Aan het hoofd van de politie te Barneveld

Lunteren, 1 juli 2023

Geachte burgemeester J. van der Tak,

Hierbij stuurt ondergetekende onderstaand schrijven aan u en dat niet alleen vanwege uw functie als burgervader maar zeker ook vanwege uw functie als hoofd van de politie in de gemeente Barneveld.

Hoewel ondergetekende momenteel in Lunteren woont, heeft ondergetekende van oktober 1983 tot juli 2018 in Barneveld gewoond en dat samen met vrouw en zes kinderen. Al die jaren (en ook nu nog) is ondergetekende ook lid geweest van de Nederlands Gereformeerde Kerk Voorthuizen-Barneveld (nu NGK ‘De Ontmoeting’) en gingen onze kinderen in Barneveld naar (GKV) basisschool ‘De Bron’ en later (vanwege hun schoolvrienden, het was hun keus, niet naar het JFC) in het middelbaar onderwijs naar het (GKV) ‘Guido de Brès’ in Amersfoort.
Helaas is sinds de jaren 2014-15 door m.n. één broeder uit de NGK-gemeente een hetze tegen mijn persoon gestart en helaas is het pastoraat van de NGK hem daarin gevolgd en dat heeft heel ernstige gevolgen gehad voor ons gezin (o.a. echtscheiding, ‘schandzitting/zetting’ in het gemeentehuis van Barneveld*, uit huis gezet door deurwaarder en nog altijd dáárdoor een zeer verstoorde verhoudingen met vrouw en kinderen, broeders en zusters en familie).

* Helaas is het me in 2018 niet gelukt om voor deze ‘schandzitting/zetting’ in het gemeentehuis daarvoor nog in gesprek te komen met onze burgemeester. De broeders van het pastoraat hadden alles weten ‘dicht te timmeren’ en dus bleek/bleef ‘onze burgervader’ (van destijds) onbereikbaar voor ondergetekende (wat toch zeer uitzonderlijk genoemd moet worden, schending van burgerrecht zelfs!).

Refererend aan woorden van u (1) doe ik nu aan u het verzoek om met mij gesprek te voeren over de aangifte (zie bijlagen) die door de kerkenraad van onze gemeente op 29 juni 2023 gedaan is bij de politie in Barneveld.

(1) Te lezen op ‘Politieke ambtsdragers-Actueel-Nieuws (Nieuwsbericht van 14 februari 2023): “Ik wil een burgemeester zijn voor wie ieder mens telt. Een burgemeester van én voor iedereen. Graag ga ik gesprek met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Om te luisteren naar pijn die er wellicht is uit het verleden of welke hoop mensen hebben voor de toekomst. Oog hebben voor de menselijke maat, initiatief vanuit de samenleving en gemeenschapszin.”

Vanwege uw functie en m.n. ook vanwege deze woorden van u heb ik nu goede hoop op (wel) een gesprek met de (huidige) burgemeester van Barneveld (tevens hoofd van de politie), een gesprek dat indertijd zeer gewenst en noodzakelijk en passend was geweest (ondergetekende had er zelfs recht op om eerst ook gehoord te worden), maar toen niet mogelijk bleek.

Met dank voor uw aandacht en rekenend op een gesprek met u, verblijf ik.

Hoogachtend,
Anthony Janse

Bijlagen (reactie op aangiftebrief en aangifte bij politie van onze kerkenraad)

Bijlage 1

Goedenavond* broeder, vdm, ds. Atze Buursema,

Graag wil ik deze brief van de kerkenraad met u delen en ook met een aantal anderen (zie ook cc van deze email).
Helaas worden er – bewust, de zaak moet blijkbaar opgeklopt worden – onjuistheden vermeld over de toedracht van mijn (spontane) reageren op wat er (na de ‘eredienst’) gezegd was (!) door de eerste spreker (ds. Atze Buursema), die naar zijn plaats terugkeerde en applaus kreeg. Na dat applaus heb ik het volgende gezegd: Tegen wat zojuist gezegd is, daartegen teken ik bezwaar aan. Dat is niet mijn ervaring met deze predikant. Ik vertrek.
En in de dienst op 25 juni reageerde ik op het verzoek van ds. Reinier Drop – op zijn vraag wie er in de zaal de Here Jezus beter zouden willen leren kennen – niet met het opsteken van mijn hand en met opstaan van mijn stoel, maar met de woorden: Maar dominee, daarom zijn we hier toch?!
Toen na het amen van de woordverkondiging iemand een getuigenis kwam/mocht geven en hij daarmee klaar was en daarvoor applaus kreeg, toen ben ik tijdens dat applaus opgestaan en naar voren naar het podium gelopen en tijdens dat naar het podium lopen gevraagd of ik ook even wat zou mogen zeggen. Er werd door ds. Reinier Drop, (iets van) nee geroepen (moet terug te zien en horen zijn in de video van de dienst), maar ik liep nog even door tot op het podium, en vroeg, kan dat echt niet, ik heb toch wel wat ‘vaste kost’ voor de gemeente, daarmee tevens reagerend op wat onze predikant even eerder zei aan het eind van zijn verkondiging, namelijk dat we ook moeten leren ‘vaste kost’ te gebruiken. Toen ds. Reinier Drop zijn ‘nee’ herhaalde, heb ik rustig gezegd: Goed, dan leg ik me daarbij neer, al lijkt het me niet eerlijk. En toen ben ik rustig teruggelopen en weer op mijn plaats gaan zitten.
Dat was het. Meer niet. Gewoon het reageren van iemand met hart voor de gemeente en m.n. ook voor de jeugd van de gemeente, die een gemeente van onze Heer Jezus Christus is! Niet van ‘onze’ kerkenraad, ook niet van broeder Anthony Janse
* 30 juni 2023

Met christelijke broedergroet,
Anthony Janse.

Bijlage 2

Barneveld, 30 juni 2023

Dag broeder Anthony Janse,

Op 18 juni 2023 nam ds. Henk van der Velde afscheid in verband met zijn naderende emeritaat. Zoals je op voorhand bekend was, waren er veel gasten aanwezig. Ook jij was aanwezig. Tijdens één van de toespraken verstoorde je de orde door de spreker in de rede te vallen. Je wilde commentaar geven op wat hij vertelde. Afgelopen zondag, 25 juni 2023, was het opnieuw raak. Dit keer betrad je zelfs, en zonder dat je daarvoor toestemming had gekregen, het podium en ging met ds. Reinier Drop in discussie.

Dit is ongewenst en dat is je ook bekend. Het is daarom verdrietig dat we je opnieuw een brief als deze moeten sturen. Dat gebeurde eerder in 2019 en in juni 2022.

Gisteren is namens de kerkenraad bij de politie melding gedaan van deze beide verstoringen van de eredienst door jou. We schreven vorig jaar dat we, indien je opnieuw voor verstoring van de eredienst zou zorgen, zouden overwegen je een bezoekverbod op te leggen dat door de politie wordt gehandhaafd. Na de eerste verstoring op 18 juni namen we dat besluit niet. Het komt nu wel dichtbij. Verstoor je de dienst nog een keer, dan zullen we je per direct de toegang tot de diensten ontzeggen.

We hopen oprecht dat je niet opnieuw tot verstoring overgaat. Zoals je bekend is, worden de diensten ook bezocht door kinderen en gasten. Zij schrikken enorm. Ook bereiken ons met enige regelmaat vragen en irritaties over je gedrag: het wordt niet op prijs gesteld.

Mocht je toch opnieuw de orde verstoren dan is het goed dat je weet dat er namens de kerkenraad een bericht in de gemeente zal worden verspreid waarin we een toelichting zullen geven op wat je doet én wat wij daaraan doen.

Je blijft welkom, maar alleen indien je de diensten in rust en harmonie met ons meeviert.

Indien je een gesprek met ds. Reinier Drop wilt en/of hem feedback wilt geven, kun je via de scriba een afspraak maken.

Hoogachtend,
Namens de kerkenraad van NGK De Ontmoeting

Carin Oltvoort – Voorzitter
Ronald Plenter – Scriba

Bron afbeelding: Het Kontakt

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Die ene koffer die ons te zwaar is…

‘Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Laten we dus in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.‘ (Paulus in Galaten 6 de verzen 9-10)

Geciteerd: Wat zit er in uw levenskoffer? Ik bedoel: wat neemt u iedere dag op uw levensweg mee? Welke bagage hebt u in de loop van de jaren verzameld? Welke dingen hebben u gevormd tot wie u nu bent? Veel mensen vinden het niet nodig, of misschien te confronterend, om in die levenskoffer te kijken. Misschien zegt u ook wel: „moet dat nu, dat wroeten in het verleden? Wat geweest is, is voorbij.” Nee, stop, sta even stil. Om het heden te begrijpen, moeten we het verleden kennen. Dat geldt zeker hier.

Opgemerkt 1: De Heidelbergse Catechismus heeft het niet voor niets allereerst over onze enige troost. Ieder die die troost aanvaardt (gelooft!) en wil vasthouden die zal o.a. heel wat ‘welvaartskoffers’ (waarmee we druk zijn om die te vullen met ‘leuke herinneringen’) moeten wegdoen (of anders strak achterlaten) en de koffer die ons het zwaarst is, die mogen we leren dragen samen met onze Heer, Zijn draagvermogen is zo groot, dat die zware koffer toch een lichte last voor ons blijkt te zijn, maar dan moeten we Hem die koffer wel toevertrouwen en Hem die niet alsnog weer uit handen nemen, want dan halen we de eindstreep niet ongeschonden – zie 2 Timoteüs 4 vers 7.
NB. Wanneer wij – net als Paulus – zelf zwak durven zijn vanwege het overtuigd zijn van het genoeg van Gods genade, dan kijken we niet achterom (‘in de koffer’), maar vergeten we wat achter ons ligt en strekken ons uit naar wat ons beloofd is.

Opgemerkt 2: Wanneer we het gewicht van die voor ons te zware koffer door Hem laten dragen, dan is het ook niet nodig (en het wordt ook niet door Hém van ons gevraagd!) om anderen steeds weer gelegenheid te geven om in die koffer te kijken, zodat ze kunnen zien en bepalen hoeveel gewicht jij uit handen hebt gegeven. Augustinus deed dat wel (en graag blijkbaar) en heeft daar zelfs heel wat eer mee behaald. (1) Paulus deed dat niet, alleen een enkel keertje wanneer hem dat echt nodig leek zei hij er wat over en dan nog met weinig woorden.

Opgemerkt 3: Het kan wel nodig lijken om die koffer toch te openen voor anderen en wel omdat die kunnen roepen, dat jij die volle koffer van jou niet zwaar genoeg neemt, omdat ze jou er niet (meer) mee zien zeulen of heulen. Maar die verleiding kun je maar beter weerstaan, want het kan gebeuren, wanneer je die koffer zelfs maar voor een beetje voor hen opent, dat ze dan tegen je gaan gebruiken wat ze nog niet voor de helft gezien hebben en geven daar zo’n gewicht aan, dat ze zelfs beweren durven dat de Heer zo’n zwaar beladen koffer heus niet zomaar dragen kan of wil. Ok, dat zo’n vrome Augustinus van een heel zware koffer bevrijdt werd, dat zal waar wezen, maar die was (naar eigen zeggen) dan ook echt ‘bekeerd’ geworden. Maar jij bent Augustinus nog niet! Wat denk je wel! Of heb jij ons soms ook zo’n bijzonder bekeringsverhaal te vertellen als hij?

(1) ‘Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.’ (Uit Spreuken 28 vers 13). Het was genoeg geweest wanneer Augustinus zijn schuld beleden had bij één of meer broeders van de gemeente waar hij lid van was of werd. Daar had hij het bij kunnen en moeten houden. Alleen wanneer deze broeders (met aanzien in de gemeente) misbruik zouden hebben gemaakt van wat ze van hem gehoord hadden en er hun eigen (wilde) verhalen van hadden gemaakt en waren gaan roepen ‘eens een dief, altijd een dief’, om daarmee Augustinus in diskrediet te brengen in de gemeente(n), dan was het misschien nodig geweest om anderen duidelijk te maken wat er nu werkelijk in zijn leven was voorgevallen en hoe hij zich daaarvan had bekeerd. Maar of hem dat in dat geval nog gelukt was? Denk zelf van niet.

Bron citaat: RD Column: Hennie Zwanenburg: Welke bagage hebt u in de loop van de jaren verzameld?

‘Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.‘ (Paulus in Filippenzen 3 de verzen 13-14)

Bron afbeelding: bol-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

In de ontmoeting zag hij iets van de Ander…

‘Kunnen wij ons dan nog ergens op laten voorstaan? Dat is uitgesloten. En door welke wet komt dat? Door de wet die eist dat je hem naleeft? Nee, door de wet die eist dat je gelooft!’ (Paulus in Romeinen 3 vers 27)

Vooraf: Met een vuistdikke biografie ontrukte Mart van Lieburg neuroloog Abraham Gans (1885-1971) aan de vergetelheid.

Geciteerd 1: Behalve door de filosoof Heidegger moet hij door vele anderen zijn gevormd, maar hij laat zich daar niet over uit. Alle invloeden brachten hem uiteindelijk bij Micha 6 vers 8. Die tekst zag hij als een allesomvattende leefregel. We worden geroepen om recht te doen, lief te hebben en in deemoed te wandelen met God. Hij kwam tot die ontdekking toen hij eenzaam zat opgesloten in een cel van het huis van bewaring in Scheveningen, destijds bekend als het Oranjehotel.

In ’t sombre slavenhuis kroont Gij mij koning,
Gij maakt tot hoog paleis zijn wrede woning.
Vernederend geboeid, op barre steen gezeten,
Omhult me uw licht als stralende ereketen.
Meedogenloos gekweld vervult mij blijheid,
Verkoren tot uw dienst leef ik in eed’le vrijheid.

Geciteerd 2: Gans bezag Paulus als een Jood met afwijkende maar rijke gedachten. Dat geeft een heel andere blik. Hetzelfde geldt voor zijn boekjes over Jona en Job. Net als Job wist Gans zich verlaten door zijn vrouw, beroofd van kinderen en gesmaad door zijn vrienden. Juist daardoor raakte zijn oog gericht op God. In de woorden van Gans zelf: „Job gaat van wanhoop door vertwijfelend geloof over weifelend inzicht en opstandige vroomheid tot juichend berouw.” Dit vind ik woorden van een diepgang die je van weinig reformatorische kansels hoort.”

Geciteerd 3: „Hij zat op de brokstukken van zijn bestaan, zowel maatschappelijk als privé. Door die omstandigheden, maar ook door zijn nieuwe blik op het leven, ontwikkelde hij zich tot een psychotherapeut met een profetische boodschap. In zijn grote pand aan het Rapenburg in Leiden ontving hij zijn patiënten. In de ontmoeting met hen zag hij iets van de Ander met een hoofdletter. Daarin doet hij denken aan de Frans-Joodse filosoof Levinas en de bekende Belgische psychiater Dirk De Wachter.

Ik zal niet vreezen, niet versagen,
als duizend haters mij belagen;
Mij dekt een ondoordringbaar schild;
Ik heb het recht gewild,
Ik wilde van mijn vroegst beginnen
Slechts liefde beminnen,
Ik kende slechts één baan:
Met God in deemoed gaan.

Bron citaten: RD kerk & religie – ‘Abraham Gans ontwikkelde zich van neuroloog tot profetisch psychotherapeut’ – door Huib de Vries

‘Gelukkig wie de God van Jakob tot hulp heeft,
wie zijn hoop vestigt op de HEER, zijn God,
Die hemel en aarde gemaakt heeft,
de zee en alles wat daarin leeft,
Hij, Die trouw is tot in eeuwigheid.’
(Uit Psalm 46 de verzen 5-6)

Bron afbeelding: Caravan Sonnet

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Computeralgoritmes niet thuis in de geschiedenis…*

* Niet bekend met de geschiedenis van personen en en hun opvattingen en voorkeuren en hun controverses en conflicten.

Geciteerd 1: Het theologische gedachtegoed in het Wilhelmus staat dichter bij Datheen dan bij Marnix van St. Aldegonde. Dit maakt het wat aannemelijker dat Datheen de dichter van het volkslied is.
Dat stelt Heleen van de Fliert na vergelijking van het Wilhelmus met de psalmberijmingen van beide dichters. Terwijl vanouds Marnix vaak als auteur van het lied beschouwd is, kwamen Nederlandse en Vlaamse onderzoekers in 2016 tot de stelling dat het dichterschap van Petrus Datheen waarschijnlijker is. Dat gebeurde op basis van computeralgoritmes waarmee auteurs kunnen worden herkend op basis van schrijfstijl.

Opgemerkt 1: Wie enigszins thuis is in het verschil van zienswijze wat betreft religievrijheid en de (later!) daardoor veroorzaakte controverse tussen Petrus Datheen en Willem van Oranje, die zal begrijpen dat een dergelijk minzaam en Bijbels vroom loflied op de persoon en het ambt van Willem van Oranje toch niet gauw uit de pen gevloeid zal zijn van de (steile!) calvinist Petrus Datheen. Willem van Oranje ging pas in 1572 officieel over naar het ‘protestantse calvinisme’ (voor die tijd was hij Rooms Katholiek en Luthers) en het Wilhelmus moet al kort na 1568 geschreven zijn.
Opgemerkt 2: Het zou ons juist niet moeten verbazen dat eerder een Marnix van st. Aldegonde de diepe gelovige vroomheid van deze vorst goed heeft gepeild. En dát zal hém juist kunnen hebben aangezet om de diep vrome afhankelijkheid van deze vorst voluit te erkennen en recht te doen met dit lied. Petrus Datheen was juist niet de man om die persoonlijke vroomheid van de prins te erkennen, laat staan om het ook nog eens in/met een loflied te willen bezingen!

Geciteerd 2: Datheen werd in 1578 voorzitter van de Synode van Dordrecht. Van 1578 tot 1584 was hij stadspredikant van het toen radicaal calvinistische Gent. In deze stad was hij met Herman Moded leider van de orthodoxe partij, en kreeg hij onenigheid met de tolerante Willem van Oranje. Oranje was van mening dat iedereen gewetensvrijheid had, maar Datheen stelde dat de overheid partij moest kiezen voor de ware godsdienst en dat dientengevolge een protestantse overheid geen rooms-katholieke kerken hoefde te tolereren. Ook sprak hij zich uit tegen de Franse politiek van Oranje. Dit conflict leidde in 1583 tot de gevangenzetting van Datheen, die vervolgens in 1584 uit de Nederlanden werd verbannen.

Doorslag gevend argument

‘De koning van Hispanje, heb ik altijd geëerd‘ (Slotregels 1e couplet Wilhelmus)

Geciteerd 3: Terwijl vanouds Marnix vaak als auteur van het lied beschouwd is, kwamen Nederlandse en Vlaamse onderzoekers in 2016 tot de stelling dat het dichterschap van Petrus Datheen waarschijnlijker is. Dat gebeurde op basis van computeralgoritmes waarmee auteurs kunnen worden herkend op basis van schrijfstijl.

Opgemerkt 3a: Wanneer Petrus Datheen werkelijk de dichter van het Wilhelmus zou zijn geweest, dan had hij zeker, nadat hij meer en meer in conflict kwam met prins Willem en zich zelfs ‘staatsgevaarlijk’ uitliet (ook over de prins) en gedroeg, de toenmalige bewoners van ‘de Nederlanden’ openlijk te kennen gegeven spijt te hebben van het dichten van dit loflied op Prins Willem van Oranje en de Nederlandse calvinisten opgeroepen om dit lied niet meer te zingen. Maar daarvan verhaalt de geschiedenis ons niet.
Opgemerkt 3b: Wanneer Marnix van st. Aldegonde de dichter is geweest, dan zal hij zich juist vanwege het verdere verloop van het leven van de prins zich bevestigd hebben gevoeld in wat hij over de prins had geschreven en hem toegeschreven in het Wilhelmus.

Geciteerd 4 (Wikipedia): In 1583 benoemde Willem hem tot buitenburgemeester van Antwerpen en werd hem opgedragen de stad te verdedigen na de Spaanse Furie. Tegen de “Spaanse” overmacht onder Alexander Farnese was dit echter een schier onmogelijke opdracht. Als magistraat en militair blonk Marnix niet uit; daartoe miste hij Willems doortastendheid. Er is dan ook enige grond om hem de val van Antwerpen (augustus 1585) te verwijten. Marnix ging in die tijd zover ervoor te pleiten de gehele Nederlandse Opstand te beëindigen, waarna hij bij Willem en de Staten-Generaal wegens “verraad” in ongenade viel.
Teruggetrokken op zijn kasteel bij West-Souburg wijdde hij zich aan het schrijven. De Staten van Holland droegen hem in 1594** op de Bijbel te vertalen, waarvoor hij naar Leiden verhuisde, maar door zijn overlijden (1598) kon hij die klus niet klaren. Hij is in het koor van de Pieterskerk begraven.

** 10 jaar dus na de moord op de prins in Delft.

Bron citaat: RD Koninklijk Huis | Wilhelmus – ‘„Wilhelmus past bij Datheen”’ – door L. Vogelaar

Bron afbeelding: Historiek

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Enige voorbereidende werkzaamheden’…

‘Aangezien de belofte om binnen te gaan in Gods rust nog steeds van kracht is, moeten we ervoor waken dat iemand van jullie ook maar de schijn wekt deze gelegenheid aan zich voorbij te laten gaan.’ (Uit Hebreeën 4 vers 1)

‘Het roer kan nog zesmaal om‘*

Geciteerd 1: „Op de Synode van Dordrecht spraken op 15 maart 1619 Engelse theologen, toen het derde en vierde artikel van de remonstranten aan de orde waren, over enige werkzaamheden die aan de wedergeboorte of de bekering voorafgaan. Ze bedoelden dat Gods Geest iemand, voor hij daadwerkelijk deel aan Christus krijgt, aan zijn ellende ontdekt, hem verbrijzelt en vernedert, waardoor er plaats komt voor het geloof. Die werkzaamheden noemden ze ”het voorbereidend werk”.

Geciteerd 2: Voor alle helderheid: het dispuut van destijds ging dus niet over de vraag óf er voorbereidend werk bestaat? „Nee, daarover was men het wel eens. De vraag was vooral of dit voorbereidende werk plaatsvindt vóór of na de inwendige roeping, en dus ook of je dit voorbereidende werk tot de bijzondere werking van de Heilige Geest moet rekenen of tot de algemene. Theologen zoals Perkins, Amesius, Hooker en Shepard stellen het laatste. Hooker kan in zijn geschriften uitvoerig ingaan op de noodzaak van verbrijzeling, vernedering en heilzame wanhoop. Maar bij hem is een zondaar pas behouden als hij Christus in het geloof aangrijpt. Voor die tijd kan het met een mens eigenlijk nog alle kanten* op.”

Geciteerd 3: Er wordt vaak gezegd: een pasgeboren kind kan slechts huilen; het wéét nog niet dat het kind is, maar het ís het wel. Zo is het, zegt men, in het geestelijk leven ook. „Op zich mee eens. Mijn punt is echter dat de theologie van vandaag de ongeboren vrucht al inzegent. Men ziet tegenwoordig de bloesem al aan voor vrucht, terwijl door de vorst er nog zoveel dood vriest en nooit tot vrucht komt. Men legt een fundament zonder dat er sprake is van een uitgaande daad van geloof naar Christus.

Opgemerkt: ‘…dat de theologie (!) de ongeboren vrucht al inzegent.’ Precies! Dáár zit het probleem! Niet Christus is aan het werk en aan het Woord op de kansels en bij het Doopvont en aan de Avondmaalstafel, maar ‘de/onze theologie’ (en theologen) (1)! Zodra we echter de theologie haar plaats wijzen (en de theologen hun plaats), is heel die problematiek die hier zo uitvoerig weer de aandacht krijgt en besproken wordt in feite geen mensenwoorden en discussies meer waard (2) in de gedoopte gemeente van Jezus Christus! (3)

(1) Amesius, Hooker, Shepard en de Nederlandse oudvaders hielden in hun theologie zaken als roeping, wedergeboorte, bekering en geloof heel dicht bij elkaar. Daarin waardeer ik hen zeer.
(2) Dat niet alleen de gezonde Bijbelse leer verkondigd en beleden wordt, maar allerlei andere (dwaal)leer ook aandacht krijgt en besproken wordt in de gemeente en op Bijbelscholen en universiteiten, dat behoort ‘natuurlijk’ tot ons menselijk bestaan hier in deze bedeling/wereld, anders zouden we als kluizenaars moeten (gaan) leven.
(3) Hebreeën 5 : 11 t/m 6 : 20.

Opgemerkt slot: In de gedoopte gemeente van Jezus Christus staat dankbaarheid op de eerste plaats en daarom gedragen we ons daar niet als zeurende kinderen, maar als dankbare kinderen. Dan staan onze dankgebeden op de eerste plaats. Dat mis ik zelfs ook in de samenkomsten van onze gemeente (NGK), dat eerst en vooral God danken, zoals Paulus dat wel doet en vraagt om hem daarin na te volgen! Zie bijv. 1 Korintiërs 1 : 4-9 en het (fundamentele!) onderwijs van onze Heer over ons bidden in Lukas 11 : 1-13.

* Boektitel van boek van Maarten ’t Hart. Zie evt. samenvatting van dit boek op (o.a.) bol-com.

Bron citaten: RD kerk & religie – ‘„Puriteinen hielden geloof en wedergeboorte dicht bij elkaar”’ – door Addy de Jong

‘Ik dank God altijd voor jullie, omdat Hij jullie in Christus Jezus Zijn genade heeft geschonken. Door Hem zijn jullie in elk opzicht rijk geworden.’ (…) ‘Maar, broeders en zusters, ik kon tot jullie niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan zuigelingen in het geloof. Ik heb jullie melk gegeven, geen vast voedsel, daar waren jullie nog niet aan toe. En ook nu nog niet, want jullie zijn nog (3) gebonden aan de wereld.’ (Paulus in 1 Korintiërs 1 de verzen 4-5 en 3 de verzen 1-3)

Bron afbeelding: Bible Portal

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Oudsten: Een ‘selecte groep’ die visie en koers bepalen?

Mozes sprekend tot de jongeman Jozua: ‘Denk je soms dat je voor mijn belangen moet opkomen? Legde de HEER maar Zijn Geest op heel het volk! Profeteerde iedereen maar! Daarop keerden Mozes en de oudsten van Israël naar het kamp terug.’ (Uit Numeri 11 uit de verzen 24-30)

Geciteerd: „In de gemeente is er vaak een selecte groep, vaak de kerkenraad, die de koers bepaalt. Ik stel voor om iedereen – inclusief twintigers – mee te laten denken over wat je als geloofsgemeenschap belangrijk vindt. Dus niet: “Wat zouden jongeren van ons beleid vinden?”, maar: “Welke jongeren beslissen mee met de visie?”

Opgemerkt 1: Kan dat zo in z’n algemeenheid gesteld worden en biedt wat deze theoloog ons voorstelt werkelijk een uitweg voor de huidige problematiek die speelt binnen de kerken (o.a. leegloop naar ‘aantrekkelijker’ kerken, zoals bijv. Mozaiek en Doorbrekers)? Is dat na de eeuw van het kind werkelijk nog een goed voorstel voor de ‘gezondmaking’ van het gemeentelijk en kerkelijk leven? En nog van het hoogste belang: Is háár visie – en misschien ook uw/jouw ‘visie’ – op wat een gemeente is niet door-en-door ‘on-Bijbels’!

Opgemerkt 2: Lees van deze serie over Numeri 11 met name het onderdeel ‘De zeventig oudsten profeteren‘.

Opgemerkt 3: Lees deze preek van Dietrich Bonhoeffer over de ‘profetische kerk’ versus de ‘religie kerk’.

Opgemerkt 4: Beluister deze ‘up-to-date’* Woordverkondiging die zondag 25 juni j.l. te horen viel in een dienst met belangstellenden belegd door ‘Apeldoorn Zingt’ in de Grote Kerk van Apeldoorn. Voorganger ds. S.H. Muller
* Beslist ook zeer relevant m.b.t. dit onderwerp. Ik zal zien of ik deze preek ook digitaal tot mijn beschikking kan krijgen en delen.

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Tabitha van Krimpen doet een appel om twintiger bij de kerk te houden’ – Laura Hendriksen-Bassa

Paulus bij zijn afscheid sprekend tot de oudsten in Efeze: ‘Zorg voor uzelf en voor de hele kudde, waarover de heilige Geest jullie als herder heeft aangesteld; jullie zijn de opzieners van Gods gemeente (1), die Hij verworven heeft door het bloed van Zijn eigen Zoon.‘ (…) ‘Nu vertrouw ik jullie toe aan God en aan het Evangelie van Zijn genade, dat onze gemeenschap kan opbouwen en dat het beloofde erfdeel zal schenken aan allen die Hem toebehoren. (…) ” In alles heb ik jullie getoond dat jullie de zwakken zo, door hard te werken, moet steunen, indachtig de woorden van de Heer Jezus, die immers gezegd heeft: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.“‘
(1) Zie 1 Timoteus 3 : 14-15

Bron afbeelding: KJV Bible verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Je verantwoordelijkheid nemen en aandurven…

‘Wie zich door zijn eigen wil laat leiden kan God niet behagen.‘
(Uit Romeinen 8 vers 8 )

Geciteerd (Frans Baatenburg*): ja vrijheid is essentieel voor het vervullen van ons doel van het leven en God’s ideaal voor de schepping, plus natuurlijk, ja je raadt het al, … onze eigen verantwoordelijkheid 😊👍🤔🍔
* N.a.v. mijn FB-bericht ‘VRIJE VOGELS…’ (Of zie deze blog)

Opgemerkt (AJ): Je ‘ziet’ (weet inmiddels) toch wel dat ik iedere ochtend mijn verantwoordelijkheid neem door te beginnen met dankgebed, Bijbellezen en bidden en door op de zondagen de samenkomsten van de gemeente bij te wonen – en die niet te verzuimen (1). Dat soort verantwoordelijkheid (nemen) is niet moeilijk en geen zware last en ze leren en helpen ons door de kracht en bijstand van de heilige Geest – waarom gebeden is en die naar Gods belofte ons zeker geschonken wordt (2) – onze verantwoordelijkheden te zien en te nemen in de dag en de week die we weer in en door mogen gaan.

Leestips: de hieronder genoemde Bijbelteksten!
(1) Zie Hebreeën 5 : 11-14 en 10 : 24-25
(2) Zie Lukas 11 : 13 en Romeinen 8 : 8-11.

‘Hierover hebben wij veel te zeggen, maar het is moeilijk uit te leggen, omdat gij traag zijt geworden in het horen.’ (Uit Hebreeën 5 vers 11)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een onhaalbaar ‘CV’ voor (getrouwde) mannen en weduwnaars?

‘Als weduwen komen in aanmerking – voor het zich geheel mogen wijden aan de dienst van de Heer in de gemeente, zie 1 Korintiërs 7 vers 34 – alleen die vrouwen die boven de zestig jaar zijn, die maar één man hebben gehad en bekendstaan om hun goede daden, kinderen hebben opgevoed, gastvrij zijn geweest, gelovigen de voeten hebben gewassen en zich hebben ingezet voor de verdrukten, die kortom, allerlei goede daden hebben verricht.‘ (Uit 1 Timoteüs 5 de verzen 9-10)
NB. Blijkbaar ging Paulus ervan uit dat zulke (getrouwde) vrouwen en weduwen zeker al te vinden waren in de (jonge) gemeenten. En ongetrouwde vrouwen konden en mochten zich ook geheel wijden aan ‘de zaak van de Heer’.

Speelden vrouwen werkelijk een ondergeschikte rol? *

* Bij de verbreiding van het Evangelie door ‘de vroege kerk’?

Geciteerd 1: ‘De getuigenissen die we nu nog hebben, laten vooral zien hoe enkele intellectuelen het christendom zagen. Andere mensen konden vaak niet lezen en schrijven, dus voor hun motivatie zijn we afhankelijk van getuigenissen van anderen.’

Geciteerd 2: Vier van de vijf getuigenissen die Roukema (1) onderzocht, zijn van mensen die filosofisch geschoold waren. ‘Filosofie ging over de zoektocht naar het goddelijke en het denken over hoe je moet leven. Intellectuele christenen zagen ook het christendom als een filosofie.

Geciteerd 3: Volgens Roukema zijn de getuigenissen belangrijk omdat deze mannen christelijke leraren werden en op een vergelijkbare manier anderen hebben beïnvloed. ‘Deze getuigenissen zeggen niet alleen wat over hun leven, maar ook over dat van velen na hen. Zo richtte Justinus de Martelaar een school op in Rome, waar Tatianus, een van de andere getuigen, in aanraking kwam met de christelijk geloof.’ Van christelijke vrouwen zijn geen directe getuigenissen overgeleverd.

Geciteerd slot: ‘Je maakt jezelf ongeloofwaardig als je al te zelfverzekerd laat zien: kijk eens hoe goed wij zijn! Doe maar je best om een goed christen te zijn, niet alleen, maar als gemeenschap.

Opgemerkt: Wie schrijft die blijft, maar Paulus waarschuwt ons niet uit te gaan boven hetgeen geschreven is in Gods Woord. Het blijft dus de vraag wat we mogen afleiden uit wat nu juist mannen nog weer aan ‘buiten-Bijbels’ schrijfwerk ons hebben nagelaten. Het kan al gauw de indruk wekken dat zij dus meer betekend hebben voor anderen (w.o. buitenstaanders) dan wat de vrouwen toentertijd hebben laten zien en horen van het Evangelie. Gelukkig heeft de heilige Geest toch een en ander opgetekend van dat ‘stille’ werk van de vrouwen en wat ze blijkbaar ook tegen man en kinderen en anderen, die aan hun zorgen waren toevertrouwd, hebben gezegd. Timoteüs heeft blijkbaar veel mogen ontvangen via de goede zorg van en het luisteren naar zijn moeder en grootmoeder.

(1) Riemer Roukema neemt vrijdag afscheid van de Protestantse Theologische Universiteit, waar hij vanaf 2002 als hoogleraar Nieuwe Testament werkte en vanaf 2014 als onderzoekshoogleraar Vroeg Christendom.

Bron citaat: ND Geloof & kerk – ‘Waarom werden mensen in de eerste eeuwen christen? ‘Als je je laat dopen, verandert alles’’ – door Bas Meeuse

‘Ik denk vaak aan het oprechte geloof dat je grootmoeder Loïs en je moeder Eunike hadden en dat – daarvan ben ik overtuigd – jij nu ook hebt.‘ (Uit 2 Timoteüs 1 vers 5)

Bron afbeelding: Bible Hub

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over vrije vogels…

‘Had ik maar vleugels als een duif, ik zou opvliegen en neerstrijken, ver, ver weg zou ik vluchten, overnachten in de woestijn, haastig beschutting zoeken tegen de vlagen van de stormwind.‘ (Uit Psalm 55 de verzen 7-9)

Geciteerd: Kijk naar de lieve vogeltjes, hoe ze zonder zorgen zijn en alleen uit Gods hand leven. Wanneer je ze opsluit om voor je te zingen (1) en je strooit een overvloed van graankorreltjes voor ze neer, dan moesten ze wel denken: nu heb ik genoeg en hoef ik niet meer bezorgd te zijn waar ik iets te eten zal vinden, want ik heb een rijke baas en mijn kooitje is vol eten. Nee, dát doen ze niet! Maar ze vliegen veel liever vrij in de lucht. Dan zijn ze ook gezonder en zingen mooier en lieflijker de lof van hún Heere. In alle vroegte, nog voordat ze eten, zingen zij hun metten [morgen-gebeden]. Toch heeft geen van hen een korreltje in voorraad. Ze zingen steeds een mooi lang Benedictus [de lofzang van Zacharias] en laten onze Heere God zorgen. Dat doen ze zelfs ook nog als ze jongen hebben die ze moeten voeden en verzorgen…
[Maarten Luther: Wochenpredigten über Matt. 5-7, 1530/32, WA 32, 458 ff]

(1) Dat kan je zelfs in een huwelijk nog overkomen!

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/Meditatie van 25 juni – Vertaald en samengesteld door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Zelfs vind de mus een huis, o HEER!
De zwaluw legt haar jongskens neer…’
(Uit Psalm 84 2e vers, berijmd, OB)

Bron afbeelding: AJ

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hardnekkige misverstanden…

‘Hoe rijk zijn Uw gedachten, God,
hoe eindeloos in aantal,
ontelbaar veel, meer dan er zandkorrels zijn.
Ontwaak ik, dan ben ik nog bij U’
(Uit Psalm 139 de verzen 17-18)

Geciteerd 1: Als je je erin verdiept zie je hoe de hardnekkige voortplantingsmythe maar één kant van het verhaal vertelt. Dat de mannelijke cellen ‘actief’ zijn en daarom altijd in de spotlight staan. Maar als je beter kijkt zie je juist hoe groot de rol van de eicel is, en dat het volledige vrouwelijke voortplantingsstelsel achter de schermen van alles regelt. En dan zie je ook dat wetenschappelijk onderzoek eigenlijk geen kant zou moeten kiezen.
> Celbiologen Gerald en Heide Schatten vonden in de jaren tachtig het bewijs dat de eicel niet simpelweg ‘gepenetreerd’ wordt. De eicel werkt actief mee, en haalt de spermacel als het ware binnen met de trilhaartjes die als een grasveld van kleine vingers de spermacel omsluiten.
> Zelfs in 2020 moest evolutionair bioloog Virginia Hayssen, een expert op het gebied van de voortplantingsbiologie van zoogdieren, de wetenschappelijke gemeenschap er nog eens aan herinneren dat het idee van de spermarace een misconceptie is. ‘En nog steeds’, vertelt Hayssen me in een videogesprek, ‘heeft elke student die na de middelbare school mijn collegezaal binnenkomt het concept van de spermarace aangeleerd gekregen.’
> Dus anders dan de beelden ons weleens doen geloven, komt de spermacel niet zomaar aan geracet om vervolgens met de brute kracht van zijn staart door de wand van de eicel te propelleren.

Geciteerd 2: Ga eens tweeduizend jaar terug in Paulus’ Grieks-Romeinse wereld. Grieken en de Romeinen waren ervan overtuigd dat sommige mensen geschapen waren om vrij te zijn, anderen om tot slaaf gemaakt te worden. Vrouwen waren van nature de mindere van mannen in het algemeen. Zelfs de Joden waren het met deze ongelijkwaardigheid eens en geloofden dat deze door God gewild was. Zij voegden nog hun eigen ongelijkwaardigheid toe: het onderscheid tussen de uitverkoren kinderen van Abraham en de heidenen. Deze eeuwenoude vooroordelen, die hun wortels diep in de sociale structuren en de heersende cultuur hadden, konden niet onmiddellijk worden uitgeroeid. Maar Paulus zag duidelijk dat Christus een geheel nieuwe werkelijkheid had gevestigd waarin een dergelijk onderscheid niet langer gold. In Christus zijn de mensen herschapen.

Opgemerkt: Zorgt de ‘mannelijke dominantie’, behalve in de maatschappij en in de wetenschap, misschien ook in de kerken nog altijd voor hardnekkige misverstanden?

Bron citaten 1: De Correspondent – ‘De bevruchting is géén sperma-sprintje’ – door Ellemiek de Wit (Journalist gespecialiseerd in evoltie en genetica)
Bron citaat 2: De Waarheidsvriend – ‘Een zwarte bladzij – Bianca Groen: Ontmenselijking door uitbuiting en racisme mogen niet meer gebeuren’ – door P.J. Vergunst

‘Jullie allen die door de doop één met Christus zijn geworden, hebben jullie met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – jullie zijn allen één in Christus Jezus. En omdat jullie Christus toebehoren, zijn jullie nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.‘ (Uit Galaten 3 de verzen 27-29)

Bron afbeelding: Your Daily Bible Verses (Integrated Catholic Life)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie