Hoe mensen (en opvattingen/conclusies) ‘fundamenteel’ kunnen verschillen…

‘Als Gods medewerkers sporen wij jullie aan (gedoopte Korintiërs): Laat Gods goedheid die Hij jullie bewijst niet tevergeefs zijn. God zegt: “Wanneer de tijd daarvoor gekomen is, luister ik naar je, op de dag van je redding help ik je.” Nu is de tijd daarvoor gekomen, nu is de dag van je redding.‘ (Uit 2 Korintiërs 6 de verzen 1-2)

Geciteerd 1: Anne: Ik ben zeven jaar geleden krachtig door God aangeraakt. Ik heb echt de wedergeboorte ervaren, want vanaf dat moment is mijn leven 180 graden gedraaid. Jarenlang ging alles zijn gangetje. We gingen als gezin elke zondag naar de kerk Gereformeerde Kerk vrijgemaakt waar ik in opgegroeid ben en waar ik organist was. Maar ondertussen was ik op mezelf gericht, ik wilde controle hebben over mijn huwelijk, kinderen, de financiën.

Opgemerkt 1: Zelf ben ik niet zodanig ‘krachtdadig door God aangeraakt’ dat ik daar mijn geloof en/of wedergeboorte op zou willen of kunnen funderen en m’n wedergeboorte heb ik zeker niet ervaren (net als mijn eerste geboorte gebeurde/gebeurd dat buiten ‘mijn weten’). Nooit heb ik kunnen zeggen van mijn/ons leven ‘dat alles zijn gangetje ging’. Al helemaal was dat niet het geval in huwelijk en gezin en familie en ook in de kerkelijke gemeenten waar wij lid waren was het geen regel, al waren er ook tijden van ‘verademing’! Nooit heb ik pogingen gedaan om controle te hebben over mijn huwelijk (echtgenote), de kinderen en/of de financiën. Het enige wat ik kan zeggen over mezelf dat is dat ik van jongs af aan een diep gelovige jongen ben geweest en ook altijd gebleven. Daarbij was ik heus een zondaar, maar geen ongelovige zondaar, ook geen leugenaar, die meent zichzelf te moeten redden en rechtvaardigen voor de mensen (of voor God, maar dat is voor een gelovig kind een onbestaanbaar iets, want daarmee kan je in je gebeden bij God niet mee aankomen en dan ook nog zegen verwachten?!)

Geciteerd 2: In de maanden voor mijn bekering hebben mijn vrouw en vrienden veel voor mij gebeden. Er gebeurde om ons heen van alles: vrienden lieten zich dopen, we hoorden van genezing van kanker, zwangerschappen die volgens medici niet konden en nog meer. Op dat ‘overdopen’ was ik heel kritisch, ik was fervent voorstander van de kinderdoop. Mijn leven veranderde toen we om de tafel zaten bij een ouder stel. Zij vroegen aan mij: wie is Jezus voor jou? Ik gaf een klassiek antwoord, zoals ik het altijd geleerd had: de Zoon van God.

Opgemerkt 2: ‘Fervent voorstander van de kinderdoop’? Wat we alleen maar kunnen doen is aanwijzen dat er in Gods Woord beslist genoeg vaste grond – ‘hemels fundament’! (1) – te vinden is voor het het dopen van kinderen en dat bij het dopen besprenkeling (2) niets afdoet aan de waarheid, die door Christus’ gemeente bij de Doop hardop – voor iedereen te horen – beleden wordt.
Laat ik er ook dit nog (weer) van zeggen: De Joden en heidenen die de Evangelieboodschap voor het eerst (!) te horen kregen, werden direct al opgeroepen om zich te laten dopen en dat mochten ze ook doen samen met allen die bij hun huis hoorden (en er misschien zelfs bij geroepen moesten worden om er aan mee te doen!). En pas later kregen die dopelingen het onderwijs van hun doop en dat onderwijs vinden we (m.n.) in 1 Korintiërs 1-3 en in Romeinen 6. De dopelingen konden zich later (hardop) afvragen: wat was nu toch (toen) de reden geweest dat ze aan Petrus of Paulus oproep gehoor hadden gegeven. Ze hadden geen overtuigende rede(s) van welbespraakte mensen (theologen/wijsgeren bijv.) aangehoord, eerder een verhaal van in feite nogal onbeduidende mensen, hoe kwam het dan toch dat ze aan die boodschap (toen) geloof hadden gehecht en zich lieten dopen en zich daarmee en daardoor inlijven bij een/de gemeente van Jezus Christus? Wel, ook daar kregen ze naderhand nog onderwijs over: het was namelijk volgens Góds plan en door Góds hand en op Góds tijd geweest, waardoor zij met het Evangelie in aanraking kwamen. En daar herinnert Paulus de Korintiërs nog maar weer eens aan in 2 Korintiërs 6 en spoort hen aan die redding van God niet tevergeefs te laten zijn/worden! En in de Hebreeënbrief vinden we een vergelijkbare aansporing (aansporingen!) van een (blijkbaar) voornamelijk uit Joodse leden bestaande gemeente (zie o.a. de woorden in Hebreeën 10 : 19-39).

Opgemerkt slot: Wij mogen alle leden van Christus’ gemeente, die als zuigeling gedoopt werden, ook voorhouden dat hún Doop door Gods (Vader)hand en op Zijn tijd hen geschonken is door het werk van de heilige Geest door de kerk- en wereldgeschiedenis heen en zij zullen hun zuigelingendoop door niemand in mindering laten brengen op de waarachtigheid van het/hun ‘kindschap Gods’.

(1) En dat is een heel wat vaster fundament dan wat wij allemaal anderen kunnen vertellen over wonderlijke ervaringen en gebeurtenissen in ons leven, want daar kan ondergetekende ook genoeg over verhalen om er indruk mee te (willen – maar dat moeten we niet willen! (3)) maken op anderen! Maar het levert ons geen vast fundament! Zie hierbij ook de vraag van onze Heer aan de Farizeeën over de doop van Johannes (Marcus 11 : 27-33).
(2) Zie Hebreeën 9 : 15-28 en dan m.n. ook de verzen 18-22.
(3) Zie 2 Korintiërs 12. *

* Lees meer over mensen met een ‘geweldig verhaal’:
– ‘Mijn boodschap’ die ik ga brengen in ‘mijn kerk’…
– (L)Even in de bubbel van een goeroe…

Lees meer over besprenkeling: ‘Doop- en belijdenispraktijk van ‘vroege kerk’ ten voorbeeld stellen?‘

Bron citaten: ND Kerk & geloof – ‘‘Ik was fervent voorstander van de kinderdoop.’ Anne en Daniël gaan in gesprek over hun geloof’ – door Ilona de Lange

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Ontkent u nog altijd een voldongen feit?

‘Kijk niet naar mij, maar onderzoek jullie zelf of jullie vast op God vertrouwen, stel jezelf maar op de proef. Jullie weten toch wel dat Jezus Christus in jullie is*, of niet soms? Als dat niet zo is (als je dat niet weet, niet kunt belijden dat dat zo is en waarom dat zo is), dan hebben jullie de proef niet doorstaan.’ (Paulus in 2 Korintërs 13 vers 5)

Geciteerd 1: De vrede van deze tekst is meer dan geen oorlog meer. Het gaat hier om de vrede met God. Als we Hem niet kennen, dan weten we niet wat deze vrede betekent. Dan kan er wel een valse vrede zijn, die de duivel geeft. Als u sterft buiten deze Zaligmaker, dan komt u in de eeuwige onvrede. Beseffen we dat? Of zijn we zo verhard dat we niet anders zien dan wat de wereld ons biedt? Bedenk dat buiten Christus nooit ware vrede is te vinden.
Vanwege onze zondeschuld kunnen we nooit voor de Heilige en Rechtvaardige bestaan. Daar leren al Gods kinderen van harte amen op zeggen: Als de Heere mij voorbijgaat, dan is Zijn doen rein en Zijn vonnis gans rechtvaardig. Hoe zal het dan ooit in orde komen? Het kan alleen in orde komen door Christus.

Opgemerkt 1: Dit is geen Evangelie verkondiging aan een gedoopte gemeente en zelfs heidenen kregen het niet zó te horen van de apostelen.

Opgemerkt 2: De oproep van de apostelen is om niet aan dit ‘voldongen feit’ van het Evangelie van God voorbij te leven in het hier en nu! Daarom past zulk amechtig smeken (waarmee deze predikant zijn meditatie afsluit) niet in een gemeente die samenkomt in Zijn Naam en waar de kracht van de heilige Geest weer alle ruimte mag en moet worden gegeven in onze harten! Daar past vooral (aan het eind van een meditatie, preek of dienst) een hartelijk dankgebed: De liefde en de vrede van God gold en geldt de hele wereld en dus ook u/jou/mij: ‘Wij vermogen niets tegen de (die) Waarheid, we kunnen ons er alleen voor inzetten.‘! (Paulus in 2 Korintiërs 13 vers 8 )

Geciteerd slot: Zoek toch geen rust en vrede buiten Hem. Tot wie zullen zondaren anders heengaan dan tot Hem? Weet u een andere weg? Die is er niet. O zondaar, Hij roept u nog. Wend u naar Mij toe. Weet u niet hoe u er komen moet? Heere, trek mij, dan zal ik U nalopen. Daar is nog plaats bij Hem. Bij Hem is vrede door recht.

Bron citaten: RD Bezinning/meditatie – ‘Want Hij is onze vrede’ – door Ds. J.J. van Eckeveld, Zeist

‘Tot slot, broeders en zusters, groet ik jullie. Beter jullie leven*, neem mijn vermaningen ter harte , wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de liefde en de vrede met jullie zijn.‘ (…) ‘De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid van de heilige Geest zij met jullie allen (oud én jong).’ (Uit 2 Korintiërs 13 uit de verzen 11-13)

* Hoe zouden ze ooit hun leven kunnen beteren als Jezus Christus niet – zeker weten op grond van Gods Woord en hun Doop – in hen is door de heilige Geest.

Bron afbeelding: RD-Bezinning

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Mijn boodschap’ die ik ga brengen in ‘mijn kerk’…

‘Er zijn namelijk die zeggen: ‘In zijn brieven slaat hij weliswaar een gewichtige en imponerende toon aan, maar zijn optreden is zwak en wat hij zegt heeft weinig te betekenen‘ (Uit 2 Korintiërs 10 vers 10)

Geciteerd 1: Bart wil de komende jaren zijn focus verplaatsen van zakelijk succes naar persoonlijk succes. ‘Mijn droom is om grote seminars te geven over persoonlijk succes. Als ik zie hoe bestsellerauteur en spreker Michael Pilarczyk een zaal met 2500 man toespreekt terwijl er meerdere Boeddhabeelden voorbijkomen en hij iedereen zenmeditaties laat doen, dan denk ik: fantastisch, maar waarom staat daar geen christen? Dat kan prima. Iedereen die ooit een seminar van mij heeft bijgewoond, weet dat ik christen ben. Ik zeg vaak: ik val je niet lastig met mijn christelijk geloof, maar áls ik het benoem, kan ik niet anders. Omdat Gods geliefde kind zijn de kern is van mijn identiteit.’

Geciteerd 2: ‘Echtheid. Ik kan de ander alleen raken als ik zelf geraakt ben. Het gaat alleen om de ander, niet om mij. Na de zomer mag ik voor het eerst preken in mijn kerk – ik vraag daar al jaren om. Heel gaaf. Mijn boodschap? ‘Je hebt invloed op je leven en je bent gemaakt met een reden.’

Geciteerd 3: Broeders en zusters, toen ik bij jullie kwam om jullie het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. (…) Bovendien kwam ik bij jullie in al mijn zwakheid en was angstig en onzeker. De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wat ik kon of door mijn talent, maar bewees zich door de kracht van de Geest, want jullie geloof moet niet op menselijke wijsheid en kunde steunen, maar op kracht van God.

Geciteerd 4: Kijk niet naar mij maar onderzoek jullie zelf of jullie vast op God vertrouwen, stel jezelf maar op de proef. Jullie weten toch wel dat Jezus Christus in jullie is, of niet soms? Als dat niet zo is (als je dat niet weet, niet kunt belijden dat dat zo is en waarom dat zo is), dan hebben jullie de proef niet doorstaan. Hopelijk begrijpen jullie wel dat dit wel voor ons geldt (wij zijn daar zeker van en zeker over). Wij bidden God dat jullie het kwade nalaten, niet dat jullie daarmee moeten bewijzen dat wij geslaagd zijn, maar omdat jullie het goede moeten doen ook al zouden wij mislukt zijn. Wij kunnen ons niet tegen de waarheid verzetten, we kunnen ons er slechts voor inzetten. Het verheugt ons werkelijk dat wanneer wij zwak zijn, dat jullie zo sterk zijn; we bidden ervoor dat jullie je zullen beteren. (…) Tot slot, broeders en zusters, groet ik jullie. Beter jullie leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de liefde en de vrede met jullie zijn.

Opgemerkt: Wat hebben christenen van deze Bart van den Belt te verwachten wanneer hij met zijn (eigen) boodschap ‘Je hebt invloed op je leven en je bent gemaakt met een reden’ aan de slag gaat in ‘zijn kerk’?

* Lees meer over iemand met een ‘geweldig verhaal’:
– Hoe mensen (en opvattingen/conclusies) ‘fundamenteel’ kunnen verschillen…
– (L)Even in de bubbel van een goeroe…

Bron citaten 1-2: ND Geloof & kerk – ‘Ondernemer Bart van den Belt had een turbulente jeugd. Nu voelt hij zich gezegend en denkt: ‘En nu?’’ – door Wilfred Hermans
Bron citaten 3-4: Resp. uit 1 Korintiërs 2 : 1-5 en uit 2 Korintiërs 13 : 5-11

‘Ik ben nu niet bij jullie, maar ik schrijf jullie dit alles om bij mijn bezoek niet streng te hoeven optreden, want het gezag dat de Heer mij heeft gegeven is bedoeld om op te bouwen, niet om af te breken.‘ (Uit 2 Korintiërs 13 vers 10)

Bron afbeelding: bibleonline-ru

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

(L)Even in de bubbel van een goeroe…

‘Gedreven door hebzucht zullen ze u oplichten met misleidende verhalen…‘
(Uit 2 Petrus 2 uit vers 3)

Geciteerd 1: Maar goed, ik ben door Pilarczyk nadrukkelijk uitgenodigd om (in deze door hem georganiseerde ‘samenkomsten’) niet op eerste indrukken af te gaan. Mainstream media zijn geneigd gemakzuchtig te oordelen over zijn werk, heeft hij me verteld. De coachingwereld met zijn spirituele rafelranden is een makkelijk doelwit van spot voor verwaande positivisten die liever criticus zijn dan deelnemer. – Tussen tweeduizend frisgewassen optimisten, die popelen om vanaf vandaag ‘hun mooiste leven te gaan leven’ – zoals Pilarczyk dat noemt – ben je ook al snel een karikatuur van jezelf, met je verwassen T-shirt, je notitieboekje en je scepsis.

Geciteerd 2: Zijn publiek groeide ondertussen gewoon door. Waar Pilarczyk eerder voor zalen van ongeveer zevenhonderd man sprak, staan er vandaag dus meer dan tweeduizend voor hem te juichen wanneer hij, begeleid door Avicii’s Wake Me Up, voor het eerst het lege podium van de Mainstage betreedt.

Geciteerd 3: Maar er is ook een minderheid, blijkt uit zijn rondgang, die liefde en familie noemt. Een zachtaardige deelnemer die dit onzeker in de microfoon uitspreekt, wordt door de gastheer geconfronteerd met het zelfhulpcliché dat je eerst je eigen zuurstofmasker moet opzetten voordat je anderen kunt helpen en liefhebben.
‘Voor wie ben je hier?’ is de vraag. ‘Voor wie leef jij? Precies, voor jezelf!’ Applaus.

* Kerkleider(s) ipv goeroe(s) kan ook…

Opgemerkt: Een heel belangrijk werk van Gods Woord en de heilige Geest is ons ontdekken aan waar wij in ons leven verzet leveren tegen Gods wil en de werken waarvan Hij wil dat we ze zouden nalaten om in plaats daarvan met onze werken het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid te zoeken en te dienen. Wanneer we dat (gaan) inzien, dan zal toch vast ook veel aanbod van de huidige liedcultuur, waarmee wij God graag duidelijk maken hoe heilbegerig wij wel niet zijn en hoe wij staan te popelen om (na de zondag) weer in zijn wijngaard aan de slag te gaan en hoezeer we verlangen dat de heilige Geest dat vuur in ons ook (weer) bij anderen ontsteekt, ons toch minder goed bevallen. Want als er ook maar iets is waar we vuurbang voor moeten zijn, in de kerken, dan is dat (ons) toneelspel. Je kunt zeggen dat onze Heer daar nog het meest tegen gefulmineerd (1) heeft bij de ‘kerkleiders’ van Zijn tijd. Want wanneer zo’n door hen opgezet theater en de belangrijkste toneelspelers er niet meer zijn, dan zal je tot de ontdekking komen dat al dat enthousiast deelnemen aan het toneelspel (als toneelspeler of als onderdeel van het meelevend publiek) inderdaad slechts een groots opgezet toneelspel is/was en dat je, wanneer dat hele gebeuren je ontvalt, je dan met lege handen staat.
(1) Zie o.a. Zijn zeer veroordelende woorden jegens hen in Matteus 23 : 13-15 en Lukas 16 : 14-18.

Leestip: Lukas 16 (geheel)

* Lees meer over mensen met een ‘geweldig verhaal’:
– ‘Mijn boodschap’ die ik ga brengen in ‘mijn kerk’…
– Hoe mensen (en opvattingen/conclusies) ‘fundamenteel’ kunnen verschillen…

Bron citaat: De Correspondent – ‘Zo krijgt de gewoonste goeroe van Nederland iedereen aan de zelfhulp’ – door Nina Polak (Podcast serie ‘De zingevers’)

‘Vrijheid spiegelen zij hun voor, hoewel zij zelf slaven des verderfs zijn; immers, door wie* men overmeesterd is, diens slaaf is men.’ (Uit 2 Petrus 2 vers 19)
* De mammon in dit geval – ook al verteld Pilarczyk over heel bijzondere spirituele ervaringen die hem ertoe aangezet hebben om dit werk te gaan doen.

Bron afbeelding: KJV Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe belijden (!) we ons geloof met woord en daad…

‘Stel jullie niet heerszuchtig op tegenover de kudde die jullie is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld. (…) En jullie jongeren, moeten van jullie kant het gezag van de oudsten erkennen. Overigens in de omgang met elkaar moet ieder van jullie (ouderen en jongeren) altijd de minst willen zijn…’ (Uit 1 Petrus 5 uit de verzen 3-5)

Geciteerd 1: ‘Is aansluiten bij een kerk de belangrijkste manier om te investeren in je geloof?’ ‘Ik denk het wel. Als je gewoon elke week naar de kerk gaat, zul je merken wat het met je doet om in een omgeving te zijn waar geloof plaatsvindt en waar de Geest van God werkt. Ik geloof dat als je jezelf die routine aanleert, dat God tot je zal spreken en dat je zult groeien in geloof.’

Opgemerkt 1: In geloof hoef je niet te investeren, je gelooft God op Zijn Woord of je gelooft niet. De enige vraag is dus: hoe wil God dat wij met woord en daad leven naar het geloof dat wij zeggen te belijden. En dan zullen we elke dag en dus ook op zondag praktijk maken van ons geloof en het belijden daarvan in gehoorzaamheid aan Gods Woord.

Geciteerd 2: ‘Hoe kun je je geloof verder vormgeven als student?’ ‘Christen zijn is een levensstijl, dat heeft met alles te maken. Geloven kun je niet in een paar activiteiten vatten, maar je kunt je geloof wel voeden. Wat mij betreft begint dat met het aansluiten bij een groep, een kerk. Ik snap dat je tijdens je studententijd misschien niet heel betrokken kan zijn bij een gemeente, maar wellicht kun je wel wat dingen doen.

Opgemerkt 2: Net zoals je een pasgeboren kind niet het leven kunt geven, maar dit leven al in zich heeft, zo is het ook met je geloof. De heilige Geest heeft dat geloof in je gewerkt en nu heb je de verantwoordelijkheid om Zijn werk niet te verwaarlozen of zelfs tegen te staan en daartoe heb je alle middelen te blijven gebruiken die God ons daartoe gegeven heeft. Dat is dus heel gewoon je verantwoordelijkheid nemen en uitoefenen.

Opgemerkt 3: Zoals geen enkel lid (orgaan van een lichaam) goed kan functioneren en een zinvolle bijdrage leveren aan het gezond functioneren van dat lichaam (en andersom), zo kunnen wij als leden van dat lichaam niet in een soort kweekbak gaan zitten (studentenvereniging bijv.), waar dan een aantal ‘deskundigen’ deze van het lichaam afgezonderde leden van de volgens hen nodige voedingsstoffen proberen te voorzien, om het leven van deze leden zo lang mogelijk te rekken… Er zijn zeker deskundigen (theologen, kerkleiders) die menen met zulke kweekbakken een heel eind te kunnen komen…

Opgemerkt slot: Hebben jongeren thuis leren inzien dat het niet gaat om te leven op basis van allerlei visies (waar je het altijd wel of niet of in meerdere of mindere mate mee (on)eens kunt zijn), maar dat we het moeten hebben van het Woord van onze levende God en wanneer we daarbij leven en (dus) dagelijks eerbiedig bidden om de liefde en de wijsheid van de heilige Geest, dan laat Hij ons (!) ook zeker zien en beseffen waarom we gewoon thuishoren in een gemeente van Jezus Christus, met/door daadwerkelijk (belijdend) lidmaatschap. (1) Hierbij past het zeker om deze woorden van Jakobus aan te halen: ‘Broeders en zusters wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij/zij handelt er niet naar. Zou dát geloof hem of haar kunnen redden?‘

(1) Maar pas daarbij wel op voor de slavendrijvers in de gemeente(n), die handig gebruik willen maken van de liefde en trouw en bereidwilligheid van de leden en je willen laten draven en betalen voor hún visie en doelstellingen … (Lees de waarschuwende woorden van Paulus in 2 Korintiërs 11 nog weer eens!).

Bron citaten: ND Nieuws & achtergrond – ‘Dominee Dirk de Bree: ‘Christelijke studentenverenigingen kunnen bijdragen aan secularisatie’’ – door Annemien Walraven en Aliene Boele.

‘Nu jullie gehoorzaam zijn aan de waarheid, is jullie hart gelouterd en kunnen jullie ook oprecht van jullie broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief, met een zuiver hart, als mensen die opnieuw geboren zijn, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende Woord.‘ (2) (Uit 1 Petrus 1 de verzen 22-23)
(2) Zoals dat al over jullie werd uitgesproken bij het Doopvont!

Bron afbeelding: CatchForChrist-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de schijnbaar ‘losse teksten’ in Lukas 16…

‘De dienaars dan gingen naar de overpriesters en Farizeeën en die zeiden tot hen: Waarom hebben jullie Hem niet medegebracht? De dienaars nu antwoordden hun: Nooit heeft een mens zó gesproken, als deze mens spreekt! De Farizeeën dan antwoordden hun: Zijn jullie soms ook verleid? Heeft soms één van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeën? Maar die schare, die de wet niet kent, vervloekt zijn zij!‘ (Uit Johannes 7 de verzen 45-52)

Geciteerd: De Farizeeën denken dat ze de wet achter zich kunnen laten als ze het koninkrijk binnengaan. Ze hebben alles netjes afgevinkt en ontvangen nu de beloning voor gedane arbeid. De volksmassa’s die zich rond Johannes verdringen, de schare die de wet niet kent (1), denken dat ze daarvan nu ook vrij zijn (2). Ze hebben de wet nooit begrepen (3), laat staan gehouden (4), maar hun zonden zijn nu vergeven. Leve het koninkrijk, de wet die ons dwarszat is voorbij (5).

‘Nee, dus’, zegt Jezus. ‘Er is zelfs geen komma van de wet die wordt afgeschaft.’ En dan komt die tekst over de echtscheiding. Je kunt je partner niet inruilen. Er staat zelfs niet de uitzondering bij die Matteüs nog noemt: in geval van hoererij door je partner zou je wel mogen scheiden. Lukas zegt het categorisch (6): ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, en ook wie trouwt met een vrouw die door haar man is verstoten, pleegt overspel.’

(1) Zie hierbij o.a. Johannes 7 : 45-52.
(2,3,4,5) Wat een loze beweringen! Die mensen waren heus niet gek, ze bezochten de synagogen en luisterden ook naar de prediking van Johannes en later naar wat Jezus hen te zeggen had. Het waren de Farizeeën en Schriftgeleerden die zo hard over deze ‘gewone mensen’ oordeelden!
(6) We lezen dat ook in het evangelie naar Markus (10 : 2-12), waar we in vers 12 horen: ‘… en als zij haar man verstoot en een ander trouwt, pleegt zij overspel.‘ En zie verder ook 1 Korintiërs 7 : 10-11.

>> Lees het geheel (in het zeker zeer) leerzame artikel waaruit geciteerd werd op theologie-nl.

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Moeten we (wel) aan de slag met een theologie van het hart?

‘Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen*, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.’ (Uit 1 Korintiërs 2 vers 9)

* Zelfs niet vragenderwijs, maar het is wel de waarheid die de apostelen ons verkondigd hebben en nog altijd aan ons – en aan ieder die het horen wil – verkondigen middels het geschreven Woord van God. Het Licht is en wordt ons gebracht en het is de heilige Geest Die onze oren en harten ervoor opent, al kunnen we Zijn werk ook weerstaan.

Opgemerkt vooraf: Het Evangelie is in essentie de boodschap van ‘Jezus en Die gekruisigd’, en dat is gebeurd om ons mensen te redden van onze zonden en de dood en waardoor ons weer eeuwig leven geschonken is. Daarbij kregen degenen aan wie dit Evangelie verkondigd werd ook te horen, dat het bij deze gekruisigde Jezus gaat om de eniggeboren Zoon van God, Die Zelf ook God is en Die weer is opgestaan uit de dood en Die zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden.
Wanneer de hoorders die verkondigde waarheid gelovig wilden aannemen uit de mond van de apostelen, dan dienden ze zich te laten dopen en daarmee werden ze direct al volwaardig lid van de/een gemeente van Jezus Christus, zelfs ook wanneer zij zich hadden laten dopen als leden van het huis van degene die tot geloof gekomen was en zich toen met haar of zijn ‘huis(genoten)’ liet dopen (zie o.a. Handelingen 16 : 15 (Lydia), en 16 : 33 (de gevangenisbewaarder)).
De apostel Johannes schrijft het allemaal in 1 Johannes 5 nog maar eens eenvoudig en duidelijk op voor de gemeente(n) en dus ook voor ons. Om die reden (vanwege het geloof in de waarheid van het Evangelie) kwamen de gedoopte gelovigen voortaan steeds weer bijeen om vanuit het Woord van God (niet vanuit de een of andere theologie), en door het werk van de heilige Geest daarmee, samen opgebouwd te worden in het geloof en ook in hun samenleven als gemeente van Jezus Christus in deze wereld: ‘tot een woonstede Gods in de Geest’ (zie Efeziërs 2 : 20-22)

Geciteerd 1: Aalders poneert: de toegang tot het Evangelie gaat langs de erkenning en honorering van de schepping, de Wet en vooral de vragen van het hart. Wie niet via de schepping, de Wet en de vragen van het hart tot de boodschap van het Evangelie komt, verstaat het Evangelie niet. Hij (of zij) krijgt er geen juist zicht op.
Opgemerkt 1: Dat klinkt nogal voorwaardelijk en we horen (lezen) toch werkelijk niets (!) van zulke ‘voorwaarden vooraf’ wanneer de apostelen het Evangelie aan de heidenen verkondigen!

Geciteerd 2: Luthers theologie is de theologie van het hart. Doordat Luthers hart openging, ging hij zoeken naar het heil dat hij in Christus vond.
Opgemerkt 2: Nee, doordat Luther als gedoopt kind van God alsmaar zoeken(d) bleef in Gods Woord, opende God – onder Zijn genadig bestel – het hart van Luther voor het Evangelie van Gods vrije genade, zoals dat samengevat kan worden als ‘niets anders te weten dan “Jezus en Die gekruisigd“‘, of zoals Paulus het nog weer eens herhaald aan het slot van de Galatenbrief: ‘Maar ik wil me op niets anders laten voorstaan dan op het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld – ook met al haar theologie en wijsbegeerte – voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld.’

Geciteerd 3: Theoloog en predikant O. Noordmans (1871-1956) tekende in de jaren dertig aan: ‘Het is een genadige samenloop van omstandigheden, waarin we de hand van God kunnen zien, dat juist in 1933 er een theologie is ontwikkeld, die ervoor zorgt dat christenen zich met kracht konden keren tegen Hitler: de Barthiaanse theologie (1). Aalders onderstreepte dit vele jaren later in een terugblik (1984) in een lezing, waarin hij desondanks grote kritiek leverde op Barths theologie.
Opgemerkt 3: Zaten in de Duitse kerken de gelovigen werkelijk te wachten op een theologie waarmee ze zich met kracht – met theologen-kracht nog wel – tegen Hitler konden keren? Of was er gewoon gebrek aan betrouwbare voorgangers, die nog op profetische wijze het Woord van God konden en wisten te brengen in die jaren?!
Wanneer de kerken van de reformatie geen theologie hadden ontwikkeld om de slavernij ‘goed te praten’, maar zich – door doorgaande profetische verkondiging – hadden laten houden aan de woorden en opdracht van onze Heer: ‘God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf’ (want dat is het hart van de Wet en de profeten!), zoals ons dat ook nog weer zo helder en duidelijk wordt voorgehouden door de apostel Johannes in zijn eerste brief, dan was de slavenhandel (en het houden van slaven in onze koloniën) al veel eerder en duidelijker als ‘volstrekt onchristelijk’ aan het licht gebracht.
En zo had ook het volstrekt onchristelijk karakter van Hitlers gedachtegoed in alle christelijke gemeenten ‘aan de kaak gesteld’ zullen worden vanaf de kansels. Maar juist aan zulke profetische verkondiging ontbrak het op het merendeel van de kansels in Duitsland. Zulke verkondiging was dan tevens een goed medicijn geweest tegen het boekje van Luther over de Joden. En dat had ook toen gekund zonder Luther (en zijn Woordverkondiging) om dat boekje dan maar te verwerpen en ‘in de ban te doen’. Dietrich Bonhoeffer heeft laten zien dat dát (ook toen nog – zelfs ‘kerkbreed’) mogelijk was (geweest) in de jaren voor WO II.

Geciteerd slot: Ook in 1941 vroeg Aalders al aandacht voor het hart, maar het hart was (volgens hem) gesloten voor het Evangelie en slechts de kracht van het Evangelie kon het hart breken. Nu echter (1971) onderstreept Aalders dat het hart zijn eigen vragen heeft. Waar deze naar boven komen, komt er een opening voor het Evangelie en ook voor de antwoorden die het Evangelie op deze vragen heeft. Aan het hart wordt een eigenstandige, voorbereidende functie toegekend in de weg naar het heil, iets waar Barth bewust de ogen voor sloot. (…) Zij (Luther, Augustinus, Pascal, Plato, Kierkegaard, Hamann en de grote pedagoog Foerster) kenden het menselijk hart en wilden het hart open maken voor de diepste vragen die daar leven. Om die reden zei Aalders ooit tegen me: ‘Ik houd zo van Plato omdat hij zo’n uitmuntend psycholoog is.’ Zoals Plato de ziel doorgrondde, heeft nooit iemand gekund. (2)
Opgemerkt slot: We kunnen het (m.i.) niet met de Aalders uit 1971 eens zijn/worden, en wel omdat Gods Woord ons anders leert! En laten we daar maar heel blij en gelukkig om zijn (of worden)! Paulus heeft het moeten ervaren in Athene en in Korinthe en hij heeft geen andere boodschap dan: De Evangelie-woorden hebben alleen kracht door het werk van de heilige Geest en Hij bepaald aan wie hij het geloof toebedeelt en aan wie niet. Verwerpen de mensen dat eenvoudige Evangelie, wel dan gaan we geen ‘toeleidende weg’ ontwerpen om daarmee ‘de wijsgeren van Athene’ mogelijk alsnog ‘over de streep’ te trekken. Het Evangelie is in haar centrale boodschap voor ieder mens eenvoudig genoeg om haar te kunnen begrijpen en aanvaarden en wie dat niet (willen) doen verzetten zich willens en wetens tegen de Heilige Geest en het is aan Hem om die mensen mogelijk later alsnog door die eenvoudige Boodschap tot bekering te brengen.

Zie hierbij (eventueel) ook nog deze blog.

(1) Toch weer zo’n voorbeeld van: Wij van WC-eend adviseren WC-eend.
(2) Die uitspraak is grootspraak (t.a.v. Gods Woord) en verklaard mee waarom wij – het westerse christendom – in het tijdperk van de psychologie zijn beland.

Bron citaten: Ecclesia nr 15/16 – juli 2023 – ‘Blaise Pascal, een levenslange reisgenoot van dr. W. Aalders (1909-2005)’ – door dr. H. Klink, Hoornaar

‘In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor (en door) Hem heilig en zuiver te zijn, en Hij heeft ons naar Zijn wil en verlangen voorbestemd om in Christus Jezus Zijn kinderen te worden, tot eer** van de grootheid van Gods genade… (…) In Hem (!) hebben jullie ook de boodschap van de Waarheid gehoord, het Evangelie van jullie redding, in Hem zijn jullie, door jullie geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest Die ons beloofd is, als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij Zich heeft verworven, verlost zullen worden, tot eer** van Gods grootheid.‘ (Uit Efeziërs 1 de verzen 4-6 en 13-14)
** Let erop dat God Zelf Zich daarmee die eer toebrengt door hier in deze wereld ‘er een eigen volk’ op na te houden’ die in Zijn genade roemen, tegen alle ‘tegensprekende stemmen’ in!

Bron afbeelding: Uplifting Scriptures

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

(Zien te) Overleven in eigen huis en gemeente…

‘In uw hand leg ik mijn leven,
HEER, trouwe God, U verlost mij.
Wie armzalige goden vereren – ik haat ze,
Ik vertrouw op de HEER.’
(Uit Psalm 31 de verzen 6-7)

Opgemerkt 1: Dankbaar voor de Woordverkondiging en ook voor wat de predikant liet zingen in de dienst van vanochtend (zondagochtend, 30 juli, NGK, JFC-Barneveld), waar ds. Arie Reitsema (emeritus) ons Gods Woord verkondigde uit Psalm 73. We horen in deze Psalm een psalmdichter, die eerlijk durfde bekennen dat hij in zijn leven als gelovige in dienst van God – en dat nog wel in de functie van zangmeester (koorleider) van David – een moeilijke strijd had moeten voeren om op de goede weg te blijven en om door zijn manier van doen en laten (w.o. spreken en zwijgen) geen verraad te plegen aan de (ware) ‘kinderen van God’, die in hun leven ook wel een vergelijkbaar soort strijd te voeren hadden of hebben (al overkomt dat niet iedereen in gelijke mate). Hij was een Leviet (behoorde dus tot de priesters) en wordt (o.a) in ook als profeet genoemd (zie Matteüs 13 vers 34, waar Psalm 78 wordt geciteerd).
Wat me vanochtend bij het zingen van Psalm 16 in de berijming van Psalmen voor Nu, opviel, dat is dat de eerlijke schuldbelijdenis van David (onberijmd vinden we die in de verzen 3-4) in de betreffende berijming juist helemaal ontbreekt. We zingen met die berijming:

‘De mensen hebben andere idolen
En wringen zich voor hen in honderd bochten
Maar dat zal ik nooit doen. En zelfs hun naam niet noemen.’

Wel moet hierbij dan ook (eerlijkheidshalve) vermeld worden, dat we die schuldbelijdenis ook niet ‘horen’ in de berijmingen van 1773 en 1967. Toch wel opvallend vind ik!

Opgemerkt 2: Maar daarom wil ik voor die schuldbelijdenis in deze Psalm – en het belang daarvan, dat we die óók overnemen in onze berijmingen en in ons zingen én ook in onze manier van leven als kinderen van de levende God – hier nog wat extra aandacht vragen, want juist de woorden van deze Psalm hebben in 2014 (het jaar waarin ook weer het WK-voetbal werd gespeeld) een bijzondere rol gespeeld in mijn verwerping door echtgenote en kinderen. Want ik heb in die voetbalmaanden (wedstrijden Nederland van 13 juni t/m zondag 12 juli) – waar wij voorafgaand in maart ons 35-jarig huwelijksjubileum samen met onze kinderen dankbaar en ook feestelijk hebben gevierd – in ons gezin (toen nog weer) aandacht gevraagd voor wat wij met de woorden van Psalm 16 belijden en daarbij ook gevraagd hoe zich dat verhoudt tot de aandacht en tijd voor het Nederlandse topvoetbal (zelfs op zondag op bezoek bij ons tijdens het eten wilde de kinderen de wedstrijden nog zien en op zondagavond de nabeschouwingen) en de gekte zoals die ontstaat rondom het topvoetbal van het WK. Op zondagmiddag 12 juli (wedstrijd Nederland-Brazilië) gingen wij ook mee voetbal kijken bij een van de kinderen, waar ook alle andere kinderen aanwezig waren en waarbij ze vrijwel allemaal zich op de een of andere manier in het oranje hadden gestoken en de kleinkinderen ook met die kleur geschminkt waren. Vanwege die wedstrijd zouden wij de tweede dienst (van onze gemeente) missen en tijdens de wedstrijd was er zoveel opwinding en kabaal, dat ik het toch nodig vond om er na de wedstrijd daar nog even op te wijzen. Was het dát allemaal waard op zondag?

Opgemerkt 3: Het zijn zonder meer (beslist!) mijn woorden en opstelling tegenover het Nederlandse en het WK-topvoetbal en de hele geldwereld (die daarbij een hoofdrol speelt) geweest, die in die maanden van 2014 zoveel kwaad bloed hebben gezet, dat een broeder (met wie ik over dit onderwerp ook uitgebreid sprak in een gesprekswandeling, begin mei 2014) na dit gesprek op een ijzige manier afstand van mij nam (hij was het niet met me eens en meende zelfs mij een verbod op te moeten leggen om met de kinderen hierover nog te communiceren! (1)) en die even later mij nog meer meende te moeten vernederen, door mijn ootmoedige en vriendelijke bedankbrief (2) af te wijzen. Deze afwijzing was er de oorzaak van dat Yvonne alle normale contact met mij in huis verbrak (ze wilde zelfs niet meer met mij Bijbellezen en bidden) en dat de kinderen hierin hun moeder (en deze broeder) alle gelijk gaven, hun vader ‘lieten vallen’ en kozen voor de opstelling van die ‘(al)wijze broeder’ en hun moeder. En alhoewel die broeder goed op de hoogte was en bleef van de gevolgen van zijn opstelling en afwijzing, heeft hij geen enkele moeite gedaan om deze broeder van hem, in zijn positie van ‘zwakte en gevaar’, in ere te herstellen, maar hij heeft juist alle moeite gedaan om die broeder nog verder ‘af te branden’. En dat terwijl deze broeder zelf onbedreigd (t.a.v. eigen huwelijk en gezin en ‘huis en haard’ en ere bij broeders en zusters) altijd weer zijn eigen ‘vrije gang’ kon en mocht gaan, zelfs nog toen hij zijn huis openstelde om daar een (werkelijk absurde) ‘huwelijksdwangbrief’ op te stellen tegen zijn broeder, werd hij daarin nóg niet tegengesproken en weerhouden door ‘het pastoraat’ van onze gemeente. Maar die hadden – vonden ze – zelf ook nog een ‘appeltje te schillen’ met deze broeder…

(1) De jongste van onze in 2014 nog thuiswonende kinderen was 21 jaar en de één na jongste 26 en ik sprak dus met en tot allemaal volwassen kinderen!
(2) Vanwege het ‘ijzige afscheid’ geschreven om hem en zijn echtgenote te bedanken voor hun (manier van) bijdragen aan het herstel van ondergetekende in periode(n) van mentale/geestelijke moeite/strijd (aanvechtingen!). Zie hierbij ook het PS onder de afbeelding.

Opgemerkt slot: Zie hierbij ook deze blog: ‘Overleven en over léven in de kerk(en)…‘

Leestip: Psalm 31.

‘Getrouwen van de HEER, heb Hem lief.
De HEER behoedt de standvastigen,
voorgoed rekent Hij af met de hoogmoedigen.
Allen die jullie hoop vestigen op de HEER:
wees sterk en houd moed.
(Uit Psalm 31 de verzen 24-25)

Bron afbeelding: Pictorem-com

PS. Wat dat anderen bedanken betreft zou ik in 2014-2015 vooral/veel(m)eer de volgende mensen hebben willen/zullen bedanken:

  • De dame van reïntegratie kantoor die voor het UWV samen met mij het reïntegratie plan opstelde en wat ik in goede en prettige samenspraak met haar in de jaren 2011-2013 ten uitvoer bracht en dat ook naar beider (volle) tevredenheid tot een afronding werd gebracht. Mee dankzij haar inzet kreeg ik gelegenheid om drie basiscursussen op administratief gebied te volgen en rondde deze ook alle drie af met een examen waarbij het diploma werd behaald.
  • De bedrijfsleider van een Tuincentrum in Amersfoort die in zijn bedrijf altijd een plek had voor mensen die weer op gang moesten komen en waar ik twee dagen in de week terecht kon.
  • De bedrijfsleidster van de Biologische Tuinderij de Elzenkamp in Voorthuizen waar ik alle gelegenheid kreeg om in eigen tempo bezig te zijn en weer naar huis te kunnen gaan als het (me weer) genoeg was geweest.
    De GGZ-afdeling in Amersfoort waar ik terecht kon voor het leren werken met bepaalde software-pakketten (o.a. Photoshop).
  • Stichting Parousie in Scherpenzeel waar ik gelegenheid kreeg één middag in de week bewoners te begeleiden bij het op een laptop (leren) werken met Word, Email en Excel.
  • De bedrijfsleiders van Streetseniors die mij eind 2013 een betaalde aanstelling gaven als fondswerver voor Bartimeüs.
  • De leden van de Zendingscommisie in Kampen die mij in februari 2014 accepteerden als lid van deze commissie en mij de taak gaven om de website (Mayibongwe) te beheren en uit te bouwen.
  • De teamleidster van het Vluchtelingenwerk (Anja Schutrupp), die mij medio 2015 gelegenheid gaf om als taal-assisent en als spreekuurmedewerker aan de slag te gaan bij het Vluchtelingenwerk in Barneveld. Dat heb ik tot de corona-uitbraak graag en met veel plezier – ook met de teamleden en stagiaires – mogen doen.
  • De teamleiding van Automaatje in Barneveld die mij in 2015 gelegenheid gaven om als vrijwillig chauffeur voor Automaatje ritten te gaan rijden voor (m.n.) oudere mensen in Barneveld en omgeving.
  • De teamleiding van Domus+ Batelaar (Leger des Heils) die mij als vrijwillig chauffeur ritten lieten rijden (m.n. met de volkswagenbus of soms een kleine Skoda ‘Up’) voor bewoners van deze instelling.
  • Daarnaast heb ik veel goeds ondervonden van het lidmaatschap (gestart in januari 2014) van mannenkoor Euterpe (Voorthuizen) op aanraden van broeder Fred de Vries en door mee te doen (vanaf 2012) in de schilderclub (in Lunteren) onder leiding van schilderdocent Richard Eek.
Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Overleven (en over léven) in de kerk(en)…

‘De ploegers hebben op mijn rug geploegd en hun lange voren getrokken.’
(Uit Psalm 129 vers 3)

Geciteerd 1: Let eens op hoe de profeet [de psalmdichter] zulke ongelijke leidingen samenvat, en hoe hij zichzelf bijna tegenspreekt. Hij heeft heerlijk getroost dat de vijanden (binnen en buiten de kerk) niets zouden kunnen beginnen tegen de Kerk, omdat de kerk van God onmogelijk kan worden verwonnen. Maar nu klaagt hij dat de ploegers op de rug van de kerk ploegen en dat zij daarin eindeloos lange voren trekken.

Geciteerd 2: Want de profeet vergelijkt de aanvechting met een ploegschaar die lange voren trekt op de rug van de rechtvaardigen. Wat Christus ook bedoelt als Hij zegt: ‘Wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.’ Want het is niet genoeg om slechts te beginnen. Want zo’n geduld, dat maar voor een poosje duurt, vind je ook wel bij de heidenen. Het geduld van de christenen echter gaat eindeloos door. Dat is: het duurt zolang, dat er geen einde aan schijnt te komen; precies zoals er aan de Goddelijke troost ook geen einde komt. Zodoende komen hier twee tegenstrijdige dingen bij elkaar: namelijk het trekken van lange voren op de ruggen van de Godvrezenden én dat de Godvrezenden tóch overwinnen (vers 2 van de Psalm).
[Maarten Luther: Auslegung über die 15. Lieder im hohern Chor (1532/33). W(1) 4 2785 ff]

Geciteerd 3: ‘Ik ben opgegroeid in de Gereformeerde Gemeenten (GerGem) in Gouda. Toen ik tiener was, verhuisden we naar Waddinxveen en belandden we bij een Hersteld Hervormde gemeente (HHK). Dus hoe het er bij jou in de kerk aan toe gaat, herken ik wel.’ (…) ‘Sinds een halfjaar ga ik naar GODcentre in Gouda, een pinkstergemeente. Eigenlijk hoor ik daar hetzelfde als bij jou in de kerk en in de HHK, alleen de vorm is anders, wat moderner.’ (…) ‘Al denk ik dat er qua zingen geen goed of fout is. God is vast creatief genoeg om te genieten van worship én psalmen op hele noten.’’ (…) ‘Vorig jaar ging ik mee op kamp van de kerk. Dat veranderde veel voor mij, omdat ik daar zag hoe demonen werden uitgedreven, profetieën werden uitgesproken en mensen in tongentaal gingen bidden. Ik kon niet meer ontkennen dat dit echt is en dat dit van God komt.’’

Opgemerkt: Want we hier horen dat is precies wat de Pinksterbeweging vanaf de jaren vijftig vorige eeuw heeft laten horen – en willen en durven pretenderen (1) – en wat is overgenomen door ‘de evangelische-beweging’ binnen onze kerken. En dat is één van de ploegscharen die lange voren trekt over de rug van de christenen in de kerken, die willen leven van een eenvoudige en trouwe bediening van het Woord, zowel in wat er verkondigd als ook in wat er gezongen wordt. En daarmee zijn pinksterkerken en de evangelische beweging een belangrijk factor in de onvrede van de jeugd/jongeren met deze heel gewone (‘saaie’) ‘kerkgang van zaken’ binnen de kerken waarvan hun ouders (nog) lid zijn. Daarmee vormen ze ook een niet te verwaarlozen factor in de leegloop van de kerken en die gaat (nu en straks) beslist ook niet voorbij aan de mensen die nu kiezen voor deze ‘modernere’ vormen zoals die ‘nieuwe kerken’ die te bieden hebben. Alleen al de liederen van hun ‘liedcultuur’ hebben niets blijvends (!) te bieden, gespeend als ze zijn van wat Gods Woord ons (werkelijk) voor te houden en ‘te bieden’ heeft.
(1) Lees 2 Korintiërs 10 vanaf vers 12 t/m 11 tot vers 21.

Bron citaten 1-2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditaties 30-31 juli – Den Hertog uitgeverij (2022)
Bron citaten 3: ND Geloof & kerk – ‘‘God is vast creatief genoeg om te genieten van worship én psalmen.’ Arie en Sophie praten over hun geloof’ – door Aliene Boele

‘Ik denk dat ik in geen enkel opzicht de mindere ben van die geweldige apostelen van jullie.‘ (…) ‘Maar ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer…’ (…) ‘En laat voortaan niemand mij meer tegenwerken, want ik draag de littekens van Christus in mijn lichaam.’ (Woorden van Paulus uit 2 Korintiërs 10 en het slot van de brief aan de Galaten).

Bron afbeelding: Follower of One

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Van wie is onze verwachting?

‘U wijst mij de weg naar het leven:
overvloedige vreugde in Uw nabijheid,
voor altijd een lieflijke plek aan Uw zijde.’
(Uit Psalm 16 vers 11)

Geciteerd 1: Lijdt ons kerkelijk leven wellicht onder een tekort aan ware blijdschap, terwijl we de ernst daarvan nauwelijks beseffen? Een tekort aan vitale stoffen kan grote gevolgen hebben voor onze gezondheid. Zo kunnen kinderen die bepaalde bouwstoffen missen problemen krijgen met een gezonde ontwikkeling.

Geciteerd 2: (…) Al vroeg belast men (binnen het protestantisme) het kind met de zwaarte van de heilsvragen, zonder dat men de ogen opent voor het goede en dankbare van de schepping. Debet daaraan is dat alles onder de zonde zou vallen. Aalders wijst in dit verband op Alexandre Vinet, die ergens zegt: “Gun het de ziel van een kind om eerst geboren te worden, voordat het wedergeboren wordt.” Anders gezegd: gun het kind dat de vragen van het hart op een authentieke manier naar boven komen, honoreer de betekenis en de relevatie ervan en belast het (nog?! – AJ) niet met de vraag of het al bekeerd is of niet. Laat het eerst mens worden, voor het een nieuwe mens wordt. Op dit punt hebben grote delen van het Rooms-katholicisme een voorsprong op het protestantisme, behoudens enkele grote figuren als Hamann en (vooral de ‘vroege’) Kierkegaard.

Geciteerd 3: Waar het licht van het Goddelijk Woord opgaat (1), daar houden wij God voor onze Vader en Christus voor onze Middelaar, Herder en Leraar (2), Die ons onderwijst en doopt. Het geloof weet zeker dat Christus is opgevaren naar de hemel en daar zit aan de rechterhand van God, Zijn Vader. Ook weet het geloof zeker dat Hij ons ziet en naar ons vraagt, en andersom dat wij Hem ook zien. Verder dat we in het gezelschap en de gemeenschap van engelen verkeren en omgang hebben (Johannes 1 : 51, Efeziërs 2 : 18-19, Genesis 32 : 1-2).

Geciteerd 4: Daarom, wie iets goeds wil beginnen (in kerk of wereld), die moet toezien dat hij/zij met God begint, en het waagt op Zijn goedheid en trouw, en onder geen beding van menselijke hulp en bijstand (3). Aan de andere kant moet zo iemand niet bevreesd zijn voor mensen en zelfs niet voor de hele wereld (4). Want Psalm 25 (vers 3) zegt hierover: ‘Niemand wordt te schande, die op U wacht, maar zij zullen te schande worden, die trouweloos handelen.’ Echter wie niet op God wil of kan wachten en vertrouwen, die kan zijn plannen maar beter uitstellen, opdat hij toch niets begint, hoe nuttig en (gods)dienstig ook, op grond van geloof en vertrouwen in mensen.

Leestips: Psalm 16, 131 en 146.

(1) Het licht van Gods Woord gaat iedere zondag op in de samenkomsten van de gemeenten van Jezus Christus (de ‘Ecclesia’) waar (nog) eerbiedig uit Gods Woord (voor)gelezen wordt en waar (nog) een trouwe Woordbediening gevonden wordt. En al heel wat eeuwen kunnen wij ook in onze huizen het licht van Gods Woord doen opgaan.
(2/3) Wij hebben daarbij (in de samenkomsten en huizen) allemaal (oud en jong, hoog geleerd of laag geschoold) geen enkel verwachting van andere herders en leraars, wat voor knappe geleerden (theologen of filosofen, etc.) dat ook mogen zijn (geweest)! Wij houden daar – in een gedoopte gemeente van onze Heer – de (eenvoudige) Waarheid van het Evangelie voor ieder van ons voor vast en zeker.
(4) Dat heeft Maarten Luther onder Gods genadig bestel mogen laten blijken en dat m.n. natuurlijk toen hij gedaagd werd voor het kerkelijke en wereldlijk gerecht op de Rijksdag te Worms.

Opgemerkt: Hoe komen we erbij te stellen dat het Rooms-katholicisme een voorsprong zou hebben op het protestantisme, behoudens enkele grote figuren… Voor mij valt dit zelfs wel (in het licht van bovenstaande Luther-citaten) een ‘goddeloze uitspraak’ te noemen en de schrijver behoort hierbij beslist gewezen te worden op de woorden van Paulus om niet te roemen in mensen (dus ook niet in allerlei ‘wijzen en Schriftgeleerden’) en ook op woorden van Psalm 16 de verzen 3-4. *
* Denk hierbij (o.a.) aan de macht en invloed van de (‘Bijbel’)wijze Achitofel – zie 2 Samuël 16 vers 23.

Bron citaat 1: RD opinie | Weerwoord – ‘Tekort aan blijdschap in de kerk: een pijnlijk manco’ – door dr. T.M. Hofman
Bron citaat 2: Ecclesia nr 15/16 – juli 2023 – ‘Blaise Pascal, een levenslange reisgenoot van dr. W. Aalders (1909-2005)’ – door dr. H. Klink, Hoornaar
Bron citaat 3: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie 8 sept. – Den Hertog uitgeverij (2022)
Bron citaat 4: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie 29 juli – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Maar tot de goden in dit land,
de machten die ik vereerd heb, zeg ik:
“Wie jullie volgt, wacht veel verdriet.’
Ik pleng voor hen geen bloed meer,
niet langer ligt hun naam op mijn lippen.’
(Koning David in Psalm 16 de verzen 3-4)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie