Denken en leus Franse revolutie in Duitse Jena gepraktiseerd…

Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is…’ (Uit 1 Johannes 1 vers 1)

Geciteerd 1: ‘Vrijheid, gelijkheid en broederschap’ – Rond 1838 wees Pierre Leroux de leus toe aan de Franse Revolutie. Volgens hem was het een anonieme en populaire creatie. De historicus Mona Ozouf onderschrijft dit, hoewel volgens hem soms ook andere termen tegelijk met deze drie woorden werden gebruikt, zoals amitié (vriendschap), charité (liefdadigheid) en unité (eenheid). Al sinds 1789 werden er ook andere termen gebruikt zoals la Nation, la Loi, le Roi (de Natie, de wet, de Koning), of Union, Force, Vertu (Eenheid, Kracht, Deugd). Mogelijk was tijdens de revolutie vrijheid, gelijkheid en broederschap slechts een van de vele leuzen. Het woord fraternité werd zelfs lange tijd genegeerd. Dit woord kwam pas officieel bij de leus tijdens de opstelling van de Franse Grondwet in 1791. Het is niet meer te achterhalen wie deze leuze als eerste gebruikte. Mondelinge tradities verwijzen hiervoor naar Robespierre, de Vrijmetselarij en Louis-Claude de Saint-Martin. Geen van deze beweringen is tot nog toe aan de hand van schriftelijke bronnen aangetoond.

Geciteerd 2a: Wulf (1) veert op van haar stoel en spreekt, zoals tijdens het gehele interview, in razendsnelle volzinnen zonder over haar woorden te struikelen. ‘Stel je voor dat je daar zit als intellectueel, samen met je vrienden, en dat opeens de kracht van het woord bewezen is. (2) Ze zaten daar en dachten: we kunnen de wereld veranderen!’

Geciteerd 2b: … de Jena-kring zei: onze rede is belangrijk, maar onze verbeelding ook. Beide moeten hand in hand gaan.’ Het tijdsgewricht was daarvoor essentieel: de Verlichting. ‘Een tijd van wetenschappelijk vernuft, productiviteit en nut.
De keerzijde daarvan was, zo vreesde de Jena-kring, dat de mensheid te veel aandacht had voor enkel de rede. De werkelijkheid, meenden ze, was ontdaan van poëzie, spiritualiteit en gevoel.’ In de proloog citeert Wulf Novalis: ‘De natuur is gereduceerd tot een eentonige machine’, waardoor ‘de eeuwig scheppende muziek van het heelal tot het eentonige geratel van een reusachtig molenrad verworden is’. Verbeeldingskracht behoorde een eigen plaats te hebben naast het verstand en het rationele denken. En daarvoor moest je naar binnen kijken.

Geciteerd 2c: Maar waarom gebeurde dat in een vrijwel onbekend stadje ten zuiden van Berlijn? ‘Duitsland was destijds een lappendeken van meer dan 1500 staten. Een voordeel van deze versnippering: censuur was er veel moeilijker door te voeren dan in grote, centraal bestuurde naties.’ En dan genoten Jena’s hoogleraren ook nog eens meer vrijheid dan die in de rest van Duitsland. ‘Ingewikkelde erfrechtregelingen hadden ervoor gezorgd dat de universiteit rond 1790 onder het bestuur stond van maar liefst vier verschillende hertogen; in werkelijkheid had geen van hen echt de leiding. Jena stond bekend om zijn volledige vrijheid van denken, onderwijzen en schrijven. Denkers, schrijvers en dichters die in aanvaring waren gekomen met het gezag in hun eigen woonplaats verhuisden naar het relatief open en vrije Jena.’

Geciteerd slot: Over de meest verrassende ontdekking in haar onderzoek moet Wulf even nadenken. ‘Nou, er was sprake van een driedubbele revolutie: politiek, filosofisch en seksueel. Over die eerste twee hebben we het al gehad: respectievelijk de Franse Revolutie en de ik-filosofie van Fichte. Maar aangezien de geleefde ervaring heel belangrijk was voor de romantici, leefden ze hun filosofie ook – hun eigen levens werden het speelveld om hun ideeën over vrijheid uit te proberen. Het gevolg: heel veel seks. We denken dat de seksuele revolutie in de jaren zestig plaatsvond, maar dat komt door de Victorianen – die waren saai en preuts, en hebben alles naderhand verpest. In Jena ging het er wild aan toe, met open huwelijken en wisselende relaties. Buitenechtelijke liefdes schoven aan bij familiediners, werden openlijk voorgesteld aan vrienden. Maar liefst 25 procent van de pasgeborenen in Jena was onwettig, tegenover slechts 2 procent in de rest van het Duitse grondgebied.

(1) Historicus Andrea Wulf volgde het spoor van een groep briljante geesten die eind achttiende eeuw het ‘ik’ tot het centrum van de wereld bombardeerde. ‘Ze hebben de manier waarop we naar onszelf kijken voor altijd veranderd.’
(2) Wij christenen belijden toch dat de kracht van het Woord alle eeuwen door Zich aan ons mensen ‘bewezen’ heeft: ‘Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is…’ (Uit 1 Johannes 1 vers 1)

Bron citaat 1: Wikipedia – ‘Vrijheid, gelijkheid en broederschap’
Bron citaat 2a-c: Filosofie Magazine – ‘‘Het ik is een uitvinding’’ – door Alexandra van Ditmars

Bron afbeelding: Biblia-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Diep geraakt’…

Saulus probeerde de gemeente te vernietigen door mannen en vrouwen met geweld uit hun huizen te sleuren en hen te laten opsluiten in de gevangenis.‘ (…) ‘Allen die hem hoorden waren stom verbaasd en vroegen: “Dat is toch de man die in Jeruzalem de volgelingen van Jezus naar het leven stond?”‘ (Uit Handelingen 8 vers 3 en 9 vers 21)

Geciteerd: In een persoonlijke tekst die ds. Uitslag onder het kopje “pastoralia” in het kerkblad schreef, meldt de predikant verder dat het hem „tot in het diepst van zijn hart raakte toen een afgevaardigde op de classis een ruime toelating tot de avondmaalstafel beargumenteerde door te zeggen, dat Judas ook aan het avondmaal zat en van Jezus een stukje brood kreeg aangereikt”. Deze afgevaardigde zei er echter niet bij, aldus ds. Uitslag, „wat de Heere Jezus verder zei: Doch ziet de hand desgenen, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel. Wee de mens door welke de Zoon des mensen wordt verraden”. Zo’n selectieve omgang met Gods Woord doet afbreuk aan de Schrift, aan de heiligheid van de tafel en aan mijn getrouwe Zaligmaker. Zelden ben ik op een kerkelijke vergadering zo geraakt in mijn hart als dit moment”, aldus de predikant in het kerkblad.

Opgemerkt 1: In elk geval is het zeer terecht dat wij als gelovigen diep geraakt worden door het feit dat zelfs ook Judas nog brood en wijn aangereikt wordt aan de avondmaalstafel. Was Judas schuldiger dan de Farizeeën en Schriftgeleerden en leiders (van het Sanhedrin) voor wie onze Heer aan het kruis toch ook dit nog bad: ‘Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen.’

Opgemerkt 2: Onze Heer bracht een volmaakt offer aan het kruis en Zijn zoenoffer is genoeg voor de vergeving van de zonden van heel de wereld, dus: die van de hele mensheid…

Opgemerkt 3: Omdat onze Heer Judas niet ervan weerhouden heeft om ook nog het Avondmaal mee te vieren, geeft dat beslist toch ook wel reden om ons af te vragen hoever wij mogen/zullen gaan met tuchtmaatregelen t.a.v. onze broeders en zusters. Onze Heer hield Zijn hoorders voor: ‘Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen maar om de wereld te redden. Wie Mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt, die heeft al een rechter: alles wat Ik gezegd heb zal op de laatste dag (!) over hem of haar oordelen.‘ (Uit Johannes 12 de verzen 47-48).

Opgemerkt 4: We hebben bij de betreffende broeders en zusters (met homofiele praxis of hen die dat niet veroordelen bij anderen) toch niet met mensen te maken die onze Heer afwijzen, maar die een andere opvatting hebben over hoe wij in de levenspraktijk relaties vorm en inhoud mogen geven binnen de vrijheid en verantwoordelijkheid waarin wij als christenen zijn geplaatst. Wij kunnen daar wel verschillend over denken op grond van Gods Woord, maar tot welk soort oordelen mag dat leiden? Of zullen we beter toch maar doen als onze Heer en onze broeders en zusters met (soms alleen maar) andere opvattingen (niet eens praktijken) niet van ons wegstoten, zoals cgk-Urk nu wel doet door de correspondentieband met Zwolle te verbreken.

Opgemerkt 5: Wanneer we in Matteüs 18 lezen over broeders en zusters, die na herhaald vermaan niet willen luisteren, dan horen we dat we niet meer hoeven te doen dan met hen om te gaan zoals de Joden dat toen gewoon waren met heidenen en tollenaars, die mensen haalde je niet in huis en/of je ging bij hen thuis niet eten, maar de tollenaars werden niet uit de synagoge gebannen en wanneer de heidenen proseliet waren mochten ze toch ook de synagoge bezoeken.
En laten we daarbij dan ook nog weer bedenken dat onze Heer de tollenaars niet afwees, maar bij hen in huis kwam om te eten en ze zelfs ook in Zijn gevolg haalde en ook dat Hij ‘de scheidsmuur’ tussen Joden en heidenen heeft afgebroken, o.a. de Kananese vrouw mocht daar al van profiteren. Dus hoe zullen wij als gelovige christenen met elkaar hebben om te gaan? Toen de (Joodse) mensen onze Heer vroegen ‘wat moeten wij doen’, toen zij Hij: ‘Geloven in Hem Die de Vader gezonden heeft.‘ (zie Johannes 6 vers 28-29)

Opgemerkt slot: En wat kunnen we leren van de brieven van onze Heer aan de zeven gemeenten in Asia? Horen we daar van één of meer gemeenten maar uit het ‘kerkverband’ stoten? Of dat gemeenteleden zich moeten afscheiden om een eigen (wel zuivere) gemeente te stichten? En zou een gemeente als de betreffende gemeente in Urk er beter vanaf komen dan die in Zwolle? En op grond waarvan zouden we dat kunnen/moeten (vast)stellen?

RD Kerk & religie – Cgk Urk-Eben-Haëzer verbreekt band met Zwolle – door redactie kerk

De Zoon van God, Jezus Christus, Die wij, Silvanus, Timoteüs en ik, aan u verkondigd hebben, was immers niet als iemand die ja zei en nee bedoelde. Hij belichaamt het ja. In Hem worden al Gods beloften ingelost; en daarom is het dat we amen zeggen, tot Gods eer. Het is God Die u/jullie en ons Christus als fundament geeft, Die ons allen heeft gezalfd, heeft gewaarmerkt als Zijn eigendom en ons als voorschot de Geest gegeven heeft.‘ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 19-23)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

“In principe niet goed tussen God en mens’?

Maar toen zijn de goedheid en de mensenliefde van God, onze Redder – onmiskenbaar! – openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. (…) Zó zijn we door Zijn genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop we hopen.‘ (Uit Titus 3 uit de verzen 1-11)

Geciteerd 1: In het christelijk geloof is het in principe niet goed tussen God en mens – er is verzoening nodig. In de islam is het al gauw goed tussen God en mens. Daarbij gaat het om de zuivere intentie, om mijn hart. (…) Dat is tussen mij en Allah, daar heb ik geen Jezus, Mohammed of koran voor nodig. Als ik het hier op aarde met de mensheid verkloot, dan is er geen vergiffenis bij de hemelpoort. Allah verzamelt zoveel mogelijk goeds om mij in de hemel te krijgen. Maar ben je hier een oplichter of crimineel, dan is er voor jou echt geen plaats.

Geciteerd 2: Jezus die nodig is als verlosser, de weg die God zelf baant omdat het in je leven altijd weer mis gaat – dat zijn mij te veel stappen. Een moslim gelooft niet dat hij verloren is en redding nodig heeft. Het is pijnlijk dat we allemaal, moslim, jood en christen, in de boeken van het Oude Testament geloven en daarna samen de weg zijn kwijtgeraakt.

Opgemerkt: Wanneer het van Gods kant ‘in principe’ niet (meer) goed was geweest, dan had God ons Zijn Zoon niet gezonden. Waarom kon God ons (deze wereld) Zijn Zoon geven en waarom kon Zijn Zoon Zich geven voor ons? Omdat de Vader en de Zoon één zijn in hun liefde voor deze wereld en dus ook in hun liefde voor de mensheid van deze wereld.
Dat God mens is geworden en Zich aan en voor ons gaf, dát is het ultieme bewijs van Gods mensenliefde. Maar, het is nu nog voor veel mensen net zoals in het paradijs: wij wantrouwen God omdat we menen dat we beter kunnen afgaan op dat wat we ‘voor ogen’ hebben – vandaar ook de macht en aanbidding van de wetenschap onder ons mensen – dan dat we God op Zijn Woord vertrouwen, en Die heeft het – ‘van eeuwigheid tot eeuwigheid’! – goed met ons voor gehad en nog altijd omdat Hij Zelf goed en waarachtig is en er geen duisternis (leugen) in Hem is. God wist ‘van den beginne’ hoe Hij met het (wantrouwende) hart en de zonde(n) van ons mensen zou handelen, niet God moest overtuigd worden, maar wij mensen moesten en moeten ons laten overtuigen van de eeuwige mensenliefde Gods (1), zoals die nu inmiddels onweerlegbaar aan ons is geopenbaard in en door Zijn Zoon. Maar zelfs dat ons laten overtuigen van Gods liefde dat kan God ook nu nog niet aan mensen overlaten, maar dat wil Hij in ons werken door Zijn Woord en Geest…

(1) De mensen hebben altijd reden gehad om daarvan overtuigd te zijn (dat te geloven!). Henoch (2) was één van die mensen die daar van harte van overtuigd was. Van hem staat geschreven dat hij wandelde met God (zoals Adam en Eva in het paradijs voor de val) en dat was toen al mogelijk ‘in en door Christus’.
(2) Zie Genesis 5 : 21-24.

Bron citaat: ND geloof & kerk – ‘Nadia Zerouali: ‘In de islam is het al gauw goed tussen God en mens. Het gaat om de zuivere intentie’ – door Hugo de Bruijne. *
* Wat is uw houvast in leven en sterven? Bekende Nederlanders geven antwoord op deze eerste vraag uit de Heidelbergse Catechismus. Vandaag: Nadia Zerouali (47) uit Almere, televisiekok bij BinnensteBuiten, mede-eigenaar van een productlijn in een supermarkt en twee couscousbars in Amsterdam, kookboekenschrijver, moeder, weduwe: ‘God is mijn morele kompas.’

Door de overtreding van één mens moesten alle mensen sterven, maar de genade die God aan alle mensen schenkt is veel overvloediger. Dit geschenk gaat het gevolg van de zonde van één mens verre te boven, want die ene zonde heeft tot veroordeling geleid, maar de genade die na talloze overtredingen (die van heel de mensheid!) geschonken werd, heeft tot vrijspraak geleid. (…) Kortom, zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkele mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken en zullen leven. Zoals door de ongehoorzaamheid van één mens alle mensen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van één mens alle mensen rechtvaardigen worden. En later is de wet erbij gekomen, zodat de overtredingen toenamen; maar waar de zonde toenam, werd ook de genade overvloediger. Zoals de zonde heeft geheerst (door het ongeloof!) en tot de dood heeft geleid, zo moest door de vrijspraak de genade heersen en tot het eeuwige leven leiden, dankzij Jezus Christus, onze Heer.
(Uit Romeinen 5 uit de verzen 12-21)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Is/valt Maarten Luther hier nog te volgen…

Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien. Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden.‘ (Uit Hebreeën 12 vers 14)

Geciteerd: Houd het er echter onder geen enkele voorwaarde voor, dat het genoeg is als je het lichaam en bloed van Christus uitwendig in het avondmaal eet en drinkt! Juist zoals het niet genoeg is, als je een paard een schilderij met haver erop voorhoudt om het daarvan te laten eten, alsof dat echte haver zou zijn – het paard wil echte haver hebben!
Het avondmaal is evenwel het echte voedsel, maar wie het niet met het hart eet door het geloof, voor die helpt het niet, want het maakt op zich niemand vroom of gelovig. Want het avondmaal vereist dat je tevoren reeds vroom en gelovig bent!

Opgemerkt 1: Het lijkt me toch dat Maarten Luther met deze woorden hier ons in feite voorhoudt dat je wel eerst goed gegeten moet hebben en verzadigd zijn om profijt te kunnen hebben van een goede voedzame maaltijd. Paulus waarschuwt ons voor het maken van verkeerde tegenstellingen, en is dat niet wat hier nu gebeurd?!

Opgemerkt 2: Ons geloven is nog altijd zo zwak en onvolkomen dat ieder gedoopt lid van de gemeente tot deze ‘Maaltijd van de Heer’ genodigd wordt. En natuurlijk zal zo’n gedoopt lid niet aangaan in de hoop daarmee het geloof eerst nog eens te verwerven, maar wel omdat een gelovige weet (gehoord heeft!) dat men altijd weer dient aan te gaan, namelijk om het geloof niet te verliezen, dat is: door die nalatigheid ‘te verachteren in de genade’. Want in/uit eigen kracht kan een gelovige niets. Laten we ons zelf maar vergelijken met de Korintiërs (ipv onszelf te hoog inschatten), die door Paulus voorgehouden kregen dat ze nog niet zo ver waren dat ze al ‘vast voedsel’ konden verdragen, en daarom als ‘kinderen in het geloof in Christus’ melk toegediend kregen van hem. (Zie 1 Korintiërs 3!)

Zie ook: ‘Offermaaltijd of Gedachtenis én getuigenismaaltijd?’

Bron citaat: maartenluther-com – ‘Het echte voedsel en de echte drank’ – Citaat 30 januari 2023

‘”Geef ons altijd dat brood, Heer!” zeiden ze toen. “Ik ben het brood dat leven geeft,” zei Jezus. “Wie bij Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u Me gezien.“‘ (Uit Johannes 6 de verzen 34-36)

NB. Je zou nu kunnen zeggen: als je maar gelooft is al je honger en dorst dus voor altijd voorbij en waarom zou je dan nog de samenkomsten van de gemeente met de vieringen van het Avondmaal bijwonen? Maar we begrijpen toch wel dat onze Heer dat niet bedoeld heeft met deze woorden.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Offermaaltijd of Gedachtenis- én Getuigenismaaltijd?

Dus altijd wanneer jullie dit brood eten en uit de beker drinken, verkondigen jullie de dood van de Heer totdat Hij komt.’ (Uit 1 Korintiërs 11 het 26e vers).

Geciteerd 1: Het zijn stevige woorden (zie 2e citaat), die in contrast staan met wat het Vaticaan en de Lutherse Wereldfederatie in 2013 – het jaar van Benedictus’ aftreden – gezamenlijk verklaarden. Dit document, dat nota bene is voorbereid tijdens het pontificaat van Benedictus XVI, zegt: ‘Wanneer het begrip van de Maaltijd van de Heer als werkelijke gedachtenis serieus wordt genomen, zijn de verschillen in het begrip ervan als eucharistisch offer zowel voor katholieken als lutheranen acceptabel.’

Geciteerd 2: Het grote verschil tussen eucharistie en avondmaal ligt dus in de rol van de priester. Benedictus XVI vindt dat verschil onoverbrugbaar. Beide zijn ‘twee fundamenteel verschillende vormen van een rite, die elkaar vanuit hun wezen wederzijds uitsluiten’. De eucharistie is volgens de paus veel meer een offer dan de protestanten kunnen of willen zien. Benedictus roept een nieuwe generatie theologen op ‘de voorwaarden te scheppen voor een vernieuwd begrip van wat ik hier heb beschreven’.

Geciteerd 3: Deze vraag zal theologen de komende jaren nog flink bezighouden. Uiteindelijk gaat het namelijk ook over de vraag naar continuïteit of breuk tussen jodendom en christendom.

Opgemerkt 1: Door deel te nemen aan ‘de Maaltijd van de Heer’ verkondigen/belijden wij (elkaar) dat het nodig was dat – in ‘het jaar 33’ – Zijn lichaam voor ons werd verbroken en dat Zijn bloed voor ons werd vergoten tot ons behoud: (Of) ‘Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in Zijn dood? We zijn door de de doop in Zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als we delen in Zijn dood, zullen we ook delen in Zijn opstanding.’ (…) ‘Wanneer we met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, omdat Hij, Die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over Hem. Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd, en nu Hij leeft, leeft Hij voor God. Zo moet u uzelf ook zien: dood voor de zonde, maar in Christus levend voor God.’ (…) Zo zijn ook jullie, broeders en zusters, dood voor de wet, dankzij de dood van Christus en behoren jullie nu een ander toe: Hem die uit de dood is opgewekt.‘ (…) ‘We waren aan de wet geketend, maar nu zijn we bevrijd; we zijn dood voor de wet, zodat we niet meer de oude orde van de wet dienen, maar de nieuwe orde van de Geest.’ (Uit Romeinen 6 : 3-5, 8-11 en 7 : 4 en 6)

Opgemerkt 2: En in in Hebreeën 10 lezen we over dat ‘losgemaakt’ zijn van de wet waaraan wij ‘geketend’ waren: ‘Eerst zegt Hij: “Offers en gaven hebt u niet verlangd, brand- en reinigingsoffers behaagden U niet” – daarmee bedoelt Hij offers die volgens de wet worden gebracht. Dan zegt hij: ‘Hier ben Ik, Ik ben gekomen om Uw wil te doen,” waarmee Hij het eerste opheft om het tweede van kracht te doen zijn. Op grond van die wil zijn wij voor eens en altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus.‘ (Uit Hebreeën 10 : 8-10)

Opgemerkt slot: Lees ook verder het vervolg van Hebreeën 10 waar o.a. ook nog gesproken wordt over de taak van de OT-priesters.

Zie ook nog de hieronder vermelde blog ‘Luther en het Avondmaal‘, waaruit blijkt dat Luther heel gewoon Bijbels [= naar Gods Woord] zich gelovig wilde houden aan Gods Woord, zoals ons dat gegeven is, en dat dus ook t.a.v. de woorden: ‘Dit is Mijn lichaam…’ en ‘Dit is Mijn bloed…’.

Aanvullend: ‘Laten we opmerkzaam blijven en elkaar aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten (1), zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van Zijn komst ziet naderen (2). (Uit Hebreeën 10 de verzen 24-25)
(1) Met daar ook de vieringen van de ‘Maaltijd van de Heer’ die ons de kracht moeten geven om het vol te houden en de onbeschroomdheid te behouden om ‘binnen te gaan in het heiligdom’ met onze dankbaarheid en gebeden.
(2) De ‘Maaltijd van de Heer’ hebben we ook nodig om te groeien in de verwachting van de komst van onze Heer en om elkaar als broeders en zusters daarin aan te moedigen en tot voorbeeld te zijn (naar 1 Korintiërs 11 het 26e vers).
‘Wanneer we willens en wetens blijven zondigen, nadat we de waarheid hebben leren kennen, is er geen enkel offer voor de zonden meer mogelijk…’ (…) ‘Hoeveel zwaarder zal dan de straf niet zijn, denkt u, voor wie de zoon van God vertrapt, het bloed van het (nieuwe) Verbond (in Zijn bloed) ontheiligt – terwijl hij/zij erdoor geheiligd is – en de Geest van de genade veracht?’ (3) (Uit Hebreeën 10 de verzen 26 en 29)
(3) Bij dat zondigen moeten we hier dus vooral denken aan het nalatig zijn en blijven in die dingen waartoe we in Hebreeën 10 : 24-25 worden aangespoord.

Zie ook: ‘Is/valt Maarten Luther hier nog te volgen?

Bron citaten 1-3: ND Analyse geloof & theologie – ‘Katholieken en protestanten kunnen volgens Benedictus niet samen aan tafel. En wel hierom’ – door Hendro Munsterman.

Op grond van die wil zijn wij voor eens en altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus.‘ (Uit Hebreeën 10 het 10e vers)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Synodale besluiten verwerpen is de Schrift verwerpen’…

Toen de leden van het Sanhedrin zagen hoe vrijmoedig Petrus en Johannes optraden en begrepen dat het gewone ongeletterde (beter: theologisch ongeschoolde) mensen waren, stonden ze verbaasd, en ze realiseerden zich dat beiden in Jezus’ gezelschap hadden verkeerd.’ (…) ‘Maar Petrus en Johannes zeiden: “Kunnen wij het tegenover God verantwoorden om wel naar u te luisteren en niet naar Hem? Oordeelt uzelf!” (Uit Handelingen 4 uit de verzen 13-22)

Geciteerd 1: Wanneer een synode bepaalt dat homoseksuele praxis zonde is, omdat de Schrift ons dat voorhoudt, en een kerkenraad vervolgens zulke besluiten naast zich neerlegt, zondigt men niet tegen een synode-­uitspraak, maar tegen het Woord van God.
Wanneer de Schrift onomwonden het ambtelijk functioneren van vrouwen in de gemeente verbiedt en een synode in lijn daarmee een besluit neemt, mogen individuele kerken niet zeggen dat dit slechts een synodale bepaling is, want in werkelijkheid is het een vertolking van het Woord van God.
Dus waar gaat het om? Onderwerping aan het gezag van Gods Woord. Want zulke synodale besluiten verwerpen, is de Schrift verwerpen.

Geciteerd 2: ‘Een concilie (lees hier nu: synode) kan zich weliswaar aanvankelijk vergissen, echter niet in het eindresultaat.’ (…) ‘De roomse kerk kan met betrekking tot geloof en zeden zowel door haar woord als ook door haar handelen een beslissing afdwingen. En daarin is geen onderscheid, behalve dat woorden daartoe beter geëigend zijn dan daden.’ (…) ‘Conclusie: zoals hij een ketter is die foutief denkt over de waarheid van de Schrift, zo is ook hij een ketter die foutief denkt over de leer en het handelen van de kerk, in zoverre die betrekking hebben op het geloof en de zede.’ (De pauselijke hoftheoloog en latere rechter in het proces tegen Luther, de dominicaan Silvester Mazzolini uit Prierio in zijn antwoord op de 95 stellingen).

Zie ook deze blog: ‘Bevrijd van het vervloekte zelfonderzoek…

Bron citaat 1: RD Opinie – ‘Zoeken wij eerst het Koninkrijk van God?’ – door ds. G.R. Procee (De auteur is emeritus predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerken)
Bron citaat 2: ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – Hoofdstuk VI – ‘De aangevochten reformator – De Schrift of de paus’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001), verkreeg een doctoraat in de theologie in Utrecht (1957) en was hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen en Tucson (Arizona, USA).

Maar de Schrift heeft alles in de macht van de zonde gelegd, zodat de belofte kon worden gegeven op grond van geloof in Jezus Christus, aan wie op Hem vertrouwen. Voordat dit geloof kwam, werden we door de wet bewaakt; we leefden in gevangenschap tot het geloof geopenbaard zou worden. Kortom, de wet hield ons onder toezicht totdat Christus kwam, opdat we rechtvaardig verklaard zouden worden op grond van geloof. Maar nu het geloof gekomen is, staan we niet langer onder toezicht, want door dit geloof bent u allen kinderen van God, in Christus Jezus. U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus. En omdat u Christus toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.‘ (Uit Galaten 3 de verzen 22-29)

Bron afbeelding: KJV Gods promises

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘De wereld dichterbij dan ooit’? Werkelijk?

Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen?
(Uit Jeremia 17 vers 9)

“Wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed, dwaasheid, al deze slechte dingen komen van binnenuit en maken een mens onrein.”‘ (Uit Marcus 7:20-23)

Geciteerd 1: De keuze voor God of de wereld valt steeds vroeger in de ontwikkeling, stelt Rottier. „Omdat de wereld dichterbij is dan ooit. Tegen al die krachten en machten moeten wij vanuit onze verantwoordelijkheid werken aan persoonlijke vorming.” Al die jaren dat kinderen en studenten op een christelijke school zitten, liggen er voor docenten „enorm veel kansen” hen te beïnvloeden.

Opgemerkt 1: Hebben de jongeren thuis en in de kerk en op school (al) geleerd hun Doop te verstaan of maken we van (onze en) hún keuze voor het geloof de belangrijkste zaak in de wereld, zodat we ze laten staren in een afgrond in plaats van dat ze leren zien op ‘Vaste Grond’. Juist de zuigelingendoop van heidenen en pasgeboren kinderen laat ons zien en leert ons – door het onderwijs van Gods Woord – hoe wij Gods gerechtigheid ontvangen door het geloof. (1) (2)

Geciteerd 2: Een docent wiskunde moet niet alleen zorgen dat zijn leerlingen voor het examen slagen. Hij is ook pedagoog, voorbeeld, gids. Dat betekent dat je bezig bent met de vraag: hoe kan ik mijn leerlingen iets meegeven waardoor ze persoonlijk worden gevormd? Zodat ze zich binden aan de Bijbel en het christelijk geloof?”

Opgemerkt 2: Natuurlijk mogen ouders en andere opvoeder door en onder Gods genade hun kinderen niet alleen Gods Woord laten horen – we hebben daartoe nog altijd alle vrijheid – maar ook laten zien dat ze zelf (ook) van genade leven. Maar dat is nog wat anders dan kansen willen zien en gebruiken om anderen te beïnvloeden. Wanneer we zelf onze Drie-Enige God hebben leren liefhebben en daarom elke dag weer – persoonlijk en gezamenlijk – ons oor bij Hem te luisteren leggen, dan mogen we ook met van God gegeven/ontvangen recht een zegen vragen over het leven van onze kinderen. Hij geeft ons en anderen gelegenheden waarvan we zelf vaak niet eens doorhebben dat we die benutten. Soms zien/horen/realiseren we ons dat achteraf pas dat wij op ‘die en die manier’ iets mochten betekenen voor een ander, zelfs of beter juist ook wanneer we niet in onze eigen kracht stonden, maar zwak waren…

Leestips: 2 Korintiërs 12-13 en Hebreeën 10 .

(1) Wat een goede serie dagopeningen staat ons de komende dagen/weken te wachten, tenminste wanneer we ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ (25 januari t/m 9 februari) hebben aangeschaft om te gebruiken in 2023.
(2) Is er tegenwoordig misschien weer net zoveel reden als in de tijd van de Reformatie om onze kinderen al op jonge leeftijd belijdenis van hun geloof te laten afleggen (tussen 12-16 jaar) en ze daarmee ook toegang te geven tot de vieringen van het heilig Avondmaal. Die versterking van hun geloof kunnen ze net zo min missen op hun levensweg als de wat oudere gelovigen.

Tot slot broeders en zusters, groet ik jullie. Beter jullie leven, neem mijn vermaning ter harte, wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de vrede met jullie zijn. Groet elkaar met een heilige kus. Alle heiligen die hier zijn laten jullie groeten. De genade van de Heer Jezus Christus en de gemeenschap van de heilige Geest, zij met jullie allen.‘ (Uit 2 Korintiërs 13 de slotverzen 11-13)

Bron citaat: RD Onderwijs & opvoeding | Driestar – ‘Scheidend Driestar-voorman Rottier: Voorbeeld leraar doet ertoe’ – door Anne Lok-Vader

Bron afbeelding: Redeeming God

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Dit is de weg, wandelt daarop…’

Volk van Jeruzalem, dat op de Sion woont, je hoeft geen tranen meer te storten. Want Hij zal Zich over je ontfermen als je weeklaagt, Hij zal antwoorden zodra Hij je hoort. De Heer zal jullie brood geven in de benauwenis en water in de nood. Hij Die jullie onderricht gaf, zal Zich niet langer verbergen. Met eigen ogen zul je je Leermeester zien, met eigen oren zul je een stem achter je horen zeggen: “Dit is de weg die je moet volgen. Hier moet je rechts. Ga daar naar links.“‘ (Uit Jesaja 30 de verzen 19-21)

Geciteerd 1: De belijdenis is teveel geworteld in het verleden en heeft te weinig antwoorden voor de kerk van nu, stelde Berkhof. Het gaat nu niet meer over de vraag hoe krijg ik een genadig God, maar is er een God? Boer antwoordde daarop: „Het gaat erom: hoe ken ik deze God? Het maakt niet uit in welke eeuw je dan leeft. Je staat hier niet als mensen van de twintigste eeuw, maar als vijand tegenover God. (1)”

Opgemerkt 1: Hoe vaak moet dit nog herhaald worden: Maarten Luther was door de RK van zijn tijd opgescheept met de vraag ‘hoe krijg ik een genadig God’. Hij heeft de kerk van de Reformatie mogen verlossen van die vraag! Gods Woord verkondigd ons een om Christus’ wil genadig God en Vader. Zó kennen wij God nu! Dat Woord van God is betrouwbaar en alle (aller!) aanneming waard (zie 1 Timoteüs 1 vers 15). Ieder die eerst nog verder zoeken wil om voor zichzelf een genadig God te vinden weigert om God te geloven op Zijn Woord en betoont zich een ongelovige, die zich niet wil laten gezeggen maar ‘brutaalweg’ vraagt om meer, alsof God niet op Zijn Woord gelooft kan worden. Zo iemand ontkent daarbij ook nog de waarachtigheid van de (van zijn of haar) Doop en daarmee (dus) ook dat de heilige Geest de dopeling vast en zeker ook geschonken is en in de dopeling door het verkondigde Woord het geloof werken wil en zal.

Geciteerd 2: Achteraf heeft Boer gelijk gekregen, stelde Klaassen. „De orthodoxe gemeenten die toen buiten schot bleven, zijn nu veelal opgeschoven naar de midden-orthodoxie. In hoeveel preken komen de twee wegen nog ter sprake? In de woorden van ds. Boer: de noodzaak van wedergeboorte ontbreekt veelal, zodat er in de prediking van alles is, behalve Christus. (2) Hervormd-gereformeerden moeten aan zelfonderzoek doen. Alleen dan is er zegen te verwachten.”

Opgemerkt 2: Het ‘van Boven geboren worden’ dat is een werk van de Heilige Geest en met dat werk is de Heilige Geest naar Zijn belofte bezig in het midden van de gemeente. We hebben geen enkele reden om de leden van de gemeente voor te houden dat ze eerst maar eens moeten uitzoeken/uitvinden of ze al wedergeboren (‘bekeerd’) zijn geworden of niet.
Onze Heer heeft dat ook beslist niet op die manier aan Nicodemus voorgehouden. Ook bij de leden van het Sanhedrin was de Geest aan het werk, maar zij verzetten zich tegen dat werk dat de Heilige Geest aan het doen was in hun tijd. De Heilige Geest was bij de voor-aankondiging van de Messias voorbij gegaan aan ‘Jeruzalem’ en gewaaid naar de woestijn waar Johannes predikte en doopte. Maar de Farizeeën en Schriftgeleerden weigerden (in meerderheid) zich te schikken naar dit werk van de Geest en wilden zich door Johannes niet laten leren en dopen. Toch was juist ook die doop van Johannes nodig (3) om het (doorgaande) werk van de Geest niet te ontkennen en weerstaan en door dat ontkennen en weerstaan uiteindelijk zelfs ook te doven (‘uitblussen’)in het eigen hart én in de harten van de mensen die naar hen luisterden (en niet naar Johannes en later onze Heer).

Opgemerkt 3: Lees (en herlees) Hebreeën 10 nog weer eens aandachtig door! Die woorden mogen en moeten aan heel de gemeente (jong en oud) met alle ernst worden voorgehouden. En dan wil ik u/jullie allen oproepen om die ‘onbeschroomdheid’ waarvan sprake is in Hebreeën 10 niet af te leggen (of te laten afnemen door eigen predikanten/theologen). Dat kunt u, dat kunnen jullie tonen door altijd weer (of voor het eerst) deel te nemen aan de vieringen van het Avondmaal, wanneer u/jullie de goede belijdenis van het geloof al hebt afgelegd in het midden van de gemeente.  

(1) In de gedoopte gemeente van Jezus Christus staan de leden van Jezus Christus niet (meer) als vijanden tegenover God. Ze zijn verzoend. Zie o.a. Titus 3 de verzen 3-8.
(2) Dr. M. Klaassen matigt zich hier een oordeel aan – met woorden van ds. G. Boer – die hem niet past. Durft hij werkelijk vol te houden dat waar gelovigen in Zijn Naam vergaderd zijn, maar waar dan niet volgens ‘zijn stramien’ Gods Woord verkondigd wordt, Christus niet door de heilige Geest aanwezig is en ook niet verkondigd wordt?
(3) Zie Lukas 7 de verzen 29-30.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Ds. G. Boer zong met hospita vanonder het puin psalmen’ – door Bastiaan van Soest

Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God onze Redder, openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige Geest, Die Hij door Jezus Christus, onze Redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. Zo zijn wij door genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop wij hopen. Deze boodschap is betrouwbaar. Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt, opdat zij die op God vertrouwen zich er op toe leggen het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij.’ (Uit Titus 3 de verzen 4-7)

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Bible)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Volledig tegengestelde grondslagen’…

Maar wij weten, dat de wet goed is, als iemand die terecht gebruikt,
en dit weet, aan de rechtvaardigen is geen wet gegeven.
(Uit 1 Timoteüs 1 de verzen 8-9)

Geciteerd 1: Benedictus XVI verwijt de zestiende-eeuwse reformator Maarten Luther dat die een tegenstelling maakte tussen het priesterschap in het Oude Testament en het „priesterschap dat door Jezus is ingesteld”. „Luthers hele constructie was gebaseerd op het contrast tussen Wet en Evangelie, tussen rechtvaardiging door werken en rechtvaardiging door geloof alleen”, aldus de paus.
De Vroege Kerk maakte volgens Benedictus XVI geen tegenstelling tussen beide priesterschappen en tussen geloof en werken. Vanwege de „volledig tegengestelde theologische grondslagen” van rooms-katholieken en protestanten sluiten ook de mis en het avondmaal elkaar uit, stelt hij. „Wie vandaag intercommunie predikt, moet dat niet vergeten.”

Geciteerd 2: Zij dwalen die zeggen dat de rechtvaardigen goede werken moeten doen. Dat is net zo ongerijmd en ongepast gesproken als wanneer je zou bevelen dat God goed moet zijn, dat de zon moet schijnen, dat de perenboom peren moet dragen of dat twee plus twee vier moet zijn. Terwijl dit alles toch volgt uit hun ‘natuurlijke’ eigenschappen. Of, om het nog duidelijker te zeggen: de goede werken volgen op – zijn vrucht van – het geloof, zonder bevel van een wet, helemaal als vanzelf en gewillig, zonder enige dwang.
Want ieder ding volbrengt zonder wet en zonder dwang het doel waartoe het geschapen is. De zon schijnt van nature zonder bevel, de perenboom draagt zonder bevel uit zichzelf peren, etc. Het is niet nodig tegen onze Heere God te zeggen dat Hij goed moet doen, want Hij is reeds uit Zichzelf goed zonder ophouden, en Hij doet het gewillig en graag.
Om die reden mag je de rechtvaardige (door doop en geloof in Christus gerechtvaardigde) niet gebieden dat hij/zij goede werken moet doen. Want hij/zij doet die reeds zonder gebod en bevel, omdat hij/zij een nieuwe schepping is en een goede boom is. Zoals Paulus in de brief aan Efeze schrijft: ‘Wij zijn Gods werk, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

Wat liefde is, hebben we geleerd – ook onze kinderen! (1) – van Hem, Die Zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven (2) voor onze broeders en zusters.‘ (Uit 1 Johannes 1 vers 16)

(1) Zie 1 Johannes 2 de verzen 12-14.
(2) Met een oprecht hart meen ik te kunnen en mogen zeggen dat ik dit [=’je leven dienend geven ten bate van het leven van je broeders en zusters]’ door het geloof, zoals ik dat mocht ontvangen door Gods genade en kracht, heel mijn huwelijks- en gezinsleven lang, in praktijk heb mogen brengen (en ook ten bate van het gemeentelijk samenleven!). Met vallen en opstaan, dat wel, maar dan horen we toch ook deze woorden: ‘een rechtvaardige valt zeven maal (3), maar staat weer op…’ (uit Spreuken 24 vers 16).
(3) En spreekt onze Heer niet van een broeder of zuster zeventig maal zeven maal vergeven – zie Matteüs 18 : 21-23.

> Leestips: 1 Tessalonicenzen 4 : 1-12, Efeziërs 4 en Hebreeën 10.

Bron citaat 1: RD Kerk & religie – ‘Benedictus XVI wees communie met protestanten af’ – door Redactie kerk
Bron citaat 2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ – Citaat/meditatie van 23 januari – Den Hertog Uitgeverij (2022)

Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft.’
(Uit Efeziërs 4 vers 7)

Bron afbeelding: Scripture Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waar predikanten ‘(hemel)poorten wagenwijd openzwaaien’…

Neem je in acht, houd je aan de leer en blijf dat doen; dan red je zowel jezelf als hen die naar je luisteren.’ (Uit 1 Timoteüs 4 vers 16).

Geciteerd 1: Inderdaad, als Boer in de majesteit van de Geest de sleutels hanteerde, zwaaiden de poorten der genade open. Niet op een kiertje maar wagenwijd. (1)
Opgemerkt 1: Wat een hoog opgeven van een mens, die toch heus niet meer dan een ander dienaar van het Woord kon/mocht zijn! Lees meer hieronder.

Geciteerd 2: ‘Ds. Boer is voor ons en voor velen het middel geweest om ons tot Jezus te leiden. (1)
Opgemerkt 2: Zulke mensverheerlijking kan ontstaan en voortleven in gemeenten/kerken waar men de Doop niet op werkelijke (hemelse!) waarde weet te schatten. Want wanneer we dat wel hebben leren doen, dan weten we dat het de Heilige Geest is geweest, Die al van (heel) jongs af aan in ons het geloof heeft willen werken. En daar heeft hij helemaal geen (hoog)begaafde predikers voor/bij nodig! Laten we ons hierbij ook maar weer de woorden van Paulus herinneren, die liever wijst op zijn zwakheid en tekortschieten (ook in zijn verkondigende werk!) dan op zijn begaafdheden. Hij wilde niet wijzen op de kracht van zijn prediking, maar op het krachtige werk dat de heilige Geest in de gemeente van Korinthe had willen doen, ongeacht wie de verkondigers daar waren geweest. (Lees maar weer de eerste vier hoofdstukken van de eerste brief aan de Korintiërs).

Opgemerkt 3: Hoe eenvoudig het voor iedere hoorder van het Evangelie ligt, maakte onze Heer duidelijk in Zijn gesprek met Nicodemus (Johannes 3): ‘God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden. Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij/zij niet wilde geloven in de Naam van Gods enige Zoon.’ (zie verder ook Johannes 6 vers 28, Handelingen 4 vers 12 en 1 Johannes 5 : 1-12).
NB. Onze Heer wees Nicodemus er eerder in het gesprek op dat de Heilige Geest aan ‘Jeruzalem’ is voorbij gegaan en gewaaid is naar de woestijn waar Johannes preekte én doopte…

Opgemerkt 4: We zullen Matteüs 18 vers 18 zo hebben te lezen/verstaan: Wat jullie apostelen van Mijn onderwijs zullen doorgeven en op Schrift stellen, dát zal binden en ontbinden. Dus overal waar het Evangelie verkondigd wordt in Mijn Naam, daar worden de sleutels ‘gehanteerd’ vanwege het werk van de heilige Geest, die naar Zijn belofte aanwezig is waar twee of drie mensen in Zijn Naam samen zijn. Zo eenvoudig ligt dat bij iedere eerbiedige lezing (thuis bijv.) en/of verkondiging van het Evangelie in (eenvoudige) samenkomsten. (2) We ‘zien’ dat dus bijvoorbeeld ook (al) gebeuren in het gesprek dat onze Heer had met Nicodemus en wij luisteren mee.

(1) Prof. Graafland geciteerd tijdens de rouwdienst van ds. G. Boer, 1973.
(2) Zie 1 Timoteüs 4 de verzen 11-16, kernteksten vers 13 en 16.

Bron citaten: De Waarheidsvriend 02/2023 – ‘Onder het gehoor van ds. G. Boer (2, slot) – Een bewogen boodschapper’ – door dr. A. de Reuver.

Ze vroegen Hem: “Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?” “Dit moet u voor God doen, geloven in Hem Die Hij gezonden heeft,” antwoordde Jezus.’ (Uit Johannes 6 vers 28)

Bron afbeelding: Heartlight Gallery

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie