Léven uit en door het geloof…

‘De ere Gods is dat wij (gelovig en dankbaar) zijn weldaden aannemen’
(Maarten Luther)

Op grond van (opgedane) ‘ervaringskennis’?

Geciteerd 1: „Zonder kennis geen lofprijzing. De lofprijzing van God veronderstelt kennis van God”, zei prof. dr. Henk van den Belt maandag in Amerongen. (a) „Het kan niet anders of de ervaringskennis van het verlossingswerk van een drie-enige God moet uitmonden in een uitbundige lofprijzing.”

Opgemerkt 1a: ‘Ervaringskennis’? Is (geeft) de Boodschap van het Evangelie ‘an sich’ ons niet al genoeg Grond voor (reden tot) uitbundige dankbaarheid en lofprijzing? We lezen bijvoorbeeld in Handelingen 16 het volgende: ‘Hoewel het midden in de nacht was nam hij (de gevangenbewaarder in Filippi) – na de verkondiging van het Evangelie door Paulus en Silas – hen mee en maakte hun wonden schoon. Meteen daarna werden hij en zijn huisgenoten gedoopt. Na de doop bracht hen naar zijn woning boven de gevangenis en zette hun een maaltijd voor. Hij en al zijn huisgenoten waren buitengewoon verheugd dat hij nu in God geloofde.‘

Opgemerkt 1b: Zullen Paulus en Silas niet nog met een dankgebed uiting hebben gegeven aan die buitengewone vreugde van die gevangenbewaarder en zijn huisgezin?! (1)

Adam’s taak als beelddrager van God…

Geciteerd 2a: Volgens Hamilton krijgt Adam als beelddrager van God de taak het aardrijk met Gods glorie tot in de uithoeken te vervullen. Ook als Adam in de zondeval volledig faalt, blijft deze opdracht staan.
Geciteerd 2b: Hamilton eindigde zijn lezing met een praktische toepassing: „De mens is geschapen om God te verheerlijken. Het christenleven is –zoals Romeinen 12 aangeeft– niets anders dan een priesterlijke dienst ter opluistering van Gods glorie.”

Opgemerkt 2a: Na de val is het de mensheid niet meer gelukt om heel de aarde tot in de uithoeken met Gods glorie te vervullen. Wat mensen wel mochten doen is het Evangelie aan alle volken verkondigen, maar wat zijn wij christenen tekort geschoten in het navolgen van de apostelen in hun liefde en ijver om het Evangelie aan alle volken te verkondigen met Woord en daad!

Opgemerkt 2b: Gods glorie is ons al volledig geopenbaard in en door Zijn geliefde Zoon, Die ons de liefde van de Vader getoond heeft in Zijn lijden en sterven voor ons en door Zijn opstanding uit de dood waardoor ook wij met Hem eeuwig leven ontvangen. Wat voor opluistering kunnen/moeten wij daaraan nog geven? Wij kunnen er alleen maar aan afdoen door onze naasten niet lief te hebben. Johannes schrijft: ‘Geliefde broeders en zusters, laten we elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde. En hierin is Gods liefde geopenbaard: God heeft Zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door Hém zouden léven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad (en Hem daarmee ere toegebracht), maar dat Hij óns heeft liefgehad en Zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden. Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, zullen wij ook elkaar (uit dankbaarheid!) liefhebben.‘ (Uit 1 Johannes 4 de verzen 7-11)
NB. Lees hierbij ook Johannes 17.

(1) Spreken wij ook niet een dankgebed uit direct na de doop en vieren wij dat vaak ook niet met een samenzijn en ook wel een gezamenlijke maaltijd bij de dopeling (en doopouders) in huis?!

Leestips: Psalm 50 en Romeinen 12 (beiden van begin tot eind!)

(a) In het gebouw van Hebron Missie in Amerongen ging maandagmorgen een tweedaagse conferentie voor theologische verdieping van start. De conferentie, met het thema ”Doxology: the goal of knowing God” (”Lofprijzing: het doel van Godskennis”), is georganiseerd door stichting Geloofstoerusting in samenwerking met het Tyndale Theological Seminary en Hart voor de Gemeente, een onderdeel van Hebron Missie.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Conferentie Geloofstoerusting: „Mens is geschapen om God te verheerlijken” – door Gerrit van Dijk

‘Wie een dankoffer brengt, geeft mij alle eer, wie zo zijn/haar weg gaat, zal zien dat God redt.’ (Uit Psalm 50 vers 23)

Bron afbeelding: Crystal Storms

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

(Pauselijke) lofzang(en) op Pascal?

‘Wie en wat de mens is, werd al lang geleden vastgesteld: zijn naam is Mens.‘
(Uit Prediker 6 uit vers 10, NBV)

‘Zie, de mens!’ (Johannes 19 vers 5, NBG).

‘Overblijfselen van Adam’s heerlijkheid’…

Geciteerd: Wil je ongelovigen werkelijk raken [=overtuigen van het Godsbestaan] dan moet je een andere weg bewandelen (dan bijv. theologen als Anselmus en Thomas van Aquino) volgens Pascal*. Die weg bestaat in de kern uit de overweging dat alleen het christelijk geloof de mens verklaart zoals hij is. Het bestaan van de mens kenmerkt zich volgens Pascal door zowel grootheid als ellende. Wij zijn, aldus Pascal, nietige schepselen in een oneindig heelal, maar door de rede weten wij dat. Ons hart weet de dingen die de rede niet kent – een gedachte waarmee Pascal verwijst naar overtuigingen diep in ons, die overblijfselen zijn uit ‘de heerlijke staat van Adam’. Die resten uiten zich ook in een onrustig verlangen naar God. Maar onze ellende bestaat vooral hierin dat wij die kennis liefst wegdrukken en negeren. De werkelijkheid van ons leven – het bestaan van God, de zekerheid van onze dood en een eeuwigheid na dit leven – verdrijven wij door het zoeken van afleiding en vermaak – alles om die stem in ons hart, die bron van onrust, tot zwijgen te brengen.
* Blaise Pascal (1623 -1662)

Opgemerkt 1a: Wonderlijk die ‘overblijfselen’ van ‘de heerlijke staat van Adam’ die blijkbaar nog actief kunnen zijn in ons. Wij vinden die gedachte zeker niet in Gods Woord. Wanneer Paulus zijn rede in Athene houdt dan wijst hij zijn hoorders op God, Die van niemand van ons mensen ver weg is, want ‘in Hem leven en bewegen wij‘. En wanneer hij niet lang daarna in Korinthe het Evangelie verkondigt dan rekent Paulus ook alleen met en op het werk van de heilige Geest en niet met en op ‘actieve overblijfselen’ in de mensen tot wie hij het Woord richt. Het is van groot belang dat we dat zien en beseffen, want het moet ons helpen om te ontdekken dat wij Gods Woord en de heilige Geest nodig hebben en niet knappe geleerden en hun verhalen en (dikke) boeken, mensen die blijkbaar meer dan andere (minder knappe/geleerde) mensen nog wat ‘overblijfselen’ in zich hebben van ‘de heerlijke staat van Adam’ en die niet langer geneigd waren om die ‘overblijfselen’ nog te negeren.

Opgemerkt 1b: Het is nodig dat we voorgaande goed tot ons laten doordringen, want dan gaan we begrijpen waarom onze predikanten hun studeerkamers heel wat minder vol kunnen proppen met meters geleerdheid van allerlei mensen die hun woordje hebben gedaan. Dan roemen zij minder in mensen en mensenwerk en kunnen zij hun tijd en aandacht meer geven aan de Schrift zelf, om die samen ook te lezen met de leden van de gemeente, zoals God hen die, in de gemeente(n) die zij dienen mogen, als broeders en zusters in de Heer gegeven heeft.

Opgemerkt 1c: Wat moeten we ons trouwens voorstellen bij ‘het verlies van die heerlijke staat van Adam’ en de ‘overblijfselen’ die er dan nog wel wat in ons te vinden zouden zijn. Hebben Adam en Eva werkelijk zoveel verloren door hun val als hier gesuggereerd wordt? Ja, ze verloren hun onschuld tegenover God en tegenover elkaar en zij verloren het eeuwige leven doordat God hen de toegang tot ‘de boom des levens’ onmogelijk maakte. Maar hun verstandelijke vermogens bleven gewoon in tact en ze hadden zelfs inmiddels ook nog het een en ander geleerd: God bleef trouw aan Zijn Woord maar was hen toch ook genadig en beloofde hen een weg van herstel. Maar om dat te aanvaarden en geloven daar hadden ze geen ‘actieve Adam’s resten’ voor nodig. Wel Gods genade en ook toen al het overredende werk van de heilige Geest, zoals Hij dat doet met en door het Woord van God. Kaïn verzette zich daartegen, zowel tegen de tot hem gesproken woorden van God als tegen het werk van de heilige Geest daarmee. En dat bleek en blijkt de mens op aanstichten van de boze ‘van nature’ (vanuit de ‘Adams natuur’) te doen, anders waren Adam en Eva toch niet gevallen! Paulus bevestigt dat in 1 Korintiërs 15 door te zeggen: ‘De eerste mens kwam uit de aarde voor en was stoffelijk, de tweede mens is hemels. Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.‘ (Lees dit in het verband van 1 Korintiërs 15 : 35-58)

Pascal laat God spreken…

Geciteerd 2: Pascal vertrouwde op rationaliteit en dat maakt hem solidair met alle mensen die op zoek zijn naar waarheid, vindt Franciscus. Maar hij was ook in staat de grenzen van het intellect te erkennen en zich open te stellen voor bovennatuurlijke openbaring. Franciscus citeert Pascal die God tegen de mens laat zeggen: Je zou me niet zoeken als je me niet al gevonden had.

Opgemerkt 2a: Leert Gods Woord dan niet dat we God alleen maar kunnen zoeken omdat Hij ons gevonden heeft en Zich laat vinden. Dat begon al in het paradijs nadat Adam en Eva zich verborgen hadden en ook Kaïn wordt opgezocht en gevonden door God na de moord op zijn broer Abel… De natuurlijke reactie van de mens na de val is om van de levende God weg te vluchten, dat kan ook op een heel godsdienstige en zelfs ook op een ‘christelijke’ manier. Wanneer God niet naar Zijn volk en later naar de heidenen had omgezien, was er van onze ‘godzoekerij’ niets terecht gekomen en was ons spreken over God niets meer dan praat van beneden over boven.

Opgemerkt 2b: Wanneer wij iedere keer weer aan dat wat knappe en welbespraakte geleerden ons over God te zeggen en te schrijven hebben zoveel aandacht geven en waarde hechten en rondbazuinen, dan zullen we er toch niet van opkijken dat men inderdaad gaat geloven dat wat wij over ‘Boven’ te zeggen hebben allemaal van ‘beneden’ komt…

Bron citaat 1: – door Bart Jan Spruyt in een bijdrage (1e van 2) over Blaise Pascal in het RD.

Bron citaat 2: ND Achtergrond – Menselijke rede en de genade van het geloof: paus Franciscus schrijft lofzang op Blaise Pascal – door Hendro Munsterman.

Bij de afbeelding: Harry Kuitert (1924-2017) was een gereformeerd Nederlands theoloog en ethicus. In 1962 promoveerde hij bij dogmaticus Gerrit Cornelis Berkouwer op het proefschrift ‘De mensvormigheid Gods’, een titel waarmee hij vooruitgreep op het thema dat hem in zijn theologische ontwikkeling tot het einde toe zou blijven bezighouden. Kuiterts bekendste oneliner: ‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen.’

Bron afbeelding: Koinonia Bijbelstudie Live

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een ons opgedrongen zelfdiagnose…

‘Kom kinderen, luister naar mij (Mij!), ik leer je ontzag voor de HEER‘
(Uit Psalm 34)

Geciteerd 1: Hoe kan de kerk de jongeren bereiken? Zowel in Leuven als in Amersfoort-Vathorst heeft donderdag een symposium plaats over deze prangende vraag.
Het symposium in Amersfoort wordt georganiseerd door Alpha Nederland –bekend van de Alphacursus– en ontwikkelingsorganisatie World Vision. Ook is er een spreker van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap en er is een panelgesprek met tieners. (1)
Geciteerd 2: Autisme, ADHD of een angststoornis: steeds meer jongeren denken dat ze een mentale aandoening hebben na het zien van filmpjes daarover op TikTok. “Stel nooit zelf een diagnose”, waarschuwen psychologen.
Geciteerd 3: In een andere video – 1,3 miljoen kijkers – worden tekenen van ADHD bij vrouwen onder de loep genomen. Een paar voorbeelden: je vindt het moeilijk om nee te zeggen en hebt vaak het gevoel dat je niet goed genoeg bent. Je haalde hoge cijfers op school, maar kan je niet meer herinneren wat je geleerd hebt. Ook hier regent het reacties van jongeren die zichzelf in het filmpje herkennen. “Ik moest hier gewoon van huilen, ik heb me nog nooit zo gezien gevoeld”, schrijft een volger. “Ik herken echt alles”, schrijft een ander.

Opgemerkt 1: Door wie laten de kerken en de kerkjeugd zich ‘doorlichten’ en voorlichten? Helaas zijn dat organisaties die zichzelf het brevet van medicijn-meester en geneesheer hebben uitgereikt! En ook mensen die tot ‘theoloog des vaderlands’ zijn verkozen menen blijkbaar dat ze daarmee zo’n brevet gehaald hebben… (2)
Opgemerkt 2: Wij hebben onze kinderen nooit zo’n vragenlijst voorgelegd zoals tegenwoordig bepaalde onderzoekbureau’s in opdracht van bepaalde organisaties de jeugd voorleggen. Gods Woord gaf en geeft ons daar ook geen enkele aanleiding toe! En: Niets menselijks is en was ons vreemd.

Leestip: Psalm 34.

(1) Op de bijeenkomst, die plaatsvindt in kerkgebouw Kruispunt, wordt een onderzoek gepresenteerd, getiteld ”Open Generation”. Het Amerikaanse bureau Barna onderzocht in 2021 en 2022, in samenwerking met Alpha, World Vision en Biblica, hoe jongeren wereldwijd kijken naar gerechtigheid, Jezus en de Bijbel. In Nederland onderzocht Barna ruim duizend jongeren tussen de 13 en 17 jaar.
(2) Zie hierbij ND-artikel ‘Wil je een jongerendienst organiseren? ‘Prima, maar dan maximaal één Engels lied.’ Dat kan anders’ – door Tabitha van Krimpen • Jonge Theoloog des Vaderlands 2021-2022 en bedrijfskundige

Bron citaat 1: RD kerk & religie (jeugdwerk) – ‘Onderzoek: christenjongere Nederland weinig traditioneel’ – door Kees van den Brink
Bron citaat 2-3: BNN-VARA

Bron afbeelding: Psycholoog

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Altijd weer streven naar verbetering?

‘Ongelukkige die ik ben, het is als bij de late oogst, als bij de laatste pluk: geen volle druiventros meer om te eten, geen vroege vijg meer waarnaar ik smacht.’ (Uit Micha 7 vers 1)

Geciteerd: „Ik ben van beroep historicus, en een historicus moet boven de partijen staan. (1) Mijn rol is niet om te oordelen over het verleden, of winnaars en verliezers aan te wijzen. Ik heb warme sympathie voor ál die mensen van toen, voor ál die soorten gelovigen. Ze zijn allemaal op zoek, en ze hebben verschillende antwoorden op die ene vraag: Hoe breng je de Eeuwige onder woorden? (2) Niemand dacht van zichzelf dat hij een ketter of een rebel was, ze beschouwden zichzelf allemaal als serieuze christenen die veel bezig waren met de grote religieuze vragen: Hoe moet ik geloven, hoe moet ik leven?”
> „Geschiedenis gaat over mensen, en om mensen te begrijpen heb je empathie nodig. Dat vind ik iets belangrijks. Een goede geschiedschrijver plaatst de lezer in een andere tijd, in een andere wereld, en leert hem om de mensen van toen te begrijpen. Dat is historische empathie, en dat helpt óók om empathie in het algemeen aan te leren. Loving your neighbor as yourself – je naaste liefhebben als jezelf. Dat geldt ook voor mensen uit het verleden. Geschiedenis leert je begrip, zo niet liefde.” (3)
> De mens is beperkt –een zondaar, zouden ze in de 16e eeuw zeggen– maar de mens kan toch ook altijd streven naar verbetering. Daar geloof ik wel in.” (4)

Leestip: Micha 7!

(1) ‘een historicus moet boven de partijen staan’. Dat is nogal wat. Groen van Prinsterer meende dat een historicus vanuit zijn eigen (duidelijk gemaakte standpunt) de waarheid moet dienen en zo goed als mogelijk is recht moet doen aan de medemens uit de geschiedenis. Dat is toch een wat ander standpunt dan zeggen dat je (inmiddels) boven de partijen staat. Dat lukt ons in het (gewone) dagelijks leven toch ook niet…
(2) Allemaal mensen van goede wille dus? De Bijbel geeft ons toch een wat ander zicht op de geschiedenis. Er zijn ook altijd weer bepaalde belangen te handhaven en verdedigen en dan verliest men zomaar ‘de Eeuwige’ en daarmee de medemens uit het oog. Dat bleek wel heel duidelijk tijdens het leven van onze Heer hier op aarde.
(3) Het is mooi wanneer je empathie zegt te hebben voor de mensen uit de geschiedenis. Het eerste wat dan nodig is, dat is, dat je je dan niet boven die mensen weet/plaatst. Dat is geschiedschrijvers beslist niet altijd goed afgegaan ondanks hun goede bedoelingen. En Gods Woord leert ons wat werkelijke naastenliefde is en daarom gaan we dagelijks in de leer bij Gods Woord en dan krijg je nog het beste onderwijs in de mensengeschiedenis mee ook! En dat met en door Goddelijke empathie geïnspireerd en geschreven!
(4) Wij geloven niet in het streven naar verbetering van en door de mens, tenminste dat horen we toch niet in wat we belijden te geloven met de Twaalf Artikelen van het geloof…

Bron citaten: RD Cultuur & boeken – ‘Christine Kooi schetst grote lijnen in Reformatiegeschiedenis’ – door Enny de Bruijn

‘Maar ik blijf uitzien naar de HEER, ik blijf hopen op de God Die mij redding zal brengen. Hij zal mij horen, mijn God.’ (Uit Micha 7 vers 7)

Bron afbeelding: Pyunkang Cheil

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Er is een tekort aan predikanten…

‘Uw Woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad.’
(Uit Psalm 119 vers 105)

Geciteerd: Als de overheid niet beschermend optreedt richting het leven van een embryo, is het de taak van de kerk haar daarop aan te spreken.
Die oproep doet Arthur Alderliesten, directeur van Schreeuw om Leven, in ”Recht op leven. Aanzet voor een bio-ethiek van het levensbegin”. Het manuscript is het sluitstuk op zijn masterstudie theologie en ethiek aan de Theologische Universiteit Kampen | Utrecht. In het boek reflecteert Alderliesten op actuele medisch-ethische ontwikkelingen, vanuit het gedachtegoed van de Duitse theoloog en ethicus Dietrich Bonhoeffer (1906-1945).

Opgemerkt 1: Er is een tekort aan predikanten, maar we leiden wel theologen op die de overheid namens de kerk(en) (welke?) moeten kunnen aanspreken. Maar waar en wanneer het gebed voor de overheden in de samenkomsten van de gemeenten aan het ‘uitsterven’ is, daar hebben de theologen al helemáál geen (Bijbelse) grond meer onder de voeten voor hun spreken met de overheid. Blijkbaar lukt het de theologie-opleidingen niet meer om voldoende aspirant predikanten aan te trekken en/of op te leiden voor hun taak in de gemeenten en verder is de Woordverkondiging op allerlei andere manieren op haar retour. Dan is het zout bezig haar kracht te verliezen en dient het uiteindelijk nergens meer toe dan om weggeworpen te worden. Bij dergelijke ontwikkelingen in de kerken moet het ons toch niet bevreemden dat samenleving en overheid inmiddels geen antenne meer hebben voor wat christenen beweegt. En daar zouden dan nu ‘onze’ theologen wat aan moeten en kunnen (gaan) doen?

Opgemerkt 2: We klagen wel dat je tegenwoordig niet meer met ‘zonde(n)’ en ‘zondebesef’ moet komen aanzetten bij de mensen, maar als de gemeenten van Jezus Christus daarover niet meer geleerd worden uit Gods Woord, wie kan er dan nog wat beginnen in kerk en samenleving ten bate van het ‘goede leven’ en bescherming van dat leven?

Opgemerkt slot: We mogen blij zijn dat Dietrich Bonhoeffer geen kans gekregen heeft om zijn ‘Ethik’ uit te werken. Het zou de zegen van zijn eerdere schrijfwerk eerder weggenomen hebben dan daarmee bekroond. Wij moeten goed beseffen dat de leden van Christus gemeenten wel altijd weer goede Woordverkondiging nodig hebben om met liefde en wijsheid – die God ons dagelijks wil schenken op het gebed – in deze wereld bezig te kunnen zijn. En ook vandaag mogen christenen rekenen op de liefde en wijsheid die ons geschonken wordt door de kracht van de heilige Geest. Dát besef (geloof!) zal ze beslist ook minder afhankelijk maken van de theologen met al hun ‘dikke-boeken-wijsheid’ en juist dát is altijd weer hard nodig! Maar vinden we dat geloof nog in onze tijd en is dit geloof in feite niet al heel lang altijd weer ‘met een lampje’* te zoeken geweest binnen onze kerken?
* Alleen in een leven met en bij de lamp van Gods Woord te ontdekken!

> Leestips: Dietrich Bonhoeffers eigen woorden over de noodzaak van doorgaande Woordverkondiging in de eerste én ook de volgende blogs:

‘Welzalig de man die Gij kastijdt, HERE, die Gij onderwijst uit uw wet.’
(Uit Psalm 94 vers 12)

Bron afbeelding: Bible Portal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Eerst kunnen verhalen over een ‘toeleidende weg’?

‘”Ik ben de weg, de waarheid en het leven,” antwoordde Jezus, “Ik ben de enige weg tot de Vader.“‘ (uit Johannes 14 vers 6)

Geciteerd 1: De kleinste lammetjes horen al bij de kudde, ook al weten ze het zelf niet. Maar zij hebben geen rust voordat ze die Herder hebben leren kennen. Pas later kunnen zij door terugleidend licht vertellen hoe de Heere in hun leven is begonnen. Hoe Hij door de tucht en de spiegel der wet hen van alles afgebracht heeft, alle dingen schade en drek geacht.”

Geciteerd 2: ‘Weten jullie niet, dat wij allen, die in Jezus Christus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn?‘ Paulus maakt duidelijk waarom we in Christus’ gemeente in een nieuw leven zullen wandelen: ‘Omdat we weten – weten op grond van onze doop! – dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan zal worden en wij voortaan de zonde niet meer dienen’ (Romeinen 6 vers 6). Ons oude leven is reeds met Christus gekruisigd, dat is: het oordeel van dood en verdoemenis is erover uitgesproken en al voltrokken. Want dat is gekruisigd zijn.

Opgemerkt 1: Niemand anders dan Christus is die weg gegaan en heeft die weg willen en kunnen gaan van (eerst) alles afleggen en alle heerlijkheid prijsgeven tot in de dood. Paulus volgt onze Heer wel na in dat alles afleggen (alles ‘schade en drek achten’), maar hij zegt ook eerlijk dat hij het nog niet bereikt/gegrepen heeft. Toch kan en wil hij die weg gaan omdat hij door Christus gegrepen is. Dat is ook de enige mogelijkheid om die weg te gaan: Gegrepen zijn door Christus! Maar hoe wist Paulus dat hij door onze Heer gegrepen was? Door zijn bijzondere ‘arrestatie’ onderweg naar Damascus? Nee, daarbij bleef hij nog in het ongewisse over hoe liefdevol onze Heer over hem dacht en (al of niet) met hem verder wilde. In Handelingen 9 lezen we echter: ‘Saul, broeder, ik ben gezonden door de Heer, door Jezus, Die aan u verschenen is op de weg hierheen, om ervoor te zorgen dat u weer kunt zien en vervuld wordt met de heilige Geest. Meteen was het alsof de schellen hem van de ogen vielen, hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen.‘ (Zie Handelingen 9 de verzen 15-18)

Opgemerkt 2: Die bijzondere ‘arrestatie’ van hem, die kon Paulus (dus) niet gebruiken om zichzelf en anderen ervan te overtuigen dat hij zich nu ook mocht beschouwen als een – en zelfs op een heel bijzondere manier – in Christus aangenomen kind van God. Niemand kon nagaan en bevestigen wat er nu werkelijk gebeurd en gezegd was daar onderweg en Paulus heeft het zelf ook nooit zo kunnen en willen gebruiken! Hij heeft er later wel over verteld, maar dan niet op die manier, dat het als bewijs voor hem en anderen zou gelden, dat hij zichzelf nu op grond daarvan als een kind van God mocht zien en aanvaarden, en dan nog wel met een bijzondere missie ook. Nee, dat eerste en dat laatste moest hij horen (!) uit de mond van een broeder, die hem toen ook heeft gedoopt.

Opgemerkt 3: De kinderen in de gemeente van Jezus Christus horen er helemaal bij en behoren daarom gedoopt te zijn. Wanneer wij sommige leden van de gemeente(n) of zelfs allen ernstig hebben te waarschuwen (ter voorkoming of bij reeds gebleken verachtering in de genade of zelfs blijken van ongeloof), dan zullen wij hen niet voor wolven/wolfjes houden of uitmaken, maar hen ernstig vermanen als geliefde kinderen van God, zoals dat bijvoorbeeld gebeurd in de brief aan de Hebreeën (zie 6 : 1-20 en 10 : 26-39) of met de woorden waarmee onze Heer sommige gemeenten in Klein Azie heeft gewaarschuwd (zie Openbaring 3 : 1-6 en 3 : 14-22).

Zie ook: ‘Misverstand over schapen en wolven en Gods eer…‘ en ‘Waartoe zijn wij uitverkoren‘

Bron citaat 1: RD Kerk & religie – ‘„Een ware christen wordt van een wolf veranderd in een schaap”’ – van RD-verslaggever.
Bron citaat 2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden… – Citaat/meditatie 14 juni – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Maar nu het geloof gekomen is, staan we niet langer onder toezicht (van de wet), want door het geloof zijn jullie allen kinderen van God. Jullie allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebben jullie met Christus omkleed.’ (…) ‘En omdat jullie Christus toebehoren, zijn jullie nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.’ (Uit Galaten 3 uit de verzen 25-29)

Bron afbeelding: parentandchildbiblereading-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waartoe zijn wij uitverkoren?

‘Weet u niet, dat wij allen, die in Jezus Christus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn?‘ (Uit Romeinen 6 vers 3).
‘Maar de Heer zei: “Ga, want hij is het instrument dat ik uitgekozen heb om Mijn Naam uit te dragen, onder alle volken en heersers en Israëlieten.”‘ (Uit Handelingen 9 vers 15)
‘In Hem zijn wij door Zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven dankzij de rijke genade die God ons in overvloed heeft geschonken. Hij heeft ons in al Zijn Wijsheid en Inzicht dit mysterie onthuld: Zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en Zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één Hoofd bijeen te brengen, onder Christus. In Hem heeft God, Die alles naar Zijn wil en besluit tot stand brengt, ons (Zijn gemeente hier op aarde) toebedeeld om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid.
In Hem hebben jullie ook de Boodschap van de Waarheid gehoord, het Evangelie van jullie redding, in Hem zijn jullie, door jullie geloof
(ouders en kinderen – zie 1 Johannes 2 : 12-14 en 25-27), gemerkt met het stempel van de heilige Geest Die ons beloofd is als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij Zich heeft verworven verlost zullen worden tot eer van Gods grootheid.’

Opgemerkt: Wij zijn dus uitverkoren om in deze wereldtijd de grote daden van Gods liefde en vergevingsgezindheid te verkondigen door onze hoop te vestigen op Christus. En dat ‘verkondigen’ dat doen we door met onze daden en woorden altijd en overal te laten blijken dat – in navolging van onze Heer (en de apostelen) – Gods liefde ons drijft – zie 1 Korintiërs 13!

Zie ook: ‘Misverstand over schapen en wolven en Gods eer…‘ en ‘Eerst kunnen verhalen over een toeleidende weg?’

‘Deze Boodschap is betrouwbaar (zie Titus 3 : 1-7). Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt, opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen om het goede* te doen. Daar heeft iedereen (in gemeente en wereld) baat bij.’ ( Uit Titus 3 vers 8 )
* ‘het goede’ dat is het heil van de ander (!) op het oog te hebben, zoals onze Heer en de apostelen deden, en dat kan omdat ‘ook wij er van verzekerd zijn dat…’ (zie Romeinen 8 : 31-38)

Bron afbeelding: Facebook (Jesus is the Lamb)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Misverstand over schapen en wolven en Gods eer…

‘Geliefde broeders en zusters, vertrouwt niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen.’ (Uit 1 Johannes 4 vers 1)

Geciteerd 1: Eerst legde de predikant (1) uit wie er tot dat kleine kuddeken behoren: „Dat zijn Jezus discipelen, Zijn kinderen, Zijn volk. Van nature zijn we wolven. Vijanden van God. Met een goddeloos of juist een godsdienstig leven. Maar wat in de natuur niet kan, dat kan bij God wel: wolven die veranderd worden in schapen.”
Opgemerkt 1: Goddelozen – wanneer er in de Bijbel gesproken wordt over dat wij van nature goddelozen zijn – die zijn niet zomaar gelijk te stellen met wolven die de kudde bedreigen. In de kudde leven ook vette en sterke schapen, die de zwakkere en jonge dieren in de kudde zomaar kunnen (en willen) verdringen, maar die worden door de Herder wel door het gebruik van Zijn stok en staf gewaarschuwd om hen van dat verkeerde gedrag af te brengen. Wolven dat zijn de grote bedreigers van en bedriegers in de gemeente, die de kudde het volgen van de Goede Herder willen beletten om ze te kunnen verslinden.

Geciteerd 2: De kleinste lammetjes horen al bij de kudde, ook al weten ze het zelf niet. Maar zij hebben geen rust voordat ze die Herder hebben leren kennen.
Opgemerkt 2: De gedoopte gemeente bestaat uit schapen en lammetjes en geen enkel dier van de kudde hoeft zich af te vragen of hij of zij misschien (nog altijd) een wolf/wolfje is. En de schapen en lammetjes die kennen de stem van de Herder. Ze worden geboren in de kudde waar die stem van de Herder hen altijd weer toespreekt en daarom horen ze het ook wanneer er een andere stem klinkt. (2)

Geciteerd 3: Pas later kunnen zij (die zoekende lammetjes – AJ) door terugleidend licht vertellen hoe de Heere in hun leven is begonnen. Hoe Hij door de tucht en de spiegel der wet hen van alles afgebracht heeft, alle dingen schade en drek geacht.”
Opgemerkt 3: Wat moeten die pas bekeerde/gedoopte heidenen zich dan lange tijd ongelukkig hebben gevoeld. Nog niet door ‘de tucht en de spiegel van de wet van alles afgebracht’ moesten ze al wel verkeren in de gemeente van Jezus Christus, tot ook zij ‘door terugleidend licht’ konden vertellen hoe het eindelijk toch zo ver met hen gekomen was.

Geciteerd 4: In de tweede helft van de preek legde ds. Van de Kieft uit dat het Christus ten diepste niet ging om Zijn kudde of om Zichzelf. „Hij ziet hoger, het gaat Hem om de eer van Zijn Vader. Dat staat in Johannes 6: 36. „Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft.”
Opgemerkt 4: Maar wat was de wil van de Vader? Dat geen dier van de kudde verloren zou gaan! Dat was en is zuivere Vaderliefde. Geen eerzuchtige Vader, maar een liefdevolle Vader. En de Zoon heeft de Vader lief en daarom volbracht Hij de wil van de Vader.

(1) Tijdens de bidstond voor de synode van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN) stond ds. D. E. van de Kieft uit Urk dinsdagavond stil bij de tekst uit Lukas 12:32: „Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven.”
(2) Of leven ze misschien in een deel van de kudde dat door wolven is weggevoerd van het volgen van de Goede Herder en horen en (her)kennen ze de stem van de Goede Herder nauwelijks of niet (meer)?

Zie ook: ‘Waartoe zijn wij uitverkoren‘ en ‘Eerst-kunnen-verhalen-over-een toeleidende weg‘

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘„Een ware christen wordt van een wolf veranderd in een schaap”’ – van RD-verslaggever.

‘Broeders en zusters – alle schapen en lammetjes worden toegesproken! Zie 1 Johannes 2 : 12-14 – , laten we elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde. En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft Zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door Hem zouden leven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen over onze zonden.‘ (Uit 1 Johannes 4 de verzen 7-10)

Bron afbeelding: Pin on the Lord

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat is het uitgangspunt van onze doop(praktijk)?

‘En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zalig ben je, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben jou dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. En Ik zeg je ook: jij bent Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.’ (Uit Matteüs 16 de verzen 17-18)

Opgemerkt 1: Het uitgangspunt van onze dooppraktijk ligt niet bij de oproep van Petrus op de eerste Pinksterdag tot zijn hoorders (Joodse broeders) om zijn woorden (zijn verkondiging) te geloven, zich te bekeren en zich te laten redden ‘uit dit verdorven mensengeslacht’ en dat mee door zich te laten dopen. Nee, dat uitgangspunt ligt (al) in Jezus roeping van Zijn discipelen, die later ‘het getuigenis van Jezus’, Gods Zoon, aan heel de wereld bekend zouden maken en die dat ook nu nóg altijd weer doen, namelijk overal waar het Evangelie verkondigd wordt en waar gedoopt wordt.

Opgemerkt 2: Wij lezen/horen dat toen Jezus zijn discipelen (die Hem zouden moesten vergezellen en volgen) uitkoos en tot Zich riep om Hem te volgen, dat zij allen daar onmiddellijk gehoor aan hebben gegeven en wel omdat Jezus’ roeping ‘onweerstaanbaar’ was. Wij horen/weten ook dat de discipelen toen nog een hele leerschool moesten doorlopen en dat hun door Jezus onderwijs groeiend geloof nog danig op de proef gesteld zou gaan worden. Het zou er zelfs nog van komen dat zij allemaal Hem in de steek zouden laten en zelfs ook Hem verloochenen. Maar onze Heer had hen al vooraf laten weten dat Hij voor hen – die de Vader Hem gegeven had – gebeden had en geen van hen verloren zou laten gaan.

Opgemerkt 3: Petrus, van wie onze Heer al bij zijn roeping had laten weten, dat Hij, op wat Petrus over Hem belijden zou, Zijn gemeente zou vestigen (zie Johannes 1 : 40-42 en Matteüs 16 : 15-20), die heeft, op een kritisch moment van Jezus optreden, inderdaad de goede belijdenis over onze Heer mogen afleggen, maar toen kreeg Hij wel direct te horen, dat die belijdenis van hem over niet door mensen van vlees en bloed was gewekt en ingegeven (dus door mensenliefde en mensenkracht en mensenwijsheid – en blijkbaar zelfs ook niet zondermeer door Jezus onderwijs en optreden!), maar dat Zijn Vader in de hemel het hem geopenbaard had.

Opgemerkt 4: En nu is het sinds het Pinksteren in Jeruzalem zó gesteld, dat overal waar dit Evangelie gehoord wordt en dus de goede belijdenis van Petrus ons verkondigd wordt, wij de waarheid horen over onze Redder en redding. Alle indertijd in Jeruzalem verzamelde hoorders, hoorden de waarheid verkondigd worden en iedereen mocht (behoorde!) die waarheid te aanvaarden en had zich toen direct al mogen laten dopen. Toch blijken er altijd weer mensen te zijn die zich tegen het werk van de heilige Geest verzetten, waardoor ze niet de hen verkondigde waarheid gelovig aannemen, maar liever de leugen(aar) geloven en dat om allerlei redenen.
Maar in de gemeente van Jezus Christus geloven wij de leugen(aar) niet en daarom belijden wij dat ook onze kinderen behoren gedoopt te worden/zijn. Zo zeker als overal waar het Evangelie verkondigd wordt en het hen als pasgeborene (en zelfs ook nog niet geborene en later bij het opgroeien) in de oren klinkt, zo zeker is het dan ook dat zij door Christus Zelf geroepen worden/zijn, en die roeping is nu beslist niet minder waar en waarachtig dan de roeping van de discipelen door onze Heer Zelf.

Opgemerkt 5: Maar wat moeten wij dan met het feit dat gedoopte kinderen later toch het geloof vaarwel blijken te kunnen zeggen? Dan moeten wij niet de waarheid van het ook aan hen verkondigde en bevestigde Evangelie in twijfel trekken en (dus) ook niet de waarachtigheid van hun doop, en (dus) ook geen oordeel uitspreken over hun eeuwig behoud, maar we zullen hen blijven voorhouden dat al Gods beloften in Jezus Christus ja en amen zijn en dat wijzelf ons dáár aan zullen houden en ook hem of haar dáár aan zullen blijven herinneren. Die ootmoed (geen oordeel uitspreken) en dat geloof past ons allemaal, en wel omdat onze God die bescheidenheid van ons verlangt omdat Hij ons bij monde van Jesaja heeft laten weten: ‘Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER. Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zó ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en Mijn plannen jullie plannen (lees deze woorden binnen het geheel van Jesaja 55!).

Opgemerkt 6: Maar, hen die nalatig worden en zich afwenden van het geloof, die zullen we beslist ook de zeer ernstige woorden uit Gods Woord voorhouden, zoals we die horen van onze Heer (o.a. in Johannes 3) en o.a. (en m.n.) ook in de Hebreeënbrief (zie Hebreeën 6 : 5-9 en 10 : 29-31 bijv.), maar dat toch altijd weer met wat hiervoor gezegd is over ons (beperkte menselijk) weten en oordelen in gedachten.

Opgemerkt 7: N.a.v. het lied ‘Doop’ (van Sela): ‘Uit het water van de doop, putten wij geloof en hoop, dat Gods trouw en liefde blijvend is.’
De woorden van dit lied geven ons toch niet genoeg ‘Bijbels houvast’! De doop is juist vanwege haar zichtbaarheid ons als een onweerlegbaar (!) teken en zegel gegeven (dit geldt zowel voor de dopeling als ook voor de aanwezige getuigen, dus voor/binnen de gemeente(n) van Jezus Christus hier op aarde, zie 1 Timoteüs 3 vers 14-15), zodat wij daar allen zullen weten het volle recht te hebben om hoop te putten uit Gods Woord, dat te geloven (te beamen, voor wis en waarachtig te houden!), en wel omdat al Gods beloften ‘ja en amen zijn in Jezus Christus, onze Heer’! (zie 2 Korintiërs 1 : 19-22).
Juist omdat het geloof de zekerheid is van de dingen die men hoopt en de zekerheid (bewijs) van de dingen die we niet zien (Hebreeën 11 vers 1), komt God ons geloven en hopen te hulp met twee toch wel ‘zichtbare/tastbare dingen’: Doop en Avondmaal.

NB. Bovenstaande mee n.a.v. de verkondiging in de doopdienst van zondag 11 juni 2023 (NGK ‘De Ontmoeting’, Barneveld)

‘Het geloof nu, is de zekerheid van de dingen die men hoopt en het bewijs van de dingen die men niet ziet. Want door dit [geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven.‘ (Uit Hebreeën 11 de veren 1-2)

‘Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dát verkondigen wij: het Woord dat leven is.
Het leven is verschenen, wij hebben het gezien en getuigen ervan, we verkondigen jullie het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons verschenen is. Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen we ook aan jullie, opdat jullie ook met ons verbonden zullen zijn. En verbonden zijn met ons is verbonden zijn met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus. We schrijven jullie om onze
(gezamenlijke) vreugde volkomen te maken. (Uit 1 Johannes 1 de verzen 1-4)

Bron afbeelding: Biblia-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Die opdracht staat nog steeds’?

‘Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dat er maar weinig tijd rest. Laat daarom ieder die een vrouw heeft zo leven dat het hem niet in beslag neemt (!), ieder die verdriet heeft zo dat hij/zij er niet door wordt beheerst, ieder die vreugde voelt zo dat hij er niet in opgaat, ieder die bezit verwerft of het niet zijn eigendom is, ieder die in deze wereld leeft alsof ze voor hem/haar niet meer van belang is. Want de wereld die wij kennen gaat ten onder.’ (Paulus in 1 Korintiërs 7 de verzen 29-31)

Geciteerd: Een christen weet zich als rentmeester van de schepping geroepen om de aarde te bouwen en te bewaren. Die opdracht is de mens als beelddrager van Zijn Schepper in het paradijs meegegeven. En die staat nog steeds. Met alle lek en gebrek, jawel. Zoekend en tastend naar een wankel evenwicht tussen bouwen en bewaren. Want die beide woorden staan op gespannen voet met elkaar. Te veel bouwen betekent dat er niet bewaard wordt, te veel bewaren stagneert het in cultuur brengen. Hoe je daarin koers houdt? Door de gevolgen van je handelen mee te wegen bij alle beslissingen die je neemt. Gevolgen voor andere schepselen, voor de schepping, voor de langere termijn. Door de opdracht van rentmeester serieus te nemen: te staan voor het bezit van de Eigenaar, die jouw Opdrachtgever is. Winst die ten koste gaat van het landgoed schaadt immers de landheer.

Opgemerkt 1: Je zou bijna gaan denken wanneer je het betreffende artikel leest: geen beter beheerders van deze wereld voor te stellen en geweest dan de westerse christenheid, want die wisten en weten zo evenwichtig van deze schepping gebruik te maken en te genieten dat er van uitbuiting van natuur en mensheid geen sprake kan zijn geweest en ook nu nog doen ze daar niet aan mee…

Opgemerkt 2: ‘Die opdracht staat nog steeds’? Maar waarom ging God dan met de aartsvaders en het volk Israël zo’n heel andere weg en geldt dat niet ook voor de gemeenten van onze Heer in deze wereld? Is ‘Zoek liever eerst het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid’ niet toch wat anders dan deze wereld bouwen en bewaren?

Bron citaat: RD Opinie – ‘Kan een christen klimaatactivist zijn?’ – door Drs. W. de Kloe

‘… een ongetrouwde man of vrouw draagt zorg voor de zaak van de Heer…‘
(Uit 1 Korintiërs 7 uit vers 31- 35)

Bron afbeelding: Bible Hub

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie