Kinderdoop volledig te funderen in onderwijs NT!

‘Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze Redder, openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige Geest, Die Hij door Jezus Christus (Zelf ook God), onze Redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. Zó zijn we door Zijn genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop we hopen!‘ (Uit Titus 3 de verzen 4-7).

Er hoeft voor het geloof maar één ding vast te staan en dat is Gods liefde voor ons mensen, zoals die volmaakt geopenbaard is in en door onze Heer Jezus Christus. De rest is bijzaak. Zelfs of we een vrije wil hebben of niet, doet er niet toe. De oorzaak van ons geloof kunnen we niet aanwijzen. Wel weten we, op basis van het onderwijs van onze Heer, dat we wedergeboren moeten worden uit water en Geest. En in Johannes 3 spreekt onze Heer over de doop van Johannes en wat Johannes en Hij gezien en gehoord hebben bij de Doop van Jezus (1). De doop van Johannes was ‘uit de hemel’ en degenen die zich door hem hadden laten dopen, die konden en wilden ‘hulde brengen aan Gods gerechtigheid’ en verwierpen de raad van God niet. Maar de Farizeeën en Wetgeleerden (Nota Bene de theologen van die tijd!) brachten geen hulde en verwierpen de raad Gods, want zij hadden zich niet laten dopen.
Maar (precies) daarom (op grond van dat onderwijs van onze Heer!) laten wij ook onze kinderen dopen, want we kunnen hen niet Gods gerechtigheid verkondigen en dan van hen vragen daar hulde aan te brengen, zonder het water van de Doop en het werk van de Geest (met en door de verkondiging van het Woord). De kinderdoop valt volledig te funderen in het onderwijs van onze Heer in Johannes 3 en mee te verduidelijken met het onderwijs van de evangelist Lukas zoals we dat vinden in Lukas 7 : 24-30.

(1) Zie Johannes 3 : 9-13.

Leestip: 1 Johannes 5 : 1-12.

‘Deze boodschap (over de goedheid en mensenliefde van God) is (volkomen) betrouwbaar (en waar). Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt*, opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen om het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij.‘ ( Uit Titus 3 vers 8 )

* Paulus spoorde Timoteüs aan met de woorden: ‘Zorg dat je je niet hoeft te schamen voor je werk en verkondig regelrecht de waarheid.‘ (En dat behoort iedere voorganger te doen, tenminste, wanneer ze zich niet willen moeten schamen voor hun werk bij de verschijning van hun Heer – zie o.a. Hebreeën 13 : 17a).

Bovenstaande woorden mee n.a.v. de dienst van afgelopen zondagmiddag (20 augustus 2023) in GkV de Burcht, in Barneveld.

‘Deel in het lijden voor het Evangelie met de kracht die God je geeft. Hij heeft ons gered en geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat Hij daartoe uit genade besloten had. Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus, maar nu is ze bekend geworden doordat onze Redder Jezus Christus is verschenen, Die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het Evangelie.’ (uit 2 Timoteüs 1 uit de verzen 8-10)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe onderhouden we een goed geweten? (I)

‘Want de voornaamste inhoud van het gebod is: Liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof.’ (1 Timoteüs 1 vers 5)

Geciteerd: Deze tekst bevat in het kort de goede christelijke leer, waaraan alles gelegen is. Alles wat God gebiedt en wil hebben, is liefde. En wel zo’n liefde die komt uit een rein hart, uit een goed geweten en uit een ongeveinsd geloof. Men heeft ons geleerd een rein hart te maken: en dat door je onreine gedachten (1) weg te slaan (letterlijk of figuurlijk). Mooi gezegd, maar nog niet gedaan! Daarmee ben je er nog niet vrij van, zoals de ervaring leert: dat als je er één verkeerde gedachte uitslaat, sla je er tien in; jaag je er tien uit, dan vallen er honderd binnen, zodat het niet mogelijk is een rein hart te krijgen door ons eigen boenen en dweilen. Vlees en bloed borrelen altijd door op, hoe meer je wilt stoppen, hoe meer er bovenkomt. (2)
Daarom legt Paulus het zó uit: dat je er geen geweten van maakt, zoals hij zegt in Titus 1 (vers 15): ‘Voor de reinen is alles rein.’ En Christus zegt in Matteüs 5 (vers 8): ‘Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.’ Zodat een rein hart hebben niet alleen is dat er geen onreine gedachten in je opkomen, maar juist dat door Gods Woord je geweten stil en gerust is geworden, en je niet meer bezoedeld wordt door de wet. Dat een christen weet (het voor vast en zeker houdt) dat het hem (of haar) geen schade doet, of hij de wet houdt of niet. Want zijn (of haar) hart is rein. Aan de andere kant, een onrein hart (dat niet rust in Christus werk) verontreinigt en verzondigt zich in alle dingen, (omdat het niet vol is van Christus, maar) omdat het vol zit met wetten en geboden.
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1525, WA 17.1, 110 ff]

(Wordt vervolgd!)

(1) En dan hebben we nog niet de vraag beantwoord welke gedachten wel en welke niet als onrein moeten worden beschouwd. We kunnen daar ook veel te vrome (of onvrome) gedachten over hebben!
(2) Denk aan Augustinus, die niet trouwde met de vrouw bij wie hij een kind verwekt had, maar in vrome (huwelijks-)ascese ging leven en daarmee (goede) indruk maakte op christenen in zijn omgeving en van zijn tijd (en ook in later tijden en zelfs ook nu nog altijd).

Leestip: Titus 1 : 10-16 en Romeinen 7 : 21 t/m 8 : 1-2.

‘Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft jullie bevrijd van de wet van de zonde en de dood.‘ (Uit Romeinen 8 de verzen 1-2)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De weg naar kerkverlating geplaveid met theologie en visies…

‘Maar, broeders en zusters, ik kon tot jullie niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb jullie melk gegeven, geen vast voedsel; daar waren jullie niet aan toe. En ook nu nog niet, want jullie zijn gebonden aan de wereld. Wanneer jullie afgunstig en verdeeld zijn, dan zijn jullie toch gebonden aan de wereld, dan leven jullie toch als ieder ander?! Wanneer de een zegt: “Ik ben van Paulus,” en de ander: “Ik ben van Apollos,” zijn jullie dan niet als alle andere mensen?‘ (Uit 1 Korintiërs 3 : 1-4)

Opgemerkt: De theologen en kerkleiders maken die (om)weg alleen wat langer en daarom zeggen ze trots: Als Jan-tje of Marie-tje niet een kerk hadden (gevonden) gebaseerd op de opvattingen van ons/onze theologen en onze/hun theologie of niet een gemeente hadden (gevonden) gebouwd op basis van ons leiderschap en onze visie(s), dan hadden ze ónze kerk of ónze gemeente natuurlijk al lang verlaten…

‘Hierover valt nog veel te zeggen, maar het is moeilijk aan jullie uit te leggen, omdat jullie traag van begrip zijn geworden. Werkelijk, jullie hadden toch inmiddels allemaal leraar moeten (kunnen/behoren te) zijn! In plaats daarvan hebben jullie er zelf een nodig (1) om jullie de grondslagen van Gods Woord bij te brengen; het is met jullie weer zover gekomen dat jullie weer aangewezen zijn op melk in plaats van op vast voedsel. Wie melk drinkt is nog een klein kind en heeft geen weet van de draagwijdte (2) van de verkondiging van de gerechtigheid. Vast voedsel is voor volwassenen; hun zintuigen zijn door ervaring geoefend en zij zijn in staat onderscheid te maken tussen goed en kwaad.’ (Uit Hebreeën 5 de verzen 11-14)

(1) Dat is schuldige onwetendheid en verachtering in de genade: zie 1 Johannes 2 : 26-28.
(2) Zoals dat ‘geen weet hebben’ ook bestaat in de theologie en visies van kerken en gemeenten.’

Zie ook: ‘Mooi stelletje leiders, die discipelen van Jezus…‘

‘Moge de God van de vrede, Die onze Heer Jezus, de machtige Herder van de schapen, door het bloed van een eeuwig verbond uit de wereld van de doden heeft weggeleid, jullie toerusten met al het goede, zodat jullie Zijn wil (daarom bidden we: ‘Uw wil geschiede’) kunnen doen. Moge Hij in ons tot stand brengen wat Hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan Wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen.’ (Uit Hebreeën 13 de verzen 20-21)

Bron afbeelding: KJV Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Mooi stelletje leiders*, die discipelen van Jezus…

‘Hij droeg hen op: “Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van Mij gehoord hebben, in vervulling zal gaan.“‘ (…) ‘Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan gebed…’ (…) ‘Degenen die verdreven waren, trokken rond en verkondigden het Woord van God.‘ (…) ‘Enkele Cyprioten en Cyreneeërs, leerlingen die verdreven waren en naar Antiöchië waren gereisd, maakten daar echter ook de Griekse bevolking bekend met het Evangelie van de Heer Jezus.’ (Resp. uit Handelingen 1 : 4 en 14, 8 : 4 en Handelingen 11 : 19-22)

* Eerder een bescheiden stelletje ‘afwachters’ te noemen! Je zou ze beslist geen bedrijfsleiders maken!

Geciteerd: In Johannes 6 vind je het verhaal van de eerste kerkverlating. Jezus heeft het over het eten van zijn lichaam en het drinken van zijn bloed en veel volgelingen haken af. Vervolgens zegt Jezus in vers 67 tegen zijn leerlingen: ‘‘Willen jullie soms ook weggaan?’’ Een prachtige vraag, waardoor Hij zijn leerlingen dwingt na te denken: waarom blijven wij eigenlijk? Door dat in de gemeente met elkaar te delen, kom je tot de kern en ontdek je dat je als (lokale) kerk manieren mag vinden om met het antwoord op die vraag om te gaan. En dat er mensen, leiders, nodig zijn die deze zoektocht richting geven.’

Geciteerd 2: Paul Donders: ‘Wie leiding geeft in de kerk, moet daarin minstens zo goed zijn als een leidinggevende in het bedrijfsleven. Alleen al omdat het vooral vrijwilligers zijn die je aanstuurt.

Geciteerd 3: Aan de wil en het verantwoordelijkheidsgevoel van gemeenteleden ligt het niet. Echt waar, ga ervan uit dat 90 procent van de kerkgemeenschap het goede met de kerk en met elkaar voorheeft. Maar leiderschap is een vak. Het is belangrijk dat de predikant, of de ouderling, oudste of diaken weet hoe je mensen verder brengt, hoe je visie ontwikkelt en een community bouwt.’

Geciteerd slot: Predikanten zijn in veel gemeenten de enige professional die fulltime kan nadenken over de rol en richting van de kerk. In het algemeen geldt dat zwakkere organisaties vaak niet goed in staat zijn visionaire, vernieuwende leiders aan te trekken. En veel kerken zijn zwak. Daar ligt een grote uitdaging.’

Opgemerkt 1: De apostelen hadden geen plan meegekregen van hun Leider en ze gingen ook niet alvast plannen maken en zelfs op en na de eerste Pinksterdag in Jeruzalem horen we niet dat de leiders van de gemeente een goed plan hebben opgesteld om al die (dus niet: hún!) ‘nieuwbakken’ vrijwilligers op een goede manier aan het werk te zetten ten bate van de verspreiding van het Evangelie in Jeruzalem (en omstreken), naar Samaria en dan verder naar alle volken (van de toenmalige wereld). Het tegendeel van plannenmakerij blijkt zelfs steeds weer!

Opgemerkt 2: Wanneer Paulus er naar verlangt om ook de gemeente in Rome te bezoeken, maant hij hen dan om met hulp van hun leiders plannen te maken om heel Rome met het Evangelie te confronteren en liefst ook de machthebbers daar onder de indruk te brengen van koning Jezus? Nee, hij schrijft hen de ‘Romeinenbrief’ en vraagt hen te bidden voor zijn taak als apostel (zie Romeinen 15), dat hij dát werk (dat hem opgelegd is) tot een goed einde zal kunnen en mogen brengen!

Leestips: 1 Korintiërs 3 en 2 Korintiërs 10 en 2 Petrus 1 : 3-11 en Openbaring 3 : 7-13.

Bron citaten: ND Geloof & kerk – ‘‘Als de kerk verdampt, wat gaat er dan verloren?’ Over leiderschap in de kerk’ – door Esther van Lunteren

‘Broeders en zusters, ikzelf ben ervan overtuigd dat jullie inderdaad niets dan het goede willen en dat het jullie niet aan kennis ontbreekt (ze hadden toch het ‘Bijbel-onderwijs’ van de apostelen en hun medewerkers, het Griekse OT en vast ook al eerder brieven ontvangen/gelezen!), zodat jullie ook in staat zijn (op grond daarvan) elkaar terecht te wijzen. Ik heb jullie hier en daar nogal vrijmoedig geschreven, maar alleen om jullie te herinneren aan wat jullie al weten (inmiddels gehoord en gelezen hebben).’ (Uit Romeinen 15 uit de verzen 14-15)

Bron afbeelding: New Beginning Church of Rockland

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Alles op z’n kop (ondersteboven) gezet…

‘Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eerste.‘
(Uit Matteüs 19 vers 30)

Aanvullend bij eerdere blog n.a.v. predikantsgezin uit Nigeria.

Geciteerd (wiki/Nigeria): Het noorden en het zuiden van Nigeria werden door het Britse koloniale bestuur, ondanks de grote verschillen in religie en cultuur, samengesmeed tot één land. Een van de eerste bewegingen die zelfbeschikking eiste was de Nigerian Youth Movement. De leider van deze beweging, Nnamdi Azikiwe publiceerde in 1943 een tijdschema voor de onafhankelijkheid van Nigeria. Hier werkte het feit dat Nigeria een gebied was met veel volkeren echter tegen: andere volkeren binnen Nigeria raakten in conflict met Nnamdi Azikiwe, die zelf tot het Igbo-volk behoorde.

Opgemerkt: het is toch wel uitermate bedroevend en beschamend dat juist de (westerse) christenvolken door hun hoogmoedige theologie* (!), die door God gestelde eigen tijdperk en woonplaats en grenzen van andere volken niet erkend hebben en dat die volken nu hier in o.a. Nederland moeten komen (m.n. toch vanwege de wantoestanden zoals die veroorzaakt zijn door het westerse imperialisme en kolonialisme) en daar dan kennis mogen nemen van de ‘hoogstaande’ westerse theologie. Hoe staat toch in deze wereld en ook in het christendom alles ‘op z’n kop’! Onze Heer keerde niet voor niets de tafels van de geldwisselaars ondersteboven om te laten zien hoezeer wij gewend zijn aan het feit dat wij mensen alles op z’n kop zetten. Tot in onze theologie en ‘Gods bedehuizen’* toe!
* Zie Jesaja 56 : 7 en Matteüs 21 : 13

Leestip: Matteüs 19 : 16 t/m 20 : 15.

Zie ook: ‘Vanwaar toch al die volken en hun territoriumstrijd…‘

Bron afbeelding: Wikipedia

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Vanwaar toch al die volken en hun territoriumstrijd…

‘Ze zeiden: “Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt. Daarmee zullen we naam maken en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.‘ (Uit Genesis 11 vers 4)

Geciteerd 1 (RD-artikel): Hoe het verder gaat (met het zoeken naar woonruimte voor zijn gezin), weet ds. Popoola niet. Als hij binnen twee weken geen passende huisvesting vindt, is terugkeer naar Nigeria mogelijk het enige alternatief, “maar daar hebben we ook geen woning meer. We hopen en bidden dat er toch nog woonruimte in Kampen beschikbaar komt.’

Geciteerd 2 (Hans den Haan): Dat komt omdat de wereld is ingedeeld in landen. Wat eigenlijk best raar is. Toen de mensheid zich uitbreidde kwamen er natuurlijk met elkaar concurrerende groepen, die een gebied voor zich opeisten. En zo ontstonden de verschillende landen. Die vervolgens met elkaar de strijd aangingen om gebied. Enzovoort enzovoort.
Het is net als bij sommige groepen dieren, zoals chimpansees. Een mannetjesdier dat in een vijandige groep verzeild raakt is z’n leven niet zeker. Zo zie je maar weer dat de mens feitelijk gewoon een dier is.
Maar ik gun deze dominee het van harte dat hij hier mag blijven en zijn studie mag afmaken. Maar de regels zijn streng in dit land. Terwijl we best een extra dominee kunnen gebruiken

Geciteerd 3 (Frans Baatenburg): Onder andere. De mens is de homo sapiens. En wij hebben verschillende instincten. Al spreekt men bij de mens liever van strevingen. Zoals de territoriumdrift, de voortplantingsdrift, overlevingsdrift en de strijd om de rangorde in de groep.
Daarnaast beschikt de mens over het denken. Maar het denken staat soms in dienst van de strevingen. Maar niet altijd natuurlijk. Denken en strevingen vormen samen de ziel. Dit tegenover het lichaam. Deze drie, strevingen, denken en lichaam, vormen het ego. Daarnaast of daarboven beschikken we over de geest. De geest staat hoger dan het denken.
Bij de wedergeboorte vernieuwen we ons ego. Er komt een nieuw ego. Dus dan maken we ons los van de strevingen. Ofte wel de natuurinstincten. We komen daarbij vrij van de zonde. Dat wil zeggen van de gebondenheid aan de natuurinstincten. We spreken van een natuuroverstijgende transformatie.
De wedergeboorte vindt plaats door de werking van de Christus.

Aan Hans en Frans: Paulus laat horen in Handelingen 17 in zijn rede tot de leden van de Areopagus (en dat op grond van Gods Woord, zoals dat toen ook al in het Grieks beschikbaar was in de Septuagint) dat God (na de spraakverwarring in Babel) dat Hij de mensheid (m.n. daardoor) over de hele wereld heeft verspreid en voor elk volk een tijdperk vastgesteld en de grenzen van hun woongebied bepaald en het was Gods verlangen dat alle volken Hem zouden zoeken, al heeft Hij het volk Israël aangewezen om Zijn Naam (weer) bekend te laten maken onder alle volken. En de apostelen hebben zich van die taak voorbeeldig gekweten en nu mogen wij als Christelijke gemeenten dát Evangelie nog altijd handen en voeten geven. En zoals Paulus schreef (in Galaten 3 : 25-29): ‘Maar nu het geloof gepredikt is, staan we niet langer onder toezicht (van de Wet*, zoals Israël), want door het geloof en in Christus Jezus zijn jullie allen kinderen van God. Jullie (die ook samen met heel jullie huis) door de doop één zijn geworden met Christus, hebben jullie met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – jullie zijn allen één in Christus. En omdat jullie Christus toebehoren (Zijn eigendom zijn, Openbaring 5 : 9, Zondag 1 van de HC) zijn jullie nakomelingen van Abraham (verwekt door de Geest!), erfgenamen volgens de belofte.’ (In Jezus Christus zijn al Gods beloften ‘ja en amen’! – 2 Korintiërs 1 : 20-22))

* En kinderen/jongeren laat jullie niet door anderen voorlopig eerst maar wel weer onder het toezicht van de Wet (van Mozes) plaatsen, jullie zijn vrije kinderen van God, die elke dag mogen bidden om de liefde en de wijsheid van onze Heer, zoals die jullie geschonken zal worden op het gelovig gebed door de kracht van de heilige Geest.
Maar bedenk daarbij wel dat ieder Woord van God (ook die van het OT) ons gegeven is om ons op te bouwen in het geloof, om daarmee en daardoor Gods wil te leren verstaan. Zo kunnen we als dankbare kinderen de werken doen die God voor ons ‘klaar gelegd’ heeft om die op te pakken en te doen, zodat ook onze medemensen daar baat bij hebben, doordat we wandelen op de wegen die God ons wijst.

Zie ook: ‘Alles op z’n kop (ondersteboven) gezet…‘

Bron citaat 1: RD kerk & religie – ‘Nigeriaans predikantsgezin in Kampen dreigt dakloos te worden’ – door Michiel Bakker

‘En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie.‘ (Uit Openbaring 5 vers 9)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over leerdienst en nabespreking…

‘En Jezus ging door heel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende het Evangelie van het Koninkrijk, en genezende alle ziekte en elke kwaal onder het volk. (Uit Matteüs 4 : 23, en zie ook: (1))
‘En hij (Paulus) predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is.‘ (Uit Handelingen 9 : 20, en zie ook: (2))
‘In afwachting van mijn komst moet je je toeleggen op het voorlezen uit de Schrift, op de prediking en het onderricht. (…) Neem je in acht, houd je aan de leer en blijf dat doen; dan red je zowel jezelf als hen die naar je luisteren.‘ (Uit 1 Timoteüs 4 uit de verzen 11-16 en zie ook: (3))

Opgemerkt 1: In de samenkomsten van de gemeente zal Gods Woord verkondigd worden en dat in overeenstemming met wat de kerk heeft leren verstaan uit Gods Woord en vastgelegd in bepaalde belijdeniswoorden (Apostolische geloofsbelijdenis, geloofsbelijdenis van Nicea en van Athanasius) en later ook nog in een aantal uitgebreidere belijdenisgeschriften. Dat geldt ook voor leerdiensten! Ook daarin dient de verkondiging van Gods Woord centraal te staan – dus niet de een of andere theologie, dogmatiek of kerkgeschiedenis – en hoe we dat hebben te verstaan en toe te passen, wordt ons voorgehouden door ds. F. van Deursen (1931-) in het (leer)boek(je) ‘De Heidelbergse Catechismus – Bijbels leerboek over de enige troost’ van ds. C. Vonk (1904-1993), want daar lezen we in het voorwoord: Hij (ds. Vonk) begon zijn catechismuspreken altijd met de volgende zin: “Gemeente, ik open u/jullie Gods Woord naar wat we daarvan belijden in Zondag ..”. Daarmee gaf hij te kennen dat hij niet over de catechismus ging preken, maar net als in de ochtenddienst Gods Woord ging openen, alleen ditmaal over het onderwerp dat die Zondag van de catechismus aan de orde stelde. Aan die openingszin hield hij zich ook. Hij trakteerde de gemeente niet op brokken theologie en verdunde dogmatiek, maar gaf haar voluit Schriftonderwijs.

Ds. Vonk schreef eerder een breed commentaar op de Catechismus en het Doopformulier, het was de neerslag van jarenlang preken en catechiseren. (…) Het is geen theologisch werk, maar laat overvloedig zien dat de catechismus als een echt belijdenisgeschrift de Schrift naspreekt. (…) Het boekje dat hier nu voor u ligt, is een herziene en verkorte uitgave van de genoemde brede verklaring en wel een die ds. Vonk op hoge leeftijd nog met de pen heeft geschreven en die nu (2010-2012) door mw. V.I. Kerkhof werd uitgetypt. En inmiddels (2013) is hiervan ook een vertaling in het Engels verschenen en wat later (2014) werd in Kenia door een pastor en zijn medewerkers een vertaling naar het Kiswahili (4) gemaakt en een gedrukte versie daarvan verspreid in Kenia, Congo en Oeganda.

Opgemerkt 2: Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe dat wat er in de samenkomsten van de gemeente gesproken/verkondigd werd, moest dienen tot opbouw van heel de gemeente. Degenen die daar de kennis en de gave voor hadden mochten het woord nemen (vergelijkbaar met het mogen spreken van een spreker in een synagoge) om het daarna ook nog door (de) andere (sprekers) te laten beoordelen, zodat die er (eventueel) nog hun commentaar op/bij konden leveren. De sprekers hadden het recht om elkaar te interrumperen en dan moest degene die (juist) aan het woord was (voorlopig) zwijgen…

Opgemerkt 3: Wanneer wij in onze samenkomsten (‘erediensten’?) een nabespreking willen houden, dan lijkt het me wijs om die nabespreking pas na het einde (na de zegengroet) van een dienst te beginnen. Dat heeft als voordeel dat degenen die er niet aan mee willen of kunnen doen dan naar huis kunnen gaan. Aan degenen die wel willen meedoen kan dan gevraagd worden om allemaal voor in de kerk plaats te nemen en dan ook liefst iedereen gebruik te laten maken van de microfoon (zodat alle vragen en commentaar goed verstaanbaar zijn voor iedereen). Tevens is het ook van belang dat er (bij de aankondiging al) verschil wordt gemaakt tussen een (werkelijke) nabespreking en/of het gelegenheid geven/krijgen om (alleen wat, liefst korte) vragen te stellen aan de voorgaande predikant, die dan vanuit zijn vakkennis opnieuw – (te)weinig of (te)veel – ‘zendtijd’ krijgt of neemt om de vragen van de vragenstellers van zijn repliek te voorzien.

(1) Handelingen 9 : 35, Marcus 1 : 39, Lukas 4 : 15, 13 : 10)
(2) Handelingen 13 : 5, 13 : 15, 15 : 21, 17: 11-12)
(3) 2 Timoteüs 2 : 2, 2 : 14-15, 3 : 16-17, 4 : 2 en Titus 2 : 1 en 3 : 8.
(4) Het Swahili (Swahili: Kiswahili) is een Afrikaanse taal die vooral in Oost-Afrika gesproken wordt door ongeveer 80 miljoen mensen.)

N.a.v. de middagdienst (met nabespreking) op zondag 13 augustus 2023 in GKv De Burcht (Barneveld) met ds. G.J. Oosterhuis (Hilversum).

Bron afbeelding: Buijten & Schipperheijn Motief
(Afgebeeld: Omslag boek van ds. C. Vonk)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Wij moeten allen Israëlieten worden’…

‘Banden van de dood hadden mij omvangen, angsten van het dodenrijk hadden mij aangegrepen, ik ondervond benauwdheid en smart, maar ik riep de naam des HEREN aan; Ach HERE, red mijn leven.’ (Uit Psalm 116 vers 3)

Geciteerd: Wij moeten allen Israëlieten worden, zodat ook wij God overwinnen. Hoe gaat dat toe? Niet anders dan op deze manier: Gods gericht en ons geweten kunnen elkaar onmogelijk verdragen. Gods gericht is rechtvaardig en ons geweten is zondig en strafbaar. Wanneer die twee elkaar ontmoeten, begint er een strijd op leven en dood en van angst der hel (Psalm 116 vers 3). Dat is een worsteling en zware strijd. Tenminste, als het geweten de overhand moet behouden en een Israël moet worden.
Het geweten moet God aangrijpen, waarin Hij gevangen en overwonnen kan worden: dat gebeurd alleen door Zijn belofte (!), waaraan het geweten zich stevig moet vastklampen én daaraan ook moet vasthouden (1). Totdat het gericht moet wijken en de beloofde genade alleen overblijft.
Daar wordt dan het geweten vrolijk, daar is God voor een aangevochten mens wat deze zo graag wil: vol van genade en waarheid! Want God kan niet liegen en wordt op deze manier door Zijn eigen Waarheid (2) overwonnen, die Hij Zelf al genadig had beloofd en toegezegd (3).
[Maarten Luthher: Von der Beicht, ob die der Papst macht habe zu gebieten (1521), WA 8, 178 ff]

(1) Hebreeën 10 : 23.
(2) Zie Johannes 14 : 6.
(3) Zie (ook al) Genesis 3 : 15.

Zie ook: ‘Strijden met de machtigste Engel…‘

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ – Meditatie 12 augustus – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Wij geloven dat God ons zal redden. Aan dat geloof moeten we vasthouden, zonder te twijfelen. Want God zal doen wat Hij beloofd heeft. En laten wij op elkaar acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. ‘ (Uit Hebreeën 10 uit de verzen 23-24)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De (bekeerde) jonge(n) Augustinus?

‘Dit wilde ik jullie schrijven over hen die jullie proberen te misleiden. Wat jullie zelf betreft: de zalving die jullie ontvangen hebben is blijvend, jullie hebben geen leraar nodig. Zijn zalving leert jullie alles naar waarheid, zonder bedrog. Blijf daarom in Hem, zoals Zijn zalving jullie geleerd heeft.‘ (Uit 1 Johannes 2 de verzen 26-27)

Geciteerd 1: Zou het soms zijn beschermengel zijn geweest? De jonge Augustinus had in de tuin toch duidelijk een stem gehoord. ‘Tolle, lege’, had die gezegd – neem en lees. Augustinus greep de Bijbel, het begin van zijn bekering tot het christendom.
Opgemerkt 1: De ‘jonge’ Augustinus was toen al 40 jaar en had al een heel (losbandig) leven achter zich en had het Bijbelonderwijs en de vele smeekbeden van z’n lieve moeder (voor wie hij ‘alles’ was) lange tijd hardvochtig genegeerd…

Geciteerd 2: Al vóór Augustinus verkondigden de grote theologen van de vroege kerk dat er engelen zijn die ‘de verlosten op handen dragen’. Basilius de Grote (329-379) zegt dat ‘iedere gelovige terzijde wordt gestaan door een engel om hem als een behoeder en herder naar het leven te leiden’ – een zin die tot op vandaag letterlijk in de Catechismus van de Katholieke Kerk staat.
Opgemerkt 2: De kerk heeft niets aan ‘grote theologen’. (1) ‘Grote theologen’ zijn (vormden en vormen) in de kerken een ‘tegenspraak’ met (tegen) de eenvoud van de Evangelie en zijn ‘in levende lijve’ een ontkenning van het (geloofs)feit dat de heilige Geest machtig en gewillig genoeg is om voorgangers (‘de engel’ (2) van een gemeente in het boek Openbaring) en gemeenteleden (w.o. de ‘oudsten’) de nodige wijsheid en liefde te schenken, die nodig is om Gods Woord te kunnen verkondigen en uitleggen en toepassen in de tijd en omstandigheden waarin zij leven.

Geciteerd 3: Als het dienstmeisje Rhodé beweert dat de gevangengenomen Petrus voor de deur staat, denken de volgelingen van Jezus dat het ‘zijn engel’ moet zijn (Handelingen 12, vers 15). Blijkbaar lijken beschermengelen sprekend op ‘hun’ mensen. De gedachte dat ieder mens een geestelijke begeleider heeft, komt overigens in veel meer religies dan alleen het christendom voor.
Opgemerkt 3: Dat is toch geen conclusie die bij/uit dit verhaal te maken/halen valt. Hooguit zou je eruit kunnen concluderen dat de engel de stem van Petrus zou hebben nagebootst.

Opgemerkt slot: Gods Woord leert ons dat wij vrijmoedig en zonder schroom God mogen en zullen naderen. De Roomsen (en zij niet alleen) hebben van God toch weer een boze Boeman (3) gemaakt, waarbij je eigenlijk nooit zeker weet of je wel in een goed blaadje staat bij Hem. En dan zijn er altijd weer allerlei andere middelaars nodig (tot aan ‘bekeerde’ voorgangers toe) die zich (of anderen) dan graag weer een middelaarsrol toewijzen (aanwijzen) en daarmee het volmaakte werk van onze Heer blameren en God de Vader ‘klein-eren’.

(1) Jezus had en ‘kweekte’ geen ‘grote theologen’ op en had ook niet veel op met de ‘grote theologen’ van Zijn dagen hier op aarde, maar Hij zag wel mensen met een ‘groot geloof’, maar dat waren beslist geen theologen. De ‘beste’ onder hen (die ‘theologen’) waren volgens Hem ‘niet ver van het Koninkrijk Gods’.
(2) Dan worden er dus ook brieven geschreven aan daadwerkelijke engelen? Die uitleg dat het hier om echte engelen gaat lijkt me niet (goed) verdedigbaar.
(3) Waar Maarten Luther van bevrijd moest worden en – geleerd door Gods Woord – ons ook weer heeft willen bevrijden.

Leestip: 1 Timoteüs 3 : 1-7 (i.v.m. Augustinus geschiktheid als ‘opziener’ van een gemeente)

Zie ook: ‘Strijden met de machtigste Engel…‘

Bron citaten: ND Geloof & kerk – ‘Heeft iedere gelovige een beschermengel? Dit is waarom sommige christenen denken van wel’ – door Dick Schinkelshoek.

‘Geef wat je in aanwezigheid van velen van mij hebt gehoord. door aan betrouwbare mensen die geschikt zijn om anderen te onderwijzen.’ (Uit 2 Timoteüs 2 vers 2)

Bron afbeelding: Free Bible Study Lessons

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Strijden met de machtigste Engel…

‘En Hij sprak, laat Mij gaan, want het morgenrood breekt aan. Maar hij antwoordde: Ik laat U niet los, tenzij dat Gij mij zegent.’ (Uit Genesis 32 vers 26)

Geciteerd: God is waarachtig en getrouw in al Zijn beloften en toezeggingen. Paulus zegt tegen Timoteüs in zijn tweede brief ( 2 vers 13): ‘Wanneer wij evenwel ontrouw zijn [letterlijk: niet geloven], dan blijft Hij getrouw en waarachtig; Hij kan Zichzelf niet verloochenen.’ Daarom is deze Goddelijke waarheid en belofte een heel overvloedige, kostbare en uitgebreide en machtige garantie dat God (itt mensen!) niemand laat zinken of aan zichzelf overgeeft.
Want wie op de belofte staat, dié moet voor elke macht standhouden, zowel op aarde, alsook in de hel en in de hemel (1), zodat ook God Zichzelf daarin moet wegschenken en Zich door Zijn belofte moet laten overwinnen.
Dat is prachtig uitgebeeld in Genesis (32 vers 4), toen Jakob in die nacht met de Engel streed en worstelde tot het morgen werd. De Schrift zegt hier zelf dat Jakob voor God te sterk is geweest en dat de Engel hem niets heeft kunnen weigeren. Daarom heeft Hij ook zijn naam veranderd en noemde hem Israël, dat is een vorst die machtig is bij God. Daarom zei Hij: ‘U zult voortaan Israël heten: want als u bij God machtig bent geweest, hoeveel te meer zult u machtig zijn bij de mensen’ (32 vers 8). Op dezelfde manier moeten wij allen Israëlieten zijn of worden, zodat ook wij God overwinnen.
[Maarten Luthher: Von der Beicht, ob die der Papst macht habe zu gebieten (1521), WA 8, 178 ff]

(1) ‘Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.’ (Uit Hebreeën 12 de verzen 2-3)

Zie ook (vervolg): ‘Wij moeten allen Israëlieten worden…‘

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ – Meditatie 11 augustus – samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘En hij heeft aan de belofte van God niet getwijfeld door ongeloof; maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer;‘ (Uit Romeinen 4 vers 20)

‘Want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen, Gode tot heerlijkheid door ons.’ (Uit 2 Korintiërs 1 vers 20)

Bron afbeelding: AJ – Schilderij* van Fré Sikma (1909-1994)
(* Indertijd gekocht door mijn ouders)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie