden leven.

Geciteerd 3: Voelt niet iedereen zich een vreemdeling bij het zien van al de verschrikkingen die vandaag ons leven en welzijn bedreigen? Komt dan niet het besef op dat dit niet de wereld is die wij zoeken? En zegt de Bijbel dat ook niet?
Ds. Van den Berg illustreert deze Bijbelse gedachte van ‘vreemdeling-zijn op aarde’ met duidelijke voorbeelden. Abraham, Jakob, Jozef, de psalmist; zij waren vreemdelingen en bijwoners in het land waar zij woonden; vreemdelingen in de verstrooiing. Maar, ze leefden met een belofte; Gods belofte van een andere, betere wereld.

Bron citaten 1-2: De Waarheidsvriend (31/32 2022) – ‘De boer en zijn land’ – door dr. A.A.A. Prosman
Bron citaat 3: bol-com – Samenvatting bij boek ‘Vreemdelingen en bijwoners – Bijbelse aspecten van vreemdelingschap’ – auteur ds. M.R. van den Berg (1928-2001)

Bron afbeelding: Scripture Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Eat bitterness’…

Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot Heil geweest zijt.
(Uit Psalm 118 vers 21)

Geciteerd: Ik dank U, dat U mij verootmoedigde, en mij hielp’ (Psalm 118 vers 21 naar de weergave in DB 1545). Dit is een vrolijk versje, en je kunt het met blijdschap zingen: bent U geen wonderlijke en lieflijke God, om ons zo wonderlijk en vriendelijk te regeren?
U verhoogt ons, wanneer U ons vernedert. U maakt ons rechtvaardig wanneer U ons tot zondaren maakt. U leidt ons naar de hemel, wanneer U ons in de hel werpt. U geeft ons de overwinning, wanneer U toestaat/toelaat dat wij de strijd verliezen. U maakt ons levend, wanneer U ons laat doden. U vertroost, ons wanneer U ons bedroeft. U geeft ons blijdschap wanneer U ons laat treuren. U maakt ons vrolijk wanneer U ons laat huilen. U laat ons zingen, wanneer U ons laat wenen. U maakt ons sterk, wanneer wij lijden. U maakt ons wijs, wanneer U ons tot dwazen maakt. U maakt ons rijk, wanneer U ons armoede toebedeelt. U maakt ons meesters, wanneer U ons laat dienen.
Ontelbaar zijn de wonderen die in dit vers verborgen zijn – en de hele Christenheid tezamen moet God daarvoor loven en prijzen in deze enkele woorden: ‘Ik dank U, dat U mij verootmoedigde en hielp.

Opgemerkt: beluisterde een video van de VPRO (op FB) waarin Andy Xie (Financieel specialist) zegt: ‘Met een conflict op de korte termijn zal de economie crashen. Zoals in de jaren dertig van de vorige eeuw. Amerikanen kunnen nu zelf niets maken zonder die chips (uit o.a. Taiwan). Het kost vijf jaar om een simpele fabriek te bouwen. Mensen zullen lijden, zowel in China als in het Westen. Alleen: Chinezen zijn eraan gewend om te lijden. Ik weet niet of de verwende Amerikanen zoiets zullen accepteren. De essentie van de Chinese cultuur is eat bitterness, oftewel: onderga moeilijkheden gewillig. Dat is wel even iets anders dan de Amerikaanse pursuit of happiness.’

Leestips: Psalm 119, Jesaja 12, 2 Korintiërs 11 : 8-10 en Hebreeën 2 : 10.
Lees evt. ook deze preek over Spreuken 27 vers 7.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof’ – Citaat/mediatie van 5 augustus – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog B.V. (Houten)

Een verzadigde ziel vertreedt het honingzeem*, maar een hongerige ziel is alle bitter zoet.‘ (Uit Spreuken 27 vers 7)
* De meest zuivere honing die er is. Zie ook Psalm 19 vers 11 en 119 vers 103.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Bijbelteksten niet tegen elkaar uitspelen!

Komt een van u wijsheid tekort? Vraag God erom en Hij, die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en onder verwijt, zal u wijsheid geven. Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als en golf in de zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen. Wie zo aarzelend en onberekenbaar is bij alles wat hij/zij doet, moet niet denken dat hij/zij iets van de Heer zal ontvangen. (Uit Jakobus 1 de verzen 5-8)

Geciteerd 1: De meeste christenen geven prioriteit aan onze toewijding aan het gezin boven toewijding aan de kerk. Maar valt dat ook Bijbels te verantwoorden? Zowel de Schrift als de vroege kerk gaan uit van de gedachte dat het gezin van God hoger staat dan het natuurlijke gezin.

Opgemerkt vooraf: De kwestie is hier niet ‘boven’ en ‘onder’, ‘hoger’ of ‘lager’ of van meer of minder prioriteit, maar het gaat om heel goed luisteren naar Gods Woord met elkaar en daarbij bidden om liefde en wijsheid, zoals alleen de heilige Geest ons die schenken kan, om Gods Woord naar Zijn bedoeling toe te passen in de concrete omstandigheden waarin wij (samen)leven in huwelijk, gezin en kerk.

Opgemerkt 1: De apostelen brachten het Evangelie aan hun Joodse broeders en zusters, maar ook aan de Romeinen en Grieken en ook nog andere volken met elk weer een ander verleden en godsdienstige achtergrond. In het onderwijs van 1 Korintiërs 7 blijkt heel nadrukkelijk dat Paulus (en ook de andere apostelen, ze waren in overeenstemming met elkaar wat betreft hun onderwijs) ons leren dat de mensen als regel zullen blijven in de omstandigheden waarin ze door God geplaatst waren. Gehuwden, bijvoorbeeld, zullen na hun bekering en doop niet uit elkaar gaan, zelfs ook niet wanneer één van de partners het geloof (nog) niet aanvaard heeft. En slaven zullen gewoon hun heer blijven dienen (1), al wordt, wanneer de kans om vrij te worden zich zou aandienen, wel aanbevolen om die kans te benutten. Verder blijkt, wanneer mensen branden van verlangen om alles van het het huwelijk ‘te smaken’ (ook weduwen/weduwnaars kunnen en mogen daar nog weer naar verlangen), dat Paulus hen dan aanraadt om te huwen en de gehuwden maant om elkaar dan het ‘huwelijksbed’ niet te onthouden/ontzeggen.
(1) Ze konden dus bijv. niet de gemeente vragen om hen te helpen het bedrag bijeen te sparen voor vrijkoping, bijv. om dan evangelist te kunnen worden. Natuurlijk zou bij gebleken geschiktheid (voor evangelist) een gemeente zoiets kunnen beslissen, maar daar konden ze dus niet zomaar om vragen.
NB. Zie ook de brief van Paulus aan Filemon waarbij hij de slaaf Onesimus weer terug stuurt naar zijn heer, ondanks dat Onesimus van dienst kon zijn in Paulus’ werk voor de gemeenten.

Geciteerd 2: De oproep van Jezus om lid te worden van een nieuw gezin leidt onvermijdelijk tot een loyaliteitsconflict. Aan welk gezin dien ik nu primair loyaal te zijn.

Opgemerkt 2: Nee, we zullen dit niet als een loyaliteitsconflict zien en het ook geen loyaliteitsconflict noemen. We zullen eerder spreken van een gehoorzaamheidsconflict. Het gaat dus niet om meer of minder liefde en loyaliteit voor gezin of kerk (gemeente!), maar het zal gaan om situaties waarin duidelijk speelt ‘het God meer gehoorzaam moeten zijn, dan mensen’. En dat zullen we de betrokkenen ook duidelijk moeten maken (met Gods Woord in de hand), wat nog niet betekent dat die betrokkenen die gehoorzaamheid ook kunnen plaatsen en/of willen aanvaarden. Wanneer dat laatste niet gebeurd, dan zal je moeten (willen) lijden (2) onder de consequenties van die gehoorzaamheid.
(2) Zie Handelingen 4 de verzen 13-22. De liefde tot de Joodse broeders en zusters en hun leiders gaat niet zover dat ze daarmee de gehoorzaamheid aan God niet plaatsen boven dat wat hen door de leiders en oudsten en Schriftgeleerden geboden wordt: namelijk om te zwijgen over Jezus en Zijn Naam niet meer te gebruiken onder het volk.

Geciteerd 3: Op sommige plaatsen lijkt, zoals Matteüs 15 : 3-4, Jezus pro-family te zijn en twijfelt hij aan de toewijding van de Farizeeën aan het vijfde gebod om vader en moeder te eren. Maar op andere plaatsen lijkt Hij anti-family te zijn.

Opgemerkt 3: Jezus soms pro-family en dan weer anti-family? Die tegenstelling is er niet! Bij de woorden van Jezus ‘Wie mij niet liefheeft boven vader of moeder…’ heeft niets met pro- of anti-family te maken, maar met gehoorzaamheid, zoals bij ‘Opgemerkt 2’ al is beschreven. In het in het artikel aangegeven tekstgedeelte (Matteüs 15 de verzen 3-4) gaat het juist over een spitsvondig plaatsen van de dienst aan God boven (!) het liefhebben en eren van de ouders!
En in het andere genoemde tekstgedeelte (uit Lukas 14) wordt ‘de kerk’ (de gemeente!) helemaal niet genoemd en het gaat daar niet alleen over het ‘haten’ van familie, maar ook over het ‘haten’ van eigen leven! Het gaat om het volgen van Jezus en dan kan je zelfs door ‘de kerk’ (de broeders en zusters uit eigen gemeente/kerkgenootschap) vervolgd worden.

Geciteerd 4: (…) in 1 Korintiërs 7, waar het huwelijk eerder “een concessie” is aan onze fysieke verlangens (vers 6) en ongehuwd zijn wordt aangeprezen als de manier bij uitstek om toegewijd te zijn aan onze Heere naar lichaam en geest (vers 34). Paulus zegt zelfs : ‘Het is goed voor een man om niet te trouwen’, omdat een alleenstaande, man of vrouw, meer bezorgd is over de zaken van de Heere (vers 32).

Opgemerkt 4: We hebben toch wel geleerd uit de geschiedenis van de kerk dat gebruik (misbruik) van Paulus woorden geleid heeft tot het celibaat in de RK-kerk. We kunnen en mogen 1 Korintiërs 7 beslist niet gebruiken en inzetten binnen de kerk (gemeente(n!) zoals deze schrijver hier binnen het geheel van zijn artikel ook (weer/opnieuw) probeert/doet.

Geciteerd 5: God wil dat al Zijn kinderen opgroeien tot ‘de volheid van Christus’ (Efeziërs 4 : 13). We moeten daartoe leren ons te richten naar Jezus’ prioriteiten en het huisgezin van God op de eerste plaats stellen.

Opgemerkt 5:God wil‘ een heel gevaarlijk zinnetje in de monden/handen van voorgangers/kerkleiders! Wat zijn hiermee al talloze leden van Christus gemeente(n) voortgezweept en afgemat door hen! En wat “Jezus’ prioriteiten” zijn dat komt beslist niet op een Bijbels gefundeerde manier ‘uit de verf’ in dit artikel!
Uit het Bijbelgedeelte (Efeziërs 4 in z’n geheel!) waarnaar verwezen wordt, blijkt dat daar gesproken wordt over de vrucht van de Geest in het samenleven van een gemeente. Niet iets waar wij – (voort)gedreven door onze voorgangers – naar streven zullen of moeten, maar die een gemeente geschonken is en wordt. Al die genade-gaven die hen/ons geschonken zijn, die moeten wij niet in de weg staan, maar de ruimte geven om (nog verder) tot bloei en groei te komen. Dat begint met het afleggen van de oude mens en zijn kwalijke praktijken en wordt gevolgd door het aantrekken van de nieuwe mens. Dat laatste doen we vooral door steeds weer eerbiedig en gehoorzaam (gelovig!) te luisteren naar het onderwijs van Gods Woord. En daar kunnen wij allen dagelijks en op de zondagen gevolg aan geven. En het gehoorde Woord van God dát zal niet zonder vrucht blijven, maar doen al wat God behaagt (3) in het samenleven in huwelijk en gezin en in in het samenleven van de gemeente waartoe we behoren.
(3) Zie Jesaja 58 de verzen 8-12

Geciteerd 6: Het gezin van God is hier niet om de belangen van ons gezin te dienen. Integendeel, onze gezinnen zijn hier om het gezin van God te dienen.

Opgemerkt 6: Dit is een zeer verdrietige manier van een tegenstelling maken die er niet is. Het samenleven van mensen in gezinnen en in de gemeente(n) van Jezus Christus zal tot zegen zijn voor allen en ook voor de wereld om hen heen. Niet de gemeente wordt gediend, maar onze Heer Jezus Christus, die zullen wij navolgen in al ons doen en laten. En dat we dat doen, dat is van net zoveel belang in en voor het samenleven van onze gezinnen als dat het van belang is in en voor het samenleven van alle broeders en zuster in een gemeente! Hoeveel vaders (als voorgangers en als ‘oudsten’) hebben zich aan gezinstaken onttrokken (en dat gebeurt nog!) omdat ze meenden dat ze een hoger belang moesten of wilden dienen in het huisgezin van God, eerder dan die van/binnen het eigen gezin, wat toch beslist hun eerste taak/roeping is/blijft.

Geciteerd 7: Volgens het Nieuwe Testament is het huisgezin van God – niet het natuurlijke gezin – de primaire gemeenschap waar geestelijke groei plaatsvindt.

Opgemerkt 7: Hiermee wordt ook weer iets beweerd wat in de praktijk van het leven zo geheel anders kan liggen. Hoeveel mensen hebben niet geleden onder de verkondiging van Gods Woord en de gang van zaken in de gemeente/kerken waar ze lid van waren. De geestelijke groei is een zegen van God die niet afhankelijk wordt gemaakt van plaats of tijd. We worden opgeroepen om de bijeenkomsten van de gemeente niet te verzuimen en wij zullen ons – in gehoorzaamheid aan Gods Woord! – zo mogelijk altijd weer bij een gemeente voegen waar Gods Woord en de sacramenten (nog) bediend worden, maar we mogen ons voor onze geestelijke groei helemaal afhankelijk weten van het werk van Gods Woord en Geest in ons persoonlijk leven.

Bron citaten: Protestants Nederland (jrg 86/24/juli 2022) – ‘Thema: Gods huisgezin of natuurlijk gezin’ – door Joseph Hellerman.
Joseph hellerman is hoogleraar Nieuwtestamentische taal aan de Talbot School of Theology in La Mirada, Californië (VS)

Zo geldt ook voor jullie: wie geen afstand doet van al zijn bezittingen*, kan mijn leerling niet zijn‘ (…) ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!‘ (uit Lukas 14 uit de verzen 25-33 de verzen 33 en 35b)
* ‘bezittingen of ‘al wat hij heeft’ (dat kunnen dus ook familie of gemeente-relaties zijn!)

Bron afbeelding: A Clay Jar
(Consider The Costs of Discipleship)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Want er staat geschreven’…

Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan zou worden, en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen.‘ (Uit Romeinen 6 vers 6)

Geciteerd 1: De oude mens is niet een deel van ons, een deel van ons innerlijk leven en dan alleen haar donkere kant. Wij zijn het niet enkel op onze slechtste momenten, maar we zijn ook oude mens zoals we zijn op ons best, op zijn vroomst. Paulus gebruikt hiervoor uitdrukkingen als: ‘het lichaam der zonde’, ‘het vlees’, ‘de leden van het lichaam der zonde’. Kortom onze oude mens zijn wijzelf zoals wij vanaf het begin met God gebroken hebben. Wij zij dat helemaal het is onze diepste existentie.

Geciteerd 2: We zullen alleen dan voor God kunnen bestaan en leven, wanneer onze oude mens voorgoed dood en begraven is. De vraag is nu, hoe komen wij daartoe. Kohlbrugge geeft als antwoord, dat we nooit tot het sterven van de oude mens en het leven van de nieuwe zullen geraken, als wij zelf deze taak ter hand nemen, en zelf aan het werk gaan om met Gods hulp en met hulp van Gods Wet ons lichaam der zonde te doden. De vrome duivel prijst ons deze methode wel aan en ook ons vrome vlees. Tevergeefs! Langs deze weg krijgen wij de oude mens er nooit onder.

Geciteerd 3: Toen Christus aan het kruis hing, hing daar onze oude mens in heel zijn machteloosheid en in al zijn schande voor God. Aan het kruis op Golgotha hingen immers niet twee mensen, maar één Mens in onze plaats: Christus Jezus, de Middelaar Gods en der mensen. Hij heeft al onze zonden, heel het lichaam der zonde, heel onze oude mens voor Zijn rekening genomen, het doodvonnis erover aanvaard en aan Zich laten voltrekken.

Geciteerd 4: Zo innig heeft Christus Zich met de Zijnen vereenzelvigd. Met Hem is mijn oude mens, heel mijn zondig bestaan, in het graf gelegd om daar nooit meer uit te komen. Wanneer Christus op de derde dag uit de doden opstaat, dan zijn wij allen mee opgewekt uit de dood, om nu voortaan als nieuwe mensen – zo ziet God ons in Christus (AJ) – voor God te leven.

Geciteerd 5: In Christus’ dood heeft de gelovige de dood van de oude mens en in Zijn opstanding de geboorte van de nieuwe mens. Daarom kon Kohlbrugge op de vraag: ‘Wanneer bent u bekeerd?’ antwoorden: Op Golgotha’ en op de vraag: ‘Wanneer bent u wedergeboren?’ reageren met: ‘Op de derde dag.’

Geciteerd 6: Het laatste punt van de preek is een vraag: ‘Stemt deze waarheid overeen met de ervaring? Veeleer ervaart een aangevochten gelovige juist het tegendeel: Ik een nieuw mens, die bevrijd is van de macht van de zonde?
Het is toch veel aantrekkelijker om te horen dat onze oude mens dagelijks door boete en berouw gekruisigd en gedood moet worden, dan te geloven dat hij gekruisigd is.
Kohlbrugge stelt dan de vraag: ‘Keert tot uzelf in, u die deze leer handhaaft, en ziet toe, of u in uw veertigste of vijftigste levensjaar de oude mens meer gedood hebt dan in uw twintigste jaar.’ (1) Wil men echter zelf zijn oude mens door dagelijkse boete en berouw doden, dan staat men Christus in de weg en handelt men tegen de Schrift, want er staat geschreven: ‘Onze oude mens is met Christus gekruisigd, opdat het lichaam der zonde zou te niet gedaan zijn, opdat wij niet meer de zonde dienen.

Het diepe geheim van deze werkelijkheid is alleen in het geloof te verstaan en is tot troost in momenten van aanvechting. Om het in de taal van Kohlbrugge te zeggen: ‘Het is een zaak van het geloof! Hoe onze oude mens zich ook mag roeren, tieren en razen, zodat horen en zien hem als het ware vergaan – als het hem werkelijk om de gerechtigheid te doen is – en hij zo wil zijn, als hij het in de Heilige Schrift leest, dan moet hij maar heel stil en rustig bij deze waarheid volharden. (2) Hij moet dan maar vrijmoedig zeggen: “Ik ben nochtans met Hem medegekruisigd.” Dan zal hij ondervinden dat deze waarheid volkomen in overeenstemming met de ervaring.’

Kohlbrugge besluit deze preek met een dringend appel, vijf keer klinkt het woordje ‘laten’. ‘Laten we ophouden er met onze wijsheid tussen te komen, maar laten we deze grote genade geloven. Laten we ophouden met het handhaven van onszelf, al zouden we ook duizend maal het tegenstrijdige daarvan in ons leven opmerken. Laten we in deze aanvechtingen niet luisteren naar ons verstand, naar de duivel en naar ons ongeloof – het luistert namelijk nauw in deze zaak!
Laten we niet de oude mens, maar onszelf veroordelen – dat is: ónze oude mens. Maar laten we God in Zijn genade rechtvaardigen en ons in alles houden aan de arbeid van Christus’ ziel. Dan zullen we het niet alleen met blijdschap in de Heilige Schrift lezen, maar er ook in onze harten, in de ware vrede van God, zalig bewust van zijn dat onze oude mens meegekruisigd is.

Geciteerd slot: Diep laat Kohlbrugge ons in het Vaderhart van God kijken, dat vol erbarmen is voor zondaren die in eigen kracht geen stap verder kunnen en van genade moeten leven In Christus dood heb ik de dood van mijn oude mens en in Zijn opstanding de geboorte van mijn nieuwe mens. Paulus onderstreept dit met de woorden, die we al eerder hoorden: Houdt het daarvoor. Hij wil zeggen: Houdt dit Woord voor waarachtig! Houdt het er daarom voor, omdat God het ervoor houdt!

Opgemerkt AJ:
(1) Dát is ook de oorzaak van mijn moeiten geweest, iedere keer ontdekte ik weer dat ik helemaal niet die ‘progressie’ doorgemaakt had die ik mij had voorgenomen. En ik meende dat dit alleen maar betekenen kon dat ik mezelf toch niet kon zien en aanvaarden als een (vergeven) kind van God. En dat overkwam me steeds weer tot ik eindelijk kon inzien en aanvaarden wat ook Kohlbrugge ons hier uit Gods Woord laat zien en wat ook helemaal te vinden is in het Bijbelonderwijs van Luther.
(2) En ja, zo heb ik mogen en kunnen volharden bij deze waarheid sinds ik tot het besef daarvan kwam. Mijn website heb ik ook niet zomaar de naam ‘jc33nl’ gegeven…

Bron citaten: ‘Kohlbrugge: schatgraver in de Romeinenbrief – het zoeklicht over Romeinen 6 – door H. Boele, Hendrik-Ido-Ambacht – in Ecclesia 15/6, 113e jaargang, 28 juli 2022

U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften waardoor wij werden aangeklaagd uitgewist en vernietigd door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft Zich ontdaan van machten en krachten, Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd‘ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 13-15)

Bron afbeelding: Knowing Jesus-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kunt u het zich voorstellen?

Ze wierpen het net uit en er zat zoveel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. De leerling van wie Jezus hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op – meer had hij niet aan – en sprong in het water.‘ (Uit Johannes 21 vers 7)
Toen de leden van het Sanhedrin zagen hoe vrijmoedig Petrus en Johannes optraden en begrepen dat het gewone ongeletterde mensen waren, stonden ze verbaasd, en ze realiseerden zich dat beiden in Jezus’ gezelschap hadden verkeerd.‘ (Uit Handelingen 4 vers 13)
Toen Petrus het huis wilde binnengaan, kwam Cornelius hem tegemoet, en hij wierp zich eerbiedig voor zijn voeten ter aarde. Maar Petrus hielp hem overeind en zei: “Sta op. Ik ben ook maar een mens.” Al pratend gingen ze naar binnen, waar hij een groot aantal mensen aantrof.’ (Uit Handelingen 10 de verzen 25-27).

Geciteerd: Als ik zijn lezing beluister, veroordeelt hij de Dordtse Leerregels. Daar moet hij helemaal niks van hebben. Als ik die man moet geloven kunnen alle boeken van oudvaders die ik hier in de kast heb staan de prullenbak in. En dus vind ik hem een remonstrant.”

Opgemerkt 1: Kunt u het zich voorstellen, Petrus in Rome, in een grote pastorie met een grote bibliotheek vol met Joodse, Griekse en zelfs Babylonische werken. Of anders Timoteüs in Korinthe of Titus op Kreta? En dat ze daar dan de oudsten en de gewone leden van de gemeente ontvingen in zo’n ‘pastorie’ voor een ‘geestelijk gesprek’. Petrus als een soort voorloper van de paus en Timoteüs en Titus als voorlopers van ‘zware refodominees’ met hun grote pastorieën en werkkamer met boekenplanken vol met theologische en dogmatische werken, waaronder werken van oudvaders en wat dies meer zij…

Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik – net als u – niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde. Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest – Die in uw harten met het door mij verkondigde Woord aan de slag ging (AJ) -, want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op kracht van God.‘ (Uit 1 Korintiërs 2 de verzen 1-5)

En er staat ook geschreven: “De Heer kent de gedachten van de wijzen; Hij weet dat ze niet meer dan lucht zijn. Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want alles is van u; of het nu Paulus, Apollos of Petrus is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God.‘ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 20-23)

Opgemerkt 2: Dat laatste, dat zullen de ‘zware refodominees’ Paulus niet nazeggen m.b.t. de leden van hun gemeente. Ach, dan zijn het zulke wijze Schriftgeleerden, dan weten zo goed onderscheid te maken. Maar het is niet de wijsheid die van Boven is, maar het is niet meer dan menselijk geredeneer, waarmee vele ‘eenvoudigen’ (en meer) van het dankbaar meedoen aan de vieringen van het Avondmaal worden afgehouden en daardoor de versterking van hun geloof, waar ze niet zonder kunnen bij het voeren van de goede strijd van het geloof, moeten missen.
Zullen we voor zulke ‘Schriftgeleerden’ – in navolging van onze Heer – nog bidden of God hen die zonden niet wil toerekenen!

Wee jullie, Schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het Koninkrijk van de hemel. Zelf gaan jullie er niet binnen, maar jullie houden ook degenen die er willen binnengaan tegen.‘ (Uit Matteüs 23 vers 13)

Bron citaat: cvandaag-nl – ‘Refodominee diep beledigd door lezing HHK-pedikant: “Hij betovert onze jongeren.”

Bron afbeelding: patheos-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geen groter vrede in het hart…

Terwijl Hij hier op aarde was, heeft Christus onder tranen geroepen tot God, die Hem van de dood kon redden. God verhoorde zijn gebeden, omdat Hij Zich aan Gods wil onderwierp. Zelfs al was Jezus de Zoon van God, toch moest Hij uit ervaring leren wat gehoorzaamheid was. Ook als dat pijn en verlatenheid betekende. Nadat Jezus had bewezen daarin volmaakt te zijn, werd Hij de Gever van eeuwige redding voor alle mensen die Hem gehoorzamen. God had Hem immers aangewezen als hogepriester, op dezelfde wijze als Melchisedek.‘ (Uit Hebreeën 5 de verzen 7-10)

Opgemerkt 1: Wij lezen in de evangeliën hoe Jezus na gebeden te hebben in de hof van Gethsemané een grote rust en vrede in het hart ontvangt om alle vernederingen en folteringen, die nog volgen zullen, te kunnen doorstaan en daarbij ook nog aandacht, liefde en zorg en vergevingsgezindheid hebben voor de mensen om Hem heen.

Opgemerkt 2: Een predikant mag mensen opmerkzaam maken op dit gebeuren en hen verzekeren dat hen die vrede en rust en die liefde en zorg voor anderen en ook de vergevingsgezindheid naar anderen in het hart geschonken zal worden en dat te meer naarmate zij die bede ‘Uw wil geschiede‘ des te hartelijker (leren) bidden. Dan zullen ook zij de vrede die alle verstand te boven gaat ontvangen. Dát zal een predikant bij deze bede een gemeente voorhouden en wel op grond van Gods Woord. Zijn gang naar de kansel zal daarom niet zwaarder zijn dan anders, want hij doet niet anders, dan wat hij op andere zondagen ook mag doen: de gemeente het Evangelie verkondigen.

U moet weten broeders en zuster dat de tegenspoed die wij in Asia hebben moeten doorstaan, uitzonderlijk groot was. We hadden het zwaar te verduren, zo zwaar dat het onze krachten te boven ging. We vreesden ernstig voor ons leven., we waren er zelfs zeker van dat het doodvonnis over ons was uitgesproken. Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op God die doden opwekt, Die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit een zelfde doodsgevaar. Op Hem hebben we onze hoop gevestigd: Hij zal ons altijd redden.’ (Paulus in 2 Korintiërs 1 de verzen 8-10)

‘Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg nogmaals: wees altijd verheugd. Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.‘ (Paulus in Filippenzen 4 de verzen 4-7)

Bron afbeelding: Crosswalk-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de trouwe zorg van onze almachtige God en Vader…

Veertien vertroostingen (nr. 18)

Voor ‘de werkers’ die vermoeid en belast zijn – door Maarten Luther,
Augustijner monnik te Wittenberg (1520)

Eerder ontvangen zegeningen gedenken en overdenken…

Geciteerd: Maar als onze eigen wijsheid en oordeel ons verblindt voor de voorzienigheid van God in ons leven, gewoon omdat we door omstandigheden (die we niet zelf in de hand hadden) toch veel dingen hebben kunnen doen in overeenstemming met onze eigen plannen, laten we dan opnieuw ons leven onderzoeken en de psalmist nazeggen: ‘Mijn gebeente was voor U niet verborgen toen ik in het verborgene gemaakt werd (dat wil zeggen, U hebt mij vanaf het prilste begin in de baarmoeder van mijn moeder gezien en gevormd, terwijl ik nog geen zelfstandig bestaan had, en mijn moeder nog niet wist wat (wie) zich in haar aan het ontwikkelen was), en mijn prille weefsels ontwikkelde zich in de diepste delen van de aarde (dat wil zeggen, zelfs vorm en gestalte van mijn lichaam in de verborgen ruimte van de baarmoeder waren niet voor U verborgen, want U was er al mee aan de slag).’ Psalm 139 [: 15–16]. Wat anders heeft de psalmist voor met zulke woorden, dan om ons door deze prachtige illustratie te laten zien hoe God altijd voor ons heeft gezorgd zonder ook maar enige inbreng van ons!

Want wie kan er prat op gaan dat hij een rol heeft gehad in zijn of haar ontwikkeling en groei in de baarmoeder? Wie gaf onze moeders de zorgzaamheid om ons aan de borst te voeden, te strelen en van ons te houden, en om alle plichten van het moederschap te vervullen voordat we ons zelf bewust waren van ons leven? Zouden we een van deze dingen weten of herinneren, tenzij we, nadat we dezelfde dingen hebben waargenomen die anderen ontvingen, nu geloven dat ook wij ze ontvangen hebben? Wat onze kennis van deze dingen betreft, ze werden voor ons gedaan terwijl we nog sliepen, nee, eerder dood, of juister, dat we nog niet geboren waren. Zo zien we hoe we, zonder enige inbreng van onze kant, gedragen en onderhouden worden door Goddelijke ontferming en mededogen. Toch twijfelen we eraan, wanhopen zelfs, of Hij vandaag wel voor ons zorgt. Als deze ervaring ons niet onderwijst en ontroert, dan zou ik niet weten wat dan wel.

Dit alles wordt ons toch bij elke baby weer onder ogen gebracht. Zoveel voorbeelden aangereikt aan onze dwaasheid en hardheid van het hart, die zouden ons moeten vervullen met diepe schaamte, als we ooit (weer) eraan twijfelen dat ook de minste zegen of iets kwaads ons kan overkomen zonder het bestuur en de bijzondere voorzienigheid van onze God en Vader. Zo zegt de apostel Petrus in 1 Petrus 5 [: 7]: ‘Werp al uw zorgen op Hem, want Hij hij zorgt voor u.’ (1) En Psalm 55 [: 22] zegt: “Leg uw last op de Heer en Hij zal u ondersteunen.’ En we lezen in 1 Petrus 4 [: 19] ‘Laten daarom degenen die lijden volgens de wil van God, hun ziel toevertrouwen aan de getrouwe Schepper, steeds het goede doende.’

(1) Luther’s citeren van woorden van Augustinus weggelaten en daarvoor in plaats woorden van onze Heer: ‘Bedenk dat uw Vader precies weet wat u nodig hebt, al voor u Hem erom vraagt!‘ (Uit Matteüs 6 de verzen 7-8), en: ‘Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.‘ (Uit Matteüs 10 de verzen 29-31)

Maarten Luther: Tessaradecas Consolatoria Pro Laborantibus et onerantis (Weimarer Ausgabe) WA 6, (99) 104–134. (Vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Vol. 42, p. 117 ev)

NB. Dit is een vertaling van de Engelse versie van dit Luthercitaat.

Bron citaat: Als u de Engelstalige Luther-citaten naar familie of vrienden wilt laten sturen, kunt u (met hun toestemming) het e-mailadres verzenden naar: info@martinluther-quotes.nl
Abonneren en afmelden van de wekelijkse citaten via dit e-mailadres of op http://www.maartenluther.com Deze e-mails zijn gratis en er wordt niet gevraagd om donaties.

Bron afbeelding: Flickr

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De ‘nuttigheid’ van de duivel voor Gods kinderen…

God, Die de doden levend maakt, en in leven roept wat niet bestaat.’
(Uit Romeinen 4 vers 17)

Geciteerd: God keert alles om en maakt alles nieuw. Dat schijnt echter niet het geval te zijn wanneer je ziet dat men Zijn christenen met voeten treedt of hen het hoofd afslaat, dat dit dan eer en heerlijkheid, vreugde en zaligheid moet zijn. Ik zie en voel echter het tegendeel. ‘Maar Ik kan maken’, zegt Hij, ‘Dat er is, wat niet is’. Droefheid en hartenleed kan ik veranderen in puur geluk. Ik kan zeggen: Dood en graf, wees leven! Hel, wordt hemel en zaligheid! Vergif, wordt kostbaar medicijn en verkwikking. Duivel en wereld wees voor Mijn lieve christenen nog nuttiger dan de lieve engelen en vrome heiligen!
Want Ik kan en wil Mijn Wijngaard op déze manier bouwen en verzorgen, dat deze door allerlei lijden alleen beter wordt; allerlei soort van lijden en tegenspoed zullen het geloof alleen doen groeien.’
Daarom, zelfs als alle duivels, de wereld, onze buren en onze eigen familie vreemden voor ons zijn, en zij ons smaden en lasteren, pijnigen en martelen, dan zullen wij dat niet anders zien, dan dat zij een schepje mest bij de wijnstok gooien om die meer vrucht te laten voortbrengen.
Wanneer onze vijanden denken dat ze ons grote schade hebben toegebracht en nu veel voordeel behaald, dan is alles wat zijn in werkelijkheid hebben bereikt, dat zij ons meer geduld en meer ootmoed leerden en ervoor zorgden dat wij nu nog meer en krachtiger en heerlijker in Christus geloven.

Leestips: Romeinen 4 de verzen 13-25 en Johannes 15 de verzen 1-8 en Romeinen 8 de verzen 38-39.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek over het geloof’ – citaat/meditatie 25 juli – samengesteld en vertaald door H.C. Van Woerden, sr. – Den Hertog B.V. (Houten)

Hij twijfelde niet aan Gods belofte; zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd erin gesterkt en bewees zo de eer aan God. Hij was ervan overtuigd dat God bij machte was te doen wat Hij had beloofd, en dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend. En dit is niet alleen voor hem geschreven, maar ook voor ons…’ (Uit Romeinen 4 de verzen 20-24)

Bron afbeelding: In Due Time

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ruimhartig of volmaakt? (II)

Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken?‘ (Uit Matteüs 18 de verzen 21-35)

Geciteerd: Dat God ons vergeving schenkt, is geweldig. Maar dat wil niet zeggen dat het daardoor makkelijk wordt voor ons om anderen hun schuld te vergeven. In het verhaal dat Jezus vertelt over een heer die zijn dienaar een enorme schuld kwijtscheldt wordt dat duidelijk. (…) Daarom antwoord Jezus op de vraag van Petrus hoe vaak je een ander vergeving moet schenken dat je dat zeventig maal zeven keer moet doen. Oftewel: wees vooral ruimhartig in het vergeven van de ander. Werkelijk beseffen dat God jou vergeven heeft maakt het vergeven van de ander lichter.

Opgemerkt: Deze schrijver heeft werkelijk niets (!) van deze woorden van Jezus begrepen! De vergeving die God ons schenkt noodzaakt ons om ook anderen te vergeven. Het is door Gods volmaakt vergevende liefde (1) voor ons zelfs een voorwaarde geworden (namelijk om ook anderen onvoorwaardelijk te vergeven) en wanneer we dan toch nalaten die ander te vergeven, dan wordt onze schuld zo groot (groter nog dan de daarvoor kwijtgescholden enorme schuld) dat dit beslist niet zonder consequenties kan en zal blijven. De dienaar wordt gevangen gezet – zij of hij raakt door die onwil verstrikt en gevangen en raakt daardoor de eigen vrijheid kwijt! – en dat duurt tot hij of zij haar/zijn Heer al het verschuldigde ‘betaald’ heeft. En dat moment breekt pas aan als zij of hij die ander van harte vergeeft!
(1) Zie Matteüs 5 vers 48.

Leestips: Matteüs 5 : 43-48, 6 : 7-14 en 18 (geheel!) en Lukas 6 : 20-40, en 18 de verzen 9-30.

Zie ook: Ruimhartig of volmaakt? (I)

Want als u de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader u ook vergeven. Maar als u de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven.‘ (Uit Mattheüs 6 de verzen 14-15).

Bron afbeelding: Salford Cathedral on Twitter

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie