Hoofdzonden: hoogmoed, eerzucht en eigen belang…

‘Toch waren er ook veel leiders die wel in Hem geloofden, maar vanwege de Farizeeën en Schriftgeleerden kwamen ze daar niet openlijk voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden. Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God.’ (Uit Johannes 12 de verzen 42-43)

Geciteerd 1: Daar stonden ze, vooraan in een oude kerk. Zij in een prachtige witte jurk, hij in een stijlvol, donkergroen pak. Achter hen een blijde familie- en vriendenkring die het beeld van Christus en Zijn gemeente opnieuw voor hun ogen zich zag afspelen.
Geciteerd 2: Dit huwelijk is een teken van hoop in een wereld die een van de hoofdzonden, namelijk ‘hoogmoed’ (pride), voor een maand lang uitbundig viert met parades en programma’s; in een wereld die de regenboog, het teken van Gods trouw, in Gods gezicht zwaait om zonde te vieren; in een wereld met kerken die denken liefdevoller te zijn dan God door te zegenen wat Hij zonde noemt.

Opgemerkt 1: Of oogsten de (westerse) kerken nu wat zij in hoogmoed met en door hun theologische superioriteit hebben gezaaid en nog wel durven te zaaien?!
Opgemerkt 2: Blijkbaar hebben we de eerste hoofdstukken van de Romeinen-brief nooit echt goed begrepen. Uitzondering was nog even Maarten Luther, maar die werd al gauw door superieure theologen als ‘te minne’ theoloog ‘rechts ingehaald’ en ruimschoots voorbijgestreefd, zodat er ook in de kerken van de reformatie toch weer te roemen viel in mensen en mensenwerk…
Opgemerkt 3: Wat was er in de westerse kerken en theologie nog over van de zichzelf wegcijferende liefde van onze Heiland en de apostelen om hun medemensen in alle nederigheid het Evangelie met Woord en daad te verkondigen. De ‘kerkelijke bibliotheken’ in de niet westerse landen staan vol met dikke boeken met westerse theologie en dogmatiek en ethiek… En ook de huis-boekenkasten van westerse predikanten en theologen (en leken) puilen uit van deze overvloed aan hoogmoed, die blijkbaar kan bestaan naast Gods Woord.
Opgemerkt slot: En laten we hierbij ook nog maar terugdenken aan het ontbreken van veiligheid in het gezin van het eerste huwelijkspaar hier op aarde. En ook aan de waarschuwende woorden van onze Heer over de strijd binnen huwelijk en gezin en familie. Zelfs de gemeente(n) van Jezus Christus worden niet als teken van hoop* in/aan deze wereld (ten voorbeeld) gesteld! De gemeente(n) van Jezus Christus is hier op aarde wel de Waarheid van het Evangelie (Gods Woord en de sacramenten, zie 1 Timoteüs 3 : 15) toevertrouwd, maar dat wil nog niet zeggen dat er nu parmantig naar de wereld kan worden gedaan alsof wijzélf ‘de waarheid in pacht hebben’.
* Zie o.a. de waarschuwende woorden in Handelingen 20 : 29-30 en ook de woorden van onze Heer in de brieven aan de zeven gemeenten.

Bron citaat: De Waarheidsvriend – Huwelijk – ‘Column: Trouwfeest’ – door Marieke den Butter-Kommers

‘Ik meen dat het vanwege de huidige beproevingen voor een mens goed is te blijven wat hij of zij is. Hebben jullie elkaar beloofd te trouwen, verbreek die belofte dan niet; Hebben jullie je nog niet aan iemand verbonden, doe daar dan ook geen moeite voor. Het is weliswaar niet zo dat jullie door een huwelijk aan te gaan zondigen, maar het huwelijk wordt een zware belasting die ik jullie graag zou besparen.’ (Uit 1 Korintiërs 7 uit de verzen 25-28)

Bron afbeelding: The Church of England

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gezinsmaaltijden of naar de McYouth…

‘Omgordt dus de lendenen van uw verstand, weest nuchter, en vestigt uw hoop volkomen op de genade, die u gebracht wordt door de openbaring van Jezus Christus.‘ (Uit 1 Petrus 1 de verzen

Geciteerd 1: Voor al die onderdelen moeten sprekers gevonden worden die passen binnen het profiel van New Wine, een organisatie die kerken wil helpen meer oog te hebben voor het werk van de Geest. Die zoektocht begint bij het vaststellen van een thema voor de zomerconferentie*, dit jaar ‘Hoop uitleven!’. Een team van New Wine denkt na over de sprekers voor het hoofdprogramma en een aantal seminartenten. (…) ‘Zeker bij een jongerentent zijn er radicale mensen die heel erg voor Jezus gaan en dat zie je terug in de sprekers die worden gevraagd.’ Die sprekerslijst komt wel altijd bij de centrale organisatie terecht, die zo nodig bijstuurt.
* Vraag: Functioneren de New Wine conferentie(s) misschien ook als een soort alternatief voor de vroegere Kamper theologische hogeschooldagen?

Geciteerd 2: In de gereformeerde wereld, waar hij zelf in zit, gaat men uit van de ‘theologie van het kruis’: er is hoop en vergeving, maar dat betekent niet dat het leven volmaakt is. Er is blijvende gebrokenheid. ‘Het risico daarvan is dat je focust op het negatieve’, zei Burger. ‘Hoe kun je verwachtingsvol zijn zonder te ontkennen dat er dingen gebeuren die je ontmoedigen en teleurstellen?’ Burger citeert de Amerikaanse theoloog Oliver O’Donovan, die zegt: ‘Wij delen tegelijk in zijn kruis én in zijn opstanding.’

Opgemerkt 1: Laten we al dat georganiseer voor de kerken vanuit ‘centrale denktanks’ (ook een kerkenraad kan daar onderdeel van zijn, maar ook een theologische hogeschool/universiteit of een organisatie als youth-alpha en zo zijn er nog heel wat meer) met de centrale directie van een bedrijf, die meent landelijk en wereldwijd medewerkers en bedrijf te moeten aansturen en laten inspelen op de (lokale) markt, maar dan wel altijd weer volgens de formules die bij het bedrijf passen.
Laten we dan het bedrijf McDonalds eens in gedachten nemen. Ze hebben vastgesteld dat er overal op de wereld behoefte is aan een snelle maar toch ook nog gezonde maaltijd (al kan de samenstelling daarvan lokaal wat moeten verschillen) maar ook ontdekt dat de jeugd toch altijd weer een wat andere smaak en voorkeur heeft dan de wat oudere generaties. Het bedrijf is zo succesvol en zo zeker van de kwaliteit van hun producten, dat ze zich niet schamen voor het alsmaar streven naar de groei van hun bedrijf. Nu hebben ze bedacht dat het zelfs beter kan zijn om de heel gewone gezinsmaaltijden maar af te schaffen en de ouders voor te stellen om de jeugd gezonde maaltijden te gaan laten nuttigen in de MCYouth-afdelingen van hun restaurants. Ze kunnen de ouders garanderen dat deze (huns inziens gezonde) maaltijden met graagte genuttigd zullen worden door de jeugd en dat scheelt toch een hele hoop rompslomp en gehannes in huis van de tegenwoordig toch al druk bezette ouders.
Dus (voortaan) gewoon vanuit school naar de McYouth en daar kunnen de ouders hun kinderen dan ophalen om ze thuis naar bed te brengen. Tel uit je winst…

Opgemerkt 2: Amerikaans theoloog (1): ‘Wij delen tegelijk in zijn kruis én in zijn opstanding.’ Laat ik nou denken dat iedere gemeente daarom de moeite neemt om elke zondag weer samen te komen en waarom de kerkenraad de moeite neemt om die samenkomst voor jong en oud weer mogelijk te maken…
(1) ‘Wij van WC-eend adviseren WC-eend’ = Wij theologen citeren liever een andere theoloog dan heel gewoon de Bijbel.

Leestip: Petrus 1 – in z’n geheel. Het Evangelie in een notendop! Daar kan geen theoloog (of radicale ‘Jesus-fan’) ‘tegenop’ om dat nog eens duidelijker te zeggen!
NB. Daarom gaf Paulus de jonge Timoteüs de opdracht om in de samenkomsten zich toe te leggen op het voorlezen uit ‘de Schrift’ (Zie 1 Timoteüs 4 de verzen 11-16)

Bron citaten: ND Geloof en kerk – ‘De zoektocht naar sprekers voor New Wine: ‘Het mag wel een beetje schuren’’ – door Hilbert Meijer

‘Dit nu is het Evangelie dat jullie verkondigd is.’
(Slotwoorden van 1 Petrus 1)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Bijzondere casus kerkrecht…

‘Verschaf mij recht, o God, vecht voor mijn zaak…’
(Uit Psalm 43 uit vers 1)

Geciteerd 1: De rechtbank Gelderland heeft de oud gereformeerde gemeente in Nederland (oggiN) te Ede-Wekerom (Hessenweg) in het gelijk gesteld in een kwestie waarin een lid van de gemeente twee besluiten van de kerkenraad aanvocht.
In het voorjaar van 2018 ontstond een geschil tussen de kerkenraad en het lid. De man zou te ver zijn gegaan in het contact met een getrouwde vrouw. De kerkenraad vroeg hem daarom zijn functie als organist neer te leggen. De man was het niet eens met de werkwijze van de kerkenraad. In november 2018 besloot de kerkenraad de man onder stille censuur (een tuchtmaatregel die afhouding van de sacramenten inhoudt) te zetten. Daarop vroeg de man zijn lidmaatschap op.
In juni 2020 wenste de man weer lid te worden. De kerkenraad wilde dat de man eerst openbare schuldbelijdenis zou doen.
Het lid vocht bij de rechtbank twee besluiten aan: het besluit om hem in 2018 onder stille censuur te plaatsen, alsook de weigering om hem in 2020 weer toe te laten als lid in volle rechten.

Opgemerkt bij bovenstaande citaten:
Punt 1: Stelde men deze man eerst onder ‘stille censuur’ (volgens de daarvoor gestelde regels in de Bijbel en/of de kerkorde) waardoor (toch) voor iedereen zichtbaar zou worden dat deze broeder en organist niet meer deelnam aan de vieringen van het Avondmaal of vroeg men in eerste instantie alleen om het neerleggen van zijn functie als organist?
Punt 2: Dus wat was er nu eerst: het verzoek om niet meer als organist op te treden of de (wens) het verbod van (niet) deelnemen aan de vieringen van het Avondmaal
Punt 3: Blijkbaar heeft men in deze gemeente wel de moeite genomen om het lid eerst met een ‘kerkenraad-breed’ besluit te ‘overvallen’ ook al had volgens de rechter de ‘kerkelijke communicatie’ beter gekund.

Opgemerkt 1: Dat laatste is in elk geval nog beter (en eerlijker), dan dat een predikant dat maar eens ‘op eigen houtje’ doet d.m.v. een email op zaterdagmiddag en in een telefoongesprekje op zaterdagavond direct voorafgaand aan de zondag dat er weer Avondmaal gevierd zou worden in en met de gemeente. En dat alleen omdat het kerklid besloten had om gebruik te maken van het burgerlijk en juridisch recht om in hoger beroep te gaan bij echtscheiding. En dat was dus helemaal niet naar de zin van een aantal mensen in onze kerkenraaad.
Opgemerkt 2: De voorzitter van de kerkenraad stuurde zelfs een brief aan de advocaat van ondergetekende om hem op de hoogte te stellen van het ongenoegen van de kerkenraad over dit in hoger beroep gaan. En ook kreeg ondergetekende van de betreffende voorzitter van de kerkenraad, een zogenaamde ‘vriendenbrief’ (dus niet uit hoofde van zijn ambt/functie) waarin ondergetekende op een vernederende manier werd duidelijk gemaakt dat hij zijn huwelijk onmiddellijk diende te (laten) beëindigen, zonder hoger beroep, omdat dat hij wist (hij had daar alle belang bij) dat het toch niet meer goed zou komen en daar wist hij een nog een heel (zelf verzonnen) verhaal bij te vertellen ook.
Opgemerkt 3: Ook werd door deze voorzitter ondergetekende bezworen geen emails aan de nieuwe predikant met commentaar op prediking of liturgie of gekozen liederen of wat dan ook toe te zenden. Blijkbaar waren ze ‘doodsbenauwd’ dat de nieuwe predikant dat nog zou willen lezen en misschien wel serieus nemen ook… En dat terwijl ondergetekende zijn commentaar toch altijd ‘inleverde’ bij leden van de kerkenraad (en broeders en zusters) zonder leesverplichting en/of commentaar terug…
Opgemerkt 4: Ondergetekende heeft aan de betreffende predikant (inmiddels met emeritaat) gevraagd om de afhouding van het Avondmaal met redenen omkleed (dus meer dan “er zijn grenzen”, waar hij in email, telefoongesprek en zelfs voorafgaand aan het Avondmaal mee schermde) samen met een ouderling met ondergetekende te bespreken of anders zijn excuses aan te bieden over de wijze waarop hij een onthouding heeft trachten te forceren met (blijkbaar!) ook gebrek aan goede gronden om ondergetekende deelname aan het Avondmaal te ontzeggen. Maar aan dat verzoek is dus nooit voldaan. Wel hoorde ondergetekende van leden van de kerkenraad dat het inderdaad een solo-optreden van de predikant was geweest en dat zij het (daarom) aan hem overlieten hoe hij daar mee wilde omgaan… Je zou toch denken dat het behoorlijk (naar Bijbels advies en kerkrecht) was geweest dat ‘de kerkenraad’ de predikant ook voor een keuze van één van de twee hiervoor genoemde ‘opties’ hadden gesteld.
Opgemerkt 5: Dat ondergetekende geen gebruikt heeft gemaakt van de mogelijkheid om in beroep te gaan bij een classis (wat wel eens is voorgesteld), dat is omdat hij inmiddels gemerkt had, hoe men gebruik wist en weet te maken – binnen eigen kerkelijke en burgerlijke gemeente – van allerlei zwartmakerij van mijn persoon (lasteren!) bij broeders en zusters (waaronder predikanten). En wanneer zelfs je echtgenote en kinderen worden aangezet* om daar aan mee doen, kom dan nog maar eens aan je recht!
Opgemerkt slot: Het is echter beslist en wel degelijk van veel belang dat dit soort zaken – die het daglicht niet verdragen kunnen! – toch volledig aan het licht komen en worden gebracht. Het moet degenen die het betreft volledig duidelijk worden gemaakt dat ze zulk kerkelijk onrecht (en meer, daar bleef het niet bij!) niet zonder gevolgen kunnen begaan en laten voortbestaan! Want het is een ramp voor kerk en maatschappij wanneer men het begaan van zulk soort onrecht niet meer zou willen ont-dekken (maar bedekken) en benoemen en bestraffen, want men werpt daarmee en daardoor wat bijeen hoort uiteen! **

* Hierbij kan zeker een vergelijk worden gemaakt met communistische landen waar kinderen worden opgezet tegen ouders, die geen aanhangers waren/zijn van het communistische systeem en haar leiders, en die op de scholen en universiteiten opgeroepen werden om zelfs ook hen aan te geven bij het bewind en hen mee te helpen veroordelen tot verbanning, gevangenisstraf of doodstraf.
** Huwelijken, gezinnen, families en broeders en zusters en andere medemensen.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Rechter stelt kerkenraad oggiN Ede-Wekerom in het gelijk’ – door Redactie kerk

‘De naam des HEREN is een sterke toren; de rechtvaardige ijlt daarheen
en is onaantastbaar.’ (Uit Spreuken 18 vers 10)

‘De rechtvaardigen vinden redding bij de HEER,
Hij is hun toevlucht in tijden van nood.
De HEER heeft hen altijd geholpen en bevrijd,
Hij bevrijdt hen ook nu van de zondaars, Hij redt hen,
want zij schuilen bij Hem (niet tevergeefs).
(Uit Psalm 37 de verzen 39-40)

Bron afbeelding: Pinterest (zie hierbij ook de woorden van Spreuken 18 vers 10)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

(Weder)Geboren uit het onvergankelijke Zaad…

‘Waarin jullie je verblijden, jullie die nu een korte tijd, wanneer het nodig is, bedroefd bent door velerlei aanvechtingen.‘ (Uit 1 Petrus 1 vers 6)

Geciteerd 1: Mostert herkent zich soms in de apostel Petrus. „Die roerde altijd wel zijn mondje en dacht prima zijn eigen zaakjes te kunnen regelen. Dat zit ook in mij. Maar Petrus heeft moeten leren niet op zijn eigen kunnen te vertrouwen, maar het vooral van boven te verwachten.”
Die houding probeert Mostert zich iedere dag opnieuw weer aan te meten. Een opwaartse blik gaat echter altijd gepaard met betrokkenheid bij de medemens, zeker ook op de werkvloer. „Daarom zal ik het moment niet onbenut laten als ik iemand erop kan wijzen bij Wie het echte geluk te vinden is.”

Geciteerd 2: Een gelovige ziet immers dat hij/zij altijd meer heeft ontvangen dan verloren. Is er geen geld of goed, dan weet hij/zij toch dat we een ons genadig God hebben; is zijn/haar lichaam zwak en ziek, dan weten we ons toch tot het eeuwige leven geroepen. Zó is het met andere aanvechtingen en bezwaren ook. Het mag gaan zoals onze lieve God het wil, dan heeft ons hart toch altijd de troost dat het maar een korte tijd duurt (1 Petrus 1 vers 6 vv). Daarna zal het beter met ons worden, en wel zoveel beter dat niemand ons (gelovigen) die vreugde zal ontnemen, want wij hebben in Christus een ons genadig God, Die ons in en door Christus (1) het eeuwige leven heeft geschonken.

(1) Lees de woorden van 1 Petrus 1 met die werkelijkheid voor ogen en dan m.n. zoals het geschreven staat in vers 3 en de verzen 20-23.

Bron citaat 1: RD Economie | Bezield leiderschap – ‘Goereese ondernemer stoort zich aan succesverhalen op LinkedIn’ – door Louis Seesing
Bron citaat 2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie 25 juli – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Door Hém geloven jullie in God, Die Hém uit de dood heeft opgewekt en Hém (nu al) laat delen in Zijn luister, zodat jullie geloof tevens hoop is op God (de Vader). Nu jullie gehoorzaam zijn aan de Waarheid, is jullie hart gelouterd en kunnen jullie oprecht van jullie broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief…’ (Uit 1 Petrus 1 uit vers 22)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kinderen van onze tijd, van de theologie of ‘kinderen van de Bijbel*’?

‘Ach HEER, het is toch het volk dat U toebehoort en dat U door Uw grote macht met opgeheven arm hebt bevrijd.‘ (Uit Deuteronomium 9 vers 29)

* Versta onder ‘de Bijbel’: Het Woord van God dat levend krachtig is door de Geest van Christus.

Opgemerkt 1: Bovenstaande vraag kwam in mij op tijdens de Woordverkondiging zondagmiddag (23 juli) waarin gezegd werd dat wij kinderen van onze tijd zijn en dat wij de Bijbel weer anders en met andere vragen lezen dan de generatie(s) voor ons. De voorgaande predikant illustreerde dat uit een boekje van ds. Henk de Jong (1932-2023) waarin bij de bespreking van Deuteronomium 7 t/m 9 (blijkbaar) geen enkel woord gewijd wordt aan de ‘door God bevolen genocide’.
De predikant citeerde in zijn preek ook professor Dawkins, die een nogal blasfemische opsomming geeft van de kwalijke karakter eigenschappen die God, volgens zijn manier van lezen van het OT, bezit. De predikant waagde het om ons deze blasfemische opsomming ook in z’n geheel vanaf de kansel te laten horen en daarmee toonde hij zich een kind van z’n/deze tijd…

Opgemerkt 2: Graag wil ik daarbij eerst maar eens opmerken dat het zeer goed mogelijk is dat ds. De Jong hiermee dan mogelijk toch niet zozeer een kind van zijn tijd bleek/blijkt en naar ik meen ook niet een kind van de (toenmalige) theologie, maar (hopelijk!) vooral toch een ‘kind van de Bijbel’. Want wanneer we de Bijbel – van jongs af aan – met grote eerbied hebben leren aanvaarden (mogen aanhoren en lezen) als het ons van God gegeven Woord, dan hebben we al lang voor het boek Deuteronomium begint (waarin dan van ‘genocide’ sprake zou zijn) gehoord – en met kinderlijk geloof aanvaardt – hoe het met de mensheid gesteld is en hoe God ondanks de mens/mensheid met en door ‘Zijn mensen’ (het volk van God) heen Zijn verlossingsplan gaat uitwerken.
We hebben gehoord hoe de mens na de val in een permanente strijd gezet wordt tegen de boze en het kwaad in de wereld en ook al vernomen waarom en hoe God een zeer hoogmoedig en gewelddadig geworden mensheid wel ‘moet’ laten ondergaan in de zondvloed (ze hadden zich niet bekeerd op Noach’s profetische prediking), waarbij alleen Noach met zijn gezin en dieren in de ark gered worden. We hebben ook al vernomen van de torenbouw te Babel en de spraakverwarring die God sticht en daarna van de roeping en het geloof van Abraham en de belofte voor zijn nageslacht, die uiteindelijk alle volken ten goede zal komen.
Ook hoorden we reeds van de slavernij in Egypte met alle bijbehorend kwaad waaronder het toenmalige Godsvolk te lijden had. Wanneer God Zijn reddingsplan gaat doorzetten, waarbij er door Zijn volk ook gestreden moet worden tegen andere volken en waarbij dan ook (nog meer) volken verdreven en omgebracht moeten worden (de Egyptische Farao en zijn legermacht waren toch al door God Zelf verdronken in de Rode Zee), dan is het niet nodig om dan óók in de verdere geschiedenis God niet God te laten zijn, o.a. door eenvoudig te aanvaarden wat Hij Zijn volk beveelt om met die andere volken te doen.
We hebben én God én ons mensen dan al zó leren kennen dat Deuteronomium 7 ons geen reden meer geeft om nog een heel verhaal op te gaan zetten over wat God o.i. wel en niet zou behoren te zeggen en (laten) doen m.b.t. het verdrijven en ombrengen van de zeven volken die leefden in het toenmalige Kanaän. We kunnen dan eenvoudig luisteren naar wat Gods Woord ons laat horen (onderwijst) over de redenen die God daartoe geeft in Deuteronomium 8 en 9 en daarover spreken met elkaar, wat de predikant in de betreffende dienst in het vervolg van zijn preek dan (gelukkig) ook ging doen.

Opgemerkt 3: Wanneer we de Bijbel (liefst) als een theologieboek lezen, waarbij we dan bij voorkeur allerlei verheven gedachten over God willen horen en verzamelen en formuleren, dan zal het juist wél nodig zijn om eerst (of nog weer) met een eigen verklaring te komen over hoe we dit Bijbelgedeelte (Deuteronomium 7) moeten inpassen in de door ons gedachte/bedachte theologie over een God, Die (natuurlijk) niets te maken kan en wil hebben met het kwaad in deze wereld en Die volgens ‘onze theologie’ alleen maar het goede wil en kan voortbrengen en doen. Maar dan gaan/zijn we toch echt bezig God een dienaar te maken van ‘zijne koninklijke hoogheid de (denkende/eigenwijze) mens’. Dat doet de wereld buiten de kerk al uit zichzelf en als vanzelf en die wil dan uiteindelijk God ook het liefst maar helemaal afschrijven als ‘onbruikbare dienaar van de mens’, terwijl de theologen graag hun best doen wat anders te bewijzen en dan maken ze verheffen ze de gelovige mens tot beste dienaar van (beste ‘eerbewijzer’ aan) God. Maar zo ziet de Bijbel de mens niet (1). Wie echter de stem van onze levende God heeft leren vernemen (verstaan) uit Gods Woord en daarmee ook Zijn liefde en genade voor ons mensen heeft leren zien en ondergaan, die stelt zich altijd weer op als eerbiedig luisteraar en zegt met de jonge Samuel: ‘Spreek Here, Uw dienaar hoort.‘ En dan valt er dagelijks en wekelijks altijd weer veel te leren – a.h.v. ‘elke bladzijde’ van Gods Woord (2) – over de grote liefde en genade en barmhartigheid van onze God, zoals die ons ‘in het laatst der dagen’ (3) ten volle geopenbaard zijn in en door ‘de Zoon’ (3) en hoe wij als gelovigen dat heerlijk en heilig Evangelie in praktijk zullen brengen tot heil voor onszelf én tot heil van onze naasten.
(1) Zie o.a. Psalm 50.
(2) Zie 2 Petrus 1 : 19-21 en 2 Timoteüs 3 : 16-17.
(3) Zie Hebreeën 1 : 1-2

Tot slot:
> Wij zullen net als de gelovigen uit het OT de Bijbel (Gods woorden) aanhoren met geloof, dat wil zeggen met een vast vertrouwen in het Woord van onze levende God. Het belangrijkste voor ons gelovigen van het NT (wij christenen) daarbij is dat wij de Bijbel niet anders meer zullen lezen en verstaan/verklaren dan vanuit de centrale Boodschap van het Evangelie: Jezus Christus en Die gekruisigd én weer opgestaan; Wiens dag wij met groot verlangen verwachten (zie Filippenzen 3 de verzen 20-21).
> De Bijbel (Gods Woord) moet zoveel in onze huizen en ‘Godshuizen’ (en liefst ook de scholen) ‘gehoord’ worden en het leven zo doortrekken dat wij en onze kinderen meer ‘kind zijn van de Bijbel’, dan ‘kind van onze tijd’ of ‘kind van de theologie’. Dat is zeker waar geweest vroeger bij ons thuis in mijn jeugd en het is toch zeker ook nog weer waar geweest in het (t)huis waarin onze kinderen opgroeiden. Maar duidelijk is dat er ook huizen en ‘Godshuizen’ (en scholen) zijn waar men meer ‘kind van de theologie’ is, dan dat men daar leeft als ‘vrije kinderen van het Woord’. En waar de televisie en de moderne media het vooral voor het zeggen hebben, daar kan het niet anders of ‘het kerkvolk’ gedraagt zich daar vooral als ‘kinderen van hun/deze tijd’ en dat blijft beslist niet zonder gevolgen! Dat zien we om ons heen.
> Waar Paulus de leden van de gemeente oproept om te profeteren en wel om daarmee de gemeente(n) op te bouwen, daar zullen we beslist moeten denken aan het lezen en be(s)preken van een gedeelte uit het Oude Testament (4), waarbij dat Bijbelgedeelte zo mogelijk dan ook betrokken zou worden op Christus en ook om het toe te passen op het samenleven van Christus’ gemeente in de wereld van die dagen. Dat was hard nodig omdat veel leden van de gemeente niet zelf het Oude Testament en of al delen van de evangeliën en brieven (delen van het Nieuwe Testament dus) in huis hadden. In feite was deze aanpak dus een voortzetting van de ‘Joodse aanpak’ in de synagogen. (zie hierbij o.a. Handelingen 18 : 1-11 en 17 : 1-15)
(4) Zie 1 Korintiërs 14 : 1, 24-25 en 36-40 en 1 Timoteüs 4 : 13-16, 2 Timoteüs 3 : 14-17 en Titus 3 : 8.

Zie ook ‘De enige Weg tot de Vader (I)‘

‘Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten‘
(Uit Filippensen 3 de verzen 20 en 21)

Bron afbeelding: Torah Family

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De enige Weg tot de Vader (1)

‘Jullie kennen Mij niet en ook Mijn Vader niet; als jullie Mij zouden kennen, dan zouden
jullie ook Mijn Vader kennen.’ (Uit Johannes 8 vers 19b – weergave DB 1545)

Geciteerd: In deze tekst wordt de hoogste aanvechting van het geloof beschreven. Ieder moet zich dus nauwgezet binden, gewennen en houden aan het Woord van de Heere Christus en deze Man niet uit het oog verliezen. Ik moet mijn ogen, verstand en alle zintuigen hier uitsluiten en wantrouwen en verder niets horen of zien dan alleen deze Man Jezus Christus. En ik moet zeggen: Ik wil van alle andere gedachten die mij kunnen invallen – hoe ik de Schepper van hemel en aarde zou kunnen zoeken of vinden, niets weten of horen. Die persoon zou dan iemand zijn die [in aanvechtingen] stand kon houden, die zou zeggen: Ik weet geen andere God aan te grijpen, te zoeken of te vinden dan alleen deze Christus.

Wie dat kan doen, die is vlees en bloed, wereld en duivel de baas. God heeft Zijn Zoon gezonden en hangt Hem aan uw hals en Hij zegt: Hoor Hem! Wie zich niet aan Hem houdt en Hem niet wil horen, die zal Mij niet vinden. Nu is dit een duivelse list en een grote dwaling waar alle sekten en scheuringen uit voortkomen. Namelijk dat ze alle van voornemen zijn, om níét naar het Woord van deze Man te luisteren. Ze willen met hun verstand iets anders bedenken en uitzoeken wat de wereld en God behaagt. Maar dit moet je niet doen! Laat prediken wie iets ander wil, en die andere wegen weet om tot God te komen. Je zult Hem daardoor niet vinden!”

[Maarten Luther: Wochenpredigten über Joh. 6 – 8 (21. Oktober 1531), WA 33, 555 ff]

Bron citaat: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan familie en vrienden? Er zijn geen kosten aan verbonden als iemand deze wekelijkse citaten zelf ook graag wil ontvangen.
Aan- en afmelden: Bij voorkeur via onderstaande e-mail: info@maartenluther-citaten.nl of via de homepage van www.maartenluther

Bron afbeelding: SlideShare (Can I Trust The Bible)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Heel de wereld ziet het…’ (??)

‘Bespaar me het geluid van jullie liederen…‘
(Uit Amos 5 uit vers 23)

Opgemerkt 1: Vanochtend was in onze samenkomst/dienst het thema slavernij aan de orde (en daarbij werd gelezen uit Jesaja 58 en Amos 5 de verzen 21-24) en aan het slot van de dienst zongen wij ‘In de naam van de Vader’ (Opwekking 750) en daarin klinkt herhaald de strofe: ‘God maakt vrij’ en ook ‘Heel de wereld ziet het’.
Maar is dat werkelijk door heel de wereld (inclusief ‘onszelf’ en de engelen waarvan ook sprake is in het lied) aan en in onze gemeenten en kerken en aan ons gemeente-/kerkleden te zien dat God – ons/ons leven! – vrij maakt?
Laat ik hieronder twee punten noemen waardoor de vrijheid waarin het Evangelie (Gods Woord) ons zet, en als dat niet zo is ons alsnog zetten wil, helemaal nog niet zo duidelijk in het gemeentelijk en kerkelijk (samen)leven te zien is.

Punt 1: Het verplichten van gemeenteleden om ‘de tienden’ te laten afdragen aan de ‘gemeentelijke kas(sen)’, dus in handen te geven van de ‘kerkleiders’ ter plaatse. Of is het toch meer naar Gods Woord om de leden van de gemeente thuis (biddend om liefde en wijsheid!) in alle vrijheid te laten beslissen hoeveel (welk percentage) ze willen bijdragen aan de ‘gemeentelijke kas(sen)’ en hoeveel ze zullen bijdragen aan ander werk dat bijdraagt aan de verbreiding van het Evangelie (aan het zoeken van Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid). In die vrijheid mogen – nee, behoren! – (NT) Christenen te staan!

Punt 2: Het ‘optuigen’ van de samenkomsten/diensten van een gemeente, zoals tegenwoordig op veel plaatsen gebeurd, waardoor (bijvoorbeeld) het combo ons wekelijks kan vergasten op één of meer nieuwe (opwekkings)liederen, die zij zelf(s) dán al (direct) – het liefst uit volle borst – kunnen voorzingen. Is dat werkelijk iets waar God Zijn zegen aan wil verbinden, of ziet Hij toch liever dat een gemeente Zijn Woord niet alleen leert (na)spreken, maar ook (na)zingen en dat mee door het herhaald zingen van juist ook de Psalmen. Wanneer dat dan ook ‘kerkelijk breed’ blijft (of weer gaat) gebeuren, dán geef je daarmee de gemeente(n) – jongeren en ouderen! – een gezamenlijk gekende (en door velen goed te zingen) ‘erfenis’ mee uit Gods Woord en een heel aantal mensen van de gemeente bespaar je daarmee dan ook nog eens heel wat tijd en energie: niet alleen de leden van het combo, maar ook jong en oud – thuis of op school – van wie toch verwacht wordt dat ze die liederen mee kunnen/leren zingen. Tijd en energie en geld(!) waarvan gezegd kan worden dat ze ook (en beter) besteed kunnen worden aan (andere) zaken en activiteiten die bijdragen aan de opbouw en uitbouw van Gods koninkrijk en (dus) het heil van onze naasten – al was het bijv. maar omdat er dan meer tijd beschikbaar blijft voor het samenleven thuis (in huwelijk en gezin) en/of met (eenzame of zieke) broeders en zusters.

Aanvullend: We zingen ook wel opwekkingsliederen die God (en de engelen) ronduit beledigend* in de oren moeten klinken. We zingen dan met woorden die aangeven dat wij (als gemeente) helemaal klaar zijn voor een opwekking in ons land – we leggen daarvoor zelfs ‘alles aan Gods voeten neer’, als een Ananias en Saffira (Handelingen 5 : 1-11) – en vragen vrolijk zingend of de Geest maar weer wil gaan waaien in en door ons land… Blijkbaar neemt de dichter van zo’n lied en degenen die zo’n lied ook in de mond willen nemen aan dat God het prachtig vindt dat wij zondag aan zondag Hem onze liederen van ‘goede wille’ laten horen, ook al maken we er door-de-weeks niet of nauwelijks praktijk van… En blijkbaar zitten die dichters en zangers daar helemaal niet/nooit over in de rats, dat de gezongen woorden en door-de-weekse daden nauwelijks of (geheel) niet in overeenstemming zijn met elkaar…

>> Leestip: Jesaja 59

* Een voorbeeld van zo’n lied waarbij God opgeroepen wordt om (weer) aan het werk te gaan is ‘Bouw Uw koninkrijk‘ (Opwekking 769)

Bron afbeelding: SlideShare

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ‘het zaad van de vrouw’…

‘Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare…’
(Uit Genesis 3 uit vers 15)

Geciteerd 1: Maar het belangrijkste aanknopingspunt vinden we in de Tenach zelf: het verbond van God is met Abraham en Sara beiden. De aartsmoeder is niet tweederangs. Dat geldt ook voor Rebekka en Lea. Het gaat om hun kinderen. Het jodendom heeft dus naast een religieuze ook een etnische component.

Opgemerkt 1: Moeten we niet zeggen de vrouw is zelfs eersterangs! En dat blijkt steeds weer in het Oude Testament en direct ook weer aan het begin van het Nieuwe Testament! Dat Abraham de vader van alle gelovigen genoemd wordt, dat elimineert juist zijn fysieke rol. Isaak was een zoon van de belofte!

Geciteerd 2: Jezus was een Jood, want dat lezen we in de evangeliën. Maar zo simpel ligt die verklaring niet. Allereerst heeft de kerk zelf besloten welke evangeliën leidend zijn, dus welke tot de canon horen. Er is nog een rijtje andere evangeliën dan ‘de grote vier’. Maar ook is het zo dat de vier evangeliën zoals die in het Nieuwe Testament terecht zijn gekomen enorm verschillen. Ze hebben elk hun eigen uitgangspunt en hun eigen theologie, en zijn geschreven met eigen ideeën over Jezus in het achterhoofd.

Opgemerkt 2: Opvallend is dat hier het werk van de heilige Geest helemaal niet genoemd en beleden wordt, terwijl Hij toch, zowel bij het ontstaan van het Oude Testament als bij die van het Nieuwe Testament, en ook bij het werk dat leidde tot de canon-vorming binnen de gemeenten van Jezus Christus, de leiding had. Dat liet Hij niet aan mensenwijsheid over en degenen die een bijdrage hebben geleverd waren nederig (genoeg) gemaakt door Hem om het niet van eigen wijsheid en kunde te verwachten. Dankzij de Heilige Geest is er in de Schrift(en) een eenheid die niet gebroken kan worden – zie hierbij de woorden van onze Heer in Johannes 10 de verzen 34-35!

Geciteerd 3: Was het in de oude tijden niet precies zo als nu? (…) Sterke en wijze mannen en knappe (mooie) vrouwen, hoogstaande mensen (en die vind je veel onder de Joden!), zullen de verlossing brengen. Niet God, maar het ‘zaad’ van de mensen zal door de weg van evolutie de verlossing brengen.’ (…) Naar de profetie van de Schrift zal de antithese steeds meer de geesten gaan beheersen en zullen de gelovigen – als destijds Henoch (zie Judas 1 vers 14) – vervolgd worden. Men zal ze straks boycotten – zie Openbaring 13 vers 17. (…) Het evolutie-geloof is de kracht van de gevallen mens, die ongebroken (1) voor God staat. Het is de kracht van de onboetvaardige wereld. (…) Ja, het zaad van de vrouw zal volkomen verlossen. Maar niet in de zin van de evolutie. (zie Galaten 4 vers 4!)

(1) En met die ‘ongebroken’ mensen (2) – juist ook in ‘de kerk’ (onder ‘het Godsvolk’) werd onze Heer geconfronteerd. Daarop focust de Heilige Geest (!) in het evangelie naar Johannes en daarover lezen we ook weer in Johannes 10 en dat m.n. ook weer in de verzen 22-42.
(2) Zie Psalm 51, Matteüs 5 : 3-10 en Lukas 18 : 9-14.

Bron citaten 1-2: protestantsekerk-nl/verdieping – ‘De Joodse wortels van Jezus’ – door dr. Piet van Midden (emeritus predikant en docent Hebreeuws aan de Universiteit van Tilburg)
Bron citaten 3: Boek – ‘Eva’s dochters’ (1926) – door A. Janse (1890-1960)

‘Geliefde broeders en zusters, dit is al de tweede brief die ik jullie schrijf. Met beide wil ik jullie tot een helder inzicht brengen, en wel door jullie te herinneren aan de woorden die de heilige profeten destijds hebben gesproken en aan het gebod van onze Heer en Redder, dat jullie apostelen jullie hebben doorgegeven.‘ (…) ‘… wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont.‘ (Uit 2 Petrus 3 uit de verzen 1-18 de verzen 1-2 en 13)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Met Christus omkleed? Geen dekmantel(s)* meer nodig!

‘Want wij zondigen allen menigmaal. Wie echter (zelfs) ook in woorden niet zondigt, die is (nu reeds) een volmaakt mens, en kan ook het hele lichaam in toom houden.’ (Uit Jakobus 3 vers 2)

Geciteerd: Als ik nog dagelijks zondig (1), dan is dat toch niet goed te praten? Ik antwoord: Ja, dat is waar. Ik ben en blijf toch een zondaar en doe onrecht. Maar daarom niet gewanhoopt of in de hel gelopen of voor de wet gevlucht. Want ik heb nog (bezit reeds!) een rechtvaardigheid, die de rechtvaardigheid van de wet te boven gaat. Daardoor grijp ik Christus aan, Die mij (reeds) gegrepen heeft. Ik houd mij vast aan Hem, Die mij heeft omvangen (omkleed – zie Galaten 3 vers 27) in en door de Doop, Die mij in Zijn schoot heeft gedragen en mij door het Evangelie heeft geroepen tot Zijn gemeenschap en tot de gemeenschap van al Zijn goederen (1 Korintiërs 1 vers 9, Handelingen 20 vers 27). Hij zegt mij (ons allen) in Hem te geloven.
Waar Hij is daar moeten nu gauw alle Farizeeën en Mozes met zijn stenen tafels van de wet (2), en alle wetgeleerden met hun boeken, en alle mensen met hun goede werken (waarmee ze graag flaneren, tot op de kansels toe!) stilzwijgen en opzij gaan. Want er is geen wet meer die recht heeft mij aan te klagen of iets van mij te eisen, hoewel ik de wet niet heb gehouden of ook niet kan houden. Want in Christus heb ik alles rijk en overvloedig wat mij mankeert en ontbreekt. Denk er nu echter wel om dat Petrus ons allen ernstig vermaant in 1 Petrus 2 (vers 16): ‘Als vrijen, maar niet alsof u de vrijheid zou hebben als dekmantel van de ongerechtigheid, maar als dienstknechten van God.’ (3,4)
* Ook geen indrukwekkende gewaden (of zwarte pakken) en idem dito hoofddeksels!

(1) Zie Heidelbergse Catechismus Zondag 5 vraag en antwoord 13 (en de tekstverwijzingen!)
(2) Zie Johannes 1 : 17.
(3) Zie hierbij ook Galaten 5 : 13-18.
(4) Volgens Paulus woorden in 2 Korintiërs 4 : 1-6 kan zelfs de Evangelie verkondiging nog gebruikt worden als dekmantel voor het behalen van allerlei doelstellingen, die helemaal niet stroken met het Evangelie. Denk bijv. aan de opstelling van de Russisch Orthodoxe kerk in het huidige Rusland.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie 27 juli – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘En omdat jullie Christus toebehoren, zijn jullie nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.‘ (Uit Galaten 3 vers 29)

‘Hij is de HEER, onze God,
Zijn besluiten gelden over de hele aarde.
Tot in eeuwigheid zal Hij gedenken
Zijn belofte aan duizend geslachten,
het verbond dat Hij sloot met Abraham
en voor Isaak bevestigde met een eed.’
(Uit Psalm 105 de verzen 7-9)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Helaas, toch een kerkelijk top-down* gebeuren…

‘Ik had besloten jullie geen andere kennis (bij) te brengen dan die van Christus en Die gekruisigd.‘ (Uit 1 Korintiërs 2 vers 2)

Geciteerd 1a: Mink de Vries ziet grote overeenkomsten tussen de hervormingen die paus Franciscus met het synodale proces in gang zette en de Moderne Devotie-hervormingen van Geert Grote. ‘Net als paus Franciscus geloofde en droomde Geert Grote van een andere kerk.’**
Geciteerd 1b: In de tijd van Geert Grote groeide bij veel gelovigen het besef dat verandering van de Kerk uit henzelf moest komen. Alleen innerlijke omkeer gekoppeld aan een sterke maatschappelijke betrokkenheid (werken van barmhartigheid) konden de Kerk veranderen. Zo ontstond de Moderne Devotie, die ook wel vernieuwde innigheid of hedendaagse toewijding wordt genoemd.
Het synodale proces, het samen op weg gaan, vraagt erom te beginnen bij het volk, bij de gemeenschap, net als bij Geert Grote en de Moderne Devotie. ‘Het horen en raadplegen van Gods Volk, van de geloofsgemeenschappen wereldwijd.’ Deze eerste stap van het synodale proces is intussen gezet, met wereldwijd een vruchtbare opbrengst.

Opgemerkt 1: De Reformatie was niet een beweging die ontstond uit het verlangen en het werk van één of meer mensen (Maarten Luther of vanuit een kerkelijke beweging) maar uit de door God gewerkte herontdekking van de Bijbelse verkondiging en leer van ‘Jezus en Die gekruisigd’! En die boodschap vond weer ingang bij veel mensen.

Geciteerd 2a: Luther heeft de gewetensnood beleefd en de onzekerheid gekend niet eens dát gepresteerd te hebben wat men met recht van ieder kan verlangen wanneer men zich er maar voor inspant. Zijn (gevonden) antwoord is echter typisch reformatorisch (d.w.z. zuiver naar Gods Woord!): angsten die voortkomen uit aanvechtingen, worden niet minder door geringere prestaties te eisen. Zekerheid geeft enkel en alleen God Zelf. Zijn ‘prestatie’ aan het kruis geldt voor alle mensen en zijn belofte wankelt niet.
Geciteerd 2b: Alle aanvallen van de duivel richten zich op dit fundament van het geloof dat heilszekerheid geeft. Alle aanvechtingen, van welke aard ze ook zijn, proberen twijfel te zaaien aan de trouw van God. Op geheel eigen wijze voelt Luther zich in beslag genomen door deze kritische vraag, en dan niet alleen als angstige monnik, maar ook als academisch leraar en ‘Reformator’. Hoewel hij zichzelf nooit Reformator heeft genoemd en zich ook niet als zodanig gezien heeft – alleen Christus Zelf is Reformator en pas de jongste dag zal ‘Reformatie’ brengen -, blijft toch het feit bestaan, dat door hem (heen God) ‘de zaak begonnen is’ en het Evangelie opnieuw ontdekt werd. Hij ziet zichzelf (echter) slecht als een instrument van God en kan zich daarom ‘profeet’ of ‘evangelist’ noemen.
Geciteerd 2c: De ontdekking dat alleen die mens voor God waarlijk rechtvaardig is die uit genade leeft, gaat gepaard met de herwaardering van de aanvechting. In twee opzichten wordt die herwaardering duidelijk: aanvechtingen zijn geen ziekten en er zijn dus geen geneesmiddelen om aan de kwaal een einde te maken. Aanvechtingen behoren veeleer tot de typerende levensvoorwaarden van alle Christenen. Alleen het vaste geloof in Gods onveranderbare belofte maakt het mogelijk aanvechtingen te weerstaan – niet te overwinnen. (1) De wet van God toont afschrikwekkend duidelijk aan hoever het met de mens gekomen is. Iedereen wordt radicaal als onwaardig ontmaskerd (zie ook de eerste drie hoofdstukken van de brief aan de Romeinen). De wet van God, dat is voor de duivel het onomstotelijke bewijs: geen heil! Pas nu wordt duidelijk dat er voor de mens geen andere toevlucht is dan dat hij zijn toevlucht neemt tot de barmhartigheid van God.
(1) Maar we hebben een levende Heer en wanneer we Zijn Woord horen of spreken, dan is er troost en ook dikwijls ‘genezing’. (zie o.a. Psalm 37 vers 23-24 en Spreuken 24 vers 16).

Opgemerkt 2: Wat de kerken van vandaag nodig hebben is terugkeer naar de eenvoudige prediking van het Woord en de bediening van Doop en Avondmaal zoals Maarten Luther dat in praktijk heeft gebracht in de kerk (te Wittenberg) waar hij zelf voorganger was. En van die verkondiging van het Woord en bediening van de sacramenten mogen wij vrucht verwachten omdat de Geest Zelf naar Zijn belofte aanwezig is waar mensen samenkomen in de Naam van hun Heer en Heiland. Ook/Wel hebben wij veel reden om veel bescheidener te spreken over wat er op kerkelijk gebied en daarbuiten (later) allemaal nog aan (meer) goeds bereikt is (zou zijn) door de Reformatie (hervorming) van de kerk in de 16e eeuw.
Opgemerkt 3: Wie meent dat de werken der barmhartigheid (waar de RK beter in zou zijn geweest en nu nog weer zou kunnen worden dankzij het ‘synodale proces’ in de huidige RK) door de ‘Lutherreformatie’ nog altijd gevaar lopen, die wil ik aanraden om in het Bijbels dagboek ‘Vertroost elkaar met deze woorden – dagboek over belofte en troost’ de meditaties ‘Geloof, hoop en liefde (1 t/m 14 – 4 t/m 17 juli) te lezen en dan m.n. 9 t/m 14 over de liefde.

* Geheel naar de aard en het wezen van de Rooms Katholieke kerk!
** Hoe anders Maarten Luther: die geloofde en verkondigde (ons) weer ‘Jezus Christus, en Die gekruisigd.’

Bron citaaten 1a-b: Opinie & columns – ‘Wat de Moderne Devotie en het synodale proces van paus Franciscus met elkaar te maken hebben’ – Mink de Vries • coördinator Actuele Moderne Devotie Beweging Nederland
Bron citaten 2a-c: Bron citaat: ‘Maarten Luther – mens tussen God en duivel’ – Hoofdstuk VI – ‘De aangevochten Reformator’ – door Heiko A. Oberman (1930-2001)

‘Maar nu het geloof gekomen is, staan we niet langer onder toezicht, want door het geloof en in Jezus Christus zijn jullie allen kinderen van God. Jullie allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebben jullie met Christus omkleed. En omdat jullie Christus toebehoren, zijn jullie nakomelingen van Abraham, erfgenamen van de belofte.‘ (Uit Galaten 3 de verzen 25-29)

Bron afbeelding: Parochie Heilige Geest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie