‘Driemaal is scheepsrecht’?

‘Jezus zei: ‘Kom achter Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken!’’
(Uit Mattheüs 4 vers 19)

Opgemerkt 1: Driemaal gaat het mis met de mens/mensheid! De eerste keer gebeurde dat in het paradijs, maar toch mag de mensheid dan de aarde gaan bewonen en bewerken. Maar het blijkt al dat niet de ‘sterke’ mens (Kaïn), die de aarde in cultuur kan en gaat brengen, maar dat de zwakke Abel (briesje, ademtocht) de gunst van God geniet en de zegen ontvangt bij het offer dat hij brengt. De mens begint de aarde te ‘veroveren’ maar het wordt een wereld van geweld. Alleen Noach vindt genade bij God en mag Zijn profeet zijn. Dan mag na de zondvloed de mens opnieuw de aarde gaan bewerken en in bezit nemen met de zegen van God, maar opnieuw blijkt de mens dat niet te willen en kunnen: de torenbouw van Babel kan nu alleen nog gestopt worden door de spraakverwarring die God zendt.
En dan neemt God – nadat het 3x is misgelopen met de mensheid* – helemaal Zelf de zaak ter hand en dat door de roeping van Abraham en Sarah en die krijgen niet een ‘perfecte natuurlijke zoon’ om ‘het cultuurmandaat’ eindelijk toch in praktijk te gaan brengen onder Gods zegen, maar het volk Israël wordt Gods dienende – niet heersende! – (en lijdende) knecht in deze wereld en mag mee helpen om Gods Zoon (de tweede Adam) in deze wereld geboren te laten worden. En ook Hij kwam niet om te heersen en om het Godsvolk onder Gods zegen alsnog ‘het cultuurmandaat’ in praktijk te laten brengen, maar om Zijn volgelingen vissers van mensen te maken. Dienaren van het komende Koninkrijk van God. En zij moeten erop uit de wereldzeeën op, niet met trotse schepen met het opschrift ‘Christianity rules the waves’, om de wereld te ‘veroveren’ en daarover te heersen, maar met kleine vissersscheepjes (met de kruisvlag hoog in top) of als passagiers op handelsschepen om hun dienende taak te volvoeren en de mensen – die zich laten dopen en lid werden/worden van een gemeente van Jezus Christus – te leren hoe zij – in navolging van hun aller Meester – hun dienende taak in ‘kerk en wereld’ in praktijk hebben te brengen.

Opgemerkt 2: Het voortbestaan en de groei van Christus gemeente zal (daarom) hier op aarde niet bestaan uit (vooral) kinderen verwekken en opvoeden in/door christelijke gezinnen, maar door de verkondiging en toepassing van het Evangelie met Woord en daad. Hoe wij de opdracht ‘zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid’ in praktijk zullen brengen (jong en oud), zal een zaak zijn van gebed en leven bij Gods Woord. En dat dit (nu) werkelijk zo ligt voor wie volgelingen van Jezus Christus zijn geworden, dat kunnen we o.a. begrijpen uit de woorden van onze Heer in Matteüs 19 vers 12 maar ook uit woorden van Paulus zoals die te lezen zijn in 1 Korintiërs 7.

Opgemerkt slot: Goed, het is hier allemaal in wat kort bestek, maar Gods Woord is hierover zo duidelijk, dat we ons verbazen zullen (moeten!) dat wij christenen het al zo lang niet goed (meer) begrepen hebben! We leven in een gevloekte wereld en de zuchtende schepping wacht met reikhalzend verlangen op het openbaar worden van de kinderen Gods bij de wederkomst van onze Heer. En tot die tijd mogen wij weten dat onze Heer gezeten is aan de rechterhand van God en dat Hém alle macht gegeven is in hemel en op aarde en dat Zijn kinderen zich tot de Wederkomst zich niet vergeefs inzetten voor de verbreiding van Zijn Koninkrijk. Of dat nu gebeurd in huwelijk- en gezinsverband of juist niet.

* Driemaal is scheepsrecht betekent meestal: ‘als iets twee keer niet gelukt is, lukt het de derde keer vast wél’. Je kunt het ook gebruiken als je iets voor de derde keer probeert, dus min of meer als ‘ik probeer het nog één keer’.

NB. Dus christenen zullen zich juist bij uitstek inzetten voor de zwakken en zorgbehoevenden (zie ook Handelingen 20 vers 35). Dat is dus niet een soort ‘neventaak’ naast het ten uitvoer brengen van het ‘cultuurmandaat’ (zoals het toch min of meer zo gezegd werd tijdens de Woordverkondiging).

Leestips: Matteüs 19+20 (geheel) en 1 Korintiërs 7 (geheel).

N.a.v. Woordverkondiging zondagmiddag 16 juli 2023 in NGK ‘De Burcht’ in Barneveld.

‘Een ongetrouwde man draagt zorg voor de zaak van de Heer en wil de Heer behagen. Een getrouwde man draagt zorg voor aardse zaken en wil zijn vrouw behagen, dus zijn aandacht is (noodzakelijkerwijs, het is dus beslist niet verkeerd!) verdeeld. Een ongetrouwde vrouw en een meisje dat nog niet getrouwd is, dragen zorg voor de zaak van de Heer, en wel zo dat ze God met heel hun lichaam en geest God toegewijd zijn (zou dat ongetrouwde vrouwen nog beter afgaan dan mannen?). Maar een getrouwde vrouw draagt zorg voor aardse zaken en wil haar man behagen. Ik zeg dit in uw eigen belang, niet om u aan banden te leggen, maar om jullie tot onberispelijk gedrag (en daar hoort ook het elkaar behagen van man en vrouw bij, zie o.a. de verzen 2-7) en tot onverminderde toewijding (in de gegeven omstandigheden!) aan de Heer te brengen.’ (Uit 1 Korintiërs 7 uit de verzen 32-35)

Bron afbeelding: Scripture Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Is ons leven en onze kerkgang toerisme geworden?

‘Verheugd was ik toen ik hoorde:
“Wij gaan naar het huis van de HEER,”…‘
(Uit Psalm 122 vers 1)

Geciteerd 1: Van Dale omschrijft de ‘toerist’ als iemand die reist ter ontspanning, liefst in een voor hem ‘vreemd gebied’, meestal met het doel ‘verschillende bezienswaardige of bekende plaatsen te bezoeken’. De hang naar geschiedenis klinkt er nog wel in door, maar de ontspanning staat voorop. De ‘reiziger’ is ernstiger, die moet ergens heen – voor een opdracht of handelsmissie. De reiziger legt een afstand af, de toerist legt vooral zijn dagelijkse beslommeringen af.

Geciteerd 2: Veel andere toeristenwoorden – van ‘toeristenklasse’ tot ‘toeristenmenu’ en van ‘toeristentarief’ tot ‘toeristenstroom’ – wekken associaties met massaliteit, karakterloosheid en slechte smaak.

‘… machtige naties zullen zeggen:
“Laten we optrekken naar de berg van de HEER,
naar de tempel van Jakobs God.
Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen,
en wij zullen Zijn paden bewandelen.”
Vanaf de Sion klinkt onderricht,
vanuit Jeruzalem spreekt de HEER.
Hij zal rechtspreken tussen de volken,
over machtige naties een oordeel vellen.
Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk,
geen mens zal meer weten wat oorlog is.
Nakomelingen van Jakob, kom mee,
laten we leven in het licht van de HEER.’
(Uit Jesaja 2 uit de verzen 1-5)

‘Zie uit naar de HEER en Zijn macht,
zoek voortdurend Zijn nabijheid.
Gedenk de wonderen die Hij heeft gedaan,
de oordelen die Hij heeft uitgesproken,
nageslacht van Abraham, Zijn dienaar,
kinderen van Jakob, door Hem verkozen…’
(Uit Psalm 105, de verzen 4-6)

Leestip: Psalm 105.

Bron citaten: Filosofie Magazine – ‘Wie veel reist, wordt geen interessanter mens’ – door Marc van Dijk

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat de liefde vermag…

‘Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.‘ (Uit 1 Korintiërs 13 vers 13)

Geciteerd 1: Laten christenen, die nu door het geloof vroom en rechtvaardig zijn, op niets anders méér acht geven dan op de liefde tot de naaste! Paulus zegt dat de liefde de vervulling is van Gods geboden. Zoals hij het in de brief aan de Romeinen op deze manier zegt: ‘Wees niemand iets schuldig, dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, die heeft de wet vervuld. Want dat er gezegd is: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, gij zult niet begeren – en als er enig gebod meer is – dat wordt in dit woord begrepen: Jullie zullen je naaste liefhebben als jezelf. De liefde doet de naaste geen kwaad: dus dan is de liefde de vervulling van de wet‘ (Uit Romeinen 13 de verzen 8-10)
Daarom heeft de Heere Christus Zijn jongeren en ons allen niets zo hoog en ernstig bevolen, als juist dat wij elkaar zullen liefhebben. Want dit is het enige merkteken, waarbij (waaraan) men de christenen (her)kent: dat ze elkaar liefhebben en de één de ander trouw en liefde betoont. Zoals Hij zegt in Johannes 13 (vers 34 vv): ‘Een nieuw gebod geef ik jullie, dat jullie elkaar liefhebben, zoals ik jullie heb liefgehad. Daaraan zal iedereen bekennen dat jullie jongeren van Mij zijn, als jullie liefde hebben onder elkaar.’
[Maarten Luther: Stephanus Roth Festpostille 1527, WA 17.2, 271 ff]

Geciteerd 2: Wat geloven jullie met deze woorden: ‘Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en van de aarde’? Antwoord: Dat de eeuwige Vader van onze Heer Jezus Christus, Die hemel en aarde met al wat erin is, uit het niets geschapen heeft, Die ook door Zijn eeuwige Raad en voorzienigheid deze nog onderhoudt en regeert, om Zijns Zoon Christus’ wil mijn God en Mijn Vader is, Op Wie ik zó vertrouw, dat ik niet twijfel, of Hij zal in alles wat ik nodig heb en mij overkomt voor mij zorgen, en ook al het kwaad dat Hij mij in deze wereld vol lijden toeschikt, mij ten goede keren (tot zegen doen strekken); en wel omdat Hij dat doen kan als een almachtig God en ook doen wil als een getrouw en liefhebbend Vader.

Geciteerd 3: Wat hebben wij eraan, dat wij weten dat God alles geschapen heeft en nog door Zijn voorzienigheid onderhoudt? Antwoord: Dat wij in alle tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar zullen zijn, en in alles wat ons nog overkomen kan een vast vertrouwen hebben op onze liefhebbende God en Vader, gelovende dat ons geen schepsel (ook de boze niet!) van Zijn liefde in Christus scheiden kan en zal, aangezien alle schepselen zo in Zijn hand zijn, dat ze zich tegen Zijn wil nog roeren nog bewegen kunnen (ook maar iets kunnen uitrichten).

Opgemerkt: Heeft onze Heer niet uit gelovige liefde en een vast vertrouwen op Zijn hemelse Vader ons liefgehad tot het einde en alle pijn en smarten die dat met zich meebracht gedragen en verdragen! Laten we Hem dan navolgen in Zijn geloof en liefde!

Bron citaat 1: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie van 15 juli – Den Hertog uitgeverij (2022)
Bron citaten 2-3: De Heidelbergse Catechismus – Zondag 9 en 10 (vraag en antwoord 26 en 28)

‘En vóór het Paasfeest, toen Jezus wist, dat zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader, heeft Hij de zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde.‘ (Uit Johannes 13 de verzen 1-17, vers 1)

Bron afbeelding: Mount Lebanon Lutheran

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘De kerk’ heeft genoeg aan molenaarsgilde, molens en dijken…

‘Neem als richtsnoer de heilzame woorden die je van mij hebt gehoord, houd vast aan het geloof en de liefde die in Christus Jezus zijn. Bewaar door de heilige Geest, die in ons woont, het goede dat je is toevertrouwd.‘ (Uit 2 Timoteus 1 de verzen 13-14)

Geciteerd: Het Ambachtelijk Korenmolenaars Gilde (AKG) is een gilde, waarin momenteel een 40-tal molenaarsbedrijven in heel Nederland zijn verenigd. Tot de doelstellingen van het AKG behoren onder andere het bevorderen en produceren van gezonde voeding en het doen voortleven van het korenmolenaarsambacht passend binnen de huidige maatstaven.
Zoals de naam al doet vermoeden, werkt het AKG volgens het oude gilde-systeem. De meeste molenaars beginnen als leerling bij een bestaand AKG-bedrijf of als aspirant-lid als ze een nieuw molenbedrijf willen starten.

Als de leerling of het aspirant-lid na verloop van tijd voldoende kennis en kunde van het molenbedrijf heeft opgedaan en er aan de overige gestelde voorwaarden wordt voldaan, kan de volgende fase worden ingegaan door een ‘proeve van bekwaamheid’ af te leggen. De kandidaat wordt dan geballoteerd als Gezel door een aantal Meester- en Gezel-molenaars. De molenaar en het maalbedrijf worden dan tegen vastgestelde criteria getoetst, zoals bijvoorbeeld productkwaliteit en hygiëne.

Een enkele Gezel krijgt het ambacht uiteindelijk zo goed onder de knie dat hij uitgenodigd wordt om op zijn molen de ‘Meesterproef’ af mag leggen , waarna hij zich Meester mag noemen !
Op deze manier borgt het AKG dat de aangesloten molenaars, gewapend met een gedegen vakkennis, het molenaarsambacht op een verantwoorde wijze kunnen uitoefenen en werken volgens de hygiënecode voor korenmolens. Door toepassing van het gilde-systeem wordt ook geborgd dat het ambacht ‘levend’ blijft en wordt doorgegeven aan volgende generaties molenaars.

Binnen het AKG zijn een flink aantal beroepsmolenaars aangesloten, maar er zijn ook een aantal molenaars die meer hobbymatig, maar op professionele wijze, kwaliteitsproducten fabriceren met hun molens. Zowel kwaliteit als voedselveiligheid, alsook kennisoverdracht staan immers hoog in het vaandel van het AKG. En juist dat maakt het voor molenaars die serieus met hun vak bezig zijn aantrekkelijk om zich bij het AKG aan te sluiten.

Opgemerkt 1: Kunnen we hier niet een vergelijk trekken met hoe onze Heer en de apostelen gewerkt hebben m.b.t. het inwerken en opleiden van medewerkers die zij bekwaam wilden maken tot het ambt van ‘voorganger’ in de gemeenten?
Opgemerkt 2: We kunnen bij windmolens voor het wegmalen van het teveel (‘overvloed’) aan water in de polders of voor het malen van koren tot bruikbaar meel denken aan de christelijke gemeenten.
Opgemerkt 3: Bij dijken kunnen we denken aan de kerkelijke belijdenisgeschriften. Die moeten wel voortdurend bewaakt en onderhouden worden en ook daar is ‘vakkennis’ voor nodig. Denk aan wat ouderlingen kunnen betekenen in een gemeente, o.a. t.a.v. het ‘bewaken’ van de Woordverkondiging. Toch zullen dijkdoorbraken nooit helemaal te voorkomen zijn en daar zullen we mee moeten leren leven. We zullen i.e.g. geen kunstige ‘deltawerken’ beginnen ter bescherming van de gemeenten van onze Heer Jezus Christus, dat hebben ze/we echt niet nodig en het wordt ook zeker niet van ons gevraagd!

Zie ook: ‘‘Kerncentrales’ bouwen of leven van ‘Windenergie’…‘

Bron citaten: molenaarsgilde-nl – ‘Ambachtelijk Korenmolenaarsgilde

Bron afbeelding: Ambachtelijk Korenmolenaars Gilde (AKG)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Kerncentrales’ bouwen of leven van ‘Windenergie’…

‘Toch woont de Allerhoogste niet in een huis dat door mensenhanden is gemaakt, zoals de profeet zegt: “De hemel is Mijn troon, de aarde Mijn voetenbank. Hoe zouden jullie dan een huis voor Mij kunnen bouwen – zegt de Heer”…’ (Uit Handelingen 7 uit de verzen 48-49)

Geciteerd 1: Middeleeuwse godshuizen boeien miniatuurbouwer Chris van der Sman (88). „De mensen moeten toen wel diep overtuigd zijn geweest van hun geloof om zulke mooie kerken te maken.” De Nootdorper is van huis uit rooms-katholiek. „In mijn jeugd vond ik de kerk erg dictatoriaal: dit mocht niet en dat moest. Ik ben er toen uitgegroeid. Nu heb ik niks meer met de kerk. Maar door die kerken in de achtertuin zou je me toch de trouwste kerkganger van de Randstad kunnen noemen.”

Opgemerkt 1: Denk eerder dat de bouwers ervan – net als huidige machthebbers met hun megalomane bouwprojecten! – beseften hoeveel indruk ze hiermee konden maken op de eenvoudige leken, die het Woord van God niet meer te horen kregen, maar wel mochten meehelpen om dergelijke bouwwerken en het hele religieuze circus wat zich daarin en daaromheen afspeelde mee te helpen voortbestaan, ook financieel. De eenvoudige liefde tot God, zoals die vooral toch tot uiting zal komen in de liefde tot de naasten – toch de hoofdsom/hoofdzaak van de wet en de profeten -, die viel er niet meer in alle eenvoud en goed verstaanbaar voor allen te horen. Een enorme overwinning van de boze op de ‘christelijke kerk’ (de gemeenten van Jezus Christus) in deze wereld. Later kwam daar de theologie voor in plaats. De predikanten hadden boekenkasten vol met boeken over de theologie en dogmatiek en de gewone kerkleden legden ieder dubbeltje opzij om de beste theologen op hun universiteiten te bekostigen en op hoogtij dagen mocht men een bezoekje brengen aan deze ‘kerncentrales’ van de kerk(en).

Opgemerkt 2: Men kan in de kerk enorm onder de indruk raken door wat de mens (!) met een stenen gebouw, zoals een kathedraal, kan bereiken om mensen onder de indruk te brengen van God, net zoals men met de theologie een gebouw kan optrekken waar mensen helemaal mee onder de indruk gebracht worden van de grootsheid van onze God. Maar God wil de harten van mensen bereiken door de dwaasheid van de prediking van ‘Christus en Die gekruisigd’, omdat Christus’ opstanding hét bewijs is van de mensenliefde van God…

Geciteerd (Frans Baatenburg): Barmhartigheid was ontwikkeld in de RK Kerk, maar vanwege Luther werden goede werken ondergewaardeerd. Dat was een tragisch bijgevolg van de reformatie.
Opgemerkt 3: Graag wil/kan ik ieder aanraden de serie citaten/meditaties van ‘Geloof, hoop en liefde (9-14, 12 t/m 17 juli) in ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over beloften en troost’* (uitgegeven bij Den Hertog, 2022) te lezen. Dan kan men zich ervan overtuigen hoe onterecht deze woorden over Maarten Luther en zijn Woordverkondiging zijn!
* Tevens maakt dit Bijbels Dagboek duidelijk dat wij zullen leven van het dagelijkse Manna, dus van het dagelijkse en wekelijkse onderwijs dat Gods Woord ons te bieden heeft. Dat Woord van Gods is levend en krachtig omdat onze Heer leeft en omdat Hij door Zijn Geest ons dagelijks wil leiden met en door Zijn Woord.

Opgemerkt slot: Zelfs een (kerkelijke) gemeente kan men nog zo (willen) ‘optuigen’, dat niet alleen wijzelf, maar ook anderen (ook andere kerkelijke gemeenten) dáárvan wel onder de indruk moeten komen en menen dat die/zo’n/’onze’ ‘bruisende’ gemeente (zoals men dat graag zegt/noemt) wel als een ware vertegenwoordigster van de gemeenten van Jezus Christus zal/moet worden beschouwd. Maar ook dát (soort) ‘optuigen’ (met/door ‘mensenhanden’) wordt niet van ons verlangd!

Zie ook: ‘‘De kerk’ heeft genoeg aan molenaarsgilde, molens en dijken…‘

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Utrechtse interesse in miniatuur-Domtoren’ – Jan Kas

‘Wij danken God onophoudelijk dat jullie Zijn Woord, dat jullie van ons ontvangen hebben, niet hebt aangenomen als een boodschap van mensen, maar als wat het werkeljk is: als het Woord van God dat ook werkzaam is in jullie die geloven.‘ (Uit 1 Tessalonicensen vers 13)

Bron afbeelding: One Walk

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Heksen en hekserij zijn meer dan trendy…

‘Maar ik wijs jullie een weg die ons nog verder omhoog voert…’
(Uit 1 Korintiërs 12 het slotvers)

Geciteerd 1: (…) Individuele als ‘heks’ veroordeelde mensen zullen in veel gevallen redelijk willekeurige slachtoffers zijn geweest van massahysterie, misogynie en de zucht naar een zondebok in economisch zware tijden. Ze zagen zichzelf ongetwijfeld niet als ‘heks’, kwamen dikwijls uit lagere klassen en waren niet per se krachtig, laat staan openlijk rebels.
Een interessantere vraag vind ik: maakt het eigenlijk uit? Wellicht zegt het idee van de heks als een rebel meer over de heks van nú dan over die van toen. En er is wel degelijk iets heel rebels aan ‘de heks’ (m/v/x) zoals ze nu wordt vormgegeven.

Geciteerd 2: De slachtoffers van de heksenjachten van de renaissance, wie ze ook waren, zijn door hun gruwelijke einde een krachtig symbool geworden voor verzet tegen de samenleving die hun dood veroorzaakte. Een symbool tegen (mannelijk) geweld en – aangezien zo’n overgroot deel van de slachtoffers vrouw was – met name van vrouwenonderdrukking. En dat symbool vormt de heksen van nu.

Geciteerd slot: Mediteren is verrijkend voor jou persoonlijk, maar een sterkere spirituele daad zou zijn: ‘het afval opruimen dat is achtergelaten op een kampeerplek, of de straat opgaan om te protesteren tegen een onveilige kerncentrale’. Alles is heilig en met elkaar verbonden, de aarde zelf is een godin. En wie die principes echt wil eren, moet in actie komen. Starhawk is niet voor niets ook activist. ‘De Craft… vereist verantwoordelijkheid.’

‘Ze waren onderweg naar Jeruzalem en Jezus liep voor hen uit; de leerlingen waren ongerust en ook de mensen die hen volgden (waaronder de vrouwen die Hem dienden, zie Markus 15 : 40-41*) waren bang. “We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de Hogepriesters en Schriftgeleerden, die Hem ter dood zullen veroordelen en Hem zullen uitleveren aan de heidenen. Ze zullen de spot met Hem drijven en Hem bespuwen en Hem geselen en doden, maar na drie dagen zal Hij opstaan.”‘
‘Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen bij Hem en zeiden: “Meester, we willen dat U voor ons doet wat U vragen.” Hij vroeg hun: “Wat willen jullie dan dat ik voor je doe?” Ze zeiden: “Wanneer U heerst in Uw glorie, laat één van ons dan rechts van U zitten en de ander links.” Maar Jezus zei tegen hen: “Jullie weten net wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken of de doop ondergaan die Ik moet ondergaan?” “Ja. dat kunnen wij”, antwoordden ze.’ (…)
‘Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, werden ze woedend op Jakobs en Johannes. Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: “Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat (hun) leiders hun macht misbruiken. Zó mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de ander moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn leven te geven als losgeld voor velen.’
(Uit Markus 10 uit de verzen 32-45).

* Lees meer hierover op bijbel-nl: ‘Vrouwen die Jezus volgden en dienden‘

Bron citaten: De Correspondent – ‘Ding, dong, de heks is terug’ (1) – door Bregje Hofstede (Correspondent Nieuw Feminisme)
(1) De heks is terug: in boeken, muziek en podcasts wordt de rebelse, vrijgevochten vrouw bezongen. Dat de figuur in het verleden vooral het slachtoffer was van onversneden vrouwenhaat, doet er niet toe: de heks anno ’23 is strijdvaardig, anti-kapitalistisch én staat pal voor de natuur.

‘Toen Hij in Galilea verbleef, waren deze vrouwen hem gevolgd en hadden voor Hem gezorgd, net als veel andere vrouwen die Hem waren gevolgd naar Jeruzalem.’ (Uit Markus 15 vers 41)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Karikaturen in stand houden? Ten bate van wat of wie?

‘Wie de volmaakte weg gaat en doet wat goed is,
wie oprecht de waarheid spreekt.
Hij doet aan lasterpraat niet mee,
hij benadeelt een ander niet
en drijft niet de spot met zijn naaste.’
(Uit Psalm 15 de verzen 2-3)

Geciteerd: Hij kreeg een paar reacties van mensen die bang waren dat hij opschuift naar een vrijgemaakte theologie. ‘De Gereformeerde Kerk vrijgemaakt is van vroeger uit een kerkverband met een duidelijke nadruk op het verbond. Daarbij hoorde, kort gezegd, een soort automatische aanname dat je bent gered als je bent gedoopt. Als ze mij gevraagd hadden daar mijn handtekening onder te zetten, had ik het niet gedaan. Maar ik had de volle vrijheid om te preken op basis van de catechismus.’

Opgemerkt 1: Wij zongen vroeger als regel na de Doop: ‘God zal Zijn waarheid nimmer krenken…’ Want bij de Doop hoorden we de waarheid aan de dopeling en ons allen verkondigd worden. En niemand vermag wat tegen de waarheid, alleen voor de waarheid. Zelfs de beste theoloog kan van die woorden bij de Doop niet beweren, dat daar dan toch de ‘bevindelijke waarheid’ bedoeld wordt. Dat het pas waarheid blijkt te zijn wanneer de dopeling er uit eigen ondervinding wat over kan/durft zeggen. Over zulk soort onderscheid in Gods waarheid horen wij in het Oude én in het Nieuwe Testament niet. Het is zeker (ook) waar dat het gebeurd dat een dopeling de aan hem of haar bij de Doop gehoorde en bevestigde waarheid (later) kan gaan ontkennen, maar dan zal toch die dopeling (op Bijbelse gronden) als ontkenner van de waarheid aangewezen moet worden en als iemand die (blijkbaar) de leugen(aar) liever gelooft.

Opgemerkt 2: Maar zijn er dan geen ‘tweeërlei kinderen van het verbond’, dus mensen van het Godsvolk waaraan God geen welgevallen heeft gehad (zie Hebreeën 3 : 7-11)? Ja, maar dan lezen/horen we beslist niet dat de apostelen alvast maar dat onderscheid willen zien en maken in de gedoopte gemeente, maar dan waarschuwen zij de gedoopte leden met des te meer klem: ‘Ziet dus toe broeders en zusters, dat niemand van jullie door een kwaadwillig, ongelovig hart afvallig wordt van de levende God, maar wijs elkaar terecht, elke dag dat dit ‘vandaag’ (van het kunnen/mogen horen van Zijn stem!) nog geldt, opdat niemand van jullie halsstarrig wordt, omdat hij of zei door zonde verleid werd. Want alleen als we tot het einde toe resoluut vasthouden aan ons aanvankelijk vertrouwen (geloof), blijven we deelgenoten van Christus.‘ (Hebreeën 3 : 12-14). En zo vinden we even later nog weer van die ernstige waarschuwingen in deze brief ‘aan het adres’ van alle gedoopte leden van de gemeente, zie Hebreeën 6 : 4-8, dat afsluit met de woorden: Wij zeggen dit nu wel geliefde broeders en zusters, maar we zijn ervan overtuigd dat jullie op de goede weg zijn en dat jullie gered zullen worden.’ (Hebreeën 6 vers 9). En al die broeders en zuster namen deel aan de ‘maaltijd van de Heer’. Juist ook om niet te ‘verachteren’ in het geloof, maar om ook daardoor samen opgebouwd te worden in het geloof.

Opgemerkt 3: ‘Als ze mij gevraagd hadden daar mijn handtekening onder te zetten, had ik het niet gedaan.’ Het zal toch duidelijk zijn dat geen enkele vrijgemaakt gereformeerde zijn (of haar) handtekening had willen zetten onder de karikatuur die ds. Gert van den Brink meent te mogen maken en gebruiken! Over je broeders en zusters recht doen gesproken! En hij en wij weten toch best dat de (vroegere) ‘vrijgemaakten’ dezelfde gereformeerde belijdenisgeschriften onderschreven en gebruikten als deze dominee (ook) doet (zegt te doen).

Opgemerkt slot: Het moet ons toch verbazen en verdriet doen dat dit soort karikaturen maken en inzetten – het gebeurde eerder natuurlijk ook al – ook binnen het kerkelijk leven (en niet alleen in de politiek) legitiem en bruikbaar geacht wordt voor het de gelovigen onder een bepaald kerkelijk dak zien te houden of te brengen. We zullen zulke praktijken in het kerkelijk (samen)leven – op grond van Gods Woord – echter moeten kenmerken als een gebrek aan vertrouwen, als een blijk van ongeloof dus; een gebrek aan liefde: het zorg dragen voor de goede naam van je (vroegere en huidige) broeders en zusters, zoals je verlangt dat zij dat ook zullen doen t.a.v. jou/’ons’.

Bron citaat: ND Geloof & kerk – ‘Niet-gefuseerde vrijgemaakten nodigen dominees van andere kerkverbanden uit om te preken’ – door Bas Meeuse

‘Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toegroeien naar Hem die het hoofd is: Christus.’ (Uit Efeziërs 4 vers 15)

Bron afbeelding: Bible Gateway

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Altijd weer bidden…

‘Hij vertelde hen een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven.’ (Uit Lukas 18 vers 1).

Geciteerd 1: ‘Pas na zondebesef en belijden komt er verandering. Als we samen bidden, komt er verbetering in relaties, huwelijken en gezinnen. Vervolgens komt er een ommekeer in de kerk: er kan een opwekking ontstaan. Uiteindelijk heeft dat zelfs invloed op de samenleving.’

Opgemerkt 1: Wordt het zó niet toch nog teveel een vorm van ‘resultaat-bidden’ met een soort van ‘resultaat-verplichting’ aan/van Gods kant?! Is dat ‘heel gewone’ gelovige Bijbellezen en danken en bidden in onze huizen en in de samenkomsten niet altijd weer de ons (aan)gewezen weg?! Geen kerk of beweging of organisatie heeft en hoeft daar nog wat aan toe te voegen of voor op touw te zetten om God (eerder of meer) in beweging te krijgen voor wat Hij ons geven wil en zal met en door de genoemde (reeds bestaande) vormen van samen leven en ook samen bidden van Gods kinderen.

Geciteerd 2: Als God het geloof van Zijn kinderen wil versterken, doet Hij dat op deze manier: dat het hem of haar juist aan geloof zal ontbreken. Hij houdt Zich alsof Hij hem of haar geen trouw of geloof wil toebedelen en werpt hem of haar in allerlei ongeluk en maakt hem of haar zo murw dat hij of zij haast wel moet vertwijfelen. En in dit alles werkt God tegelijkertijd dat de mens zich stilhoudt. Dat stilhouden is geduld leren/oefenen, en dit geduld werkt bevinding, en de bevinding wekt hoop (Romeinen 5 : 3-5, 1 Petrus 1 : 6-7). Namelijk wanneer God terugkomt en toch de zon weer laat schijnen en het onweer voorbij is. Tevoren waren zijn of haar ogen alleen gericht op het zichtbare kwaad, en kon hij/zij zich niet boven het ongeluk verheffen, maar zakte en zonk alleen maar verder in de diepte. Nu echter ziet zo iemand dat het dag geworden is en verwondert zich en zegt: God zij gedankt, dat ik van dit ongeluk ben verlost. Hier woont God (Jakobs woorden in Genesis 28 vers 17). Ik had nooit kunnen denken dat er zo’n wending ten goede zou komen. (1) (1a)
Maar… over twee, over drie, over acht dagen, over een jaar of een uur, komt een ander kruis van zonde, van schade, aan goed of eer, of van ziekte, of van twist en tweedracht – in gezin of familie, in gemeente of kerk – of van wat dan ook. Daar begint alles opnieuw; daar komt het onweer weer opzetten. En door Gods Woord geleerd en/maar ook omdat God eerder zo genadig heeft geholpen en altijd weer alles voor ons ten goede kan keren, en Zijn kinderen – slechts tijdelijk en niet eeuwig (AJ) – met Zijn Vaderlijke roede kastijdt, daarom heeft zo iemand (en hebben wij) alle reden om tot Hem te blijven (2) roepen en altijd weer tot Hem te vluchten, en ons te laten troosten en zelfs reden tot roemen in/onder de verdrukkingen.
[Maarten Luther: Stephanos Roths Festpostille 1527, WA 17.2, 271 ff]

(1) Voor ‘gemeente-brede opklaringen’ zie Handelingen 3 : 19-20 en Handelingen 9 : 31.
(1a) Toch zijn er ook zeker kinderen van God (geweest) voor wie zulke opklaringen niet gekomen zijn of nog zullen komen hier op aarde. Maar die worden dan toch zeker zó door God in genade aangezien en bewaard, dat ze niet zullen of hoeven te vrezen dat ze door God niet in genade zijn aangenomen.
(2) Zie Lukas 18 vers 1-8, waarbij onze Heer Zich aan het slot wel hardop afvraagt of Hij bij Zijn wederkomst nog (dit) geloof op aarde zal vinden.

Bron citaat 1: ND Geloof & kerk (interview*) – ‘Wat gebeurt er als christenen voor het land gaan bidden? ‘We redden het leven niet zonder Gods genade’’ – door Marina de Haan

* Alles begint bij gebed, zegt Machiel Jonker (65), één van de initiatiefnemers van de online bidstond. Hij is ook voorzitter van de VPE en voorganger van de pinkstergemeente Sjaloom in Heerhugowaard. Volgens hem is de kracht van gebed ‘dat onze hulpeloosheid in aanraking komt met almacht’.
NB. ‘Gaan bidden’?? Gebeurde en gebeurt dat dan niet nog altijd in onze huizen en samenkomsten?!

Bron citaat 2: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie 10 juli – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan Zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen. Of laat Hij hen wachten? Ik zeg jullie dat Hij hen spoedig recht zal verschaffen.’ (Uit Lukas 18 uit de verzen 7-8)

Bron afbeelding: SlidePlayer (Trusting God When it Hurts)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een ‘zoon der vertroosting’!

‘En Jozef, die van de apostelen de bijnaam Barnabas gekregen had – wat betekent: zoon der vertroosting –, een Leviet, uit Cyprus afkomstig, die eigenaar was van een akker, verkocht die en bracht het geld en legde het aan de voeten der apostelen.‘

‘zoon der vertroosting’:
Barnabas was niet inhalig, hij wilde delen. Hij was geen egoïst, hij was vrijgevig.
Een tweede eigenschap van deze man van God was dat hij zich het lot aantrok van de eenzame, niet­ geaccepteerde mens.
Met zijn gaven was Barnabas tot grote zegen voor gemeenten. Hij stimuleerde gelovigen om hun gaven te gebruiken, zodat de gemeenten daardoor opgebouwd zouden worden.

Barnabas was een goed man en hij was vol van Gods Geest en geloof (vlg Handelingen 11 vers 24).

Geciteerd 1: Dominee Van den Bergh (1850-1890) was tegen seks voor het huwelijk. Als er binnen negen maanden na het huwelijk een kind geboren werd, nam hij radicale maatregelen. (…) Dr. Mr. Willem van den Bergh was diep geraakt door een boek van Kuyper, Tractaat van de Reformatie der kerken. In dat boek pleitte Kuyper voor een ‘doortastende reformatie’ van de Nederlandse Hervormde Kerk. (…) Van den Bergh las het boek toen zijn vrouw op haar sterfbed lag en een zware lijdensweg doormaakte. Na haar dood besloot hij zijn leven helemaal te richten op ‘het lijden van de bruid van Christus’. Daarmee bedoelde hij het lijden van de kerk. Die zou kapot gaan aan het kerkbestuur en de moderne, vrijzinnige prediking.

Geciteerd 2: Van den Bergh is geen strijder, geen denkend hoofd en theoloog van de Doleantie, zoals Kuypers en Rutgers. Wel wordt hij het geweten van de Doleantie genoemd, omdat hij voortdurend wijst op de fouten in eigen kerkelijke kring, op de zonde van de menselijke zelfverheffing en eigen wijsheid. Bekering en barmhartigheid moeten de grondtonen blijven van het kerkelijke werk. Hem trekt in de eerste plaats, in de strijd van die dagen, de reformatie van het diaconaat. Behalve profeet is hij priester (die ‘gewonden’ wil verzorgen).

Geciteerd 3: ‘Barmhartigheid moet één van de voornaamste kenmerken van een levende kerk zijn,’ schrijft hij en wijst daarbij op Psalm 41 vers 2: Welgelukzalig is diegene die zich verstandig gedraagt jegens een ellendige, in kwade dagen zal de HEER zo iemand uitkomst geven.’ en ook op Jezus’ woorden uit de Bergrede ‘Zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid bewezen worden…’ (Matteüs 5 vers 7). In zijn boekje ‘Olie en wijn in de wonden’, Schrijft Van den Bergh een hoofdstuk onder het typerende opschrift: ‘Onze persoonlijke en kerkelijke onbarmhartigheid en haar genezing…’.

Geciteerd 4: Vele zwaar zwakzinnigen en verstandelijk gehandicapten zwierven zonder ouderlijk toezicht langs wegen en leefden opgesloten en vastgebonden in een apart vertrekje van een huis, in een schuur, op zolder of in een stal. En hoeveel achterbuurten van de grote steden waren bevolkt met een groot percentage zwakzinnige kinderen en hoe dikwijls werden achterlijke meisjes voor ontuchtige doeleinden geëxploiteerd. Het kwam ook voor dat in circussen groepen zwakzinnige kinderen als een bijzondere attractie aan het publiek ten toon werden gesteld.

Geciteerd 5: Van den Bergh beriep zich ook op Spreuken 31 : 8-9 en schreef ‘Wij moeten beschaamd staan, dat de barmhartigheid van de Here Jezus ons niet eerder bewoog tot hulp aan zwakzinnige kinderen, waar reeds zoveel zorg ontwaakte voor goede scholen ten behoeve van gezonde kinderen.’ (…) Na vele kerkelijk-diaconale samensprekingen was het resultaat, dat er een advies kwam waarin gesteld werd dat de stichting van een zwakzinnigeninstituut op partikuliere basis tot stand moest worden gebracht en wel omdat de diaconale conferenties geen besluiten konden nemen, die bindend waren voor de plaatselijke kerken. Bovendien konden de kerken van de Doleantie geen rechtspersoonlijkheid krijgen. Iedere aanvraag die zij richten tot de landsregering om als gereformeerde kerken te worden erkend, werd met stilzwijgen beantwoord. Het kerkelijk(-diaconale) uitgangspunt moest daarom worden prijsgegeven.

Geciteerd slot: Dr. mr. Willem van den Berg heeft nog wel gehoord dat in Ermelo een buitengoed, genaamd “’s Heeren Loo” voor de stichting van een ‘zwakzinnigen-instituut’ kon worden aangekocht en hij heeft nog persoonlijk de kandidaten voor de verzorging van zwakzinnige kinderen aanbevolen: De heer P. Roodhuizen te Veenendaal, Mej. Wijnvelt te Voorthuizen en de heer F. Kortlang te Velp. (…) Toen er weer een volgende vergadering zou worden gehouden, was hij opnieuw ingestort (hij leed aan tuberculose) en voor een tweede maal naar Montreux in Zwitserland vertrokken. Daar stierf hij op 30 april 1890. Op zijn graf in Montreux staan overeenkomstig zijn wens, de woorden gebeiteld*: ‘De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, O God niet verachten.’ (Psalm 51 vers 19).

* Deze woorden (van Psalm 51 : 19) staan ook op een boven de ingang gemetselde steen van ‘De kerk aan het plein’ in Voorthuizen.

Bron citaat 1: ND Geloof & kerk – ‘Na het sterven van zijn vrouw nam Willem van den Bergh zich iets voor, en dat voerde hij uit in Voorthuizen’ – door Willem Bouwman
Bron citaten 1-slot: Boek – ‘Als een Herder’ – Gedenkboek uitgegeven in opdracht van de vereniging tot opvoeding en verpleging van zwakzinnige kinderen te Utrecht ter gegegenheid van haar zestig jarig bestaan in 1951 – door G. Spanhaak (met voorwoord van prof. G. CH. Aalders.)

‘Spreek voor hen die weerloos zijn,
bescherm het recht van de vertrapten.
Spreek en oordeel rechtvaardig,
geef de armen en behoeftigen hun recht.’
(Uit Spreuken 31 de verzen 8-9)

Bron afbeelding: Reddit (Daily Dose of Verse)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Buitenstaanders wordt niet om een oordeel gevraagd’…

‘… en die twee zullen één lichaam zijn …’
(Uit Markus 10 uit vers 8 )

Geciteerd 1: Door allerlei oorzaken kan het onder echtgenoten zo zijn dat de een de ander verstoot en zelfs door echtscheiding verlaat. De buitenstaander(s) wordt niet om een oordeel gevraagd. (1) De Heer kent de harten en bij Hem is vergeving en herstel mogelijk. (2)
Geciteerd 2: Wanneer Gods Woord spreekt over de vergeving van onze zonden en het eeuwige leven, terwijl we daarentegen niets dan zonde en eeuwige dood ondervinden, dan geloven we niet dat het met ons zal gebeuren zoals het Goddelijk Woord ons voorzegt. En wel, omdat alles [wat God belooft] lijnrecht ingaat tegen de menselijke ondervinding. (…) Wij zien dus in de eerste plaats wat voor ogen is: zonde en dood. Dan is er geduld nodig, want dat is zeer pijnlijk. In de tweede plaats hopen christenen op wat ze niet zien: de vergeving der zonden en het toekomstige eeuwige leven. Daarom zegt de Psalm: ‘U, HEER, hebt mij in de hoop versterkt‘ (Psalm 4 vers 9, Vulgaat).

NB. Deze keer wil ik m.n. ook aandacht vragen voor wat er te lezen valt in de Bijbelgedeelten genoemd bij (1) en (2), en ook helemaal onderaan (3) en (4).

(1) Zie Matteüs 7 : 1-6 en 1 Korintiërs 4 : 3-5.
(2) Zelfs ook dat van een door echtscheiding verbroken huwelijk – zie Genesis 18 : 14, Jeremia 23 : 27 en Matteüs 9 : 23.

‘Antwoord mij als ik roep
God Die mij recht doet.
Geef mij ruimte als ik belaagd word,
wees mij genadig, hoor mijn gebed.

Machtigen, hoe lang nog maken jullie mij te schande,
is de schijn jullie lief, de leugen jullie leidraad?
De HEER schenkt Zijn gunst aan wie Hem trouw is,
de HEER luistert als ik tot Hem roep.

Beef voor Hem en zondigt niet (tegen je naaste),
bezin u in de nacht en zwijg.
Breng de juiste offers (3),
heb vertrouwen in de HEER.

Velen zeggen: ‘Wie maakt ons gelukkig?’ –
HEER, laat het licht van Uw gelaat over ons schijnen.
In U vindt mijn hart meer vreugde
dan anderen in hun (? 4) koren en wijn.

In vrede leg ik mij neer
en meteen slaap ik in,
want U, HEER, laat mij wonen
in een vertrouwd en veilig huis.

(Psalm 4, NBV)

(3) Zie Psalm 50 : 19-23, Prediker 4 : 17 en Matteüs 5 : 23-26.
(4) Zie Lukas 12 : 13-34 en 57-59.

Bron citaat 1: Dag in dag uit 2023 – Meditatie zondag 9 juli – Leger des Heils | Ark Media
Bron citaat 2: “Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie 9 juli – Den Hertog uitgeverij (2022)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie